Categorie archief: 2005 Filippijnen

We zijn thuis!

We zijn thuis!

Hier zie je de route die we gereden hebben. In totaal ongeveer 23.000 km in 4 maanden.

Advertenties

week 1: Op een trilplaat door de cordillera

30-1-2005

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Dit is ons eerste reisverslag uit de Filippijnen. We hopen dat jullie het leuk vinden een beetje met ons mee te reizen!

Na een prima vlucht met Singapore airlines, kwamen we 23 januari rond 1 uur ’s middag in Manila aan. Spontaan leende iemand ons 20 pesos om het guesthouse te bellen. Na 10 minuten kwam Mr. Martin ons oppikken. Het is 29 graden en dus is de temperatuur even wennen. We slapen een paar uur en eten erg simpel in het guesthouse onder het genot van een luide basketbal wedstrijd op televisie (de nationale sport).

De volgende ochtend vertrekken we met een binnenlandse vlucht naar Baguio City, een populaire bestemming voor mensen uit Manila omdat de temperatuur daar lager ligt. We laten ons afzetten door een taxi-chauffeur (voor alles een eerste keer) en checken in in het Baguio Palace Hotel. Een kamer kost 14 Euro en dan heb je ook wat! We lopen ’s middags door de stad en zijn waarschijnlijk de enige toeristen hier. Het is erg druk, maar mensen zijn erg vriendelijk en de sfeer is prima. Terug in het hotel informeren we naar het huren van een auto. De eerste chauffeur die komt opdagen probeert op een merkwaardige manier ons te verleiden van de reis af te zien en in Baguio te blijven door een verhaal op te hangen over kidnappende rebellen (moet je net bij mij zijn…). De tweede chauffeur is bijoznder vriendelijk en wil ons wel naar Banaue rijden. Een rondrit met prive-auto is veel te duur (US$200 per dag). We bedenken ons geen moment, pakken de bagage en rijden met een ruime Toyota suv naar Banaue. De rit duurt 7 uur, maar ik vermaak me prima. Manuel rijdt uitstekend en zo kun je het landschap aan je voorbij zien trekken. We stoppen af en toe en gelukkig kan ik erg goed tegen smerige toiletten… Na half 6 wordt het donker en de rit een stuk spannender. De tocht wordt begeleid door muziek van de Carpenters en Bon JOvi. Ze zijn hier erg weg van melige Amerikaanse muziek, of zoals Joost dat noemt: zweefteven-muziek. Om 20.45 komen we aan in het Green View Lodge in banaue en worden we sympathiek ontvangen. He is hier een stuk kouder en een extra deken kan geen kwaad.

De volgende dag gaan we met gids Freddy op pad. Hij troont ons in twee tricycles (motorfiets met bakkie) waar Joost eigenlijk niet in past. We rijden naar het viewpoint over de rijstterrassen, wat ze hier het 8ste wereldwonder noemen. Onderweg fotografeer ik plichtmatig 3 Ifugao vrouwen in traditionele kleding voor een paar pesos. Het uitzicht over de rijstterrassen is adembenemend. We gaan te voer teug naar banuae. Volgens Freddy lopen we 700 traptreden naar beneden en onderwijl balanceren we op de randjes van de irrigatiekanalen tussen de terrassen. Het is warm en Joost verbrand ongenadig zijn nek. Het is een zware trip, maar absoluut de moeite waard en ‘ fast Freddy’  heeft er absoluut geen moeite mee. De terrassen zijn gedurende 2000 jaar door de Ifugao stam gebouwd, waarbij ze stukje bij beetje de bergen van bovenaf in terrassen hebben veranderd. De regentijd zorgt voor de irrigatie, waarna een hele arbeidintensieve cyclus van planten en oogsten volgt.

