Week 3: Eindeloos…Kazachstan

Er gaan veel negatieve verhalen rond over de Kazachse politie en douane. We hebben dus alle paparassen bij de hand en laten de auto nog even wassen bij twee kordate dames. Als we maandag 13 mei aankomen bij de grens staan er maar een paar auto’s. We worden de weg gewezen naar binnen voor de paspoortcontrole. De Rus hoor ik tegen zijn collega zeggen dat we Duits spreken, dat versta ik gelukkig en ik kan ad rem melden dat we Nederlands praten en geen Duits! Rusland is een douane-unie met Kazachstan dus de auto kan zo door. Dan door naar de Kazachen (visumvrij). De douanier maakt zowaar grapjes. Mijn Russisch komt wel weer van pas (zoooo blij dat ik dat gedaan heb).  Dan  bij de controle van de auto vraagt een jonge militair of ik Russisch, Engels of Duits wil spreken! Geweldig! In het Engels grapt hij wat over de auto en koekeloert even naar binnen. Klaar! Binnen 45 minuten beide grenzen gepasseerd. Direct na de grens staan er al dames klaar die je een autoverzekering willen verkopen. We gaan met een oudere blonde dame mee en ook dat gaat uiterst gesmeerd (met wat Russisch uiteraard). Ze moet vreselijk lachen als ze ontdekt dat ze op dezelfde dag als Joost geboren is, grappig. Ze raadt ons aan even een foto te maken van de Whatsapp bevestiging van de verzekering om aan de politie te kunnen laten zien (ze salueert erbij en trekt een vies gezicht). Ze wenst ons een veilige reis en we rijden richting Kostanai. In Kostatnai wil Joost even naar de auto laten kijken, want we horen een metaalachtig geluid. Eerst even Tenge pinnen en dan door naar de Toyotagarage. Lieve hemel, wat rijden hier een Landcuisers (V8) en wat een indrukwekkende garage. Ik leg uit wat ons probleem is en de chef schat ogenblikkelijk in dat het de stabilisatiestang kan zijn. Hij rijdt de auto zelf de brug op en wij worden naar een wachtruimte gedirigeerd met groot tv-scherm, playstation en …. een knopje waar we op kunnen drukken, mochten we iets nodig hebben. Het blijkt inderdaad de stabilisatiestang te zijn (erfenis van Joost zijn avontuur in Tunesië). Dat onderdeel hebben we bij ons, maar voor 27,50 Euro zetten zij er zelf een in.  In de wachtruimte kunnen we via een videoscherm de reparatie volgen. Als het klaar is, spreekt de chef mij streng toe dat we de olie moeten laten verversen. Ai, scherp, de garage is vergeten het boekje in te vullen. Intussen heb ik een hotel gereserveerd want het is al 19 uur. In hotel Laguna hebben we een suite (=balzaal) maar het is er bloedheet. We zetten de airco aan, geven onze berg was af  en gaan naar restaurant Russo, dat me wel wat lijkt. Het zit in een soort glazen kantoorpand en de luide muziek komt ons tegemoet. Er blijkt een verjaardag aan de gang met entertainment. De muziek is niet verkeerd, en de jonge ober doet erg zijn best in het Engels. Het is erg vermakelijk om het gezelschap te observeren. Ze hebben een fotograaf ingehuurd en de dames neme allerhande bevallige poses aan. De entertainer stelt zich aan ons voor in het Engels. Hij zingt overigens erg goed en praat de boel aan elkaar (en wie weet er nòg een goeie eigenschap van de jarige?). We eten top vlees met gegrilde groenten en moeten echt nog even meedansen. We slapen slecht in de warmte, maar wat kan het schelen als je een tijgervel op de vloer hebt en een kraan in de vorm van een dolfijn?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we op jacht naar een Beeline simkaart (zo gepiept) en bij een echte outdoorwinkel (nou ja, wapen/visserswinkel) halen we twee slaapmatjes. Terwijl we wachten op de was, vult Joost onze zitkussens daarmee bij voor een koninklijke zit. Om 13 uur is de was klaar en gaan we op pad. Het is warm (33°) en de weg is behoorlijk slecht richting Rudniy, maar na de afslag bij Antonov wordt het mooi asfalt. Wel krijgen we een heftige regenbui op ons dak gecombineerd met een soort zandstorm. De weg is nauwelijks zichtbaar. De hele tijd hebben we een auto echt vlak achter ons en in z’n spiegel ziet Joost dat de man z’n duim opsteekt. Als hij ons na lange tijd voorbij gaat, buigt hij met z’n hand op z’n hart. Graag gedaan. Kazachstan is een van de grootste landen ter wereld, zo is de grens met Rusland 6800 km lang! De uitzichten zijn eindeloos, nauwelijks bomen te bekennen in dit stuk en leeg. Het waait enorm en met een beetje mazzel met Maps.me en Google bereik, weten we een beschut plekje te vinden achter een bosje. De volgende dag maken we nog een lange rit van 550 km (=8 uur) en we ontmoeten veel vriendelijke vrachtwagenchauffeurs die even een praatje komen maken. Ook onderweg gaan er af en toe duimen omhoog, heel anders dan in Rusland. Ook worden we aangehouden door de politie en terecht, we hadden het licht niet aan. Jozef krijgt ‘straf’. We kletsen ons 3 slagen in de rondte (Engels/Russisch/Nederlands) en de agent geeft het op, dat scheelt 7575 Tenge (25 Euro). Pfoe, nu plakken we het briefje met ‘licht!’ er op pontificaal op het dashboard. We gaan nog op zoek naar een wildplek maar de wind is echt te heftig en dus besluiten we in de luwte van een pompstation te overnachten. We slapen verrassend goed tussen de grote trucks (vaak met Nederlandse logo’s er nog op), maar gaan om 7 uur al op pad.  Vlak voor Aral komen we een Indiase auto tegen. We maken kennis met Narendra Singh, directeur van Indian Rides (met vrouw, nog een koppel en twee jongens). Hij organiseert motorreizen in India en kent Travel2Explore en Perumotors van de beurs in Utrecht (kleine wereld!). Ze rijden in zo’n 2 dagen dwars door Kazachstan……

IMG-20190517-WA0003.jpg

In Aral bekijken we het kleine museum, dat helaas meer over andere zaken gaat dan over de Aral zee (opgezette dieren, de president, opgravingen en een Singer naaimachine?). We rijden naar de makr en doen wat boodschappen. Het is er vriendelijk en we hebben binnen no-time wat we nodig hebben. Daarna naar de oude haven, die dus nu door het terugtrekken van de Aral zee, helemaal droog ligt. Dit dankzij maatregelen die de Russen ooit genomen hebben, erg triest om te zien. Dan besluiten we naar Zhalangash te rijden (60 km door de steppe) om te kijken of er nog schepen in de woestijn liggen. Het landschap wordt fraai en we zien, paarden, kamelen en koeien. Als we in het dorpje aankomen worden we enthousiast onthaald door een groep jongens. Ik spreek ze in het Russisch aan dus ze vragen of we Russen zijn. Nee, wij komen uit Holland, Amsterdam, football, Ajax? Ja, Ajax! Tottengam, finals! Leuk. Ze kijken me vreemd aan als ik naar schepen vraag, maar ze kunnen ons wel de weg naar de zee wijzen. We rijden de route zoals op Maps.me en er liggen inderdaad geen wrakken meer. Wel veel zout en mul zand. Als we na 11 m bij de zee aankomen, zien we roze pelikanen. Op de terugweg besluiten we ergens in de steppe te overnachten, het is er zo mooi en de wind is niet al te hard. We rijden een flink eind de weg af en rekenen ons rijk met een prachtige plek. En toch….waar een pad is komen mensen en inderdaad komen er 3 autos langs, die vrolijk zwaaien naar ons. Prachtig.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag rijden we via Aral richting Kyzylorda, langs Baikonur waar de Russuche raketten worden gelanceerd, maar waar je niet zo maar inkomt. We proberen een plek die we op iOverlander gezien hadden, maar het stikt er zo van de vliegen dat we doorrijden. Ai, het wordt lastig om een plek te vinden. Dit gebeid is behoorlijk ontwikkeld met een soort van omheinde bassins, geen idee waar die voor dienen. Uiteindelijk vinden we een rustige plek vlak bij Zhosaly. We doen boodschappen in Kyzylorda. Er zit hier duidelijk meer geld en alles ziet er tip top uit. ’s Middags begint het te regenen en we komen aan bij de ruïnes van de oude stad Sauran. Het was ooit (14eeeuw) de grootste stad van Kazachstan op de zijderoute. De muur omvat 40 ha, en binnenin is het helemaal leeg met een groepje paarden. We gaan tussen het fort en een aarden wal staan en staan zo uit de wind. Het is een magische plek en we zien helemaal niemand. Dan op naar het Yasaui mausoleum in Turkestan. Een pelgrimsoord voor veel Kazachen. Het terrein is groot en het komt met bakken uit de hemel. Het is er gezellig druk en de bordjes zijn hier en daar in het Engels. Mooi, maar niet zo indrukwekkend als in Iran. Wel leuk om mensen te bekijken in hun kleurige kleding. We besluiten in Shymkent te overnachten om daar even lekker door de bazaar te kunnen struinen en uit eten te gaan. De stad is groot (1 milj.), maar verrassend groen en het verkeer is wat chaotischer maar nog steeds te doen. We checken in in het FM Hotel Shymkent, gelukkig hebben ze 1 plek waar de auto achter een hek kan staan. Douchen en hup naar de bazaar. Het is even zoeken, maar eenmaal gevonden is het druk, chaotisch en gezellig. Alles is hier te koop! Daarna lopen we naar het Central Park, zien mannetjes fanatiek snelschaken en we belanden bij restaurant Vinopark in de open serre. Joost eet een paarden ribeye, want paard eten vinden ze hier erg normaal. De supermarkt staat ook vol met paardenmelk (gefermenteerde merriemelk). De wijn is net zo duur als onze hotelkamer (30 Euro), we laten het even gaan!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het was een prachtig week Kazachstan met eindeloze vlakten en hele lieve mensen die ons enthousiast natoeteren vanuit de auto met de duim uit het raam. Nu gaan we weer even de natuur in (NP Sauram-Ugam) voordat we naar Oezbekistan gaan.

Tot later!

 

Liefs,

Marijke

Week 2: Van Werelderfgoed naar de Ural

Op 7 mei vertrekken we van de camping in Moskou naar Sergiev Posad. Dit plaatsje is onderdeel van de Golden Circle, een ring van 750 km met 8 bijzondere plaatsen. We doen er twee. In Sergiev staat het Trinity klooster gesticht door St Sergius in 1340 en de meest heilige plaats van de Russisch orthodoxe kerk (vergelijk Vaticaan voor de RK-kerk). Zeer rijk gedecoreerd met prachtige iconen en fresco’s. Het is dichtbij Moskou, gratis en dus wemelt het er van de Chinese groepen, die zich nergens wat van aantrekken (onbedekt hoofd, korte broeken, beeldbellen in de kerk). In een van de kerken raak in aan de praat met een jonge suppoost. Hij weet me te vertellen dat de Chinezen ook heiligen hebben en hij laat me op Wikipedia zien wat hij bedoelt (No joke!), en wel 220! Het is inmiddels tegen de 28 graden en we rijden naar Suzdal. Einde middag komen we aan op een echte camping aan een rivier. Direct worden we aangesproken door 2 jong Russische dames. De ene is stewardess en komt uit Kamchatka, lees: meest afgelegen en koud; ze overwinteren in Moskou (?!). We krijgen twee ‘premium’ gedroogde vissen van ze (uit Kamchatka) voor bij ons biertje. Ze laat zien hoe we ze uit elkaar moeten peuteren, lekker. Het dochtertje van de ander, Alicia, vindt Joost geweldig en wil spelen. Daar zegt opa natuurlijk geen nee tegen. Een kleurplaat en gelpennen die we meehebben, komen nu al goed van pas. Ze laat ‘m aan mama zien en komt terug en zegt iets dat ik niet versta, ze zegt het nog een keer heel hard in mijn oor. Ik laat haar in mijn Google-app praten en het blijkt ‘beautiful’ te zijn, geweldig. Direct daarna valt mama in de rivier wanneer ze een pannetje afspoelt, grote hilariteit. Grappig, de keuken gebruiken vond ze ‘te gewoon’. We laten haar opwarmen bij onze kachel. De auto vinden ze ‘cool’. ’s Avonds maak ik m’n blog op het stoepje van de receptie voor de wifi.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we het dorp in om het Werelderfgoed te bekijken. We parkeren bij een mannetje en bezoeken eerst het klooster. Toegang 400 roebel pp. (Euro 5,60). Het is er zeer vredig, de kerk kleurrijk, een tentoonstelling met indrukwekkende iconen en op het hele uur klinkelt de beiaardier er op los (geen klavier, maar met touwen!). We lopen door het dorp naar het kremlin, het is 30 graden inmiddels. Ik had me schrap gezet voor busladingen Chinezen, maar nee. Het kremlin (weer 400 roebel pp) valt eigenlijk tegen. De kerk is prachtig en als we binnenkomen zijn er net 3 geestelijken prachtig aan het zingen. Iets te nadrukkelijke staat een geldmandje klaar en prijzen ze hun CD aan. De expositie bevat vooral oude boeken. We duiken bij Vladimir een enorme hypermarkt in en besluiten nog even een flink stuk te gaan rijden. Dat gaat heel goed en we eindigen de dag ten oosten van Nizhny Novgorod aan de Wolga. Ook hier worden we aangesproken door een hippe jongedame, die van nog verder afgelegen komt (eiland voor de kust met Japan). Ze vindt het geweldig dat we Rusland aandoen. Maar nu gaat ze toch echt verder, want ze heeft haar ogen vanochtend laten laseren. Geweldig toch dat ze nu alweer kan rijden!?! Na het eten wordt het rustig. Prachtige plek met gelukkig genoeg bereik voor Radio 1. Het wordt flink koud en in bed zijn we getuige van het dramatische verlies van Ajax. De volgende ochtend branden we om 7 uur de tent uit. We doen wat oefeningen en gaan op pad. Weer een lange dag rijden. Het is vandaag Victory Day en bij de pomp krijgen we zwart-oranje lintjes. Ik doe ze enthousiast op de auto, maar Peter appt me al snel dat ze nogal radicaal zijn (Wilders kan er nog een puntje aan zuigen). Ik haal ze er snel weer af. Over de wegen nog even, die zijn hier vaak 3 baans, zodat je om en om kunt inhalen. Voetgangers zijn heilig. Iedereen stopt abrupt bij een zebra en ook op de autowegen (snelheid 110) zijn zebra’s die luid worden aangekondigd en waar iedereen dus stopt. In Moskou is het nog wat bonter, daar stopt de metro midden op de weg en zodra de deuren opengaan stopt alle verkeer. Indrukwekkend. Ook wemelt het hier van de snelheidscamera’s en rijdt iedereen uitermate gedisciplineerd. We worden 1 keer door de politie aangehouden. Na een controle van de papieren en een blik in de camperunit kunnen we weer verder. Alle moderne autos’ hebben een dashcam (wij ook).

20190508_201756

Aan de Wolga

NP Zyaratkul

NP Zyaratkul

DSCF1190

NP Zyaratkul

20190512_131428

Landcruiser liefhebber

20190512_163713

In de bossen bij Kazachse grens (Plast)

Aan het begin van de avond komen we aan langs de rivier de Kama, met blik op de stad Naberezhnyye Chelny (we zijn nu in de Republiek Tatarstan). Het is er gezellig druk met picknickende families en vriendengroepjes. Er ligt veel afval (zoals veel hier), maar we vinden een plekje en hebben een prima nacht ondanks het lawaai uit de haven en van de enorme goederentreinen. Joost wil graag nog een dag van 600 km maken (da’s dus 10 uur rijden), om wat afstand te overbruggen. We doorkruisen de republiek Bashkortostan en twee tijdzones. We eindigen de dag in de Ural in het Nationaal Park Zyuratkul. Niet helemaal eerlijk voor ons gastland, want we slaan Kazan over (het Istanbul van Rusland) op de grens van Europa en Azië. De weg naar het park is prachtig, eindeloze witte berken in het avondlicht. Het is niet alleen 10 uur rijden, maar ook nog eens 2 uur later (3 uur later dan in NL) en dus 21 uur als we aankomen. In het Russisch koop ik een kaartje en wijst de ranger ons een kampeerplek. Als we aankomen in het dorpje, ligt er sneeuw aan de kant van de weg! De temperatuur is gedaald van 30 naar 13 graden. Het is hier een grote modderboel en we vinden een plekje op het gravel. Ik flans snel wat lekkers in elkaar en voldaan naar bed. ’s Ochtends slapen we lekker uit (niet moielijk met extra twee uur tijdverschil) en hebben we eerst wat regen. ’s Middags maken we een wandeling naar het dorp en een stuk het bos in. Bij de picknickplek aan het meer lit vreselijk veel afval, erg jammer. Het meer Zyaratkul ligt nog vol met ijs, heel vreemd als het 25 graden is. De meeste bezoekers vertrekken. ’s Avonds maakt Joost en vuur en krijgen we hout van onze Russische buren en een fles spa rood cadeau (van het merk ‘mooie sleutels’, als ik het goed heb). Ik maak foto’s van het meer in avondlicht (volgen nog). Om half tien de volgende ochtend vertrekken we richting de Kazachse grens. Bij een rugstop gaan we douchen. Het lieve omaatje vraagt 1,75 Euro en daar krijg je dan een superschone grote badkamer voor (met föhn). Geniaal. We doen boodschappen bij een Spar waar we een enthousiast Rus met een prachtig opgetuigde Landcruiser 80 tegenkomen. Leuk. Aan het einde van de dag vinden we een prachtige plek met uitzicht over de velden. Als ik de langskomende herder vraag of we hier mogen overnachten, zegt hij: Waarom niet? Vele locals komen voorbij maar ze knikken alleen maar en laten ons met rust. Heerlijke plek. We vonden Rusland geweldig en komen graag terug!

Vandaag zijn we de Kazachse grens over gegaan en zeer gastvrij ontvangen, maar daarover later meer!

Liefs, Marijke

Week 1: Die Russen zijn zo gek nog niet!

Zondag 28 april rijden we de straat uit, uitgezwaaid door de buren. We hebben er zin in om weer op pad te gaan. Na twee jaar voorbereiding willen we wel weg. De reis naar Kiel verloopt zeer voorspoedig. Vlak voor Kiel eten we in een echte Duitse Gasthof asperges, we melden ons en mogen het schip op rijden. Om 21 uur varen we af. We drinken nog wat en zien overmatig veel Poetin op de Russische televisie. Slapen gaat weer uitstekend in de hut en het ontbijtje gaat er wel in. We raken aan de praat met Wim en Kitty, rond de zeventig uit Haarlem. Ze gaan met de caravan naar de Baltische staten. We lunchen gezellig samen en voor we het weten meren we aan in Klaipeda, Litouwen. We rijden naar de camping waar zij ook naar toe zouden, maar zien ze niet. We besluiten naar de camping te gaan waar we eerder hebben gestaan en zijn de enige. De volgende morgen ontbijt in het zonnetje en we rijden aan om half elf (geen haast). En ja hoor, op de volgende camping staan ze toch. We maken een praatje en vervolgen onze weg naar Riga. Rijden gaat niet echt snel en ook door Riga kost veel tijd. We eindigen de dag op een camping in Lauci. Oeps, ze spreekt geen Engels of Duits, dan maar Russisch (pfoe!). Ik weet duidelijk te maken dat we voetbal willen kijken en ze doen er alles aan om de televisie aan te krijgen. We maken een strandwandeling en eten een lekker bordje eten in het café. Het voetbal blijkt te zijn op de betaaltelevisie, dus ik verzin een list. Het lukt om via XS4ALL de livestream te kijken en Joost gaat er lekker voor zitten (Ajax-Tottenham). Het is inmiddels erg koud en ik ga met volle bepakking naar bed (het blijkt ’s nachts te vriezen). Ontbijt gaat net in het zonnetje en de douche is warm.  We laten onze vriend Peter weten dat we tegen 15 uur in Tallinn aankomen. Bij zijn huis is er niemand maar even lekker in de warme zon zitten in zijn tuin is geen straf.  Het huis is een waar bouwproject en Peter leidt ons rond. Samen met zijn vriendin Mo drinken we thee met honingtaart en gaan we samen de stad in. Boven op het Radisson hotel nemen we een drankje en genieten van het enorme uitzicht. Daarna eten we een lekker hapje in een hippe tent. Het is erg gezellig, maar we willen nog voor donker op een camping aankomen. Het kantoortje is dicht, maar we mogen gaan staan en Joost weet de wifi code van de Russische buren te ontfutselen, zodat ie weer voetbal kan kijken. Het is weer erg koud en het begint te regenen. Op naar Rusland dan maar!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We doen in de buurt nog wat boodschappen en rijden richting Narva. Gelukkig heb ik alles goed voorbereid en iets na half twee melden we ons bij de ‘waiting area’. We betalen 4,50 Euro voor een plekje en zien even later ons nummerbord op het bord verschijnen. Joost meldt zich en we mogen naar de grens rijden. Ook daar weer in de rij. Het is eigenlijk niet heel ingewikkeld. Er zijn twee hokjes, de eerst voor de immigratie en de tweede voor de douane (import auto). Immigratie is kwestie van paspoort laten zien en je krijgt een immigratiekaartje. Gelukkig had ik de douaneformulieren in het Engels al gedownload van de douanesite en ingevuld. Helaas is er toch iets niet goed en moet het over (bij iedereen trouwens). Daarna moet alles open, komt er een mevrouw met zaklamp langs en een schattig snuffelhondje. Dit lijkt allemaal heel simpel, is het ook, maar het hele proces duurt bijna 4 uur. Bizar. Het komt inmiddels met bakken uit de hemel. Direct na de grens zit als het goed is een kantoortje waar we een WA-verzekering kunnen kopen en ja hoor, hij spreekt zowaar ook nog wat Engels. Hij doet enorm zijn best voor ons en na een uur lopen we met de verzekering naar buiten. Nog even wat Roebels uit de muur, hatsjikidee! Helaas gaat de belwinkel net voor onze neus dicht. We rijden richting Kingisepp om toch maar een hotel te zoeken. Bij de 3epoging is het raak bij het St.AR hotel. Ook hier weer moet ik mn Russisch testen. En ze regelt zowaar onze verplichte registratie! De kamer is prachtig en met Google Translate briefjes dirigeert ze ons naar een eetcafé met de naam Goed. Het is er erg gezellig, de zachte varkensribbetjes met groente geweldig en de ober spreekt wat Engels. We slapen als een os en na eieren met worstjes en toast rijden we richting Veliky Novgorod. Als we tanken begint het te sneeuwen!! De weg is hier en daar vol kuilen, maar de doorgaande wegen zijn redelijk goed. De Russen houden zich keurig aan de snelheden. Veliky heeft een enorm Kremlin (ommuurd fort) met de oudste kerk van Rusland. Het is er druk met Russische toeristen. Daarna halen we bij de Beeline een sim-kaart. Die kost voor 1 maand onbeperkt Internet en 300 Russische belminuten het bedrag van 4,50 Euro! En dus wil ik er ook een.

