Categorie archief: 2001 Nieuw-Zeeland

Eerste bericht

Januari 2001

Hallo beste mensen,

Ja, we zijn gearriveerd! Prima vlucht gehad van Amsterdam naar Singapore (met z’n tweeen 3 stoelen bij de nooduitgang). Vervolgens een dag rondgestapt in bloedheet Singapore en doorgvlogen naar Auckland. Daar stond Toon op ons te wachten en na een rit van 2 1/2 uur waren we in Tauranga. Daar zijn we twee nachtjes gebleven en hebben de auto geprobeerd: doet het prima! Nu zijn we op de Coromandel peninsula en logeren in Wilderland bij Hettie en Gary. Een alternatieve gemeenschap die leeft van de biologische tuinbouw. We logeren in een hutje, prachtig idyllisch allemaal en voor onze standaarden nogal primitief. Alleen een klein beetje electriciteit en de WC is een ouderwets gat in de grond. Ze leven van hun eigen land en uiteraard vegetarisch. Zeer gastvrij en erg happy; de hippie tijd herleeft, hoewel alcohol, tabak en drugs verboden zijn (Joost mag stiekum roken van Hettie). We verkennen de schitterende omgeving ingesmeerd met factor 30+, de tempratuur valt wel mee, maar de zon is erg fel. Vandaag gezwommen bij Cathedral Cove op een tropisch strand. De omgeving is fantastisch, maar moeilijk te omschrijven; de foto’s spreken waarschijnlijk wel meer. We voelen ons opperbest en vertrekken overmorgen (zondag) richting Rotoroa. Dit is een vulkanisch gebied, waar ze zelfs verwarmde plekjes hebben voor je tent!

Dit was even een kort berichtje uit Whitianga. Jullie horen uiteraard de volgende keer meer.

See ya!

Advertenties

1e verslag

Januari 2001

We zijn nu een week in Nieuw-Zeeland, dus tijd voor ons eerste reisverslag. We hebben al het gevoel drie weken weg te zijn, dus dat gaat goed! Zaterdag de 27e zijn we uit het koude Amsterdam vertrokken naar Singapore. We zaten erg luxe met z’n tweeen op drie stoelen bij de nooduitgang. Singapore Airlines kan voor ons niet meer kapot. Rond 6.45 uur ’s ochtends arriveerden we in Singapore, waar het erg warm was. Met afgeritste broeken op zoek naar een bus, die ons in het centrum afzette. Het was behoorlijk uitgestorven. Na een flinke wandeling door Chinatown, Arab Street en Little India waren we enkele blaren en flink wat zweet rijker. Onderweg in zo’n typisch ‘hawker’-centre noodles gegeten. ’s Middags begint het tropisch te regenen: met bakken uit de hemel en nog steeds 30 graden. We konden het nog opbrengen om naar Orchard Street te lopen (DE winkelstraat) maar zijn bij de eerste beste koffietent neergeploft voor een ijskoffie. Terug naar het vliegveld vielen we beiden in slaap in de bus. Op het vliegveld nog even geslapen, gedoucht en gegeten. Vervolgens vertrokken naar Auckland. Nu wat mindere zitplaatsen, maar bij Singapore Airlines heb je aardig wat beenruimte (zelfs Joost) en een eigen videoschermpje (het lijkt wel een commercial). Rond 11.00 uur landen we in Auckland, waar Toon ons opwacht. Ook hier is het lekker warm. Toon heeft de moeite genomen ons op te halen, hoewel het naar Tauranga 2 1/2 uur rijden is. Aangekomen bij Tracy en hun zoontje Mitchell (1 1/2) drinken we wat en Joost maakt een eerste proefrit in de auto. Toon heeft voor ons een Toyota Corona uit ’83 voor ons aangeschaft en hij ziet er prima uit. Toon staat wel doodsangsten uit, wanneer Joost bij de eerste beste bocht rechts gaat rijden! De volgende dag beklimmen we Mount Manganui voor een fantastisch uitzicht. Het weer is perfect: 24 graden en een strak blauwe lucht. De zon is echter ongeloofelijk fel en daarmee is de gevoelstemperatuur aanzienlijk hoger. Van Tracy krijgen we een lotion met factor 30+. Omdat Toon een sollicitatiegesprek heeft in Wellington vertrekken we 31 januari richting het Coromandel schiereiland. Het begint te regenen en daarna te hozen. De stemming zakt wat in, want hoe lang gaat dit duren? We besluiten toch maar direct door te rijden naar Hettie en Gary die bij Whitianga wonen; in kamperen hebben we nu geen zin. Hettie is een vriendin van Joost en ze is getrouwd met een Amerikaan. Beiden hebben ze opgeteld zo’n 85 landen bezocht. Hettie woont sinds 10 jaar in Wilderland. Wilderland is een leefgemeenschap, die leeft van de biologische landbouw. Joost heeft het altijd over de ‘blote billen commune’ en we weten eigenlijk niet echt wat ons te wachten staat. Bij het Wilderland-winkeltje langs de weg vragen we de weg en vervolgens gaan we een pad op de berg over. De auto blijkt gelukkig een echte vechter. In de stromende regen haalt Hettie ons op en lopen we naar hun huis, waar je met de auto niet kunt komen. We komen wel wat onverwacht, maar Gary heeft net een schattig kleine hut gemaakt waar we in kunnen slapen. Hettie & Gary wonen samen met hun kinderen Joella (8) en Daniel (6) in een prachtig klein huisjes. Binnen doet het aan of je in een boomhut bent. Vanaf het terras hebben ze een onbetaalbaar uitzicht over het estuarium met mangroves langs de oever. Het huis heeft 1 grote kamer met twee ‘alkoven’ met bedden. In het midden staat een groot ouderwets fornuis, wat op hout wordt gestookt (voor de kenners een soort AGA-cooker). Deze verwarmt ook het water voor de douche. De douche bevindt zich buiten naast het huis boven een oud bad. Zo idyllisch hebben we nog nooit gedoucht: met kaarslicht tussen de tropische planten (en muggen op je billen). De Wc is een ouderwets huisje zonder deur boven een gat in de grond achter een 10 meter hoge bamboe. Voor de visueel ingestelden onder jullie: we maken overal foto’s van! De zonnecellen op het dak verzorgen sinds kort wat elektrische verlichting. Het water is allemaal opgevangen regenwater (lekker!) en soms pompen ze wat uit een rivier. Het huisje is omringd met bloemen, kruiden en fruitbomen.

