Categorie archief: 2016 Iran Overland

Rondreis Turkije, Iran, Armenië, Georgië, Griekenland, Albanië april-juli 2016

Aftellen

Lieve familie en vrienden,

Nog krap vier weken en dan gaan we weer op stap. Dit keer rijden we in een week naar Iran. Daar wordt het al snel warm, dus daar gaan we beginnen. We zijn reuze benieuwd naar de pracht en praal van deze oeroude beschaving met naar verluid bijzonder aardig en gastvrije mensen. Als we zijn uitgekeken reizen we door naar Armenië en Georgië, om via Turkije en de Balkan weer terug te reizen naar huis. We hebben heerlijk vier maanden de tijd en geen planning! Reizen jullie mee?

Groet,

Joost & Marijke

Advertenties

Week 1: Kilometers en werelderfgoed

Zaterdag 2 april 2016 rijden we de straat uit op weg naar Iran. Even broodjes halen bij de bakker en weg zijn we! De weg door Duitsland kent veel wegwerkzaamheden en we komen rond 18 uur aan in Passau op de Oostenrijkse grens. Omdat alle campings gesloten zijn, overnachten we in een hotelletje. We drinken een lekker biertje en laten de verse asperges goed smaken. De volgende dag wordt een echte Jut-en-Jul dag. Als we op de Oostenrijks-Hongaarse grens komen, blijkt dat we het vignet niet goed opgeplakt hebben. De strenge politieagent spiegelt ons een boete voor van 300 Euro of meer als we geflitst zijn onderweg of nu 120 Euro betalen. We zijn overrompeld door onze eigen stommiteit en besluiten te betalen. Nog geen 2 uur later rijden we na een koffiepauze in een fuik van de Hongaarse politie. Ze scannen ons kenteken en geven aan dat we een vignet hebben in de verkeerde klasse. Geen praten aan, weer een boete aan de kont. Even slikken en verder!

Hongarije en vervolgens Servië zijn vooral plat, prima wegen, maar verder niet iets om opgewonden over te raken. Bij de Servische grens zien we voor het eerst kamperende vluchtelingen. Bij Novi Sad aangekomen, ontdekken we dat ook hier het “Eindhoven-syndroom” bestaat: je denkt te kunnen afslaan zoals je navigatie aangeeft, maar je blijkt op een nieuwe rondweg te zitten en kunt er niet af. Dat is dus flink omrijden. Als we de ingang van de stad gevonden hebben, is het inmiddels 18 uur2016-04-03 19.26.39 en 24 graden. Iedereen flaneert op straat en er is een gezellige kermis. We navigeren over een boulevard naar de Donau toe. De omgeving ziet er wat gribus uit, maar het Tourist Resort Ribarsko Ostrvo blijkt buitengewoon prima. De hotelkamers zitten in bungalows en we gaan even lekker op de stoep een wijntje drinken. Het restaurant heeft een schitterend uitzicht over de Donau. De gegrilde biefstuk is werkelijk geweldig.

De volgende dag weer zo’n 800 kilometers. We rijden langs Belgrado over een rondweg, maar dat is iets te veel eer voor een soms tweebaansweg met stoplichten. Als ik na de lunch het stuur overneem, komen we prompt op een smal stuk weg met veel tunnels en grote vrachtwagens. Met zweethandjes geef ik snel het stuur weer over. We passeren de Bulgaarse grens en kopen een vignet. Prompt breekt me het zweet uit dat ik weer een verkeerde klasse heb gekozen. In Bulgarije navigeren is wat lastiger want de meeste plaatsnamen staan in het Cyrillisch aangegeven (soms met de Latijnse naam eronder). We kunnen Plovdiv niet ontcijferen en rijden even verkeerd. Ook hier is de ‘rondweg’ echt een bizarre benaming voor de tweebaansweg met stoplichten en zebrapaden en kost veel tijd. Met alle moderne hulpmiddelen in de hand ontdek ik in het Bulgaarse achterland een camping. Als we voor de deur staan, worden we enthousiast toegezwaaid door de Japanse Kaiko en haar dochtertje Skie, die in British Engels een heel verhaal tegen mij afsteekt. Ik word er heel blij van. We zijn de enige gasten op een mooi groen grasveld. Matt heeft net DSC_0007resizedde nieuwe douche en toilet af. Hij is hier verzeild geraakt omdat hij Engeland zat was, heeft 7 jaar aan het huis gebouwd en is een camping begonnen om wat te verdienen. We eten wat en dan komt de 8-jarige Skie haar beloofde vioolconcert geven. Heerlijk. Ze spreekt Bulgaars, Japans en Engels en is een enorme wijsneus. Het is behoorlijk koud, maar we slapen prima in ons eigen bed.

De volgende morgen is mijn rugpijn ineens een stuk minder, schijnt de zon en is het lastig om weg te komen, want het is gezellig met ze. In 45 minuten staan we aan de Turkse grens. Dat gaat redelijk soepel en de controle in de ‘ inspection hangar’ stelt weinig voor. Direct na de grens wacht weer een ‘vignet-uitdaging’. Op de snelweg heb je er een nodig, maar bij het benzinestation word ik afgewimpeld. Gewoon doorrijden en dan de politie 50 Lira betalen. Nou, ik dacht het niet. Een aardige heer komt me achterna en vertelt in het Duits waar we ongeveer een vignet kunnen kopen. Het kost wat moeite maar ter hoogte van de tolpoort weet Joost een opgewaardeerd elektronisch vignet te kopen. Op naar Istanbul. We zien indrukwekkende hoogbouw. Het gaat maar door zo’n 75 kilometer, enorme DSC_0013resizedbebouwing, langzame file met verkopers die er gewoon tussen staan. Het kost ons 2 ½ uur. Aangezien er in Turkije erg weinig campings zijn (anders dan aan de kust) besluiten we naar de Zwarte Zee te rijden, zo’n 60 km om. Aangekomen in Akcakoca blijkt de camping vervallen. Een man stopt en vraagt ons in het Duits wat we willen. Voordat we het in de gaten hebben, belt hij in het rond en verschijnen er meer mannen. We mogen er wel staan, maar er blijken geen voorzieningen. Uiteindelijk eindigen we tegenover, naast een restaurant, waar we heerlijk gebakken vis eten. Voor het kamperen hoeven we niets te betalen en we mogen het toilet in het hotel ernaast gebruiken. Bijzonder gastvrij. ’s Nachts is het maar een paar graden.

Na 4 dagen en ruim 3000 kilometer besluiten we een omweg te maken naar Cappadocië. We staan om half zeven op, nemen een lekkere cappuccino bij de Shell, kopen ekmek bij een bakkertje en slaan eten in in een prachtige supermarkt. Ineens krijgen we een vakantiegevoel! Als we dan einde van de middag ook nog door het wonderlijke landschap Göreme binnenrijden en aankomen bij een heerlijke camping met 25 graden en zon is de dag helemaal geslaagd. Eigenaar Jussef is bijzonder vriendelijk en legt me uit wat we allemaal kunnen doen in de omgeving. We staan helemaal alleen met prachtig uitzicht. De volgende dag2016-04-06 16.45.55 doen we heel rustiDSC_0051resizedg aan en lopen einde van de ochtend naar het Göreme Openluchtmuseum, werelderfgoed met uit de rotsen uitgehakt
e kerken. Na de lunch en wat gelummel komt een oude Landrover aangereden met een jong Duits stel, net terug uit Iran en Oman. Gezellig kletsen we enkele uren en wisselen informatie uit. Vrijdag rijden we een rondrit langs diverse rotsformaties in de buurt.

Zaterdag rijden we richting Iraanse grens en we hopen er zondag over te gaan met als doel Tabriz. Geen idee hoe het internetten daar gaat, maar mocht het stil blijven, geen paniek!

Liefs, Marijke & Joost

Week 2: een karrevracht lieve mensen

Vanuit Cappadocië rijden we op zaterdag 9 april richting het oosten van Turkije. We steken diverse hoge passen over (2000 mt), het is koud en er ligt sneeuw langs de weg. De wegen zijn prima, op enkele stukken na, en er zijn ongelofelijk veel benzinestations. In Erzürüm stoppen we bij een grote Carrefour om in te slaan. Het komt met bakken uit de hemel. We rijden door totdat de weg en het zicht wel erg slecht worden (ter hoogte van Horasan). Ik zie ergens een lichtje boven de weg en we slaan af. Op een erf zien we enkele huizen en we bellen aan om te vragen of we er mogen staan. Ik heb mijn woordenboekje al klaar, maar de man toont een grote grijns en zegt: “English? No problem!” Zijn Engels is niet veel meer, maar zijn gastvrijheid des te groter. We moeten eerst binnenkomen en krijgen in een hele warme kamer thee. Communiceren gaat zo zo, maar dat mag de pret niet drukken. Na een uurtje trekken we ons terug en eten nog wat kaas met brood. Het is koud, maar we slapen uitstekend. ’s Ochtends krijgen we twee gekookte eitjes, zo aardig. Onderweg rijden we een dorpje in om een brood te kopen. Dat duurt een half uur, want na het afrekenen moeten we toch echt thee blijven drinken! Op naar de Iraanse grens en de hoofddoek om. Bij de grens valt het echt reuze mee. De eerste Iraanse controle grijpt in de dropjes en ruikt eraan; van de Chocotoffs in het dashboard kastje wil hij er wel een paar hebben. Verderop worden we op sleeptouw genomen door een meneer. Het is niet goed in te schatten wie nu wel en niet bij de officiële beambten horen, want ze dragen geen uniform. We worden naar een aparte ruimte geleid met comfortabele fauteuils en een uitstekend Engels sprekende jonge dame vult voor ons alle formulieren in. We krijgen folders mee en vragen haar naar verzekering en geld wisselen. Nu de Carnet de Passage, dat is een wat schimmiger proces, maar een helper van het mannetje haalt alle krabbels en stempels voor ons. Iemand duidelijk hoger in rang wil nog in de auto kijken, maar vindt het een prachtig apparaat en ook dat gaat vlot. Iedereen wenst ons “Welcome to Iran!”. Nu nog geld wisselen en een verzekering. Vlak voordat je het terrein afgaat, moet je het Carnet met een verzekering kunnen overleggen. In een apart kantoor van Iran Insurance kopen we voor 100 Euro een maand verzekering. Kan zeker goedkoper, maar dan moet je eerst lopend het terrein af en we laten de auto liever niet alleen. We betalen het mannetje 20 Euro. Geld wisselen verloopt nog wat knullig. Met een uur zijn we in Iran! Op naar Tabriz.

Vanwege het tijdsverschil is het ineens veel later en we proberen door de grote stad Tabriz te navigeren naar een park waar we weten dat je mag kamperen. Onderweg zien we ook winkels met felgekleurde tentjes. Het verkeer is heftig, maar we komen uiteindelijk toch aan bij El Goli Park, met dank aan onze ‘good old’ GPS. Het is er gezellig druk en we parkeren bij de toiletten in de buurt. De auto trekt enorme aandacht en wordt van alle kanten gefotografeerd. Ook stelletjes maken een selfie met de Hilux op de achtergrond of met ons. Menigeen maakt een praatje, al blijft het vaak bij: ‘Hello, how are you” en “welcome to my country” (en dan wat verlegen gegiechel). Het voelt heel goed en we voelen ons welkom en veilig, geweldig. We worden ook bij mensen thuis uitgenodigd en mensen vragen of we wat nodig hebben, maar na zo’n lange dag is het wel best. Als we beginnen met koken horen we: “Hello, anybody home?” Martin reist twee jaar alleen in een Landrover en blijkt een enorme kletser. Na het eten drinken we koffie en kletsen, al worden we regelmatig onderbroken door bezoekers. Een jonge vent vertelt Joost openhartig hoe hij over de regering denkt. Hij is erg pessimistisch over de toekomst. Zijn tweelingbroer vertelt me dat ze na het studeren eerst het leger in moeten en daarna pas buiten Iran mogen reizen, maar daar hebben ze geen geld voor. Feesten doen ze graag, maar ook dat is beperkt vanwege hun budget. Werk is er weinig. Het is koud en we duiken ons bed in. De smartphones blijven klikken buiten en helaas blijven er naast ons jongelui in hun verlaagde pick-ups slapen….de hele nacht met de motor aan.

Na een onrustige nacht en een ontbijtje op de stoep met toeschouwers, gaan we in een taxi met Martin in zijn Landy achter ons aan naar de Bazaar. De Bazaar van Tabriz is enorm en Werelderfgoed, maar kan ons niet echt bekoren. Tijdens onze zwerftocht komen we een prima Engels sprekende jongeman tegen. Perfect moment om eens te vragen hoe je 1 t/m 10 schrijft in het Perzisch want we kunnen de prijskaartjes niet lezen. We vragen gelijk wat een taxi zou moeten kosten naar El Goli, want de taxi probeerde ons 300.000 Rial afhandig te maken en dat is te veel (100.000 Rial=10.000 Toman= ong. 3 euro). Weer wat geleerd. We nemen afscheid van Martin en lopen nog wat rond. Inmiddels regent het enorm en gaan we op zoek naar een Iraanse sim-kaart. Het mooie is als je ergens gaat vragen en ze spreken geen Engels, dan halen ze iemand of brengen je naar de juiste plek. Zo komen we in een postkantoortje (is voor ons echt niet te herkennen) en een jonge vent helpt ons aan een sim om te kunnen internetten, vooral voor Google Maps in geval van nood (helaas werkt die niet echt goed). We gaan op de gok ergens wat eten. De man laat ons zijn enige gerecht zien dat flinke staat te pruttelen (kikkererwten, tomaten, lamsvlees, vet en aardappel) en we eten er lavash bij (een lange dunne lap brood) en een colaatje. We gaan naar de tourist information en wisselen daar wat geld tegen een goede koers. We besluiten naar Kandovan te gaan. Kandovan is een soort klein Cappadocië. Als we hoog in de bergen aankomen, is het koud en het regent. We bekijken de rotswoningen en besluiten bij het hotel te vragen of we op de parkeerplaats mogen staan. Ze overleggen even en als we zeggen dat we in het restaurant willen eten, mag het en we mogen ook het toilet gebruiken. De auto wordt uitgebreid bekeken. Even later ontdek ik dat het een erg chic hotel is (volgens LP $340 per nacht, maar dat betaalt waarschijnlijk niemand). Een bus met mensen uit Hong Kong en Singapore stroomt leeg en ook die willen de auto wel zien en een praatje maken, grappig. Ook drie Iraans-Amerikaanse dames kirren er op los. We eten heerlijk in het restaurant en de manager komt ons een hand geven. Joost bestelt dizi en dat blijkt exact hetzelfde te zijn als wat we ‘s middags gegeten hebben (maar dan andere kwaliteit). Nu krijgt hij er wel een stamper bij om het fijn te stampen, want dat hoort zo. Achter ons wordt een mooie taart en bloemen aan tafel gebracht bij een stelletje. Ze nodigen ons uit om ook een stukje te eten. Zij vertelt ons dat het vooral voor vrouwen lastig is om aan werk te komen, zeker als je kunst gestudeerd hebt. Ze heeft een studieschuld van 20 miljoen Rial (=600 Euro) ook nog. Ze willen geen bruiloft maar het geld benutten o te reizen in Europa. Ai, een visum wordt lastig en ook het budget. We geven ze de website van AirBNB en onze gegevens, mochten ze naar NL komen.

Dinsdag 12/4 doen we eerst de kachel aan voordat we uit bed stappen! We rijden terug langs Tabriz en onderweg stoppen we voor warm brood bij een leuk bakkertje. Tanken gaat soepel, al heb je er een pasje voor nodig die je leent of van het pompstation zelf of van een vrachtwagenchauffeur. Je betaal de dubbele prijs van wat de vrachtwagens betalen (=16 Eurocent/liter) en de helft daarvan gaat bij iemand in de pocket; win-win. In Soltaniyeh bezoeken we het Oljeitu mausoleum (werelderfgoed), dat nog steeds in restauratie is. De toegang is 200.000 Rial (6 Euro!). Oljeitu wilde er de resten van Mohammeds schoonzoon in begraven zodat het een tweede Mecca zou worden, maar die kreeg ‘ie niet. Nu ligt hij er zelf. Indrukwekkend bouwwerk. We rijden door tot we vlak voor Buein een verlaten parkeerterrein vinden om te staan. Helaas worden we ‘s nachts wakker gemaakt door een bewaker en politieagent, maar ze laten ons met rust. Voortaan toch even vragen. De man zwaait ons de volgende morgen vriendelijk gedag.

Op weg naar Kashan rijden we over een tolweg. Als we aankomen bij een van de tolpoortjes met geld in de hand, krijgen we een grote grijns terug: “Hello, mister! Where are you from? Welcome to Iran!” en mogen doorrijden zonder te betalen. Na de middag komen we in gemoedelijk Kashan aan. Laagbouw en wegen met bomen erlangs. We rijden naar Eshan Guesthouse en mogen tot onze verrassing in de steeg kamperen en van de faciliteiten gebruik maken. De receptie kan de auto in de gaten houden met een camera. Het zonnetje schijnt en we relaxen in de mooi patio van het oude huis. De wifi valt tegen, net als alle Internet pogingen die we doen. Er is zoveel geblokkeerd! Ook onze weblog en tracker dus…. Eind van de middag gaan we door de gezellige bazaar. Veel mensen die een praatje maken. Het komt weer met bakken uit de hemel. We eten in het guesthouse traditionele barley soup en een stoof van sperziebonen, lamsvlees en wortel. Prima. En dan heerlijk douchen na 4 dagen!!! We kijken een aflevering van The Bridge 3 en slapen als een os in ons steegje.

Donderdag snuiven we cultuur. Na een ontbijtje in het hotel met traditioneel lavash brood, roomkaas en eieren, gaan we op weg naar de highlights. Althans, nadat we eerst vragen van enkele langslopende Iraniërs en toeristen beantwoord hebben en weer op de foto gaan. Eerst een mooi moskeecomplex (Agha Borzog), waar ik een praatje aanknoop met een architect studente. Daarna lopend naar enkele oude huizen waar Kashan om beroemd is. Prachtige architectuur en het is er druk met Iraanse toeristen. In het Abbassian House loopt een schoolreisje meisjes uit Teheran rond. Pubers die het wel grappig vinden om met me te praten en op de foto te gaan. De zwarte chadors verhullen strakke spijkerbroeken. We lunchen in het bijbehorende restaurant en daar hebben ze zowaar prima wifi! We eten zittend op lage banken bedekt met tapijten. Dan naar Tabatabei House, een schitterende huis met mooi stucwerk en vervolgens naar een oude Hamman (Sultan Mir Ahmad). Als we terug naar de auto lopen komen we de enthousiaste heer op de fiets weer tegen. Hij spreekt keurig Engels en vertelt ons dat hij alle toeristen aanspreekt om zijn intellect op peil te houden, tegen de Alzheimer en bovendien vliegt dan de tijd, want hij is gepensioneerd. Geweldig.

’s Middags sorteer ik de foto’s en upload ze (verkleind) naar Google. We gaan nog een keer naar de bazaar om geld te wisselen. Joost raakt aan de praat en ze bevelen ons aan weer in het Abbassian house te gaan eten. Daar eten we heerlijk kebab met een alcoholvrij citroenbiertje. Op de terugweg is een bakker druk lavash aan het bakken. Als Joost aangeeft geen brood te willen, maakt hij er een met een hart! Goud. Als we bij het guesthouse willen afrekenen voor gebruik van douche en toilet hoeven we niets te betalen! Wat een gastvrijheid. Als we de satelliettelefoon wat langer laten aanstaan komen de berichtjes van Jaap en Willem wel aan. Gelukkig, hij doet het.

