Categorie archief: 2006 Botswana – Zuid-Afrika

part 1: Elvis & the Hoedspruit Monsters

Zaterdag 25 maart 2006

Botswana Adventure part 1: Elvis & the Hoedspruit Monsters

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Dit is ons eerste reisverslag uit Botswana. We zijn gisteren gearriveerd in Maun en even in de bewoonde wereld. Hier volgt een korte impressie van onze eertste fantastische week!

Vrijdag 17 maar zijn we aangekomen In Johannesburg (Joburg) en worden gastvrij ontvangen door Andre. Andre is de vader van Craig. Craig is de eigenaar van Safari Brothers en we ontmoeten hem de volgende morgen. Bij het ontbijt legt hij ons wat verschillende alterantieven voor want Moremi National Park is nog gesloten. Dan ontmoeten we Andy, onze gids, een goedlachse vriendelijke enigszins mollige zuid-afrikaan. Hij zal ons de komende tijd vermaken met verhalen uit zijn rijke historie als Krugerpark gids, 4×4 instructeur en nog veel meer. We ontmoeten ook Elvis, een fantastisch uitgebouwde en verhoogde Landrover waar een trailer met alle spullen achterhangt. We hebben 250 lieter watre mee en voor 6 dagen eten inclusief een koelbox vol vlees, bier en wijn. Super. We vetrekken om 9 uur en onderweg doen we nog wat boodsachppen en brieft Andy ons. In de middag gaan we over de grens met Botswana. Ik zit achterin en achter de voorstoelen heeft Andy 3 dozijn eieren verstopt. Bij de grens wordt strikt gecontroleerd dat je dat niet mag meenemen. Net benoDsc_2351_1emd als ‘ eggperson’  vole ik me wat ongemakkelijk bij de douanecontrole! Rond 18.00 uur komen we aan in het Kama Rhino Sanctuary waar 23 neushoorns in een enorm gebied worden bewaakt door militaitren.

Alles ziet er verzorgd uit en de campsite heeft zelfs warme douches (van een houtvuur) en wcs. We zetten de tenten op en Andy stalt de trailer uit: het Rhino restaurant. Andy maakt een heerlijke braai van gemarineerde kip, Joost maakt een lekkere aaardappelscholtel en ik een salade. Bij kaarslicht eten we dit op en rond het kampvuur. Het wordt hier om 6.30 uur donker. De kaarsen houders zijn Ziplockzakjes met zand erin! Andy legt ons ’s avonds uit hoe we ons moeten gedragen. Er kunnen altijd wilde dieren op de loer liggen. S Nachts wordt eht dus een gewoonte om eerst om de heen te schijnen met een zaklamp en na te gaan of je geen ogen ziet. Als het veilig is kun je uit de broek, zo niet dan terugin de tent!

De volgende dag is Joost jarig en Andy filmt ons met onze rolfluitjes. Ik heb een lekkere Cubaan voor Joost meegDsc_2367eneomen. Dan onze eerste ‘ gamedrive’ Ongeloofelijk, we zien giraffen, beushoorns, struisvolgels, veel zebra;s, zwijntjes, en prachtige volgels. Na een riante lunch en een middagdutje gaan we rond hald vier weer op pad en weer zien we prachtige dieren. Giraffen van dichtbij, 4 neushoorns van zeeeeer dichtbij , allerhande bokjes en zowaar een neushoorn met een babytje! Roberts 400mm lens is een ware zegen, ik kan prachtige foto’s maken.

De volgende ochtens staan we om 6.30 op en pakken alles wat de volgende nacht nodig hebben in de landrover, want de triler zullen we achterlaten. We gaan naar Kubu Island een plek middenin een zoutvlakte waar Andy de vorige keer uren heeft vastgezeten met de trailer. Rond de middag komen we in Lethlakane bij een prachtig Shell-station waar we de trailer achterlaten. De vrouw van de eigenaar zal mijn Nikon accu opladen. Na een uuur komen we aan bij de vroegere kustlijn en het lijkt of er in de verte een groot meer ligt, maar dat is isllusie. Vroeger was dit een gorte watervlakte, maar nu is het een zoutvlakte of ‘ pan’. Bij het hek van het cattlestation zegt de oude baas dat we zeker niet naar Kubu kunnen komen ivm de modder. Andy heeft vetrouwen en we rijden door. Even later staan we op een zoutpan en maken foto’s. Bij een hutje komen 2 mannen naar buiten en waarschuwen ons weer dat we niet verder moeten gaan. Ha, dat doen we lekker toch. De wegen zijnhier en daar complete rivieren en Elvis zwoegt dat het een lieve lust is. Om een moment zijn we uit de modder en lossen de enorme banden hun prut. Grote hilariteit als Marijke achterin compleet bedekt wordt met flatsen modder dat door Andy’s raam naar binnen vliegt. Elvis zit tot het dak toe onder de modder. Met gejuich bereiken we na 3,5 uur Kubu Island, een riots middenin de zoutvlakte met daarop enorme Baobab bomen. We zetten de tenten ergens op en gaan met bier en nootjes een mooi plekjes opzoeken om van het uitzicht te genieten. Dsc_2392