Woensdag gaan we met een prive-jeepney om 7 uur op pad, de Koreaanse Sue gaat met ons mee. Een jeepney is een typisch Filippijns voertuig en moeilijk te omschrijven, maar er kunnen omgeveer 10 mensen in. Salvador rijdt ons over een ongeloofelijk slechte weg  naar een punt dichtbij het dorpje Batad. Geen suv had hier kunnen komen. We lopen in een uurtje naar het dorp, waar we wat dirnken bij Ritha, een oud vrouwtje dat perfect Engels spreekt (met dank aan de missionarissen). Er is ook een Australische die hier al 10 maanden onderzoek doet naar ratten die de rijst eten; onderzoekers zijn toch een paart slag volk. Freddy leidt ons behendig door de rijstvelden en huisjes naar het midden vna het ‘ auditorium’; rijstterrassen rondom, magnifiek. Mijn benen protesteren luid; ik heb nog nooit zoveel trappen gelopen (ik heb nu echt respect voor Peter’s loop door het Nationale Nederlanden gebouw). Uiteindelijk komen we bij een waterval en rusten we een uurtje uit. Mijn bovenbenen trillen behoorlijk. Joost neemt een ijskoude duik. Na een flinke klim zijn we terug bij Ritha en eten we haar pizza; heel apart, maar wel lekker. Haar man Romeo komt lichtelijk aangeschoten van een begrafenis (waar ze rijstwijn bij drinken) en we hebben een hoop lol. Rond 16.30 komen we terug bij de jeepney. In de lodge kan ik amper de trap meer op.

Salvador hebben we nog een dag gechartered om ons ruim 200 km op en neer naar Bontoc en Sagada de rijden. De weg begint op wolkniveau en daalt dan af langs weer andere rijstterrassen. Het uitzicht is prachtig. Ik zit alleen achterin en Joost naast Salvador, want achterin is te laag! Na 3 1/2 uur komen we in Sagada aan waar we gelijk efficient voorzien worden van een gids om de plaatselijke grotten te gaan bekijken. Volkomen naief dalen we flink wat trappen (nee, niet alweer!) af. Dan worden we gevraagd onze schoenen uit te doen en vertelt de gids onsdoodleuk dat we nat zullen worden (en dat worden we!). Klauterend en met de nodige acrobatiek wurmen we ons door nauwe spleten. Langs touwen hijsen we ons over watergaten heen. De adrenaline spuit me de oren uit en ik voel spontaan geen spierpijn meer. Zelfs Joost vindt het wat claustrofobisch. Aan het eind, diep onder de grond sringt Joost in de ‘ swimming pool’. Gelukkig wist ik niet van te voren wat ons te wachten zou staan, maar het was fantastisch. We worden nog even langs de ‘ hanging coffins’  geleid (ze begraven hun doden in kisten die ze aan de wand van grotten ophangen. Na een heerlijk lunch ( we kunnen nog steed hier alles eten en drinken zonder ziek te worden), gaan we terug. Op de trugweg stoppen we bij het Bontoc museum. Hier zie je hoe de stammen hebben geleefd en foto’s van de Amerikaanse kolonisten. De foto’s van de koppensnellers en onthoofde lijken zijn erg shockerend. Het was een sport voor de stammen om van hun rivaal het hoofd te bemachtigen. Ze hadden er ook speciale spullen voor: een ‘ head-axe’  en een mand waar het hoofd inpaste. Tja, ieder z’n hobby.

Vrijdag gaan we met de bus van 6.30 (hoezo vakantie) in 8 uur terug naar Baguio. Het had allemaal wat slimmer gekund, want in dezelfde tijd kun je in Manila zijn, maar ja. We hebben nu in ieder geval goede tips voor mensen die ook deze kant op willen! De rit gaat prima en is hier en daar spannend, want we zitten op de eerste rij voor de inhaalmanouvres. De muziek is weer van het melige soort (Country home, take me home to a place….bla bla). In Baguio slapen we weer in het grote lege hotel.

Zaterdag vliegen we terug naar Manila, een dag eerder dan gepland, want Robert komt vandaag in Manila aan. We checken in in hetzelfde hotel, en bij de receptie wordt ik aangesproken door iemand ‘ van de FBI’ die me waarschuwt dat we hier voorzichtig moeten zijn. Ik antwoord hem dat we tot nu toe veilig gereist hebben. Hij antwoordt dat ik daar niet over moet opscheppen en dat we waarschijnlijk geluk hebben gehad omdat Joost zo groot is. Wat een kerel! Zulke bangmakerij bederft mijn vakantiesfeer. We lopen wat door een gigantisch winkelcentrum, waar je Euro heel veel waard is en wachten vervolgens in de lobby op Robert. Die ziet ons gelijk, wanneer hij binnenkomt. Wel lachen om hem hier tegen te komen. Na een douche gaan we naar een buffetrestaurant, waar we ons helemaal vol eten aan allerhande Aziatische specialiteiten (het eten hier is prima). Hoogtepunt is een prive-concertje aan onze tafel vna een 4-koppige band die zowaar naast hun Amerikaanse repertoire op ons verzoek een Filippijns lied ten gehore brengen. Daarna bezoeken we een bar aan de overkant en de vooroordelen over de Filippijnen worden waar. Een overmaat een dames in strakke jeans en oudere Europese kerels (brrrrr). We kijken onze ogen uit (praten gaat niet want de muziek staat heel hard). We praten nog wa na in de hotelbar en nemen afschedi van Robert, want die vetrekt vroeg naar Sabang om te gaan duiken.