We vinden een prachtige slaapplek op een picknickplek in het Nationale park van Valday aan een meer, maken een lekkere hao en kijken een serie. We slapen voor het eerst met de verwarming een beetje aan. De volgende dag besluiten we naar Moskou te rijden. Hele stukken zijn tolweg en dat schiet lekker op. We komen einde van de middag aan op de camping Sokolniki. Gestart rond het vriespunt, nu is het lekker 17 graden! We gaan direct met de metro de stad in naar het Rode Plein. Niet te geloven dat we hier nu zijn! De stad is prachtig, brandschoon, druk en heel feestelijk vanwege de komende militaire parade. Daarom is helaas het Rode Plein ook afgesloten. We eten bij een Georgiër. Als we terugkomen staat er een Nederlandse oude Sauer-truck en maken kennis met Albert-Jelle en Maike. Op zondag melden we ons om half elf bij een standbeeld waar de Moscow Free Walking Tour vertrekt. Leuke lui en we wandelen ruim 2 uur door de stad, uiteraard ook langs het Rode Plein. We lunchen met twee Nederlandse meiden. ’s Middags lopen we door Arbat-street. We kopen wat lekkere kaas, wijn en brood als avondeten (de supermarkten zijn fantastisch gevuld hier). Maandagochtend gaan we naar het Kremlin. Het is er overvol met Chinezen, niet leuk meer. Het Kremlin heeft meerdere prachtige kerken met veel oude iconen en veel goud. Indrukwekkend. Daarna lopen we naar Red October, een oude chocoladefabriek die nu hippe bedrijfjes herbergt (ook de NL Suitsupply!) en lekkere restaurantjes. We strijken neer en doen ons tegoed op het buitenterras. Heerlijk. We strompelen de metro in. Op de camping buiken we uit en Joost kletst met Albert-Jelle en een stel Duitsers met een enorme truck (Emmatrucktravel).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het was een indrukwekkende eerste week en die Russen zijn zo gek nog niet. Heel erg online, contactloos pinnen, prachtige supermarkten, prima wegen, dikke auto’s (Landcruisers!!) maar dat zal wel niet zo blijven. We gaan ervoor!

Liefs,

Marijke & Joost

Een nieuwe reis!

Lieve mensen,

Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, gaan we dit jaar weer een grote reis maken. Het komt al snel dichterbij. Eind april vertrekken we voor 4 maanden naar Rusland en Centraal Azië. De globale route zie je hieronder. We zijn druk aan het voorbereiden. De outdoor EHBO training was top, het Russische visum is binnen en Marijke kan na maanden Russische les, al best wat zeggen in een winkel ;-). We hebben er zin in.

Tot later!

Groet, MarijkeSchermafdruk 2019-02-15 17.31.22

BIH 2018: Groen land met een litteken

Een korte vakantie van 3 weken, maar een bezoek aan Bosnië & Herzegovina laat een blijvende herinnering achter.

schermafdruk-2018-08-05-19-28-24

Het plan is om echt vakantie te houden: rustig aan, gewoon op campings. Richting Bosnië, maar we zien wel. We starten met een nachtje in de Pfalz voordat we in Dornbirn, Oostenrijk aankomen.  Hier woont Theo nu, waarmee we ooit een motorreis hebben gemaakt door Peru, Chili en Bolivia. Theo’s leven heeft een totaal andere wending genomen en hij woont nu met vriendin Lina, een Française, in Dornbirn en werkt in Bregenz. Rond 17 uur komt Theo aan op de camping, toch wel grappig om elkaar hier te treffen. Hij neemt ons mee de bergen in voor prachtig uitzicht en daarna naar zijn appartement. Als Lina thuiskomt gaan we met z’n vieren in Dornbirn een hapje eten in een duidelijk populaire biergarten. Zo leren we Lina een beetje kennen. In het donker nemen we afscheid. De volgende dag regent het flink en dus besluiten we naar het Oosten te rijden. We eindigen de dag in de prachtige bergen in de buurt van Zell am See. De dag erna rijden we naar zuid-Slovenië, waar we op een prettige camping neerstrijken aan een rivier. We blijven twee nachten, en huren zowaar fietsen om ons nog wat in te spannen. Met 30 graden en stevige heuvels komt dat helemaal goed. Via Metlika komen we Bosnië in het meest noordoostelijke puntje binnen bij Velika Kladusa. We pinnen direct KM’s. Opvallend zijn de moskeeën in het landschap, veel autobedrijfjes, het doet een beetje Turks aan, maar ook Roemeens. Na Bihac gaan we het Nationaal Park van de Una rivier in. De weg wordt onverhard en rustig. Vlak voor Kulen Vakuf ligt een prima kleine camping naast een waterval. We installeren ons en kunnen in het restaurant de kwartfinales voetbal kijken. Met twee Walen (ook in een Hilux) is het leuk om de Belgen te zien winnen van de Brazilianen.

Het weer de volgende dag is bewolkt en donker dus we besluiten te gaan rijden. We bezoeken de mooi watervalletjes bij Martin Brod en rijden langs de Kroatische grens naar Mostar.  We zien her en der rode bordjes die waarschuwen voor mijnen. Het landschap is ruig en leeg met hier en daar echte spookdorpen. De oorlog heeft hier sporen nagelaten. Na Livno zien we steeds meer auto’s met Kroatische vlaggetjes. In dit gebied leeft een groot gedeelte van de Kroatische Bosniërs. We passeren Mostar en komen aan bij Autokamp Blagaj. We worden bijzonder sympathiek onthaald met wijn, fruit en gebak. Op het gezellige terrasje kijken we met een jong Nederlands stel de andere kwartfinales onder het genot van een gebakken forel. De volgende dag laten we ons me een taxi naar Mostar brengen en dat bezoek hakt er in. Niet omdat het er erg druk is en erg warm, maar de historie hier laat niemand onberoerd. De brug is prachtig hersteld en de wijk eromheen ook, toch zijn her en der de sporen van de oorlog nog te zien. Een bezoek aan het oorlogsmuseum is een ontnuchterende ervaring. De foto’s en verhalen laten niets aan de verbeelding over. Hier zijn mensen blijkbaar toe in staat: executies, concentratiekampen, verkrachtingen, marteling. En de internationale gemeenschap heeft het zien en laten gebeuren. Wat ook duidelijk wordt, is hoe vreselijk complex de situatie in Bosnië is. Eenvoudig gezegd zijn er 3 bevolkingsgroepen: Bosniaks (moslims), Kroaten (katholiek) en Serven (orthodox). Die leven door elkaar in een soort kruitvat. Voormalige delen van Joegoslavië riepen een voor een de onafhankelijkheid uit en dat ging goed in landen met een relatief homogene bevolking. In Bosnië Herzegovina dus niet. De internationale gemeenschap erkende de onafhankelijkheid wel in 1992, maar intern brak oorlog uit. Sarajevo werd bezet door Serven en Kroaten bewapenden zichzelf. Bizar feit is dat moslims en Kroaten samen de Serven verdreven uit Mostar en vervolgens de Kroaten zich tegen de moslims keerden en uiteindelijk de beroemde brug opbliezen. In het Noordoosten vond de tragedie bij Srebrenica plaats in 1995, waarover later meer. Voor een buitenstaander is het geheel amper te begrijpen, dat is wel duidelijk. Beduusd komen we uit het museum en eten op een prachtig terras aan het water. ’s Avonds kijken weer voetbal en is de oorlog ver weg.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijd voor wat off-road. Ik heb een route door de bergen bedacht en dat pakt goed uit. Dwars door de bergen met mooie vergezichten. We lunchen bij een raft-spot langs de Neretva, ‘we are so proud of this river!’ roept een van de gidsen, en terecht. Het is een prachtig groen gebied. We passeren regelmatig rode pas-op-mijnen-bordjes en vlak na Kalinovik staat een groot portret van Ratko Mladic langs de weg. Na het museumbezoek van gisteren is wel duidelijk wat die man op z’n geweten heeft, maar hij heeft blijkbaar ook medestanders. Bizar. We eindigen op het liefdevol verzorgde Autocamp Drina aan de rivier vlak boven Fosac. Het gras is gemanicuurd en de eigenaar vraagt ons niet met de wielen te draaien en geen heet water op het gras weg te gooien. Het komt helaas met bakken uit de hemel, dus we nemen snel plaats in het open restaurant. Prima muziek en prima eten (ze hebben zelfs meerdere vegetarische opties in dit vleesrijke land!). Joost vermaakt zich met een groep Belgische meisjesscouts en speelt kaart met ze. We slapen met oordoppen in, want zoals veel campings hier, ligt die pal langs de weg, jammer. Het koelt flink af. De volgende dag volgen we bij Tjentiste een off-road route het Suteska park in. Het pad is enorm modderig. We worden getrakteerd op prachtig uitzicht op 1600 meter, vlakbij de hoogste top van Bosnië. De auto is zo vies dat we in Foca een autowasser opzoeken, die een half uur nodig heeft om de modder er af te krijgen (hij veegt demonstratief over zijn voorhoofd). Met Google Translate vraagt hij ons of we naar Maglic geweest zijn….hoe raadt ie het zo. We maken kennis met Sam die al 18 maanden op de fiets vanuit Engeland onderweg is en al naar Iran en India is geweest, knap. ’s Avonds kijkt Joost op een laptop naar de halve finale België-Frankrijk.

Om een stukje af te snijden op weg naar Srebrenica rijden we via Goradze en Visegrad Servië in. Helaas blijkt het Tara National Park wel mooi maar vol met zomerhuisjes. We rijden dan toch maar naar Perucac waar een piepkleine camping is naast een hotel met weer herrie (ditmaal van een waterval). ’s Avonds kijken we in een rokerige kroeg naar Engeland-Kroatië. De volgende dag rijden we Bosnië weer in door prachtig groen heuvelachtig landschap. Als ik een foto van een dorp maak, heb ik niet in de gaten dat het Srebrenica is. Toch onprettig om daar met een Nederlands kenteken doorheen te rijden. In Potocari bezoeken we het genocide monument. Als ik de auto uitstap schiet ik al vol. Wat een enorme hoeveelheid graven. De Serviërs hebben hier, onder toeziend oog van de VN, 8000 mannen en jongens omgebracht. Er worden nog steeds resten begraven, te zien aan de verse graven en Joost ziet hoe ze twee lijkenzakken aanvoeren om te begraven. We rijden onder de indruk verder naar Zvornik waar we met Alija hebben afgesproken. Met Alija heb ik onderzoek gedaan in 2015 en ook nu weer werkt hij samen met de KvK. Hij doet promotieonderzoek aan de Hogeschool Utrecht. Zijn ouders zijn gevlucht toen Alija 1 ½ jaar oud was. Zijn vader werkte als ingenieur in Libië en had al snel in de gaten dat het mis ging. Alija neemt ons mee naar het oude fort, waar we prachtig uitzicht hebben over Zvornik, maar ook over het kleine dorp Divic in de rivier waar zijn familie vandaan komt. Het is snikheet en we luisteren aandachtig naar al zijn verhalen over wat hier gebeurd is met zijn familie en de regio. Wij kennen het drama in Srebrenica, maar er zijn veel meer dorpen leeggehaald en nog lang niet alle slachtoffers zijn gevonden. In Divic trakteert hij ons op traditioneel Bosnisch Cevapcici met brood. Alija begroet diverse mensen en laat het verlaten huis van zijn oma zien. Twee huizen verderop staat een half afgebouwd huis. Het is van zijn oom die niet meer teruggekomen is (en nog niet gevonden). Het water staat nu hoog, anders konden we de toren van de minaret in het water zien, die in de oorlog is neergehaald; de moskee werd vervangen door een kerk en veel Serviërs namen bezit van de huizen hier. Nu staat er weer een moskee. Het is onwerkelijk om te horen dat mensen die deelnamen een de genocide nu gewoon naast moslims wonen. Na de oorlog is het land Bosnië-Hercegovina in twee entiteiten verdeeld: Bosnië-Hercegovina (moslims en Kroaten) en de Republika Serpska (RS, Serven). Deze regio is nu uitgerekend RS. Het presidentschap is tripartiet en rouleert elke 6 maanden. Op mijn vraag of de genocide zich kan herhalen is het antwoord direct “ja”. Het is een broos evenwicht. We nemen afscheid. De dagen erna houdt het ons bezig en lezen we het geschiedenis hoofdstuk in de Lonely Planet nog een keer. Diverse Bosniërs die we ontmoeten, verzekeren ons dat het niet te begrijpen valt.

We overnachten vlak buiten Tuzla op een vakantiekamp bij Lukovac. Als het aankomt regent het flink. We installeren ons maar dat is van korte duur. De eigenaar komt met een groep mannen aan die een huisje willen huren. De intenties zijn duidelijk, dus we maken dat we wegkomen. Met het Duitse stel dat naast ons staat verkassen we zo ver mogelijk van de heren die ogenblikkelijk luidruchtig een vuur hebben gemaakt en aan het bier gaan. ’s Avonds nodigen we de Duitsers uit onder onze luifel, want ze hebben niet meer dan hun auto bij zich. We slapen slecht; de hele nacht Bosnische dance, niet slecht overigens. De eigenaar verontschuldigt zich meerdere keren. We rijden via Ribnica en Vares door de bergen en bossen naar Sarajevo. Prachtige route, waar we mooie wildplekjes zien. Bij Visoko staan we op een kleine, maar verzorgde camping. Weer regent het als we gaan staan. ’s Avonds lopen we een rondje door het vriendelijke dorp Mulici. De volgende dag blijkt het heerlijk weer en gaan we Sarajevo in. We parkeren bewaakt pal in de stad. Met advies van de Tourist Info lopen we langs de bezienswaardigheden door de stad en drinken cappuccino met een lekker gebakje. Prima toeven hier. Dan zoeken we bij het vliegveld naar het tunnelmuseum. Sarajevo heeft een bestand van 3 jaar Servische bezetting volgehouden mede dankzij de aanvoer van voedsel via deze ondergrondse tunnel. We slaan in bij een reuzensupermarkt en rijden een mooie route richting Jajce. Vlak voor Jajce komen we op een erg eenvoudige camping langs de rivier Vrbas. De beheerder doet erg zijn best, het is een fijne plek, maar de voorzieningen hebben we onderhoud nodig.

Jajce is een belangrijk historische stadje  met een groot fort, waar in de Middeleeuwen de koningen werden gekroond. We lopen een rondje en rijden daarna naar de Pilva meren waar ze 17 miniatuur watermolens hebben staan. We zijn ineens omringd door Arabische toeristen (dames in burka). Hadden we in het NRC al gelezen, dat die hier graag vakantie houden en investeren. Apart. Vlak buiten Jajce ontsnappen we, op een haar na, aan een frontale botsing. Een overmoedige Bosnische gladiool in een SUV haalt in over de doorgetrokken lijn. Wij rijden omhoog en dus gelukkig wat langzamer. Joost komt met de ABS in actie tot stilstand. Pfoooe!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In de middag komen we aan op een grassige camping langs de rivier en we vragen als eerste of ze de voetbalfinale kijken. Ja! Ze hebben een groot scherm. ’s Avonds blijkt dat niet veel mensen er belangstelling voor hebben, dus we kunnen het goed zien. We besluiten Banja Luka te bezoeken en dat blijkt een gezellige stad. In de overdekte markt slaat Joost zijn slag en koopt twee korte broeken. Ik knoop een gesprekje met de marktkoopman aan. Als ik zeg dat we Bosnië een mooi land vinden, zegt hij: “Yes, a beautiful country with a problem”. Je kunt veel lezen over de feiten, maar, zo verzekert hij: “you only scratch the surface”. Begrijpen doe je het toch niet. Op de terugweg rijden we een weggetje aan de andere kant van de rivier en besluiten spontaan een visje te gaan eten. Goed idee Joost! De serveerster spreekt niet veel Engels, maar we komen er uit. Achter ons vraagt een man waar we vandaan komen en hij blijkt een Amerikaanse Bosniër te zijn. Al snel komt de orlog weer ter sprake: “everything was better before the war”. De oorlog is nooit ver weg hier. Einde middag gaan we toch naar een kleine camping die we eerder hebben gespot. Nu zijn we op tijd en kunnen op het mooiste plekje staan. De eigenaar is vreselijk aardig, spreekt goed Engels en heeft het erg mooi voor elkaar. ’s Avonds loopt de plek flink vol.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag verlaten we Bosnië & Herzegovina over een klein stukje snelweg dat vlak voor de grens ligt. We crossen door Kroatië en Slovenië, overnachten mooi in de Krawanken, aan de Afritsen See, en in de Pfalz.Het was een heerlijk rustige vakantie en Bosnië heeft erg veel indruk op ons gemaakt. Het is een prachtig groen land, het toerisme nog niet erg ontwikkeld (op Mostar en Sarajevo na) en de historie uitermate intrigerend. Bosnië-Herzegovina is absoluut de moeite waard!

Baltic Trip 2017

2017 Baltic Trip

Dit is de route die we hebben gereden in 3 weken (proloog + LCC Baltic Trip): 3428 km

Schermafdruk 2017-09-04 19.58.23

Baltic Trip 2017

Beste mensen,

We gaan weer op pad. Voor de Nederlandse Landcruiserclub hebben we samen met Peter Postma, die in Tallinn woont, een prachtige route van bijna 2800 km uitgestippeld. De route start in Litouwen en gaat via Letland naar Estland en weer terug door Letland naar Litouwen.

IMG_0508.pngIMG_0511.png

We hebben er zin in!

Tot later, Marijke

Proloog

Zaterdagochtend 12 augustus vetrekken we in de regen naar Kiel. En het blijft de hele dag regenen. We verwachten rond 16 uur aan te komen, maar het wordt uiteindelijk kwart over zes. Veel wegwerkzaamheden en files onderweg. We laten de groep via Whatsapp weten dat we het gehaald hebben. We worden in een klein hoekje voor een truck gemanoeuvreerd en dat lijkt geen gekke plek, “pole position” om er straks als eerste weer af te gaan. We checken in en onze hut blijkt een prima plek. Ook het dinerbuffet is eenvoudig maar smaakvol. Het is niet overdreven groot en druk aan boord en er is plek zat om te zitten. Na een koffie duik in het bed in, Joost kletst nog wat aan dek. De vaart is rustig en we slapen lekker uit. Als we om 10 uur bij het buffet aankomen is alles al weg. Het blijkt “Lithuanian time” te zijn aan boord en dus is het 11 uur en de boel gesloten, ha ha. Dan maar koffie met een muffin en om 13 uur direct door naar de lunch. Intussen hebben we ons geïnstalleerd op het heli-dek, waar de zon fel schijnt. Om 16 uur varen we de haven van Klaipeda in en om 16.30 liggen we aan wal. Joost wordt opgeroepen en we spoeden ons naar de receptie. We moeten acuut naar beneden want onze auto moet als eerst van boord af. Dat kan slechter!

Om 17 uur komen we aan bij Camping Olandy kapure (Ducth Cape) en zetten de auto in het zonnetje. We worden direct aangesproken door Hugo die met een camper en 3 kinderen op pad is. ’s Avonds wordt het erg fris. De volgende dag gaan we een stukje van de route rijden en wat plaatsjes verkennen. Eerst naar Palanga, wat een echte badplaats blijkt te zijn, en doen er boodschappen bij een prachtige Rimi. Het is lekker warm. We rijden over een gravelweg richting Jurgaciems en eten een broodje op een picknickplaats.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bij Ziemupe vinden we tegen de duinen een strandparkeerplek waar we kunnen overnachten (5 Euro). Als we met een biertje op het strand zitten, komt tot onze stomme verbazing Hugo aangelopen. Na het eten en koffie op het strand, gaan we bij hun kampvuur zitten en kletsen gezellig over van alles en nog wat. Er komt ook nog een vosje langs. We slapen heerlijk en vetrekken de volgende morgen richting Pavilosta. Het zou volgende de Lonely Planet een surfstadje zijn, maar daar zien we helemaal niets van. We gaan landinwaarts naar Kuldiga, waar we met de rondreis niet gaan komen. We rijden door vele slaperige dorpjes en eindeloze wegen door akkers heen. Het is weinig opwindend. In Kuldiga hebben ze de breedste waterval van Europa, jawel, 149m breed en zo’n 2 meter hoog (!). Het ziet er inderdaad prachtig uit en een rondwandeling door het stadje is best aardig.

We eten snel een broodje en rijden verder door het ….. dal. We bedenken dat we graag Riga willen bezoeken en dat het handig is om alvast in de buurt te kamperen. We zoeken vlak voor Jurmalaa een camping. Camping Neptunus is klein en rustig. We zetten de auto neer en koken een potje. Helaas komt er ergens een flinke stanklucht vandaan (gelukkig ruiken we die niet vlak bij de auto). Na een lekkere douche rijden we op tijd naar de Riga City Camping (18 Euro). Geen fraaie camping, maar een prima plek om te voet vandaan naar de stad te lopen (half uurtje). We gaan direct op pad en nemen lekker koffie met gebak bij een konditorei. We bezoeken de enorme overdekte markt, drinken wat op een terrasje en melden ons om 15 uur bij Andis voor een free walkng tour door de oude stad die we de avond ervoor via Internet geboekt hebben. We zijn met z’n zessen en Andis leidt ons kundig kriskras door de stad. Hij weet heel veel en zo zie je veel meer, dan met een gids in de hand. Je betaalt wat je er voor over hebt. ’s Avonds eten we werkelijk fantastisch bij Muuse op het terras.

OP de camping is het verrassend rustig en we slapen prima. De volgende morgen komt een jong Duits stel op ons af, ze hebben ook een Hilux en vergapen zich aan onze camperunit. We pakken de boel in en rijden binnendoor naar Nationaal Park Aukstatija. Weer eindeloze slaperige dorpjes en akkers. In de middag komen we in het park aan en het regent. Doel is een bezoek aan het “Cold War Museum”. Het blijkt een oude raketbasis te zijn en we zien ondergronds hoe bizar die koude oorlog uitpakte met een wapenwedloop en waanideeën over de “vijand”. Als we bij de auto terugkomen, dan krijgen we een appje van Folkert en Netty die aan de overkant van het meer blijken te zijn! Ze zijn gisteren aangekomen en hebben vannacht op een lawaaierige camping gestaan in Klaipede. Na wat heen en weer geapp vinden we elkaar op een picknickplek aan een prachtig meertje. Heel gezellig! Een dame die er ook staat wil voor ons wel bellen en de eigenaar komt geld innen (9 Euro) en brengt hout voor 3 Euro. Het vuur is ook wel nodig.