We rijden met Elvis het hele eildan rond en zien jakhalssporen. Verder is het een grote leegte. s Avonds begint een complete muskietenaanval en compleet ingesmeerd met Deet koken we in het donker spagetti. Rond het kampvuur verschijnen 2 indrukwekkend uitziende insecten: een red roman en een zwarte schorpioen. De eerst blijkt onschuldig, de tweede dodelijk! Het is warm en ik slaap slecht, de schorpieon laat me niet los. Dinsdag is de langste dag van de route. We staan om 6 uur op en hebben ons gebruikelijke ontbijt van cereals, melk en ‘ rusk’ (dorge biscuit) met jam. Het is lastig ons spoor terug te vinden en we rijden eerst verkeerd. Verderop raken we door een kudde koeien van ons spoor af en even later zit Elvis muurvast in de modder. We spenderen een uur om hem er weer uit te krijgen (2 pogingen). We verzamelen stenen en doen ons haardhout in de tentzakken om onder te wielen te leggen. Joost schept de modder weg. Andy krikt de wagen hoo op (erg gevaarlijk). Ik film en fotografeer alles. Het is een psannende situatie in de hitte en in de muggen. Opgelucht rijden we verder. Een half uur laten raken we weer ons spoor kwijt en ik zie het gebeuren. We kwakken in een Dsc_2401 gat waar al eerder een auto heeft vastgezeten. Nu zijn er geen stenen in de buurt dus wat meer vindingrijkheid is geboden. Hte hele ritueel herhaalt zich en na 2 pogingen trekt Elvis zich eruit. Moe en verhit bereiken we het Shell station. IN de auto smeer ik wat boterhammen en enkele uren later halen we Matante onze Botswana gids in een dorpje op. Matante is een kleine man met haviksogen, in de parken hebben we hem nodig omdat alleen Botswana gidsen daar nmogen rijden en gidsen. We rijden urenlang (die dag 11 uur) en arriveren tegen de avond in het Centrale Kalahari Game Reserve. De vlaktes in het avindlicht zijn prachtig en er lopen veel gemsbokken en springbokken. We zetten de tenten op en er is zowaar een pittoilet (gat in de grodn) met een keurig rond hek eromheen en een douche (als je de emmer met water vult en dat doen we niet want zoveel hebben we niet). Als we net met het eten klaarmaken zijn begoinnen begint het te regenen. Geen water, maar kleine torretjes. Andy noemt ze Hoedspruyt Monsters en ze tikken als de regen op de auto en het zeil. We vluchten met ons eten de Landrover in; nu de Elvis ‘ diner"! Ik film de boel met Andy’s bcamera en we kunnen er wel om lachen.

Dsc_2461 De volgende ochtend staan we om 6 uur op en na een goed ontbijt gaan we met Matante op pad. De zijramen van de Landrover zijn eruitgehaald (Craig is erg vernuftig) zodat we heel veel kunnen zien. We zien gemsbokken, sprinbokken, gnoe’s en veel vogels. De rit wordt echt mooi als we eerst 1 cheetah van dichtbij zien en daarna 4 bij elkaar. Matante;s commentaar: Now you are really on safari! Na een uitgebreide brunch slapen we 2 uur en s middag gaan we weer op pad. Dit keer zien we hele andere dieren en vogels, maar geen groot wild. Wel ontdekt Matante in het zand de sporen van een luipaard. De jacht levert echter niets op. Terug naar het kamp zien we iets heel zeldzaamsL een Afrikaanse Lynx; een echt nachtdier. S Avionds eten we weer in  de Elvis diner en gaan erg voreg naar bed. Volgende ochtend weetr voreg op en nu gaat Andy mee op jacht naar leeuwen. We rijden urenlang, zien verse sporen van een groot nmannetje maar we zien ze niet. Dit gebied is onmetelijk groot en groen, het hoge gras kan vanalles verbergen. Na de luch gaan we weer pitten en s middag zien we weer geen leeuwen. We zien wel een honey badger, zeldzaam om te zien. We eten weer in de Elvis diner en s’ nachts begint het ongenadig te regene. We slapen heel slecht want onze tent lekt. s Nachts gebruiken we ons noodtoilet: 2 Ziplockzakjes! De plaats is een grote modderpoe en het inpakken duurt erg l;ang. Rond 9 uur verlaten we de prachtige en groene Kalahari op weg naar Maun. Onderweg krijgen we nog een afscheidcadeau, we zien Kudu’s en een Afrikaanse wilde kat. Ik begin eerst te lachen want hij ziet eruit als een gewone huispoes. Overtuigd dat ie toch bijzonder is maak ik een paar mooie foto;s. Bij de uitgang zien we weer verse leeuwensporen maar ze laten zich niet zien. In Nxai Pan hebben we nog eenkans. Dsc_2489

Na een lunch onderweg komen we weer op asfalt en rijden naar Maun. Je rijdt 120 km per uur, maar iedere paar kilometer staat er wel een ezel of koe op de weg. Om 15.00 uur komen we in Maun aan. We slaan wat drank in en checken in de het Audi kamp buiten het plaatsje. We hebben hier een vast safaritent met echte bedden en warme douches! Ik doen snel een was en geniet na 4 dagen niet douchen van een heerlijke douche. Ik bel met Jaap en Jacomien om te horen hoe het met beppe(oma) gaat, ze zal naar alle waarschijnlijkheid tijdesn onze vakantei overlijden en dat vind ik maar niks; ik kan er alleen niets aan veranderen. We eten s avionds met z’n drieen in het restaurant (Matante is naar zijn familie) en slapen als een roos.

Nu zit ik tegenover het vliegveldje deze e-mail te schrijven. Omdat Moremi dicht is en we niet voor de alternatieve route via het westen van de Okavangodelta en Namibie kiezen, maken we zometeen een rondvlucht boven de delta. Naar een Okavango lodge vliegen was wel erg kostbaar (1025 dollar). Andy en Matante gaan inslaan en dan rijden we naar Nxai Pan. Waarschijnlijk horen jullei pas weer van ons over een week. De hele trip vinden we zo fantastisch omdat alles echt afgelegen is: avontuur en geen bereik! Andy en Matante zijn perfect begeleiders en met z’n kleine groep is echte verwennerij.