Vandaag hebben we heel wat meters afgelegd door Manila. Via het Rizal park door Chinatown en toen met een taxi naar de Chinese begraafplaats. De wandeltocht leidde niet door de mooiste buurten, maar het voelt hier echt niet dreingend aan; mensen dringen zich ook niet op zoals in India. De begraafplaais is heel apart. Rijke families kopen hier voor veel geld een stukje grond en bouwen er een flinke kamer op in mamer, compleet met graftombe, keuken en toilet (voor de bezoekende familie). We zijn de enige touristen hier, terwijl dit toch een interessante plek is in een verder viezen en oninteressante stad. We reizen terug met de metro en lopen nog even over een drukke markt (niet mijn hobby). Vervolgens spenderen we nog wat tijd in de shoppingmall, waar je je overigens voor een paar Euro helemaal kan voleten. Nu schrijf ik hier dit verslag. Morgenochtend vetrekken we naar het paradijs; de Calamian eilanden.

Veel liefs en tot de volgende keer.

Marijke en Joost

week 2: Zee, koraal en zon, zon, zon

6 februari 2005

Lieve familie, vrienden, en collega’s,

Allereerst bedankt voor al jullie enthousiaste reacties. We kunnen helaas niet zo makkelijk terugmailen, want de verbindingen zijn hier erg langzaam. Geen reactie wil dus niet zeggen dat we je bericht niet gelezen hebben!

Ik bedacht me dat de titel van het vorige verslag niet zo duidelijk was: de rit achterin een jeepney voelt als op een trilplaat (maar minder effectief waarschijnlijk) en de Cordillera is het centrale berggedeelte van Luzon dat we doorkruist hebben, vandaar…

We hebben weer een enerverende week achter de rug. De zondag hebben we in Manila doorgebracht. Alle waarschuwingen ten spijt zijn we dapper te voet door Manila gelopen. Het is geen mooie stad, hoewel Rizal Park op zondag wel gezellig is met al die picknickende gezinnetjes. Het is wel een beetje vegane glorie. Daarna zijn we door Intramuros gelopen, het oudste ommuurde (en onneembare) gedeelte van Manila. De Kathedraal is verre van indrukwekkend. Wel eindigen we zowaar en een Starbucks (een heel vreemd contrast). Een goede frappucino is een waar genot na alle Nescafe. Vervolgens zijn we doorgelopen naar Chinatown, waar we blijkbaar het hart niet kunnen vinden. Het is stoffig, druk en vies, maar we worden niet lastig gevallen. We raken wat verdwaald en pakken een taxi naar de Chinese begraafplaats. Zoals ik al schreef een merkwaardige plek, waar Chinesen kapitalen neertellen om in een marmeren kamer met keuken en toilet begraven te worden. Met de metro gaan we naar een zuidelijke markt en vevrolgens naar Robinson’s Place een waar shopping walhalla waar ik het vorig reisverslag schrijf. Als we terug zijn in het hotel doen we niets meer, de warmte is toch wel vemoeiend. We slapen vroeg en veel hier.