Na aankomst krijgen we heerlijk te eten: gepofte aardappels, maiskolven en een salade met overvloedig avocado (mjammie). Als toetje bakt Gary in een handomdraai verrukkelijke chocalate chip cookies (hoezo Amerikaans?). We drinken verse kruidenthee van citroengras en munt. Verbijsterd over de eerste indruk vallen we op het vlierinkje van ons hutje in slaap. De volgende morgen is het gelukkig strakblauw en gelijk ook heet. Na de omelet en koffie laat Hettie ons Wilderland zien; de kinderen zijn naar school. Het landgoed is 70 hectare groot en staat vol met boomgaarden en moestuinen vol met avocado’s, madarijnen, sinaasappels, appels, ‘ silverbeet’, wortels, bonen, sla, prei, kiwi’s, pruimen, enz. Marijke’s groentetuin-opvoeding komt weer helemaal boven! De machines zijn allemaal bijzonder oud, maar de oprichter van Wilderland, Dan, houdt ze allemaal aan de gang. Dan is inmiddels 85 en vanaf z’n 20e al verlamd aan zijn benen. Het is werkelijk een godswonder wat die man voor elkaar heeft gekregen op dit ontoegankelijke en arme land. Hij wiedt kruipend op een stuk rubber en verplaatst zich verder op een eigengemaakt rolstoel. Zijn vrouw is nog iets ouder.

Wilderland staat verder volgebouwd met allerhande wonderlijke bouwsels. In de jaren 60 zijn diverse huizen en hutjes op het terrein neergezet door onervaren bouwers. Enkele staan op instorten en de meesten verkeren in een slechte staat. Er wonen 10 vaste bewoners en de rest van het werk wordt gedaan door tijdelijke bezoekers, die alleen voedsel en onderdak krijgen. Er mag geen alcohol, tabak of drugs gebruikt worden, want in het verleden heeft dat rare situaties opgeleverd. Joost mag roken van Hettie, als maar niemand het ziet. Iedereen loopt hier op blote voeten, de nudisten tijd is wel voorbij. De rondwandeling maakt indruk op ons, hier wordt keihard gewerkt. Als we bij het gemeenschappelijk huis aankomen ( de ‘hall’) hoort Hettie dat ze naar huis moet. Ze vertrouwt het niet en rent weg. Wij vinden onderweg gehoorbescherming op de grond en voelen dat er wat aan de hand is. In het huis ligt Gary bloedend op de grond te krimpen van de pijn. Hij wilde de boomgaard maaien bij het huis op een steile helling en de tractor is gaan rollen. Hij is er gelukkig niet onder gekomen, maar zijn rechterbil heeft een werkelijk afschuwelijke bloeduitstorting en z’n heup ziet er raar uit. Hettie besluit naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis te gaan in Thames (1 1/2 uur). Wij gaan maar wat eten in Whitianga en luieren op Otama beach. De stranden hier zijn ongeloofelijk wit. Als we thuiskomen blijkt Gary niets gebroken te hebben en hij babbelt net iets teveel. De volgende dag gaan we naar Cathedral Cove; een uitgesleten rots waar je onderdoor kunt lopen omringt door prachtig strand. In de zon is het te heet en we smeren uitbundig. De oceaan is heerlijk, erg zout met hoge golven. Sinds een lange tijd waagt ook Marijke zich in zee (mond dichthouden, domoor!). In Wilderland terug worden we uitgenodigd voor een ‘pot luck dinner’, waar iedereen wat meeneemt. Het is een wondelijke verzameling mensen, van diverse nationaliteiten. De hippie-cultuur leeft hier nog voort. In principe is alles gemeenschappelijk, love, peace and happiness. Dat het leven hier ook andere kanten heeft, behoeft waarschijnlijk geen toelichting. De ‘vaste’ bewoners hebben een sterk geloof in wat ze doen en dat is maar goed ook; dit leven is niet eenvoudig. We eten allerhande vegetarische heerlijkheden en besluiten zelfs met scones, aarbeienjam en slagroom. We praten na met Hettie en Gary over Wilderland, want Joost en ik hebben de afgelopen dagen met onze onverbetelijke adviseursbril uiteraard ideeen over de toekomst. Een en ander blijkt niet zo simpel, maar we krijgen wel steeds meer begrip voor hun manier van leven. We zijn blij dat we wat langer gebleven zijn.