Heel veel groetjes,

Joost en Marijke

Advertenties

part 2: Over bad places en klimmende leeuwen

Maandag 3 april 2006

Botswana adventure part 2: Over bad places en klimmende leeuwen

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Eindelijk een Internet café gevonden in Livingstone, Zambia, waar we eergisteren zijn aangekomen. Zambia is er duidelijk minder aan toe dan Botswana. De afgelopen 2 weken hebben we kunnen zien dat Botswana het prima doet. Er zijn maar 1,8 miljoen inwoners op een enorme oppervlakte, maar de hoofdwegen zien er prima uit en de plaatsjes zien er verzorgd uit. Na de onafhankelijkheid in 1966 hebben de opbrengsten van een grote diamantmijn het land een economische boost gegeven en dat is te zien. De prijzen in de winkels zijn echter aan de hoge kant en dat kan echt niet iedereen zich veroorloven. De afgelopen 2 weken hebben we ook gezien hoe het jachtverbod haar vruchten heeft afgeworpen. Er is hier ongelofelijk veel wild en dat in parken zonder hekken. Botswana is een grote vlakte met savanne en grasvlakten (‘ pan’s’), een grote wildernis en leegte, prachtig.

Dsc_2556 Na het schrijven van het vorige mailtje in Maun zijn we met piloot Tim (een Aussie) aan boord gegaan van een 4 persoons Cessna. Hij heeft ons een uur boven de Okavango Delta gevlogen op 1500 meter. Het is een grote groene vlakte, waar we dachten water te zien. Het landschap is een groot moeras. We zien hier en daar wat gnoe’s en giraffen, maar de indruk is ongetwijfeld beter als je er doorheen vaart (wat oorspronkelijk het plan was, maar het Moremi park is nog steeds dicht). Na de vlucht pikken we Matante weer op en rijden richting Nxai Pan [naipen]. Als we langs de weg lunchen roept Joost: Elephant! Ik denk dat het een grapje is, maar even verderop in de berm staat een enorme mannetjesolifant. Verderop is het dus oppassen, want je snelheid van 120 km per uur moet soms afgebroken worden door overstekend wild (en dat is opletten!). Van de hoofdweg af volgen we een hobbelig zandpad. De meeste wegen hier (op een paar hoofd asfaltwegen na) zijn wat wij zouden noemen een zandpad; een spoor met gras in het midden. Met een gewone auto kom je hier niet ver. AlDsc_2579  snel stuiten we op een flinke kudde giraffen (18) met kleintjes. Er staan hier geen bomen en dus kun je ze goed zien. Iets verderop staat een mannetjesolifant een modderbad te nemen, hij is not amused dat wij zijn beauty treatment verstoren en hij is niet van plan ons erlangs te laten. Volgens Andy hebben de olifanten hier een ‘ attitude’ en zijn nogal vijandig, zoals we later zullen merken. OP de camping aangekomen doet Matante zijn gebruikelijke praatje. Dit is een ‘ bad place’ met leeuwen en hyena’s en we mogen niet verder van de tent af dan een meter of 20. Hij lardeert het verhaal met een anekdote van een jongen van 20 die door hyena;s uit zijn tent is getrokken en verscheurd. Juist, ja. Camping is een groot woord voor deze plek. Er is ruimte gemaakt onder een aantal bomen en er zijn 5 fireplaces gecreëerd met stenen. Het douchegebouw is nog niet af en er is geen water. Het toilet is een ‘ long drop’ en nu is het echt een blok beton met een gat erin en de deur kan niet dicht. Je begint dit overigens snel normaal te vinden en gelukkig hoeven we niet ons eigen gat te graven (wat in Moremi wel moet).Als je hier gaat kamperen dan moet je dus altijd zelf water meenemen, eten en brandhout (dat we meestal onderweg verzamelen). Een vuur is belangrijk om de dieren op een afstand te houden en voor het licht. Er staat nog 1 andere familie op de campsite en voor de rest is Nxai Pan leeg. Voor het avondeten maakt Andy een chicken stirfry op de bakplaat. Het regent weer eens Hoedspruit monsters, dus Matante en Joost houden een zeil boven Andy en de bakplaat; een lachwekkend Dsc_2592 gezicht. Nog even over de bakplaat, dat is echt een lifesaver. Niet alleen uitermate geschikt voor het bakken van eieren met spek, maar ook een uitstekend hulpmiddel bij de recovery van een vastgelopen LandRover. De bakplaat heeft zijn diensten bewezen als ondergrond voor de krik en als rijplaat in de modder, toen we vastzaten bij Kubu Island. Een onmisbaar stuk gereedschap!