Maandag vroeg op en om 7.30 staan we op het vliegveld. Daar wacht on seen vervelende verrassing: de vlucht is gecanceld en we kunnen ‘s middags nog wel mee. Bah, weer die vieze stad in. We dralen wat op het vliegveld en nemen de beslissing naar Makati te gaan: wow, dat is een heel ander manila! Dure wolkenkrabbers en een prachtig winkelcentrum met park (Greenbelt). We drinken uitgebreid koffie (latte en espresso) en lezen wat onder een palmboom. We verkennen de Landmark department store en luchen lekker. Om 14.30 vertrekt ons kleine vliegtuigje naar Busuanga (18 zitplaatsen). De vlucht is rustig en langzaam duiken er tropisch eilandjes op. We landen op een kleine airstrip en rijden over het onverharde gedeelte ernaast naar het gebouwtje. Daar staat een jeepney van Asian Spirit (de luchtvaartmaatschappij) klaar, complete met scenes van vliegtuigen op de zijkant. De rit is stoffig en de chauffeur heeft een heel scala aan sirens om de koeien van de weg te jagen. We worden afgezet bij het Koksnuss Garden resort in Coron. Een prachtige tropische tuin met 22 bungalows, dat wordt gerund door Rudolph en zijn zoon Jorg. Rudolph is een dikbuikige Duitser die hier al 15 jaar woont en dol is op bier. Ze hebben het hier mooi voor elkaar. We nemen onze intrek in een bungalow complete van bamboe met een badkamertje erachter (met planten erin). We vallen met onze neus in de boter, want ze hebben vanavond een barbecue. Lekker eten! We ontmoeten Jeroen en Gitta (Nederlanders), Richard en Dirk (Duitsers) en Dick (een uitbundige Amerikaan). De bediening is in handen van een flinke club Filippijnse schonen die perfect gastvrouwen zijn.

De volgende morgen neemt jeroen ons mee naar de duikschool, maar helaas kunnen we vandaag niet mee. Joost hurt dan een crossmotor en gaat een paar uur op pad. Ik blijf de hele dag onder een palmboom zitten en in een hangmat: heerlijk. De zon is te gevaarlijk om in te zitten. Ik ben in de biografie van Robbie Williams bezig: vreemde vent in een vreemde wereld. Joost komt aan het eind van de middag terug, complete onder het stof, het was een heftige rit. ‘s Avonds is het weer erg gezellig en Jeroen en Gitta hebben hun Advanced Open Water gehaald.

Woensdag gaan we met de tricycle naar de duikschool voor 12 pesos (een paar Eurocent). We vertrekken op een grote Banca (een boot met aan weerskanten een soort geleiders, zodat de boot heel ondiep over de riffen kan varen. Er zijn 2 instructeurs aan boort en 4 cursisten. Joost doet eerst een refreshment duik (want het is 7 jaar geleden dat hij voor het laatste heeft gedoken). Ik probeer de wegwerplezen om te kijken of ik kan snorkelen. Het is geweldig, ik kan weer zien! Ik zwem wat om de boot, maar het is hier erg diep en dus is er niets te zien. Joost komt opgetogen terug, want het gaat goed. We varen naar een andere plek en daar duikt Joost wat dieper(18 meter). Het is er erg mooi. De laatste duike doen de ervaren duikers door een Japans wrak van een boot. Het is een nogal claustrofobische ervaring, een dikke Duitser komt niet bepaald happy weer naar boven.  In dit gebied liggen 7 wrakken van Japanse oorlogsschepen en daar komen vele mensen hier speciaal voor naar toe. Joost mag het wrak niet in, maar ook erbij is al een geweldige ervaring. De temperatuur is lekker op het water (in de schaduw!). Als we terugkomen in het resort, heeft Dick enthousiast een boot gehuurd voor morgen die ons ook meeneemt om te vissen. In de tuin hebben ze vandaag twee slangen gevangen en was een meterslange lizard op bezoek (hebben we gelukkig niet gezien!).

Donderdag vetrekken we vroeg met Dick en Melissa (1 vna de meisjes die Dick heeft ingehuurd als tourguide) naar de haven. We voelen ons al aardig thuis. Ik loop in een ‘ tie-dye’  wikkelrok op Teva’s en Joost heeft een afzichtelijk korte broek aangeschaft. De boot is een kleine banca en we varen eerst naar Sagat Island. Hier heeft de Engelse Andy een fantastsch resort, echt een bounty eiland. We worden rondgeleid en we drinken sap uity een kokosnoot (niet echt lekker). Andy vetrekt met een watervliegtuig (hoe decadent). Hier kost het 60 dollar pp per nacht en dat is een klein vermogen hier (we betalen bij Koksnuss 26 met ons tweeen, ook prijzig hier trouwens). Edmund (de kapitein van de boot) en zijn zoontje Raymond laten onms zien hoe ze heir vissen: met een handlijn en wat inktvis. Joost doe teen poging maar dit schijnt niet de juiste plek te zijn. We varen wat verder en hebben iets meer geluk, maar de oogst blijft armzalig. Bij Coron Island leggen we aan om naar het Barracuda meer te lopen. Dit is een oud vulkanisch meer dat erg diep is. Je klimt er over akelig scherpe rotsen naar toe. Het is populair om met duikuitrusting en al er heen te klimmen, want duiken hier is heel special, er zijn diverse lagen zout en zoet water van verschillende temperatuur. Joost en Dick gaan zwemmen, maar merken daar overigens niets van. Vervolgens varen we naar een rif om te snorkelen. Mijn eerste keer! Lenzen in en reddingsvest aan (dat drijft makkelijk). De wereld onder water is prachtig: vissen in alle kleuren van de regenboog en koraal in paars, groen, rood. Jammer van de miniscule kwalletjes; je ziet ze niet, maar ze bijten vennijdig. Het voelt alsof je ineens allemaal wondjes hebt in het zoute water, brrrr. We worden allemaal gebeten, maar de uitslag verdwijnt snel. Dit was een prachtige dag!

