Week 11: Bishkek, Bishkek, Bishkek

Maandag 8 juli slapen we eerst maar eens uit in onze koele kamer. Het ontbijt is enorm en vooral creatief. Omdat we de kapotte Webasto willen laten checken, ruimen we eerst de camperunit uit. We rijden naar een waypoint van een specialist. De buurman is heel vriendelijk en belt hem. Dan eerst naar Toyota. We hebben bij 80 km/uur een “honend” geluid en dat duidt meestal op een versleten lager. De garage is enorm en superdeluxe. Er staan dure Landcuisers en Lexussen alsof het warme broodjes zijn. We maken een afspraak de auto vanmiddag te brengen en die dan daar te laten. Terug naar de Webasto man. Het is inmiddels tegen de 40 graden dus de man zweet zich een ongeluk. Na anderhalf uur diagnose moet ie helaas concluderen dat de unit er helemaal uit moet en dat kan alleen als de cabine van de auto gaat. Hij merkt grappend op dat we de kachel voorlopig toch niet nodig hebben met dit weer. Touché. Terug bij Toyota wachten we in de luxe wachtruimte op de diagnose. Inderdaad lagers vervangen en ze gaan de remschijven polijsten, die hebben nogal te lijden gehad in de bergen. Pech is wel dat ze de goede lagers niet hebben, dus dat gaat tijd kosten. Hmm, 2 a 3 dagen, dat is even slikken. Eigenlijk ook wel goed voor ons, moeten we verplicht onthaasten! ’s Avonds gaan we om 18 uur naar Coen en Karin-Marijke, die al 16 jaar reizen in een oude BJ (www.landcruisingadventure.com). Ze zijn hier voor een paar maanden om de auto te restaureren. We hebben ze al eerder ontmoet tijdens de Overland Reünie in de Lutte die ze ieder jaar organiseren. Als we aankomen zijn Kiki en Sebastiaan er ook, twee lifters uit Nederland die net een Lada hebben gekocht om naar huis te rijden. Karin-Marijke heeft lekker gekookt en iedereen heeft wijn meegenomen. Het is enorm gezellig en het wordt laat! Gelukkig gebruiken we de Yandex taxi app, waarmee je eenvoudig een taxi kunt bellen voor nog geen Euro per rit, en dus zijn we zo “thuis”.

Ontbijt om 10 uur, gewoon omdat het kan en omdat laat naar bed gaan er nu wel inhakt (als we kamperen gaan we om half tien/tien uur). Weer zo’n enorm ontbijt, waar je tot 15 uur mee vooruit kan. Op naar de Osh-bazaar! Een enorme markt waar het leuk is om rond te dwalen. Prachtig brood, fruit en notenverkopers. Helaas kunnen we de taarten-afdeling, waar Wendy altijd zo enthousiast over is, niet vinden. Joost gaat er ook naar de kapper, een hilarisch bezoek. Voorover in de wasbak wordt z’n haar gewassen. ’s Avonds eten we heerlijk buiten bij Time out. Hier hebben ze een soort van privé-zitplekken buiten waar af en toe voor de koelte van die mist wordt rondgespoten, heerlijk.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bij het ontbijt worden we vergezeld door een Frans gezinnetje met twee kleine kindjes. Ze spreken weinig Engels, maar ze vertellen monter dat ze vanavond in Arslanbob willen slapen. Waar?!?!?! Da’s een heel eind rijden. De man laat z’n Maps.me app zien: “Only 6 hours”. Ha, ha, optimist. Ik laat ze nog even de kaart zien en geef aan waar de weg wat minder is (ze rijden een huur-Prius). Ach, waarschijnlijk komen ze er wel.

Vandaag wil Joost naar de carbazaar. Op zaterdag en zondag wordt er druk gehandeld (zagen we toen we langsreden) op het enorme parkeerterrein. Nu is het er erg rustig. Een man spreekt ons in prima Engels aan. Wat komen we zoeken? Een Landcruiser natuurlijk, ha, ha. Ik zie direct dat hij een Masters pet op heeft en inderdaad het is een golfer. Of Joost morgenmiddag tijd heeft? Hij leidt ons even rond in het luxere segment. Iedereen kan hier zijn auto parkeren voor de verkoop. Achter het raam zit een A4 met de gegevens en een telefoonnummer, bij interesse bel je. Er staan verrassend nieuwe auto’s, ook import uit de VS. Pure handel. We lopen even rond, maar de auto’s zijn best duur. Hij snapt niet dat we de auto hier niet achterlaten om te verkopen en met een ander naar huis rijden, ha, ha. Mirlan, onze customer relations manager van Toyota belt. “Waarom zijn we nog niet langsgekomen om te kijken hoe het gaat?” Huh? Handje vasthouden? Nou ja, er toch maar even heen. Hup, met de Yandex taxi rijden we 40 minuten voor 4 Euro. Het is inmiddels bloedheet. We krijgen een cape om en mogen de werkplaats in (je kunt hier van de vloer eten). De Master (hoofdmonteur) legt in het Russisch uit wat ze aan het doen zijn, Mirlan vertaalt. Ziet er allemaal professioneel uit en tuurlijk vanavond klaar. We gaan weer. ’s Avonds hebben we weer afgesproken met Coen en Karin-Marijke. Dit keer staan er twee motoren voor de deur van Els en Merijn. Ook Michel en Renee zijn er, die we eerder in Tadzjikistan zagen. Weer reuze gezellig! Renee heeft last van haar maag dus gaan we met z’n zessen naar de Indiër. Heerlijk eten en veeeel (reis)verhalen. Els vertelt enthousiast over Rusland en ik haar over mooie plekjes in Tadzjikistan. Ze hebben nogal pech met de motoren, dus er moet eerst gesleuteld worden voor ze verder kunnen. Da’s wel een rode draad in alle reisverhalen, iedereen heeft wel pech onderweg. Het schijnt er bij te horen. Gelukkig hebben wij nog niet stilgestaan op een of andere onhandige plek.

20190713_120931.jpg

Bishkek car bazar

20190713_151222.jpg

Onze auto en die van Peter bij Toyota

IMG-20190711-WA0001.jpg

Bij Karin-Marijke en Coen

Als we ’s ochtends met Toyota bellen is de auto nog niet klaar. Er was een probleem met een onderdeel. Tijd voor wat sightseeing! We lopen door het Panfilov park , vol met attracties voor kleine kinderen. Heel populair zijn hier de mini-uitvoeringen van luxe auto’s als Hummer en Mercedes waar de kleine mannen in kunnen rondrijden. Als Joost een voorbijrijdend jongetje roept om hem te fotograferen, zet de jonge chauffeur het ding geroutineerd in z’n achteruit en rijdt op Joost af. Dat heeft ie vaker gedaan! We lopen door naar het beeld van Lenin en het Ala-Too plein. Het ziet er allemaal prachtig verzorgd uit. We drinken cappuccino met taart (zo, dat was de lunch) en lopen door naar het ‘museum of fine arts’. We hebben geen enkele verwachting, maar het valt inderdaad wat tegen. Best wat aardige portretten en Kirgieze landschappen. Ik vermoed dat Kirgizië meer cultureel erfgoed heeft in de vorm van kleden, gedichten en muziek. Dan naar Tsum, een groot warenhuis, of eigenlijk een verzameling winkeltjes. Als je niets nodig hebt, dan koop je toch. Joost scoort een apart horloge en ik een aparte tas. Ook zien we nog wat leuke kadootjes voor vrienden. Auto nog niet klaar dus we gaan terug naar het hotel en eten ’s avonds uitstekend in Navat, een choykana. Dit is van oorsprong een theehuis waar je ook wat kunt eten. Die zie je hier overal. Navat is echter een keten, die er een moderne twist aan gegeven hebben. Leuk aangekleed en uitstekend eten. De collectie gekruide thee om uit te kiezen is indrukwekkend.