Vrijdag 15/4 is het heerlijk weer. Onderweg spot ik een luxe supermarkt, splinternieuw zonder prijzen. Daar slaan we in, inclusief kip (uit Duitsland volgens de slager). Dan rijden we langs een bakkertje waar veel mensen in de rij staan. Een belevenis om te zien hoe dat gaat. Als je je brood meekrijgt is het erg heet en borstel je er eerst de steentjes van af. Wel superlekker (Sangak, de koning onder Iraanse broden, dik met kuiltjes en sesam). De Sialk Hills laten we voor wat ze zijn, geen zin in opgravingen. Vervolgens kost het ons flink moeite om Fin Garden te vinden. Het is er erg druk (vrijdag is zondag hier) met families. Het is een Perzische tuin (werelderfgoed) maar vooral het tuin gedeelte is niet indrukwekkend (ongemaaid gras met viooltjes). Daarna via Na’in naar Anarak aan de rand van de Dasht-e Kavir, de woestijn van centraal Iran. Geen klassieke woestijn met zandheuvels, maar grote lege vlaktes met gravel en rotsgebergten, prachtig. Veel beschutting is er niet voor de harde wind en regen en dus gaan we in Anarak achter een wegrestaurant staan, waar ook lange afstandsbussen stoppen. Er is ook een ‘camping’ = overdekte betonnen platen waar je een tent op kunt zetten (hebben we vaker in parken gezien). We vragen de garage-eigenaar ernaast en die vindt het prima. Direct komt een snelle jonge man in het Engels vragen of we iets nodig hebben. Eshan komt uit Isfahan en als we daar zijn, moeten we hem maar bellen en we krijgen zijn nummer. Zo doen ze dat hier. Hij vindt het ook maar raar weer voor de woestijn: 16 graden en regen.

In primitieve omstandigheden voel ik me uitgedaagd, dus we eten kip met ui, paprika en babi pangang-saus, wortelsalade en warm Sangak brood erbij. Daarna kijken we de 3 laatste afleveringen van The Bridge en gaan pas om half 1 slapen. We slapen weer als een roos; het is goed rustig. De volgende dag rijden we via Garmeh. Prachtig rotslandschap. We vinden een mooie lunchplek en besluiten na Garmeh nog verder te rijden. Vlak na Robat-e Posht-e Badam vinden we een prachtig plekje in de wildernis. Het is er oorverdovend stil en we zien helemaal niemand. De volgende dag op naar Kerman.

Lieve mensen, excuses voor het lange verhaal, maar dit is werkelijk een prachtig land, prima te bereizen en je maakt iedere dag weer wat nieuws mee!

Khodahafez,

Marijke

Week 3: waanzinnige woestijnen

Zondag 17 april rijden we vanaf onze wildkampeerplek door een prachtige afwisselend landschap van de Dasht-e Kavir woestijn vol met kleurige rotsen, lege vlakten en knalgroene oasedorpjes. Zelfs de witte weggetjes op de kaar zijn geasfalteerd. Plaatsnamen hebben niet altijd dezelfde spelling als op de (GPS-)kaart, dat maakt het wel verrassend. Als we meerdere keren worden aangehouden door de politie kost dat alleen maar wat tijd. Ze willen onze papieren zien en het liefst een kopietje van ons paspoort. Die hebben we dus bij ons voortaan. Ze zijn reuze aardig verder. Onderweg zijn altijd wel winkeltjes te vinden voor brood, melk, fruit en groenten, hoewel nooit allemaal in 1 winkel!

We vinden met de GPS het Akhavan hotel in Kerman, waar we weten dat je op de parkeerplaats mag kamperen (10 Euro). Als we aankomen staat er een ouder Zwitsers echtpaar in een Landcruiser 60-serie (www.worldrecordtour.com ). Ze reizen al 30 jaar (!). De auto is een grote bende en iedere avond verbouwen ze de boel om erin te kunnen slapen. Op dit moment is hun grootste probleem: “a lack of interesting destinations”. Tja, wat wil je, de lijst met landennamen op de zijkant van de auto is enorm; ze hebben alles al gezien. We mogen in een hotelkamer douchen en lopen daarna de stad in. Wat gelijk opvat is dat de lucht heel droog is en er hangt smog boven de stad. De winkels zien er welvarend uit en de stoepen zijn netjes betegeld (in verhouding dan, hè). Bij een bakkertje kopen we een doos met fantastische koekjes. Dàt hadden we beter niet kunnen doen; veel te lekker! De volgende ochtend doen we braaf (yoga-_oefeningen buiten op een matje (ja, ja, met hoofddoek…). De achterburen kijken nieuwsgierig uit het raam; ik zwaai dan maar. We lopen ons die dag suf, goed voor mijn rug die weer opspeelt. Onderweg bestellen we, met hulp van een aardige meneer, een broodje hamburger met ons (inmiddels) favoriete drankje alcoholvrij citroenbier (ook verkrijgbaar van Bavaria Holland). In de bazaar doen we boodschappen en we denken sneller te zijn met een taxi; mis. Kerman is nagenoeg eenrichtingverkeer en de rit met de taxi wordt een onnavolgbaar spektakel van tegen het verkeer inrijden en dwars oversteken onder luid getoeter. De Iraniërs zijn zeer beleefd en attent, maar in de auto ondergaan ze een metamorfose. Heel normaal om een stuk achteruit te rijden op de snelweg, dwars over te steken, waarbij je verwacht dat iedereen stopt, rechtuit blijven rijden beheersen ze niet en voetgangers zijn loslopend wild. Spiegels en richtingaanwijzers kunnen worden gedemonteerd….

Restaurants zijn hier moeilijk te vinden, dus eten we weer in het hotel. We krijgen een proeverij van gerechten voorgeschoteld en deze keer ook fesenjun, een feestelijk gerecht van kip met een saus van walnoten en granaatappel. Zooooo lekker!

Dinsdag 19 april staan we klaar om te vertrekken als we worden aangesproken door een Colombiaan! Hij reist met zijn vrouw in chronologische volgorde de landen af die belangrijk waren voor de geschiedenis om zo “ say goodbye to the world” . Mesopotamië (Irak) was niet mogelijk, dus Perzië is nu aan de beurt, volgend jaar Egypte en dan Turkije, Griekenland en Rome. Hij is er op tijd bij, zal ik maar zeggen, want zo oud is hij nog helemaal niet. We rijden naar Mahan en bekijken een mausoleum (in chador=laken). Op weg naar de Prince’s garden komt Farad naast ons rijden en roept naar Joost waar we vandaan komen en wat we willen. Hij rijdt wel even voorop. Zonder hem hadden we de tuin echt niet gevonden. Hij spreekt goed Engels en we moeten toch echt in zijn witgoedzaak langskomen. De Prince’s garden is prachtig en als we weg willen, moeten we toch echt even praten met een jonge Iraniër die in Rotterdam is geweest. Hij heeft rondgereisd op een olietanker, maar vanwege de sancties nu niet meer. Zijn vrouw is prachtig en erg elegant gekleed. Door de bergen rijden we naar het oosten de Dasht-e Lut woestijn in.

We dalen in hoogte van 1700 naar 300 meter en de temperatuur stijgt van 23 naar 32 graden. Het landschap wordt leeg met rotsformaties, we zijn in de Kaluts! We laten de banden af en rijden richting een waypoint in de woestijn. Het oppervlak is zoutachtig en keihard. We durven niet te ver omdat we maar alleen zijn. We vinden een prachtige plek, waar het wel hard waait (en de hele nacht blijft waaien). Wat een schitterend landschap, hoog op onze wishlist! Het koelt goed af en wordt muisstil; waanzinnig. De volgende ochtend maak ik om 6 uur wat foto’s uit het dakluik met prachtig licht. Voor het ontbijt rijden we nog wat verder naar prachtige rotsformaties. Terug bij de weg de hoofddoek en tuniek weer aan en Joost zijn lange broek.

Richting Yazd gaan we en bij Rafsanjan binnendoor. Engels verdwijnt van de borden en we moeten de weg vragen. We vinden een prima plek in de bergen. De hoeveelheid vliegen laat zich verklaren als er na een uurtje zo’n 300 schapen, een herder, 4 honden en een pakezel voorbij komen. Het waait ’s nachts loeihard. Donderdag Komen we iets na de middag aan bij het Silk Road Hotel midden in Yazd. We mogen op de parkeerplaats kamperen en de douche gebruiken. We douchen direct en eten er een heerlijke curry, weer eens wat anders. We lopen een rondje door de prachtige adobe komen we er achter dat bijna alles dicht is omdat vrijdag hier een zondag is. We bezoeken de plekken die wel open zijn Eerst het watermuseum waar te zien is hoe ondergrondse waterkanalen de stad voorzien van water. Dan naar de Zoroastrische vuurtempel, waar een menigte mensen zich verdringt om een vlam te zien die al 1500 jaar brandt. Het geloof wordt het duidelijk uitgelegd, dat is wel boeiend. Daarna nog naar de tuin van Dolat Abat, maar afgezien van de windtoren die van onderen te bekijken is, vinden we het niet zo bijzonder. Na 8 km lopen in de hitte komen we bij in het hotel. ’s Nachts wordt een onrustige nacht omdat ze het idiote idee hebben opgevat met een enorme graafmachine enkele uren het braakliggende terrein naast de parkeerplek uit te graven; een luiddruchtig plan!

Zaterdagochtend maken we kennis met de Nederlandse Maria en haar Iraanse man Said. Heel gezellig. Daarna rijden we richting Shiraz en stoppen bij Pasargadae. Daar heeft Cyrus de Grote een fort gebouwd en hij ligt er begraven. Cyrus was een bijzonder barmhartig zo’n 550 voor Chr. En ook al stierf hij op zijn dertigste, zijn rijk strekte zich uit van Turkije tot Egypte. Als je het verhaal kent, krijgen de stenen betekenis! Einde van de middag rijden we op goed geluk het land in en vinden een heerlijk kampeerplekje tussen de wilde notenbomen. Alleen een herder komt in de verte voorbij. Morgen naar Persepolis!

We zien een heleboel in korte tijd en daar genieten we enorm van. Dankzij broer Klaas kunnen jullie meelezen want zelf uploaden kan ik deze verhaaltjes niet. Bedankt voor al jullie lieve reacties. Ik hoop dat jullie er ook wat van genieten!

Liefs,

Marijke

Week 4: Lost Paradise & the art of living

Zondag 24 april zijn we op tijd in Persepolis. Dit is hèt hoogtepunt van Iran voor geschiedenisliefhebbers. Opvolgers van Cyrus de Grote hebben gedurende 150 jaar (zeg maar rond 600 v. Chr.) een enorm paleis gebouwd met prachtig versierde trappen en zuilen. De overblijfselen zijn al indrukwekkend, laat staan het oorspronkelijke complex. Een animatie laat zien hoe de pracht en praal eruit heeft gezien met veel goud en vooral groots. Normaal zijn we niet zo van de stenen, maar dit is andere klasse. Indrukwekkend.

iran_23iran_24iran_25

We rijden door naar Shiraz en daar gaan we op zoek naar een hotelletje, omdat we graag willen douchen. Park Saadi Hotel heeft een parkeerterrein, maar zit helaas vol. De manager komt erbij en biedt ons een ‘wat mindere’ kamer aan voor 60 Euro. Veel geld voor een twijfelaar, maar de douche is geweldig. We lopen de stad in en eten een heerlijke kebab als lunch en krijgen daarna op straat spontaan een Iraans ijsje aangeboden. Dat is nogal stroperig, maar erg lekker! We dolen wat door de erg gezellige bazaar. Het leuke is dat je in Iran niet lastig wordt gevallen in de bazaar, je kunt heerlijk snuffelen; het lijkt wel of ze je niets willen verkopen! Als je enigszins twijfelt, gaan ze een ander helpen en het kost zelfs wat moeite om 6 placemats af te rekenen. Op de terugweg naar het hotel krijgen we eerst een brood aangeboden van een voorbijganger en vervolgens een brood bij een bakkertje. “Geven” hebben Iraniërs tot kunst verheven, hoewel de islam ook voorschrijft dat je een deel van je bezit weggeeft. We krijgen dus regelmatig kleinigheden aangeboden en overal langs de straten, soms iedere 50 meter, zelfs tot in de woestijn, staan blauw-gele collectebussen. Het effect is dat je je echt te gast voelt en nogal geconfronteerd wordt met je eigen (gebrek aan) vrijgevigheid.

Bij het hotel ontmoeten we een Duits stel dat met een kleine camper kampeert naast het hotel (voor 30 Euro!!). We raken aan de praat en vervolgen de gezelligheid in een coffeeshop waar ze goede wifi en lekker eten hebben.

Maandagochtend gaan we naar de tombe van Hafez, een belangrijke dichter. Het is een prachtige tuin. Bij de tombe staat een peuterklasje, allemaal braaf met de handjes op het marmer van de tombe en op aangeven van de lerares zeggen ze tegelijk een versje op, heel schattig. Joost vermaakt zich daarna met een schoolklas meisjes. We komen hier opvallend vaak hele klassen met jonge kinderen tegen bij bezienswaardigheden; cultuur wordt goed bijgebracht lijkt het. In het park lopen we drie hippe jongens tegen het lijf. Als we aangeven dat we uit Holland komen, laten ze hun wiet zien. Zo, zo. Na een stevige wandeling (het is tegen de 30 graden) komen we bij het mausoleum van Shah-e Cheragh. Tot onze verbazing krijgen we een speciale gids mee van International Affairs (gratis), ik word in een chador gehesen door een giechelende dame, en we slaan steil achterover van wat we daarna te zien krijgen. Het complex is enorm, overweldigend en prachtig. Toevallig is het vandaag de sterfdag van de man en dus is er op het binnenplein een ceremonie aan de gang waarbij soldaten in een zwart gewaad zichzelf zogenaamd geselen (Joost heeft een filmpje). Ik word gekoppeld aan een vrouwelijk gids en twee andere toeristes en we gaan gescheiden van de mannen de “shrine” in. De ruimte glittert van de kleine spiegeltjes en zit vol met biddende en kletsende vrouwen. Er lopen dames rond met een plumeau en ik zie al snel dat die niet is om stof af te nemen, maar om een tik uit te delen, wanneer een hoofddoek niet goed zit (er zijn ook mannen met plumeaus hoor). Verder ziet het er allemaal heel gemoedelijk uit. We worden daarna uitgenodigd voor thee en koekjes bij International Affairs (en krijgen een speech van de Ayatollah mee). We zijn erg onder de indruk, zowel van het complex als van de gastvrijheid.

iran_30iran_31iran_32iran_33

We lunchen bij het hotel en het lukt om het verhaal van week 3 naar Klaas te sturen. Dan rijden we de stad uit richting Yasuj, op zoek naar een leuke wildplek in de Zagros bergen. Daar waar we ongeveer de grote weg af wilden, staat een bruin bord (=bezienswaardigheid) met daarop: Behesht-e Ghomsode (in Farsi)/ Lost Paradise, 85 km. Dat intrigeert ons mateloos en dus gaan we de borden achterna. Dat lukt vrij aardig en moet ook wel, want de Open Street Maps (en Lonely Planet) houden hier wel op. Een politieman verzekert ons dat we op de goede weg zijn naar het paradijs. Als we er bijna zijn, kunnen we het niet vinden en dus zoeken we een plekje om te overnachten, vreemd pal naast een enorme weg in aanbouw. De volgende dag rijden we rondjes en uiteindelijk weet een man ons uit te beelden dat het om een kloof gaat. Aha, nu weten we waar we verkeerd zijn gereden en jawel hoor, we zien een ingang met een hokje om te betalen. De spanning stijgt! Het verloren paradijs blijkt inderdaad een kloof te zijn, waar een riviertje in loopt en waar ze plek hebben gemaakt om te recreëren. Aan het einde zijn betonnen platen gemaakt om te picknicken (dat doen ze hier op een kleed op de grond) en helaas ligt er nogal wat afval, waarvan ze blijkbaar verwachten dat iemand anders het opruimt. Wat dat betreft is het paradijs inderdaad verloren! Het wemelt er van de schoolmeisjes en ik ga eindeloos op de foto. De rit erna richting Ysuj is prachtig al weten we niet precies waar we rijden. Navigatie onder het motto: Vraag niet hoe het kan, maar geniet ervan! Na Sisakht verschijnen hoge bergen met sneeuw. We vinden een wildplek op een grote vlakte naast een rivier. En inderdaad, de 3 enorme kuddes schapen en geiten die we gepasseerd zijn lopen hier meerdere rondjes langs onze auto. De herders geven Joost keurig een hand; vinden mannen hier erg belangrijk. Ze weten de kuddes goed gescheiden te houden, maar we moeten af en toe bijspringen om ze bij ons vandaan te houden. Ook de volgende morgen zijn ze al weer vroeg aan het rondrennen. Woensdag rijden we een schitterende route tot voorbij Dashtak. We picknicken bij een prachtig meer. ’s Middags bij een bakkertje mag ik absoluut niet betalen! De overnachtingsplek vinden we al vroeg naast razend riviertje aan het einde van een dorp. Heerlijk relaxen in het zonnetje en een man komt over de brug gerend om ons een handvol krijtachtige witte kussentjes te geven. Het blijkt een soort ingedroogde geitenkaas.

Donderdag rijden we de prachtige weg verder richting Chelgerd, waar we wat boodschappen doen. Dan gaan we richting Saravayed, een dorpje hoog in de bergen waarvan ik op Facebook vorig jaar een foto zag en via een Duitse de GPS-route heb gevonden op Wikiloc. Aan het begin vragen we iemand een foto van ons te nemen en prompt krijgen we 3 bollen verse knoflook (die peuteren ze hier met de hele familie uit de grond als uitje). We zien een prachtige Landcruiser BJ45 met een Iraanse uit Tehran met een gids. Ik krijg een high-five als ze mijn Facebook/Wikiloc verhaal aanhoort. De route is waanzinnig mooi. De weg erna is serieus 4×4 en we rijden sommige stukken met meters sneeuw aan weerszijde en smeltwater en modder. De filmpjes zijn indrukwekkend (ik ben niet uitgestapt voor foto’s)! Twaalf kilometer voor het dorpje is de weg drastisch beschadigd. Een shovel is bezig, maar dit vind ik te gortig; we draaien om. Richting Farsan zoeken we een autowasser, want de modder zit tot aan het dak. Bij toeval zie ik een man in de weer met een hogedrukspuit en jawel, hoor, de auto wordt zeer professioneel gewassen voor nog geen 4 Euro; zij blij, wij blij. NB: Lonely Planet is niet echt duidelijk; de weg van Farsan-Chelgerd is veel minder de moeite waard, dan die van Dashtak-Chelgerd!

Na een aantal dagen is douchen wel lekker en dus vinden we in Sharekord een prima hotel (Parsian, 65Euro grote kamer met ontbijt). De wifi is zo goed dat we na het eten prima skypen met Noor. Vrijdag is zondag hier, dus we doen het rustig aan. We rijden naar Esfahan op zoek naar een park waar we mogen kamperen. Die blijkt noordelijk van de stad te liggen (Fadak Garden, 150.000R). Hele families zitten hier gezellig aan de kebab. We lunchen en gaan daarna met de auto de stad in. We bekijken het beroemde Imam plein, het op 1 na grootste ter wereld, waar vele families in het gras een ijsje eten en bezoeken de Moskee Sheikh Lotfallah. Op de terugweg naar het park scoort Joost eindelijk een gegrilde kip. Die peuzelen we lekker op. Dan komt de bewaking met een Engelstalige gids vragen of we dichter bij de ingang komen staan ‘for your safety’. De gids blijkt bij een Frans stel te horen met een VW-bus. De Fransman zit in een rolstoel en aan zijn verhalen te horen is het een echte deugniet. In de jaren 70 met een Kever naar India en veel Afghaanse wiet roken. Hij zit aan de ouzo als we bij ze komen zitten. Het wordt een onrustig nacht, vooral met een luidruchtig weg ernaast (denk A2). Zaterdag doen we een echte toeristische dag Esfahan. We parkeren de auto tegen het centrum en lopen eerst de bazaar door en bezoeken vervolgens de Jame Moskee, waar bouwstijlen uit verschillende perioden duidelijk te zien zijn. We krijgen van een mullah in een rolstoel alletwee een zuurtje. In de bazaar lunchen we met traditionele beryani (lamsgehakt in brood). Het Chetel Sotun paleis van rond 1600 met veel fresco’s is weer eens wat anders dan blauwe tegeltjes. En natuurlijk lopen we naar de Si-o-Seh brug waar Thomas Erdbrink een aflevering van zijn documentaire aan besteed heeft. De rivier is nu wel vol met water en het mannetje met waterfietsen doet goede zaken. Grappig om dit nu in het echt te zien. In de bazaar kopen we souvenirs met inlegwerk en Joost gaat naar de kapper. Terug op de ‘camping’ zien we een Nederlandse Landcruiser staan en ‘s avonds kletsen we gezellig met Eelco en Fleur die in een jaar naar Thailand rijden, geweldig.