De volgende dag gaan we met Hettie en de kinderen en nog twee andere kinderen aan Hot Water Beach. Hier kun je gaten in de grond graven naar hotpools, waar je je flink aan kunt branden. We zijn een beetje te laat, maar genieten lekker op het strand. Joost gaat uit z’n dak met de kinderen (wel eens dolgedraaide kinderen gezien die een grote man als springplank gebruiken?). Het is flink bewolkt en voor het niet-smeren worden we flink afgestraft. We zien er ‘pinkish’ uit volgens Gary. Joost en ik vervolgen onze weg naar de Kauri bomen in een ongerept stukje jungle en doen daarna boodschappen. We halen vis voor Gary en wat vlees voor op de barbeque (Hettie vindt vlees af en toe nog steeds lekker). We krijgen voor de supermarkt een lekke band; wat een mazzel! Dit had ook vanmiddag kunnen gebeuren op die verlaten gravel road. Bij een garage moeten we een uur wachten, want de monteur speelt doelelzak op een bruiloft. Even later komt hij op z’n fiets aan en helpt ons aan 2 nieuwe banden. Hij blijkt Gary te kennen, die ook doedelzak speelt! Thuis eten we een uitgebreid feestmaal op het terras (de eerste barbeque op Wilderland sinds oprichting in 1964). Mijn onderbenen zien er volgens Gary uit als een ‘sandfly’ commercial: vol met kleine. vreselijk jeukende beten. We besluiten ook zondag nog te blijven. Het ontbijt bestaat uit versfruit, zelfgemaakt muesli en Wilderland honing: verschrikkelijk lekker. Met z’n allen gaan we zwemmen in de rivier. Joost komt met de kano terug en heeft een levende schol bij zich. Stoer als hij is, heeft hij een verhaal klaar over zout leggen op de staart van de vis, zodat je hem makkelijk kunt pakken. Joella vertrouwt het verhaal niet. Hoe dan ook, vanavond eten we schol!  Thuis luchen we met lekker pompoensoep.

Ik typ deze e-mail op de laptop die Hettie van Joost heeft gekregen in het gemeeschappelijke huis tussen de drogende walnoten. De zon kunnen we even niet meer verdragen. We zouden best nog even willen blijven, maar we willen nog meer zien. Deze plek is absoluut speciaal en we zijn blij een aantal dagen hier geweest te zijn. De charme van deze plek is moeilijk te beschrijven. De video die Joost eerder heeft gezien, doet blijkbaar geen recht aan deze plek; jammer dat het zo ver weg is.

Morgen trekken we verder naar Rotorua, het vulkanisch gebied. Daarnaa gaan we of naar Napier (wijn) of direct naar Wellington, om de oversteek naar het Zuider-eiland te maken. Onze indruk van Nieuw-Zeeland is tot nu toe: een groot natuurgebied en gastvrije mensen. We hebben echt vakantie…….

2e verslag: Zuider eiland

Februari 2001

Inmiddels twee weken onderweg en weer veel ervaringen rijker, hierbij ons tweede reisverslag. Enkele onder jullie hebben erg leuk gereageerd, bedankt daarvoor. We hopen dat jullie het leuk vinden te lezen wat we meemaken. Mocht dat niet zo zijn, laat dat even weten!