DSCF2382

DSCF2386

Vrijdag pakken we alles in en gaan met de taxi naar Toyota. Opgelucht dat de auto klaar is! We betalen en nemen afscheid. Bij het hotel bouwt Joost alles weer terug rondom de kachel, en we ruimen de auto in. Flink boodschappen doen en off we go! Ik heb al diverse pogingen gedaan om een plek te vinden waar we propaan kunnen scoren, maar alleen LPG kunnen we vinden. Ineens ziet Joost zijn scherpe oog een banner met propaanflessen er op en in de schuur staat een tankwagen geparkeerd. Dat zoeken we! Ik bel het nummer en even later arriveert een jonge man die geroutineerd onze fles pakt en ‘m begint te vullen. Hopsa. Ook gelukt. Even later worden we aangehouden omdat we geen licht aan hebben. Moest dat dan in Kirgizië?? Was ons nog niet opgevallen. Gelukkig kletst Joost ons er uit. In de bergen worden we nog een keer aangehouden. Dit blijkt een notoir stuk te zijn waar je maar 60 mag. De agent wil 1000 som (13 Euro). Als ik zeg dat we een bonnetje willen wordt het ineens 500. Voor een echte bon heeft hij onze papieren nodig. Daar hebben we geen trek in, dus we betalen maar. Hij zegt nog tegen Joost: “OK?”, Joost: “Not OK messing with tourists!”. We willen een mooie offroad route rijden door de bergen vlak onder Kochkor. Als we een stukje de vallei inrijden zien we een mooi plekje aan de rivier. ’s Middags had ik al wat vette spatjes gezien op de bumper en het opstapje, maar ik wil nu even geen garage meer, dus negeerde dat. Omdat ik zoiets al eens met mijn Mini heb meegemaakt, voel ik toch even met mijn vingers onder de stootbalk. Ja hoor, olie. Sodeju!!! Joost springt in de overall en onder de auto. Inderdaad, differentieel, reservewiel en uitlaat onder de olie. Niet goed. We zijn 250km van Bishkek maar besluiten direct terug te gaan. In Kochkor hebben we bereik en bellen Mirlan. Hij belooft ons op te wachten om 22.30 uur zodat we op het terrein kunnen overnachten. De rit is inspannend, grotendeels in het donker. We komen veilig bij Toyota aan en direct duiken er twee monteurs onder de auto. Nu even niet! We installeren ons op het terrein en nemen een biertje. Het is nog 30 graden, dus slapen gaat niet erg fantastisch. De volgende morgen komt de Master monteur direct op ons af, we krijgen een roombroodje. Het is “normalna” want de vloeibare pakking was waarschijnlijk niet goed uitgehard. Ach, ik zal jullie de rest besparen, maar we hebben nog de hele dag bij Toyota gezeten. Ze balen er behoorlijk van dus controleren nu alles extra goed. Joost communiceert er lustig op los met de monteurs via een vertaal-app, erg grappig. ’s Middags komt Peter nog weer langs. Ook hij moet wachten op onderdelen en slaapt in het hotel waar wij eerder zaten. Dat reserveer ik ook maar weer zodat we gezellig samen kunnen optrekken. Het duurt dus nog tot 19.30 uur voordat echt alles gecontroleerd is na een korte proefrit en inspectie op de brug. De Master mechanic is tevreden en dus wij ook. Snel naar het hotel, douchen en naar Navat met Peter.

Zondag ontbijten we rustig met Peter en Joost gaat toch nog maar even onder de auto kijken, Nee he, olie!! Hup weer naar Toyota (handig ze werken 7 dagen per week). De Master concludeert dat de auto niet goed schoon gemaakt is gisteren en doet het nu grondig zelf. Weer proefrit en inspectie op de brug. Nu is het wel genoeg geweest. We doen snel boodschappen en gaan op pad. Uit gemak rijden we naar dezelfde wildplek bij Sary Bulak die we eerder gevonden hebben. Aan de overkant vinden we een nog betere plek. Lekker weer kamperen, wijntje erbij en een wat koelere temperatuur om te slapen. Top, daar gaan we weer!

DSCF2392

Het was een bijzondere week, uiteindelijk 6 nachten in Bishkek, maar we hebben er wel van genoten. Lekker even rust, goed bed, douche, gezellige mensen, uit eten en een spoedcursus differentieel lagers vervangen voor Joost, ha, ha. Benieuwd wat Kirgizië ons nog gaat brengen.

Liefs,

Marijke

Week 10: Off-the-beaten-track Kirgizië

Maandag 1 juli blijven we nog een dagje in het weiland bij Arslanbob staan, samen met Daan & Clarine en de Duitse Udo en Kristien. We besteden de dag aan inlezen van de westkant van Kirgizië. Dat is een deel waar nauwelijks toeristen komen (‘off the beaten track”), met veel natuur, daar hebben we wel zin in. D&C hebben vandaag gewandeld in de walnotenbossen, waar Arslanbob bekend om zijn. ’s Avonds delen we ons eten. Joost heeft niet zo’n trek meer want die werd bij het hout sprokkelen onderschept door een oma, die hem volgestopt heeft met bietensalade en brood. Laat ik dat nou ook gemaakt hebben! Ook hebben we van Kristien ‘geburtstagkuchen’ gekregen. ’s Avonds hebben we een mooi kampvuur en komen Udo en Kristien niet met wijn, maar met prima wodka en Heineken bier aanzetten. Samen met de Iraanse pistanchenoten van Clarine, een waar feest en gezellig.

De volgende ochtend nemen we afscheid van D&C, nu gaan we echt een andere kant op, maar wie weet zien we elkaar nog in Kazachstan. Wij rijden nu ook naar Arslanbob om toch wat van de waterval te zien en de walnotenbossen. Helaas heeft Joost erg last van een hardnekkige blessure aan z’n achillespees, dus we parkeren de auto zo dicht mogelijk bij de waterval. Het is er een kleine kermis met allerhande kraampjes. Mensen willen graag op de foto met ons. Meisjes laten zich gillend nat worden onder de waterval. We zien een klein stukje van het walnotenbos en mooi uitzicht over het dorpje. Doel van vandaag is het meer van Sary-Chelek, volgens de Bradt gids ‘one of Kyrgystan’s true gems’. Het is een hele rit over een ‘rode’ (hoofd) weg langs de grens met Uzbekistan. Het is druk met vrachtverkeer en we komen regelmatig door stadjes/dorpjes. Bij Task-Kömur komen we op een gele weg en het is direct rustiger. De bergen zijn dor en het is warm (37), maar als we een pas over gaan is het ineens groen, prachtig. We slaan af naar Arkyt en de weg is zowaar in het begin strak asfalt. De vallei is prachtig met veel spelende kinderen in de rivier en grillige rotsen. Hoe verder we komen hoe meer lokale toeristen en plekken waar je een dagje kunt doorbrengen met yurts en speeltuintjes. Voor de toegang tot het National Reserve betalen we 900 som inclusief een camping permit.  De weg in het park gaat steil omhoog door weelderig groen meet heel veel gekleurde bloemen. We weten dat we alleen op de P bij het park mogen kamperen, maar als we daar aankomen is het er best druk met barbecueënde families. Ik ga eens vragen waar we exact mogen staan en de man verzekert ons dat vanavond iedereen weg is en geeft aan dat we dwars mogen gaan staan met uitzicht op het meer. Eigenlijk geen slechte plek, afgezien van de vele mensen die langslopen en gluren. Joost gaat verderop even zwemmen en ik raak aan de praat met een Duistsprekende gids die met een Duitse fotograaf op stap is. De fotograaf is nogal sacherijnig. De omgeving is wel mooi maar het lijkt te veel op Salzburg en Garmisch-Partenkirchen, dat verkoopt niet. Hij was dan ook vanmiddag (zei hij letterlijk) in een ‘gat gevallen’. Ik vraag de gids wat het verbodsbord betekent met een boete van 10.000 som. Oh, “je mag hier niet zwemmen” (hij kwam net uit het water). Hij licht toe dat ze hier vooral last hebben van dronken mensen (?!). De ranger te paard die langskomt, zegt er verder niets van. Vreemd. Gelukkig gaat langzamerhand iedereen weg en na 10 uur zijn we alleen op de parkeerplaats. De temperatuur is gelukkig ook gezakt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