De volgende morgen zwemt Ruby, hun hond, als een dolle in het meer en kletsen we wat met een Duits echtpaar dat er ook staat met hun Unimog. We rijden samen binnendoor naar Palanga waar we boodschappen doen voor een gezamenlijke bbq, want Alex en Hans komen vanavond in Klaipeda aan. We gaan terug naar de camping waar wij eerder stonden, maar er blijkt vlakbij een enorm muziekfestival aan de gang te zijn. Aan “achtergrondmuziek” geen gebrek! Ik klooi een paar uur met de Garmin en de routes, want er gaat nog steeds het e.e.a. mis met routeren. Uiteindelijk krijgen we de boel aan de gang en ziet Folkert de route ook op zijn Montana. Iets naar 17 uur komen Hans en Alex aan en is ons kampje met 4 auto’s compleet. We eten samen en maken een lekker vuur. De trip kan beginnen!

Baltic Trip part 1

Zaterdag 19 augustus gaan we met 4 auto’s op pad. De nacht was nog relatief rustig tussen een festival en een feest op de camping in. Eerst doen we in Palanga boodschappen. Als we ten noorden van Liepaja over een gravelweg langs de kust rijden, stoppen we bij de vuurtoren Akmensrags. Voor € 0,70 mogen we omhoog klimmen. Voor de kassa moeten we even naar binnen en het stinkt er nogal. Menig huis heeft hier een droogtoilet en dat is nogal een kunst dat fris te houden…… Het is een straffe klim, maar het uitzicht is mooi. Na een korte lunch stoppen we bij Jurkalne om echt even te zien hoe een glintkust eruit ziet. Het waait ongenadig hard. Vanaf de kustweg is meestal weinig te zien van de zee door het dichte bos. Verder naar het Noorden rijden we naar de oudste vuurtoren van Letland, maar die is omheind en er is geen uitzicht. De lange rechte weg naar Kaap Kolka is niet zo boeiend. We kijken bij Sikrags of we op een strandparkeerplaats kunnen overnachten. Wel een mooie stek, maar we willen de kaap zelf proberen. Hmm, dat is nogal een toeristencircus en zeker geen plek om te overnachten. We kijken nog wel op het strand naar de botsende zeeën die hier op de punt elkaar ontmoeten. Uiteindelijk overnachten we op de camping in Melnsils, uiteraard met kampvuur, want ook al schijnt de zon, het wordt snel koud ‘s nachts.

Zondag rijden we rustig langs de kust richting Riga en stoppen hier en daar om de kust te bekijken. Het is lekker weer. In Jurmala doen we boodschappen en lunchen we. De rt om Riga heen gaat prima, en halverwege de middag rijden we het Gauja Nationaal in; glooiend groen landschap met lieve huisjes en boerderijtjes. Een deel van de groep bezoekt het Turaida museum vlak voor Sigulda, dat bestaat uit o.a. een burcht en kerk in parkachtige setting. Helaas begint het te regenen. We besluiten de etappe eerder te stoppen en zoeken een plekje op de kanocamping in Ligatne (€15). Door de regen kunnen we geen vuur maken, maar ze hebben we lekker warme douches!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maandag regent het nog steeds bij vertrek en rijden we een mooi stuk route naar het Kuku Kraces uitzichtspunt; een prachtige plek langs de rivier waar de rode kalksteen hoog is uitgesleten. Ruby de hond stuift het water in en blaf en zwemt als een dolle. Heel grappig. Bij de 16 m hoge Zvartesrots lopen we een klein rondje. In Cesis weten we een konditoreja te vinden, waar we ons tegoed doen aan koffie met heerlijke taartjes. We vertrouwen Hans de 6 kruimeltaartjes voor ’s avonds bij de koffie toe (hij weet er af te blijven!). In de regen lopen we een rondje door het stadje met burcht en kerken. Hier pikken we de 3e etappe op en bezoeken de Adelaarsrots, ook weer een prachtige plek aan de Gauja rivier. Ook hier gaat Ruby weer uit haar dak. Na een broodje op de parkeerplaats volgt een mooi stuk over kleine weggetjes naar Rauna en verder door de weilanden met uitzicht. Vlak voor de grens met Estland wordt het echt een track en begint de Hilux flink te glijden in de modder. De offroad grens met Estland is gedenkwaardig, want er is helemaal niemand. De paspoortformaliteiten doen we dan zelf maar ;-). De etappe eindigen we in de bossen van het Karula National Park en het lukt de track naar RMK site Plaagi te vinden aan de westkant van het Ahijarve meer (RMK plekken zijn van de Estse staatsbosbeheer en bestaan uit kampeerplekken, een droogtoilet en een vuurplaats, meestal met hout, veelal op echt mooie plekjes). Als we op deze magnifieke plek aankomen, schijnt zowaar de zon! Iedereen opgetogen. Dit was een prachtige etappe, ondanks de regen. Een vuur houdt ons warm voor het slapengaan (en anti-mug houdt de insecten op afstand).

De volgende ochtend om half zeven horen we ineens een (gewone) auto en gaan twee mannen een boot staan opblazen, beetje onverwacht op deze plek! We rijden over bospaadjes het park uit richting Rouge. Het landschap is mooi en we beklimmen een enorme observatietoren vlak na Rouge. Het ding is 28 meter hoog en nogal flexibel, niest voor Hans en mij. Beneden drinken we cappuccino. Via Haanja rijden we naar Võru waar we boodschappen doen en op een strandje een broodje eten. De weg naar het Peipsi meer is nogal saai. De vissersplaatjes Varnja, Kolkja en Nina zijn wel pittoresk met gekleurde huisjes en tuintjes vol bloemen. Je rijdt bij de mensen zowat door de voortuin. We kijken ook nog even bij het grote kasteel Alatskivi die gebouwd is door een rijke man met een fascinatie voor Balmoral, Schotland. Na de arme Russische dorpjes is dit een heel vreemd contrast! Als we aankomen bij camping Ranna Puhkebaas, is er helemaal niemand. Het is een enorm terrein met prachtige houten gebouwen aan het Peipsi meer en we zetten de auto’s neer. Ik probeer de eigenaar te bellen en wordt als snel teruggebeld. Oma komt even later geld halen (€10). Helaas is de douche niet werkend en hebben we alleen droogtoiletten. Ondanks dat het fris en hard waait, wagen Folkert en Netty zich in het meer (waar je na 100 meter tot je middel in staat). We eten onder de luifel vanwege de regen en ’s avonds is een groot vuur noodzakelijk om ons warm te houden.

De volgende morgen is het koud en nat. We rijden langs de dorpjes aan het meer en komen langs de prachtige zanstranden bij Kauksi. Het is overal verlaten. In een klein barretje drinken we koffie uit een automaat; de gebaksvitrine is leeg. We rijden helemaal tot aan de Russische grens bij Vasknarva, waar je nergens naar de rivier mag. We lunchen bij een bushokje en lopen een klein rondje langs het enorme klooster. De route gaat verder langs de Narva rivier, maar alle zijwegen zijn verboden om in te rijden en er staan verscheidene wachttorens. We rijden door tot aan Poruni, waar een RMK en een wandelpad zou zijn. Helaas staat er een slagboom op de weg, wat de vorige groep ons al had laten weten. We draaien om en rijden dwarsover naar Kuramae. Daar staat een klosster waar nu nog Russisch orthodoxe nonnen in wonen. Het regent weer flink, maar we gaan toch even het terrein op met een begraafplaats en meerdere kerken. Het is prachtig onderhouden met veel bloemen. Eindpunt van deze etappe zou de camping Ninsaare Puhkekeshus zijn, maar die is helemaal verlaten en niet in al te beste staat. We nemen wel wat hout mee en gaan op zoek naar een RMK plek in de buurt. De plek is niet groot, maar we doen het er mee. Zeiltjes spannen, biertje drinken, koken en een vuur maken op de parkeerplek. Het regent onophoudelijk.

De volgende morgen lijkt het droog maar de bomen laten nog steeds regen vallen. We breken op en rijden binnendoor naar het mijnmuseum. Daar hebben ze gelukkig cappuccino met wat lekkers! Dat hadden we wel verdiend. Er is zowaar een rondleiding ondergronds en de mannen willen wel mee. De rondleiding van anderhalf uur is in het Russisch maar ze krijgen een Engelse audiotour mee. Netty en ik nestelen ons in het restaurant. De heren komen enthousiast weer bovengronds; het is toch wel indrukwekkend te zien hoe ze hier oliehoudende steen gewonnen hebben, veelal met de hand. We lopen samen nog de tentoonstelling rond. Peter had ons aangeraden in het nabijgelegen mijn gebied rond te rijden. Als we er aankomen snappen we wat het is: een enorm gebied met bergen stenen, waar de olie uit gewonnen is, gedeeltelijk ondergelopen. We rijden even rond, doen snel boodschappen in de buurt en vertrekken naar de kust. We hebben besloten vanwege het weer niet alle plekken op de route aan de te doen en snel naar het westen te rijden. We stoppen nog even bij de oude ruïne van Toolsi en rijden dan Nationaal Park Lahemaa in. Het is een prachtig gebied met her en der idyllische boerderijtjes met veel bloemen in de tuin. Overal is netjes het gras gemaaid. In Altja kamperen we bij een hele oude boerderij. Ik had ’s ochtends al gebeld of ze een warme douche hadden en of ze open waren. Als we aankomen schijnt zowaar de zon even! Als we net staan komen Henk en Cora aangereden, die tot nu toe steeds een etappe achter ons zaten. We gaan samen heerlijk Ests eten bij Altja Körts. Het eten is eenvoudig maar zeer smakelijk en goedkoop. Gezellig. Om 20.30 mogen we de sauna in. De sauna is in een traditioneel houten huis en bestaat uit een woonkamer, een natte ruimte en de sauna zelf. We zijn met z’n 5-en de sauna is klein en loeiheet! Als we buiten staan om af te koelen, word ik ongenadig gebeten door de muggen (ontdek ik de volgende dag). Super opgewarmd, nemen we nog wat drinken bij het vuur en slapen als een roos.

We hebben nog een volle dag voor Lahemaa. We rijden alle schiereilandjes over en drinken koffie met een chocolade dessert in Viinistu bij een prachtig restaurant. We blijven lang zitten in de warmte want het komt met bakken uit de hemel. We blijven maar rijden en als het een beetje droog is komen we bij de RMK plek aan de noordpunt van Juminda, waar we een broodje eten. Uiteindelijk vinden we een mooie plek op de RMK in Tsitre, waar zelfs een droogtoilet voor rolstoelen is gemaakt! Na het eten ga ik lekker met de routes voor de tweede week aan de slag. De heren zitten buiten bij het vuur. We slapen weer als ossen. Vroeg in de morgen lijkt de lucht blauw, maar daarna gaat het weer regenen. We breken op en rijden de zon tegemoet (zo lijkt het). Aangekomen met de Jägala waterval begint het direct te hozen. Even wachten dan maar. De waterval is een prettig verrassing. Om half twaalf komen we aan bij de Tallinn City Camping. Het waait er enorm maar is wel droog Als iedereen een plekje heeft gaan we met de bus de stad in. Eerst koffie met taartjes! Bij Rukis slagen we super en Peter, die in Tallinn woont, pikt ons op. Leuk om hem weer te zien. Hij werkt hier en leidt soms betaald groepen rond. Nu si hij onze gids. We gaan gezellig met hem uitgebreid door de mooie en levendige stad. Het is droog en de zon schijnt zowaar. Peter laat ons alle hoeken van het centrum zien, erg leuk. We nemen ook nog een ijsje. We eindigen bij Argentina, een fantastisch grill-restaurant. Hans en Alex wagen zich aan de Tomahawk van 1 kg. We eten erg lekker en het is gezellig. Na het eten lopen we naar de kust waar ze vuren aangestoken hebben. We zien er twee, maar het maakt niet zo’n indruk. Met de bus terug naar de camping en na een warme douche vallen we tevreden in slaap.

De eerste week had zeker highlights, maar het weer had beter gekund. Volgende keer echt in juli naar de Baltische Staten! (meer foto’s volgen bij dit verhaal….)

Liefs, Marijke

Baltic Trip part 2

Op de Tallinn City Camping wachten we in het zonnetje op Peter die vandaag met ons meereist. Ik laad bij iedereen nog even de routes op de Garmins. Peter zijn Landcruiser is wat meer op leeftijd en hij heeft problemen met de koppeling. Als hij wil wegrijden moet hij in de versnelling starten. Het maakt een hoop kabaal en hij schiet naar voren. Zo min mogelijk stoppen en dat valt niet mee met al die stoplichten op de weg uit Tallinn. Het is redelijk rustig in de stad en we doen bij een grote Selver eerst wat boodschappen en pikt Peter Eve op, die op de schapenboerderij is opgegroeid waar we vanavond overnachten. Dan rijden we naar het westen naar de Rummu groeve. Dat is een ondergelopen mijn en gevangenis. Peter weet een uitzichtpunt en de weg er naar toe is modderig en vol met diepe kuilen. We kunnen er net parkeren. Ruby de hond gaat uit haar dak in het heldere water. Als we willen wegrijden is dat knap lastig want blijkbaar is er in de tussentijd een soort barrière opgeworpen. We komen er allemaal met geweld overheen, behalve Peter, die door Joost een stukje gelierd moet worden. Dan volgt een lange rit over de saaie 4 naar het zuiden. Vlak voor Pärnu, ter hoogte van Nationaal Park Somaa, rijden we naar het oosten. We hebben helaas geen tijd er te wandelen, maar Peter wil ons graag een hele bijzondere kampeerplek laten zien. En dat is het! Je moet het weten, maar de afscheiding kun je opendraaien en dan rijd je zo het weiland in naar een open plek met tipi, droogtoilet, hout, en verhip, een drijvende sauna! Het wemelt er van de fanatieke muggen, maar het is een mooie plek voor een groepsfoto, die Eve van ons maakt. Ik leg de plek vast in iOverlander. Daarna rijden we langs een klein uitdagend paadje, door de vorige groep ontdekt. Peter z’n achterdeuren zwiepen open, maar hij kan niet zo makkelijk stoppen natuurlijk. We rijden verder richting Viljandi en Peter leidt ons nog een klein stukje om door een prachtig stukje Estland. We komen rond 17.15 uur aan bij Murese Talu, een schapenboerderij. De huidige eigenaar, de broer van Eve, is jarig vandaag en getrouwd met de Nederlandse Karin die hoogzwanger is. . We krijgen heerlijke schapenfilet om klaar te maken, zalig. Nadat we allemaal een potje gekookt hebben, worden we uitgenodigd om een huiskamerconcert van Eve bij te wonen. We krijgen heerlijke zelfgemaakte chocololadekoeken en nemen plaats op schapenvellen. Eve heeft een flinke verzameling zelfgeschreven romantische Engelse en Estse nummers. Het is een bijzonder avond! Na afloop is er vuurwerk en nemen we afscheid van Peter die met veel kabaal wegrijdt. Het is een echt koude nacht (8 graden).

De volgende morgen neemt Karin ons mee naar haar verzameling gebreide producten, die van hun eigen wol is gemaakt. Iedereen slaat een paar mooie handschoenen of sokken in. We rijden naar het zuiden en gaan bij Valga de grens met Letland over. Bij Smiltene tanken we goedkoop en daarna verzin ik ter plekke een iets andere route zodat we door het hoogland rond Jaunpiebalga kunnen rijden (nou ja hoog, de hoogste berg hier is 248 m). We vinden een heerlijke lunchplek en de zon schijnt. Het landschap is prachtig met lange fotogenieke gravelwegen en kleine gehuchtjes met houten huizen. Na Cesvaine is er veel drassig bos en landbouw, lastig kamperen hier. We rijden door naar de camping die ik in de route opgenomen heb. Er aangekomen, is het een mooie locatie aan een meertje met een prachtig hotel er op (Turisma Centrs Ezerniekie in Meirani). Er is alleen een gast aanwezig en die adviseert ons om te bellen. We gaan maar staan op de plek die bedoeld is als camping onder de bomen. Het is lekker weer, dus een biertje en nootje gaan er wel in. Iedereen kookte z’n potje en er wordt wat hout bij elkaar gezocht voor een warm vuur.

Tot onze verbazing verschijnt de volgende morgen een dame die van ons 19 Euro vraagt (een recordbedrag deze reis) en natuurlijk zijn er toiletten en douches! Beetje onhandig dat ze niet eerder kwam opdagen. We gaan dus prompt allemaal onder een warme douche, heerlijk. Het is maar 16 graden, maar de zon schijnt en dan lijkt het al snel meer. De beheerder is een jonge vent die Engels spreekt en die legt ons uit dat dit een vreemde Letse zomer is met te lage temperaturen. Het seizoen loopt slecht en hij moet het hebben van bruiloften en partijen in het weekend. We vervolgen de route langs het Lubans meer, een enorm meer met rietkragen er omheen, waar veel soorten vogels leven. Langs het meer kun je prima kamperen. Het is heerlijk zonnig weer. We lunchen in het Razna National Park aan het enorme meer en beklimmen de Makonkalns voor een weids uitzicht. We scharrelen door het park heen over kleine weggetjes. Het gaat even fout en dus staan we ineens op het erf van een bijzonder dronken boer, die een heel verhaal tegen Joost houdt. Snel wegwezen. We rijden rond het Ezernieki meer, dit is een prachtig gebied om te kanoën. We komen aan het einde van de dag aan, vlak onder Kraslava, bij outdoorcamping Upes Dizvietas van vader Matthias en zoon Sebastian. Peter had ze al een bericht gestuurd. Het is een mooie plek aan de rivier, maar er lopen wel twee blaffende honden rond die snel aan de ketting worden gelegd. Matthias leidt ons rond en het ziet er verzorgd uit. We zoeken allemaal een plek en relaxen even in het zonnetje. Sebastian belooft even rond te vragen naar 4×4 routes in de buurt. Joost maakt lekker gebakken aardappeltjes met een stukje gemarineerd vlees en sla. ’s Avonds is er vuur, maar de heren zijn ni et zo onder de indruk van de kwaliteit ervan. Henk en Alex bemoeien zich er mee en al snel wordt het lekker groot en warm. We kletsen wat met andere Duitse gasten.Resized-0288resized

Op aanraden van Matthias rijden we langs de snelstromende Dauga rivier over een mountainbike pad dat breed genoeg is voor auto’s. Het blijkt een schitterende route door het bos en hier en daar is het echt smal en overgroeid. Na 10 km kunnen we niet verder en steken door naar de doorgaande weg. Via Daugavpils rijden we de grens met Litouwen over. Wat volgt is een prachtig gebied. We lunchen aan een meertje in de zon en besluiten om de etappe te halveren en op tijd een mooie plek te zoeken. Nationaal Park Aukstaitijos is een prachtig gebied vol met bossen en meertjes. Na even zoeken vinden we een camping (Sravinaiti) aan een meer met een open zonnige plek om te staan met overdekte picknicktafels. Folkert belt het nummer dat op het bord staat en even later komt de beheerder aangereden. We kunnen er staan voor 9 Euro per auto en hij brengt ook een grote bak met hout. De sauna moet (na onderhandelen) 40 Euro kosten en dat laten we maar. Het is nog vroeg en de zon schijnt, iedereen gaat snel in de korte broek en we nemen het er van! We hebben de plek voor onszelf. ’s Avonds koelt het natuurlijk snel af en houdt een prima vuur ons warm.

We doen rustig aan en scharrelen langs kleine bospaadjes verder door het park. Het is mooi hier! Bij een schiereilandje kunnen we met de auto’s niet verder en lopen een stukje. Bij Paluse zijn we weer op de asfaltweg en rijden naar het volgende park. Het is lastig een supermarkt te vinden en dus rijden we iets om via Svencioneliai voor een Maxima. Daar vandaan naar het oosten rijden we regionaal park Labonoro in. Het begint met een bosbouwgebied waar we snel even koffie drinken in een zijpaadje. Ook hier weer even een route uit de vrije hand en weer een mooi gebied met meren. We bezoeken nog wel even de hoogste observatie toren van Letland (36 m). Niet iedereen gaat omhoog en het waait boven erg hard. We lunchen op een picknickplaats aan een meer en Alex verwent ons met een pannenkoek! Ruby zwemt weer dat het een lieve lust is. We hebben geen zin om helemaal naar de beoogde camping onder Vilnius te rijden en dus gaan we op zoek in het gebied boven Vilnius. Volgens de borden moeten er meerdere mogelijkheden zijn om te kamperen, maar we rijden heel wat rond en komen uiteindelijk op een picknickplek terecht waar we de boomstammen maar aan de kant schuiven om er in te kunnen. Het is al tegen zessen en we willen niet verder. Iedereen installeert zich op de krappe plek en we hebben al snel in de gaten dat er veel enorme muggen zitten. Het uitzicht is wel prachtig. Als de heren hout klaarmaken voor het vuur en Joost aanmaakhoutjes hakt, eindigt de scherpe bijl in zijn wijsvinger. Hij doet er zelf nogal luchtig over en gaat op zoek naar een vingerpleister. Cora (verpleegkundige) en Folkert (BHV’er) denken er anders over. Cora laat het hechten achterwege en legt een dubbele zwaluwstaart aan. Na een uur of twee vermindert het bloeden en lijkt de lap vlees keurig op z’n plek te blijven. Een ongeluk zit in een heel klein hoekje! Vij het kampvuur evalueren we de reis. De etappes waren hier en daar te lang, de route is mooi afwisselend tussen natuur en cultuur, maar twee weken is eigenlijk te krap en er hadden wat meer offroad paadjes in gemogen (kan zeker in het oosten van Litouwen). Kortom, aan de hand van deze verkenningsreis kan ik de route nog wat aanpassen en kan de reis opnieuw worden aangeboden op de kalender van de club.

We staan de volgende dag (vrijdag) vroeg op omdat we graag met z’n allen naar Vilnius willen, als afsluiting. Alex en wij moeten ’s avonds met de boot vanuit Klaipeda, maar een bezoek aan Vilnius wil nog wel. Bij het ontbijt komt Alex nog met een pannenkoek met stroop voor mij aan als excuus voor het feit dat hij zijn bijl aan Joost had uitgeleend en dat verkeerd afliep. Lief, hè! We rijden in een uur naar Vilnius en ik heb een parkeerplek gevonden vlak bij het centrum waar we nog net kunnen staan. Hans heeft een wandelroute bedachte en we beginnen met een beklimming van de burcht, van waar we uitzicht hebben over de nieuwe en oude stad. Na een bezoek aan de kathedraal gaan we op zoek naar koffie met gebak wat met 8 personen nog niet eenvoudig te regelen is. Hans leidt ons verder door mooie kleine straatjes en om half twee zijn we terug bij de auto. We nemen afscheid van de andere helft van de groep. Henk & Cora, Folkert & Netty en Hans reizen nog twee dagen door en doen nog een stuk van de route. Wij rijden met Alex over snelweg naar Klaipeda. We hebben nog wel file en regen, en komen rond half zeven bij de boot aan. Na diner en een afzakkertje gaan we naar bed.