Dat was weer een goed gevulde en enerverende week. Nog 1 week visum te gaan! Steden hebben we genoeg gezien. We slaan Tehran over en gaan naar Alamut Valley!

 

Veel liefs,

Marijke

 

Week 5: Mooi toeval in Iran

Na alle prachtige steden willen we nog meer natuur zien. Op zondag 1 mei rijden we in een lange dag langs Tehran richting Qazvin. Regelmatig op de snelweg zwaaien en toeteren voorbijgangers en wordt het heel vermakelijk als een chauffeur al rijdend met zijn mobiel een foto van ons maakt. Ik maak er ook maar een van hem; dat kan hij wel waarderen. Na zes uur rijden we halverwege Qazvin de bergen in en vinden snel een mooie plek. We staan er nog maar net als een groep Koerdische mannen op brommers aan komt rijden. Het
duurt niet lang of ze bieden ons thee aan en we maken foto’s. Ook al verstaan we elkaar niet (al helpt Google Translate wel) we hebben 20160501_185740_resizedveel lol. Dat wordt wat minder als ze van twee andere mannen beweren dat ze gevaarlijk zijn. Ze nemen afscheid en we koken, eten en wassen af. Het wordt aardedonker. Als we net binnen zitten, komt de ‘gevaarlijk’ man weer terug en herhaalt 3 zinnen in het Farsi tegen Joost. We
begrijpen ‘m niet en hij neemt kwaaiig afscheid. Da’s niet fijn en we besluiten op te breken. Op de GPS in het donker navigeren we door Qazvin naar een ‘camp’. Met wat hulp komen we er aan, maar kamperen kan er niet (of we begrijpen elkaar niet). We mogen achter iemand aanrijden en warempel worden we naar een imamzadeh gebracht (=heilige plaats waar een afstammeling van een imam begraven ligt). We mogen binnen Serie 2-051slapen, maar maken duidelijk dat we graag voor de deur parkeren. Er zijn toiletten en het is er reuze gezellig met picknickende families op de stoep. We drinken thee bij de beheerder van de imamzadeh (ik mag zonder chador naar binnen) en kruipen daarna bij een familie op een vloerkleed om waterpijp te roken en fruit te eten. Zo gastvrij! Als we om 1.30 uur in de auto kruipen, spreidt een familie nog een kleedje uit naast onze auto. Het wordt gelukkig snel rustig en we slapen uitstekend. Het was een lange dag met een bijzonder einde!

’s Ochtends is het er heerlijk rustig, totdat er 3 schoolbussen kinderen worden uitgelaten en de leraar pal achter onze auto een toespraak houdt. Effe wachten met te voorschijn komen dus. We ontbijten op de stoep en vertrekken richting Alamut Valley. Eerst een stukje onverhard en Joost probeert met het Farsi woord voor brood ‘nun’ een aantal oudere dames aan het verstand te peuteren dat we brood willen kopen. Het is even zoeken en we vinden weer een nieuw type bakker, die het superdunne brood aan de binnenkant van een DSC_0001 serie 2-132soort tandoor plakt. Dan hoog de bergen in, boven de wolken en we dalen af naar de Op weg naar Andej, Alamut Valleyprachtig groene Alamut vallei omringd door
besneeuwde toppen. In een zijdal naar het dorpje Andej zien we ruige canyons met rode rotsen. Als we bij het dorpje op zoek gaan naar een plek rijden we een brug over en keren snel weer om als we zien dat het privé terrein is. Direct komt een Nissan-SUV achter ons aan met Mohammad Reza en zijn broer. Waar we vandaan komen en wat we zoeken? We
kunnen natuurlijk in zijn tuin staan! Geweldig, DSC_0001 serie 2-136dus we draaien weer om. De ‘tuin’ is een flink stuk grond met een prachtig rond huis op gekleurde pilaren, een struisvogelfarm en nog een aantal onafgemaakte huizen, waaronder een enorme villa met Chinees dak. Hebben we zijn cave al gezien? Nee? Hop in de auto en iets verder langs de weg laten de broers ons zien hoe ze ier een toeristische plek van willen maken met een café. Ze zijn zeer verontwaardigd dat er maar een paar regels over de Alamut Valley in de Lonely Planet staan. We beloven dat we er over zullen schrijven! Bij deze dus. We mogen toilet en (koude) douche in een huis gebruiken en we staan prinsheerlijk tussen de bomen in het zonnetje. Eind van de middag gaat het regenen en wordt het koud, dus eten we binnen en kijken een film.

De volgende ochtend roept zijn ‘worker’ dat we thee moeten komen drinken. We kijken onze ogen uit in het enorme huis; er zijn wel zitplekken voor 50 man. Naast thee krijgen we ook een ontbijtje met lavash brood en plaatselijke kaas, honing en walnoten. Mohammad Reza spreekt redelijk Engels en we komen te weten dat hij een vriend heeft in Nederland, maar dat hij zelf niet naar Nederland kan, omdat zijn vader hem uit militaire dienst heeft weten te houden (geen dienst; geen buitenland). Het blijft een beetje duister wat hij nu precie20160503_143406_resizeds doet, maar dat de familie geld heeft is wel duidelijk. Opa van 85 komt ook nog even langs en geeft mij gewoon een hand! Het ontzag van Mohammed Reza voor opa is direct voelbaar. We worden voor de lunch uitgenodigd en natuurlijk mogen we nog een nacht blijven. We rijden daarna naar Alamut Castle; een eeuwenoud kasteel, een soort ‘adelaarsnest’, heel hoog op een heuvel. Het is meer een ruïne en restauratie nemen ze met een korrel zout, maar het uitzicht is schitterend. Als we naar beneden lopen, roept iemand keihard ‘Joost, ik ben het, Bert!’. Werkelijk waar ongelofelijk, maar Joost kent Bert van zijn werk bij het AMC en heeft onze auto zien staan. Hij reist met zijn vrouw een maand door Iran. Bizar dat ze elkaar hier ontmoeten. Dan snel Serie 2-073naar de lunch met Mohammad Reza. We krijgen heerlijke rijst met bonen, verse kruidensla uit de tuin en doogh (yoghurtdrank). We nemen onze laatste plak Lindt chocolade voor hem mee en dat valt geweldig in de smaak. ’s Middags nodig hij twee Duitse toeristen uit met hun gastheer om in de tuin te lunchen. De Duitsers couchsurfen in Iran en dat schijnt wonderbaarlijk goed te gaan. Ze hebben zoveel uitnodigingen gehad, dat ze onmogelijk overal langs kunnen. Hun gastheer is een tandarts in opleiding, spreekt goed Engels en heeft een picknick van zijn moeder mee. We mogen proeven (spinazieomeletjes en een soort auberginedip) en mai, mai dat smaakt lekker! We vragen hem zijn moeder de recepten te ontfutselen.

De volgende dag hebben we zelf al ontbeten, maar de thee bij Mohammad Reza en gebakken kalkoeneieren zijn te lekker als tweede ontbijt. We hebben een kaart met DSC_0001 serie 2-141tulpenlandschap voor hem geschreven en hij is daar erg mee verguld (dat was slim dus om mee te nemen). Hij benadrukt dat we iedereen mogen laten weten, dat ze hier welkom zijn en gerust de GPS-coördinaten doorgeven (N 36°26.952 E 050°31.105). Bij deze! Dan een lange rit naar Fuman. Bij een lunchstop langs de weg komt een man aan met een bordje gewassen komkommers, tomaten en twee zakjes zout, en even later nog een meloen. Zo aardig. Langs de weg zien we veel rijstplantages en zelfs wat theevelden. Ook veel restaurantjes en theehuizen waar je in een soort hutje waterpijp kan roken. Halverwege Masuleh vragen we bij zo’n gelegenheid of we er mogen kamperen. Natuurlijk! We krijgen direct thee. Het is fris 21°, vochtig en mistig. De volgende dag vraagt hij ons 500.000 Rial voor de overnachting, belachelijk.

Masuleh is het Volendam van Iran, inclusief verklede foto’s. Het is een oud dorp dat steil tegen de bergwand is gebouwd. We zijn er vroeg, maar het is er nu al druk. Bijzonder is dat
als je op straat loopt, je op het dak van de onderbuurman loopt! We besluiten binnendoor richting Khalkhal te rijden. Het weelderige groen verandert al snel in barre kale bergen. Als we terug aan de kust zijn bij Asalem zien we weer theeplantages en theehuizen. In deze streek is het nogal rommelig in vergelijking met de rest van Iran. In Hashtpar zoeken we een coffeneet (=internetcafé) waar ik mijn verslaSerie 2-102g
upload. Super verbSerie 2-091inding en we mogen niet betalen. Op de gok rijden we naar de zee op zoek naar een slaapplaats. Er hangt een bruin bord ‘Integrated Coastal Tourist Resorts Ghorogh’, dat belooft wat! Het blijkt een groot picknickterrein te zijn met winkeltjes en ook huisjes die je kunt huren. Met taalhulp van een dame uit Tabriz mogen we er kamperen voor 50.000R (€1,30). Het is er niet bepaald schoon, maar we staan weer en aan belangstelling geen gebrek. We maken weer wat praatjes en gaan op de foto. 6/5 Vrijdag is zondag hier en als Joost naar de bakker gaat (staan we naast) krijgt hij een heerlijk met een soort notenpasta gevuld brood cadeau. Joost gaSerie 2-111at terug om met enthousiasme te laten weten dat het erg lekker is en de bakker heeft grote lol. We rijden verder langs de kust en gaan even naar de Kaspische zeekust. Het is er vies en niet bepaald
uitnodigend. Naast rijst zien we nu ook veel kiwi-plantages. Via Astana rijden we langs de grens met Azerbeidzjan en ons tegemoet komen eindeloos veel auto’s. Het is in de berm ook erg druk met picknickers. Picknicken is volkssport nummer 1 van de Iraniërs en al gauw komt nummer 2: selfies maken. Ze doen allebei ongeveer overal, ook langs de snelweg en op steile berghellingen. Als we navraag doen blijkt dat ze op hun vrije dag vanuit de stad het liefst de natuur in gaan en dan ook massaal. Na een lange rit eindigen we in Ardabil bij hotel Sabalan. Tijd voor een douche en kleren wassen! Zaterdag blijkt de wasserette pas maandag de kleren terug te kunnen geven, maar, oh toeval, een man van een taxicentrale die Engels spreekt, stopt ons in een taxi en laat ons naar een wasserij brengen. Over toeval gesproken, dat gebeurt hier iedere dag, zo ervaren wij en nog positief ook! Als ik in het hotel foto’s aan het uploaden ben raak ik in gesprek met een tanige Zwitser die van Tblisi naar Esfahan fietst. Wow, respect. We wisselen wat tips uit (www.paarios.ch). Even later komt Joost aan met Jörg en Ann, een 20160507_141038Duits stel waarvan Joost op een aanpalend terrein hun appelgroene vrachtwagentje zag staan (oh, toeval). En zo wordt een saaie dag wachten p de was, ineens reuze gezellig. We wisselen eerst verhalen uit (ze reizen in 2 jaar naar Azië, www.saltedlife.org ) en gaan daarna uitstekend lunchen in een gerestaureerde hammam. We krijgen pichag keimeh van lamsvlees, gekarameliseerde uien en amandelen, mjammie. Daarna naar IMG_0339het verrassend prachtige mausoleum van Sheikh Safi-od-Din. Als we naar buiten lopen horen Jörg en Joost gezang en gaan naar binnen. Voor Ann en ik het in de gaten hebben zitten we in een dienst waarin mensen worden bedankt die erg goed uit de Koran kunnen voorlezen. We krijgen lekkere zwarte halva en hele vieze zure yoghurtdrank aangereikt. We halen de was op, doen nog een rondje bazar en eindigen in een fastfood-tent. En zo werd het door toeval weer een leuke dag! Op zondag 8 mei rijden we een prachtige rit door groene bergen van Ardabil naar het Noorden en vinden aan een mooie plek met uitzicht om te overnachten. Een kampvuur houdt ons warm. Morgen de grens met Armenië over. We hebben genoten van Iran, de mensen, steden en natuur. Ik voelde me net de koningin, al die aandacht en de hele dag wuiven en glimlachen. We bevelen iedereen van harte aan om er eens een kijkje te nemen!

Foto’s kun je kijken op: Foto’s Iran Overland (klein formaat)

Khodahafez,

Marijke

Week 6: Van chador naar tijgerlegging

Deze week ervaren we hoe enorm de overgang van Iran naar Armenië is, ook al ligt er maar een rivier tussen. Vanaf onze kampeerplek rijden we eerst langs de grens met Ngorno-Karabach en daarna met Armenië. De grensregio is werkelijk prachtig met hoge groene en besneeuwde bergen. Als we even stoppen langs de weg, ontmoeten we Akbar. Akbar heeft een douane-bedrijfje en spreekt uitstekend Engels. Hij wil ons wel de Iraanse grens over helpen. Handig. In ruim een uur heeft hij ons langs alle Iraanse loketten en Serie 2-139handtekeningen. Er wordt ergens een fout gemaakt en dan is een fixer wel handig. Zelf kom je er dan moeilijk uit als je geen Farsi spreekt. Hij vraagt er 200.000 Rial voor (2,60 Euro). We wisselen geld en rijden dan de brug over naar Armenië. Daar spreken meer mensen Engels en is het goed duidelijk wat je allemaal moet doen. Van loketje naar loketje en weer terug; Joost legt een heel doolhof af. Dan blijkt dat ze dachten dat webij een Duitse groep motorrijders horen en een motor exporteren in plaats van een auto importeren. Een kordate dame heeft het in no time rechtgezet. Importeren kost 22.000 dram (ong. 40 Euro), de verplichte verzekering voor 1 maand kost 13.000 dram. De totale grensovergang kost ons ruim 3 uur. We zijn in Armenië! De eerste schok zijn de auto’s die we zien: Porsche, Mercedes, BMW en dikke Landcruisers. In de supermarkt in Agarak volgt een tweede schok. Er staat meer alcohol (wodka, cognac, wijn en bier) dan iets anders. Met onze pinpas komt er zomaar geld uit de muur! Het uiterlijk van de mensen is ook indrukwekkend anders. Rondbuikige heren en dames in niet al te elegante kleding (ietwat ordinair). Wat een verschil met Iran! We rijden via
Serie 2-147Serie 2-149de oostelijke weg richting Kapan, door het Arevik National Park. Het is er prachtig, de weg is best goed en we zien nauwelijks andere auto’s. Het is lastig om een vlak plekje te vinden om te overnachten. Als we even stopen voor het uitzicht, zien we een hutje met een aantal mannen die ons hevig zwaaiend uitnodigen. We gaan er op af en hebben daarna een geweldige middag! We worden neergezet, krijgen een bord voor ons neus met kippenboutjes, gebraden varkensvlees, salade, brood, gestoofd rundvlees met aardappels en natuurlijk wodka en wijn. Ze spreken geen Engels, al helpt Google Translate wel iets. Het belangrijkste is dat we elkaar willen begrijpen en dan versta je ineens veel meer. Een van de mannen is parkwacht en er staat ook een schuilhut, betaald door het WNF. Zijn broer is er ook bij. Het is een club vrienden die vandaag (9 mei) Bevrijdingsdag viert. Het is echt reuze gezellig en natuurlijk kunnen we er blijven slapen. We zetten de auto op een goeie plek (met waanzinnig uitzicht op Iran) en even later fluiten ze dat we moeten komen, ze gaan koffie zetten. Heerlijke Turkse koffie en daarna ook prima kruidenthee, die de mannen zetten van een bosje dat ze ergens uit de grond hebben getrokken; uiteraard met nog meer alcohol. Het is inmiddels echt heel koud en we treken ons terug in de auto met de verwarming aan. Dan komen ze er weer aan en hebben alle restjes eten en drank ingepakt voor ons om mee te nemen. Zo aardig. Toeterend rijden ze weg en wordt het stil.

Dinsdag 10 mei rijden we een prachtige weg richting Kapan door Nationaal Park. Er zijn weinig dorpjes en wat we zien is armoedig. Kapan zelf ademt een Sovjet-sfeer, ziet er grauw uit en de mensen ook. We vinden geen leuke plek om wat te eten en halen wat in een supermarkt. De mensen zijn niet onaardig maar vooral gereserveerd en hebben een wat norse blik, die soms breekt in een glimlach als je zwaait of gedag zegt: Bardev dzez. We nemen een witte weg binnendoor naar Tatev en dat hadden we beter niet kunnen doen. We rijden langs verlaten mijnen en scholen en de weg is meer pothole dan asfalt. Het schookt Serie 2-160en hobbelt en als het dan ook nog gaat regenen en de weg overgaat in onverhard, is het een grote modderzooi. De dorpjes zijn een sneue bedoening. Aan het einde van de ellende krijgen we uitzicht op het Tatev Klooster, een van de highlights van Armenië. We mogen staan bij een café (500 dram), en nemen eerst wat thee met iets lekker (1 Euro p.p). De wifi van de Tatev kabelbaan (Wings of Tatev, 5 km lang!) is waanzinnig goed. Eindelijk weer wat Facebook! We eten de restjes die we van de mannen hebben meegekregen en kijken binnen Penoza IV. Het is guur.

De volgende morgen staan we als eerst toeristen in het klooster (8e eeuw), dat geeft een aparte ervaring. De zon schijnt en er komt indrukwekkend gezang uit een kapelletje, waar een (huilende?) soldaat op z’n knieën voor zit te bidden. Het uitzicht over de Serie 2-179gorge is fenomenaal. We rijden door de gorge, bezoeken Satan’s bridge en een prachtig uitzichtpunt. Dan over de hoogvlakte naar het westen. We stoppen bij Zorats Karan, een soort Stonehenge, waar we hagel op ons dak krijgen. We doen boodschappen in Sisian, dat ook weer troosteloos aandoet. De wegen zijn er heel slecht, hoe houden die mensen dat hier vol? Zeker als je een dure bak hebt? Onverklaarbaar. Op de parkeerplek van een restaurant lunchenSerie 2-183we; er zitten 2 beren in een kleine kooi, gatver. Ongeveer bij Gorayk komen w rans en Eveline tegen op de fiets (www.effefietsen.eu )! Na een hoge pas met het slechte weer zitten ze er wat doorheen. Ze fietsen van Tblisi maar Esfahan; dapper! Na Vayk wordt het mooi groen en zien we steeds meer restaurantjes langs de weg. Op Internet hebben we zowaar een camping gevonden hier: Crossway. Het ziet er prima uit. Svetlana spreekt geen Engels, maar ze zijn open. We douchen heerlijk lang en gaan na het eten naar binnen (koud). Donderdag is een bewolkte dag met regen en dus gaan we naar Noravank, een prachtig klooster aan het einde van een ruige vallei. De mist draagt wel bij aan de mystiek. Naast het klooster zit een prima restaurant en als alle bussen zijn vertrokken, krijgen we een tafeltje. Het menu is simpel: khorovats (bbq). We krijgen het standaard Armeense voorgerecht: brood, wserie 3-014serie 3-019itte kaas, salade van komkommer en tomaat, en een bord verse kruiden (koriander dille, uitjes, dragon, paarse basilicum). Daarna kom het vlees; ze rijgen grote hompen varkens en lamsvlees met aardappelplakken aan grote spiesen die in een soort ondergrondse over gaan. Goudbruin, knapperig, vet en zout; just like the doctor ordered! Armeense wijn erbij en de smulmaaltijd is compleet; geweldig. Het weer is opgeknapt en dus rijden we richting Areni, het plaatselijke wijngebied. Langs de weg vinden we ‘Hin Areni’ en we worden zowat de auto uitgetrokken voor een
rondleiding. Het ziet er erg professioneel uit en de wijn heeft een typisch eigen smaak. We gaan terug naar Crossway, wel zo makkelijk (we blijven er 3 nachten).