Het vorige verslag eindigde in Wilderland op Coromandel. Maandag 5 februari vertrekken we na een emotioneel afscheid van Hettie richting Roturoa.Het landschap varieert enorm en het weer is zonnig. Na uitgebreide boodschappen in een enorem supermarkt vinden we een groene camping aan Lake Tarawera (Blue lake). Wat een luxe, kamperen hier! Een complete keuken met magnetron, koelkast en kookplaten. Wasmachines, drogers, barbeques, noem maar op en dat voor $18 per nacht (zeg maar hfl 18). Heerlijk om zelf weer eens te kokkerellen, we komen niets te kort. ’s Avonds begint het zachtjes te miezeren. De volgende ochtend bezoeken we Wai-O-Tapu oftewel "thermal Wonderland" (vanwege de naamgeving zou je al bijna niet meer gaan). Als eerste bewonderen we Lady Knox Geiser, maar eigenlijk ook het publiek wat erop af komt. Een parkranger gooit een pak waspoeder om stipt 10.15 uur in de geiser en wonder o wonder ze begint te spuiten! Gelukkig is het vulkanisch gebied erachter een stuk spectaculairder. Vele kleuren, bluppende modder en vooral de geur van rotte eieren blijven ons bij. ’s Middags proberen we onze golfvaardigheden op een pitch & puttbaan (nog even oefenen,Marijke voor je GVB). Woensdag regent het echt als we opstaan. We pakken snel de klestnatte tent in en ontbijten onderweg bij een Bakery (oeps, kalorierijke dingetjes maken, kunnen ze hier wel!). In Taupo kunnen we tot onze stomme verbazing op vertoon van ons ANWB-lidmaatschap gratis lid worden van de AA (de NZ-variant). Midden op de middag komen we aan na een rit door saai landschap in Whakapappa Villag in Tongariro National Park. Dit schijnt een van de spectaculairste parken te zijn in NZ, maar dat ziet er van de weg af niet zo uit. We vinden een kampeerplek en Joost overtuigt Marijke dat we de volgende dag de Tongariro Crossing moeten lopen (een tocht van 8 uur door vulkanisch landschap tussen twee vulkanen door). Het wordt bijzonder koud, het regent en de wolken dalen erg ver neer. De hele nacht regent het en als de wekker gaat om 6.30 uur kruipt Joost uit de tent om er linea recta weer in te kruipen. Dit is geen vakantie. De wolken hangen nog steeds zo laag dat er weinig uitzicht is en met regen lopen, daar hebben we niet echt de spullen voor. Dan maar eieren met spek bakken in de enorme keuken en balend rijden we richting Wellington. Kilometers maken lijkt ons nu het beste idee. Niet lang onderweg rijden we weer in het zonnetje en in Whanganui, aan de kust, is het echt vakantieweer. Vlak buiten Wellington vinden we in Porirua een camping, nou ja, een weilandje. We boeken tickets voor de boot naar het Zuider eiland (23 februari terug) bij de plaatselijke tourist-information (die doen echt alles voor je, wat een service). In recordtijd zetten we de tent op en rijden naar Wellington. Daar genieten we heerlijk van een biertje en een uitstekend diner, dit lijkt er meer op! Helaas was er alleen op de boot van 8 uur nog plek, dus de wekker gaat om 6 uur. We hebben een snelle overtocht op de Lynx en kijken met belangstelling hoe het Zuidereiland eruit ziet. We komen in Picton aan en het is er prachtig weer. We doen snel boodschappen en rijden via de Queen Charlotte Drive naar een piepklein oplaatsje midden in de Marlborough Sounds. Op een DOC (Department of conservation)-camping, genaamd let wel Cowshed Camp!, vinden we een plekje. Dit soort campings hebben nauwlijks faciliteiten, maar je staat wel midden in de natuur. Het water moet gekookt worden en er zijn alleen toiletten. We hebben een fantastisch plekje aan de Kenepuru Sound vlakbij Portage (niet meer dan een hotel). De volgende dag huren we een tweepersoons zee kajak en trekken er op uit. De Sounds lijken rustig en je kunt overal op verlaten strandjes aanmeren om wat te picknicken. We hebben prachtig weer, maar het waait flink. ’s Middag krijgen we het echt moeilijk om de kajak overeind te houden in de golven. We peddelen voor ons hachie en moeten werkelijk laveren om weer bij het hotel te komen. Tja, de jongen van de verhuur, lachte wat schaapachtig en wist te melden dat het wel wat ‘windy’ was vandaag, ha, ha. Nou ja, na zo’n avontuur kun je er tenminste flink stoer over doen. Compleet bedekt met een laag zout en geen douche, behelpen we ons bij de kraan met een aluminium pannetje!

Na deze mooie ervaring rijden we naar Kaikoura aan de Oostkust. In Havelock belt Joost z’n moeder en Marijke haar vader voor z’n verjaardag. Vanwege het tijdsverschil komen de felicitaties wel wat vroeg! De tocht via Blenheim naar Kaikoura is een saaie rit. Onderweg zien we de vreselijke gevolgen van enorme branden. Er is een vreselijk watertekort in deze regio.

In kaikoura vinden we een mooi kampeerplekje en gaan we vol goede moed ‘even’ een tochtje walviskijken regelen en zwemmen met dolfijnen. We komen van een koude kermis thuis. Het zwemmen met dolfijnen ruim een week helemaal volgeboekt, we kunnen op de wachtlijst plaatsnemen. Het walviskijken is minder erg, maar ook daar komt Marijke op een wachtlijst. Joost boekt een duiktrip. De volgende morgen om 7.30 uur bij de Whalewatch blijken de eerste twee afvaarten gecancelled vanwege het weer. De rest van de dag ziet er slecht uit. We rijden als troost naar een pelsrobben kolonie en kijken een uurtje naar deze maffe beesten, die niet veel meer lijken te doen dan zwemmen en luieren. ’s Middags wordt ook Joost’ duiktrip nog gecancelled, dus ons humeur is beneden peil. We lopen als alternatief de Peninsula Walkway. Een prachtig alternatief blijkt, de 2 1/2 uur durende wandeling is absoluut de moeite waard en we struikelen regelematig over de robben. Terug blijkt ook het zwemmen met dolfijnen niets te worden. We verkassen dus morgen weer. Joost wil nu eindelijk wat actie en adrenaline dus we gaan naar Henmar Springs op de Lewis Pass. Hier kan Joost bungy-jumpen en raften en wie weet, durft Marijke ook wel wat! (golfen kan er ook). Vanavond gaan we ons eerst nog even verwennen met een portie kreeft. Vandaag was bewolkt, maar het weer ziet er de komende dagn goed uit. We hebben het nog steeds goed naar ons zin, wij hopen jullie ook (oeh, wat gemeen).