Het was een mooie ervaring om deze reis voor te bereiden en uiteindelijk ook te rijden met een groep. Ik heb er veel van geleerd! De Baltische staten zijn qua rijden niet erg opwindend, maar zeker een bezoek waard.

Liefs,

Marijke

Aftellen

Lieve familie en vrienden,

Nog krap vier weken en dan gaan we weer op stap. Dit keer rijden we in een week naar Iran. Daar wordt het al snel warm, dus daar gaan we beginnen. We zijn reuze benieuwd naar de pracht en praal van deze oeroude beschaving met naar verluid bijzonder aardig en gastvrije mensen. Als we zijn uitgekeken reizen we door naar Armenië en Georgië, om via Turkije en de Balkan weer terug te reizen naar huis. We hebben heerlijk vier maanden de tijd en geen planning! Reizen jullie mee?

Groet,

Joost & Marijke

Week 1: Kilometers en werelderfgoed

Zaterdag 2 april 2016 rijden we de straat uit op weg naar Iran. Even broodjes halen bij de bakker en weg zijn we! De weg door Duitsland kent veel wegwerkzaamheden en we komen rond 18 uur aan in Passau op de Oostenrijkse grens. Omdat alle campings gesloten zijn, overnachten we in een hotelletje. We drinken een lekker biertje en laten de verse asperges goed smaken. De volgende dag wordt een echte Jut-en-Jul dag. Als we op de Oostenrijks-Hongaarse grens komen, blijkt dat we het vignet niet goed opgeplakt hebben. De strenge politieagent spiegelt ons een boete voor van 300 Euro of meer als we geflitst zijn onderweg of nu 120 Euro betalen. We zijn overrompeld door onze eigen stommiteit en besluiten te betalen. Nog geen 2 uur later rijden we na een koffiepauze in een fuik van de Hongaarse politie. Ze scannen ons kenteken en geven aan dat we een vignet hebben in de verkeerde klasse. Geen praten aan, weer een boete aan de kont. Even slikken en verder!

Hongarije en vervolgens Servië zijn vooral plat, prima wegen, maar verder niet iets om opgewonden over te raken. Bij de Servische grens zien we voor het eerst kamperende vluchtelingen. Bij Novi Sad aangekomen, ontdekken we dat ook hier het “Eindhoven-syndroom” bestaat: je denkt te kunnen afslaan zoals je navigatie aangeeft, maar je blijkt op een nieuwe rondweg te zitten en kunt er niet af. Dat is dus flink omrijden. Als we de ingang van de stad gevonden hebben, is het inmiddels 18 uur2016-04-03 19.26.39 en 24 graden. Iedereen flaneert op straat en er is een gezellige kermis. We navigeren over een boulevard naar de Donau toe. De omgeving ziet er wat gribus uit, maar het Tourist Resort Ribarsko Ostrvo blijkt buitengewoon prima. De hotelkamers zitten in bungalows en we gaan even lekker op de stoep een wijntje drinken. Het restaurant heeft een schitterend uitzicht over de Donau. De gegrilde biefstuk is werkelijk geweldig.

De volgende dag weer zo’n 800 kilometers. We rijden langs Belgrado over een rondweg, maar dat is iets te veel eer voor een soms tweebaansweg met stoplichten. Als ik na de lunch het stuur overneem, komen we prompt op een smal stuk weg met veel tunnels en grote vrachtwagens. Met zweethandjes geef ik snel het stuur weer over. We passeren de Bulgaarse grens en kopen een vignet. Prompt breekt me het zweet uit dat ik weer een verkeerde klasse heb gekozen. In Bulgarije navigeren is wat lastiger want de meeste plaatsnamen staan in het Cyrillisch aangegeven (soms met de Latijnse naam eronder). We kunnen Plovdiv niet ontcijferen en rijden even verkeerd. Ook hier is de ‘rondweg’ echt een bizarre benaming voor de tweebaansweg met stoplichten en zebrapaden en kost veel tijd. Met alle moderne hulpmiddelen in de hand ontdek ik in het Bulgaarse achterland een camping. Als we voor de deur staan, worden we enthousiast toegezwaaid door de Japanse Kaiko en haar dochtertje Skie, die in British Engels een heel verhaal tegen mij afsteekt. Ik word er heel blij van. We zijn de enige gasten op een mooi groen grasveld. Matt heeft net DSC_0007resizedde nieuwe douche en toilet af. Hij is hier verzeild geraakt omdat hij Engeland zat was, heeft 7 jaar aan het huis gebouwd en is een camping begonnen om wat te verdienen. We eten wat en dan komt de 8-jarige Skie haar beloofde vioolconcert geven. Heerlijk. Ze spreekt Bulgaars, Japans en Engels en is een enorme wijsneus. Het is behoorlijk koud, maar we slapen prima in ons eigen bed.

De volgende morgen is mijn rugpijn ineens een stuk minder, schijnt de zon en is het lastig om weg te komen, want het is gezellig met ze. In 45 minuten staan we aan de Turkse grens. Dat gaat redelijk soepel en de controle in de ‘ inspection hangar’ stelt weinig voor. Direct na de grens wacht weer een ‘vignet-uitdaging’. Op de snelweg heb je er een nodig, maar bij het benzinestation word ik afgewimpeld. Gewoon doorrijden en dan de politie 50 Lira betalen. Nou, ik dacht het niet. Een aardige heer komt me achterna en vertelt in het Duits waar we ongeveer een vignet kunnen kopen. Het kost wat moeite maar ter hoogte van de tolpoort weet Joost een opgewaardeerd elektronisch vignet te kopen. Op naar Istanbul. We zien indrukwekkende hoogbouw. Het gaat maar door zo’n 75 kilometer, enorme DSC_0013resizedbebouwing, langzame file met verkopers die er gewoon tussen staan. Het kost ons 2 ½ uur. Aangezien er in Turkije erg weinig campings zijn (anders dan aan de kust) besluiten we naar de Zwarte Zee te rijden, zo’n 60 km om. Aangekomen in Akcakoca blijkt de camping vervallen. Een man stopt en vraagt ons in het Duits wat we willen. Voordat we het in de gaten hebben, belt hij in het rond en verschijnen er meer mannen. We mogen er wel staan, maar er blijken geen voorzieningen. Uiteindelijk eindigen we tegenover, naast een restaurant, waar we heerlijk gebakken vis eten. Voor het kamperen hoeven we niets te betalen en we mogen het toilet in het hotel ernaast gebruiken. Bijzonder gastvrij. ’s Nachts is het maar een paar graden.

Na 4 dagen en ruim 3000 kilometer besluiten we een omweg te maken naar Cappadocië. We staan om half zeven op, nemen een lekkere cappuccino bij de Shell, kopen ekmek bij een bakkertje en slaan eten in in een prachtige supermarkt. Ineens krijgen we een vakantiegevoel! Als we dan einde van de middag ook nog door het wonderlijke landschap Göreme binnenrijden en aankomen bij een heerlijke camping met 25 graden en zon is de dag helemaal geslaagd. Eigenaar Jussef is bijzonder vriendelijk en legt me uit wat we allemaal kunnen doen in de omgeving. We staan helemaal alleen met prachtig uitzicht. De volgende dag2016-04-06 16.45.55 doen we heel rustiDSC_0051resizedg aan en lopen einde van de ochtend naar het Göreme Openluchtmuseum, werelderfgoed met uit de rotsen uitgehakt
e kerken. Na de lunch en wat gelummel komt een oude Landrover aangereden met een jong Duits stel, net terug uit Iran en Oman. Gezellig kletsen we enkele uren en wisselen informatie uit. Vrijdag rijden we een rondrit langs diverse rotsformaties in de buurt.

Zaterdag rijden we richting Iraanse grens en we hopen er zondag over te gaan met als doel Tabriz. Geen idee hoe het internetten daar gaat, maar mocht het stil blijven, geen paniek!

Liefs, Marijke & Joost

Week 2: een karrevracht lieve mensen

Vanuit Cappadocië rijden we op zaterdag 9 april richting het oosten van Turkije. We steken diverse hoge passen over (2000 mt), het is koud en er ligt sneeuw langs de weg. De wegen zijn prima, op enkele stukken na, en er zijn ongelofelijk veel benzinestations. In Erzürüm stoppen we bij een grote Carrefour om in te slaan. Het komt met bakken uit de hemel. We rijden door totdat de weg en het zicht wel erg slecht worden (ter hoogte van Horasan). Ik zie ergens een lichtje boven de weg en we slaan af. Op een erf zien we enkele huizen en we bellen aan om te vragen of we er mogen staan. Ik heb mijn woordenboekje al klaar, maar de man toont een grote grijns en zegt: “English? No problem!” Zijn Engels is niet veel meer, maar zijn gastvrijheid des te groter. We moeten eerst binnenkomen en krijgen in een hele warme kamer thee. Communiceren gaat zo zo, maar dat mag de pret niet drukken. Na een uurtje trekken we ons terug en eten nog wat kaas met brood. Het is koud, maar we slapen uitstekend. ’s Ochtends krijgen we twee gekookte eitjes, zo aardig. Onderweg rijden we een dorpje in om een brood te kopen. Dat duurt een half uur, want na het afrekenen moeten we toch echt thee blijven drinken! Op naar de Iraanse grens en de hoofddoek om. Bij de grens valt het echt reuze mee. De eerste Iraanse controle grijpt in de dropjes en ruikt eraan; van de Chocotoffs in het dashboard kastje wil hij er wel een paar hebben. Verderop worden we op sleeptouw genomen door een meneer. Het is niet goed in te schatten wie nu wel en niet bij de officiële beambten horen, want ze dragen geen uniform. We worden naar een aparte ruimte geleid met comfortabele fauteuils en een uitstekend Engels sprekende jonge dame vult voor ons alle formulieren in. We krijgen folders mee en vragen haar naar verzekering en geld wisselen. Nu de Carnet de Passage, dat is een wat schimmiger proces, maar een helper van het mannetje haalt alle krabbels en stempels voor ons. Iemand duidelijk hoger in rang wil nog in de auto kijken, maar vindt het een prachtig apparaat en ook dat gaat vlot. Iedereen wenst ons “Welcome to Iran!”. Nu nog geld wisselen en een verzekering. Vlak voordat je het terrein afgaat, moet je het Carnet met een verzekering kunnen overleggen. In een apart kantoor van Iran Insurance kopen we voor 100 Euro een maand verzekering. Kan zeker goedkoper, maar dan moet je eerst lopend het terrein af en we laten de auto liever niet alleen. We betalen het mannetje 20 Euro. Geld wisselen verloopt nog wat knullig. Met een uur zijn we in Iran! Op naar Tabriz.

Vanwege het tijdsverschil is het ineens veel later en we proberen door de grote stad Tabriz te navigeren naar een park waar we weten dat je mag kamperen. Onderweg zien we ook winkels met felgekleurde tentjes. Het verkeer is heftig, maar we komen uiteindelijk toch aan bij El Goli Park, met dank aan onze ‘good old’ GPS. Het is er gezellig druk en we parkeren bij de toiletten in de buurt. De auto trekt enorme aandacht en wordt van alle kanten gefotografeerd. Ook stelletjes maken een selfie met de Hilux op de achtergrond of met ons. Menigeen maakt een praatje, al blijft het vaak bij: ‘Hello, how are you” en “welcome to my country” (en dan wat verlegen gegiechel). Het voelt heel goed en we voelen ons welkom en veilig, geweldig. We worden ook bij mensen thuis uitgenodigd en mensen vragen of we wat nodig hebben, maar na zo’n lange dag is het wel best. Als we beginnen met koken horen we: “Hello, anybody home?” Martin reist twee jaar alleen in een Landrover en blijkt een enorme kletser. Na het eten drinken we koffie en kletsen, al worden we regelmatig onderbroken door bezoekers. Een jonge vent vertelt Joost openhartig hoe hij over de regering denkt. Hij is erg pessimistisch over de toekomst. Zijn tweelingbroer vertelt me dat ze na het studeren eerst het leger in moeten en daarna pas buiten Iran mogen reizen, maar daar hebben ze geen geld voor. Feesten doen ze graag, maar ook dat is beperkt vanwege hun budget. Werk is er weinig. Het is koud en we duiken ons bed in. De smartphones blijven klikken buiten en helaas blijven er naast ons jongelui in hun verlaagde pick-ups slapen….de hele nacht met de motor aan.

Na een onrustige nacht en een ontbijtje op de stoep met toeschouwers, gaan we in een taxi met Martin in zijn Landy achter ons aan naar de Bazaar. De Bazaar van Tabriz is enorm en Werelderfgoed, maar kan ons niet echt bekoren. Tijdens onze zwerftocht komen we een prima Engels sprekende jongeman tegen. Perfect moment om eens te vragen hoe je 1 t/m 10 schrijft in het Perzisch want we kunnen de prijskaartjes niet lezen. We vragen gelijk wat een taxi zou moeten kosten naar El Goli, want de taxi probeerde ons 300.000 Rial afhandig te maken en dat is te veel (100.000 Rial=10.000 Toman= ong. 3 euro). Weer wat geleerd. We nemen afscheid van Martin en lopen nog wat rond. Inmiddels regent het enorm en gaan we op zoek naar een Iraanse sim-kaart. Het mooie is als je ergens gaat vragen en ze spreken geen Engels, dan halen ze iemand of brengen je naar de juiste plek. Zo komen we in een postkantoortje (is voor ons echt niet te herkennen) en een jonge vent helpt ons aan een sim om te kunnen internetten, vooral voor Google Maps in geval van nood (helaas werkt die niet echt goed). We gaan op de gok ergens wat eten. De man laat ons zijn enige gerecht zien dat flinke staat te pruttelen (kikkererwten, tomaten, lamsvlees, vet en aardappel) en we eten er lavash bij (een lange dunne lap brood) en een colaatje. We gaan naar de tourist information en wisselen daar wat geld tegen een goede koers. We besluiten naar Kandovan te gaan. Kandovan is een soort klein Cappadocië. Als we hoog in de bergen aankomen, is het koud en het regent. We bekijken de rotswoningen en besluiten bij het hotel te vragen of we op de parkeerplaats mogen staan. Ze overleggen even en als we zeggen dat we in het restaurant willen eten, mag het en we mogen ook het toilet gebruiken. De auto wordt uitgebreid bekeken. Even later ontdek ik dat het een erg chic hotel is (volgens LP $340 per nacht, maar dat betaalt waarschijnlijk niemand). Een bus met mensen uit Hong Kong en Singapore stroomt leeg en ook die willen de auto wel zien en een praatje maken, grappig. Ook drie Iraans-Amerikaanse dames kirren er op los. We eten heerlijk in het restaurant en de manager komt ons een hand geven. Joost bestelt dizi en dat blijkt exact hetzelfde te zijn als wat we ‘s middags gegeten hebben (maar dan andere kwaliteit). Nu krijgt hij er wel een stamper bij om het fijn te stampen, want dat hoort zo. Achter ons wordt een mooie taart en bloemen aan tafel gebracht bij een stelletje. Ze nodigen ons uit om ook een stukje te eten. Zij vertelt ons dat het vooral voor vrouwen lastig is om aan werk te komen, zeker als je kunst gestudeerd hebt. Ze heeft een studieschuld van 20 miljoen Rial (=600 Euro) ook nog. Ze willen geen bruiloft maar het geld benutten o te reizen in Europa. Ai, een visum wordt lastig en ook het budget. We geven ze de website van AirBNB en onze gegevens, mochten ze naar NL komen.

Dinsdag 12/4 doen we eerst de kachel aan voordat we uit bed stappen! We rijden terug langs Tabriz en onderweg stoppen we voor warm brood bij een leuk bakkertje. Tanken gaat soepel, al heb je er een pasje voor nodig die je leent of van het pompstation zelf of van een vrachtwagenchauffeur. Je betaal de dubbele prijs van wat de vrachtwagens betalen (=16 Eurocent/liter) en de helft daarvan gaat bij iemand in de pocket; win-win. In Soltaniyeh bezoeken we het Oljeitu mausoleum (werelderfgoed), dat nog steeds in restauratie is. De toegang is 200.000 Rial (6 Euro!). Oljeitu wilde er de resten van Mohammeds schoonzoon in begraven zodat het een tweede Mecca zou worden, maar die kreeg ‘ie niet. Nu ligt hij er zelf. Indrukwekkend bouwwerk. We rijden door tot we vlak voor Buein een verlaten parkeerterrein vinden om te staan. Helaas worden we ‘s nachts wakker gemaakt door een bewaker en politieagent, maar ze laten ons met rust. Voortaan toch even vragen. De man zwaait ons de volgende morgen vriendelijk gedag.

Op weg naar Kashan rijden we over een tolweg. Als we aankomen bij een van de tolpoortjes met geld in de hand, krijgen we een grote grijns terug: “Hello, mister! Where are you from? Welcome to Iran!” en mogen doorrijden zonder te betalen. Na de middag komen we in gemoedelijk Kashan aan. Laagbouw en wegen met bomen erlangs. We rijden naar Eshan Guesthouse en mogen tot onze verrassing in de steeg kamperen en van de faciliteiten gebruik maken. De receptie kan de auto in de gaten houden met een camera. Het zonnetje schijnt en we relaxen in de mooi patio van het oude huis. De wifi valt tegen, net als alle Internet pogingen die we doen. Er is zoveel geblokkeerd! Ook onze weblog en tracker dus…. Eind van de middag gaan we door de gezellige bazaar. Veel mensen die een praatje maken. Het komt weer met bakken uit de hemel. We eten in het guesthouse traditionele barley soup en een stoof van sperziebonen, lamsvlees en wortel. Prima. En dan heerlijk douchen na 4 dagen!!! We kijken een aflevering van The Bridge 3 en slapen als een os in ons steegje.

Donderdag snuiven we cultuur. Na een ontbijtje in het hotel met traditioneel lavash brood, roomkaas en eieren, gaan we op weg naar de highlights. Althans, nadat we eerst vragen van enkele langslopende Iraniërs en toeristen beantwoord hebben en weer op de foto gaan. Eerst een mooi moskeecomplex (Agha Borzog), waar ik een praatje aanknoop met een architect studente. Daarna lopend naar enkele oude huizen waar Kashan om beroemd is. Prachtige architectuur en het is er druk met Iraanse toeristen. In het Abbassian House loopt een schoolreisje meisjes uit Teheran rond. Pubers die het wel grappig vinden om met me te praten en op de foto te gaan. De zwarte chadors verhullen strakke spijkerbroeken. We lunchen in het bijbehorende restaurant en daar hebben ze zowaar prima wifi! We eten zittend op lage banken bedekt met tapijten. Dan naar Tabatabei House, een schitterende huis met mooi stucwerk en vervolgens naar een oude Hamman (Sultan Mir Ahmad). Als we terug naar de auto lopen komen we de enthousiaste heer op de fiets weer tegen. Hij spreekt keurig Engels en vertelt ons dat hij alle toeristen aanspreekt om zijn intellect op peil te houden, tegen de Alzheimer en bovendien vliegt dan de tijd, want hij is gepensioneerd. Geweldig.

’s Middags sorteer ik de foto’s en upload ze (verkleind) naar Google. We gaan nog een keer naar de bazaar om geld te wisselen. Joost raakt aan de praat en ze bevelen ons aan weer in het Abbassian house te gaan eten. Daar eten we heerlijk kebab met een alcoholvrij citroenbiertje. Op de terugweg is een bakker druk lavash aan het bakken. Als Joost aangeeft geen brood te willen, maakt hij er een met een hart! Goud. Als we bij het guesthouse willen afrekenen voor gebruik van douche en toilet hoeven we niets te betalen! Wat een gastvrijheid. Als we de satelliettelefoon wat langer laten aanstaan komen de berichtjes van Jaap en Willem wel aan. Gelukkig, hij doet het.

Vrijdag 15/4 is het heerlijk weer. Onderweg spot ik een luxe supermarkt, splinternieuw zonder prijzen. Daar slaan we in, inclusief kip (uit Duitsland volgens de slager). Dan rijden we langs een bakkertje waar veel mensen in de rij staan. Een belevenis om te zien hoe dat gaat. Als je je brood meekrijgt is het erg heet en borstel je er eerst de steentjes van af. Wel superlekker (Sangak, de koning onder Iraanse broden, dik met kuiltjes en sesam). De Sialk Hills laten we voor wat ze zijn, geen zin in opgravingen. Vervolgens kost het ons flink moeite om Fin Garden te vinden. Het is er erg druk (vrijdag is zondag hier) met families. Het is een Perzische tuin (werelderfgoed) maar vooral het tuin gedeelte is niet indrukwekkend (ongemaaid gras met viooltjes). Daarna via Na’in naar Anarak aan de rand van de Dasht-e Kavir, de woestijn van centraal Iran. Geen klassieke woestijn met zandheuvels, maar grote lege vlaktes met gravel en rotsgebergten, prachtig. Veel beschutting is er niet voor de harde wind en regen en dus gaan we in Anarak achter een wegrestaurant staan, waar ook lange afstandsbussen stoppen. Er is ook een ‘camping’ = overdekte betonnen platen waar je een tent op kunt zetten (hebben we vaker in parken gezien). We vragen de garage-eigenaar ernaast en die vindt het prima. Direct komt een snelle jonge man in het Engels vragen of we iets nodig hebben. Eshan komt uit Isfahan en als we daar zijn, moeten we hem maar bellen en we krijgen zijn nummer. Zo doen ze dat hier. Hij vindt het ook maar raar weer voor de woestijn: 16 graden en regen.

In primitieve omstandigheden voel ik me uitgedaagd, dus we eten kip met ui, paprika en babi pangang-saus, wortelsalade en warm Sangak brood erbij. Daarna kijken we de 3 laatste afleveringen van The Bridge en gaan pas om half 1 slapen. We slapen weer als een roos; het is goed rustig. De volgende dag rijden we via Garmeh. Prachtig rotslandschap. We vinden een mooie lunchplek en besluiten na Garmeh nog verder te rijden. Vlak na Robat-e Posht-e Badam vinden we een prachtig plekje in de wildernis. Het is er oorverdovend stil en we zien helemaal niemand. De volgende dag op naar Kerman.

Lieve mensen, excuses voor het lange verhaal, maar dit is werkelijk een prachtig land, prima te bereizen en je maakt iedere dag weer wat nieuws mee!