’s Nachts barst een enorm onweer los met continue donder en bliksem, erg indrukwekkend. De harde regen verandert het parkeerterrein in een modderige boel. Al vroeg arriveren de eerste busjes met uitgelaten toeristen. Wegwezen hier. Ik pak binnen alles in en Joost buiten en zonder ontbijt gaan we rijden. Jammer, het is hier echt heel mooi, maar niet de idyllische afgelegen plek die we ons voorgesteld hadden. Als we beneden voorbij he dorp zijn gereden, houdt het op met regenen en gaan we naast de rivier even lekker eieren bakken als ‘brunch’. In Ala-Buka doen we nog wat boodschappen en dan verder naar het westen. We rijden door een prachtige kloof en net voor ons zijn er twee op elkaar gereden. De weg is best een goede gravel weg en breed genoeg, maar wel met onoverzichtelijke bochten. Als we een plek willen zoeken voor de nacht wordt dat nog best lastig in deze omgeving. Er is veel dagbouw (grint) en als we een zijweg inrijden over een klein bruggetje stuiten we op enorme graafmachines. Iets verderop rijden we langs een goudmijn. Onbegrijpelijk dat al dat materieel over dit weggetje gaat. Na een aantal pogingen is het raak en vinden we in een zijvallei een IMG-20190710-WA0001.jpgsappig weilandje naast de rivier en de zon schijnt ook nog. Dan smaakt een biertje wel lekker! Er komt 1 vrachtwagentje langs. De volgende ochtend komt de zon pas om 9 uur op de tent en de tempratuur op 1750 mt is prima te doen, dus we slapen wat langer. We genieten nog even van de omgeving met ons ontbijtje. Dan gaan we weer op pad. Richting het Besh Aral National Park. We hoorden van de gids dat het park er vooral is ter bescherming van een aantal diersoorten en dat het niet mogelijk is om er zelf in te rijden. Hoeft ook niet, want de omgeving is prachtig groen. We stijgen en gaan een pas over van 2870 meter. De weg is goed, dus ook Joost kan om zich heen kijken. We rijden nu door de Chatkal vallei (op 2000 meter), die is heel breed en lang. Eindeloos veel bloeiende bloemen langs de weg in verschillende kleuren en opvallend genoeg zien we geen vee (die hadden anders die bloemen opgegeten).  De dorpjes zijn levendig met winkeltjes en scholen. Heel apart want deze vallei is alleen toegankelijk of via Ala Buka door de kloof of vanaf Kyzyl Adyr via de noordelijke Kara-Buura pas op 330 mt met zeker 15 haarspeldbochten (alleen open in de zomer). Als we dan ook nog twee enorme diepladers zien op de weg (die later verdwenen lijken te zijn), snappen we er helemaal niets meer van. Let wel van Ala Buka naar Kyzyl Ardur is 244 km. Enorm afgelegen, ontoegankelijk en toch bewoond. Relatief natuurlijk, als je bedenkt hoeveel mensen er langs 244 km wonen in Nederland! Als we aan het einde van de vallei de bergen inrijden ri, de Kara-Buura pas vinden we een meesterlijk plek op een plateau tussen de gele bloemen met fenomenaal uitzicht. Even later komt een herder langs met z’n zoon en een enorme kudde schapen en wat geiten. Als ik vraag hoeveel het er zijn, antwoordt hij: 800! Hij gooit af en toe een steen om de dieren een bepaalde richting op de sturen, maar dat is het. Als hij weer langskomt vraagt hij om wodka. Wat plakjes worst erbij en water voor z’n zoon en ze zijn helemaal tevreden. Het waait flink en ’s avonds wordt dat nog wat sterker dus een vuur zit er niet in. ’s Nachts klinkt het of de knaagdiertjes die hier overal in de grond leven op de auto zitten; na inspectie van Joost blijken het de touwtjes van de blokken die we tussen de tent doen bij wind, ha ha, de fantasie sloeg weer op hol.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende morgen volgen we de prima brede gravelweg verder omhoog door de groene bergen. Er ligt geregeld sneeuw langs de weg. Vlak voor de pas loopt de weg door een nauw dal. Op twee plekken loopt de weg door de rivier en kun je kiezen: erdoorheen of over een provisorische brug (max. 2 ton). Met onze 3 ton nemen we toch de brug en dat gaat gelukkig goed. Met grote halen slingert de weg omhoog. Het uitzicht is spectaculair. De pas op 3300 meter is niet zo bijzonder en scheidt de regio Jalal Abad van de regio Talas. De weg naar beneden is een flinke verzameling haarspelbochten, die ze mooi ruim gemaakt hebben. We komen wat vrachtwagens tegen, maar dat gaat prima en er ligt zelfs een stootrand aan de zijkant (dat vind ik dan wel weer fijn). Aan de Talas kant is de weg ‘bumpy’ en rotsig. Ook zijn de bergen nu rotsachtig en kaal, en dat nog 75 km (saai). In Kyzyl Ardur gooien we ons afval weg en volgen we de asfaltweg (da’s lekker!) naar Talas. Daar doen we wat boodschappen in een prima supermarkt en scoren een gegrilde kip, die hadden we hier nog niet eerder gezien. We willen overnachten in de Besh-Tash vallei (ook een national park) om op wat hoogte te komen vanwege de warmte. We betalen 350 som entree en parkeren op de eerste de beste mooie stek die we zien langs het water. Lekker gras en vlak en we staan alleen. Af en toe komt er een auto langs, maar die zwaaien of toeteren vriendelijk. We peuzelen lekker de kip op met wat koolsalade en wijn. Langs komen een kudde paarden (met herder), een kudde schapen (met herder) en een kudde koeien (zonder herder), gezellig.

DSCF2301Door de rivier of over een 2 tons brug....Weg naar Kara-Buura pas (3300 meter)

Zaterdag (6/7) rijden we de vallei verder in. We zien heel veel groene weiden (jailoo) met paarden, koeien, schapen en de bekende yurts. Het is prachtig maar het weer betrekt. De gravelweg wordt een spoor en langs de weg zit een groep jongens. Een van hen vraagt of we zout hebben? Ze hebben een enorme teil met kipstukken en kipshasliks en de BBQ staat te roken. Hij strooit kwistig met ons zout, geeft ons wat tomaten en komkommers en wil vervolgens op de foto. Joost zegt dat we naar het meer rijden en dan terugkomen als de kip klaar is. Einde weg (25km van onze kampeerplek) ligt een klein en een groot meer. We parkeren de auto, lopen een stukje en stuiten dan op een groep Kazachen die staan de dansen op muziek uit een mobiele telefoon, een vrolijke boel. Uiteraard willen ze op de foto en Joost danst even mee. We klauteren nog wat verder over de rotsen richting het grote meer, maar het begint de spatten en te donderen. Opvallend hier zijn de Alchemilla Mollis en Geraniums die wij in de tuin hebben staan. In de regen rijden we terug. De jongens zijn weg, maar we komen ze wat verderop tegen en krijgen een zakje gegrilde kipstukjes mee. “Onze” plek blijkt bezet door een echtpaar dat al 29 jaar in Duitsland woont, maar hier geboren is, met hun vrienden. Ze komen met z’n allen de auto bekijken. Een jongen spreekt me in heel goed Engels aan en vraagt of we gemakkelijk aan een visum konden komen en of we last hebben gehad van de politie. Ik verzeker hem dat dat geen probleem was. Hij wil graag studeren in de VS en is al een keer afgewezen. Dat zal niet gemakkelijk worden, lijkt me. Joost gaat later nog even langs en wordt geacht nog wat shaslik en wodka te nuttigen, de Duitser maakt hem duidelijk dat weigeren geen optie is. We eten maar een soepje na dat alles, kijken een serie en gaan op tijd slapen.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We hebben na anderhalve week wildkamperen zin in stad. En aangezien het erg warm is in Bishkek besluiten we een kamer met airco te nemen. Zondag rijden we dus over een prachtige asfaltweg de 300 km naar Bishkek. Onderweg wemelt het van de commerciële yurts (waar je vanalles kunt nuttigen en kopen). Tegen de avond komen we aan bij hotel Kausar in een rustige woonwijk. De kamer is uitstekend maar vooral de douche is geweldig. Omdat we vandaag (7/7) 19 jaar bij elkaar zijn, gaan we met de taxi naar de stad en eten we uitbundig op het terras bij Navigator. We zijn nu een aantal dagen in Bishkek en ook de auto wordt vertroeteld bij Toyota. Maar daarover later meer!

Liefs,

Marijke

Week 9: Van de koude Pamir naar warm Kirgizië

Maandag 24 juni besluiten we naar Jarty Gumbez te rijden in het zuidoosten van de Pamir. Tot daar is de weg te doen. Van daaruit naar Zorkul wordt afgeraden, omdat er auto’s zijn vast komen te zitten in de modder. We zijn Murghab nog niet uit en staan bij het checkpoint of ik ontvang een bericht van Daan en Clarine. Ze hebben onze paalpost ontvangen! En we kunnen vanavond afspreken in Murghab. Leuk. Aangezien het toch koud is, regent en af en toe sneeuwt, korten we onze plannen in. We rijden naar een oud Sovjet observatorium in de Karasu vallei (waar we eerder hebben overnacht). De mist hangt laag en dat maakt alles mysterieus. We komen 1 Kroatische motorrijder tegen die aangeeft dat het verlaten basecamp van het observatorium eruit ziet als een scene uit een Mad Max film. En inderdaad, lege houten barakken met een kapotte vrachtwagen en hier en daar kleidingstukken en hoorns van Marco Polo schapen. Met de sneeuw en mist erbij best een beetje ‘creepy’. We eten snel wat uit de wind en verbazen ons weer over hoe verschillend van kleur en textuur rotsen kunnen zijn. Om 15 uur zijn we terug in het Pamir Hotel en niet veel later arriveren Daan en Clarine. We hebben elkaar veel te vertellen, dus het wordt gezellig en na een warme douche eten we samen. De volgende dag ligt er een dun laagje sneeuw op de auto’s maar al snel komt de zon er door en is het weg.