Vrijdag gaat Joost met Dick op de motor op pad en ik luier weer heerlijk in de tropische tuin. ‘s Middags komen de heren complete bestoft terug van hun avontuur en ga ik bij Joost achterop naar de hotsprings. We hebben veel bekijks. De hotsprings is een wat viezieg bedoening met inderdaad heet water. ‘s Avonds eten we in Coron bij de Fransman Bruno werkelijk fantastische biefstuk met pepersaus en een salade. Dat hadden we hier niet voor mogelijk gehouden. We kletsen uitgebreid met hem en komen er steeds meer achter dat het niet eenvoudig is hier een bedrijf te runnen. De Filippijnen zijn niet lui, maar ze kunnen erg weinig en ze kunnen niet erg lang hun aandacht vasthouden (sommig serveersters blijven zolang dat ze en nieuwe broek kunnen kopen en gaan er dan vandoor). Loodgieters en electricians zijn er eigenlijk niet en dus moet je alles zelf opknappen. ‘s Avonds praat Joost uitgebreid met Rudolph van Koksnuss en hoort hetzelfde verhaal. Ze hebben maar 4 maanden gasten en hij houdt zijn personeel de andere 8 maanden bezig om er zeker van te zijn dat hij goed getraind personeel heeft. Rudolph heeft er hard aan gewerkt om een vaste en goed opgeleide staf te houden. De meiden wonen in het resort en zijn volledig verantwoordelijk voor de catering. UIteindelijk geeft hij toe dat hij en zijn zoon niet echt gelukkig zijn en dat het een hard bestaan is. Desondanks willen ze absoluut niet terug naar Duitsland.

Zaterdagochtend staan we onchristelijk vroeg op (4 uur) om de boot naar Puerto Princesa te nemen. Hmm, we hadden beter Manfreds advies kunnen volgen en de luxe klasse kunnen boeken, maar ja in Manila aan te telefoon ging het allemaal zo snel en ik begreep niet alles en dus krijgen we een bed in de toeristenklasse. De televisie en de airco staan hard aan. We proberen wat te slapen en nemen uiteindelijk onze toevlucht in het eerste kl;asse restaurant, waar we uren zitten te lezen.  Tegen 18.00 uur komen we in Puerto Princesa aan, waar de fanfare de boot verwelkomt (ben het met je eens Paul, zouden ze op Schiphol ook moeten doen!). We gaan met een tricycle naar Casa Linda, maar dta zit helaas vol. De Badjao Inn is stukken minder. We gaan tevergeefs op zoek naar een restaurant wat we maar niet kunnen vinden en belanden uiteindelijk ergens waar we niet lekker eten. Dit was geen beste dag, we balen ook een beetje omdat we beter van Coron direct naar El Nido hadden kunnen vliegen, maar ja.

Vandaag zetten we heel wat recht en hebben we goeie plannen gemaakt voor de komende dagen. We zoeken contact met Papa Mike (Pat Murray) op aanraden van Manfred. Een Amerikaan die hier al 30 jaar woont. We drinken koffie met hem en hij regelt een auto naar Sabang. Van daar uit kunnen we met een boot naar Port Barton (hij reserveert ook het El Dorado daar alvast) en van daar uit naar El Nido. We boeken een vliegticket vna El Nido terig naar Puerto Princes voor volgende week. Dit lijkt er meer op! We hebben net nog even een rondje langs de geldautomaten gemaakt om voldoende geld op te halen (een echte bottleneck hier) voor de komende 10 dagen. Dit verslag schrijf ik hier ook nog even, want Internetten kan waarschijnlijk de komende 10 dagen niet (dit gebied noemen ze dan ook de Last Frontier in de Filippijnen…). Hoewel in Port Barton een Engelsman schijnt te zitten die via de satelliet kan Internetten. Het merkwaardige is dat je hier wel overal mobiel kunt bellen (telefoon hebben ze niet overal..)