Khodahafez,

Marijke

Week 3: waanzinnige woestijnen

Zondag 17 april rijden we vanaf onze wildkampeerplek door een prachtige afwisselend landschap van de Dasht-e Kavir woestijn vol met kleurige rotsen, lege vlakten en knalgroene oasedorpjes. Zelfs de witte weggetjes op de kaar zijn geasfalteerd. Plaatsnamen hebben niet altijd dezelfde spelling als op de (GPS-)kaart, dat maakt het wel verrassend. Als we meerdere keren worden aangehouden door de politie kost dat alleen maar wat tijd. Ze willen onze papieren zien en het liefst een kopietje van ons paspoort. Die hebben we dus bij ons voortaan. Ze zijn reuze aardig verder. Onderweg zijn altijd wel winkeltjes te vinden voor brood, melk, fruit en groenten, hoewel nooit allemaal in 1 winkel!

We vinden met de GPS het Akhavan hotel in Kerman, waar we weten dat je op de parkeerplaats mag kamperen (10 Euro). Als we aankomen staat er een ouder Zwitsers echtpaar in een Landcruiser 60-serie (www.worldrecordtour.com ). Ze reizen al 30 jaar (!). De auto is een grote bende en iedere avond verbouwen ze de boel om erin te kunnen slapen. Op dit moment is hun grootste probleem: “a lack of interesting destinations”. Tja, wat wil je, de lijst met landennamen op de zijkant van de auto is enorm; ze hebben alles al gezien. We mogen in een hotelkamer douchen en lopen daarna de stad in. Wat gelijk opvat is dat de lucht heel droog is en er hangt smog boven de stad. De winkels zien er welvarend uit en de stoepen zijn netjes betegeld (in verhouding dan, hè). Bij een bakkertje kopen we een doos met fantastische koekjes. Dàt hadden we beter niet kunnen doen; veel te lekker! De volgende ochtend doen we braaf (yoga-_oefeningen buiten op een matje (ja, ja, met hoofddoek…). De achterburen kijken nieuwsgierig uit het raam; ik zwaai dan maar. We lopen ons die dag suf, goed voor mijn rug die weer opspeelt. Onderweg bestellen we, met hulp van een aardige meneer, een broodje hamburger met ons (inmiddels) favoriete drankje alcoholvrij citroenbier (ook verkrijgbaar van Bavaria Holland). In de bazaar doen we boodschappen en we denken sneller te zijn met een taxi; mis. Kerman is nagenoeg eenrichtingverkeer en de rit met de taxi wordt een onnavolgbaar spektakel van tegen het verkeer inrijden en dwars oversteken onder luid getoeter. De Iraniërs zijn zeer beleefd en attent, maar in de auto ondergaan ze een metamorfose. Heel normaal om een stuk achteruit te rijden op de snelweg, dwars over te steken, waarbij je verwacht dat iedereen stopt, rechtuit blijven rijden beheersen ze niet en voetgangers zijn loslopend wild. Spiegels en richtingaanwijzers kunnen worden gedemonteerd….

Restaurants zijn hier moeilijk te vinden, dus eten we weer in het hotel. We krijgen een proeverij van gerechten voorgeschoteld en deze keer ook fesenjun, een feestelijk gerecht van kip met een saus van walnoten en granaatappel. Zooooo lekker!

Dinsdag 19 april staan we klaar om te vertrekken als we worden aangesproken door een Colombiaan! Hij reist met zijn vrouw in chronologische volgorde de landen af die belangrijk waren voor de geschiedenis om zo “ say goodbye to the world” . Mesopotamië (Irak) was niet mogelijk, dus Perzië is nu aan de beurt, volgend jaar Egypte en dan Turkije, Griekenland en Rome. Hij is er op tijd bij, zal ik maar zeggen, want zo oud is hij nog helemaal niet. We rijden naar Mahan en bekijken een mausoleum (in chador=laken). Op weg naar de Prince’s garden komt Farad naast ons rijden en roept naar Joost waar we vandaan komen en wat we willen. Hij rijdt wel even voorop. Zonder hem hadden we de tuin echt niet gevonden. Hij spreekt goed Engels en we moeten toch echt in zijn witgoedzaak langskomen. De Prince’s garden is prachtig en als we weg willen, moeten we toch echt even praten met een jonge Iraniër die in Rotterdam is geweest. Hij heeft rondgereisd op een olietanker, maar vanwege de sancties nu niet meer. Zijn vrouw is prachtig en erg elegant gekleed. Door de bergen rijden we naar het oosten de Dasht-e Lut woestijn in.

We dalen in hoogte van 1700 naar 300 meter en de temperatuur stijgt van 23 naar 32 graden. Het landschap wordt leeg met rotsformaties, we zijn in de Kaluts! We laten de banden af en rijden richting een waypoint in de woestijn. Het oppervlak is zoutachtig en keihard. We durven niet te ver omdat we maar alleen zijn. We vinden een prachtige plek, waar het wel hard waait (en de hele nacht blijft waaien). Wat een schitterend landschap, hoog op onze wishlist! Het koelt goed af en wordt muisstil; waanzinnig. De volgende ochtend maak ik om 6 uur wat foto’s uit het dakluik met prachtig licht. Voor het ontbijt rijden we nog wat verder naar prachtige rotsformaties. Terug bij de weg de hoofddoek en tuniek weer aan en Joost zijn lange broek.

Richting Yazd gaan we en bij Rafsanjan binnendoor. Engels verdwijnt van de borden en we moeten de weg vragen. We vinden een prima plek in de bergen. De hoeveelheid vliegen laat zich verklaren als er na een uurtje zo’n 300 schapen, een herder, 4 honden en een pakezel voorbij komen. Het waait ’s nachts loeihard. Donderdag Komen we iets na de middag aan bij het Silk Road Hotel midden in Yazd. We mogen op de parkeerplaats kamperen en de douche gebruiken. We douchen direct en eten er een heerlijke curry, weer eens wat anders. We lopen een rondje door de prachtige adobe komen we er achter dat bijna alles dicht is omdat vrijdag hier een zondag is. We bezoeken de plekken die wel open zijn Eerst het watermuseum waar te zien is hoe ondergrondse waterkanalen de stad voorzien van water. Dan naar de Zoroastrische vuurtempel, waar een menigte mensen zich verdringt om een vlam te zien die al 1500 jaar brandt. Het geloof wordt het duidelijk uitgelegd, dat is wel boeiend. Daarna nog naar de tuin van Dolat Abat, maar afgezien van de windtoren die van onderen te bekijken is, vinden we het niet zo bijzonder. Na 8 km lopen in de hitte komen we bij in het hotel. ’s Nachts wordt een onrustige nacht omdat ze het idiote idee hebben opgevat met een enorme graafmachine enkele uren het braakliggende terrein naast de parkeerplek uit te graven; een luiddruchtig plan!

Zaterdagochtend maken we kennis met de Nederlandse Maria en haar Iraanse man Said. Heel gezellig. Daarna rijden we richting Shiraz en stoppen bij Pasargadae. Daar heeft Cyrus de Grote een fort gebouwd en hij ligt er begraven. Cyrus was een bijzonder barmhartig zo’n 550 voor Chr. En ook al stierf hij op zijn dertigste, zijn rijk strekte zich uit van Turkije tot Egypte. Als je het verhaal kent, krijgen de stenen betekenis! Einde van de middag rijden we op goed geluk het land in en vinden een heerlijk kampeerplekje tussen de wilde notenbomen. Alleen een herder komt in de verte voorbij. Morgen naar Persepolis!

We zien een heleboel in korte tijd en daar genieten we enorm van. Dankzij broer Klaas kunnen jullie meelezen want zelf uploaden kan ik deze verhaaltjes niet. Bedankt voor al jullie lieve reacties. Ik hoop dat jullie er ook wat van genieten!

Liefs,

Marijke

Week 4: Lost Paradise & the art of living

Zondag 24 april zijn we op tijd in Persepolis. Dit is hèt hoogtepunt van Iran voor geschiedenisliefhebbers. Opvolgers van Cyrus de Grote hebben gedurende 150 jaar (zeg maar rond 600 v. Chr.) een enorm paleis gebouwd met prachtig versierde trappen en zuilen. De overblijfselen zijn al indrukwekkend, laat staan het oorspronkelijke complex. Een animatie laat zien hoe de pracht en praal eruit heeft gezien met veel goud en vooral groots. Normaal zijn we niet zo van de stenen, maar dit is andere klasse. Indrukwekkend.

iran_23iran_24iran_25

We rijden door naar Shiraz en daar gaan we op zoek naar een hotelletje, omdat we graag willen douchen. Park Saadi Hotel heeft een parkeerterrein, maar zit helaas vol. De manager komt erbij en biedt ons een ‘wat mindere’ kamer aan voor 60 Euro. Veel geld voor een twijfelaar, maar de douche is geweldig. We lopen de stad in en eten een heerlijke kebab als lunch en krijgen daarna op straat spontaan een Iraans ijsje aangeboden. Dat is nogal stroperig, maar erg lekker! We dolen wat door de erg gezellige bazaar. Het leuke is dat je in Iran niet lastig wordt gevallen in de bazaar, je kunt heerlijk snuffelen; het lijkt wel of ze je niets willen verkopen! Als je enigszins twijfelt, gaan ze een ander helpen en het kost zelfs wat moeite om 6 placemats af te rekenen. Op de terugweg naar het hotel krijgen we eerst een brood aangeboden van een voorbijganger en vervolgens een brood bij een bakkertje. “Geven” hebben Iraniërs tot kunst verheven, hoewel de islam ook voorschrijft dat je een deel van je bezit weggeeft. We krijgen dus regelmatig kleinigheden aangeboden en overal langs de straten, soms iedere 50 meter, zelfs tot in de woestijn, staan blauw-gele collectebussen. Het effect is dat je je echt te gast voelt en nogal geconfronteerd wordt met je eigen (gebrek aan) vrijgevigheid.

Bij het hotel ontmoeten we een Duits stel dat met een kleine camper kampeert naast het hotel (voor 30 Euro!!). We raken aan de praat en vervolgen de gezelligheid in een coffeeshop waar ze goede wifi en lekker eten hebben.

Maandagochtend gaan we naar de tombe van Hafez, een belangrijke dichter. Het is een prachtige tuin. Bij de tombe staat een peuterklasje, allemaal braaf met de handjes op het marmer van de tombe en op aangeven van de lerares zeggen ze tegelijk een versje op, heel schattig. Joost vermaakt zich daarna met een schoolklas meisjes. We komen hier opvallend vaak hele klassen met jonge kinderen tegen bij bezienswaardigheden; cultuur wordt goed bijgebracht lijkt het. In het park lopen we drie hippe jongens tegen het lijf. Als we aangeven dat we uit Holland komen, laten ze hun wiet zien. Zo, zo. Na een stevige wandeling (het is tegen de 30 graden) komen we bij het mausoleum van Shah-e Cheragh. Tot onze verbazing krijgen we een speciale gids mee van International Affairs (gratis), ik word in een chador gehesen door een giechelende dame, en we slaan steil achterover van wat we daarna te zien krijgen. Het complex is enorm, overweldigend en prachtig. Toevallig is het vandaag de sterfdag van de man en dus is er op het binnenplein een ceremonie aan de gang waarbij soldaten in een zwart gewaad zichzelf zogenaamd geselen (Joost heeft een filmpje). Ik word gekoppeld aan een vrouwelijk gids en twee andere toeristes en we gaan gescheiden van de mannen de “shrine” in. De ruimte glittert van de kleine spiegeltjes en zit vol met biddende en kletsende vrouwen. Er lopen dames rond met een plumeau en ik zie al snel dat die niet is om stof af te nemen, maar om een tik uit te delen, wanneer een hoofddoek niet goed zit (er zijn ook mannen met plumeaus hoor). Verder ziet het er allemaal heel gemoedelijk uit. We worden daarna uitgenodigd voor thee en koekjes bij International Affairs (en krijgen een speech van de Ayatollah mee). We zijn erg onder de indruk, zowel van het complex als van de gastvrijheid.

iran_30iran_31iran_32iran_33

We lunchen bij het hotel en het lukt om het verhaal van week 3 naar Klaas te sturen. Dan rijden we de stad uit richting Yasuj, op zoek naar een leuke wildplek in de Zagros bergen. Daar waar we ongeveer de grote weg af wilden, staat een bruin bord (=bezienswaardigheid) met daarop: Behesht-e Ghomsode (in Farsi)/ Lost Paradise, 85 km. Dat intrigeert ons mateloos en dus gaan we de borden achterna. Dat lukt vrij aardig en moet ook wel, want de Open Street Maps (en Lonely Planet) houden hier wel op. Een politieman verzekert ons dat we op de goede weg zijn naar het paradijs. Als we er bijna zijn, kunnen we het niet vinden en dus zoeken we een plekje om te overnachten, vreemd pal naast een enorme weg in aanbouw. De volgende dag rijden we rondjes en uiteindelijk weet een man ons uit te beelden dat het om een kloof gaat. Aha, nu weten we waar we verkeerd zijn gereden en jawel hoor, we zien een ingang met een hokje om te betalen. De spanning stijgt! Het verloren paradijs blijkt inderdaad een kloof te zijn, waar een riviertje in loopt en waar ze plek hebben gemaakt om te recreëren. Aan het einde zijn betonnen platen gemaakt om te picknicken (dat doen ze hier op een kleed op de grond) en helaas ligt er nogal wat afval, waarvan ze blijkbaar verwachten dat iemand anders het opruimt. Wat dat betreft is het paradijs inderdaad verloren! Het wemelt er van de schoolmeisjes en ik ga eindeloos op de foto. De rit erna richting Ysuj is prachtig al weten we niet precies waar we rijden. Navigatie onder het motto: Vraag niet hoe het kan, maar geniet ervan! Na Sisakht verschijnen hoge bergen met sneeuw. We vinden een wildplek op een grote vlakte naast een rivier. En inderdaad, de 3 enorme kuddes schapen en geiten die we gepasseerd zijn lopen hier meerdere rondjes langs onze auto. De herders geven Joost keurig een hand; vinden mannen hier erg belangrijk. Ze weten de kuddes goed gescheiden te houden, maar we moeten af en toe bijspringen om ze bij ons vandaan te houden. Ook de volgende morgen zijn ze al weer vroeg aan het rondrennen. Woensdag rijden we een schitterende route tot voorbij Dashtak. We picknicken bij een prachtig meer. ’s Middags bij een bakkertje mag ik absoluut niet betalen! De overnachtingsplek vinden we al vroeg naast razend riviertje aan het einde van een dorp. Heerlijk relaxen in het zonnetje en een man komt over de brug gerend om ons een handvol krijtachtige witte kussentjes te geven. Het blijkt een soort ingedroogde geitenkaas.

Donderdag rijden we de prachtige weg verder richting Chelgerd, waar we wat boodschappen doen. Dan gaan we richting Saravayed, een dorpje hoog in de bergen waarvan ik op Facebook vorig jaar een foto zag en via een Duitse de GPS-route heb gevonden op Wikiloc. Aan het begin vragen we iemand een foto van ons te nemen en prompt krijgen we 3 bollen verse knoflook (die peuteren ze hier met de hele familie uit de grond als uitje). We zien een prachtige Landcruiser BJ45 met een Iraanse uit Tehran met een gids. Ik krijg een high-five als ze mijn Facebook/Wikiloc verhaal aanhoort. De route is waanzinnig mooi. De weg erna is serieus 4×4 en we rijden sommige stukken met meters sneeuw aan weerszijde en smeltwater en modder. De filmpjes zijn indrukwekkend (ik ben niet uitgestapt voor foto’s)! Twaalf kilometer voor het dorpje is de weg drastisch beschadigd. Een shovel is bezig, maar dit vind ik te gortig; we draaien om. Richting Farsan zoeken we een autowasser, want de modder zit tot aan het dak. Bij toeval zie ik een man in de weer met een hogedrukspuit en jawel, hoor, de auto wordt zeer professioneel gewassen voor nog geen 4 Euro; zij blij, wij blij. NB: Lonely Planet is niet echt duidelijk; de weg van Farsan-Chelgerd is veel minder de moeite waard, dan die van Dashtak-Chelgerd!

Na een aantal dagen is douchen wel lekker en dus vinden we in Sharekord een prima hotel (Parsian, 65Euro grote kamer met ontbijt). De wifi is zo goed dat we na het eten prima skypen met Noor. Vrijdag is zondag hier, dus we doen het rustig aan. We rijden naar Esfahan op zoek naar een park waar we mogen kamperen. Die blijkt noordelijk van de stad te liggen (Fadak Garden, 150.000R). Hele families zitten hier gezellig aan de kebab. We lunchen en gaan daarna met de auto de stad in. We bekijken het beroemde Imam plein, het op 1 na grootste ter wereld, waar vele families in het gras een ijsje eten en bezoeken de Moskee Sheikh Lotfallah. Op de terugweg naar het park scoort Joost eindelijk een gegrilde kip. Die peuzelen we lekker op. Dan komt de bewaking met een Engelstalige gids vragen of we dichter bij de ingang komen staan ‘for your safety’. De gids blijkt bij een Frans stel te horen met een VW-bus. De Fransman zit in een rolstoel en aan zijn verhalen te horen is het een echte deugniet. In de jaren 70 met een Kever naar India en veel Afghaanse wiet roken. Hij zit aan de ouzo als we bij ze komen zitten. Het wordt een onrustig nacht, vooral met een luidruchtig weg ernaast (denk A2). Zaterdag doen we een echte toeristische dag Esfahan. We parkeren de auto tegen het centrum en lopen eerst de bazaar door en bezoeken vervolgens de Jame Moskee, waar bouwstijlen uit verschillende perioden duidelijk te zien zijn. We krijgen van een mullah in een rolstoel alletwee een zuurtje. In de bazaar lunchen we met traditionele beryani (lamsgehakt in brood). Het Chetel Sotun paleis van rond 1600 met veel fresco’s is weer eens wat anders dan blauwe tegeltjes. En natuurlijk lopen we naar de Si-o-Seh brug waar Thomas Erdbrink een aflevering van zijn documentaire aan besteed heeft. De rivier is nu wel vol met water en het mannetje met waterfietsen doet goede zaken. Grappig om dit nu in het echt te zien. In de bazaar kopen we souvenirs met inlegwerk en Joost gaat naar de kapper. Terug op de ‘camping’ zien we een Nederlandse Landcruiser staan en ‘s avonds kletsen we gezellig met Eelco en Fleur die in een jaar naar Thailand rijden, geweldig.

Dat was weer een goed gevulde en enerverende week. Nog 1 week visum te gaan! Steden hebben we genoeg gezien. We slaan Tehran over en gaan naar Alamut Valley!

 

Veel liefs,

Marijke

 

Week 5: Mooi toeval in Iran

Na alle prachtige steden willen we nog meer natuur zien. Op zondag 1 mei rijden we in een lange dag langs Tehran richting Qazvin. Regelmatig op de snelweg zwaaien en toeteren voorbijgangers en wordt het heel vermakelijk als een chauffeur al rijdend met zijn mobiel een foto van ons maakt. Ik maak er ook maar een van hem; dat kan hij wel waarderen. Na zes uur rijden we halverwege Qazvin de bergen in en vinden snel een mooie plek. We staan er nog maar net als een groep Koerdische mannen op brommers aan komt rijden. Het
duurt niet lang of ze bieden ons thee aan en we maken foto’s. Ook al verstaan we elkaar niet (al helpt Google Translate wel) we hebben 20160501_185740_resizedveel lol. Dat wordt wat minder als ze van twee andere mannen beweren dat ze gevaarlijk zijn. Ze nemen afscheid en we koken, eten en wassen af. Het wordt aardedonker. Als we net binnen zitten, komt de ‘gevaarlijk’ man weer terug en herhaalt 3 zinnen in het Farsi tegen Joost. We
begrijpen ‘m niet en hij neemt kwaaiig afscheid. Da’s niet fijn en we besluiten op te breken. Op de GPS in het donker navigeren we door Qazvin naar een ‘camp’. Met wat hulp komen we er aan, maar kamperen kan er niet (of we begrijpen elkaar niet). We mogen achter iemand aanrijden en warempel worden we naar een imamzadeh gebracht (=heilige plaats waar een afstammeling van een imam begraven ligt). We mogen binnen Serie 2-051slapen, maar maken duidelijk dat we graag voor de deur parkeren. Er zijn toiletten en het is er reuze gezellig met picknickende families op de stoep. We drinken thee bij de beheerder van de imamzadeh (ik mag zonder chador naar binnen) en kruipen daarna bij een familie op een vloerkleed om waterpijp te roken en fruit te eten. Zo gastvrij! Als we om 1.30 uur in de auto kruipen, spreidt een familie nog een kleedje uit naast onze auto. Het wordt gelukkig snel rustig en we slapen uitstekend. Het was een lange dag met een bijzonder einde!

’s Ochtends is het er heerlijk rustig, totdat er 3 schoolbussen kinderen worden uitgelaten en de leraar pal achter onze auto een toespraak houdt. Effe wachten met te voorschijn komen dus. We ontbijten op de stoep en vertrekken richting Alamut Valley. Eerst een stukje onverhard en Joost probeert met het Farsi woord voor brood ‘nun’ een aantal oudere dames aan het verstand te peuteren dat we brood willen kopen. Het is even zoeken en we vinden weer een nieuw type bakker, die het superdunne brood aan de binnenkant van een DSC_0001 serie 2-132soort tandoor plakt. Dan hoog de bergen in, boven de wolken en we dalen af naar de Op weg naar Andej, Alamut Valleyprachtig groene Alamut vallei omringd door
besneeuwde toppen. In een zijdal naar het dorpje Andej zien we ruige canyons met rode rotsen. Als we bij het dorpje op zoek gaan naar een plek rijden we een brug over en keren snel weer om als we zien dat het privé terrein is. Direct komt een Nissan-SUV achter ons aan met Mohammad Reza en zijn broer. Waar we vandaan komen en wat we zoeken? We
kunnen natuurlijk in zijn tuin staan! Geweldig, DSC_0001 serie 2-136dus we draaien weer om. De ‘tuin’ is een flink stuk grond met een prachtig rond huis op gekleurde pilaren, een struisvogelfarm en nog een aantal onafgemaakte huizen, waaronder een enorme villa met Chinees dak. Hebben we zijn cave al gezien? Nee? Hop in de auto en iets verder langs de weg laten de broers ons zien hoe ze ier een toeristische plek van willen maken met een café. Ze zijn zeer verontwaardigd dat er maar een paar regels over de Alamut Valley in de Lonely Planet staan. We beloven dat we er over zullen schrijven! Bij deze dus. We mogen toilet en (koude) douche in een huis gebruiken en we staan prinsheerlijk tussen de bomen in het zonnetje. Eind van de middag gaat het regenen en wordt het koud, dus eten we binnen en kijken een film.