De volgende dag zoals gebruikelijk om 6 uur op en met Matante en Andy op pad (die is hier nog nooit geweest). Na een uur drinken we wat koffie en concluderen dat de dieren op vakantie zijn (we hebben nauwelijks iets gezien). Matante suggereert buiten het park te gaan kijken en naar de Baines Baobabs te rijden. Goed idee! De lange rit naar de baobabs is heet en leeg. Als we bij de Baobabs aankomen (vereeuwigd in olieverf door Thomas Baines), verschijnt een prachtig landschap. Dsc_2605 Grote watervlaktes met kuddes gemsbokken en springbokken. Onder de bomen vind Matante verse sporen van leeuwen, maar we kunnen ze niet volgen vanwege het water. We snacken wat en genieten van de omgeving. Op de terugweg schiet een dodelijke zwarte mamba te weg over en ik zie ‘m gelukkig niet! Na een half uur zien we twee olifanten baden in de modder. Als de olifanten eruit komen steekt het mannetje voor onze auto de weg over en lijkt het erop alsof hij ons negeert. Matante laat de auto grommende geluiden maken om hem op afstand te houden. Andy mompelt nog iets van ‘ whimp’ (mietje) en dat had hij beter niet kunnen zeggen. De olifant draait zich om en zet zijn oDsc_2624ren wijd uit (= dreigen). Andy filmt hem en zegt dat we zijn trots blijkbaar gekrenkt hebben. Direct daarna neemt het mannetje een aanloop en stormt op de auto af. Dat is een hele dreigende situatie, kan ik je vertellen en op de video hoor je me zeggen: Lets get the hell out of here, drive, drive! Achteraf kunnen we er om lachen en heeft het heel mooi filmmateriaal opgeleverd. Terug in het kamp slapen we heel kort want in de tent is het niet te harden van de hitte. Eind van de middag gaan we met Matante op pad. Ma enkele kilometers zien we rondom ons heel veel zebra’s. We rijden verder en het uitzicht blijft hetzelfde; dit is echt een enorme kudde, zover het oog reikt. Erg indrukwekkend en moeilijk vast te leggen. Matante schat dat het er zo’n Dsc_2646 4000 zijn. Zoveel dieren hebben we nog nooit bij elkaar gezien; een unieke ervaring. Er lopen ook tientallen giraffes door wat het geheel echt af maakt.

‘s Middags zijn er 4 oudere Duitsers op de camping aangekomen in een Landrover met 2 tenten op het dak. Andy heeft met ze staan praten en is wat geschrokken. Ze dachten dat er hekken om de camping stonden en hebben geen idee hoe te handelen. Andy checkt hun voorraad water en diesel en legt ze uit dat ze een vuur moeten maken. Hierop begint de man aan een boom te hakken en Andy geeft ze snel wat dood hout. Ze gaan van schrik om half acht naar bed. ‘s Nachts horen we een luipaard (klinkt als het gezaag van hout) en Matante vindt een hippo (nijlpaard) spoor achterop de camping; heel vreemd in deze droge omgeving. Andy maakt echt Zuid-Afrikaans eten: pookiekos met pap. Rundermerg gestoofd in een dikke bruine jus met wortels, aardappel en pompoen en maïspap; erg lekker.

Maandag 27 maart verlaten we Nxai Pan en rijden over lange asfalt wegen richting Panmdamatenga.Dsc_2655  Honderden kilometers leegte en geen zichtbare dorpjes of benzinestations. In pandamatenga zouden we overnachten, maar Andy ziet het wel zitten om door te rijden naar Chobe in het noorden van Botswana. De weg wordt slechter (potholes) en we zien voor het eerst landbouw langs te weg. Mijn eerste reactie is: jammer, bewoonde wereld…We passeren het zoveelste mond-en klauwzeer roadblock en moeten nu door een badje heen lopen. Het rundvlees hebben we voor de gelegenheid verstopt. Tegen het eind van de middag komen we aan in Chobi Safari Lodge en zetten onze tent op. Deze camping is goed uitgerust en er zijn aardig wat tenten. We drinken een biertje in de bar boven de Chobe river en kijken naar de zonsondergang. Andy kookt kip in een braadzak met zoete aardappels en pompoen in een geïmproviseerde pan-oven. Heerlijk. We kijken eens rustig de camping rond welke 4×4 het meest geschikt zou zijn voor 3 maanden Afrika (ja, het is een alternatief voor volgend jaar!). Conclusie: een oude Toyota Hilux. De volgende morgen slapen we uit tot 7 uur (gaat wel wat lastig als je een ritme van 6 uur gewend bent). Het is direct al warm. We breken op en doen boodschappen. Na 5 km zijn we bij de ingang van Chobe national park. Maar liefst 11.000 km2 groot met een olifantenpopulatie van 60.000 stuks. Ongelofelijk. Direct na de ingang zien we een flinke kudde met kleintjes in de modder spelen. Dsc_2707 De rit naar de Ihaha campsite (33 km) is een aaneenschakeling van wild: impala’s, bavianen, olifanten, Egyptische ganzen, nijlpaarden, zwijnen, puku’s, waterbucks en visarenden. We zetten de tent op aan de Chobe rivier met uitzicht op Namibië. Matante zet ons neer en begint als gebruikelijk: This is a bad place. Dit keer gaat het echter niet over de nijlpaarden en de krokodillen, maar over ‘ riverthieves’. Het schijnt dat Namibiers uit het dorp aan de overkant wel eens op bezoek komen en spullen jatten.

Matante vindt leeuwesporen bij de ingang van de camping en Andy dreigt dat we geen eten krijgen als we geen leeuwen gezien hebben. Ik doe er nog een schepje bovenop en dreig met een bezoek aan de dierentuin in Livingstone; die hakt erin. Een nijlpaard zien we iets verderop uit het water grazen. Nijlpaarden zijn echt gevaarlijk en vallen lomp aan als jij ze niet bevalt. ‘s Nachts kunnen ze tot 10 km afleggen op zoek naar gras.

Als het donker wordt komt een troep bavianen op bezoek. Ze maken heel veel herrie en Matante Dsc_2795 probeert ze lachend weg te jagen. Enkele bavianen nestelen zich in de boom waar we onze tent onder gezet hebben. Ze gaan gelukkig slapen ‘s nachts, maar ‘s ochtends sproeien ze onze tent onder met poep. We verzetten de tent dus maar.