Alles gaat dus prima, we krijgen al een bruine kop, zijn nog niet ziek geweest, eten lekker (meestal) en hebben het prima naar ons zin. De Filippijnen zijn echt een aanrader hoor!

Heel veel liefs uit Puerto Princesa en tot horens,

Marijke en Joost

week 3 & 4: Jungle en bounty eilanden

17 februari 2005

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Wederom dank voor al jullie leuke reacties. We zijn inmiddels weer terug in Puerto Princesa na een flinke omzwerving over en rond het eiland Palawan. Na het schrijven van het vorige verslag zijn we met een prive-auto naar Sabang vertrokken. De weg er naar toe was nog slechter dan we verwacht hadden. Een echt wasbord met gaten en geulen door de grotendeels onbewoonde jungle met ruige hoge rotsen ertussen. Na twee uur hobbelen en botsen komen we bij het Bambua Nature Resort aan. Het laatste stukje moeten we lopen. Het blijkt een flink stuk grond te zijn, dat er uitziet als een prachtige tuin met tropische planten en palmen met hier en daar flinke bamboe ‘ cottages’. Andre (Duits) heet ons welkom en laat onze cottage zien. Werkelijk fantastisch hier midden in de jungle (kijk even op http://bambua-palawan.com/). Als we even later de vader van Andre ontmoeten blijkt dat we die al eerder gezien hebben in de jeepney van Andre in Puerto Princesa. Omdat hij geen Engels sprak begrepen we hem niet, maar we hadden dus mee kunnen rijden en veel geld kunnen besparen! Afijn, we worden door opa rondgeleid, want achter het resort blijkt Andre een ‘organic farm’ te hebben. Dit ziet er heel mooi uit vanaf de heuvel: rijstveldjes en visvijvers, geiten, kippen en papaja’s. Marco (ook Duits) neemt het van opa over en vertelt ons uitgebreid hoe hij zijn studie tropische landbouw hier in praktijk brengt. Ze proberen hier geintegreerde landbouw te bedrijven d.w.z. alle dieren en planten hebben een functie voor elkaar. De eenden poepen in de visvijvers en eten de slakken uit de rijstvelden. In de tilapia-vijvers leggen de slakken hun eitjes, enz. enz. (kijk eens op http://www.ciaap.com onder de foto-gallery, dan zie je hoe het er uitziet) Ze willen eerst met prive-geld bewijzen dat dit levensvatbaar is om vervolgens subsidies aan te vragen en de boeren in de omgeving een alternatief bestaan bieden. Het lijkt alsof Andre in geen tijden heeft gepraat want hij houdt ons 2 1/2 uur bij ons biertje vandaan! Zijn levensverhaal is de moeite waard om eens op te schrijven. In Duitsland kwam hij geen 25 km van zijn geboortdorp af tot dat hij het besluit nam iets met zijn leven te doen. Na vele omzwervingen kwam hij lopend in Sabang aan (er was geen weg) 17 jaar geleden. Hij trok bij een familie in en ging vissen voor zijn onderhoud. Ondanks allerhande moeilijkheden met locale ‘ landlords’ kocht hij een stukje land en van het een kwam het ander. Nu is hij enkele hectares rijker en het ziet er goed uit. Ook is hij 7 jaar gelden begonnen met het bouwen van een enorme villa. Hij leidt osn er in rond en het is inderdaad een levensproject. Nu gaat eerst het geld in de farm, dus dat huis is voorlopig nog niet af. Inmiddels is Andre 13 jaar getrouwd met een ‘native’  Rosaly en ze hebben 3 kinderen. Rosaly kookt onvoorstelbaar lekker in een heel primitief keukentje. We eten totaal onbekende groente en heerlijke gemarineerde vis. We ontmoeten Fabian, die inmiddels al bijna een jaar op reis is en ‘ hanging around’  tot een kunst heeft verheven. ’s Avonds bediscussieren de heren met Andre en Marco de wereldeconomie en politiek…..(niet aan mij besteed).

