Categorie archief: 2018 Bosnië en Herzegovina

BIH 2018: Groen land met een litteken

Een korte vakantie van 3 weken, maar een bezoek aan Bosnië & Herzegovina laat een blijvende herinnering achter.

schermafdruk-2018-08-05-19-28-24

Het plan is om echt vakantie te houden: rustig aan, gewoon op campings. Richting Bosnië, maar we zien wel. We starten met een nachtje in de Pfalz voordat we in Dornbirn, Oostenrijk aankomen.  Hier woont Theo nu, waarmee we ooit een motorreis hebben gemaakt door Peru, Chili en Bolivia. Theo’s leven heeft een totaal andere wending genomen en hij woont nu met vriendin Lina, een Française, in Dornbirn en werkt in Bregenz. Rond 17 uur komt Theo aan op de camping, toch wel grappig om elkaar hier te treffen. Hij neemt ons mee de bergen in voor prachtig uitzicht en daarna naar zijn appartement. Als Lina thuiskomt gaan we met z’n vieren in Dornbirn een hapje eten in een duidelijk populaire biergarten. Zo leren we Lina een beetje kennen. In het donker nemen we afscheid. De volgende dag regent het flink en dus besluiten we naar het Oosten te rijden. We eindigen de dag in de prachtige bergen in de buurt van Zell am See. De dag erna rijden we naar zuid-Slovenië, waar we op een prettige camping neerstrijken aan een rivier. We blijven twee nachten, en huren zowaar fietsen om ons nog wat in te spannen. Met 30 graden en stevige heuvels komt dat helemaal goed. Via Metlika komen we Bosnië in het meest noordoostelijke puntje binnen bij Velika Kladusa. We pinnen direct KM’s. Opvallend zijn de moskeeën in het landschap, veel autobedrijfjes, het doet een beetje Turks aan, maar ook Roemeens. Na Bihac gaan we het Nationaal Park van de Una rivier in. De weg wordt onverhard en rustig. Vlak voor Kulen Vakuf ligt een prima kleine camping naast een waterval. We installeren ons en kunnen in het restaurant de kwartfinales voetbal kijken. Met twee Walen (ook in een Hilux) is het leuk om de Belgen te zien winnen van de Brazilianen.

Het weer de volgende dag is bewolkt en donker dus we besluiten te gaan rijden. We bezoeken de mooi watervalletjes bij Martin Brod en rijden langs de Kroatische grens naar Mostar.  We zien her en der rode bordjes die waarschuwen voor mijnen. Het landschap is ruig en leeg met hier en daar echte spookdorpen. De oorlog heeft hier sporen nagelaten. Na Livno zien we steeds meer auto’s met Kroatische vlaggetjes. In dit gebied leeft een groot gedeelte van de Kroatische Bosniërs. We passeren Mostar en komen aan bij Autokamp Blagaj. We worden bijzonder sympathiek onthaald met wijn, fruit en gebak. Op het gezellige terrasje kijken we met een jong Nederlands stel de andere kwartfinales onder het genot van een gebakken forel. De volgende dag laten we ons me een taxi naar Mostar brengen en dat bezoek hakt er in. Niet omdat het er erg druk is en erg warm, maar de historie hier laat niemand onberoerd. De brug is prachtig hersteld en de wijk eromheen ook, toch zijn her en der de sporen van de oorlog nog te zien. Een bezoek aan het oorlogsmuseum is een ontnuchterende ervaring. De foto’s en verhalen laten niets aan de verbeelding over. Hier zijn mensen blijkbaar toe in staat: executies, concentratiekampen, verkrachtingen, marteling. En de internationale gemeenschap heeft het zien en laten gebeuren. Wat ook duidelijk wordt, is hoe vreselijk complex de situatie in Bosnië is. Eenvoudig gezegd zijn er 3 bevolkingsgroepen: Bosniaks (moslims), Kroaten (katholiek) en Serven (orthodox). Die leven door elkaar in een soort kruitvat. Voormalige delen van Joegoslavië riepen een voor een de onafhankelijkheid uit en dat ging goed in landen met een relatief homogene bevolking. In Bosnië Herzegovina dus niet. De internationale gemeenschap erkende de onafhankelijkheid wel in 1992, maar intern brak oorlog uit. Sarajevo werd bezet door Serven en Kroaten bewapenden zichzelf. Bizar feit is dat moslims en Kroaten samen de Serven verdreven uit Mostar en vervolgens de Kroaten zich tegen de moslims keerden en uiteindelijk de beroemde brug opbliezen. In het Noordoosten vond de tragedie bij Srebrenica plaats in 1995, waarover later meer. Voor een buitenstaander is het geheel amper te begrijpen, dat is wel duidelijk. Beduusd komen we uit het museum en eten op een prachtig terras aan het water. ’s Avonds kijken weer voetbal en is de oorlog ver weg.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijd voor wat off-road. Ik heb een route door de bergen bedacht en dat pakt goed uit. Dwars door de bergen met mooie vergezichten. We lunchen bij een raft-spot langs de Neretva, ‘we are so proud of this river!’ roept een van de gidsen, en terecht. Het is een prachtig groen gebied. We passeren regelmatig rode pas-op-mijnen-bordjes en vlak na Kalinovik staat een groot portret van Ratko Mladic langs de weg. Na het museumbezoek van gisteren is wel duidelijk wat die man op z’n geweten heeft, maar hij heeft blijkbaar ook medestanders. Bizar. We eindigen op het liefdevol verzorgde Autocamp Drina aan de rivier vlak boven Fosac. Het gras is gemanicuurd en de eigenaar vraagt ons niet met de wielen te draaien en geen heet water op het gras weg te gooien. Het komt helaas met bakken uit de hemel, dus we nemen snel plaats in het open restaurant. Prima muziek en prima eten (ze hebben zelfs meerdere vegetarische opties in dit vleesrijke land!). Joost vermaakt zich met een groep Belgische meisjesscouts en speelt kaart met ze. We slapen met oordoppen in, want zoals veel campings hier, ligt die pal langs de weg, jammer. Het koelt flink af. De volgende dag volgen we bij Tjentiste een off-road route het Suteska park in. Het pad is enorm modderig. We worden getrakteerd op prachtig uitzicht op 1600 meter, vlakbij de hoogste top van Bosnië. De auto is zo vies dat we in Foca een autowasser opzoeken, die een half uur nodig heeft om de modder er af te krijgen (hij veegt demonstratief over zijn voorhoofd). Met Google Translate vraagt hij ons of we naar Maglic geweest zijn….hoe raadt ie het zo. We maken kennis met Sam die al 18 maanden op de fiets vanuit Engeland onderweg is en al naar Iran en India is geweest, knap. ’s Avonds kijkt Joost op een laptop naar de halve finale België-Frankrijk.