Openlucht dansuitvoering, Murghab

Karasu vallei

Verlaten basecamp Soviet observatorium

Met Daan en Clarine bij hotel Pamir

Diesel ‘tanken’, Murghab

Container bazaar Murghab

Brood kopen, ja doe maar 2

We ontbijten samen, wisselen nog wat info uit en gaan diesel tanken en naar de container bazaar. Nu een stuk levendiger dan gisteren. We nemen afscheid maar gaan elkaar vast nog tegenkomen in Kirgizië. Ons plan is om eerst naar de zoutmeren bij Rangkul te rijden. Als we er aan komen, is het weer erg guur, het sneeuwt en de weg een stevig wasbord. Geen zoutmeer te zien, wel wat meren met hoge Chinese bergen op de achtergrond. Nodigt niet uit om rond te blijven hangen. We vervolgen de Pamir Highway naar het noorden. We gaan dan de beruchte Ak-Baital pas over van 4600 meter. De auto heeft het zwaar, want met deze hoogte verdwijnt de trekkracht en komt de turbo maar moeilijk in actie. En dan is de weg ook nog nat en modderig. Ongelofelijk dat diverse fietsers dit ook doen, petje af! Na de pas volgt weer een onwerkelijk landschap, een brede vallei met hoge pieken. We hadden bedacht de Bartang vallei aan de oostkant in te rijden. Als we bij de afslag aankomen is de track bedekt met sneeuw. Met de verhalen van vastzittende auto’s in ons achterhoofd en een kapotte standkachel, hebben we daar geen trek in. We komen aan bij het enorme Karakul meer. Het is een prachtig gezicht, zo’n blauw meer met besneeuwde toppen rondom. We rijden het dorpje in op zoek naar een plek om beschut te overnachten. Als we even stilstaan komt er een jonge vrouw op ons af en probeert ons in het Engels te overtuigen dat we vooral bij haar moeten komen. Dan doen we dan maar en ze is er zichtbaar erg blij mee. Het is een zeer eenvoudige homestay, waarbij je in een kamer van de familie kunt overnachten. Wij kiezen ervoor in de auto te slapen maar wel gebruik te maken van diner en ontbijt. Het toilet blijkt een meerpersoons gat in de grond te zijn zonder dak er boven. Voordeel: je ruikt er niets van, nadeel: je wordt nat als het sneeuwt of regent, en je zit altijd naar andermans productie te kijken, boeiend. Afijn, we doen het er mee voor het bedrag van 10 Euro totaal. Er lopen twee kleine kindjes rond, waar ik mee probeer te spelen. Verstoppertje doet het goed bij het wat oudere jongetje. Joost probeert intussen de kachel te resetten (daarvoor moet alles uit de bakken ;-( ). Het werkt helaas niet. In de zon is de temperatuur nog te doen en we lopen een klein rondje. Het is een troosteloos dorp, waar de hoeveelheid drogende koeienvlaaien verraadt dat er veel gestookt moet worden tegen de kou. Als ik met de kindjes op straat sta, komt er pruttelend een Lada met een familie tot stilstand. De kindjes zwaaien naar mij en de vader stapt achteloos uit met een fles slaolie in de hand, lijkt het. Hij giet het in de brandstoftank en verder gaat het spul. Iconisch. De jongens uit het dorp komen in groepjes langs om de auto te bekijken.

Inmiddels komen we er achter dat het een uur vroeger is “Pamiri time”, niet echt officieel maar het verklaart waarom Elvira een uur later exact op het uur met de maaltijd aankomt. Het is erg eenvoudig, maar zeer smakelijk: noodles met gebakken aardappelen erop en een lekkere aangemaakt tomatensalade. Daarnaast natuurlijk brood, boter en thee. Het is zoveel dat we de helft moeten laten staan. Joost gaat binnen een film kijken en ik ga maar in bed liggen vanwege de kou. Ik heb echt alles aan wat ik kon vinden en heb het ’s nachts gelukkig niet koud. (26/6) We gaan er erg vroeg uit en gelukkig schijnt de zon fel. We krijgen rijstsoep met tomaten, brood, boter en thee als ontbijt. Het vult uitstekend!

Pamir Highway boven Murghab

Yes, Ak-Baital pas 4600 mt.

Karakul

Oude caravansarai op weg naar Karakul

Homestay Karakul

Lakel Karakul

De kindjes van Elvira

We nemen afscheid van Elvira en haar gezin, ze bedanken ons uitgebreid. Hier word je heel nederig van, zoals mensen hier leven. Bij het meer komen we een Duits fietsend echtpaar tegen, knap hoor. We gaan nog twee passen over van ruim 4000 meter. De zon schijnt en het ziet er allemaal indrukwekkend uit. Vlak voor de Tadzjiekse grens wordt de weg echt vreselijk. Flinke potholes en bij de douane is het een grote modderpoel. We ontmoeten Daniel en Mark die met een gehuurde Patrol aan het rondrijden zijn. Heel dapper, want er is echt vanalles mis met de auto. Daniel heeft net 3 maanden zijn rijbewijs en begint volgens week als arts (het boek Acute geneeskunde ligt op de voorstoel). Ze hebben er wel lol in, ondanks de kapotte startmotor en continue bezinedamp waar ze in rijden. Ze hebben permanent een steen in de auto omdat de handrem het niet doet. Geniaal. Prettig dus dat we samen het beruchte niemandsland kunnen doorrijden. Tussen de grens van Tadzjikistan en Kirgizië ligt tientallen kilometers niemandsland en de weg is berucht steil, slecht onderhouden en nu ook modderig. Gelukkig gaan we van boven naar beneden, want andersom had ik niet graag gedaan. De douane is aan beide kanten prima te doen en de Kirgiezen kijken niet eens in de auto. Wel helpen we nog even een gestrande Letse motorrijder met starten. Het landschap aan de andere kant is wonderwel anders. Gras, paarden, yurts en ….. warmer! De besneeuwde toppen aan de horizon zijn prachtig. We wisselen wat Dollars en Somoni bij een benzinepomp en eindigen de dag in een alpenweidje naast 3 Duitse overlanders. Heerlijk even zitten in het zonnetje. Helaas begint het snel te onweren en hard te waaien. We draaien de auto in de wind en eten in de auto. Slapen gaat fantastisch in deze temperatuur!

Op weg naar de grens met Kirgizië

350 hek tegen de grens met China

De Patrol in het niemandsland (het ergste gehad)

Kirgizië met blik op Tadzjikistan

Donderdag ontbijten we traag, wisselen nog wat ervaringen uit met de Duitsers (Hilux, MAN truck en Hymer camper) en vertrekken richting Osh. Osh is de tweede grootste stad van Kirgizië met 250.000 inwoners en we hebben wel zin in lekker uit eten en even wat anders. Onderweg laten we de auto grondig wassen, want de rode modder zit tot aan het raam. We vinden een plek bij het Apple hostel, waar ook een Belgisch VW-busje staat. We gaan de stad in en kopen een autoverzekering bij een dame die prima Engels spreekt, en daarna bij de Beeline 2 sim-kaarten (joehoe, 4g!). We drinken wat lekkers bij het Ice cafe en ik Whatsapp met Wendy die 150 km verderop zitten, waar we het beste kunnen gaan eten. We missen Wendy en Wilchard echt op een haar en dat is jammer! We gaan zitten bij Tsarskii Dvor, een bekende eterij. We hebben net een aperitief besteld of via Polarsteps hebben we contact met Koen en Daan: ze zitten in hetzelfde restaurant! Joost zoekt ze op en het wordt en reuze gezellige avond met veel vlees en te veel Georgische rode wijn. Top. Wat een bikkels, die mannen. We nemen een taxi naar ‘huis’.

Met Rob en Koen

Vrijdag branden we de tent uit in de felle zon. We gaan naar de garage van Vladimir om de auto te laten controleren en olie te wisselen. Vladimir loopt onder de auto door en laat gelijk merken dat hij onze veringconstructie achter niet in orde vindt. Hij raadt ons ten zeerste aan er een extra veer tussen te zetten aan beide kanten. Zijn vriend is Rus en spreekt gelukkig Engels. Na enig beraadslaag besluiten we om dat te laten doen, morgen om 10 uur. Ze kunnen nu wel even de olie wisselen. Dat blijkt nog een heel gedoe en het duurt totaal 3 ½ uur. Gelukkig heeft Osh niet veel bezienswaardigheden, dus geen druk om vanalles te gaan zien, ha, ha. We lunchen bij Aztec’s en gaan naar de bazaar, een van de oudste en drukste van Centraal Azië. Omdat het vrijdag is, is het er niet al te druk en we lopen flink rond. Zoveel winkeltjes met dezelfde spullen! Maar wel prachtig fruit, groenten, noten en dergelijke. We rijden in de kokend hete auto naar het hostel en nemen een lekker koel biertje. Lopend gaan we weer naar Tsarskii Dvor, maar helaas is het op een drukke vrijdag erg slecht gesteld met de service. Het duurt lang en er gaat vanalles verkeerd. Gelukkig compenseren ze het op de rekening.