3e verslag Zuider eiland

Februari 2001

Zo, wat gaat de tijd hard! We ontdekken steeds meer dat 5 weken in termen van werkgevers een lange tijd is, maar voor een vakantie zoals deze, lijkt het wat weinig. We komen veel mensen tegen die hun werk hebben opgegeven en hier maanden en soms jaren rondtrekken. Het idee spreekt ons in principe erg aan, maar ja, er zijn ook nog andere overwegingen….

Onze reis hebben we na de vervelende ervaringen in Kaikoura voortgezet in Hanmer Springs. De omgeving verandert iedere 50 km en dat is op zich al fascinerend. Hanmer Springs is een vakantiedorp, waar je in ‘Thrillseekers canyon’ allerhande spannende dingen kunt doen. Een mooie camping gevonden en gelijk een raft-trip geregeld voor de volgende dag, waarna Joost van de Waiau Ferry Bridge wil afspringen. ’s Middags 9 holes gelopen op de Hanmer Golf Club ($15 dollar + 10$ voor een halve set, geen geld). Voor Marijke verliep het spel niet al te geweldig, het GVB lijkt steeds verder weg. Op de camping ontdekken we dat de ‘sandflies’ hier een ware plaag zijn. Het lijken fruitvliegjes, maar ze steken erg gemeen en de jeuk daarna is dagenlang niet te harden. Gelukkig helpt de DEET-creme. De volgende dag gaan we dus raften op de Waiau rivier, maar die staat nogal laag. Met de gids hebben we een hoop lol. maar de Grade 2/3 rapids komen niet echt uit de verf. En dan is de tijd gekomen voor de Bungy Jump. Ik ben zenuwachtiger dan Joost en wordt hoog op de brug naast het platform geposteerd, om fantastische foto’s te kunnen nemen. Geloof me, ernaast zitten op die hoogte geeft ook een adrenaline stoot! Vervolgens springt Joost (2x gewogen) al gillend en schreeuwend de 35 meter hoge brug af. Ik kan hem gelukkig amper zien, maar en stel Engelsen heeft de sprong op foto’s vastgelegd! Ik was blij de held beneden weer heel aan te treffen.

Het weer is prachtig en warm, maar we besluiten toch een lange autorit naar de gletsjers te maken, om toch wat vaste hoogtepunten van het Zuidereiland aan te doen. Onderweg bij Greymouth begint het te regenen en al;s we bij Franz Josef Glacier aankomen, komt het met bakken uit de hemel. Geen weer om te kamperen, maar werkelijk alles langs de weg schreeuwt ‘NO Vacancy’. Uiteindelijk komen we in het Whatarora hotel terecht, wat terug op de route. Duidelijk een tent waar de plaatselijke hardwerkende mannen met tatouages hun bier komen drinken. Zo kom je nog eens ergens! Zoals het hoort spelen we pool-biljart en drinken bier. Tot onze verrassing is de plaatselijke specialiteit steengrillen met grote stukken vlees; dat gaat er wel in! De volgende dag is het nog zwaar bewolkt maar droog. We wandelen vanuit een tropisch uitziend regenwoud naar de gletsjer, een bizarre ervaring. De bossen hier staan vol mnet varens op stammen die lijken op palmbomen, dat doet erg exotisch aan. Na de wandeling rijden we gelijk door over de kustweg tussen Greymouth en Westport: eem schitterende kustweg. We zetten de tent op in Punakaiki op een camping aan het strand. ’s Avonds na het eten met de koffie op het strand naar de zonsondergang kijken, dat is nog eens vakantie. We blijken hier ook te kunnen zwemmen met dolfijnen, dus de volgende morgen gaan we met de kleine motorboot mee met Ra Clay, die vanalles en nog wat doet om z’n brood te verdienen. We hebben er goede moed in, zeker nadat we na een half uur al Hector dolfijnen om de boot hebben. Het waait hard en de golven zijn ongenadig. We klappen flink met de boot. Om een lang en hels verhaal kort te houden; na twee keer een aantal uur al bonkend op de oceaan te hebben doorgebracht en verhalen te hebben aangehoord over hoe het vorige week en vorig jaar wel niet was met hordes dolfijnen, hebben we dus geen dolfijn meer gezien. Zwaar teleurgesteld, koud, moe en met pijn in onze ruggen zakken we neer in de plaatselijk tavern en nemen het er goed van. Wat een afknapper en bovendien $200 lichter! Om de dag wat te compenseren bekijken we de volgende dag Pancake Rocks en de Blowholes; apart gevormde rotsen die lijken op (jawel) gestapelde pannekoeken, waar water tussendoor omhoog spuit. Wat ons veel meer bekoort, is het woud achter de kust. We maken een lane wandeling langs de Porari rivier door (tropisch) regenwoud en de Punankaiki rivier en maken een heuse ‘rivercrossing’ (als soldaten de schoenen om de nek en door het water, stoer!). Dit Paparoa National Park is klein, maar absoluut de moeite waard.