De volgende ochtend zien we 2 honey-badgers de weg oversteken. Het valt ons gelijk op hoe ‘druk’ het hier is. We zien diverse safariauto’s en als we dan eindelijk een leeuw gevonden hebben (bij Serondela), moeten we wachten tot de 2 auto’s voor ons zijn vertrokken. Jakkes, dit was niet echt de bedoeling; Matante vindt het duidelijk vervelend en maakt vervolgens een hele lange rit om verder te zoeken. De gamedrives beslaan regelmatig 30-40 km en duren zo’n 4 uur. ‘s Middags rijden we vanuit Ihaha naar het oosten (Ngome) en daar is het erg rustig. We hobbelen langs de over van de Chobe rivier eDsc_2771n zien 5 heeeeeele grote krokodillen. Zelfs op respectabele afstand zijn het enorme beesten (2,5-3 meter). We zien verder een kudde buffels, en een luipaardspoor. De omgeving is prachtig. Even later ontdekken we een enorme troep gieren. Zowel in de boom als op de grond, zeker 100 bij elkaar. Als we opgetogen teruggekomen bij Andy heeft hij goed nieuws. Matante heeft navraag gedaan en de weg naar Savute blijkt te zijn opgedroogd. Savute ligt in het zuiden van Chobe NP en is beroemd om zijn hoeveelheid leeuwen. De volgende ochtend laden we de LandRover vol zodat we de trailer kunnen achterlaten. Water hebben we bij ons in de voorbumper van de auto; heel slim. De weg naar Savute is het laatste stuk alsof je door duinzand rijdt. Dit gaat erg langzaam. In het park blijkt de weg inderdaad droog op wat doorwaadbare plaatsen na. Als we dicht bij de camping zijn komen we een opgewonden Duister tegen. Hij vertelt ons dat de leeuwen vlakbij de camping zijn en voegt er met een knipoog aan toe: Don’t be scared, enjoy, they have a very high fence’ (niet dus). Matante besluit direct op zoek te gaan naar de leeuwen en na een halfuurtje vinden we 2 jonge mannetjes, 3 vrouwen, en een jonge leeuw onder een boom. Dsc_2803Ze zijn nog prima wakker en we zijn allen met ze. Eindelijk. Matante slaakt een zucht van verlichting; het was zijn eer te na ons geen leeuwen te kunnen laten Zien.

Op de camping zoeken we de meest open plaats pal naast het toiletgebouw. Matante brieft ons nog serieuzer dan tevoren over deze ‘ bad place’  en op de plaats waar we de tenten neerzetten zien we hyena en luipaardsporen. Het toiletgebouw heeft een hoge muur tegen de olifanten. Joost heeft steeds meer last van zijn rug en gaat even liggen. Halverwege de middag gaan we weer op pad. We laten al de bagage in de auto vanwege de bavianen. Terug naar de plek kijken we weer naar de leeuwen. Daarna rijden we door de oude en droge rivierbedding van de Savute en komen aan bij de Savute marsh (een vlakte). Matante gelooft zijn ogen niet, Dsc_2848we zien 2 leeuwen in een dode boom. Ze hebben duidelijk moeite om er uit te komen. Hij heeft dit in 30 jaar maar 1 keer eerder gezien en Andy nog nooit. Nog lachwekkender is de situatie verderop. Door de bladeren van een struik steekt de kop van een andere leeuw. Als hij gaat verzitten valt hij er bijna uit. Terwijl we staan te kijken loopt op nog geen 5 meter van de auto een enorme mannetjesleeuw langs. Wat een prachtig gezicht, erg indrukwekkend. We nemen er een biertje op. Om dat de koelbox nog in de auto staat hebben we alles bij de hand en zetten onze gamedrive decadent voort met een biertje in de hand. De Savute Marsh is prachtig in het avond licht en we rijden rustig rond. OP de terugweg zien we in een hele hoge boom weer twee leeuwen zitten. Er staat 1 andere safariauto bij. Gelach stijgt op wanneer de ene leeuw ternauwernood in de boom kan blijven. Zijn achterpoten glippen van de tak af en hij blijft aan de voorpoten hangen en weet zich op te trekken. Absoluut uniek. Het is donker als we bij de tent aankomen. Joost vertilt zich aan de zware spaghettipan en eet met zichtbare pijn in de auto. Wij eten zwijgend met rondvliegende vleermuizen boven onze hoofden. Matante laat ons nog even wat ogen zien in het donker. Die blijken onschuldig want de ogen ‘ hupsen’, hazen dus. Af en toe horen we leeuwen op 2-3 km brullen. ‘s Nachts slaap ik slecht en ‘s ochtends lijkt het alsof het leeuwegebrul dichterbij komt. Ik doe de luiken dicht, maar er gebeurt niets. ‘s Ochtends staan er enkele volle Ziplockzakjes naast de deur….

De volgende ochtend rijden we nog een kort rondje maar zien nauwelijks iets. We gaan terug naar Chobe. Bij Kazugula nemen we afscheid van Matante. Hij heeft geen paspoort en kan niet met ons mee naar Zambia. We doen wat boodschappen want wij koken voor Andy vanavond en zoeken een mooi plekje op de camping van het Chobe Safari Lodge. We kopen kaartjes voor de riviercruise (100 pula + toegang 70 pula) en moeten direct weg. Als echte toeristen schepen we in op een flinke boot. Na een poosje wordt het tochtje op de Chobe rivier echt de moeite waard. Je ziet nu de rivier van een andere kant. We zien veel nijlpaarden (soms wel 15 bij elkaar) en nu ook uit het water, en met Dsc_2888 kleintjes. Ze wapperen zo leuk met hun oortjes, dit zorgt ervoor dat er een soort zonnebrand wordt afgescheiden waarmee hun kop wordt beschermd tegen de zon. De kop is meestal het enige dat je ziet van het enorme lijf. Ook zien we veel olifanten, zelfs in gezelschap van buffels. De big five hebben we niet helemaal gezien: olifant, neushoorn, buffel, luipaard en leeuw. De big five zijn de dieren waar de vroegere jagers het meeste respect voor hadden. Matante’s vader was zo’n jager (let wel: te voet). Bij zijn afscheid roept Matante dan ook naar ons: Leopard, next time!