Om een stukje af te snijden op weg naar Srebrenica rijden we via Goradze en Visegrad Servië in. Helaas blijkt het Tara National Park wel mooi maar vol met zomerhuisjes. We rijden dan toch maar naar Perucac waar een piepkleine camping is naast een hotel met weer herrie (ditmaal van een waterval). ’s Avonds kijken we in een rokerige kroeg naar Engeland-Kroatië. De volgende dag rijden we Bosnië weer in door prachtig groen heuvelachtig landschap. Als ik een foto van een dorp maak, heb ik niet in de gaten dat het Srebrenica is. Toch onprettig om daar met een Nederlands kenteken doorheen te rijden. In Potocari bezoeken we het genocide monument. Als ik de auto uitstap schiet ik al vol. Wat een enorme hoeveelheid graven. De Serviërs hebben hier, onder toeziend oog van de VN, 8000 mannen en jongens omgebracht. Er worden nog steeds resten begraven, te zien aan de verse graven en Joost ziet hoe ze twee lijkenzakken aanvoeren om te begraven. We rijden onder de indruk verder naar Zvornik waar we met Alija hebben afgesproken. Met Alija heb ik onderzoek gedaan in 2015 en ook nu weer werkt hij samen met de KvK. Hij doet promotieonderzoek aan de Hogeschool Utrecht. Zijn ouders zijn gevlucht toen Alija 1 ½ jaar oud was. Zijn vader werkte als ingenieur in Libië en had al snel in de gaten dat het mis ging. Alija neemt ons mee naar het oude fort, waar we prachtig uitzicht hebben over Zvornik, maar ook over het kleine dorp Divic in de rivier waar zijn familie vandaan komt. Het is snikheet en we luisteren aandachtig naar al zijn verhalen over wat hier gebeurd is met zijn familie en de regio. Wij kennen het drama in Srebrenica, maar er zijn veel meer dorpen leeggehaald en nog lang niet alle slachtoffers zijn gevonden. In Divic trakteert hij ons op traditioneel Bosnisch Cevapcici met brood. Alija begroet diverse mensen en laat het verlaten huis van zijn oma zien. Twee huizen verderop staat een half afgebouwd huis. Het is van zijn oom die niet meer teruggekomen is (en nog niet gevonden). Het water staat nu hoog, anders konden we de toren van de minaret in het water zien, die in de oorlog is neergehaald; de moskee werd vervangen door een kerk en veel Serviërs namen bezit van de huizen hier. Nu staat er weer een moskee. Het is onwerkelijk om te horen dat mensen die deelnamen een de genocide nu gewoon naast moslims wonen. Na de oorlog is het land Bosnië-Hercegovina in twee entiteiten verdeeld: Bosnië-Hercegovina (moslims en Kroaten) en de Republika Serpska (RS, Serven). Deze regio is nu uitgerekend RS. Het presidentschap is tripartiet en rouleert elke 6 maanden. Op mijn vraag of de genocide zich kan herhalen is het antwoord direct “ja”. Het is een broos evenwicht. We nemen afscheid. De dagen erna houdt het ons bezig en lezen we het geschiedenis hoofdstuk in de Lonely Planet nog een keer. Diverse Bosniërs die we ontmoeten, verzekeren ons dat het niet te begrijpen valt.