De volgende ochtend roept zijn ‘worker’ dat we thee moeten komen drinken. We kijken onze ogen uit in het enorme huis; er zijn wel zitplekken voor 50 man. Naast thee krijgen we ook een ontbijtje met lavash brood en plaatselijke kaas, honing en walnoten. Mohammad Reza spreekt redelijk Engels en we komen te weten dat hij een vriend heeft in Nederland, maar dat hij zelf niet naar Nederland kan, omdat zijn vader hem uit militaire dienst heeft weten te houden (geen dienst; geen buitenland). Het blijft een beetje duister wat hij nu precie20160503_143406_resizeds doet, maar dat de familie geld heeft is wel duidelijk. Opa van 85 komt ook nog even langs en geeft mij gewoon een hand! Het ontzag van Mohammed Reza voor opa is direct voelbaar. We worden voor de lunch uitgenodigd en natuurlijk mogen we nog een nacht blijven. We rijden daarna naar Alamut Castle; een eeuwenoud kasteel, een soort ‘adelaarsnest’, heel hoog op een heuvel. Het is meer een ruïne en restauratie nemen ze met een korrel zout, maar het uitzicht is schitterend. Als we naar beneden lopen, roept iemand keihard ‘Joost, ik ben het, Bert!’. Werkelijk waar ongelofelijk, maar Joost kent Bert van zijn werk bij het AMC en heeft onze auto zien staan. Hij reist met zijn vrouw een maand door Iran. Bizar dat ze elkaar hier ontmoeten. Dan snel Serie 2-073naar de lunch met Mohammad Reza. We krijgen heerlijke rijst met bonen, verse kruidensla uit de tuin en doogh (yoghurtdrank). We nemen onze laatste plak Lindt chocolade voor hem mee en dat valt geweldig in de smaak. ’s Middags nodig hij twee Duitse toeristen uit met hun gastheer om in de tuin te lunchen. De Duitsers couchsurfen in Iran en dat schijnt wonderbaarlijk goed te gaan. Ze hebben zoveel uitnodigingen gehad, dat ze onmogelijk overal langs kunnen. Hun gastheer is een tandarts in opleiding, spreekt goed Engels en heeft een picknick van zijn moeder mee. We mogen proeven (spinazieomeletjes en een soort auberginedip) en mai, mai dat smaakt lekker! We vragen hem zijn moeder de recepten te ontfutselen.

De volgende dag hebben we zelf al ontbeten, maar de thee bij Mohammad Reza en gebakken kalkoeneieren zijn te lekker als tweede ontbijt. We hebben een kaart met DSC_0001 serie 2-141tulpenlandschap voor hem geschreven en hij is daar erg mee verguld (dat was slim dus om mee te nemen). Hij benadrukt dat we iedereen mogen laten weten, dat ze hier welkom zijn en gerust de GPS-coördinaten doorgeven (N 36°26.952 E 050°31.105). Bij deze! Dan een lange rit naar Fuman. Bij een lunchstop langs de weg komt een man aan met een bordje gewassen komkommers, tomaten en twee zakjes zout, en even later nog een meloen. Zo aardig. Langs de weg zien we veel rijstplantages en zelfs wat theevelden. Ook veel restaurantjes en theehuizen waar je in een soort hutje waterpijp kan roken. Halverwege Masuleh vragen we bij zo’n gelegenheid of we er mogen kamperen. Natuurlijk! We krijgen direct thee. Het is fris 21°, vochtig en mistig. De volgende dag vraagt hij ons 500.000 Rial voor de overnachting, belachelijk.

Masuleh is het Volendam van Iran, inclusief verklede foto’s. Het is een oud dorp dat steil tegen de bergwand is gebouwd. We zijn er vroeg, maar het is er nu al druk. Bijzonder is dat
als je op straat loopt, je op het dak van de onderbuurman loopt! We besluiten binnendoor richting Khalkhal te rijden. Het weelderige groen verandert al snel in barre kale bergen. Als we terug aan de kust zijn bij Asalem zien we weer theeplantages en theehuizen. In deze streek is het nogal rommelig in vergelijking met de rest van Iran. In Hashtpar zoeken we een coffeneet (=internetcafé) waar ik mijn verslaSerie 2-102g
upload. Super verbSerie 2-091inding en we mogen niet betalen. Op de gok rijden we naar de zee op zoek naar een slaapplaats. Er hangt een bruin bord ‘Integrated Coastal Tourist Resorts Ghorogh’, dat belooft wat! Het blijkt een groot picknickterrein te zijn met winkeltjes en ook huisjes die je kunt huren. Met taalhulp van een dame uit Tabriz mogen we er kamperen voor 50.000R (€1,30). Het is er niet bepaald schoon, maar we staan weer en aan belangstelling geen gebrek. We maken weer wat praatjes en gaan op de foto. 6/5 Vrijdag is zondag hier en als Joost naar de bakker gaat (staan we naast) krijgt hij een heerlijk met een soort notenpasta gevuld brood cadeau. Joost gaSerie 2-111at terug om met enthousiasme te laten weten dat het erg lekker is en de bakker heeft grote lol. We rijden verder langs de kust en gaan even naar de Kaspische zeekust. Het is er vies en niet bepaald
uitnodigend. Naast rijst zien we nu ook veel kiwi-plantages. Via Astana rijden we langs de grens met Azerbeidzjan en ons tegemoet komen eindeloos veel auto’s. Het is in de berm ook erg druk met picknickers. Picknicken is volkssport nummer 1 van de Iraniërs en al gauw komt nummer 2: selfies maken. Ze doen allebei ongeveer overal, ook langs de snelweg en op steile berghellingen. Als we navraag doen blijkt dat ze op hun vrije dag vanuit de stad het liefst de natuur in gaan en dan ook massaal. Na een lange rit eindigen we in Ardabil bij hotel Sabalan. Tijd voor een douche en kleren wassen! Zaterdag blijkt de wasserette pas maandag de kleren terug te kunnen geven, maar, oh toeval, een man van een taxicentrale die Engels spreekt, stopt ons in een taxi en laat ons naar een wasserij brengen. Over toeval gesproken, dat gebeurt hier iedere dag, zo ervaren wij en nog positief ook! Als ik in het hotel foto’s aan het uploaden ben raak ik in gesprek met een tanige Zwitser die van Tblisi naar Esfahan fietst. Wow, respect. We wisselen wat tips uit (www.paarios.ch). Even later komt Joost aan met Jörg en Ann, een 20160507_141038Duits stel waarvan Joost op een aanpalend terrein hun appelgroene vrachtwagentje zag staan (oh, toeval). En zo wordt een saaie dag wachten p de was, ineens reuze gezellig. We wisselen eerst verhalen uit (ze reizen in 2 jaar naar Azië, www.saltedlife.org ) en gaan daarna uitstekend lunchen in een gerestaureerde hammam. We krijgen pichag keimeh van lamsvlees, gekarameliseerde uien en amandelen, mjammie. Daarna naar IMG_0339het verrassend prachtige mausoleum van Sheikh Safi-od-Din. Als we naar buiten lopen horen Jörg en Joost gezang en gaan naar binnen. Voor Ann en ik het in de gaten hebben zitten we in een dienst waarin mensen worden bedankt die erg goed uit de Koran kunnen voorlezen. We krijgen lekkere zwarte halva en hele vieze zure yoghurtdrank aangereikt. We halen de was op, doen nog een rondje bazar en eindigen in een fastfood-tent. En zo werd het door toeval weer een leuke dag! Op zondag 8 mei rijden we een prachtige rit door groene bergen van Ardabil naar het Noorden en vinden aan een mooie plek met uitzicht om te overnachten. Een kampvuur houdt ons warm. Morgen de grens met Armenië over. We hebben genoten van Iran, de mensen, steden en natuur. Ik voelde me net de koningin, al die aandacht en de hele dag wuiven en glimlachen. We bevelen iedereen van harte aan om er eens een kijkje te nemen!

Foto’s kun je kijken op: Foto’s Iran Overland (klein formaat)

Khodahafez,

Marijke

Week 6: Van chador naar tijgerlegging

Deze week ervaren we hoe enorm de overgang van Iran naar Armenië is, ook al ligt er maar een rivier tussen. Vanaf onze kampeerplek rijden we eerst langs de grens met Ngorno-Karabach en daarna met Armenië. De grensregio is werkelijk prachtig met hoge groene en besneeuwde bergen. Als we even stoppen langs de weg, ontmoeten we Akbar. Akbar heeft een douane-bedrijfje en spreekt uitstekend Engels. Hij wil ons wel de Iraanse grens over helpen. Handig. In ruim een uur heeft hij ons langs alle Iraanse loketten en Serie 2-139handtekeningen. Er wordt ergens een fout gemaakt en dan is een fixer wel handig. Zelf kom je er dan moeilijk uit als je geen Farsi spreekt. Hij vraagt er 200.000 Rial voor (2,60 Euro). We wisselen geld en rijden dan de brug over naar Armenië. Daar spreken meer mensen Engels en is het goed duidelijk wat je allemaal moet doen. Van loketje naar loketje en weer terug; Joost legt een heel doolhof af. Dan blijkt dat ze dachten dat webij een Duitse groep motorrijders horen en een motor exporteren in plaats van een auto importeren. Een kordate dame heeft het in no time rechtgezet. Importeren kost 22.000 dram (ong. 40 Euro), de verplichte verzekering voor 1 maand kost 13.000 dram. De totale grensovergang kost ons ruim 3 uur. We zijn in Armenië! De eerste schok zijn de auto’s die we zien: Porsche, Mercedes, BMW en dikke Landcruisers. In de supermarkt in Agarak volgt een tweede schok. Er staat meer alcohol (wodka, cognac, wijn en bier) dan iets anders. Met onze pinpas komt er zomaar geld uit de muur! Het uiterlijk van de mensen is ook indrukwekkend anders. Rondbuikige heren en dames in niet al te elegante kleding (ietwat ordinair). Wat een verschil met Iran! We rijden via
Serie 2-147Serie 2-149de oostelijke weg richting Kapan, door het Arevik National Park. Het is er prachtig, de weg is best goed en we zien nauwelijks andere auto’s. Het is lastig om een vlak plekje te vinden om te overnachten. Als we even stopen voor het uitzicht, zien we een hutje met een aantal mannen die ons hevig zwaaiend uitnodigen. We gaan er op af en hebben daarna een geweldige middag! We worden neergezet, krijgen een bord voor ons neus met kippenboutjes, gebraden varkensvlees, salade, brood, gestoofd rundvlees met aardappels en natuurlijk wodka en wijn. Ze spreken geen Engels, al helpt Google Translate wel iets. Het belangrijkste is dat we elkaar willen begrijpen en dan versta je ineens veel meer. Een van de mannen is parkwacht en er staat ook een schuilhut, betaald door het WNF. Zijn broer is er ook bij. Het is een club vrienden die vandaag (9 mei) Bevrijdingsdag viert. Het is echt reuze gezellig en natuurlijk kunnen we er blijven slapen. We zetten de auto op een goeie plek (met waanzinnig uitzicht op Iran) en even later fluiten ze dat we moeten komen, ze gaan koffie zetten. Heerlijke Turkse koffie en daarna ook prima kruidenthee, die de mannen zetten van een bosje dat ze ergens uit de grond hebben getrokken; uiteraard met nog meer alcohol. Het is inmiddels echt heel koud en we treken ons terug in de auto met de verwarming aan. Dan komen ze er weer aan en hebben alle restjes eten en drank ingepakt voor ons om mee te nemen. Zo aardig. Toeterend rijden ze weg en wordt het stil.

Dinsdag 10 mei rijden we een prachtige weg richting Kapan door Nationaal Park. Er zijn weinig dorpjes en wat we zien is armoedig. Kapan zelf ademt een Sovjet-sfeer, ziet er grauw uit en de mensen ook. We vinden geen leuke plek om wat te eten en halen wat in een supermarkt. De mensen zijn niet onaardig maar vooral gereserveerd en hebben een wat norse blik, die soms breekt in een glimlach als je zwaait of gedag zegt: Bardev dzez. We nemen een witte weg binnendoor naar Tatev en dat hadden we beter niet kunnen doen. We rijden langs verlaten mijnen en scholen en de weg is meer pothole dan asfalt. Het schookt Serie 2-160en hobbelt en als het dan ook nog gaat regenen en de weg overgaat in onverhard, is het een grote modderzooi. De dorpjes zijn een sneue bedoening. Aan het einde van de ellende krijgen we uitzicht op het Tatev Klooster, een van de highlights van Armenië. We mogen staan bij een café (500 dram), en nemen eerst wat thee met iets lekker (1 Euro p.p). De wifi van de Tatev kabelbaan (Wings of Tatev, 5 km lang!) is waanzinnig goed. Eindelijk weer wat Facebook! We eten de restjes die we van de mannen hebben meegekregen en kijken binnen Penoza IV. Het is guur.

De volgende morgen staan we als eerst toeristen in het klooster (8e eeuw), dat geeft een aparte ervaring. De zon schijnt en er komt indrukwekkend gezang uit een kapelletje, waar een (huilende?) soldaat op z’n knieën voor zit te bidden. Het uitzicht over de Serie 2-179gorge is fenomenaal. We rijden door de gorge, bezoeken Satan’s bridge en een prachtig uitzichtpunt. Dan over de hoogvlakte naar het westen. We stoppen bij Zorats Karan, een soort Stonehenge, waar we hagel op ons dak krijgen. We doen boodschappen in Sisian, dat ook weer troosteloos aandoet. De wegen zijn er heel slecht, hoe houden die mensen dat hier vol? Zeker als je een dure bak hebt? Onverklaarbaar. Op de parkeerplek van een restaurant lunchenSerie 2-183we; er zitten 2 beren in een kleine kooi, gatver. Ongeveer bij Gorayk komen w rans en Eveline tegen op de fiets (www.effefietsen.eu )! Na een hoge pas met het slechte weer zitten ze er wat doorheen. Ze fietsen van Tblisi maar Esfahan; dapper! Na Vayk wordt het mooi groen en zien we steeds meer restaurantjes langs de weg. Op Internet hebben we zowaar een camping gevonden hier: Crossway. Het ziet er prima uit. Svetlana spreekt geen Engels, maar ze zijn open. We douchen heerlijk lang en gaan na het eten naar binnen (koud). Donderdag is een bewolkte dag met regen en dus gaan we naar Noravank, een prachtig klooster aan het einde van een ruige vallei. De mist draagt wel bij aan de mystiek. Naast het klooster zit een prima restaurant en als alle bussen zijn vertrokken, krijgen we een tafeltje. Het menu is simpel: khorovats (bbq). We krijgen het standaard Armeense voorgerecht: brood, wserie 3-014serie 3-019itte kaas, salade van komkommer en tomaat, en een bord verse kruiden (koriander dille, uitjes, dragon, paarse basilicum). Daarna kom het vlees; ze rijgen grote hompen varkens en lamsvlees met aardappelplakken aan grote spiesen die in een soort ondergrondse over gaan. Goudbruin, knapperig, vet en zout; just like the doctor ordered! Armeense wijn erbij en de smulmaaltijd is compleet; geweldig. Het weer is opgeknapt en dus rijden we richting Areni, het plaatselijke wijngebied. Langs de weg vinden we ‘Hin Areni’ en we worden zowat de auto uitgetrokken voor een
rondleiding. Het ziet er erg professioneel uit en de wijn heeft een typisch eigen smaak. We gaan terug naar Crossway, wel zo makkelijk (we blijven er 3 nachten).

Vrijdag 13 mei rijden we in miezerig weer naar de Yeghegis-vallei. Aangezien we veel te weinig bewegen, besluiten we de onverharde weeg naar het Tsakhatskar-klooster te lopen. Maar goed dat we niet wisten hoe steil en ver dat was! Goed voor de beentjes. Het klooster is uit de 10e eeuw en we komen alleen een Russisch stelletje tegen. Zo afgelegen en hoog in de ruige bergen, is toch wel heel mooi. Ook hier weer veel mooie gebeeldhouwde serie 3-034kruisserie 3-036stenen, zo typisch voor Armenië. In een klein dorpje zoeken we langs smalle, modderige weggetjes naar een ongewone kerk met een buitenaltaar, Surp Zorats. Voor bezienswaardigheden staan over het algemeen wel bordjes langs de weg, maar vooral als je vlak in de buurt bent, dan zoek je het maar uit, heel typisch. Op de plek zelf staan meestal keurige borden met uitleg in Armeens, Russisch en Engels, en soms ook in braille. Ook hier, op deze afgelegen plek. Daarna zoeken we het Joodse kerkhof, nog steeds een mysterie dat hier in Armenië een korte periode Joden hebben gewoond.

Zaterdag gaan we op weg naar Goght, waar een Nederlandse B&B en camping zit. De weg van Goris naar Yerevan is een belangrijke doorgaande weg, maar ook dit is een lserie 3-058appendeken van wegreparaties. We stoppen bij Khor Virap, een must-see. Het klooster ligt op de grens met Turkije met op de achtergrond de legendarische berg Ararat. Het klooster is een pelgrimsoord geworden voor Armeniërs die de berg willen zien, maar de grens niet over kunnen (de grens met Turkije is gesloten, later meer daarover). Aangezien we al meer kloosters gezien hebben, vinden we deze eigenlijk niet zo bijzonder. Bovendien beginnen we al een klooster-overdosis te ontwikkelen. Het is inmiddels bijna 30 graden. We denken eenvoudig langs Yerevan naar Garni te navigeren, maar we eindigen op een dramatisch c-weggetje, waar we ook nog in een gat knallen. Uiteindelijk vinden we de hoofdweg, maar ook die is een aaneenschakeling van potholes. Rond 15 uur arriveren we bij 3 G’s in Goght (www.campingarmenia.com) waar Sandra opgetogen de poort opendoet: ‘Oh, Nederlanders!”. De B&B en camping is werkelijk fantastisch voor elkaar; aan ieder detail is gedacht. Hier willen we graag even blijven voor een korte ‘ vakantie’. Aangezien er verder geen gasten zijn, kletsen we heerlijk in het zonnetje met een Armeens biertje erbij en serie 3-061horen het verhaal van Sandra en Marty, voormalig rozenkwekers uit De Kwakel. Ze zijn hier terecht gekomen als adviseurs van de rozenkwekerij even verderop. Marty is nu aan het werk in Kazachstan en Sandra runt de B&B. ’s Avonds maken we een lekker maaltje klaar in de prachtige keuken (met houtkachel). Er komen ook nog wat Belgische B&B gasten. Zondag is de wasdag. Twee 2016-05-15 18.59.27ladingen in de wasmachine en buiten is het zo droog. We poetsen de auto en de koelkast. Aan het einde van de middag gaan we naar de Garni Temple. Een beetje amateuristisch gerestaureerde tempel, maar wel op een prachtige plek. Daarna gaan we met een tekeningetje van Sandra op zoek naar het visrestaurant. De weg is dramatisch, maar we vinden de verzameling houten huisjes naast een flink aantal visvijvers. Zonder Engels krijgen we heerlijke gebarbecuede steur, brood, kaas, salade en wijn. Het komt met bakken uit de hemel, maar who cares? ‘Thuis’ drinken we Douwe Egberts koffie met Armeense cognac met Sandra (en Daisy, de hond). Hier houden we het wel even vol! Het was een bijzonder week. Effe bekomen van alle indrukken.

Liefs,

Marijke

Week 7: Vakantie en vette modder

Tijd voor een echte Armeens khorovats! Armenen nemen barbecuen enorm serieus en Sandra van 3G’s Camping, waar we verblijven, gaat ons laten zien hoe. ’s Ochtends gaan we eerst met haar naar de slager. Sandra raust over de wegen met gaten en vertelt ons dat ze meerdere keren per jaar haar schokbrekers vervangt. Gek, hè? De ‘slager’ is nauwelijks herkenbaar; er staat een tafel met een zeiltje en een weegschaal erop. De vrouw zwaait een grote varkenspoot tevoorschijn en hakt er met hakmes en bijl grote hompen van af. Daarna gaan de grote stukken en een met water omgespoelde afwasteil en bestrooit ze het vlees met kruiden. In een plastic zak er mee en klaar. Dan naar een supermarktje dat er onverwacht goed uitziet en prima kippenpootjes heeft. We kopen er ook wodka en bier.

 

Dan rijden we samen naar Geghard monastery, dat een echte bijzonderheid blijkt te zijn. Wat kloostermoe als we zijn, is dit toch net weer wat anders. Het klooster heeft twee verdiepingen en is vserie 3-090oor een groot deel uit de rotsen gehakt. Eromheen liggen heel veel kleine grotten waar monniken in leefden. Het maakt indruk. We lunchen wat in een weiland. ’s Avonds gooit Sandra een grote bos hout op de bbq en binnen no-time hebben we vuur. De brokken vlees rijgt Joost aan enorm metalen pennen met polakken aardappels ertussen. Salade, brood, witte kaas en verse kruiden erbij en smullen maar! Het morsige plastic kleedje en de teil met kruiden van de slager zijn ver weg. Het begint te regenen en we Facetimen met J&J onder het afdak. Dinsdag 17 mei is een luie dag. We liggen in de zon, durven het koude zwembad in, boeken een hotel in Yerevan en doen wat boodschapjes; dat was het ongeveer. ’s Avonds gaat Sandra Nederlandse installateurs halen van het vliegveld en wij passen op het huis. Het regent flink.