Weer wat opgemonterd rijden we langs de Buller rivier naar Manahau, waar het Abel Tasman National Park ligt. Dit is een erg populair park, waar veel mensen op af komen. Het aantal Nederlanders en Duisters neemt ook toe. In het Manahau Beach Camp vinden we een plekje en de volgende dag gaan we een deel van de Coastal Track lopen. De rit erheen is al een grappige ervaring. Met reddingsvest en al wordem zo’n 20 man in een boot geladen die op een trailer ligt, met een tractor ervoor. Zo wordt je met boot en al in het water gereden. We lopen van Bark Bay Hut naar Awaroa Lodge (een prachtige lodge met cafe). Onderweg tropisch aandoende stranden. De route ie helaas erg druk; onderweg komen we een vrouwe tegen die in plat Amsterdams roept:’ ut leikt de Kalverstroat wel!’ Na de indrukwekkende paparoa ervaring doet dit gebied ons wat minder. De stranden zijn absoluut fanastisch, daar niet van. Vandaag hebben we voor het eerst een dag dat we ‘niets’ doen; ook erg prettig! Morgen rijden we nog naar een amder plekje bij Nelson in de buurt om wat meer te luieren. Vrijdag de 23e maken we de oversteek naar Wellington, waarna we de kust bij Hastings, Napier en Gisborne willen bekijken. De tijd wordt al wat krap, want 2 maart vliegen we terug. Maar zover is het nog niet! Voorlopig is het nog korte-broeken-weer en kamperen we er lustig op los. Ook Joost is inmiddels overtuigd van het nut van mijn fantastische 10 jaar oude eenpits spiritus Trangia (waar een mens al niet enthoiusiast van kan worden..). De tent hebben we supersnel opgebouwd en afgebroken inclusief het installeren van de kerosine-lamp en het ophangen van de waslijn, dus de ervaring komt er al aardig in.

4e verslag: Terug naar het Noorden

Februari 2001

Dit is helaas het 4e en laatste reisverslag. Na de rustdag in Manahau zijn we donderdag 22 februari naar Nelson vertrokken. Van Manahau naar Nelson is maar een kort stukje, dus we arriveerden om half elf al op de volgende camping. Tot onze blije verrassing stonden Kevin en Cindy met hun kindertjes Kegan en Liam ook op deze camping. Kevin en Cindy zijn naar NZ vanuit Zuid-Afrika geemigreerd en trekken nu 2 jaar rond in een enorme omgebouwde bus. Cindy ontwerpt textiel en was op de camping dekbedovertrekken aan het tekenen, die ze met een koerier naar haar baas verstuurd (zo kan het ook!). We hebben ze eerder ontmoet in Portage in de Marlborough Sounds. In tegenstelling tot onze snelle NZ rondtocht hebben zij alle tijd op iedere plek rustig 10 dagen te staan. Ze zijn zelfs met de bus helemaal naar French Pass gereden, het uiterste puntje van de Marlborough Sounds. Kevin heeft in z’n kleine roeibootje tussen de enorme Husky dolfijnen rondgevaren. We krijgen er de kriebels van. In Nelson shoppen we rond voor souvenirs voor de familie. Nieuw-Zeelanders vinden Nelson een leuk plaatsje, waar gemiddeld genomen erg veel zon schijnt. In Europa hebben we toch een iets ander idee van leuke plaatsjes, maar niettemin slenteren we er een paar uur rond. Echt leuk is anders en met name Joost, toch al geen fan van stadjes, heeft er tabak van. Op de camping worden we enorm geplaagd door zandvliegen. Dit keer is het de hoogvliegende soort, die niet de enkels belaagt, maar warme plekjes als oren en neusgaten opzoekt. Hoe gezellig het ook is met Kevin en Cindy, de volgende morgen vertrekken we dus maar snel. We hebben een hele dag zoet te brengen totdat we ’s avonds met de boot vanuit Picton naar Wellington vetrekken. We hebben er beide een hekel aan ergens te laat te komen, met als gevolg dat we dus meestal ongemakkelijk te vroeg zijn. We maken bij Pelorus Bridge een korte wandeling en eten onderweg een zoveelste variant van ‘carrot cake’, die zo machtig is dat we de rest van de dag geen honger meer hebben. Worteltjestaart roept in Nederland vaak wat melig reacties op, maar ik kan jullie verzekeren dat dit een serieus stukje cultuur is. We hebben al vele varianten geprobeerd, maar de lekkerste blijft die van Gary. Ik was het vergeten, maar dit wil ik jullie toch niet onthouden. Ik heb Gary zijn recept weten te ontfutselen, zodat jullie allemaal kunnen smullen van dit verslavende gebak! Hier komt ‘ie dan:

Gary’s Carrot Cake

Meng door elkaar:

– het merg van een 1/2 vanillestokje (neem van mij aan, vanillesuiker is niet zo lekker)

– 2 eieren

– 1 cup suiker (tja, de Amerikaanse maat is ongeveer 250 ml)

– 3/4 cup olie

Voeg hier aan toe:

– 1 cup bloem

– 1 theelepel bakpoeder

– 1/2 theelepel zout

Voeg aan bovenstaand mengels toe:

– 1 cup gehakte walnoten

– 1 cup rozijnen

– 1 1/2 cup geraspte wortelen

Breng het mengsel over in een spingvorm en bak in een voorverwarmde oven 45 minuten op 180 graden.

Vergeet na het afkoelen vooral niet een dikke laag glazuur erop te smeren van 1 cup poedersuiker met 1 eetlepel citroenrasp, 1 eetlepel boter, vanille en wat citroensap. Smullen maar!

Uiteraard heb ik aan mijn verzameling kookboeken een boek over muffins toegevoegd als souvenir. Muffins met gedroogde tomaten of witte chocola met aardbeien wil ik graag een keer proberen.

Goed, na wat getreuzel langs de Queen Charlotte Drive komen we dan veel te vroeg in Picton aan. Ook zo’n ‘leuk’ stadje waar weinig te doen is zolang de ferries niet aankomen. We spelen pool-biljart in het smoezelige Terminus hotel en eten ergens fish-and-chips met Chardonnay. Om half zeven vetrekt de boot en we komen rond negen uur in Wellington aan. We rijden een stukje naar het noorden en vinden een motel in Upper Hutt met jaren 50 meubilair. Ik bel mijn broer Klaas voor zijn verjaardag en die meldt dat er een flink pak sneeuw is gevallen, ach gut……..(hi, hi).

De volgende morgen rijden we weer door een onverwacht landschap via Greytown naar Napier. Onderweg stoppen we gewoontegetrouw voor cappucino en muffins. Grappig, goede cappucino kun je hier in ieder gat krijgen en ze vragen altijd of je chocola of kaneel er bovenop wilt hebben. Halverwege de middag vinden we een plekje op een superdeluxe camping midden in Napier.We bekijken in een uur de Art-Deco binnenstad. Best leuk, maar we hebben er even genoeg van. We eten een overheerlijke porterhouse steak met bearnaise saus van de barbeque, gebakken aardappeltjes en caesar salad en genieten van een insectenvrije warme avond (oh, wat is kamperen toch primitief!). Toch wat ongemakkelijk aanhikkend tegen het einde van de reis en het moeten plannen van de laatste dagen, besluiten we rigoureus wat onverwachts te doen. In plaats van de gebruikelijke toeristentripjes naar de Jan-van-Gent kolonie en de wijngaarden, gaan we de East Cape ‘ronden’ (vind ik zo’n mooie schippersterm). De Pacific High Way is een schitterende kustweg langs de oostkust en erg mooi schijn te zijn. De volgende dag staan we vroeg op en gaan op pad. De omgeving na Napier en langs Gisborne is prachtig. ’s Morgens hangen de wolken zo laag dat je er bovenop kijkt. We komen langs een meer vol met zwarte zwanen, magisch. Onze keuze is de moeite waard en we arriveren aan het begin van de middag in Tolaga Bay. Het regent zachtjes, volgens de campingbaas een ‘heavy’dew’. We luchen met zelfgemaakte tonijnsalade en witte wijn in de keuken. Het regent wel, maar het is broeierig warm. We lopen een wandeling naar Cooks Cove. Hier kwam Cook in 1769 aan wal om zijn schip te bevoorraden. Over steile heuvels heen met een exotische begroeiing van varens, cabbage trees en Pohutukawa’s lopen we tussen de schapen en koeien. De kust is ruig en we zijn alleen, dit maakt het bezoek aan deze plek nog meer bijzonder. Het miezert nog steeds, dus eten we ons diner in de keuken. Als het even droog is, drinken we koffie op het strand (achter onze tent). De volgende ochtend pakken we een kleddernatte tent in en rijden door een mistroostig landschap verder. Het land is ruig, ontoegankelijk en leeg. De piepklein dorpjes waar we doorheenkomen worden bevolkt door Maori’s. Onderweg niets dan schapen, koeien, wegwerkers en ellelange afrasteringen. We hebben zin in cappucino, maar 150 km lang kunnen we niets krijgen. Als we de kaap ‘gerond’ hebben en aan de noordkant in Waihau beach aankomen schijnt de zon en vinden we heerlijk cappucino en..jawel…carrot cake. De kust is compleet anders, maar nog steeds mooi. We hadden gedacht deze 300 km lange tocht in etappes te doen, maar het lijkt erop dat we vandaag nog makkelijk Whakatane kunnen halen. Onderweg hadden we al gebeld met Dolphins Down Under en een plekje gereserveerd voor het dolfijn zwemmen op woensdag (we blijven proberen). Dinsdag willen we naar de Tarawera Falls lopen. Omdat je door een enorm bosbouwgebied heen moet, heb je een permit nodig. Onderweg komen we enorme ‘logging-trucks’ tegen, waar je echt voor aan de kant moet. De waterval is gelukkig compleet verlaten en we lopen door een wederom indrukwekkend woud. De waterval komt uit een hoge rotswand en is het uiteinde van een ondergrondse rivier. Halverwege de wandeling zien we de rivier daadwerkelijk in de grond verdwijnen, heel bizar.