Wat een bijzondere plek! en wat een bijzondere mensen. We besluiten spontaan hier een nacht langer te blijven. De volgende dag zet Andre ons af bij de pier en gaan we met een banca(boot) naar St Pauls Subterramean National Park te gaan met haar Underground River. Dit beschermde stuk natuur fascineerde Jacques Cousteau al, dus gaan we er een kijkje nemen. Met een bootje en een gids, vaar je hier een kilometer over een ondergrondse rivier (in totaal is de rivier zo’n 6 km lang). We zien ongeloofelijk veel vleermuizen en de kathedraal heeft een plafond van 65 meter hoog. Erg bijzonder. Terug bij de ingang zien we een 1 1/2 meter lange monitor-lizard en aapjes. Terug in Sabang lopen we langs het strand (verlaten) een wandeling door de jungle. Een beetje tot onze teleurstelling zien we helemaal geen slangen, lizards of andere enge dieren. Het is hier wel ruig en vooral heet. Terug in het dorp laat Joost zich inmaken in de plaatselijke biljarthal. Om 17.45 posteren we ons op een eilandje in de tilapia-visvijver om tientallen witte reigers naar hun slaapplaats in een boom te zien vliegen. Dit doen ze iedere avond op het vaste tijdstip, erg fraai. Na het wederom perfecte eten kletsen we met Fabian over meer spirituele zaken en zijn levenswijze ‘ just accept it’ (en dat past hij overal op toe!).

Dinsdag regelen we een boot naar Port Barton voor woensdag en lummelem wat rond. Op de farm is altijd wat te kijken en Andre houdt niet op met zijn verhalen, erg leuk. ’s Avonds komt tot onze stomme verbazing Dick aangelopen die we in Coron hebben ontmoet. Tijd voor een Sammy! (San Miguel is het plaatselijke bier)

Woensdag vertrekken we om 7.00 met Fabian naar Port Barton in een banca. We nemen helaas afscheid van Andre en zijn vader, het lijkt erg aanlokkelijk om nog eens terug te gaan en dan de handen uit de mouwen te steken; wie weet. De banca wordt zo nu en dan stilgelegd om benzine bij te vullen en we worden wel wat nat. Na 4 uur varen arriveren we in Port Barton. Het plaatsje ligt mooi in een baai. We gaan gelijk met Fabian naar El Dorado Inn. Ze hebben oms sms-je blijkbaar niet gehad dat we later zouden komen en onze reservering is weggeven. De eigenaars zijn behoorlijk gereserveerd en de kamer die ze nog heeft erg klein. We eten een broodje en de jarenm 70 muziek schalt uit de luidsprekers. We voelen ons hier niet thuis. Joost en Fabian gaan op pad om het dorp te verkennen. Het is allemaal niet echt interessant na ons verblijf in de jungle en dus besluiten we met een Duitser op de bonnefooi mee te gaan naar het Coconut Garden Island Resort op het Cacnipa eiland. Na een halfuur varen komen we aan op dit bounty-eland en het ziet er erg aanlokkelijk uit. Het personeel wordt uit een kamer gejaagd zodat we allemaal een bed hebben. De eigenaar is een Zwitser, Henry en hij heeft 2 aapjes als huisdier. Wat interessanter is: hij is kok! Het eten is dus erg goed. We blijven hier tot zondag. En… wat hebben we gedaan? Hanging around! Zo werkt dat dus: een hangmat, een wit strand, blauwe zee en een goed boek (en zonnebrand!). ’s Avonds op tijd naar bed, want de generator gaat om 10 uur uit (en dan is er dus geen electriciteit meer). Na een dag of twee hebben we de smaak te pakken en doet zelfs Joost niets meer. Joost gaat nog wel een ochtend 2 duiken maken met een Zwitserse instructeur en we snorkelen op het ‘ housreef’. Helaas is het meeste koraal hier dood omdat er illegaal gevist wordt met cyanide. Joost ontdekt wel een enorme schildpad onder water (en een giftige slang).

Verder opmerkelijk is de aanwezigheid van 4 Duitsers met verrassend verliefde Filippijnse vriendinnen. Fabian is er duidelijk over: prostituees. Dat gaat er bij mij niet een-twee-drie in. Ik geloof in het goede in de mens (is wel wat naief blijkt) en de verliefdheid ziet er erg overtuigend uit (erg professioneel volgens Fabian). Na drie dagen speculeren is een van de Duitsers erg openhartig tegen Fabian: je vliegt naar Manila, duikt een bar in, let goed op je geld, drinkt een biertje en zoekt een leuk meisje uit. Je betaalt een tussenpersoon 1500 pesos per dag vooruit (20 Euro) en betaalt verder alles voor haar (eten drinken, tickets accomodatie). Kind doet de was. Het gaat wel eens mis, hij vertelt Fabian (alsof het niets bijzonders is) dat het eerste meisje bij aankomst in Puerto Princesa ’s avonds ‘ niets’  wilde en dus heeft hij haar terug op het vliegveld gezet en een ander opgepikt…..