Zaterdag gaat Joost met de auto naar de garage. Ik krijg om 10 uur een appje dat ze samen eerst naar de bazaar gaan om de veren te kopen. Ik blijf in het hostel, doe de was, social media en onze blog. Halverwege de middag ga ik op pad voor het spannendste deel van onze reis: de kapper! Op goed geluk loop ik ergens binnen. Bij de dameskappers hier kun je niet naar binnen kijken en meestal staat er een wasrekje met handdoeken voor. Als ik binnenstap kijken zeker 8 dames met lang haar mij aan. Ze spreken geen Engels, maar als ik aangeef dat ik graag mn haren geknipt wil hebben, dan zegt de eigenares: Yes, yes! En wijst iemand aan. Ik ben spontaan mijn Russisch kwijt, want het vocabulaire voor de kapper heb ik nog niet. Geen probleem, ze wast mn haren twee keer en er gaat conditioner in. Daarna geef ik wat aanwijzingen in het Russisch en ze begint kordaat te knippen. Ik word ook nog mooi geföhnt, 400 som (5,20 Euro) en het ziet er prima uit. Uitgerekend tijdens de knipbeurt belt Joost 3x (!) of ik naar de garage kan komen. Omdat dat een half uur lopen is en 32 graden, neem ik een taxi. Met de chauffeur heb ik wat spraakverwarring en even denkt hij dat ik hem wil huren voor een reis van 4 maanden door de Stans! Bij de garage zijn ze nog druk aan het werk om de twee extra veren in het pakket onder de auto te krijgen. Het ziet er erg goed uit, maar is hard werken omdat er vanalles erg vast zit. De heren monteurs zien er afgepeigerd uit, maar zijn zelf uiterst tevreden over het resultaat en dus wij ook. En dat allemaal voor 129 Euro! ’s Avonds spreken we af met Daan en Clarine die inmiddels ook in Osh zijn. We eten fantastisch en gezellig bij Etno café.

Vladimir maakt de veren glad

Met Daan en Clarine

Zondag nemen we afscheid van de medereizigers in het hostel en gaan op pad, Eerst inkopen doen bij een kleine bazaar en supermarkt in de buurt. Het lijken kleine winkeltjes maar ze hebben echt alles, superleuk. Hier in Kirgizië zien groente, fruit en brood er fantastisch uit. Zeker in Osh komt het erg welvarend over in vergelijking met Tadzjikistan. Dan gaan we, op aanraden van Daan, naar de veemarkt in Uchkun. Natuurlijk arriveren we om 10.30 eigenlijk te laat. De paarden en koeien zijn al verhandeld en er zijn alleen nog schapen over. Daan heeft hier 300 foto’s gemaakt, ik maak er 4, maar ik ben dan ook geen professional. Het is best geinig er even rond te lopen. Ik vraag wat een schaap kost. Dat begint bij 6000 som (80 Euro). Door heel veel dorpjes en stadjes rijden we over een goede weg richting Arslanbob. Onderweg zien we Daan langs de weg staan en er blijkt wat losgetrild. Joost heeft het juiste schroefje voor ze aan boord en we kunnen weer verder. We rijden dezelfde kant op en dus besluiten we op dezelfde plek te gaan staan. Clarine loopt iedere dag zo’n 1 ½ uur voor haar rug en ze nodigt me uit om mee te gaan. We lopen op de bonnefooi door de heuvels langs leuke dorpjes. Eigenlijk heel leuk, want je ziet veel meer. Dit gebied heeft een walnotenbos van 11 ha. en is prachtig. Gelukkig koelt het ’s avonds lekker af en verzorgt vuurmaster Clarine ons lekkere vuur. Halverwege de avond arriveert een enorme Duitse MAN truck, die we onderweg ook al gezien hebben. Op een afstand ziet het er patserig uit, cctv rondom en ’s nachts rondom verlicht. Vanochtend hebben we ze even gesproken. Wat een bijzonder verhaal! Ze hebben 12 jaar met een Mercedes G met een daktent gereisd en hebben nu een carbon opbouw laten maken. We mogen binnenkijken. Ik ga jullie niet vertellen wat er allemaal inzat als vernuft, maar tjonge, we zijn ongelofelijk onder de indruk. De opbouw weegt maar 700 kg! (met Japanse miniwasmachine, elektrisch neerlaatbaar bed, 3 koelkasten, enz., enz.). We schatten totaal 8 a 9 ton Euro. Het is haar verjaardag vandaag, dus we blijven lekker hier en gaan een wijntje drinken daar vanavond! Ben benieuwd wat daar allemaal uit de kast komt, ha, ha. Verder gaan we onze route door Kirgizie grofweg bepalen. Hierna willen we in ieder geval de westelijke hoek doen (daar komen niet zoveel toeristen😋).

Veemarkt Uchkun

Met D&C kamperen bij Arslanbob

Excuses voor het lange verhaal, maar jullie blijven enthousiast reageren, dus ik schrijf lekker door!

Liefs,

Marijke

Week 8: Prachtig Pamir!

Maandag 17 juni blijven we nog een dag in Khorogh. Joost gaat op zoek naar een lasser en iemand die de afdekplaat kan snijden. Merkwaardig genoeg heeft ARB afdekplaten geleverd bij de lierbumper die aanschuren tegen een aantal onderdelen (waaronder het reservoir van de ruitenwisservloeistof) en zo schade veroorzaakt. Dat merk je pas als je lekker offroad rijdt en dat doen we. Joost spreekt iemand aan bij een bezinepomp en voor ‘ie het weet neemt iemand Joost mee naar de andere kant van de stad, blijft een uur bij hem als de lasser bezig is en brengt ‘m ook weer terug naar het guesthouse. Geweldig toch, die mensen hier? We drinken een “cappuccino” bij een plaatselijk hip café en struinen de bazaar af op zoek naar groeten, fruit, yoghurt voor de komende week. Winkelen wordt steeds lastiger hoe verder we de Pamir inkomen. We ontmoeten Jurg en Kathy bij de supermarkt en we besluiten samen bij de Indier te gaan eten. We nemen ook nog een Zweed mee die inmiddels op een Indiase motor is aangekomen (Anton & Anton, maar Anton-2 gaat niet mee). Als de Zwitserse fietser Pascal zich ook nog bij ons voegt, wordt het heel gezellig!Dinsdag rijden we vanaf Khorog de Wakhan vallei in. De Wakhan rivier scheidt Tadzjikistan van Afghanistan en op sommige plekken kun je Afghanistan bijna aanraken. De vallei is groen omgeven door sneeuw bedekte toppen (de Hindukush range). Er zijn onverwacht veel dorpjes, hoezo “remote”? Wild kamperen is dus best lastig en dus besluiten we te kamperen bij het guesthouse ‘Intisor” in Namadgut. De gastheer slaapt zelf in een lemen huisje, maar voor zijn gasten is er een echte badkamer met warm water en douche. Het uitzicht is fenomenaal. Ze zijn alleraardigst en hebben ook een shopje bij het naastgelegen fort uit de 3e eeuw v. Chr. . Als er toeristen aankomen, wordt hij geroepen en verkleedt zich razendsnel in een Afghaans kostuum. Ik kan in het Russisch een beetje communiceren met hem en z’n vrouw. Hun oudste dochter studeert in Dushanbe en de middelste spreekt prima Engels. Wat opleiding betreft, gaat het hier prima. Het alfabetisme is erg hoog en nagenoeg ieder kind gaat naar school. Het valt ons sowieso op dat Tadzjikistan goed ontwikkeld is en geen bananenland zoals wij op afstand wellicht denken. Goed om dat hier zelf te ervaren dus! De volgende ochtend wordt het snel warm. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn echt groot. Ook al is het ‘maar’ 23 graden, in de zon voelt het al snel als 30. We krijgen griesmeelpap als ontbijt (dat vind ik dus heel erg lekker) en zelfgebakken brood met eigengemaakte boter (die zo lekker is dat ik het Becel bakje leegschraap en dat volschep). We bekijken de resten van het fort Khak-Kaka en vervolgens en naastgelegen museum. Het oude mannetje legt ons ieder voorwerp uit en we zien een mooi Pamir huis waarin volgende een vaste indeling prachtig gegraveerde houten pilaren staan.