De zonsondergang op de boot is prachtig. Terug gaan we aan de slag om voor Andy te komen. Hij is onder de indruk en waardeert het enorm. We hebben een grote T-bone, een salade met avocado en zongedroogde tomaatjes en Joost’s aardappelpakketjes. We slapen langggggg.

Bij het opstaan zijn de mannen even weg en probeer ik met moeite de apen ui de auto, trailer en tenten te houden. Het lukt er een om een gat te bijten in een eierdoos in de trailer. Joost maakt wentelteefjes en scrambled eggs op de bakplaat; wat een feest. Rustig pakken we in en gaan op weg naar de Kazungula ferry. Kazungula is het Vaals van Botswana: Botswana, Namibië, Zimbabwe en Dsc_2930 Zambia komen hier samen. De Botswana grens over gaat gemakkelijk en we rijden een enorme rij vrachtwagens voorbij naar de ferry. Die is klein en er wordt flink voorgedrongen om erop te kunnen. We zijn als licht voertuig snel aan de beurt. Na 5 minuten varen staan we in Zambia. Hier is het een groot circus. Andy moet achtereenvolgens de douane door (als personen), de auto inklaren, verzekering voor de trailer kopen, en tol voldoen. Als hij denkt dat ie klaar is blijkt dat vandaag (1 april) een nieuwe belasting is ingegaan: carbon tax en die kun je alleen maar voldoen in Kwacha. Geld wisselen dus en de tax voldoen. Het hele proces neemt 2 uur in beslag in de enorme hitte. Na een uurtje komen we aan in Livingstone en even buiten Livingstone ligt Zambezi Waterfront. Hier hebben we een echt huisje met badkamer en terras! We kopen direct kaartjes voor de ‘ booze cruise’  de traditionele afsluiting van de trip. Om half vier schepen we in en iedereen zet het op een zuipen (all included, 35 US). Er worden snacks geserveerd en eten. De Zambezi is een enorme rivier en wat gelijk opvalt: er zijn nauwelijks dieren. Ook onderweg hierheen hebben we niets gezien. We varen ook door Zimbabwe wateren. Als we terug zijn duurt het niet lang of we gaan naar bed: half negen! Deze trip was erg vermoeiend, vanwege het straffe ritme (6 uur op en een volle dag), nauwelijks privacy en veel kilometers, maar … het was het allemaal waard. Sterker, het had wel langer mogen duren!

Dsc_2961 We slapen 11 uur en na het ontbijt lezen we wat. ‘s Middags neemt Andy ons mee over de grens naar de Victoria Bridge (niemandsland tussen Zimbabwe en Zambia). Vanaf deze brug kun je bungiejumpen (111 meter) en we blijven even kijken, Joost nog. Daarna lopen we door het park langs de watervallen, erg indrukwekkend en een natte bedoening. Ons afscheiddiner hebben we in Hippos’ waar we ons met Andy tegoed doen aan een flinke T-bone. Dsc_2984

Vanochtend hebben we ontbeten met Andy en heeft hij ons in Livingstone afgezet. Hier hebben we afscheid genomen en het doet je toch wel wat als je zo lang met elkaar optrekt. We hebben adressen uitgewisseld en we hopen de video te krijgen die hij gemaakt heeft. Vandaag en morgen luieren we hier nog wat en dan vertrekken we naar Johannesburg voor nog 1 ½ week in Zuid-Afrika.

Heel veel liefs en groetjes,

Joost en Marijke

Botswana Adventure: Epiloog

Zondag 16 april 2006

Botswana Adventure: Epiloog

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Inmiddels zijn we in een hele andere wereld beland. We zijn 4 dagen gebleven in Livingstone (Zambia) en dat was echt te lang. Livingstone adverteert zichzelf als adventure capital, maar dat moet dan wel wat kosten. Alles wat je hier bedenkt om te doen kost veel Dollars. ’s Ochtends is het hier net een vliegveld met toeristen die in microlights en helikopters een rondvluchtje over de Victoria watervallen maken. Wat een verschil met de letterlijk oorverdovende stilte in de Kalahari woestijn en Nxai Pan. De prachtige sterrenhemel is hier minder goed te zien. Joost moet van nu af aan alleen whisky drinken en sigaren roken, met Andy ging dat namelijk heeeel goed…..

Dsc_2948 We rusten wel lekker uit, laten de was doen en genieten maar van de accommodatie. Het gebrek aan beesten blijkt overigens relatief, want Joost ontdekt op nog geen 20 meter afstand van ons Dsc_2993 terras een zonnebadende krokodil van 1,5 meter (jonkie). In Livingstone bezoeken we het museum dat naast een nogal kleurloze verzameling opgezette beesten, een leuke verzameling memorabilia heeft van David Livingstone, de ontdekkingsreiziger. De laste dag in Livingstone lezen we de hele dag. Joost durft ivm zijn rug toch niet te bungiejumpen. ’s Avonds krijgen we een sms-je van Jaap en Jacomien, dat beppe is overleden. Ik sms terug want op een onverklaarbare wijze kunnen we niet bellen (wel gebeld worden). Het is een vreemd idee dat we niet bij de begrafenis zullen zijn.