Vrijdag 13 mei rijden we in miezerig weer naar de Yeghegis-vallei. Aangezien we veel te weinig bewegen, besluiten we de onverharde weeg naar het Tsakhatskar-klooster te lopen. Maar goed dat we niet wisten hoe steil en ver dat was! Goed voor de beentjes. Het klooster is uit de 10e eeuw en we komen alleen een Russisch stelletje tegen. Zo afgelegen en hoog in de ruige bergen, is toch wel heel mooi. Ook hier weer veel mooie gebeeldhouwde serie 3-034kruisserie 3-036stenen, zo typisch voor Armenië. In een klein dorpje zoeken we langs smalle, modderige weggetjes naar een ongewone kerk met een buitenaltaar, Surp Zorats. Voor bezienswaardigheden staan over het algemeen wel bordjes langs de weg, maar vooral als je vlak in de buurt bent, dan zoek je het maar uit, heel typisch. Op de plek zelf staan meestal keurige borden met uitleg in Armeens, Russisch en Engels, en soms ook in braille. Ook hier, op deze afgelegen plek. Daarna zoeken we het Joodse kerkhof, nog steeds een mysterie dat hier in Armenië een korte periode Joden hebben gewoond.

Zaterdag gaan we op weg naar Goght, waar een Nederlandse B&B en camping zit. De weg van Goris naar Yerevan is een belangrijke doorgaande weg, maar ook dit is een lserie 3-058appendeken van wegreparaties. We stoppen bij Khor Virap, een must-see. Het klooster ligt op de grens met Turkije met op de achtergrond de legendarische berg Ararat. Het klooster is een pelgrimsoord geworden voor Armeniërs die de berg willen zien, maar de grens niet over kunnen (de grens met Turkije is gesloten, later meer daarover). Aangezien we al meer kloosters gezien hebben, vinden we deze eigenlijk niet zo bijzonder. Bovendien beginnen we al een klooster-overdosis te ontwikkelen. Het is inmiddels bijna 30 graden. We denken eenvoudig langs Yerevan naar Garni te navigeren, maar we eindigen op een dramatisch c-weggetje, waar we ook nog in een gat knallen. Uiteindelijk vinden we de hoofdweg, maar ook die is een aaneenschakeling van potholes. Rond 15 uur arriveren we bij 3 G’s in Goght (www.campingarmenia.com) waar Sandra opgetogen de poort opendoet: ‘Oh, Nederlanders!”. De B&B en camping is werkelijk fantastisch voor elkaar; aan ieder detail is gedacht. Hier willen we graag even blijven voor een korte ‘ vakantie’. Aangezien er verder geen gasten zijn, kletsen we heerlijk in het zonnetje met een Armeens biertje erbij en serie 3-061horen het verhaal van Sandra en Marty, voormalig rozenkwekers uit De Kwakel. Ze zijn hier terecht gekomen als adviseurs van de rozenkwekerij even verderop. Marty is nu aan het werk in Kazachstan en Sandra runt de B&B. ’s Avonds maken we een lekker maaltje klaar in de prachtige keuken (met houtkachel). Er komen ook nog wat Belgische B&B gasten. Zondag is de wasdag. Twee 2016-05-15 18.59.27ladingen in de wasmachine en buiten is het zo droog. We poetsen de auto en de koelkast. Aan het einde van de middag gaan we naar de Garni Temple. Een beetje amateuristisch gerestaureerde tempel, maar wel op een prachtige plek. Daarna gaan we met een tekeningetje van Sandra op zoek naar het visrestaurant. De weg is dramatisch, maar we vinden de verzameling houten huisjes naast een flink aantal visvijvers. Zonder Engels krijgen we heerlijke gebarbecuede steur, brood, kaas, salade en wijn. Het komt met bakken uit de hemel, maar who cares? ‘Thuis’ drinken we Douwe Egberts koffie met Armeense cognac met Sandra (en Daisy, de hond). Hier houden we het wel even vol! Het was een bijzonder week. Effe bekomen van alle indrukken.

Liefs,

Marijke

Week 7: Vakantie en vette modder

Tijd voor een echte Armeens khorovats! Armenen nemen barbecuen enorm serieus en Sandra van 3G’s Camping, waar we verblijven, gaat ons laten zien hoe. ’s Ochtends gaan we eerst met haar naar de slager. Sandra raust over de wegen met gaten en vertelt ons dat ze meerdere keren per jaar haar schokbrekers vervangt. Gek, hè? De ‘slager’ is nauwelijks herkenbaar; er staat een tafel met een zeiltje en een weegschaal erop. De vrouw zwaait een grote varkenspoot tevoorschijn en hakt er met hakmes en bijl grote hompen van af. Daarna gaan de grote stukken en een met water omgespoelde afwasteil en bestrooit ze het vlees met kruiden. In een plastic zak er mee en klaar. Dan naar een supermarktje dat er onverwacht goed uitziet en prima kippenpootjes heeft. We kopen er ook wodka en bier.

 

Dan rijden we samen naar Geghard monastery, dat een echte bijzonderheid blijkt te zijn. Wat kloostermoe als we zijn, is dit toch net weer wat anders. Het klooster heeft twee verdiepingen en is vserie 3-090oor een groot deel uit de rotsen gehakt. Eromheen liggen heel veel kleine grotten waar monniken in leefden. Het maakt indruk. We lunchen wat in een weiland. ’s Avonds gooit Sandra een grote bos hout op de bbq en binnen no-time hebben we vuur. De brokken vlees rijgt Joost aan enorm metalen pennen met polakken aardappels ertussen. Salade, brood, witte kaas en verse kruiden erbij en smullen maar! Het morsige plastic kleedje en de teil met kruiden van de slager zijn ver weg. Het begint te regenen en we Facetimen met J&J onder het afdak. Dinsdag 17 mei is een luie dag. We liggen in de zon, durven het koude zwembad in, boeken een hotel in Yerevan en doen wat boodschapjes; dat was het ongeveer. ’s Avonds gaat Sandra Nederlandse installateurs halen van het vliegveld en wij passen op het huis. Het regent flink.

Woensdag de 18e nemen we afscheid van Sandra; het was een puike plek om te overnachten en erg gezellig. We gaan het rondbazuinen. We rijden op de navigatie redelijk eenvoudig dwars door Yerevan naar Hotel Hrazdan (per ongeluk zelfs onderlangs de Cascade!). We checken in en vinden een prima kamer (70€ me2016-05-18 14.39.06-6t ontbijt). We gaan direct de stad in. Het is lekker weer en kijken onze ogen uit. Yerevan is een heel ander Armenië en we drinken cappuccino met gebak. We bekijken de Cascade, een enorm gebouw dat lijkt op een waterval. Erbij staan veel moderne beelden en erin is een modern museum (Cafesijan). Het begint te regenen, dus we gaan binnendoor van bovenaf naar beneden door het museum; heel bijzonder. Daarna langs de opera naar North Avenue, een wat leegstaande poging tot een luxe winkelstraat. We zien veel buitencafe’s waar muziek gemaakt kan worden, maar het is er het weer niet naar. Hip/modern en oud-Sovjet wisselen elkaar snel af wanneer we achter Republican Square in een heel ander deel terechtkomen. Uiteindelijk belanden we bij Hans & Franz voor wat lekkere wijn en hapjes. Bij het ontbijt de volgende ochtend luide popmuziek en veel nietsdoend personeel; wat training zou hier wonderen doen. Ze zijn vooral met zichzelf bezig en dat zien we meer in winkels en restaurants (we zijn verwend). We gaan met de auto naar het Genocide monument. Er is een herdenking gaande van de genocide van de Pontische Grieken (?),

hoe dan ook indrukwekkend. Het museum bevat erg veel teksten en verrassend veel fotomateriaal van een bizar en dramatisch stuk geschiedenis waar wij nauwelijks weet van hebben. Zoveel ellende en doden, nauwelijks te bevatten (maar de foto’s spreken voor zich). Het Armeense rijk was behoorlijk groot, maar is systematisch door diverse moordpartijen en deportaties gedecimeerd. De grote boosdoener was het Ottomaanse regime (Turken, dus) en in het museum wordt er fijntjes op gewezen dat de Duisters ook nog een rol speelden. De genocide is er de oorzaak van dat de grens tussen Armenië en Turkije nog altijd gesloten is. We zijn nu toch in the mood dus door naar Mother Armenia; een waanzinnig groot standbeeld te midden van tanks en raketten. Joost parkeert even tussen de tanks. Het militair museum eronder is een aaneenschakeling van verering van Armeense militairen. Een mevrouw doet braaf voor en achter ons het licht aan en uit, maar we zijn er zo doorheen omdat er nauwelijks Engelse teksten te vinden zijn en we de portetten en uniformen al snel gezien hebben. We kopen wat broodjes in een woonwijk en eten die in een parkje op, terwijl een paar jongetjes hun Engels op ons oefenen, leuk. We zoeken Toyota Yerevan op om de olie te laten verversen. Het is een prachtige moderne garage (met een lege showroom). We worden gelijk geholpen en kunnen de vorderingen volgen op televisieschermen in de wachtruimte. We zien de monteur wel erg lang peuteren bij het linkervoorwiel en de jurist (?!), die Engels spreekt legt ons uit dat er toch wat vervangen moet worden. De auto gaat de brug weer op zodat de monteur kan demonstreren wat er mis is met de ophanging. Originele onderdelen bestellen duurt een maand, dus hij raadt ons aan andere onderdelen te monteren, maar die moeten we dan wel zelf gaan kopen in de stad, De man doet zijn uiterste best, belt rond, geeft ons de onderdelennummers en de Armeense beschrijving mee en even later zijn we op weg naar een onderdelenshop in de stad. Het verkeer is nu erg druk, maar als we er aan komen, liggen de onderdelen al klaar. Wel pech, want dezelfde onderdelen zijn vervangen voor we vertrokken en die horen na 12.000 km nog niet versleten te zijn! Snel terug naar het hotel en we laten de wijn en tapas goed smaken op een terras in de stad. ’s Avonds skypen we met Harry (uit Bolivia), broer Paul en Rob & Mir. Reuze gezellig!

Vrijdag dus terug naar Toyota om de onderdelen te laten monteren. Dat duurt wel even en dus typ ik mijn verslag in de wachtruimte met prima Wi-Fi. We ontmoeten nog een Duist stel met een Landcruiser, die een soort plateau op het dak hebben, waar ze hun tent Serie 4-017kunnen opzetten. Wat zijn wij toch luxepaarden! Daarna naar de Carrefour om lekker in te slaan en we rijden richting Sevan. Bij Hrazdan gaan we de vallei in richting Meghradzor op zoek naar een kampeerplek. Was het in Yerevan 28°, bij Hankavan is het kwik gedaald naar 9°! Uiteindelijk vinden we bij een leegstaand sanatorium een plekje. Heel rustig, maar zoals overal komen er toch weer mensen langs

Zaterdag worden we wakker met een zonnetje en rijden daarna binnendoor naar Lake Sevan. Verderop langs het meer bij Noratus denken we te picknicken, maar de zijweg is werkelijk bar en boos, dus we draaien om. Bij het klooster Hayravank krijgen we gezelschap van Sofie en Jo die op Husqvarna-motoren op weg zijn naar Mongolië (www.desinationworld.be). We wisselen gezellig tips uit. Op Facebook zie ik later dat

ze onze tip van camping 3Gs hebben opgevolgd! Het is inmiddels lekker warm. Bij Dilijan gaan we richting het Yukhtavank monastery op zoek naar een plekje. We zien er een langs de rivier maar gaan toch even verder. Twee SUV’s gaan het pad op richting het klooster en na een paar kilometer glibberen, stoppen ze en gaan lopen. Joost is in een optimistische stemming en rijdt (zonder overleg!…”je had toch nee gezegd”) in een enorm diep modderspoor. We zitten direct muurvast omdat een grote steen het uitrijden belemmert. De mensen bieden aan een tractor te gaan halen, maar we gaan het eerst zelf

proberen. Mijn portier gaat niet open en we stappen beide op blote voeten aan Joost zijn kant uit. We proberen de achterwielen uit te graven, maar de modder is erg diep. Ik zak bij het voorwiel tot mijn knie er in, jekkes. Achteruit rijden, ook over de rijplaten, werkt niet. Ook al vind ik het geen goed idee, Joost besluit om de auto er aan het enige boompje in de buurt onder een hoek uit te lieren. Het oefenen in Polen heeft gewerkt, want even later staan we, weliswaar dwars, op hardere ondergrond. De auto recht krijgen lukt niet, want die glijdt steeds weer terug in het modderspoor. Met twee sleeplinten aan elkaar en een nagenoeg afgerolde lier lukt het om de auto aan een ver gelegen boompje recht te trekken. De omstanders staan vreemd te kijken naar een dame op blote voeten in de modder met een sleepkabel in de handen: “What are you doing? You can walk to the monastery. It is very close by.” Ja, bedankt. Het klooster zien we niet en opgelucht, maar onder de modder gaan we naar het plekje aan de rivier dat we eerder gezien hadden. Joost is een uur bezig om de wielen moddervrij te krijgen. We spoelen de onderbenen en broeken in de rivier uit. Het loopt met een sisser af. Een lekker pastaatje dan maar.

Zondag vinden we in Dilijan een autowasser die grondig de auto schoonmaakt. Hij heeft zelf een prachtig Jeep met alles erop en eraan, dus snapt het wel. We rijden door naar Serie 4-033Iljevan, want daar is een winery. We zien al een lekker lunch voor ons, maar Iljevan blijkt een sneu dorp te zijn en de winery is slechts een winkel. Terug via Dilijan naar Vanadzor. We rijden door een prachtige vallei met Russische dorpen. Het wordt koud en regenachtig en de lunch wordt later en later. In Vanadzor vinden we een leuk Jazz Cafe en eten er een prima late lunch van lamsvlees met walnoten-roomsaus. Op zoek naar een slaapplaats rijden we richting de Debed vallei en de grens met Georgië. De weg is gruwelijk slecht. We komen een Jeep met caravan tegen! Hoe bedenk je het?! De vallei is steil en er zijn weinig plekjes en dus vragen we bij Hotel Arush of we er mogen staan. Hij vraagt 5000 Dram, achteraf bezien belachelijk, maar we staan weer. ’s Avonds vertrekt iedereen en gaat de deur op slot. Verwarming aan en film kijken. Morgen zien we wel weer verder! Het was een rare week van luxe vakantie en afzien met kou en modder. Op naar Georgië!

Iedereen die met ons meeleest en berichtjes heeft gestuurd, allemaal hartelijk dank daarvoor. Erg leuk voor ons om te ervaren dat we niet alleen reizen 😉

Liefs, Marijke

Week 8: Groen Georgië

Onze laatste dag in Armenië rijden we door de Debed Vallei naar het Noorden. De vallei is weelderig groen. Hier en daar wordt de weg gerepareerd. Dat gebeurt hier in 3 fasen: 1) Serie 4-036gaten uitfrezen, 2) randen prepareren en 3) gaten opvullen met asfalt. Helaas kan er nogal wat tijd zitten tussen fase 1 en 3 en dan zijn de gaten in de weg extra groot! Bij Alaverdi bezoeken we het Sanahin klooster uit de 10e eeuw. Een jongedame biedt zich aan als gids en spreekt Engels. Het klooster bij Haghpat hebben we Serie 4-041geen zin meer in en we rijden door naar de grens bij Sadakhlo. Om kwart voor twee draaien we het grensterrein op en iets meer dan een half uur laten staan we in Georgië. Aan de Armeense grens betalen we 7600 dram voor de exit. Aan de Georgische kant zijn geen kosten en heel geïnteresseerde grensbeambten. In Sadakhlo wisselen we de drams in lari en pinnen nog wat extra. Dan rijden we door Marmeuli. Een grote stad waar we per ongeluk over een drukken markt rijden. Eigenlijk willen we in een hotel overnachten o te douchen, maar we zien niet echt wat geschikts. Dan maar door richting Maglisi. We rijden door prachtig groene heuvels met erg weinig bebouwing, maar geschikte kampeerplekjes zien we ook niet. Het begint ook te regenen. Als we in Marglisi aankomen, moeten we wel even grinniken. We dachten een redelijk stadje aan te treffen met mogelijk een hotel, maar het dorp ziet er armetierig uit. Het wordt al laat, maar we rijden nog even door. Dan zien we langs de weg een kebab-restaurantje. We vragen of we wat kunnen eten en dat kan zeker, want de barbecue staat al te roken. We mogen in de ‘salon’ plaatsnemen en krijgen salade, kaas, brood, wordt en kebab. Zij is Armeense en spreekt wat Engels. Natuurlijk kunnen we achter het restaurantje overnachten, geen probleem. Heel wat auto’s en bussen stoppen op deze plek omdat er een waterbron is. Als het schemerig begint te worden, krijgen we een onprettige verrassing. Ze hebben geen stroom en dus moet de bezinegenerator aan en die staat, jawel, direct achter onze auto: stank en herrie! We verzetten de auto, maar dan staan we scheef. Als de eigenaar en het personeel vertrekt rond 10 uur, zetten we de auto weer terug. Helaas is de herrie niet afgelopen, want de hele avond hebben we blaffende honden en auto’s die langskomen.