De vallei wordt steeds breder en mooier en we zien heel veel dikke Landcruisers met toeristen die langsrazen. Wij rijden langzaam, ook omdat de weg slecht is. We gaan uitgebreid in bad bij de Bibi Fatima hotsprings. Hier zijn mannen en vrouwen gescheiden en tot mijn verbazing gaat iedereen hier gewoon naakt het bad in. Toch een bijzondere ervaring als ze buiten zo ingepakt rondlopen. Bij het Fort Yamchun komen we de Duitse brandweerauto weer tegen. We kamperen op een klein grasveldje (3200 meter) in het gehucht Vichkut met toestemming van de eigenaar die vervolgens van alles wil weten (hamvraag: wat kost de auto?). Aangezien we midden in het gehucht staan, hebben we aardig wat aanspraak. Ook kunnen we zien hoe ze op een ingenieuze manier de stukjes land irrigeren met het water dat van de berg afkomt. De kanaaltjes worden beurtelings open en dicht gezet met stenen en modder door een meneer met een schep, zeg maar de ‘dijkgraaf’. Fascinerend.
In de Wakhan zijn 3 religies aanwezig: Islam, Bhuddisme en het Zoroasme. In Vrang gaan we op zoek naar een Buddhistische stupa. We lopen een paar jongetjes achterna en de stupa is ‘een hoop stenen’ (Joost). Ach, hebben we onze cultuur ook weer gehad. Aan het einde van de Wakhan vallei, in Langyar, ga ik op zoek naar brood. Ik kom uit bij een mevrouwtje dat me meeneemt naar haar woonkamer waar ze een doos onder de tv openmaakt. Er komen zowaar twee mooie platte broden tevoorschijn!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nu rijden we noordwaarts de Pamir vallei in. En wat een landschap! Indrukwekkend, rotsig en leeg met een spannende smalle weg. Er is erg weinig verkeer en we tappen water uit de beek. We eindigen op een wildplek die op iOverlander wordt aangeduidt als ‘a perfect place’ en dat is het. Een mooi blak stuk aan de rivier met wat bomen als beschutting tegen de heftige wind, die hier altijd en overal waait). Asl we staan komen de twee fietsers aan die we eerder zagen en een Hilux met een Zwitsers stel. Daar klikt het prima mee, maar ze hebben zo’n last van de hoogte dat ze om half negen al het bed in duiken. Wij gaan trouwens niet veel later, want het is op 3500 meter flink koud en guur. We kijken al enkele avonden naar de Belgische serie Salamander, geweldig.Vrijdag 21/6 wordt een absolute topdag. We rijden de Khargush pas over (4200 meter) en vlak daarvoor komen we Rob en Koen tegen. Rob is de vriend van Koen z’n vader en al 62, maar wat zijn die fit! Toch is het wel aanlokkelijk om ons de bagage mee te geven en dan op de top af te spreken. Ze hebben gisteren 12 uur gefietst, want het viel toch wat tegen, en maar twee koppen bouillon als diner gehad. Ik maak dus snel een enorme pan tonijnsalade en thee voor ze. We filmen ze als ze aankomen. Ze vallen aan en bezweren dat ze deze vakantie nog niet zo lekker gegeten hebben. Het begint een beetje te sneeuwen en de wind is genadeloos, maar dat mag de pret niet drukken. We nemen afscheid en rijden door een prachtig maanlandschap. Bij een paal langs de weg, krijgen we het idee een boodschap achter te laten voor Daan en Clarine, die 2 dagen achter ons rijden. We hopen dat ze het zien! Aan het einde van de Pamir vallei nemen we een klein stukje Pamir Highway westwaarts en slaan af richting Balunkul. Wow, wederom een heel ander landschap met gekleurde rotsen. We rijden langs het meer Yasil kul en vinden een plekje achter een rots. We zijn helemaal alleen en komen niemand tegen, tot er ineens een Rus komt aanrijden in een Lada Niva met de curieuze vraag of we levermedicijnen hebben?! We kunnen ‘m niet helpen en hij vertrekt weer. We slapen op 3850 meter in vol tenue (en uitgerekend nu wil de kachel niet werken, hoogte?).

Bericht voor Daan

Kargush pas

Lunchen met Rob en Koen

Door de zon branden we snel de tent uit en rijden we richting Alichur over een track langs meren, yaks en roodstaartmarmotten. Wat een geweldige tocht. Alichur blijkt niet veel te zijn en dus rijden we oostwaarts over de Pamir Highway ri. Murghab. Wederom een slechte asfaltweg met gaten (max. 50 km/u). We besluiten toch nog een nachtje wild te kamperen in een vallei. Achter een rots staan we redelijk beschut. Op 3800 meter is het adem happen en lastig slapen, dat wel, maar de omgeving maakt veel goed en het is oorverdovend stil.
Vandaag (zondag 23/6) springen we om 7 uur uit bed, omdat we hopen Daan en Clarine tegen te komen (ik dacht dat ik een donkere auto zag). We zijn om half negen in Murghab en met bereik zien we op Polarsteps dat ze hier nog niet kunnen zijn. We gaan op zoek naar diesel en tanken uit grote tanks 70 liter. Nu kunnen we weer plannen maken (we hebben nog een week op onze auto import). We lopen even over de bazaar die net ontwaakt, een verzameling containers met winkeltjes. We pompen water uit een put en hebben een leuk gesprek met een lerares die uitstekend Engels spreekt. Bij Hotel Pamir gaan we even ontbijten en kunnen we warm douchen. Wat een traktatie!We besluiten de vallei van de Murghab rivier in te rijden en daar krijgen we geen spijt van. Wat een prachtige combinatie van groen en gekleurde rotsen. Om de 5 minuten stoppen we voor een foto (heenweg 3 uur, terug 1 uur, ha, ha). Terug in Murghab nemen we lekker een kamer in het Pamir hotel voor de afwisseling. Ik bel even met Jaap en Jacomien, dat is fijn om die even te horen. De Nederlander Martijn is hier ook die we al eerder in de Bartang zagen, gezellig (samen met Poolse en Russische motorrijders en Japanse toeristen).

Tja, de Pamir is een gewilde bestemming en dat snappen we nu maar al te goed!

Geen idee of alle foto’s doorkomen, maar dan hebben jullie in ieder geval het verhaal!

Veel liefs,
Marijke

Week 7: Proloog Pamir

We logeren in het Green House Hostel en dat is typsich een plek om andere reizigers te ontmoeten. Het hostel zit vol, maar we kunnen op de binnenplaats parkeren en in de auto slapen. Precies wat we willen. Er zit een groep Chinezen, die geen Engels spreken maar wel erg aanwezig zijn. We ontmoeten een liftend Deens stel, een Wat oudere Belgische dame die alleen reist en een Franse fietser, die we eerder die dag bij de Anzob tunnel gepasseerd zijn. Heel gezellig om even te kletsen. We gaan Dushanbe in en drinken ergens cappuccino met gebak, bekijken het Rudaki park en shoppen wat shirtjes en kleren voor ons allebei. In de Dushanbe mall lunchen we met Lagman (een noedelschotel). Dushanbe is groen en ruim opgezet, maar helaas regent het wat. ’s Avonds eten we met de Belgische Monique bij een ‘choykana’ (theehuis) heerlijke shaslik met salades, brood en bier. Monique sipt wat van een wodkaatje en wordt heel gezellig! Dinsdag 11/6 staan we op het punt van vertrekken maar Joost stoot lelijk zijn hoofd tegen een openstaand keukenraam. Het bloedt enorm en we besluiten met de hostelmedewerker naar het ziekenhuis te gaan. Het is er vreselijk druk, maar Joost krijgt een VIP-treatment. Het is in een kwartier (nogal ruig) gehecht en we hoeven niets te betalen. Joost voelt zich verder prima, dus we slaan in in een grote Frase supermarkt. In het centrum hangen de mensen uit de auto: “ Welcome to Tadzjikistan!” of “ Welcome to Dushanbe” of gewoonweg “ Arjen Robben!” of een duim uit het raam. We rijden richting Dangara over een prima weg met goed verlichte tunnels. Vlak na Dangara stoppen we bij het monumentje langs de weg voor de 4 omgekomen fietsers. Een van de overledenen is de man van een collega van Joost van het AMC, zij was er bij overigens. Het is moeilijk voor te stellen wat hier gebeurd is, want de Tadzjieken zijn zo aardig en de weg is druk en goed. De tekst geeft aan dat de hele Tadzjiekse bevolking Familie en vrienden condoleert. We worden er emotioneel van. We vinden een rustige plek in de heuvels.