Woensdag 5 april rekenen we af in het hotel (en schrikken ons rot van de prijs) en nemen een taxi naar het vliegveld. Door de douane heen is een heel administratief circus. Gelukkig kun je buiten onder een boom op het vliegtuig wachten. We komen om 15.30 aan in Johannesburg en halen de huurauto op (een VW Polo). Het is later dan we gedacht hadden en zetten er flink de vaart in om zover mogelijk te kunnen komen naar het Oosten. Als het donker is gaan we bij Belfast de weg af. Na wat navragen komen we bij Julien en Janet terecht in de Owl & Trout. We worden bijna doodgeknuffeld en krijgen een heel appartement. De inventaris is ongeëvenaard, van nagelborsteltjes tot gehaakte toiletrolhouder. Janet raadt ons aan te eten bij Doube. Zoals ze al gewaarschuwd had ziet de plek eruit als een rammelende schuur. Na enig kabaal maakt de eigenaar (hij lijkt sprekend op Willie Nelson) het enorme elektronische hek open (hekken en tralies zijn hier doornormaal). Het interieur is een kruising tussen een après-skihut en een houthakkerslodge met baseballpetjes aan het plafond. Aan de omvangrijke mannen te zien die er zitten, kom je hier normaliter met een blauw oog naar buiten. Het valt echter reuze mee en de steaks (400 gram) zijn werkelijk fantastisch (a 7 Euro).

Het ontbijt de volgende ochtend is al even onbegrensd. We zullen nog heel wat eieren, bacon en worstjes verstouwen. Op Janet’s aanraden rijden we binnendoor naar Sabie (waar onze gids Andy woont die nog niet thuis is) en doen wat boodschappen. De scheiding tussen zwart en blank is overal goed duidelijk: blanke wijken, blanke winkels (met zwart personeel) en de zwarte bevolking doet echt ergens ander boodschappen. Als je je auto parkeert komt er meestal iemand op je af die de auto wil bewaken voor een paar Rand. De middag besteden we langs de Blyde River Canyon en we rijden tot Dsc_3009 aan de Three Rondavels. Onderweg kopen we bij een stalletje een mahoniehouten hippo en slakom. Het weer is helder en iets minder heet dan in Botswana. ’s Avonds slapen we in Witrivier in het Karungula hotel waar we voor 520 Rand een flinke kamer krijgen en een 7-gangen diner (!). Ik bel uitgebreid met Jaap en Jacomien, want hier doet de mobiel het wel. Ook al zijn we vlak bij het Kruger Park, dat slaan we over. Onze gids Andy karakteriseert Botswana als de Rolls Royce onder de safarilanden en raadt ons af om nu naar het Kruger te gaan (en dat uit de mond van een voormalige Krugergids). Hij beveelt ons wel het noorden aan, maar daar heb je een 4×4 voor nodig en meer tijd dan we nu hebben.

Vrijdag rijden we via Nelspruit (veel fruit en noten onderweg) en Komatipoort (op de grens met Mozambique) naar Swasiland. De douane kost altijd even tijd, maar zonder problemen komen we in het koninkrijkje. De wegen zijn prachtig en het ziet er allemaal erg verzorgd uit. We hebben geen tijd om hier te blijven en racen er dwars doorheen op weg naar Sodwana Bay. Rond 4 uur zijn we weer in Zuid-Afrika. In Hluhluwe [slusluwe] belt de juffrouw van de Tourist Information het Coral Divers resort in Sodwana Bay en ze hebben nog plek. Coral Divers ligt in een Nationaal Park. Lonely Planet spreekt van ‘pristine coastal scenery’ en dat Sodwana Bay een plek is die je absoluut niet mag missen. Onze verwachtingen zijn dus (te) hooggespannen. Als we er aankomen, blijkt de plek een (blank) vakantieoord te zijn met families en duikers (vanwege het koraalrif voor de kust). We krijgen een rietenDsc_3017  cabin met een eigen badkamertje (en openlucht douche). Je wordt eigenlijk geacht mee te eten van het buffet (of zelf te koken), een restaurant is er niet. Het is nogal fantasieloos eten. Joost is zijn duikpasje vergeten en dus gaan we de volgende dag wat rondrijden, maar veel zien we niet. ’s Middags naar het strand, Het is bewolkt, maar niet koud. We krijgen een staaltje Zuid-Afrikaans strandbezoek te zien. Iedereen rijdt met een 4×4 het strand op en stalt vervolgens tenten en koelboxen uit. Er staat dus een flinke rij 4×4’s langs het strand. ’s Avonds besluiten we toch gebruik te maken van de keuken en de braai en ‘lenen’ wat vuur om een T-bone te grillen. We eten met 3 Zuid-Afrikanen die ook in Nederland hebben gewoond. Als we niet van plan zijn te duiken, raden ze ons aan zo snel mogelijk hier weg te gaan en direct naar de Drakensbergen te rijden. Zo gezegd zo gedaan. De volgende morgen maken we ons op voor een lange rit naar de Drakensbergen. Door enorme suikerriet plantages rijden we naar Durban. Omdat we nog wat tijd over hebben, gaan we maar eens op zoek naar een grote shoppingmall (de boeken zijn uit). Het Pavillion is een enorme mall ten noorden van Durban en we kijken onze ogen uit.