Dinsdag 24 mei begint als een mistroostige dag. Het landschap is bar, het weer koud (10°) en regenachtig, de dorpen grauw en modderig. Bij de kebab-tent hebben we ontbijt afgeslagen en hebben het idee iets lekkers te halen bij een bakkertje. Mis. Als we Tsalka inrijden kijken we onze ogen uit. De straten zijn opgebroken, als voetganger kun je er

nauwelijks lopen en de winkels hebben erg weinig te bieden. Van armoe kopen we voorverpakte zoete croissantjes en een brood. Het hotel, waar we gisteren nog aan dachten, ziet er slecht uit. In Ninotsminda. Vlak bij de Turkse grens, ziet het er beter uit. Joost weet melk te scoren (in Armenië konden we moeilijk aan melk komen, want iedereen heeft een koe). Als we voorbij Alkhalkalaki zijn wordt de vallei mooi groen en prachtig. Bij Khertvesi staat een stoer fort op de rotsen en met dit donkere regenachtige weer, ziet het er nog mysterieuzer uit. We rijden naar het Zuiden de vallei van Vardzia in. Ook al is het weer pet, de vallei is grandioos. In de 10e eeuw zijn hier kastelen en kloosters gebouwd en in grotten uitgehakt op de meest onvoorstelbare plekken. Er verschijnen ook bordjes van guesthouses en hotels, dus die douche moet goedkomen. We rijden omhoog bij de Vani Caves, een klooster uitgehakt in de rotsen. Het weer klaart even op. We zien alleen een monnik in zwarte pij, verder zijn we alleen. De klim naar het klooster is steil en ook het klooster zelf is niet voor mensen met hoogtevrees, zoals ik. Kleine trappetjes en steile gangetjes leiden naar boven. Het witte kloostertje zelf lijkt hoog tegen de rotswand

geplakt. Ook Joost komt niet zo ver, de gaten in de rotswand zijn niet voorzien van hekjes…..Beneden in de rotswand wonen daadwerkelijk mensen; we zien een waslijn, ramen en pasgeklooft hout. Heel bijzonder. Bij Vardzia Cave Town kletsen we even met een Duitse overlander in een oranje Mercedes bus, hij had onze Exkab al gespot. Dan rijden we door naar Valodia’s Cottages. Dat blijkt een goede zet. De familie is erg ondernemend en de paar cottages zijn inmiddels aangevuld met twee gebouwen van 3 verdiepingen met hotelkamers rondom een enorme groentetuin en tomatenkas. We krijgen een prima kamer (40 Euro halfboard met superwifi), ook al moeten we wel 20 minuten de kraan laten lopen voordat het water uit de zonneboiler onze kamer heeft bereikt. We douchen lang…..Om acht uur schuiven we aan voor het diner. Het enen na het andere gerecht blijft komen en alles smaakt fantastisch en huisgemaakt. Aan de tafel naast ons zit een grote groep mannen (monteurs blijkt late) die ons witte wijn aanbieden uit een enorme plastic 6L container. Ze hebben het reuze gezellig en uiteraard komt later ook de chacha tevoorschijn. Chacha [zjazja] bevat 45 tot 55% alcohol en is echt niet te zuipen (vindt ook Joost). De mannen hier slaan het met grote hoeveelheden achterover maar vooral nadat ze staand een bloedserieuze toost hebben uitgebracht, onder aanvoering van een tostada of

toostmaster. Als ze Joost vragen om er bij te komen om te toosten, mag ik ook wel, maar ik moet wel zitten op een stoel, dat hoort zo. Er wordt met mij ook niet getoost…… Ook bij het ontbijt de volgende ochtend staat de witte wijn, begint een enkeling met een biertje en komt zelfs de chacha weer op tafel, ongelofelijk. Het werken kan blijkbaar wel even wachten. Het ontbijt is heerlijk uitgebreid. Eigenlijk willen we niet weg hier. We maken eerst een wandeling van 2 uur naar het volgende dorpje. Het is warm en de zon fel. In het dorp zelf is wandelen geen pretje: modder en koeienvlaaien. We skypen met Noor vanaf de parkeerplaats en lunchen op een prachtige plek tegenover de cave town. Even later worden we gevraagd daar weg te gaan, want er komt een enorme cameraploeg en enkele vrachtwagens met militairen voor, blijkbaar, een promofilmpje. Daarna bezoeken we Vardzia Cave Town, werelderfgoed. Het is moeilijk te beschrijven, maar in een lange

rotswand zijn in de 12e eeuw zo’n 400 kamers, 13 kerken en 25 wijnkelders uitgehakt. Er woonden zo’n 2000 monniken! Via trappen en gangenstelsels kun je er doorheen en dat is een hele belevenis. De hoogte, steile wanden en nauwe tunneltjes vind ik maar niks. Het is een ongelofelijk complex en vooral de kerk met voorportaal en fresco’s is indrukwekkend! Na een biertje op een terras, gaan we terug naar Valodia en vragen of we mogen overnachten op de parkeerplaats en mee kunnen eten. Geen probleem, geregeld. Nu is het eten ook weer heerlijk en we skypen met Esaï en Jaap, glashelder.

Donderdag hebben we een laat ontbijt en de zon schijnt heerlijk. Vanuit de cave town hebben we een klein weggetje gezien aan de overkant en die wil Joost graag rijden. De weg leidt naar Apni en is inderdaad uitdagend, maar het uitzicht werelds (zie filmpje). Bovenop rijden we over kale vlakten richting Alkhalkalaki. Daar doen we uitgebreid boodschappen op de Serie 5-030markt. Dan wilen we naar Bakuriani, een ski-oord aan een prachtige weg, zo hebben we gehoord. De weg is echt vreselijk slecht en vermoeiend en halverwegen worden we gestopt door een man die ons verteld dat de pas gesloten is. Hmmm. We draaien om en vinden een plekje vlak voor Khertvisi in de groene vallei waar we al eerder door gereden zijn. De zon schijnt inmiddels en we staan in een bloemrijk alpenweitje, onzichtbaar vanaf de weg. We zien alleen een hond en een oud mannetje dat bij Hollandia begint over de vrouw van ex-president Saakashvili, de Nederlandse Sandra Roelofs. Grappig. Ook de volgende dag schijnt de zon en ontbijten we (zoals altijd) uitgebreid met fruit en muesli. De vallei is prachtig en in Aspindza shoppen we koekjes en brood. Als we naar het Sapana klooster willen, blijkt de weg dicht. In Akhaltsikhe [agaltsigee] lopen we wat rond in het levendige centrum en bezoeken in het oude wijk het fort. Het fort is een bijzondere verzameling van Serie 5-036huizen, kerk, moskee en paleizen, maar werkelijk lachwekkend gerestaureerd. Het lijkt allemaal gloednieuw en dat slaat de plank behoorlijk mis. We zijn er snel doorheen. In een zijweg nar Abastumani zoeken we een lunchplek, maar dat vat niet mee. Abastumani Resort lijkt uit vervogen tijden met vervallen enorme statige villa’s. We besluiten net in het Borjomi-Karchauli National Park bij een visrestaurantje wat te eten. Als we de gebarbecuede forel net op het bord hebben, komt het met bakken uit de hemel, onweer en wordt het koud. Het woud is hier erg dicht en modderig en dus belanden we op een picknickplaats in Abastumani Resort. Het is nat, modderig en ’s nachts krijgen we gezelschap van 3 paarden (?!). Als we zaterdag vetrekken uit Abastumani regent het en het is koud. We rijden richting de Goderdzi pas. De weg is ruig en wordt alleen maar ruiger. Gelukkig knapt het weer op en de omgeving is schitterend. Als we boven op de pas zijn, zien we sneeuw en houten huizen. Aan de andere kant zien we zowaar een skilift! Onderweg zien we heel veel kuddes koeien die de berg op gaan begeleidt door verrassend jonge hippe herders. Op de weg zien we oude vrachtwagens met gezinnen erin en hun hele hebben en houwen (en soms ook nog koeien). Bij navraag blijkt dat dit de periode is, dat de mensen met hun kuddes naar de hoger gelegen weiden

verhuizen. Een ware koeienmigratie dus! Richting Khulo wordt de weg niet beter en we passeren een shovel die probeert de weg wat te repareren. De weg is smal en steil. In de middag begint het ongenadig te hagelen. We proberen te schuilen onder een boom, want de stenen zijn zo’n centimeter groot en knallen op de auto. Na Khulo wordt de weg beter en het weer ook. Om een plekje te vinden slaan we een zijweg in naar de Furtio Old Bridge (12e eeuw). Ernaast zien we een restaurantje waar zo te zien een groot diner gaan is buiten. We mogen op de parkeerplaats staan en al gauw worden we uitgenodigd om bij een politieman en zijn vrouw en vriend wat te drinken. Het eten dat nog op tafel staat ziet er goed uit en we krijgen witte wijn en proosten op Hollandia-Georgia friends! (meer lukt ook niet). De grote tafel buiten is gedekt voor een grote groep ouderen die elkaar kennen van

50 jaar geleden middelbare school. Als we wat te eten bestellen, ontdekken we dat er ook nog een feest aan de gang is in het aanpalende houten gebouw. Het is een groep middelbare scholieren die zojuist geslaagd zijn. De meiden zien er uitbundig uit en willen graag met ons op de foto. We worden uitgenodigd om binnen te dansen, taart te eten en uiteraard te toosten. Gezellige boel! Beduusd van alle aandacht gaan we naar bed en de herrie gaat nog lang door.

De volgende ochtend drinken we Turkse koffie met chocoladetaart met de eigenaar en vetrekken we richting de rest van de Ajara vallei en Batumi. Als we stoppen in Shuakevi hoort Joost gezang ergens vandaan komen. Een hoteleigenaar vertelt dat het een folkgroep is die aan het oefenen is. We gaan het cultureel centrum binnen en maken kennis met een jongedame die het koor leidt en prima Engels spreekt. Ze laat ons kennis maken met de directeur en neemt ons mee naar de repetitie. Blijkbaar is er morgen een folk-festival in Poti en daar wordt hard voor geoefend. De heren zingen indrukwekkend en het is een vrolijke boel, geweldig (zie filmpje). We mogen ook nog even kijken bij de dansgroep, waar tot onze 2016-05-29 13.00.38stomme verbazing ook de kokkin uit het restaurant waar we vannacht geslapen hebben, aanwezig is. Schitterend om de oudere mannen te zien dansen, maar de groep heeft nog wel wat oefening nodig! Als we doorrijden en op zoek naar een winery stoppen, ontdekken we olielekkage onder de auto. Joost trekt een overall aan en gaat aan de slag om de under-car-protection en onderuit te halen. Dan is goed te zien, dat de oliekering lekt. Direct naar Batumi dan maar. Onderweg laat Jost nog even de gasfles vullen (hier staan gasmannetjes langs te weg met een tankwagen superhandig) en ik zoek op booking.com een hotel. Batumi is een grote stad en de wijk waar het hotel in staat lijkt op een war-zone, Alle trottoirs liggen open. Hotel Family vinden is geen sinecure, want ze hebben geen uithangbord (vanwege de belasting). Na wat navragen vinden we het en we krijgen een enorme kamer met balkon en airco voor 40 Euro. We eten heerlijk aan de overkant.

Het was een weer een afwisselende week met onverwachte ontmoetingen. Morgen naar de garage en Batumi ontdekken! Over een week komen Noraly, Esaï en Naomi!

Naast foto’s heb ik nu ook filmpjes neergezet in het Album Iran Overland op: Google foto’s

Liefs,

Marijke

Week 9&10: Weg met de vooroordelen!

De eerste week Georgië was vooral groen platteland, bergen en eeuwenoude kloosters. We zijn nu in Batumi en dat is de derde stad van Georgië, aan de Zwarte Zee kust. Maandagochtend gaan we eerst naar Tegeta Motors om de lekkende kering te laten vervangen. De hoteleigenaar wil per se mee en we worden dan ook heel snel geholpen. De 2016-05-30 09.04.46auto wordt op twee draagarmen omhoog getakeld en dat ziet er wat wiebelig uit. Niemand spreekt Engels maar dat is geen probleem. Binnen een uur zit er een nieuwe kering in! Terug in het hotel prop ik alle was in de wasmachine en als we die op het balkon hebben opgehangen lopen we de stad in. De buurt van ons hotel is niet zo fraai, maar 10 minuten lopen en we staan in een moderne en verzorgde stad. Grote hotels en casino’s, Russen, Turken en Oekraïners komen hier hun geld vergokken. De huizenbouw is mooi, doet wat retro aan met fraai gedecoreerde balkonnetjes. Batumi heeft een boulevard van 6 km, met een langgerekt park er langs en een aantal moderne bouwsels zoals de Alfabet Tower (met de letters van het Georgische alfabet) en het beeld Ali & Nino (twee figuren

bestaand uit metalen platen, draaien in en uit elkaar). De zon schijnt heerlijk, dus we lopen heel wat af. De volgende ochtend wisselen we eerst flink wat Euro’s (hadden we nog over uit Iran), ontbijten bij de bakhlava shop (!), doen boodschappen en het kost ons twee uur om een WA-verzekering af te sluiten voor de auto, dankzij de informatie van Annieke en Daan (travelbugontheroad). Dan rijden we richting Mtirala (spreek uit Tirala) National Park. Mensen kregen een dromerige blik in de ogen bij het woord Tirala, dus 2016-06-01 21.23.58we zijn heel benieuwd. Eerst rijden we verkeerd, maar een parkranger belt een Engelssprekende collega en die legt me uit hoe we wel bij de goede ingang moeten komen. Heel attent. Via Chakvi komen we na een prachtige, maar ruige weg bij het visitors center. Na enig aandringen gaat het hek open en mogen we er naast staan met een bulderende rivier vlakbij (5 GEL pppn met toilet). Wat een mooie plek! ’s Avonds zijn we er helemaal alleen en Joost steekt zijn geniale bio-lite aan. Super.

Dit park heeft een dichte subtropische vegetatie met rododendrons, groener kan niet. Als we tevergeefs geprobeerd hebben brood te kopen (er is eigenlijk geen dorp, alleen wat losse huizen), eten we witte koolsalade en gaan daarna op pad. Er is een ‘easy’ rondwandeling van 6 km naar een waterval. Het is erg vochtig en warm. De wandeling gaat steil omhoog en halverwege komen we een nagenoeg uitgeputte Saudi tegen met zijn

Georgische gastheren. Ze lachen erom, maar wij snappen het wel als je uit een vlak land komt! Het bos is inderdaad enorm groen en dichtbegroeid en bij de waterval lijkt het te regenen. Naar beneden is het glibberige pad nog lastiger. Als Joost gaat betalen, zitten er 7 parkrangers te eten en te proosten en dan moet je natuurlijk meedoen! Na het eten raken we gezellig aan de praat met een Française die met haar Georgische vriend hier een weekendje kampeert. Ze wonen in Alkhatsikhe en leren boeren efficiënter zuivel produceren. We krijgen van haar een kleine gele vrucht te eten, die we niet kennen, maar erg lekker is (de smaak houdt het midden tussen appel en peer en de structuur lijkt op lychee).

Donderdag 2 juni rijden we langs de kust omhoog naar Kobuleti. Het valt niet mee om langs het strand koffie te drinken, want alles is volgebouwd en afgerasterd. Door het laagland rijden we naar Kutaisi, de 2e stad van Georgië. De toegangsweg die we nemen is een drama. Een en al kuilen en gaten, het is lachwekkend om alle auto’s en busjes dansend en laverend over de weg te zien gaan. De binnenstad ziet er leuk uit, maar we rijden door Serie 5-099de bergen in. We stoppen bij het Gelati klooster dat op een mooie locatie ligt. Het klooster zelf is niet in erg goede staat, maar heeft wat mooie kleurrijke fresco’s. We proberen of we bij een guesthouse kunnen staan, maar dat lukt niet. De omgeving is erg bebouwd en steil, dus het duurt een uur voordat we een mooie plek op een plateau hebben gevonden; toch weer gelukt. De volgende ochtend krijgen we een kudde koeien op bezoek met verse vlaai! Het zonnetje schijnt lekker bij het ontbijt. Via Kutaisi rijden we over een prachtige weg door de bergen naar Khashuri. Joost heeft zo’n last van alle beten op zijn onderbenen dat we azijn kopen bij een supermarktje, dat helpt. Na Goris volgt een echte snelweg, zodat Tbilisi snel dichterbij komt. Morgenavond komen Noor, Esaï en Naomi aan, maar we zijn nog wat te vroeg. We gaan dus de snelweg maar af op zoek naar een plek. Direct zien we het bord ‘wineroute’ staan. Dat komt mooi uit! We volgen het bord door diverse dorpjes maar zien geen wijnranken. In Mukhrani staan we ineens voor een statig hek met een enorm kasteel erachter. Het is allemaal niet heel duidelijk waar we moeten zijn, maar Chateau Mukhrani blijkt een restaurant in de kelder te hebben en natuurlijk kunnen we wijn proeven! We krijgen 4 wijnen met hapjes en laten het goed smaken (37 GEL pp!). Vooral de Superavi (dry red) en de Muscat (zoet wit) zijn erg lekker. Op de parkeerplaats worden we in het Nederlands aangesproken door een man die in Nederland heeft gewoond. Grappig. Het kost daarna maar liefst twee uur rondrijden voordat we een redelijke plek hebben gevonden. Ons idee van een lekker restaurant hebben we dan al laten varen, want we zien niks. We staan bij Lake Bazaleti en bakken maar een eitje. Zaterdag 4 juni rijden we naar Tbilisi en, zul je altijd zien, zien we iets zuidelijker heel veel restaurants langs de weg. Joost scoort een bezem met aansluiting voor een waterslang voor 7 Lari langs de kant van de weg; helemaal gelukkig. Bij Tbilisi Mall drinken we een chique cappuccino met wat lekkers en doen 2 uur lang boodschappen bij een reusachtige Carrefour (dat is inclusief wijn proeven….). Als we wegrijden belt de huiseigenaar ons, dat we kunnen komen. We navigeren door Tbilisi en komen rond half twee aan in het dorpje Tskneti, net buiten de stad. Het huis ziet er prima uit en het zwembad is vol. De eigenaar Saba neemt alle tijd om ons vanalles uit te leggen, terwijl Maya, zijn vrouw de bedden dekt. Eind van de middag eten we snel wat en vertrekken naar het vliegveld. De weg er naar toe is echt dwars door de stad, dus ik check Google Maps nog even, maar dit is echt de weg. Natuurlijk zijn we vroeg op het vliegveld en als het toestel is geland, duurt het nog lang voordat het gezelschap door de deur heen komt. Heerlijk om ze te zien en Naomi springt enthousiast in opa’s armen (ter info, Carla en Esaï hebben Joost

gevraagd als opa te fungeren, omdat beide opa’s niet meer leven; een rol die hij oppakt met veel verve!). Esaï heeft een dikke Toyota Prado (=Landcruiser) gehuurd en dat komt mooi uit. In Georgië stikt het van de dikke Landcruisers (en Hiluxen), dus dan val je niet op. Bovendien kun je er overal mee komen, ook handig. Esaï rijdt zonder moeite in het donker dwars door de stad achter ons aan. We drinken nog wat en iedereen valt tevreden in slaap in Villa Tskneti.

Zondag rommelen we wat aan en het weer laat het zelfs toe om even in het zwembad te gaan en ’s avonds lekker te barbecueën (binnen). Maandag lijkt de beste dag te worden qua weer, dus staan we op tijd op en rijden we richting Kazbegi. Kazbegi is een indrukwekkende bergregio. We stoppen eerst bij het Ananuri Fort aan een groot stuwmeer. De dames van de souvenirs zijn helemaal vertederd door Naomi (wie niet). We lopen een rondje en rijden dan door naar het monument voor de vriendschap tussen

Georgië en Rusland. Vanaf hier heb je prachtig uitzicht over de hoge bergen. Daarna eten we fantastische gegrilde kip en andere Georgische lekkernijen in het skioord Gudauri. Naomi gaat lekker tukken als we terug rijden; ze doet het geweldig voor haar 2 ½ jaar! Dinsdag is het regenweer en gaan we met Noraly op zoek naar de foodmarket in Tbilisi. We

moeten regelmatig schuilen, maar zijn onder de indruk van de stad. De markt kan echter niet tippen aan de Iraanse bazaars. ’s Avonds bollen we er op los! (en de dagen erna ook, bollen is een verslavend kaartspelletje). Woensdag gaan we om 12 uur met Noor op pad met gids Anna van Tbilisifreewalkingtour. Anna is Oekraïense en weet leuk haar eigen ervaringen met Georgië te vertellen. Georgië was enorm corrupt, maar ex-president Saakashvili heeft alle agenten in 1 keer ontslagen en een nieuw korps aangenomen met betere salarissen en status. Nu wil iedere kleine Georg of Nino agent worden. Tegelijkertijd zijn in alle dorpen en steden nieuwe politiekantoren neergezet met een glazen voorkant (voor de transparantie). Ons was inderdaad al opgevallen dat in stoffige dorpjes er altijd wel een glimmende glazen politiekantoor staat met stoere auto’s voor de deur. Ook de bureaucratie was top in de voormalige Russische republiek. Na de onafhankelijkheid is de stofkam erdoor gegaan en Anna vertelt enthousiast hoe gemakkelijk ze hier een eigen bedrijf heeft, via e-mail met de belasting communiceert en erg weinig hoeft aan te tonen. Onze douaneprocedure was inderdaad ook opvallend eenvoudig. Ook qua veiligheid is Georgië geweldig, haar verloren portemonnee lag met alles erin bij de politie te wachten. En dan te bedenken welke vooroordelen we hadden over Georgië! Ter illustratie, een vriend van Esaï belt en merkt op, als hij hoort dat Esaï in Georgië is: ‘Ben je wapens aan het kopen?’ Afijn, Anna laat ons ook diverse kerken zien (en ruiken): katholiek, orthodox,

synagoge en moskee om ons de verschillen te laten ervaren. Erg leuk. Van het oude Tbilisi loopt een prachtig moderne voetgangersbrug naar de overkant. Daar nemen we de kabelbaan naar boven (1 Lari=40 cent). Vanaf het fort hebben we een magnifiek uitzicht over deze prachtige stad met zowel moderne als oude architectuur. Daarna lopen we langs een waterval (in de stad!!) en oude badhuizen terug naar beneden. De 3 uur durende wandeling was zeer de moeite waard! Wat een leuke stad. De volgende dag doen we de wandeling dunnetjes over met Esaï, terwijl Noor op Naomi past. Esaï is zo enthousiast over Tbilisi, dat hij binnenkort teruggaat met Carla.