We overnachten vlak buiten Tuzla op een vakantiekamp bij Lukovac. Als het aankomt regent het flink. We installeren ons maar dat is van korte duur. De eigenaar komt met een groep mannen aan die een huisje willen huren. De intenties zijn duidelijk, dus we maken dat we wegkomen. Met het Duitse stel dat naast ons staat verkassen we zo ver mogelijk van de heren die ogenblikkelijk luidruchtig een vuur hebben gemaakt en aan het bier gaan. ’s Avonds nodigen we de Duitsers uit onder onze luifel, want ze hebben niet meer dan hun auto bij zich. We slapen slecht; de hele nacht Bosnische dance, niet slecht overigens. De eigenaar verontschuldigt zich meerdere keren. We rijden via Ribnica en Vares door de bergen en bossen naar Sarajevo. Prachtige route, waar we mooie wildplekjes zien. Bij Visoko staan we op een kleine, maar verzorgde camping. Weer regent het als we gaan staan. ’s Avonds lopen we een rondje door het vriendelijke dorp Mulici. De volgende dag blijkt het heerlijk weer en gaan we Sarajevo in. We parkeren bewaakt pal in de stad. Met advies van de Tourist Info lopen we langs de bezienswaardigheden door de stad en drinken cappuccino met een lekker gebakje. Prima toeven hier. Dan zoeken we bij het vliegveld naar het tunnelmuseum. Sarajevo heeft een bestand van 3 jaar Servische bezetting volgehouden mede dankzij de aanvoer van voedsel via deze ondergrondse tunnel. We slaan in bij een reuzensupermarkt en rijden een mooie route richting Jajce. Vlak voor Jajce komen we op een erg eenvoudige camping langs de rivier Vrbas. De beheerder doet erg zijn best, het is een fijne plek, maar de voorzieningen hebben we onderhoud nodig.

Jajce is een belangrijk historische stadje  met een groot fort, waar in de Middeleeuwen de koningen werden gekroond. We lopen een rondje en rijden daarna naar de Pilva meren waar ze 17 miniatuur watermolens hebben staan. We zijn ineens omringd door Arabische toeristen (dames in burka). Hadden we in het NRC al gelezen, dat die hier graag vakantie houden en investeren. Apart. Vlak buiten Jajce ontsnappen we, op een haar na, aan een frontale botsing. Een overmoedige Bosnische gladiool in een SUV haalt in over de doorgetrokken lijn. Wij rijden omhoog en dus gelukkig wat langzamer. Joost komt met de ABS in actie tot stilstand. Pfoooe!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In de middag komen we aan op een grassige camping langs de rivier en we vragen als eerste of ze de voetbalfinale kijken. Ja! Ze hebben een groot scherm. ’s Avonds blijkt dat niet veel mensen er belangstelling voor hebben, dus we kunnen het goed zien. We besluiten Banja Luka te bezoeken en dat blijkt een gezellige stad. In de overdekte markt slaat Joost zijn slag en koopt twee korte broeken. Ik knoop een gesprekje met de marktkoopman aan. Als ik zeg dat we Bosnië een mooi land vinden, zegt hij: “Yes, a beautiful country with a problem”. Je kunt veel lezen over de feiten, maar, zo verzekert hij: “you only scratch the surface”. Begrijpen doe je het toch niet. Op de terugweg rijden we een weggetje aan de andere kant van de rivier en besluiten spontaan een visje te gaan eten. Goed idee Joost! De serveerster spreekt niet veel Engels, maar we komen er uit. Achter ons vraagt een man waar we vandaan komen en hij blijkt een Amerikaanse Bosniër te zijn. Al snel komt de orlog weer ter sprake: “everything was better before the war”. De oorlog is nooit ver weg hier. Einde middag gaan we toch naar een kleine camping die we eerder hebben gespot. Nu zijn we op tijd en kunnen op het mooiste plekje staan. De eigenaar is vreselijk aardig, spreekt goed Engels en heeft het erg mooi voor elkaar. ’s Avonds loopt de plek flink vol.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag verlaten we Bosnië & Herzegovina over een klein stukje snelweg dat vlak voor de grens ligt. We crossen door Kroatië en Slovenië, overnachten mooi in de Krawanken, aan de Afritsen See, en in de Pfalz.Het was een heerlijk rustige vakantie en Bosnië heeft erg veel indruk op ons gemaakt. Het is een prachtig groen land, het toerisme nog niet erg ontwikkeld (op Mostar en Sarajevo na) en de historie uitermate intrigerend. Bosnië-Herzegovina is absoluut de moeite waard!