Het is zover, we gaan weer proberen met dolfijnen te zwemmen. Dit is een professionele club met een snelle boot. Op een of andere manier hebben we alletwee nog steeds het gevoel dat dit ons niet gegund wordt. Na een dik half uur glundert Joost vanaf het bovendek naar beneden dat er dolfijnen in zicht zijn. We varen een kwartier met de groep mee. Het is niet te geloven, zover het oog reikt, dolfijnen, werkelijk honderden. Ik zit op het puntje van het voordek en ze springen met koppels tegelijk langs de boot omhoog, schitterend. De eerste groep van zo’n 6 mensen mag het water in en Joost zit er bij. Na een minuut moet de groep weer uit het water, de boot blijkt stuurloos en de dolfijnen zijn al verder (ze zwemmen ongeloofelijk snel). Nu dat weer, we zien de bui al hangen. Na een 45 minuten is de stuurinrichting gerepareerd en door het stilliggen hangen diverse mensen kotsend overboord (ik had nog stoer verteld dat ik er nooit last van had…). We varen terug, maar komen na een half uur de groep opnieuw tegen. Omdat ze iedereen een kans willen geven, gaat de complete groep (15 man?) tegelijk tussen de dolfijnen te water. Ik heb zowaar een masker op met geslepen glazen en zonder snorkelervaring ga ik zwaar ademhalend ook te water. Gelijk je kop onder water en jawel, hoor, de dolfijnen zwemmen onder je door. Wat een ervaring! Joost ziet ze van dichterbij. Op de terugweg krijgt de tocht een vervelend staartje als Joost z’n rechterwijsvinger diep openhaalt aan een ventilatieopening. Hij bloedt als een rund en terug in Whakatane gaan we gelijk naar het ziekenhuis. Daar plakken ze de wond dicht met wat hechtstrips. ’s Middags rijden we naar Toon & Tracy in Tauranga. Leuk dat ze onze reisverslagen ook gelezen hebben. Nadat we de inmiddels aardig volle auto hebben uitgepakt gaan we ’s avonds heerlijk en gezellig uit eten bij Wharf Street. De volgende dag rijden we naar Karangahake Gorge en maken een wandeling. ’s Middag staan 4 wijngaarden op het programma. Na een luch bij de eerste begint de wijn al aardig te werken in de warme zon. Bij de 2e organische winery drinken we feijoa-wijn. Vervolgens bezoeken we Montana Estate en Mills Reef. Mjam, mjam, wijn maken kunnen ze hier wel. Ons valt voornamelijk de ‘ice-wine’ van Mills Reef in de smaak en de Cabernet Merlot combinatie. ’s Avonds gaan we weer voortreffelijk uit eten. 

Aan al het goede komt helaas een eind. We pakken alles in en nadat Toon Mitchell bij oma en opa heeft gedropt, rijden we met z’n vieren naar Auckland. Het is een lange rit van 2 1/2 uur en we waarderen het enorm dat we zo worden uitgezwaaid. We drinken koffie onderweg. Het inchecken en de douane duurt erg lang, dus we stappen gelijk het vliegtuig in. Toon en Tracy zwaaien nog een keer vanachter het glas. We vliegen in 9 1/2 uur naar Singapore en hebben weer stoelen bij de nooduitgang. In Singapore hangen we 3 uur rond op het vliegveld. Ook de volgende etappe van 12 1/2 uur zitten we op prima stoelen bij de nooduitgang. Op zaterdagochtend half zeven staat Jacomien (mijn moeder) al zwaaiend op ons te wachten. Het is -2 graden en we hebben ongeloofelijk zin linea recta weer terug te gaan. Nieuw-Zeeland heeft ons bevangen en het contrast met het grauwe, volle en koude Nederland is erg groot. We begrijpen nu maar al te goed, waarom duizenden Nederlanders in NZ een nieuw leven zijn begonnen: NZ is gastvrij en uitnodigend. Joost heeft onderweg al veel makelaarskrantjes bestudeerd; zo’n koloniaal wit huis met een veranda rondom en 3000 m2 met avocado’s en sinaasappelbomen………..

In Oosterhout aangekomen lijkt NZ nog aantrekkelijker; de cv heeft het begeven en het is in huis 9 graden. Voor de houtkachel bellen we de storingsdienst. Het kan verkeren.