Vrijdag is het vreselijk weer. We gaan met Noor nog wel even naar de Dry Bridge Market, maar vanwege het weer zijn ook de verkopers thuisgebleven. ’s Avonds gaan we gezellig met z’n allen chique uit eten vlak om de hoek. De Georgische keuken is lekker en eerlijk, en de wijnen ook! Zaterdag 4 juni is de gezellige week alweer voorbij. We staan om 5.30 uur op om het bezoek naar het vliegveld te begeleiden. Nog even een dikke knuffel voor opa Joost en daar gaan ze; even slikken. Op naar de bergen.

Liefs,

Marijke

Week 11: Come rain, come wine

Het was reuze gezellig, maar we zijn weer alleen. Noraly, Esaï en Naomi hebben we afgezet op het vliegveld van Tbilisi. We rijden naar het oosten van Georgië en stoppen in het bergdorpje Sighnadi. Er omheen staat een enorme oude verdedigingsmuur met uitkijktorens. Door de mist en de regen zien we er niet veel van. Het is er wel toeristisch druk. Via een binnenweggetje komen we weer op de doorgaande weg en rijden naar Lagodekhi. Dit plaatsje en National Reserve ligt tegen de grens met Azerbeidzjan. Bij de

hoofdingang spreken we een jonge, enthousiaste ranger die goed Engels spreekt. We mogen naast het splinternieuwe Visitor’s Centre staan (nog niet in gebruik) en het buitentoilet gebruiken voor 5 GEL pp. Het zonnetje breekt door, dus wie maakt ons wat. We doen even een tukkie want het was vanochtend wel heel erg vroeg! Als ik net het eten klaar heb, komt er een Zuid-Afrikaan (!) langs. Hij is ‘on a factfinding mission’, ah ha. Zijn vrouw’s boerderij dreigt onteigend te worden door de regering en dus wil hij in Georgië investeren, dat schijnt vrij eenvoudig te zijn. Hij zit in de ICT. Bijzonder. Na het eten barst het noodweer los. We kijken True Detective, een bizarre en fascinerende serie.

Zondag 12 juni schijnt heerlijk de zon, maar omdat we in de schaduw staan houden we het lang uit in bed. Einde van de ochtend gaan we een wandeling doen. Sandro, de ranger, had ons al gewaarschuwd dat door de hoge waterstand we tot de rivier kunnen lopen en niet verder. In het bos zien we enorme omgevallen bomen, het is hier de afgelopen tijd erg onrustig geweest. Het miezert, maar we hebben er weinig last van. Na een uurtje komen we bij de bulderende rivier, waar we echt niet over kunnen. We hangen heerlijk in het zonnetje wat rond en lopen terug. Einde van de middag barst weer onweer los. We bollen onder het afdakje van het Visitor’s Centre. ’s Nachts blaffen de honden er op los en Joost trouwens ook. We zijn beide door Naomi aangestoken met een flinke verkoudheid (dat herkennen grootouders!). Maandag rijden we door de zonnige vallei naar het wijngebied rondom Telavi. We zien enorm veel wijnvelden en lunchen bij Schuchmann Winery in Ksiskhevi. De wijn wordt er volgens de oude qvevri methode gefermenteerd (druiven met

vel en pit in kleien potten onder de grond), daarna opgelegd in houten vaten en vervolgens gerijpt in de fles. De wijn, vooral de witte, smaakt anders dan wij gewend zijn, maar is zeker lekker. Het uitzicht is prachtig en de wijnen en het eten trouwens ook. Heerlijk. In Telavi geef ik eindelijk toe en stap een kapper binnen. De hippe jonge man zegt wel 3 keer hoe geweldig hij mijn haar (dik) en stijl (kort) vindt. De meeste Georgische vrouwen hebben lang haar en nu kan hij zich eindelijk uitleven. Ik verlaat gestyled de salon. Bij het afrekenen (15 Gel=6 Euro) zegt hij ook nog: ‘Now you look like a teenager’, tut, tut. Joost laat zich ook nog even knippen bij wat minder modern ogende dames verderop in de straat (ook goed voor 5 Gel). We rijden naar het noorden op zoek naar een kampeerplek en dat valt niet mee. Onderweg zien we ineens een enorm klooster en we gaan er toch even kijken. Het Alaverdi klooster is nog in gebruik. Vervolgens proberen we diverse weggetjes, komen Russische motorrijders tegen en eindigen uiteindelijk langs de rivier ten noorden van Pshveli op een prima plek. Dinsdag 14 juni rijden we vol goede moed de weg naar Omalo, Tusheti regio. Omalo is het eindstation van een weg die de BBC in 2012 uitgeroepen heeft tot een van de ‘most dangerous roads’. De omgeving is prachtig en de vallei wordt steeds smaller. Na Lechuri gaat de weg echt steil omhoog en wordt rotsig ruig met veel vallend water. De Hilux moet stevig ploeteren. Na een aantal krappe haarspelden begint het lampje van de olietemperatuur in de middenbak te branden. De motor kan het wel aan, maar voor de draaiende onderdelen is het te zwaar. We besluiten om te draaien (was mogelijk later ook gebeurd, want mijn hoogtevrees kan ook niet alles hebben). Joost baalt. Even later stopt er een Georgische kleine 4×4 met een Nederlandse moeder en dochter er in. Net als we een praatje maken, stopt er een motorrijder die ook Nederlands spreekt, maar een Schot blijkt te zijn die in Wijk bij Duurstede woont. Hoe verzin je het! Verder zien we overigens bar weinig verkeer hier. Na dit debacle beslissen we richting Kazbegi te rijden. We zijn daar al een eind geweest met Noor en Esaï, maar willen graag het einde van

de weg ook zien. We nemen een route binnendoor via Akhmeta naar Tianeti. Schitterend afgelegen. Vlak voor Tianeti ziet Joost een magnifieke plek op een heuvel in een alpenweitje. We stoppen vroeg en er komt nog wel een kudde met een herder voorbij en een man met een tractor die ons vanalles toeroept, maar dan wordt het rustig. Schitterende plek, prachtig weer en een puik kampvuur, wat wil je nog meer.

De volgende dag steken we door van Tianeti naar het grote stuwmeer. Er wordt druk aan de weg gewerkt en nu kunnen we goed zien, wat er allemaal afgegraven moet worden voor een fatsoenlijke weg. Indrukwekkend. Over de bekende Georgian Military Highway rijden we naar Kazebgi (nu Stepantsminda). We lunchen in de vallei van Sno en zien er tot onze verrassing een Zwitserse overlandtruck. Bij Gergeti parkeren we de auto en maken een wandeling naar de must-see­ St. Semeba kerk. Wandeling is het eigenlijk niet te noemen want we stijgen loodrecht langs spoortjes over zo’n 800 meter naar boven en we zijn niet de enigen! Ook dames met de hakken in de hand (Russinnen) ploeteren hijgend naar boven. Als ik het geweten had….. Als we boven aankomen is het uitzicht inderdaad

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

fantastisch, maar het begint te regenen en het wordt koud. Ik knoop een gesprekje aan met een Pools stel, dat met ons roodaangelopen boven is aangekomen. Hij vraagt of we een taxi willen delen naar beneden. Geniaal idee! De weg is echter zo slecht dat we lopend waarschijnlijk sneller waren aangekomen. We zijn blij dat we het niet met onze eigen auto hebben geprobeerd. Het is al laat in de middag maar we rijden toch nog even door naar de Russische grens. De gorge is waanzinnig mooi en ruig, al is het erg druk met vrachtwagens. We moeten dan ook zo’n 6 km voor de grens al omdraaien vanwege een lange file trucks op de weg. We rijden terug naar de vallei en vinden een mooi plekje in een zijvalletje even voor Juta. Na het eten wordt het snel koud en gaat het enorm onweren, de hele nacht door. Ik heb in mijn hoofd gehaald dat de rivier omhoog gaat komen, dus slapen gaat niet echt lekker….. Donderdag 16/6 ontbijten we binnen, wat niet vaak voorkomt. We rijden direct naar Tbilisi en bij de Carrefour hebben we wifi om een hotelkamer te boeken. Midden in de oude stad hebben we een prachtige kamer en, oh wonder, de auto past in de hoge ondergrondse parkeergarage. Top. De eigenaresse is getrouwd met een Nederlander en zag tot haar verbazing ons Nederlandse kenteken. Helaas regent het weer en rennen we 2016-06-16 22.31.36door de gutsende regen naar gVine, waar we einde middag echt Georgische witte wijnen drinken (troebel en spicy).Als het droog wordt maken we een rondje door een deel van de stad dat we nog niet gezien hebben. We eindigen bij de Josper Bar waar ze biologische wijnen schenken en fantastisch vlees serveren. Not bad. De stad is in het donker erg levendig en verlicht.

De laatste week willen we besteden aan Svaneti, het hooggebergte in het Noorden van Georgië. We doen rustig aan en rijden richting Kutaisi en gaan op de gok bij Surami er af ri. Kharagauli. Wie weet, vinden we de noordingang van het Borjomi-Kharagauli National Park. Hmmm, de gele weg blijkt een ramp. Hotsen, klotsen en vooral veel diepe moddergaten en sporen. Halverwege komen we een groot Chinees project tegen, geen idee wat ze daar aan het doen zijn, maar van de andere kant komen grote vrachtwagens die de weg nog meer beschadigen. We zien geen kampeerplekken, ook niet in Marelisi en komen dan eerst twee Engelse fietsers met aanhangwagens tegen. Ze vraagt: ‘I was wondering where the tarmac starts?’ Well, not on this road, dear!. Ze denken er over om om te draaien. Dan een wonderlijke Franse fietstandem: hij fietst rechtop, zij ligt fietsend voorop. Als we hen hetzelfde vertellen, kijkt hij kinderlijk opgetogen en zegt alleen maar: OK, OK! We tanken diesel in Kharagauli, want we zijn bijna leeg en vinden dan op goed geluk een plekje in een kleine steengroeve tussen de weilanden. Even later verkassen we nog naar een Serie 7-095weilandje met prachtig uitzicht. Er komt nog iemand langs, maar helaas kunnen we geen woord wisselen, toch spijtig. Wildkamperen is prachtig in Georgië, je kunt bijna overal staan en dat vinden ze prima. Zaterdag 18 juni wordt een memorabele dag. We rijden binnendoor van Kharagauli naar Jvari. Nagenoeg alle weggetjes zijn bebouwd met prachtige Georgische huizen: twee verdiepingen met enorme balkons en veranda’s en een grote tuin met een prachtig hekwerk ervoor waarin meestal druiven op pergola’s of hazelnoten groeien. Het ziet er weelderig uit. Hier is het lastig een plekje te vinden. Als we dan eindelijk een weilandje spotten, ga ik op verkenning uit. Ondertussen wordt Joost, je gelooft het niet, aangesproken door twee dames Jehova’s die prima Engels spreken. Of hij hun video wil bekijken? Ik vindt wel wat modder maar achterin is het weilandje droog op wat paarden na, dus ik gebaar Joost dat hij kan komen. Ongelofelijk maar waar, binnen no time zitten de banden vol met modder en komt de Hilux niet meer verder. De lier moet er aan te pas komen (gelukkig hebben we geen toeschouwers bij dit gênante moment). Iets verderop zien we een mooi strandje onder een brug en daar gaan we staan. Nog genietend van de mooie vondst, komt er iemand aan die ons vertelt (denken we) dat hij om 10 uur met vrienden hier komt feesten of met 10 vrienden langskomt. We gaan even snel badderen in

de rivier. We hebben het niet goed begrepen want een uur later verschijnt hij met brood, komkommer, ui, kruiden en een grote petfles rode wijn. Het is erg lastig communiceren. Hij zegt nog wel dat we beter kunnen verhuizen want bij regen komt de rivier omhoog. Even later komen ook 3 vrienden en gaan ze zitten kaarten. Wij maken ondertussen ons eigen eten klaar. Als we dat net op hebben, verschijnt een auto op de brug en de mannen gaan als een speer naar boven. Er ontstaat een flinke ruzie (zo lijkt het). Er komen steeds meer mensen bij en er verschijnt een Engelssprekende jongeman, Georg, die ons uitlegt dat er wat te veel gedronken is en dat er verder niets aan de hand is. Ook hij begint weer dat we niet op de plek kunnen blijven staan, vanwege mogelijke regen. Joost baalt. We kijken nog naar een andere plek en dan vraagt hij of we niet bij zijn oom willen staan. Georg is met zijn vader uit Rusland op bezoek en slapen er ook. Dat lijkt ons wel wat en voor we het weten staan we in de tuin van het plaatselijke schoolhoofd. Georg is enorm opgetogen en praat honderduit in zijn wat zwakke Engels. Uiteraard moeten er foto’s gemaakt worden en krijgen we te eten met huisgemaakte rode wijn en, als klap op de vuurpijl, staat er een prachtig televisie met haarscherpe EK-beelden. Het wordt een leuke avond. Georg woont met zijn familie in Moskou, puur omdat er in Georgië geen werk is Hij doet nu gymnasium en gaat daarna studeren. Werken in Rusland doen veel Georgiërs, en Armeniërs trouwens ook. Bijzonder jammer, omdat het ons lijkt dat Georgië het echt goed doet (vooral te danken aan de vorige regering onder Saakashvili). We gaan tevreden naar bed, de dag is weer eens bijzonder geëindigd! Morgen naar Mestia.

Liefs,

Marijke

Week 12: We love Georgia!

Op naar Svaneti, het letterlijke hoogtepunt van Georgië. We nemen afscheid van het schoolhoofd en bedanken voor de gastvrijheid. We rijden door kleine dorpjes naar Jvari waar we op de ‘rode’ weg naar Mestia komen. In deze weg zijn miljoenen geïnvesteerd en dat is te zien. Het is een prima weg door diepe groene gorges. De bergen worden steeds hoger en de valleien breder. Prachtig uitzicht op besneeuwde toppen. Onderweg naar Mestia zien we af en toe de beroemde Svan torens. Hoge torens die gebouwd werden om de vijand te zien aankomen, maar ook lawines. Ze staan soms dicht op elkaar, want blijkbaar

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

had iedere familie er een. In Mestia heb ik een waypoint van een camping. Het blijkt een grasveldje rondom een huis te zijn en er is één parkeerplek waar we kunnen staan. Er is een douche en wifi, dus we doen het er mee. We lopen een rondje en het dorpsplein is letterlijk om de hoek naast een enorm design politiekantoor. Ik zie tot mijn verrassing de Mercedus bus van Eartheducation staan! Ik ken ze van Facebook en Klaus is helemaal opgetogen dat hij een ‘volger’ ontmoet (ik ben de eerste). Klaus reist met zijn Koreaanse vrouw en twee peuters naar Mongolië, althans dat is de bedoeling (maar het gaat langzamer dan ze in gedachten hadden, ze vinden het overal veel te leuk….). Ze hebben gisteren een hele spannende weg gedaan vanaf Lentekhi en hebben meerdere malen vastgezeten en sneeuwkettingen gebruikt om verder te komen (de weg is 4×4 only en dat is de bus niet). Wat een held!

Bij Cafe Laila strijken we neer op het terras en eten een lekker hapje. Naast ons komen twee Nederlanders zitten (te herkennen aan haar Dille & Kamille tas). Na het eten spreek ik ze aan en ze nodigen ons uit voor koffie. Susanne en Joep reizen met een huurauto 2 ½ week door Georgië. Ze zijn nog net geen dertig en hebben al heel wat reiservaring. We zetten de gezelligheid voort met een glas wijn bij onze auto. Volgens onze campingeigenaar komen hier zelden Hollandse toeristen. Zo zie je maar weer! Daar proberen we te Facetimen met Rob en Mir. Het wordt een lachwekkend gesprek, want we verstaan mekaar om beurten. Later nog eens proberen. Na een lawaaiige nacht aan de dorpsstraat ontmoeten we Joep en Susan weer om een wandeling te maken naar de Galaadi gletsjer. Vanuit het dorp 12 km lopen. Maar met een 4×4 kom je dichterbij. Het is warm, maar de koelte van de gletsjer helpt als we dichterbij komen. Het is er prachtig en de mannen klimmen nog een stuk hoger op het ijs bedekt met stenen. De wandeling is niet lang maar wel steil en we besluiten samen nog een lunch te nemen in Mestia. Het was reuze gezellig, maar we gaan weer verder. We rijden richting Ushguli om een kampeerplek te zoeken. Het weer betrekt helaas, maar we vinden op een grasveld een prima stek. We staan nog geen half uur of er stoppen twee motoren: ‘Hallo, sorry dat ik stoor!’ het zijn Iris en Niels die vanuit Australië met Australische ‘postiebikes’ naar Nederland rijden (www.irisandniels.wordpress.com). De ‘postiebikes’ zijn 150cc motoren (‘brommertjes’) die door de Australische PTT na gebruik verkocht worden. Ze zijn al bijna twee jaar onderweg en hebben 7 maanden in India doorgebracht. Gezellige lui! Ik sla aan het koken en Joost legt een kampvuur aan met ze. Hutje bij mutje lukt het om voor 4 personen een prima maaltijd in elkaar te draaien en Joost ontkurkt de wijn. Vuurtje erbij, hatsjiekidee. De verhalen zijn smeuïg. Dan stopt er ineens met flinke vaart een mat-groen gespoten politie-Hilux vlak bij ons ‘Kamp Holland’. Het ziet er nogal agressief uit, maar de drie potige mannen stappen wat bedremmeld op ons af. Joost stelt zich voor en geeft ze een hand. Ze vragen waar we heen gaan en of we misschien problemen hebben. Nee? Nou, da’s mooi dan en ze vertrekken weer. Heel vriendelijk. We lachen nog even omdat ze moeite hebben om de Hilux uit de modder te rijden (toch oppassen in onschuldig ogende grasveldjes….). Helaas is de pret daarna afgelopen, omdat het gaat regenen. Dinsdag 21/6 verlaten we Kamp Holland en rijden we ieder de andere kant op. Wij rijden richting Ushguli, een plek die uitgeroepen is tot werelderfgoed vanwege de verzameling Svan torens. De weg is uitdagend, maar er rijden nog wel msrutka’s. Dat zijn Ford Transit of Mercedes sprinter busjes die mensen van A naar B brengen. Je ziet ze overal in Georgië, ze rijden op de meest bizarre wegen en zijn spotgoedkoop. Hier en daar wordt de weg erg smal (zie filmpje). In Ushguli zien we inderdaad nog toeristen, maar de uitdaging voor ons is de weg erna naar Lentekhi. Klaus met zijn bus had er flink vastgezeten en had zich afgevraagd wat ‘ie in hemelsnaam aan het doen was. Iris en Niels hebben een ander verhaal en overtuigen ons dat de weg te doen is. Na Ushguli gaat de weg gestaag omhoog en wordt het uitzicht adembenemend. Eindeloze vlakten met wilde bloemen in alle kleuren, koeien en witte toppen op de achtergrond en……helemaal niemand. Als we de pas overgaan op 2600 meter hebben we 1 auto gezien (een Landcruiser vol met monniken).