De volgende dag komen we in Kulob, waar we erg enthousiast worden van de bazaar. Zo leuk die levendigheid en geen toerist te bekennen. We kopen een vliegenmepper tegen de eindeloze vliegen hier en heerlijk warm brood. Na Kulob rijden we gestaag de bergen in en een pas over. De weg is slecht, maar de uitzochten prachtig. Dan wordt het glad asfalt (dank aan de Chinezen) en duiken de Panj-vallei in met uitzicht op Afghanistan. De omgeving is supermooi en de Afghaanse kant fascinerend. Er passeren heel veel Landcruisers vol met toeristen of locals en af en toe is er een checkpoint waar we paspoort en visum laten zien. We komen bij een plek naast de rivier uit, waar een paar militairen vragen of we een slaapplaats zoeken. Komt dat mooi uit! Of we niet beneden op het plateau naast de rivier willen staan? Wow, wat een uitzicht. Ik installeer me en bekoekeloer de Afghanen die langskomen op brommer, ezel of lopend. We staan tegenover een jongensschool vertelt Aladin me. Hij is nu herder, maar was leraar en met een beetje Russisch hebben we een gesprek. Hij legt me uit dat in Tadzjikistan de jongens en meisjes door elkaar naar school gaan, maar dat deze school alleen voor jongens is. Hij keurt het zichtbaar af. Hij is 79, geneert zich wat voor zijn uitgevallen tanden, maar is nog fit en heeft 9 kinderen en 20 kleinkinderen. En of we vooral naar hem toe willen komen als er problemen zijn, hij woont in het volgende dorp, Khostav. We slapen als een os in de koele nacht en gaan de volgende dag op weg naar Kalai-Kumb. Daar gaan we de Pamir Highway op. De weg er naar toe is prachtig, maar na het dorpje wordt het vreselijk en druk met veel vrachtverkeer over de smalle weg. Nu snappen we waarom de noordelijke route wordt afgeraden. We hutsen en butsen uiteindelijk 6 uur over 120 km. Maar, met hulp van iOverlander we vinden wel een topplek bovenop een plateau met wijds uitzicht over Afghanistan. Wow! Even later komen Kathy en Jurg aangefietst en daarna ook Israël, een Braziliaan. Bij Joost z’n aanbod van een koel biertje glunderen ze van oor tot oor. Isri heeft die dag 70 km gefietst! Zo knap van die gasten dat ze die vreselijke weg fietsen in de hitte. Wij vinden het trouwens warm, maar de Tadzjieken vinden het maar koud en het weer niet normaal. Hebben wij mazzel.

Vrijdag helpt Joost eerst Isri met z’n fiets. Daarna nemen we afscheid en gaan op pad. De weg wordt iets beter en de vallei is spectaculair. Hier dankt de Pamir Highway z’n reputatie aan, niet de kwaliteit van het wegdek! Het weggetje aan de Afghaanse kant is indrukwekkend, soms hangt het pad aan de rotsen. Rond de middag komen we aan in Rushon en kopen een broodje en vullen water bij langs de kant van de weg (hier zijn over bronnen te vinden). Vuilnis weggooien is hier een hele kunst, afvalbakken zijn schaars. We rijden de Bartang vallei in. De Bartang komt uit in de Panj rivier. De vallei is smal en rotsig, toch anders van karakter en erg rustig. We stoppen bij een homestay, maar er is niemand te bekennen. Dan toch naar die ‘amazing’ wildplek. En inderdaad een prachtig groen grasveldje met bomen en een waterbron, en zelfs een betonnen brug om onder je auto te kijken. Er staan twee minibusjes met scholieren en ze hebben pech. De accu is leeg en ze hebben een lege band. Joost helpt ze met de compressor. Ze blijven nog lang hangen, want er moet blijkbaar van ver een accu worden gehaald. Uiteindelijk zijn we helemaal alleen. We eten wat en douchen alletwee onder de douchezak aan de moerbeiboom.

Ondanks de fraaie plek besluiten we toch naar Khorogh te rijden. Al de ruitewisser vloeistof is eruit gelopen en om te bekijken wat er aan de hand is moet de afdekplaat er af. Da’s een heel gehannes, dus gaan we een ‘mannetje’ zoeken. Eerst rijden we langs de douane om de auto-import met 15 dagen te laten verlengen. Dat gaat verrassend goed en snel. Dan naar een guesthouse waar we in de auti kunnen slapen. Wat lastig te vinden, maar gelukkig komt de eigenaar net aan. Op de parkeerplaats staat al de grote brandweerauto van twee Duitsers met hun 3 kindertjes. We zoeken naar een ‘mechanic’ en wachten een tijd bij iemand die zegt ons te kunne helpen. Het duurt ons te lang, dus wassen we de auto en gaan terg naar het guesthouse. Leuk kletsen met de Duitsers. Onderweg spotten we de Belgische Monique en het Deense stel weer. S’ Avonds komen we ze ook tegen bij het goede Indiaanse restaurant. De wereld is klein!Zondag gaat Joost toch zelf onder de auto, maar het is een vreselijk karwei om de afdekplaat er af te krijgen. Het duurt een belangrijk deel van de dag en dan blijkt diezelfde plaat een gat gemaakt te hebben in het reservoir van de vloeistof. Wat een gedoe. Ik draai intussen de was. Er is inmiddels een familiefeest aan de gang en de muziek gaat hard aan. We krijgen eerst koekjes en snoepjes, dan komt een bord plov met salade en dan komen ze bezorgd vragen of we niet nog meer eten willen en of we alsjeblieft willen meefeesten. Uiteindelijk verkleden we ons snel en voegen ons bij het grote gezelschap. De tafel staan vol met eten en drinken en iedereen danst er vrolijk op los. We doen graag mee. We verstaan elkaar moeizaam, maar dit zijn de leuke ervaringen!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Morgen nog maar een dagje in Khorogh, want de klus is nog niet af en aan boodschappen doen zijn we nog niet toegekomen. Heerlijk even relaxen hier.We zijn nog niet in de ‘echte’ Pamir, maar de proloog was al enorm indrukwekkend. Dat belooft wat!

Liefs,Marijke

Week 6: Indrukwekkend Tadzjikistan

(Tweede poging, er ging wat mis met de foto’s!)

Op zaterdag 1 juni gaan we toch echt de grens met Tadzjikistan over. Nu is ons visum wel geldig. Een aantal dounebeambten zijn dezelfde als een paar dagen geleden en we worden enthousiast onthaald. Nu geen vraag naar registraties en het lijkt wat vlotter te gaan. Bij de Tadzjiekse grens helpen we 3 Franse stellen met campers. Ze spreken een beetje Engels en schrikken van de roadtax (100 Dollar, voor ons 25). Ik speel vertaler en goochel tussen Engels, Russisch en Frans. De douanier is er blij mee en babbel zelfs wat met ons. Zijn Engels is eigenlijk prima! De auto wordt niet eens doorzocht en we zijn de grens over! In Penjikent pinnen we somoni’s en kopen bij de Megafon een sim-kaart van een vlotte Engelssprekende jongedame. We lopen nog even over de markt, gezellig. De weg is glad asfalt en we gaan op weg naar de ‘Seven Lakes’ in de Fann-mountains. De bergen worden als snel indrukwekkend hoog en de weg smal. Het weer betrekt helaas. We vinden een mooie plek bij het 3emeer en warempel er staat een Nederlandse Landcruiser. Michel en Renee zijn al 18 maanden onderweg en bijzonder enthousiast over Tadzjikistan. We drinken gezellig een fles Italiaanse wijn die we nog hadden liggen. De spaarzame auto’s die langskomen, toeteren en zwaaien enthousiast. Zondag haalt Joost eerst de remschijf voor eraf. Nog nooit gedaan maar met het juiste gereedschap en het Haynes handboek lukt dat prima. Ik rook een ijzerslijpsel lucht en er blijkt een klein steentje tussen te zitten. Michel en Renee vertrekken en we doen verder weinig, afgezien van een wandeling een zijkloof in naar een waterval. Daar zitten twee mannen te bidden, dus we gaan niet verder. Helaas regent het. ’s Avonds kijken we een film en wordt het behoorlijk koud. Maandag schijnt de zon en breken we op om naar de andere meren te rijden. Het is een prachtig gebied en de meren echt blauw. Bij het vijfde meer komen we de Fransen van de campers weer tegen. Bij het 6emeer worden we staande gehouden door een aantal mannen. Ze hebben geen diesel meer. Met een hevel geven we ze 3 liter uit onze tank. De weg naar het 7emeer is erg uitdagend en daar hebben we nu geen zin in. Het is hier al zo mooi. Terug op ‘onze’ kampeerplek aan het 3emeer ontmoeten we Leslie en Jerome, twee Fransen in een Landcruiser. We kletsen wat en weer gaat het regenen. We koken snel wat en kijken de tranentrekker ‘A star is born’.20190602_102259.jpg2019_0610_15504300.jpg2019_0610_15512800.jpg2019_0610_15505000.jpg2019_0610_15515600.jpg2019_0610_15491500.jpg