Tja, het duurde wel even voor ik me echt realiseerde dat dit echt was. Fabian was er ook erg van ondersteboven. Hij heeft al heel veel landen in Azie gezien waar dit aan de orde van de dag is (ook met kinderen…). Maar zo openlijk en zo ‘ gewoon’  heeft hij er ook nog nooit iemand over horen praten. We zijn er behoorlijk van onder de indruk. Dit betekent namelijk ook dat er dus veel mensen zijn, die geen andere mogelijkheid zien om aan geld te komen….

Zondag vertrekken we om 6 uur ’s ochtens met een Deens gezin in een grotere boot naar El Nido. Deze tocht kan erg heftig zijn en dus hebben we zwemvesten en regenpakken aan boord. Het eerste gedeelte valt nog mee, maar inde buurt van El Nido wordt het flink winderig en nat. De omgeving is erg ruig. Hoge rotsen torenen uit het water. El Nido is een allesbehalve charmant stadje. We lopen wat rond en proberen iets leuks te vinden. Na 3 uur hangen besluiten we dan toch maar naar Dolarog Beach Resort t egaan. Dit is ver boven ons budget, maar de Denen waren er erg lovend over. We worden opgehaald door een banca en Dolarog ligt werkelijk idyllisch aan een strandje ver weg van El Nido (en de weg). We krijgen een cottage met uitzicht over zee, de eilanden van de bacuit archipelago en….een werkelijk schitterende zonsondergang. Het eten heeft een Italiaans tintje en is uitstekend. De eigenaar (Italiaan Edo) heeft ook een prima voorraad wijn in huis. Met de Deense familie is het erg gezellig (onze culturen komen verrassend dicht bij elkaar).

Maandag krijgen we de grote banca mee en gaan we met de Denen Island-hoppen en snorkelen. Overal prachtig witte stradjes op ruige eilanden. De zon is zoals gebruikelijk erg fel en we smeren nog steeds met zonnebrand. Langs het Miniloc-island kun je prachtig snorkelen maar helaas is het meeste koraal dood. We rusten wat op een verlaten strand met erg wit en zacht koraalzand: hoe tropisch!

Dinsdag luier ik op ons terras en maakt Joost 2 duiken. Hij ziet enorme vissen.

Woensdag krijgen we een kleine banca mee en gaan snorkelen op 7 Commando’s Beach. Hier leeft het koraal! Prachtige kleuren koraal en vissen in alle kleuren van de regenboog. Dit kun je uren vol houden, jammer dat je het na verloop van tijd toch koud krijgt (en kramp in mijn tenen). We lunchen in El Nido en zijn het er over eens dat Dolarog ‘ overpriced’  is, maar dat er geen alternatief is in El Nido (hier spreekt de Nederlander). Tja, het is gewoon een prachtige plek, hier fotografeer ik me suf, het eten is fantastisch en je hebt een eigen veranda met een prachtig uitzicht, wat wil je nog meer?

Vandaag heeft Edo ons met de grote banca naar het vliegveld gebracht. Pardon? met de boot naar het vliegveld? Jawel! Je meert zo ongeveer op de landingsbaan aan en ze komen je halen met een motorbootje, heel bijzonder. Het is even wachten op de 18-zitter en het is wel lachwekkend wanneer de piloot het praatje (dat normaal de stewardess houdt) voor ons afraffelt. Halverwege zien we dat 1 van de piloten in slaap sukkelt…maar we zijn er hoor!

Morgen vliegen we vanuit Puerto Princesa naar Manila, waar we nog wat shoppen. Zaterdag vliegen we via Singapore naar Amsterdam.

Het was weer een mooie vakantie. Totaal anders dan Nieuw-Zeeland of Chili, maar de Filippijnen zijn ons erg bevallen. Prachtig land, aardige mensen, goedkoop, prima eten en…geen regen! Het land nodigt uit om verder te ontdekken. Sowieso hebben we Azie nu in het vizier en van Fabian hebben we heel wat tips opgevangen (die houden we voor ons zelf!).

Veel liefs,

Joost en Marijke