De weg is ruig met grote keien, steil met hier en daar flink water over de weg, maar het is het meer dan waard (zie filmpje). Hier komen geen msrutka’s meer, en dat zegt genoeg; echt afgelegen. Vlak na de pas volgt een steile weg naar beneden door een rivier heen met grof grind. Ik herken de plek waar Klaus heeft vastgezeten. Joost komt er prima doorheen. Ik sta alleen nog aan de andere kant om een foto te maken en heb wat meer moeite om er overheen te komen, ha, ha. De weg erna wordt erg modderig met diepe sporen en kuilen en het begint te regenen. Na tientallen langzame kilometers volgen de eerste nederzettingen en dorpjes. Een genadeloos slechte modderweg dwars door de dorpen heen met veel loslopende varkens en koeien. De meeste mensen lopen met rubber laarzen. Een enkele dame doet haar best om met schone schoentjes thuis te komen. Wat doen die mensen hier?! Het ene dorp volgt na het andere en de weg naar Lentekhi blijkt nog lang. Serie 7-161We besluiten maar ergens te gaan staan en vinden een plek in een brede rivierbedding. Zowaar begint de zon te schijnen, wordt het warm en hebben we prachtig uitzicht. Er komen wel auto’s langs die ons zien, maar zoals gebruikelijk laten ze ons met rust. Ik maak een ‘noodmaaltijd’ van de laatste voorraad. Bonus van de plek is dat er veel droog drijfhout ligt voor een kampvuur! We slapen als rozen. Wildkamperen in Georgië is geweldig!

Na Lentekhi wordt de weg ineens asfalt en gaat de afdaling een stuk sneller. De temperatuur stijgt omgekeerd evenredig en als we in Kutaisi aankomen is het 36°! We parkeren midden in de stad. Joost koopt een leesbril, want de zijn ligt ergens onvindbaar rond Kamp Holland. In een café drinken we koffie met een wafel en boek ik een guesthouse in Borjomi. Daar zijn we nog niet geweest en kunnen dan de kleine grensovergang over naar Posof in Turkije, in plaats van bij Batumi. We komen op tijd aan bij het Green Rose Guesthouse in Borjomi. Het was wel even zoeken. Ook hier is het erg warm. Onze gastheer is reuze aardig maar spreekt geen woord Engels. De plek ziet er Serie 7-164prima uit en voorzien van alle gemakken. Voor 22 Euro per nacht heb je een mooie kamer met een gedeelde badkamer, een keuken, een terras, een parkeerplaats, wifi èn gebruik van de wasmachine (en dat alles smetteloos schoon). Tippietoppie. Gelijk maar een was erin. Einde van de middag lopen we het plaatsje in dat niet heel veel voorstelt. Hier komt het beroemde Borjomi mineraalwater vandaan en er is ook een mineral water park, maar we hebben er geen zin in. We eten prima in Old Borjomi: pork barbecue, ostri (gestoofd vlees in tomatensaus), aubergine with walnut sauce en cucumber and tomato salad with walnuts mèt Georgische wijn natuurlijk (als snappen ze niet dat we een fles rode wijn willen hebben in plaats van de witte wijn uit de 5 liter petfles). Als we gaan slapen gaat Joost overdwars in het tweepersoons bed (want te kort) en ik in het eenpersoons bed. Net als ik in bed stap schiet er een grote kakkerlak over de muur (ja, die leven bij voorkeur in schone huizen!). Dat slaapt natuurlijk niet lekker, bovendien is het erg warm. Donderdag 23/6 eten we een ontbijt in het parkje en wisselen nog wat dollars. Overal is de elektriciteit uitgevallen en snorren de generatoren. Lastig als je de was wilt doen, dus ik doe alvast maar wat met de hand. Het wordt een rommeldagje. Joost klust aan de auto, ik werk de foto’s en blog bij. Om twee uur schiet de elektra weer aan en draai ik nog een was. We doen wat boodschappen en gaan ’s avonds in een kelderrestaurantje eten dat gerund wordt door dames. Dat zie je veel in Georgië; dames doen het werk, runnen winkels, werken bij overheidsdiensten, etc. In Iran was dat precies andersom. Facetimen met Rob en Mir in Zuid-Frankrijk gaat nu wel goed. Gezellig. ’s Nachts weet ik zeker dat de kakkerlak over mijn been loopt en schiet toch bij Joost in bed.

Vrijdag rijden we naar Alkhaltsikhe waar we al eerder waren. We bestede onze laatste lari’s aan diesel en wijn en rijden naar de grenspost. De grens naar Posof is een aantrekkelijke grenspost omdat die vrij klein is. We zijn er inderdaad zo doorheen. Aan te bevelen dus! Opvallend is dat aan de Georgische kant de beambten een praatje met je aanknopen in het Engels, terwijl aan de Turkse kant niemand Engels spreekt. In Turkije rijden we door de yaylalar, hooggelegen weilanden. Eindeloze groene vlakten, een heel ander landschap en de lucht betrekt. We rijden richting het … meer, dat lijkt ons ee mooi plek om te gaan staan. Vlak voordat we er aankomen, gaan we toch even kijken bij het Devils Castle. We zien er een Georgische reisgroep en de leider verzekert ons dat het vlakbij is en very beautiful. Als we op pad gaan begint het eerst te druppen en daarna te hozen. Als we kunnen schuilen, zijn we al zeiknat. Ook de dames van de Georgische groep giechelen er op los. Wij vinden het behoorlijk Georgische weer, maar dat is de gids absoluut oneens! Het kasteel is gelegen op een bizarre plek en we kijken vanaf een afstand. We stappen nat in de auto en zoeken een plek om te picknicken. Ook dat valt niet mee (overal modder); langs de weg dan maar. Het meer ziet er allesbehalve aanlokkelijk uit met die regen en mist. Bovendien zien we geen geschikte vlakke, enigszins droge plekjes. We blijven rijden en komen in Kars aan. We hebben tot onze verrassing nog 5 miljoen Iraanse Reals in bezit (verstoppen is een kunst) en willen die wisselen. Het miezert, maar de stad is een levendige boel. De restaurants lijken open, maar wel leeg en de rollen shoarma zijn er af gehaald. Het is Ramadan en dan mogen moslims tussen zonsopgang en – ondergang niets hun lippen laten passeren (geen eten, geen drinken). Ik was benieuwd wat we daar van merken. Toch zie ik hier en daar mensen eten; blijkbaar is niet iedereen even vroom. De winkels liggen overvloedig vol met groente en fruit en je lijkt alles te kunnen kopen in Kars. De sfeer is gemoedelijk. Maar Reals wisselen, zelfs met behulpzame Turken, dat lukt niet, dus pinnen we Turkse lira’s. Mocht iemand binnenkort naar Iran gaan, dan hebben we dus wat valuta! Vanwege het slechte weer rijden we door naar Ani, een belangrijke highlight van Oost Turkije. Ani was de oude hoofdstad van Armenië met wel 100.000 inwoners en meerdere keren heroverd door diverse volkeren. De ruïnes schijnen nogal indrukwekkend te zijn. Als we er aan komen, waait het enorm. We zien een restaurant en we mogen op de parkeerplaats staan voor 10 Tl. We zetten de auto dwars achter een vrachtwagen om wat wind af te vangen. De eigenaar van het restaurant biedt ons thee aan en belt een vriend die Engels spreekt. Dat praat wat makkelijker. Natuurlijk kunnen we wat eten en om 19 uur heeft de kok, die speciaal voor ons is aangekomen, een lamskebab met rijst gemaakt. De enorme eetzaal is verder leeg. Het gaat flik tekeer buiten, dus na het eten sluiten we ons op en kijken een film. Gelukkig wordt het ’s nachts rustig. Zaterdag 25/6 schijnt de zon en dan is een parkeerplek met uitzicht op de ruïnes toch wel speciaal. We zijn de eerste bezoekers. Het terrein beslaat een flink gebied vlak langs de Armeense grens (je ziet de wachttorens). Turkije en Armenië zijn niet bepaald vrienden dus een deel

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

van de site is off limits. We zien diverse orthodoxe kerken, een kathedraal die omgetoverd werd naar moskee en weer terug (afhankelijk van de heerser) en een moskee. Erg indrukwekkend. We rijden over de hoogvlakten naar Göle. We zien armoedig uitziende dorpjes met veel vee er omheen. Opvallend is dat bij veel huisjes een tractor staat in plaats van een auto. Bij Göle worden we aangehouden door de politie, die Duits spreekt! Hij controleert onze papieren en het ons ‘Wilkommen in Türkei”. Na Göle wordt het landschap anders en rijden we door rotsige gorges en valleien met gekleurde rotsen die ons aan Noord-Argentinië doen denken. De weg naar Yusufeli verdwijnt ineens in een stuwmeer en we worden over een gloednieuwe weg geleid. De hele vallei staat onder water en dat voor kilometers lang. Hier en daar zien we verlaten dorpjes en bomen boven het

water uitsteken. Jakkes. Bij Yusufeli zelf is het weer een bulderende rivier. Het is een levendig plaatsje en er schijnt een camping te zijn. Pansyion Greenpiece heeft inderdaad een grasveld waar we kunnen staan en gelukkig onder een grote boom, want het is bloedheet. De douche is warm maar dat is nu echt niet nodig. Na het eten en een fikse regenbui lopen we over de voetgangersbrug het dorpje in, waar tot onze verbazing ook auto’s overheen gaan, dapper. We drinken Turkse koffie op een terrasje. Het is er gemoedelijk en de mensen reageren heel vriendelijk op onze merhaba. We skypen met Noor en proberen te slapen in de kleffe warmte. Morgen de omgeving verkennen!

Terugkijkend hebben we genoten van Georgië. Joost noemt het ‘het Bolivia van Europa’. Zowel Bolivia als Georgië heeft ons hart gestolen. Wat een heerlijk reisland. Zoveel ruige natuur, mooie steden, prima wildkamperen, qua afstanden overzichtelijk en natuurlijk vriendelijke mensen, heerlijk eten en lekkere wijn. We zijn benieuwd wat Turkije gaat brengen.

Liefs,

Marijke

Week 13: De paradoxen van Turkije

Onze derde dag in Turkije en het is toch even wennen. Hoe werkt de Ramadan? Hoe zeg je gedag in het Turks? Waar koop je brood? Kan ik een korte broek aan? En dergelijke. We rijden vanuit Yusufeli de vallei in van Altiparmak. Volgens de Lonely Planet fantastisch, maar wel een ruige weg. De weg is inderdaad smal en de omgeving fantastisch rond een bulderende rivier. De weg is echter strak geasfalteerd tot onze verbazing. We rijden tot Altiparmak/Bahal en genieten van de omgeving. Onderweg komen we een stadion tegen voor ‘bull-wrestling’. Helaas beginnen de wedstrijden pas later in juli, maar lokaal is dit een grote ‘sport’. Stieren van verschillende dorpen en boeren vechten tegen elkaar, met strenge regels ter bescherming van de dieren. We gaan het niet meemaken. ’s Middags besluiten we lekker bij een hotel/huisjescomplex te gaan staan, aan de rivier, die adverteert met camping. We mogen naast de rivier gaan staan op een achteraf veldje onder de bomen tussen de kippen en uit zicht. Prima met een keurig toilet dichtbij. ’s Middags komen jonge Turkse vakantiegangers nieuwsgierig even kijken. Omdat ik in een hemdje en korte broek zit, blijf ik maar even op afstand. Beetje vreemde gewaarwording. Geen idee hoe conservatief ze zijn. Als even later een gezinnetje bij het water gaat spelen met de kinderen, kijkt de vrouw in hoofddoek en lang gewaad mij niet aan. Lastig inschatten. De mannen en sommige vrouwen zien er modern uit (maar wel bedekt), andere juist weer niet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we even terug naar d Greenpiece camping omdat we ons ledlampje zijn verloren; niet gevonden. We volgen de weg naar Artvin, maar de oude weg is compleet verdwenen. We kijken met open mond naar de enorme wegwerkzaamheden en grote hoeveelheid lange en splinternieuwe tunnels. De complete vallei is onder water gezet voor een stuwmeer en er is op hoogte een nieuwe weg gemaakt. Even Googelen leert ons dat hier het grootste stuwmeer van Europa is gemaakt en de 3e ter wereld; zo’n 50 kilometer lang. Er is weinig meer te zien. De dorpjes zijn verdwenen of verlaten en de ruige rivier is er niet meer. Wel opmerkelijk is dat we in de tunnels een imam horen uit de luidsprekers!

Voorbij Artvin zien we theeplantages. Bij Hopa realiseren we ons dat we maar 30 km van Batumi (Georgië) af zijn. We overwegen serieus om even terug te gaan (pork barbecue, wijn, goedkope diesel……). We zijn sterk er vervolgen de weg naar het westen. De weg langs de Zwarte Zeekust was vroeger een kleine weg, maar dat is niet meer. Er ligt nu een enorme brede snelweg met veel bebouwing, grote restaurants, nieuwe grote auto’s, meubelboulevards, enz. We vinden het maar niks en kunnen nauwelijks een plek vinden om een broodje te eten. Bovendien is het meer dan 30 graden. We hadden Oost Turkije toch anders voorgesteld. Vlak voor Giresun heb ik een waypoint van camping Uluburun.

Het is een schitterende plek verstopt achter een heuvel en rustig met mooi uitzicht over zee. Na enig gesteggel mogen we op het gras staan. Als Joost een biertje tevoorschijn haalt, wordt hij vriendelijk verzocht dat binnen op te drinken. We eten gebakken visjes bij het ‘restaurant’, waar de bediening nog wat onwennig is. Het is warm en het begint te regenen en onweren= klef! Er is een douche in het voorraadhok; beetje primitief, maar het werkt wel. We hebben niet helemaal een lekker gevoel bij deze plek. Wel zwemt Joost in de zee voor het ontbijt. Het is nu bewolkt en drukkend en we rijden richting Sinop. Een lange rit en de weg is meer van hetzelfde. Na een lunch op de boulevard van Samsun, krijgt de Hilux kuren. De auto reageert niet meer op het gas. Het is bloedheet en we staan aan de kant. Joost probeert het diagnose apparaat en die vertelt dat er een storing is in het 2016-06-28 17.08.06motormanagement systeem. Joost belt Dennis van 4×4 Valkenburg en die geeft aan hoe we het systeem kunnen resetten (het is een softwareprobleem aldus Dennis). Intussen ben ik in een supermarktje al zover dat de jongen achter de kassa een sleepwagen wil bellen, maar het lijkt opgelost. Nog geen paar kilometer verder is het weer mis en stoppen we bij een bakker. Bijzonder vriendelijke mensen die gelijk een garage willen bellen, maar Joost wil eerst zelf met Dennis proberen het probleem op te lossen. Ook al is het Ramadan en eten en drinken de mensen zelf niets (met 36 graden!) we krijgen watermeloen en thee aangereikt en de dochter die een beetje Engels spreekt wordt opgetrommeld. Om een lang verhaal kort te maken, lukt het om de chiptuning kit er tussenuit te halen, want die veroorzaakt het software probleem. Met grote dank aan Dennis Rijks! Het is heel gezellig met de familie, maar we gaan weer verder (met 20 pk minder weliswaar). Ook hier weer een splinternieuwe weg in zee. Tegen 20 uur zijn we eindelijk bij Marti Camping en nemen een lekker wijntje bij ondergaande zon. Woensdag 29 juni doen we een dagje lekker niks. Beetje wassen, kletsen met twee Spanjaarden die met de fiets onderweg zijn (www.oak.li) , zwemmen in zee en uit eten in Sinop. We krijgen meloen van onze Turkse buren. De volgende morgen regent en onweert het. Joost belt met een potentiële opdrachtgever. Bijzonder hoe die belangstelling onze mindset beïnvloedt. We

hebben het nu over ‘nog maar een maand’ terwijl we nog 4 weken hebben! Hmm, effe het koppie erbij! We rijden langs de kustweg naar Abana. Het landschap is mooi, het is bloedheet en we kunnen geen kampeerplek vinden. Uiteindelijk belanden we op een bospad met heeeeel veel muggen. De volgende dag blijkt dat mijn beide billen door de stoel en broek heen zijn lekgestoken: JEUK!! Voordeel is wel dat we op 1000 m hoogte staan en eindelijk een koele nacht hebben. Als we vrijdag opstaan, regent het. We zijn erg vroeg wakker (Joost is al bezig met zijn nieuwe klus) en rijden al om 8 uur. We proberen zo ver mogelijk te komen vandaag, want Turkije kan ons nu niet bekoren. We rijden 600 km en het lukt om voorbij Istanbul te komen, al duurt het 2 ½ uur om de stad te passeren. Bij

Selimpasa aan de kust ontdek ik een camping en dat blijkt een ware oase te zijn: fijn! We besluiten om Turkije en ook Griekenland zo snel mogelijk te passeren en naar Albanië te rijden. Turkije laat bij ons gemengde gevoelens achter. Het is een mooi vakantieland, maar wildkamperen en ruige wegen lijken er niet in te zitten, ook zijn er weinig campings. De ontwikkelingen zijn enorm en het lijkt een modern land, maar hier en daar toch conservatief, mensen (ook jongeren) spreken nauwelijks Engels. De diesel is duur (1,20 Euro) en ook voor de campings moeten we aardig wat neertellen (en dat zijn we niet gewend). Na Iran en Georgië wil de chemie tussen Turkije en ons gewoon niet lukken. Als we ook 3 ½ uur over de grensovergang naar Griekenland doen (bij 36 graden) en geen idee waarom, dan is het wel genoeg geweest. We eindigen zaterdag 2 juli op camping Natura aan de Griekse kust in het gezelschap van Bulgaarse families op strandvakantie en de zeer geïnteresseerde Bulgaarse gepensioneerde gynaecoloog Theodor, waarover later meer!