Woensdag de 18e nemen we afscheid van Sandra; het was een puike plek om te overnachten en erg gezellig. We gaan het rondbazuinen. We rijden op de navigatie redelijk eenvoudig dwars door Yerevan naar Hotel Hrazdan (per ongeluk zelfs onderlangs de Cascade!). We checken in en vinden een prima kamer (70€ me2016-05-18 14.39.06-6t ontbijt). We gaan direct de stad in. Het is lekker weer en kijken onze ogen uit. Yerevan is een heel ander Armenië en we drinken cappuccino met gebak. We bekijken de Cascade, een enorm gebouw dat lijkt op een waterval. Erbij staan veel moderne beelden en erin is een modern museum (Cafesijan). Het begint te regenen, dus we gaan binnendoor van bovenaf naar beneden door het museum; heel bijzonder. Daarna langs de opera naar North Avenue, een wat leegstaande poging tot een luxe winkelstraat. We zien veel buitencafe’s waar muziek gemaakt kan worden, maar het is er het weer niet naar. Hip/modern en oud-Sovjet wisselen elkaar snel af wanneer we achter Republican Square in een heel ander deel terechtkomen. Uiteindelijk belanden we bij Hans & Franz voor wat lekkere wijn en hapjes. Bij het ontbijt de volgende ochtend luide popmuziek en veel nietsdoend personeel; wat training zou hier wonderen doen. Ze zijn vooral met zichzelf bezig en dat zien we meer in winkels en restaurants (we zijn verwend). We gaan met de auto naar het Genocide monument. Er is een herdenking gaande van de genocide van de Pontische Grieken (?),

hoe dan ook indrukwekkend. Het museum bevat erg veel teksten en verrassend veel fotomateriaal van een bizar en dramatisch stuk geschiedenis waar wij nauwelijks weet van hebben. Zoveel ellende en doden, nauwelijks te bevatten (maar de foto’s spreken voor zich). Het Armeense rijk was behoorlijk groot, maar is systematisch door diverse moordpartijen en deportaties gedecimeerd. De grote boosdoener was het Ottomaanse regime (Turken, dus) en in het museum wordt er fijntjes op gewezen dat de Duisters ook nog een rol speelden. De genocide is er de oorzaak van dat de grens tussen Armenië en Turkije nog altijd gesloten is. We zijn nu toch in the mood dus door naar Mother Armenia; een waanzinnig groot standbeeld te midden van tanks en raketten. Joost parkeert even tussen de tanks. Het militair museum eronder is een aaneenschakeling van verering van Armeense militairen. Een mevrouw doet braaf voor en achter ons het licht aan en uit, maar we zijn er zo doorheen omdat er nauwelijks Engelse teksten te vinden zijn en we de portetten en uniformen al snel gezien hebben. We kopen wat broodjes in een woonwijk en eten die in een parkje op, terwijl een paar jongetjes hun Engels op ons oefenen, leuk. We zoeken Toyota Yerevan op om de olie te laten verversen. Het is een prachtige moderne garage (met een lege showroom). We worden gelijk geholpen en kunnen de vorderingen volgen op televisieschermen in de wachtruimte. We zien de monteur wel erg lang peuteren bij het linkervoorwiel en de jurist (?!), die Engels spreekt legt ons uit dat er toch wat vervangen moet worden. De auto gaat de brug weer op zodat de monteur kan demonstreren wat er mis is met de ophanging. Originele onderdelen bestellen duurt een maand, dus hij raadt ons aan andere onderdelen te monteren, maar die moeten we dan wel zelf gaan kopen in de stad, De man doet zijn uiterste best, belt rond, geeft ons de onderdelennummers en de Armeense beschrijving mee en even later zijn we op weg naar een onderdelenshop in de stad. Het verkeer is nu erg druk, maar als we er aan komen, liggen de onderdelen al klaar. Wel pech, want dezelfde onderdelen zijn vervangen voor we vertrokken en die horen na 12.000 km nog niet versleten te zijn! Snel terug naar het hotel en we laten de wijn en tapas goed smaken op een terras in de stad. ’s Avonds skypen we met Harry (uit Bolivia), broer Paul en Rob & Mir. Reuze gezellig!

Vrijdag dus terug naar Toyota om de onderdelen te laten monteren. Dat duurt wel even en dus typ ik mijn verslag in de wachtruimte met prima Wi-Fi. We ontmoeten nog een Duist stel met een Landcruiser, die een soort plateau op het dak hebben, waar ze hun tent Serie 4-017kunnen opzetten. Wat zijn wij toch luxepaarden! Daarna naar de Carrefour om lekker in te slaan en we rijden richting Sevan. Bij Hrazdan gaan we de vallei in richting Meghradzor op zoek naar een kampeerplek. Was het in Yerevan 28°, bij Hankavan is het kwik gedaald naar 9°! Uiteindelijk vinden we bij een leegstaand sanatorium een plekje. Heel rustig, maar zoals overal komen er toch weer mensen langs

Zaterdag worden we wakker met een zonnetje en rijden daarna binnendoor naar Lake Sevan. Verderop langs het meer bij Noratus denken we te picknicken, maar de zijweg is werkelijk bar en boos, dus we draaien om. Bij het klooster Hayravank krijgen we gezelschap van Sofie en Jo die op Husqvarna-motoren op weg zijn naar Mongolië (www.desinationworld.be). We wisselen gezellig tips uit. Op Facebook zie ik later dat

ze onze tip van camping 3Gs hebben opgevolgd! Het is inmiddels lekker warm. Bij Dilijan gaan we richting het Yukhtavank monastery op zoek naar een plekje. We zien er een langs de rivier maar gaan toch even verder. Twee SUV’s gaan het pad op richting het klooster en na een paar kilometer glibberen, stoppen ze en gaan lopen. Joost is in een optimistische stemming en rijdt (zonder overleg!…”je had toch nee gezegd”) in een enorm diep modderspoor. We zitten direct muurvast omdat een grote steen het uitrijden belemmert. De mensen bieden aan een tractor te gaan halen, maar we gaan het eerst zelf

proberen. Mijn portier gaat niet open en we stappen beide op blote voeten aan Joost zijn kant uit. We proberen de achterwielen uit te graven, maar de modder is erg diep. Ik zak bij het voorwiel tot mijn knie er in, jekkes. Achteruit rijden, ook over de rijplaten, werkt niet. Ook al vind ik het geen goed idee, Joost besluit om de auto er aan het enige boompje in de buurt onder een hoek uit te lieren. Het oefenen in Polen heeft gewerkt, want even later staan we, weliswaar dwars, op hardere ondergrond. De auto recht krijgen lukt niet, want die glijdt steeds weer terug in het modderspoor. Met twee sleeplinten aan elkaar en een nagenoeg afgerolde lier lukt het om de auto aan een ver gelegen boompje recht te trekken. De omstanders staan vreemd te kijken naar een dame op blote voeten in de modder met een sleepkabel in de handen: “What are you doing? You can walk to the monastery. It is very close by.” Ja, bedankt. Het klooster zien we niet en opgelucht, maar onder de modder gaan we naar het plekje aan de rivier dat we eerder gezien hadden. Joost is een uur bezig om de wielen moddervrij te krijgen. We spoelen de onderbenen en broeken in de rivier uit. Het loopt met een sisser af. Een lekker pastaatje dan maar.

Zondag vinden we in Dilijan een autowasser die grondig de auto schoonmaakt. Hij heeft zelf een prachtig Jeep met alles erop en eraan, dus snapt het wel. We rijden door naar Serie 4-033Iljevan, want daar is een winery. We zien al een lekker lunch voor ons, maar Iljevan blijkt een sneu dorp te zijn en de winery is slechts een winkel. Terug via Dilijan naar Vanadzor. We rijden door een prachtige vallei met Russische dorpen. Het wordt koud en regenachtig en de lunch wordt later en later. In Vanadzor vinden we een leuk Jazz Cafe en eten er een prima late lunch van lamsvlees met walnoten-roomsaus. Op zoek naar een slaapplaats rijden we richting de Debed vallei en de grens met Georgië. De weg is gruwelijk slecht. We komen een Jeep met caravan tegen! Hoe bedenk je het?! De vallei is steil en er zijn weinig plekjes en dus vragen we bij Hotel Arush of we er mogen staan. Hij vraagt 5000 Dram, achteraf bezien belachelijk, maar we staan weer. ’s Avonds vertrekt iedereen en gaat de deur op slot. Verwarming aan en film kijken. Morgen zien we wel weer verder! Het was een rare week van luxe vakantie en afzien met kou en modder. Op naar Georgië!

Iedereen die met ons meeleest en berichtjes heeft gestuurd, allemaal hartelijk dank daarvoor. Erg leuk voor ons om te ervaren dat we niet alleen reizen 😉

Liefs, Marijke

Week 8: Groen Georgië

Onze laatste dag in Armenië rijden we door de Debed Vallei naar het Noorden. De vallei is weelderig groen. Hier en daar wordt de weg gerepareerd. Dat gebeurt hier in 3 fasen: 1) Serie 4-036gaten uitfrezen, 2) randen prepareren en 3) gaten opvullen met asfalt. Helaas kan er nogal wat tijd zitten tussen fase 1 en 3 en dan zijn de gaten in de weg extra groot! Bij Alaverdi bezoeken we het Sanahin klooster uit de 10e eeuw. Een jongedame biedt zich aan als gids en spreekt Engels. Het klooster bij Haghpat hebben we Serie 4-041geen zin meer in en we rijden door naar de grens bij Sadakhlo. Om kwart voor twee draaien we het grensterrein op en iets meer dan een half uur laten staan we in Georgië. Aan de Armeense grens betalen we 7600 dram voor de exit. Aan de Georgische kant zijn geen kosten en heel geïnteresseerde grensbeambten. In Sadakhlo wisselen we de drams in lari en pinnen nog wat extra. Dan rijden we door Marmeuli. Een grote stad waar we per ongeluk over een drukken markt rijden. Eigenlijk willen we in een hotel overnachten o te douchen, maar we zien niet echt wat geschikts. Dan maar door richting Maglisi. We rijden door prachtig groene heuvels met erg weinig bebouwing, maar geschikte kampeerplekjes zien we ook niet. Het begint ook te regenen. Als we in Marglisi aankomen, moeten we wel even grinniken. We dachten een redelijk stadje aan te treffen met mogelijk een hotel, maar het dorp ziet er armetierig uit. Het wordt al laat, maar we rijden nog even door. Dan zien we langs de weg een kebab-restaurantje. We vragen of we wat kunnen eten en dat kan zeker, want de barbecue staat al te roken. We mogen in de ‘salon’ plaatsnemen en krijgen salade, kaas, brood, wordt en kebab. Zij is Armeense en spreekt wat Engels. Natuurlijk kunnen we achter het restaurantje overnachten, geen probleem. Heel wat auto’s en bussen stoppen op deze plek omdat er een waterbron is. Als het schemerig begint te worden, krijgen we een onprettige verrassing. Ze hebben geen stroom en dus moet de bezinegenerator aan en die staat, jawel, direct achter onze auto: stank en herrie! We verzetten de auto, maar dan staan we scheef. Als de eigenaar en het personeel vertrekt rond 10 uur, zetten we de auto weer terug. Helaas is de herrie niet afgelopen, want de hele avond hebben we blaffende honden en auto’s die langskomen.

Dinsdag 24 mei begint als een mistroostige dag. Het landschap is bar, het weer koud (10°) en regenachtig, de dorpen grauw en modderig. Bij de kebab-tent hebben we ontbijt afgeslagen en hebben het idee iets lekkers te halen bij een bakkertje. Mis. Als we Tsalka inrijden kijken we onze ogen uit. De straten zijn opgebroken, als voetganger kun je er

nauwelijks lopen en de winkels hebben erg weinig te bieden. Van armoe kopen we voorverpakte zoete croissantjes en een brood. Het hotel, waar we gisteren nog aan dachten, ziet er slecht uit. In Ninotsminda. Vlak bij de Turkse grens, ziet het er beter uit. Joost weet melk te scoren (in Armenië konden we moeilijk aan melk komen, want iedereen heeft een koe). Als we voorbij Alkhalkalaki zijn wordt de vallei mooi groen en prachtig. Bij Khertvesi staat een stoer fort op de rotsen en met dit donkere regenachtige weer, ziet het er nog mysterieuzer uit. We rijden naar het Zuiden de vallei van Vardzia in. Ook al is het weer pet, de vallei is grandioos. In de 10e eeuw zijn hier kastelen en kloosters gebouwd en in grotten uitgehakt op de meest onvoorstelbare plekken. Er verschijnen ook bordjes van guesthouses en hotels, dus die douche moet goedkomen. We rijden omhoog bij de Vani Caves, een klooster uitgehakt in de rotsen. Het weer klaart even op. We zien alleen een monnik in zwarte pij, verder zijn we alleen. De klim naar het klooster is steil en ook het klooster zelf is niet voor mensen met hoogtevrees, zoals ik. Kleine trappetjes en steile gangetjes leiden naar boven. Het witte kloostertje zelf lijkt hoog tegen de rotswand

geplakt. Ook Joost komt niet zo ver, de gaten in de rotswand zijn niet voorzien van hekjes…..Beneden in de rotswand wonen daadwerkelijk mensen; we zien een waslijn, ramen en pasgeklooft hout. Heel bijzonder. Bij Vardzia Cave Town kletsen we even met een Duitse overlander in een oranje Mercedes bus, hij had onze Exkab al gespot. Dan rijden we door naar Valodia’s Cottages. Dat blijkt een goede zet. De familie is erg ondernemend en de paar cottages zijn inmiddels aangevuld met twee gebouwen van 3 verdiepingen met hotelkamers rondom een enorme groentetuin en tomatenkas. We krijgen een prima kamer (40 Euro halfboard met superwifi), ook al moeten we wel 20 minuten de kraan laten lopen voordat het water uit de zonneboiler onze kamer heeft bereikt. We douchen lang…..Om acht uur schuiven we aan voor het diner. Het enen na het andere gerecht blijft komen en alles smaakt fantastisch en huisgemaakt. Aan de tafel naast ons zit een grote groep mannen (monteurs blijkt late) die ons witte wijn aanbieden uit een enorme plastic 6L container. Ze hebben het reuze gezellig en uiteraard komt later ook de chacha tevoorschijn. Chacha [zjazja] bevat 45 tot 55% alcohol en is echt niet te zuipen (vindt ook Joost). De mannen hier slaan het met grote hoeveelheden achterover maar vooral nadat ze staand een bloedserieuze toost hebben uitgebracht, onder aanvoering van een tostada of

toostmaster. Als ze Joost vragen om er bij te komen om te toosten, mag ik ook wel, maar ik moet wel zitten op een stoel, dat hoort zo. Er wordt met mij ook niet getoost…… Ook bij het ontbijt de volgende ochtend staat de witte wijn, begint een enkeling met een biertje en komt zelfs de chacha weer op tafel, ongelofelijk. Het werken kan blijkbaar wel even wachten. Het ontbijt is heerlijk uitgebreid. Eigenlijk willen we niet weg hier. We maken eerst een wandeling van 2 uur naar het volgende dorpje. Het is warm en de zon fel. In het dorp zelf is wandelen geen pretje: modder en koeienvlaaien. We skypen met Noor vanaf de parkeerplaats en lunchen op een prachtige plek tegenover de cave town. Even later worden we gevraagd daar weg te gaan, want er komt een enorme cameraploeg en enkele vrachtwagens met militairen voor, blijkbaar, een promofilmpje. Daarna bezoeken we Vardzia Cave Town, werelderfgoed. Het is moeilijk te beschrijven, maar in een lange

rotswand zijn in de 12e eeuw zo’n 400 kamers, 13 kerken en 25 wijnkelders uitgehakt. Er woonden zo’n 2000 monniken! Via trappen en gangenstelsels kun je er doorheen en dat is een hele belevenis. De hoogte, steile wanden en nauwe tunneltjes vind ik maar niks. Het is een ongelofelijk complex en vooral de kerk met voorportaal en fresco’s is indrukwekkend! Na een biertje op een terras, gaan we terug naar Valodia en vragen of we mogen overnachten op de parkeerplaats en mee kunnen eten. Geen probleem, geregeld. Nu is het eten ook weer heerlijk en we skypen met Esaï en Jaap, glashelder.

Donderdag hebben we een laat ontbijt en de zon schijnt heerlijk. Vanuit de cave town hebben we een klein weggetje gezien aan de overkant en die wil Joost graag rijden. De weg leidt naar Apni en is inderdaad uitdagend, maar het uitzicht werelds (zie filmpje). Bovenop rijden we over kale vlakten richting Alkhalkalaki. Daar doen we uitgebreid boodschappen op de Serie 5-030markt. Dan wilen we naar Bakuriani, een ski-oord aan een prachtige weg, zo hebben we gehoord. De weg is echt vreselijk slecht en vermoeiend en halverwegen worden we gestopt door een man die ons verteld dat de pas gesloten is. Hmmm. We draaien om en vinden een plekje vlak voor Khertvisi in de groene vallei waar we al eerder door gereden zijn. De zon schijnt inmiddels en we staan in een bloemrijk alpenweitje, onzichtbaar vanaf de weg. We zien alleen een hond en een oud mannetje dat bij Hollandia begint over de vrouw van ex-president Saakashvili, de Nederlandse Sandra Roelofs. Grappig. Ook de volgende dag schijnt de zon en ontbijten we (zoals altijd) uitgebreid met fruit en muesli. De vallei is prachtig en in Aspindza shoppen we koekjes en brood. Als we naar het Sapana klooster willen, blijkt de weg dicht. In Akhaltsikhe [agaltsigee] lopen we wat rond in het levendige centrum en bezoeken in het oude wijk het fort. Het fort is een bijzondere verzameling van Serie 5-036huizen, kerk, moskee en paleizen, maar werkelijk lachwekkend gerestaureerd. Het lijkt allemaal gloednieuw en dat slaat de plank behoorlijk mis. We zijn er snel doorheen. In een zijweg nar Abastumani zoeken we een lunchplek, maar dat vat niet mee. Abastumani Resort lijkt uit vervogen tijden met vervallen enorme statige villa’s. We besluiten net in het Borjomi-Karchauli National Park bij een visrestaurantje wat te eten. Als we de gebarbecuede forel net op het bord hebben, komt het met bakken uit de hemel, onweer en wordt het koud. Het woud is hier erg dicht en modderig en dus belanden we op een picknickplaats in Abastumani Resort. Het is nat, modderig en ’s nachts krijgen we gezelschap van 3 paarden (?!). Als we zaterdag vetrekken uit Abastumani regent het en het is koud. We rijden richting de Goderdzi pas. De weg is ruig en wordt alleen maar ruiger. Gelukkig knapt het weer op en de omgeving is schitterend. Als we boven op de pas zijn, zien we sneeuw en houten huizen. Aan de andere kant zien we zowaar een skilift! Onderweg zien we heel veel kuddes koeien die de berg op gaan begeleidt door verrassend jonge hippe herders. Op de weg zien we oude vrachtwagens met gezinnen erin en hun hele hebben en houwen (en soms ook nog koeien). Bij navraag blijkt dat dit de periode is, dat de mensen met hun kuddes naar de hoger gelegen weiden

verhuizen. Een ware koeienmigratie dus! Richting Khulo wordt de weg niet beter en we passeren een shovel die probeert de weg wat te repareren. De weg is smal en steil. In de middag begint het ongenadig te hagelen. We proberen te schuilen onder een boom, want de stenen zijn zo’n centimeter groot en knallen op de auto. Na Khulo wordt de weg beter en het weer ook. Om een plekje te vinden slaan we een zijweg in naar de Furtio Old Bridge (12e eeuw). Ernaast zien we een restaurantje waar zo te zien een groot diner gaan is buiten. We mogen op de parkeerplaats staan en al gauw worden we uitgenodigd om bij een politieman en zijn vrouw en vriend wat te drinken. Het eten dat nog op tafel staat ziet er goed uit en we krijgen witte wijn en proosten op Hollandia-Georgia friends! (meer lukt ook niet). De grote tafel buiten is gedekt voor een grote groep ouderen die elkaar kennen van

50 jaar geleden middelbare school. Als we wat te eten bestellen, ontdekken we dat er ook nog een feest aan de gang is in het aanpalende houten gebouw. Het is een groep middelbare scholieren die zojuist geslaagd zijn. De meiden zien er uitbundig uit en willen graag met ons op de foto. We worden uitgenodigd om binnen te dansen, taart te eten en uiteraard te toosten. Gezellige boel! Beduusd van alle aandacht gaan we naar bed en de herrie gaat nog lang door.

De volgende ochtend drinken we Turkse koffie met chocoladetaart met de eigenaar en vetrekken we richting de rest van de Ajara vallei en Batumi. Als we stoppen in Shuakevi hoort Joost gezang ergens vandaan komen. Een hoteleigenaar vertelt dat het een folkgroep is die aan het oefenen is. We gaan het cultureel centrum binnen en maken kennis met een jongedame die het koor leidt en prima Engels spreekt. Ze laat ons kennis maken met de directeur en neemt ons mee naar de repetitie. Blijkbaar is er morgen een folk-festival in Poti en daar wordt hard voor geoefend. De heren zingen indrukwekkend en het is een vrolijke boel, geweldig (zie filmpje). We mogen ook nog even kijken bij de dansgroep, waar tot onze 2016-05-29 13.00.38stomme verbazing ook de kokkin uit het restaurant waar we vannacht geslapen hebben, aanwezig is. Schitterend om de oudere mannen te zien dansen, maar de groep heeft nog wel wat oefening nodig! Als we doorrijden en op zoek naar een winery stoppen, ontdekken we olielekkage onder de auto. Joost trekt een overall aan en gaat aan de slag om de under-car-protection en onderuit te halen. Dan is goed te zien, dat de oliekering lekt. Direct naar Batumi dan maar. Onderweg laat Jost nog even de gasfles vullen (hier staan gasmannetjes langs te weg met een tankwagen superhandig) en ik zoek op booking.com een hotel. Batumi is een grote stad en de wijk waar het hotel in staat lijkt op een war-zone, Alle trottoirs liggen open. Hotel Family vinden is geen sinecure, want ze hebben geen uithangbord (vanwege de belasting). Na wat navragen vinden we het en we krijgen een enorme kamer met balkon en airco voor 40 Euro. We eten heerlijk aan de overkant.

Het was een weer een afwisselende week met onverwachte ontmoetingen. Morgen naar de garage en Batumi ontdekken! Over een week komen Noraly, Esaï en Naomi!

Naast foto’s heb ik nu ook filmpjes neergezet in het Album Iran Overland op: Google foto’s

Liefs,

Marijke

Week 9&10: Weg met de vooroordelen!

De eerste week Georgië was vooral groen platteland, bergen en eeuwenoude kloosters. We zijn nu in Batumi en dat is de derde stad van Georgië, aan de Zwarte Zee kust. Maandagochtend gaan we eerst naar Tegeta Motors om de lekkende kering te laten vervangen. De hoteleigenaar wil per se mee en we worden dan ook heel snel geholpen. De 2016-05-30 09.04.46auto wordt op twee draagarmen omhoog getakeld en dat ziet er wat wiebelig uit. Niemand spreekt Engels maar dat is geen probleem. Binnen een uur zit er een nieuwe kering in! Terug in het hotel prop ik alle was in de wasmachine en als we die op het balkon hebben opgehangen lopen we de stad in. De buurt van ons hotel is niet zo fraai, maar 10 minuten lopen en we staan in een moderne en verzorgde stad. Grote hotels en casino’s, Russen, Turken en Oekraïners komen hier hun geld vergokken. De huizenbouw is mooi, doet wat retro aan met fraai gedecoreerde balkonnetjes. Batumi heeft een boulevard van 6 km, met een langgerekt park er langs en een aantal moderne bouwsels zoals de Alfabet Tower (met de letters van het Georgische alfabet) en het beeld Ali & Nino (twee figuren

bestaand uit metalen platen, draaien in en uit elkaar). De zon schijnt heerlijk, dus we lopen heel wat af. De volgende ochtend wisselen we eerst flink wat Euro’s (hadden we nog over uit Iran), ontbijten bij de bakhlava shop (!), doen boodschappen en het kost ons twee uur om een WA-verzekering af te sluiten voor de auto, dankzij de informatie van Annieke en Daan (travelbugontheroad). Dan rijden we richting Mtirala (spreek uit Tirala) National Park. Mensen kregen een dromerige blik in de ogen bij het woord Tirala, dus 2016-06-01 21.23.58we zijn heel benieuwd. Eerst rijden we verkeerd, maar een parkranger belt een Engelssprekende collega en die legt me uit hoe we wel bij de goede ingang moeten komen. Heel attent. Via Chakvi komen we na een prachtige, maar ruige weg bij het visitors center. Na enig aandringen gaat het hek open en mogen we er naast staan met een bulderende rivier vlakbij (5 GEL pppn met toilet). Wat een mooie plek! ’s Avonds zijn we er helemaal alleen en Joost steekt zijn geniale bio-lite aan. Super.