Dsc_3021_4 Twee uur later komen we aan in de centrale Drakensbergen. In de champagne-valley ligt de Backpackers van het jaar: Inkosana Lodge. Zo’n mooie backpackers lodge hebben we nog nooit gezien. Eigenaar Ed heeft nog wel een rondavel over voor ons voor 3 nachten. Midden in een prachtige tuin ligt deze ronde hut met rieten dak. We hebben een eigen badkamer en het ziet er picobello uit. De luie tuinstoelen in de tuin kijken uit op de prachtige bergen. Er is een grote lounge met houtkachel, boeken en spelletjes enDsc_3020  banken met kussens langs de muur. Als we op het overdekte terras wat drinken begint het te onweren en regenen. ’s Avonds eten we de Sunday Special in een naburig vakantieoord (veeeeeel eten voor 8 Euro). De volgende morgen serveert Ed ons een enorm ontbijt. Ontbijten doen ze hier in gangen: eerst cereals met melk, Dsc_3034dan de ‘hot food’: eieren met bacon, worstjes en tomaat, en tot slot is er meestal nog fruit en yoghurt. Je begrijpt gewoon niet hoe ze het allemaal wegkrijgen.

Met wat huisgemaakte ‘rusk’ (droge biscuits) gaan we op weg naar Monk’s Cowl National Park om te wandelen. Ed is een echte wandelaar (getuige alle indrukwekkende foto’s aan de muur) en hij geeft ons aan hoe we moeten lopen. We lopen een stevige wandeling van 3 uur door een prachtig landschap. Het is redelijk bewolkt maar wel warm wat het lopen zwaarder maakt. Aan het eind van de middag gaat het weer regenen en onweren. We eten in de lodge met een echtpaar uit Canada. Ed serveert ons butternut soep (soort pompoen), karbonaadje met gepofte aardappel en 2 soorten salades en appeltaart met ijs toe. De volgende ochtend gaan Simone en Deane met ons mee lopen.  Simone en Deane zijn al 9 jaar van huis (Nieuw-Zeeland) en hebben al in Londen, Dublin en Vancouver gewoond. Nu ze tegen de 30 lopen willen ze wel eens settelen. Ik ben erg benieuwd of ze dat uberhaupt kunnen. Als afsluiting zijn ze nu 3 maanden op reis (van Tanzania naar Zuid-Afrika met openbaar vervoer). We lopen naar Blind Man’s Corner (blijkt eenDsc_3038 ronde bergtop) en we klimmen met letterlijk onze hoofden in de wolken. Jammer, er is niet veel te zien. De weg naar beneden is erg steil en smal. Na 4 uur lopen word je wat minder oplettend en net als het paadje iets breder wordt en de helling wat minder angstaanjagend, glijd ik uit. Voor ik het in de gaten heb, lig ik 2 meter lager op mijn buik op de helling. Ik heb echt geluk gehad dat dat niet eerder gebeurd is. Als ik verder loop merk ik dat ik een enorme klap op mijn stuitje gemaakt heb. De dagen erna is zitten een pijnlijke ervaring….. Als we na 5 uur lopen weer terug zijn, begint het weer te regenen en onweren. We eten nu samen met 3 Duitsers en een groep van 11 vrouwen die net terug zijn van een 3-daagse tocht. Als de avond vordert en de wijnflessen leegraken, wordt het erg gezellig bij de dames en we concluderen met aan zekerheid grenzende stelligheid dat het 11 lesbiennes zijn.

De volgende ochtend ontbijten we zelf in de gezamenlijke keuken en nemen afscheid van Simone en Deane, en Ed. We rijden binnendoor naar het noordelijke gedeelte van de Drakensbergen. De wolken Dsc_3048benemen het zicht op de hoogste toppen. We vinden bij de Tower of Pizza (leuke naam voor een B&B met pizzeria) nog een kamer voor 2 nachten. We rijden wat rond in de omgeving, maar het weer wordt slechter en weer begint het te regenen. We lezen met een biertje en genieten van een prima pizza (die echt uit een torentje komt). Onze laatste dag maken we een korte wandeling in het Royal Natal National Park. Het Amphitheater is compleet zonder wolken te zien. Dit is een halfronde hele hoge bergwand. Het is warm (28 graden) en Dsc_3058we zweten rijkelijk. ’s Middags lopen we 9 holes op de Amphitheater golfbaan. Het uitzicht is prachtig met de hoge bergtoppen op de achtergrond. In de buurt zijn geen restaurants, dus zijn we op onze laatste avond weer aangewezen op de pizzeria. Helaas, want een lekkere braai was een leukere afsluiting geweest. De volgende ochtend ruimen we de auto op en rijden door een bijzonder leeg landschap naar Johannesburg. We komen rond 2 uur aan en hebben een grote mall op het oog om wat laatste boodschappen te doen. Helaas blijken alle winkels dicht (Pasen). Als alternatief laten we ons een enorme chateaubriand serveren met een mooie Shiraz en gaan om half zes naar de film (Inside Man). Na de film weten we prima de weg naar het vliegveld te vinden, leveren de auto in en kopen op het vliegveld nog wat Afrikaanse muziek en de DVD Eternal Enemies (een door Andy aangeraden film over leeuwen en hyena’s in Savute). Tegen middernacht vertrekken we naar Amsterdam, waar Jaap en Jacomien ons opwachten.

Nu zijn we dus weer thuis. Het was een prachtige vakantie, hoewel de laatste 9 dagen eigenlijk geen vergelijking waren met de sublieme safari door Botswana. We kunnen van het reizen op die manier moeilijk genoeg krijgen en kijken uit naar de 3 maanden vakantie volgend jaar Het rijden met een 4×4 heeft ons enorm geïnspireerd (we hebben nu ook de ‘complete guide to 4×4 driving’ in huis). Wie weet.

Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben om een beetje met ons mee te reizen. Binnenkort hoop ik uit de ruim 700 foto’s (waaronder veel probeersels met mijn nieuwe camera) een leuke selectie gemaakt te hebben. Wees welkom om die te bekijken.

Groetjes en liefs,

Joost en Marijke