Liefs,

Marijke

Week 14: Boeiende mensen en ‘hairraising’ momenten

Tja, daar staan we dan aan de Griekse kust. Het is zondag 3 juli, de zon schijnt en de Bulgaarse families om ons heen genieten van het strandleven. We willen vandaag wat langs de kust scharrelen, maar eerst wil ik mijn weblog schrijven en ik installeer me bij de receptie buiten op een bankje. Joost drinkt een cappuccino in de ‘beach-bar’ voor 3 Euro!!!
Halverwege mijn verhaal breekt er zowaar een echte vechtpartij los in de receptie. De eigenaar gaat letterlijk op de vuist en er vliegt een stoel door de ruimte. Aangelopen mensen gaan mee staan schreeuwen. Heetgebakerd volkje. Terug bij de auto worden we uitgenodigd door Theodor. Gisteravond hebben we kennis gemaakt met deze heer die zeer onder de indruk is van onze auto. Hij slaat zich op zijn hoofd om zijn enthousiasme kracht bij te zetten. Theodor is gebruind, zwaarlijvig en kaal en draagt een wijd rood sportbroekje en beweegt zich voort met een stok. Hij heeft de stem van Marlon Brando maar dan nog wat schorder vanwege een keelkanker operatie. Theodor nodigt ons uit voor koffie. Hij is 77, gepensioneerd gynaecoloog en woonachtig in Plovdiv, Bulgarije. Hij reist een weekje samen met zijn dochter (46) in een Mercedes bus. Theodor spreekt een beetje Duits, maar voornamelijk zelfstandige woorden met veel theatrale woordgebaren. Zijn dochter moet zijn tas aangeven en dan begint het. Hoe verder de tijd vordert hoe verder we terug gaan in de tijd. We krijgen vanalles te zien: foto’s van zijn caravan, zijn kinderen, zijn boot, maar ook zijn oude rijbewijzen, zijn pensioenbrief, enz. Dan foto’s van zijn vader, chirurg en directeur van een ziekenhuis en eigenaar van een Studebaker. Opa was professor in de ‘mathematik’. Fascinerend hoe deze man trots is op zijn verleden. Erg leuk. Tijd om te gaan. We scharrelen via Kavala langs de kust en zien eindeloze rijen ‘beach-bars’ met heel

veel auto’s ervoor en lawaai er omheen. Niet echt wat we zoeken. Een Griekse lunch dan maar! Daar wordt je gelukkig van: tzatziki, Griekse salade, gegrilde porkchops, heerlijke gekruide gehaktballetjes met een glaasje witte wijn. Leuk, maar dit is niet echt wat we bedoelen met reizen. We vinden een camping bij Asprovalta en duiken de zee in. Daarna nemen we het besluit zo snel mogelijk naar Albanië te rijden voor wat meer 4×4. De volgende dag rijden we over de puike Griekse wegen naar Ioannina. Daar ontmoeten we op de camping van de plaatselijke roeivereniging, de jonge Oostenrijker Christian. Christian rijdt in een oude Mitsubitshi L200 pick-up met een camperunit! Hij heeft problemen met IMG_0407de auto en we nodigen hem uit voor een biertje. Dat wordt een gezellige avond. Christian houdt van langzaam reizen en heeft net een half jaar met vriendin op Kreta gezeten. We krijgen van hem wat tips voor Albanië. De volgende ochtend 5/7 gaan we de grens met Albanië over, die werkelijk niets voorstelt. Op weg naar Gjirokaster bedenken we dat het leuk is om te picknicken bij The Blue Eye, een natuurlijk fenomeen waar een rivier de grond uit komt. Het is iets verder dan gedacht en erg warm, maar het blijkt toch de moeite waard. Joost springt 2x het ijskoude water in! We besluiten door te rijden naar de kust om gemakkelijk een camping te vinden; douchen is wel lekker met deze hitte (35°). Via het strandstadje Sarande eindigen we in Ksamil. Hier bieden diverse restaurantjes een ‘camping’ aan, wat verder niet zoveel voorstelt. Camping Sunset is ook zoiets. We kunnen net onder een olijfboom staan en doen het er mee. Joost gaat direct het water in. We eten een hapje in het (lege) restaurant en maken een wandeling langs de ‘boulevard’. Het ziet er allemaal wat verweerd uit en alle strandstoelen en restaurants zijn leeg. Het gaat niet best hier. Wel een gezellig biertje gedaan met David, een jonge fietser, die eigenlijk geen plannen heeft; ook mooi. Woensdag rijden we naar Gjirokaster, een historische plaats met Ottomaanse huizen. We maken in de hitte een

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

wandeling door de stad, doen boodschappen en rijden voorbij Përmet naar de thermale baden. Het stelt niet echt veel voor, maar toch wel even lekker om in het koele water te liggen. Dan gaan we op aanwijzing van ‘Allradler Magazin’ een route rijden net ten Noorden van Përmet. Het landschap is prachtig en de weg ruig. De airco, hoe decadent ook, is een zegen. Als we bijna op het hoogste punt zijn, rijden we achterop een konvooi met Duitse 4×4’s met bandenpech. We maken een praatje en de dames vinden het wel stoer dat we dit helemaal alleen doen en willen vanalles over Iran weten. Als ze klaar zijn mogen we door. De weg wordt echt steil en ruig met diepe sporen, maar het uitzicht is fenomenaal. Wel stoppen we af en toe om de olietemperatuur van de middenbak te laten afkoelen (tja, met een sensor wordt je gewaarschuwd, dat hebben oudere Landcruisers niet). Als we aan

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

het einde van de middag bij een rivier stoppen, staan de Duisters daar ook te pauzeren. Wij vinden het zo’n mooie plek dat we er overnachten. Geniale stek, vlak voor Malind, aan de koele rivier en de paar locals die langskomen roepen enthousiast ‘hello!’. Dat is mooi wakker worden, zeker als je 16 jaar bij elkaar bent! Het blijkt dat we vlak voor het asfalt gestopt zijn, goed gegokt. We zien ineens een mooie gorge. Verhip op de kaart zien we Kanoni Osumit staan. Er is zowaar een echt strandje gemaakt, waar je ook de kloof in kunt lopen. We rijden verder door een prachtig groene vallei naar Berat, waar vlak boven de stad een mooi camping schijnt te zijn. We kunnen onder een grote boom staan, doen de was, douchen, e.d. Het is er zo schoon en verzorgd, alsof je bij je moeder logeert! Even later komt een hele oude pick-up het terrein oprijden met een indrukwekkende opbouw. We maken kennis met een jong Duits stel en hij heeft zelf de enorme tent in elkaar geknutseld met bamboe. Het is werkelijk superruim! ’s Avonds kijken we Duitsland-Frankrijk met ze, wat dus niet zo’n succes is voor de Duitsers. Vrijdag gaan we met de plaatselijke fugron (minibus) naar Berat voor 70 cent pp. We bekijken het stadje met mooie witte huizen en lopen de steile klim naar het kasteel. Het is bloedheet. Het kasteel is niet zo boeiend, maar we maken kennis met Erik en Marcelle. Erik heeft een oude Landcruiser BJ73, maar ni reizen ze twee weken in een huurauto door Albanië. Beneden in het dorp lunchen we wat en daar komen we ze weer tegen, gezellig. Als we terug zijn op de camping staan er Nederlanders en Joost gaat kennismaken. Henk en Toos reizen in een camperbusje en hun dochter en schoonzoon in een witte doos, zoals ik dat altijd noem. Henk en Toos blijken

bijzonder reislustig! Henk sleept hele groepen oud-collega’s mee naar Rusland, Marokko, Oekraïne en Servië. Zelf zijn ze ook in Syrië geweest en oh ja, pas nog in Noord-Korea (pardon?!). Henk heeft zich nog nooit ergens onveilig gevoeld en heeft Iran hoog op zijn lijstje staan (maar Toos wil geen hoofddoek op). De volgende dag komt Henk er nog even op terug. Hij heeft Toos voorgesteld volgend jaar twee maanden naar Iran te gaan en wil graag nog wat informatie van ons. We nodigen ze van harte uit om eens langs te komen! Hij wenst ons een ruige reis. Hmmm, dat blijkt dezelfde dag nog goed te komen. We rijden weer een route uit Allradler Magazin, dwz ze geven 3 plaatsnamen en verder zoek je het maar uit. We gaan bij Vodice de weg af en rijden over een rotsige weg de bergen in. Eerst zien we nog wat dorpjes en komen auto’s tegen, maar dat houdt al snel op. De weg wordt erg steil en het uitzicht steeds spectaculairder (langs Tomorrin piek). De weg wordt een pad; smal en steil. We zien ineens een familie en vragen of dit de weg naar Sotire is. Of het de normaalste zaak van de wereld is, ja hoor, langs de twee stuwmeertjes en dan links. Okidoki. Nou, de weg wordt zo heftig dat ik bij een aantal passages uit de auto ga, omdat ik geen behoefte heb het live mee te maken (dan heb ik geen camera bij me, dus de foto’s vertekenen het beeld!). De weg is erg smal, helt naar de ravijnkant en is in de hoeken hier en daar weggespoeld. Nee, dank u. ‘Hairraising’ noemen Engelsen dat. We rijden ook nog verkeerd en Joost lukt het om te draaien op een smal stuk, jakkes. Dan

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

raakt de weg zo overgroeid dat we overtuigd zijn verkeerd te zitten. Ik zie tot mijn verbazing een geparkeerde Hilux staan bij een paar huizen (Ulovë) en ga vragen. De man loopt met me mee, worstelt ook door de taken en doorns en zegt dat we zeker op de goede weg zijn en dat het prima te doen is met onze auto! OK dan. De weg heeft diepe geulen en er is hier veel regen gevallen waardoor de weg zo beschadigd is. Echt niet te doen met regen! Na een rivieroversteek (nogal droog) komen we bij Sotire aan. Pfoe! We nemen in een biertje in een plaatselijk barretje. Later zie op ik op Wikiloc (waar routes worden gedeeld) dat deze route geclassificeerd wordt als zeer moeilijk! Dat snap ik! We vervolgen onze weg over asfalt richting Gramsh en daarna richting Maliq. We rijden door een hele smalle kloof waar opvallende veel werkzaamheden zijn. Halverwege worden we staande gehouden door een hele enthousiaste medewerker van Statkraft. Ze zijn hier een dam aan het bouwen en hij is helemaal weg van onze auto. We moeten wat met hem gaan drinken. Wel lekker, even gezellig kletsen. Het wordt echter al laat en het lukt ons niet om een wildplek te vinden. Uiteindelijk rijden we door naar Porgadec en komen in het donker aan op Camping ARBI, een ware oase aan Lake Ohrid. We pakken een glas wijn met worst en kaas. Het was wel weer genoeg vandaag. Mooi, maar erg inspannend! Effe een dagje rust. Gelukkig hebben we de mooie wegen weer gevonden in Albanië.

Liefs,

Marijke

Week 15-17: Als uitsmijter: Albanië en Montenegro

Na een dagje rust aan het Ohrid meer, gaan we weer offroad. Wederom op een kleine aanwijzing (= 3 plaatsnamen) van Allradler magazin gaan we op pad. Vlak voor Elbasan nemen we een oude militaire weg omhoog langs Labinot. Daarna duiken we het bos in. Regelmatig hebben we prachtig uitzicht. De weg is ruig, rotsig en soms wat overgroeid en hier en daar raakt onze ‘under-car-protection’ de stenen. Zo hotsen we zeker twee uur langzaam, langzaam. Bij de lunch merken we pas goed hoe heet het is (34°). De airco is wel een zegen. Als we bij Üre in de buurt komen, zien we mensen bezig met hooien op steile hellingen. Nu komen we ook af en toe een lokale 4×4 tegen, die batsen over de weg. Allemaal heel vriendelijk; zwaaien! We zien mooie wildplekjes, maar zoeken een slaapplaats met mobiel bereik. Joost moet een zakelijk telefoontje plegen voor een mogelijke klus. We rijden langs Shengjergj en krijgen fenomenaal uitzicht over het dal. Joost probeert het bereik, maar het houdt niet over. Dan maar naar het dorpje. De weg naar beneden is erg steil en heel slecht. We komen uit bij een barretje naast een oude moskee. We nemen een drankje en Joost gaat in de auto zitten bellen (met de motor aan voor de airco). Tja, hoe leg je dat uit met handen en voeten? De mannen gaan op de auto af

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

om die nader te bekijken. Ik probeer ze uit te leggen waar alles voor is en waarom Joost in de auto zit. Ik krijg lekkere Turkse koffie aangeboden. Als Joost de auto uitkomt, laat een van de mannen mij zijn mobiel zien. Er staat te lezen (Google Translate): ‘If you want to stay here, no problem’. Kijk, da’s aardig! Inmiddels is Joost het plateau naast de moskee op gelopen en dat lijkt hem wel wat. Geen probleem verzekeren ze ons. Wow, wat een stek! We hebben rondom uitzicht. Joost maakt enthousiast een filmpje (zie hier). Het blijkt een echte traktatie, we horen alle geluiden uit het dal: spelende kinderen, koebellen, een auto, muziek uit de bar e.d. Af en toe komt iemand een sigaretje roken. We zien ook een werkelijk enorm overbeladen hooiwagen de weg afkomen die wij ook genomen hebben. Hij gaat tergend langzaam en de hooibaal blijft zichtbaar af en toe hangen aan de rotsen en in de bomen (we zien de volgende dag de resten hooi hangen). Na een warme nacht branden we om 6.30 uur de tent al uit en vertrekken we noordwaarts richting Klos. We rijden langs alpenweitjes en door de bomen met een slakkengang van 10 km per uur. De rit is lang en we weg wordt juist als we bij Gur i Bardhë nog slechter (zie filmpje). Om 13 uur komen we aan bij Camping Oasi della Chiesa in Suc. De camping ligt rondom een kerkje en wordt gerund door zusters. We zijn (en blijven) de enige gasten. We gaan onder een grote boom staan en duiken ’s middags aan de overkant van de weg even de rivier in. Tjee, wat is het warm. Het koelt ’s avonds gelukkig af en als de zusters met een aantal gasten en kinderen zich om het kunstvoetbalveld hebben geposteerd, trapt Joost een balletje met de kinders. Vanwege de warmte lijkt het ons een goed idee de bergen in te gaan! Woensdag 13/7 maken we een lange dag en rijden over een prachtige snelweg naar Kükes en vandaar over een smalle asfaltweg naar de Valbona vallei. Ai, ai, wat mooi hier! Steile bergwanden en een ijsblauwe rivier. We eindigen bij guesthouse Kon Gjoni waar we in de tuin kunnen kamperen; een prachtige plek. ’s Avonds eten we met de pot mee: geit! Het eten is overdadig en superlekker a 6,50 Euro. We kletsen met Denen en Belgen, want het

guesthouse is vol. We informeren bij de Denen naar een wandeling, want we moeten wel eens in beweging komen. De volgende dag volgen we de wandeling naar de piek Roshit. Het is weer erg warm en het rotsige pad is supersteil. Na 2 ½ uur klauteren en glibberen op de losse stenen, geef ik er de brui aan. Het uitzicht is prachtig maar we hebben nog steeds niet het ‘barretje’ bereikt. We komen de zoon van Gjoni tegen met wat Fransen en die verzekert ons dat het nog maar een half uurtje lopen is. Ik loop nog dapper even door, maar zie nog steeds niks: omdraaien! De weg naar beneden, je raadt het al, is even inspannend. ’s Middags rusten we na gedane arbeid en ’s avonds eten we weer ons buikje rond. Het koelt lekker af.

Vrijdag staan we om kwart over zes op. We willen met de ferry over Lake Koman varen en die vertrekt bijtijds. De bootreis is prachtig door de ‘fjorden’ van Albanië, maar om dit nu een van de mooiste vaartochten van de wereld te noemen…. Het is wel gezellig met twee Amsterdammers die hier twee weken rondtrekken. De aankomst van de boot in Koman is nogal lachwekkend. Het waait heel hard en de kade is mudjevol. Na twee pogingen liggen we aan wal. Dan volgt het manoeuvreren door een smal tunneltje met verkeer van twee kanten; lachuh! Langs een slechte weg rijden we naar Shkoder, een grote plaats. Vlak daarboven vinden we een plek op de camping aan het meer. Het begint enorm te onweren en regenen en de camping wordt flink modderig. De volgende ochtend vetrekken we naar Vermosh, een dorp op de grens met Montenegro. De weg er naar toe wordt helemaal

vernieuwd met EU-geld en is prachtig, maar helaas regent het. Als het asfalt ophoudt zien we indrukwekkende wegwerkzaamheden; veel wordt met de hand gedaan. De omgeving is schitterend en we komen 2 Ierse fietsers tegen; dapper hoor. In de Vermosh vallei mogen we in de tuin staan van Guesthouse Peraj onder de appelbomen. Dochter Florida spreekt prima Engels en we kunnen er ook eten. Om 19 uur staat buiten onder pergola een uitbundig maal klaar met o.a. gebakken vis, frieten, kaas, salade en cake. We kletsen uitgebreid met een bereisde Armeniër die verdacht veel van een Amerikaan heeft. Als we

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

vragen wat hij doet voor de kost zegt hij: ’If I tell you what I do, I’ll have to kill you”, uhuh. Met de kachel aan kijken we een film. ’s Ochtend gaan we de piepkleine grens met Montenegro over. Montenegro ziet er gelijk anders uit, een soort Zwitserland. Keurig huisje-boompje-beestje, mooie wegen. In de vallei van de knalblauwe Tara rivier vinden we een prima camping en hebben er alle ruimte. ’s Avonds maakt Joost een lekker vuur. Maandag rijden we door de prachtige vallei naar de brug over de Tara waar je met een zip-line een angstaanjagend ritje over de diepte kan maken. Het is er toeristisch druk. We rijden door naar een hoogtepunt van Montenegro: Durmitor National Park. Op de camping hebben we prachtig uitzicht op de bergen en maken een wandeling rondom Black en Small Lake, gevuld met gletsjerwater. De camping vult zich met wandelaars en het wordt koud. De volgende morgen hangen de wolken laag. We rijden eerst een weg naar het noorden van het park en vervolgens in het zuiden er onder langs tot in de Pive kloof. Prachtig, prachtig: eerst de kale ruige bergen van Durmitor en dan het helblauwe water van het stuwmeer omringt met groen. We rijden tot de grens met Bosnië-Hercegovina en besluiten naar het rafting kamp Grab te rijden. Raften op deze rivier lijkt ons wel wat! Top-besluit want er is heel veel ruimte om te kamperen, de ontvangst is uiterst hartelijk en professioneel en we

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

schrijven ons direct in voor een raft tripje. We vermaken ons met het gadeslaan van de enorme groepen Franse jongeren die er ook verblijven. De volgende dag melden we ons bij de raft instructeurs en met een aantal andere toeristen worden we in een wetsuit gehesen en met een busje naar het beginpunt gereden. We hebben er geen foto’s van, maar het is een prachtige tocht van 3 uur door de kloof met hier en daar toch echt leuke rapids. We vermaken ons uitstekend! Na afloop krijgen we een lunch alsof we zware arbeid hebben verricht. Donderdag rijden we dwars door het kleine landje naar de kust en belanden zowaar op een mooi plekje op een volle strandcamping. We koelen af in het zoute zeewater en kijken onze ogen uit; dit zijn dus mensen die dagenlang aan het strand liggen, brrr, niks voor ons. Vrijdag rijden we langs de toeristische kust naar het noorden. De kust is prachtig, maar nu veel te druk. We gaan door Lovcén National Park, dat ons niet zo kan bekoren, maar worden beloond met spectaculair uitzicht over de baai van Kotor.

Vervolgens passeren we 25 haarspeldbochten. Kotor staat op nr. 1 van de steden die je in 2016 moet bezoeken volgens Lonely Planet en we waren al gewaarschuwd voor de drukte (vooral van Amerikanen). Als we er aankomen ligt er een torenhoog cruiseschip in de haven en is het er inderdaad erg druk. Wel een leuk ommuurd stadje en we gaan eerst maar eens even lekker lunchen met scampi’s (direct een heel weekbudget in Iraanse termen uitgegeven). We winkelen wat en gaan dan op zoek naar een slaapplaats. Met de ferry naar de overkant en we komen aan op een volgepakte camping waar veel Nederlanders staan. We proberen af te koelen in het meer, maar het water is redelijk warm en ook wat vies. We concluderen dat Montenegro een proper landje is en prachtig, maar in juli kun je beter de kust mijden.

Zaterdag 23 juli begint onze laatste week en wat onwennige dagen aan de Kroatische kust, in Slovenië, Oostenrijk en Duitsland. Het is overal druk met toeristen en witte dozen en we voelen ons er niet echt thuis. Noemenswaardig zijn de kust van Kroatië (maar niet in juli!), en vooral Ljubljana in Slovenië. Wat een leuke stad! We shoppen wat leuke spulletjes bij elkaar. Als we de tunnel doorrijden naar Oostenrijk zakt de temperatuur van 35 naar 25 graden. De laatste avond in de Eifel boeken we een mooi hotelletje en eten er op culinair niveau om af te sluiten. Op vrijdag worden we thuis warm onthaald door Jaap, Jacomien en Noor.

Dit was het dan. Vier maanden, 23.000 kilometer en vele prachtige ervaringen. De variatie in cultuur, natuur en mensen tussen de landen was geweldig. Iran en Georgië hebben ons hart gestolen en kunnen we warm aanbevelen (ook voor mensen die minder avontuurlijk willen reizen!). En nee, er is niets vervelends voorgevallen en we hebben ons altijd veilig gevoeld. Kortom, wij vinden deze reis boven verwachting geslaagd!

Nu we thuis zijn, zeggen veel mensen dat die 4 maanden omgevlogen zijn. Nou, voor ons gelukkig niet! Iedereen bedankt voor het meeleven en meelezen, dat maakt het extra leuk om te schrijven. Op naar een volgende reis!

Liefs,

Marijke

We zijn thuis!

We zijn thuis!

Hier zie je de route die we gereden hebben. In totaal ongeveer 23.000 km in 4 maanden.