Dit park heeft een dichte subtropische vegetatie met rododendrons, groener kan niet. Als we tevergeefs geprobeerd hebben brood te kopen (er is eigenlijk geen dorp, alleen wat losse huizen), eten we witte koolsalade en gaan daarna op pad. Er is een ‘easy’ rondwandeling van 6 km naar een waterval. Het is erg vochtig en warm. De wandeling gaat steil omhoog en halverwege komen we een nagenoeg uitgeputte Saudi tegen met zijn

Georgische gastheren. Ze lachen erom, maar wij snappen het wel als je uit een vlak land komt! Het bos is inderdaad enorm groen en dichtbegroeid en bij de waterval lijkt het te regenen. Naar beneden is het glibberige pad nog lastiger. Als Joost gaat betalen, zitten er 7 parkrangers te eten en te proosten en dan moet je natuurlijk meedoen! Na het eten raken we gezellig aan de praat met een Française die met haar Georgische vriend hier een weekendje kampeert. Ze wonen in Alkhatsikhe en leren boeren efficiënter zuivel produceren. We krijgen van haar een kleine gele vrucht te eten, die we niet kennen, maar erg lekker is (de smaak houdt het midden tussen appel en peer en de structuur lijkt op lychee).

Donderdag 2 juni rijden we langs de kust omhoog naar Kobuleti. Het valt niet mee om langs het strand koffie te drinken, want alles is volgebouwd en afgerasterd. Door het laagland rijden we naar Kutaisi, de 2e stad van Georgië. De toegangsweg die we nemen is een drama. Een en al kuilen en gaten, het is lachwekkend om alle auto’s en busjes dansend en laverend over de weg te zien gaan. De binnenstad ziet er leuk uit, maar we rijden door Serie 5-099de bergen in. We stoppen bij het Gelati klooster dat op een mooie locatie ligt. Het klooster zelf is niet in erg goede staat, maar heeft wat mooie kleurrijke fresco’s. We proberen of we bij een guesthouse kunnen staan, maar dat lukt niet. De omgeving is erg bebouwd en steil, dus het duurt een uur voordat we een mooie plek op een plateau hebben gevonden; toch weer gelukt. De volgende ochtend krijgen we een kudde koeien op bezoek met verse vlaai! Het zonnetje schijnt lekker bij het ontbijt. Via Kutaisi rijden we over een prachtige weg door de bergen naar Khashuri. Joost heeft zo’n last van alle beten op zijn onderbenen dat we azijn kopen bij een supermarktje, dat helpt. Na Goris volgt een echte snelweg, zodat Tbilisi snel dichterbij komt. Morgenavond komen Noor, Esaï en Naomi aan, maar we zijn nog wat te vroeg. We gaan dus de snelweg maar af op zoek naar een plek. Direct zien we het bord ‘wineroute’ staan. Dat komt mooi uit! We volgen het bord door diverse dorpjes maar zien geen wijnranken. In Mukhrani staan we ineens voor een statig hek met een enorm kasteel erachter. Het is allemaal niet heel duidelijk waar we moeten zijn, maar Chateau Mukhrani blijkt een restaurant in de kelder te hebben en natuurlijk kunnen we wijn proeven! We krijgen 4 wijnen met hapjes en laten het goed smaken (37 GEL pp!). Vooral de Superavi (dry red) en de Muscat (zoet wit) zijn erg lekker. Op de parkeerplaats worden we in het Nederlands aangesproken door een man die in Nederland heeft gewoond. Grappig. Het kost daarna maar liefst twee uur rondrijden voordat we een redelijke plek hebben gevonden. Ons idee van een lekker restaurant hebben we dan al laten varen, want we zien niks. We staan bij Lake Bazaleti en bakken maar een eitje. Zaterdag 4 juni rijden we naar Tbilisi en, zul je altijd zien, zien we iets zuidelijker heel veel restaurants langs de weg. Joost scoort een bezem met aansluiting voor een waterslang voor 7 Lari langs de kant van de weg; helemaal gelukkig. Bij Tbilisi Mall drinken we een chique cappuccino met wat lekkers en doen 2 uur lang boodschappen bij een reusachtige Carrefour (dat is inclusief wijn proeven….). Als we wegrijden belt de huiseigenaar ons, dat we kunnen komen. We navigeren door Tbilisi en komen rond half twee aan in het dorpje Tskneti, net buiten de stad. Het huis ziet er prima uit en het zwembad is vol. De eigenaar Saba neemt alle tijd om ons vanalles uit te leggen, terwijl Maya, zijn vrouw de bedden dekt. Eind van de middag eten we snel wat en vertrekken naar het vliegveld. De weg er naar toe is echt dwars door de stad, dus ik check Google Maps nog even, maar dit is echt de weg. Natuurlijk zijn we vroeg op het vliegveld en als het toestel is geland, duurt het nog lang voordat het gezelschap door de deur heen komt. Heerlijk om ze te zien en Naomi springt enthousiast in opa’s armen (ter info, Carla en Esaï hebben Joost

gevraagd als opa te fungeren, omdat beide opa’s niet meer leven; een rol die hij oppakt met veel verve!). Esaï heeft een dikke Toyota Prado (=Landcruiser) gehuurd en dat komt mooi uit. In Georgië stikt het van de dikke Landcruisers (en Hiluxen), dus dan val je niet op. Bovendien kun je er overal mee komen, ook handig. Esaï rijdt zonder moeite in het donker dwars door de stad achter ons aan. We drinken nog wat en iedereen valt tevreden in slaap in Villa Tskneti.

Zondag rommelen we wat aan en het weer laat het zelfs toe om even in het zwembad te gaan en ’s avonds lekker te barbecueën (binnen). Maandag lijkt de beste dag te worden qua weer, dus staan we op tijd op en rijden we richting Kazbegi. Kazbegi is een indrukwekkende bergregio. We stoppen eerst bij het Ananuri Fort aan een groot stuwmeer. De dames van de souvenirs zijn helemaal vertederd door Naomi (wie niet). We lopen een rondje en rijden dan door naar het monument voor de vriendschap tussen

Georgië en Rusland. Vanaf hier heb je prachtig uitzicht over de hoge bergen. Daarna eten we fantastische gegrilde kip en andere Georgische lekkernijen in het skioord Gudauri. Naomi gaat lekker tukken als we terug rijden; ze doet het geweldig voor haar 2 ½ jaar! Dinsdag is het regenweer en gaan we met Noraly op zoek naar de foodmarket in Tbilisi. We

moeten regelmatig schuilen, maar zijn onder de indruk van de stad. De markt kan echter niet tippen aan de Iraanse bazaars. ’s Avonds bollen we er op los! (en de dagen erna ook, bollen is een verslavend kaartspelletje). Woensdag gaan we om 12 uur met Noor op pad met gids Anna van Tbilisifreewalkingtour. Anna is Oekraïense en weet leuk haar eigen ervaringen met Georgië te vertellen. Georgië was enorm corrupt, maar ex-president Saakashvili heeft alle agenten in 1 keer ontslagen en een nieuw korps aangenomen met betere salarissen en status. Nu wil iedere kleine Georg of Nino agent worden. Tegelijkertijd zijn in alle dorpen en steden nieuwe politiekantoren neergezet met een glazen voorkant (voor de transparantie). Ons was inderdaad al opgevallen dat in stoffige dorpjes er altijd wel een glimmende glazen politiekantoor staat met stoere auto’s voor de deur. Ook de bureaucratie was top in de voormalige Russische republiek. Na de onafhankelijkheid is de stofkam erdoor gegaan en Anna vertelt enthousiast hoe gemakkelijk ze hier een eigen bedrijf heeft, via e-mail met de belasting communiceert en erg weinig hoeft aan te tonen. Onze douaneprocedure was inderdaad ook opvallend eenvoudig. Ook qua veiligheid is Georgië geweldig, haar verloren portemonnee lag met alles erin bij de politie te wachten. En dan te bedenken welke vooroordelen we hadden over Georgië! Ter illustratie, een vriend van Esaï belt en merkt op, als hij hoort dat Esaï in Georgië is: ‘Ben je wapens aan het kopen?’ Afijn, Anna laat ons ook diverse kerken zien (en ruiken): katholiek, orthodox,

synagoge en moskee om ons de verschillen te laten ervaren. Erg leuk. Van het oude Tbilisi loopt een prachtig moderne voetgangersbrug naar de overkant. Daar nemen we de kabelbaan naar boven (1 Lari=40 cent). Vanaf het fort hebben we een magnifiek uitzicht over deze prachtige stad met zowel moderne als oude architectuur. Daarna lopen we langs een waterval (in de stad!!) en oude badhuizen terug naar beneden. De 3 uur durende wandeling was zeer de moeite waard! Wat een leuke stad. De volgende dag doen we de wandeling dunnetjes over met Esaï, terwijl Noor op Naomi past. Esaï is zo enthousiast over Tbilisi, dat hij binnenkort teruggaat met Carla.

Vrijdag is het vreselijk weer. We gaan met Noor nog wel even naar de Dry Bridge Market, maar vanwege het weer zijn ook de verkopers thuisgebleven. ’s Avonds gaan we gezellig met z’n allen chique uit eten vlak om de hoek. De Georgische keuken is lekker en eerlijk, en de wijnen ook! Zaterdag 4 juni is de gezellige week alweer voorbij. We staan om 5.30 uur op om het bezoek naar het vliegveld te begeleiden. Nog even een dikke knuffel voor opa Joost en daar gaan ze; even slikken. Op naar de bergen.

Liefs,

Marijke

Week 11: Come rain, come wine

Het was reuze gezellig, maar we zijn weer alleen. Noraly, Esaï en Naomi hebben we afgezet op het vliegveld van Tbilisi. We rijden naar het oosten van Georgië en stoppen in het bergdorpje Sighnadi. Er omheen staat een enorme oude verdedigingsmuur met uitkijktorens. Door de mist en de regen zien we er niet veel van. Het is er wel toeristisch druk. Via een binnenweggetje komen we weer op de doorgaande weg en rijden naar Lagodekhi. Dit plaatsje en National Reserve ligt tegen de grens met Azerbeidzjan. Bij de

hoofdingang spreken we een jonge, enthousiaste ranger die goed Engels spreekt. We mogen naast het splinternieuwe Visitor’s Centre staan (nog niet in gebruik) en het buitentoilet gebruiken voor 5 GEL pp. Het zonnetje breekt door, dus wie maakt ons wat. We doen even een tukkie want het was vanochtend wel heel erg vroeg! Als ik net het eten klaar heb, komt er een Zuid-Afrikaan (!) langs. Hij is ‘on a factfinding mission’, ah ha. Zijn vrouw’s boerderij dreigt onteigend te worden door de regering en dus wil hij in Georgië investeren, dat schijnt vrij eenvoudig te zijn. Hij zit in de ICT. Bijzonder. Na het eten barst het noodweer los. We kijken True Detective, een bizarre en fascinerende serie.

Zondag 12 juni schijnt heerlijk de zon, maar omdat we in de schaduw staan houden we het lang uit in bed. Einde van de ochtend gaan we een wandeling doen. Sandro, de ranger, had ons al gewaarschuwd dat door de hoge waterstand we tot de rivier kunnen lopen en niet verder. In het bos zien we enorme omgevallen bomen, het is hier de afgelopen tijd erg onrustig geweest. Het miezert, maar we hebben er weinig last van. Na een uurtje komen we bij de bulderende rivier, waar we echt niet over kunnen. We hangen heerlijk in het zonnetje wat rond en lopen terug. Einde van de middag barst weer onweer los. We bollen onder het afdakje van het Visitor’s Centre. ’s Nachts blaffen de honden er op los en Joost trouwens ook. We zijn beide door Naomi aangestoken met een flinke verkoudheid (dat herkennen grootouders!). Maandag rijden we door de zonnige vallei naar het wijngebied rondom Telavi. We zien enorm veel wijnvelden en lunchen bij Schuchmann Winery in Ksiskhevi. De wijn wordt er volgens de oude qvevri methode gefermenteerd (druiven met

vel en pit in kleien potten onder de grond), daarna opgelegd in houten vaten en vervolgens gerijpt in de fles. De wijn, vooral de witte, smaakt anders dan wij gewend zijn, maar is zeker lekker. Het uitzicht is prachtig en de wijnen en het eten trouwens ook. Heerlijk. In Telavi geef ik eindelijk toe en stap een kapper binnen. De hippe jonge man zegt wel 3 keer hoe geweldig hij mijn haar (dik) en stijl (kort) vindt. De meeste Georgische vrouwen hebben lang haar en nu kan hij zich eindelijk uitleven. Ik verlaat gestyled de salon. Bij het afrekenen (15 Gel=6 Euro) zegt hij ook nog: ‘Now you look like a teenager’, tut, tut. Joost laat zich ook nog even knippen bij wat minder modern ogende dames verderop in de straat (ook goed voor 5 Gel). We rijden naar het noorden op zoek naar een kampeerplek en dat valt niet mee. Onderweg zien we ineens een enorm klooster en we gaan er toch even kijken. Het Alaverdi klooster is nog in gebruik. Vervolgens proberen we diverse weggetjes, komen Russische motorrijders tegen en eindigen uiteindelijk langs de rivier ten noorden van Pshveli op een prima plek. Dinsdag 14 juni rijden we vol goede moed de weg naar Omalo, Tusheti regio. Omalo is het eindstation van een weg die de BBC in 2012 uitgeroepen heeft tot een van de ‘most dangerous roads’. De omgeving is prachtig en de vallei wordt steeds smaller. Na Lechuri gaat de weg echt steil omhoog en wordt rotsig ruig met veel vallend water. De Hilux moet stevig ploeteren. Na een aantal krappe haarspelden begint het lampje van de olietemperatuur in de middenbak te branden. De motor kan het wel aan, maar voor de draaiende onderdelen is het te zwaar. We besluiten om te draaien (was mogelijk later ook gebeurd, want mijn hoogtevrees kan ook niet alles hebben). Joost baalt. Even later stopt er een Georgische kleine 4×4 met een Nederlandse moeder en dochter er in. Net als we een praatje maken, stopt er een motorrijder die ook Nederlands spreekt, maar een Schot blijkt te zijn die in Wijk bij Duurstede woont. Hoe verzin je het! Verder zien we overigens bar weinig verkeer hier. Na dit debacle beslissen we richting Kazbegi te rijden. We zijn daar al een eind geweest met Noor en Esaï, maar willen graag het einde van

de weg ook zien. We nemen een route binnendoor via Akhmeta naar Tianeti. Schitterend afgelegen. Vlak voor Tianeti ziet Joost een magnifieke plek op een heuvel in een alpenweitje. We stoppen vroeg en er komt nog wel een kudde met een herder voorbij en een man met een tractor die ons vanalles toeroept, maar dan wordt het rustig. Schitterende plek, prachtig weer en een puik kampvuur, wat wil je nog meer.

De volgende dag steken we door van Tianeti naar het grote stuwmeer. Er wordt druk aan de weg gewerkt en nu kunnen we goed zien, wat er allemaal afgegraven moet worden voor een fatsoenlijke weg. Indrukwekkend. Over de bekende Georgian Military Highway rijden we naar Kazebgi (nu Stepantsminda). We lunchen in de vallei van Sno en zien er tot onze verrassing een Zwitserse overlandtruck. Bij Gergeti parkeren we de auto en maken een wandeling naar de must-see­ St. Semeba kerk. Wandeling is het eigenlijk niet te noemen want we stijgen loodrecht langs spoortjes over zo’n 800 meter naar boven en we zijn niet de enigen! Ook dames met de hakken in de hand (Russinnen) ploeteren hijgend naar boven. Als ik het geweten had….. Als we boven aankomen is het uitzicht inderdaad

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

fantastisch, maar het begint te regenen en het wordt koud. Ik knoop een gesprekje aan met een Pools stel, dat met ons roodaangelopen boven is aangekomen. Hij vraagt of we een taxi willen delen naar beneden. Geniaal idee! De weg is echter zo slecht dat we lopend waarschijnlijk sneller waren aangekomen. We zijn blij dat we het niet met onze eigen auto hebben geprobeerd. Het is al laat in de middag maar we rijden toch nog even door naar de Russische grens. De gorge is waanzinnig mooi en ruig, al is het erg druk met vrachtwagens. We moeten dan ook zo’n 6 km voor de grens al omdraaien vanwege een lange file trucks op de weg. We rijden terug naar de vallei en vinden een mooi plekje in een zijvalletje even voor Juta. Na het eten wordt het snel koud en gaat het enorm onweren, de hele nacht door. Ik heb in mijn hoofd gehaald dat de rivier omhoog gaat komen, dus slapen gaat niet echt lekker….. Donderdag 16/6 ontbijten we binnen, wat niet vaak voorkomt. We rijden direct naar Tbilisi en bij de Carrefour hebben we wifi om een hotelkamer te boeken. Midden in de oude stad hebben we een prachtige kamer en, oh wonder, de auto past in de hoge ondergrondse parkeergarage. Top. De eigenaresse is getrouwd met een Nederlander en zag tot haar verbazing ons Nederlandse kenteken. Helaas regent het weer en rennen we 2016-06-16 22.31.36door de gutsende regen naar gVine, waar we einde middag echt Georgische witte wijnen drinken (troebel en spicy).Als het droog wordt maken we een rondje door een deel van de stad dat we nog niet gezien hebben. We eindigen bij de Josper Bar waar ze biologische wijnen schenken en fantastisch vlees serveren. Not bad. De stad is in het donker erg levendig en verlicht.

De laatste week willen we besteden aan Svaneti, het hooggebergte in het Noorden van Georgië. We doen rustig aan en rijden richting Kutaisi en gaan op de gok bij Surami er af ri. Kharagauli. Wie weet, vinden we de noordingang van het Borjomi-Kharagauli National Park. Hmmm, de gele weg blijkt een ramp. Hotsen, klotsen en vooral veel diepe moddergaten en sporen. Halverwege komen we een groot Chinees project tegen, geen idee wat ze daar aan het doen zijn, maar van de andere kant komen grote vrachtwagens die de weg nog meer beschadigen. We zien geen kampeerplekken, ook niet in Marelisi en komen dan eerst twee Engelse fietsers met aanhangwagens tegen. Ze vraagt: ‘I was wondering where the tarmac starts?’ Well, not on this road, dear!. Ze denken er over om om te draaien. Dan een wonderlijke Franse fietstandem: hij fietst rechtop, zij ligt fietsend voorop. Als we hen hetzelfde vertellen, kijkt hij kinderlijk opgetogen en zegt alleen maar: OK, OK! We tanken diesel in Kharagauli, want we zijn bijna leeg en vinden dan op goed geluk een plekje in een kleine steengroeve tussen de weilanden. Even later verkassen we nog naar een Serie 7-095weilandje met prachtig uitzicht. Er komt nog iemand langs, maar helaas kunnen we geen woord wisselen, toch spijtig. Wildkamperen is prachtig in Georgië, je kunt bijna overal staan en dat vinden ze prima. Zaterdag 18 juni wordt een memorabele dag. We rijden binnendoor van Kharagauli naar Jvari. Nagenoeg alle weggetjes zijn bebouwd met prachtige Georgische huizen: twee verdiepingen met enorme balkons en veranda’s en een grote tuin met een prachtig hekwerk ervoor waarin meestal druiven op pergola’s of hazelnoten groeien. Het ziet er weelderig uit. Hier is het lastig een plekje te vinden. Als we dan eindelijk een weilandje spotten, ga ik op verkenning uit. Ondertussen wordt Joost, je gelooft het niet, aangesproken door twee dames Jehova’s die prima Engels spreken. Of hij hun video wil bekijken? Ik vindt wel wat modder maar achterin is het weilandje droog op wat paarden na, dus ik gebaar Joost dat hij kan komen. Ongelofelijk maar waar, binnen no time zitten de banden vol met modder en komt de Hilux niet meer verder. De lier moet er aan te pas komen (gelukkig hebben we geen toeschouwers bij dit gênante moment). Iets verderop zien we een mooi strandje onder een brug en daar gaan we staan. Nog genietend van de mooie vondst, komt er iemand aan die ons vertelt (denken we) dat hij om 10 uur met vrienden hier komt feesten of met 10 vrienden langskomt. We gaan even snel badderen in

de rivier. We hebben het niet goed begrepen want een uur later verschijnt hij met brood, komkommer, ui, kruiden en een grote petfles rode wijn. Het is erg lastig communiceren. Hij zegt nog wel dat we beter kunnen verhuizen want bij regen komt de rivier omhoog. Even later komen ook 3 vrienden en gaan ze zitten kaarten. Wij maken ondertussen ons eigen eten klaar. Als we dat net op hebben, verschijnt een auto op de brug en de mannen gaan als een speer naar boven. Er ontstaat een flinke ruzie (zo lijkt het). Er komen steeds meer mensen bij en er verschijnt een Engelssprekende jongeman, Georg, die ons uitlegt dat er wat te veel gedronken is en dat er verder niets aan de hand is. Ook hij begint weer dat we niet op de plek kunnen blijven staan, vanwege mogelijke regen. Joost baalt. We kijken nog naar een andere plek en dan vraagt hij of we niet bij zijn oom willen staan. Georg is met zijn vader uit Rusland op bezoek en slapen er ook. Dat lijkt ons wel wat en voor we het weten staan we in de tuin van het plaatselijke schoolhoofd. Georg is enorm opgetogen en praat honderduit in zijn wat zwakke Engels. Uiteraard moeten er foto’s gemaakt worden en krijgen we te eten met huisgemaakte rode wijn en, als klap op de vuurpijl, staat er een prachtig televisie met haarscherpe EK-beelden. Het wordt een leuke avond. Georg woont met zijn familie in Moskou, puur omdat er in Georgië geen werk is Hij doet nu gymnasium en gaat daarna studeren. Werken in Rusland doen veel Georgiërs, en Armeniërs trouwens ook. Bijzonder jammer, omdat het ons lijkt dat Georgië het echt goed doet (vooral te danken aan de vorige regering onder Saakashvili). We gaan tevreden naar bed, de dag is weer eens bijzonder geëindigd! Morgen naar Mestia.

Liefs,

Marijke