De volgende ochtend vertrekken we naar Istaravshan door de Zarafshan vallei en de uitdagende Shahkristan tunnel. Verlichting en ventilatie vinden ze hier zonde van het geld, dus je rijdt bijna 6 kilometer met kromme tenen door het duister, waar ondanks het verbod iedereen gewoon inhaalt. Het weer is prachtig, maar we kunnen geen plek vinden. Uiteindelijk rijden we op goed geluk naar het gehucht Chasmasor. Als we zoekend om ons heen kijken, stapt Abdusalatov uit zijn auto. De grijsaard dirigeer ons direct naar zijn huis waar we kunnen parkeren. We moeten thee komen drinken. Gelukkig kan ik me met Russisch een beetje verstaanbaar maken. We krijgen vers brood uit de tandoor. Als ik vraag of we de tandoor mogen zien, geeft hij ons een rondleiding door z’n huis, zeg maar een soort hoeve. Er hangt warempel een foto van de Keukenhof aan de muur (maar die tulpen zijn natuurlijk Tadzjieks!). Z’n kleinzoon (hij heeft 7 kinderen en 20 kleinkinderen) is er steeds bij, een vrolijk mannetje. We krijgen daarna een bord plov, overheerlijk, maar als we denken dat we genoeg hebben, komt er steeds meer op tafel: komkommer, noten, abrikozen, dikke yoghurt met kruiden, snoepjes, deegflapjes met uien, cake, en natuurlijk thee en kompot(vruchtensap). Hij moedigt ons herhaaldelijk aan nog meer te eten. Hij eet zelf niet mee want het is de laatste dag van de Ramadan. We weten ons om 9 uur los te rukken en gaan naar de auto. Hij zegt dat hij morgen eerst om 5 uur naar de moskee gaat en dan ons om 7 uur voor het ontbijt verwacht. We slapen uitstekend, maar Abdu is bang dat we weggaan, dus hij roept ons om 5 uur, dat we vooral om 7 uur moeten ontbijten! We trekken onze mooiste kleren aan, want vandaag is het Id-feest (suikerfeest bij ons). Voor het ontbijt krijgen we weer plov en allerhande heerlijkheden. Ik maak wat foto’s en dat vindt Abdu prachtig. Er komen steeds meer zoons bij en het lukt om met de Samsung van zijn zoons via bluetooth wat foto’s te delen. We geven hem een ansichtkaart met een bedanktekst in het Russisch en z’n kleinzoon een set kleurstiften en kleurplaten. Hij wil absoluut geen geld hebben. Hij rijdt voor ons uit naar het midden van het dorp (kan iedereen ons zien?!) en we bedanken hem uitgebreid. In Istaravshan zou een geweldig bazaar zijn, maar die is niet zo indrukwekkend. Het is erg heet en we lopen we doelloos rond.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Uiteindelijk besluiten we flink boodschappen te doen. We kijken nog even bij het fort (en zien de Fransen weer) en proberen te pinnen, maar 4 ATM’s doen het niet. Lekker de bergen in is ons idee! In Aini doet de geldautomaat het wel. Als we even stoppen, ziet Joost tot zijn schrik dat de mof  om de aandrijfas los is gegaan en de wielkas zit onder de olie. Langs de weg gaat de overall aan en de auto op twee krikpotjes. Het lukt om een tiewrap om de mof te krijgen. Een losse mof kan allerhande grote ellende veroorzaken als je offroad rijdt, dus we rijden door naar Dushanbe (hoofdstad).Opmerkelijk: er stopt maar 1 auto om hulp aan te bieden en dat is nogal in tegenstelling met hoe we de Tadzjieken hebben leren kennen. Deze omweg betekent wel dat we 3 keer door de gevreesde Anzob-tunnel moeten (de ‘tunnel of death’). Ach, het is iets enger dan de Shakristan tunnel. En gelukkig is het rustig vanwege het suikerfeest. De omgeving is absoluut ‘stunning’. Onderweg boek ik een kamer in Hostel Latifa waar de auto binnen kan staan. Het is er best gezellig, maar de bedden zijn werkelijk keihard. Na een prima ontbijtje gaan we vroeg naar de Toyota-garage. We boffen dat die open is ondanks het feest. Ze spreken in Tadzjikistan veel meer Engels dan in de voorgaande landen, dus de communicatie gaat prima en het wordt vakkundig gerepareerd. Opmerkelijk is wel dat je, in tegenstelling tot Nederland, niet overladen wordt met koffie, zelfs geen water.  Na twee uur is het gepiept en het komt werkelijk met sloten de hemel uit (met onweer). Rond 12 uur gaan we weer terug naar waar we gebleven waren en dus weer door de Anzob tunnel. Nu rijden we achter een van de oranje kiepwagens aan, die af en aan door de tunnel gaan. Dat rijdt een stuk relaxter. We slaan de onverharde weg naar Lake Alaudin in. Het is ‘maar’ 28 kilometer (uiteindelijk doen we er 3 uur over). We gaan eerst door een aantal kleine dorpjes en de kindertjes zwaaien enthousiast. De weg wordt smaller en uitdagender met meer rotsen en gravel. Na het spannendste stuk komen we aan bij een aantal weilandjes in een prachtig dal. Het is er behoorlijk modderig. We zoeken een plekje aan de rivier en zijn de koning te rijk. Heerlijk weer en een superplek. ’s Nachts wordt het echt koud op 2300 meter en maken we een vuur. De volgende dag staat een boer mest te strooien in het weiland. We zien eerlijk geen gewas staan of iets dergelijks. Ik maak een praatje met de man in het Russisch. Hij is heel aardig, maar we voelen ons toch wat opgelaten. We ruimen het vuur zorgvuldig op en rijden door. Ik dacht dat de weg nog enger zou worden maar dat valt reuze mee. Wel smal en veel modder en wat rivierdoorsteekjes. Het is werkelijk prachtig met al die witte toppen om ons heen en een groene vallei. De weg eindigt in het ‘basecamp’  Alaudin. Een soort camping, maar dan zonder voorzieningen. De Fransen die we eerder bij de Seven Lakes zagen, zien we vertrekken. We installeren ons in de zon en gaan op pad naar Lake Alaudin. Een wandeling van 45 minuten. Het meer is inderdaad bijzonder blauw en we ontmoeten er een Indonesisch (met gids en auto) en een Oekraïens stel (liftend). Terug op de camping staat er een grote groep klimmers uit Moskou en een gids met een Pools stel. Wat is het hier ineens druk! Helaas betrekt het weer en wordt het serieus koud. We trekken ons terug in de auto en gaan vroeg slapen.

2019_0610_15550400.jpg

Onderweg

2019_0610_15580700.jpg

Naar Lake Alaudinn

2019_0610_15582600.jpg

Naar Lake Alaudinn

2019_0610_15584700.jpg

Lake Alaudinn

2019_0610_15585800.jpg

Vallei naar Lake Alaudinn

2019_0610_15590900.jpg

Vallei naar Lake Alaudinn

We rijden het hele dal weer uit en het is altijd weer grappig hoe anders het er dan uit ziet. Als we weer bij de hoofdweg uitkomen, is het gelukkig beter weer. Iets verder rijden we het volgende dal in naar Iskander Kul. De weg daar naar toe is stukken beter en breder, met toch weer andere indrukwekkende bergen in prachtig kleuren. Onze app raadt ons aan om het meer heen te rijden voor een wildplek aan het water. Het is inderdaad een mooie plek maar ik voel me niet op m’n gemak. Iemand anders heeft daar een Caspisch cobra gesignaleerd, een bijzonder agressieve en giftige soort. We lunchen, maar besluiten toch door te rijden. De gouden regel is dat als een van ons zich niet ok voelt met een plek dan rijden we door. Dat is maar goed ook, want we eindigen op een soort plateau boven het meer met een grandioos uitzicht. De vele vliegen zijn een plaag, maar dat nemen we voor lief. Ik ga hout sprokkelen voor het vuur en Joost neemt een douche uit de douchezak. We slepen dat ding al jaren mee, maar gebruiken m eindelijk. De zwarte zak vul je met water en leg je in de zon zodat het water aangenaam warm wordt. ’s Avonds installeren zich nog twee stelletjes op het plateau onder ons, maar we hebben geen last van elkaar. Wat een geweldige plek! Dit is waar we het voor doen.

2019_0610_15592500.jpg

Weg naar Iskander Kul

2019_0610_15594500.jpg

Iskander Kul

2019_0610_16000400.jpg

Iskander Kul

2019_0610_16002700.jpg

Iskander Kul

We zijn nu precies 6 weken onderweg en het lijkt al een eeuwigheid. Het is nu maandag en we zijn even in Dushanbe de hoofdstad van Tadzjikistan. Even kletsen met andere reizigers, cappuccino drinken en eten inslaan voor de volgende etappe: richting de Pamir! Moeilijk voor te stellen dat we dan 2x soms zo hoog kamperen als we nu gedaan hebben. Iedereen die we ontmoeten is er erg enthousiast over, da’s een goed vooruitzicht!

Bedankt voor al jullie leuke reacties.

Liefs,

Marijke

Week 5: Uzbekistan u-turn

Zondag 26 mei vertrekken we uit Samarkand richting Navoy. Bij het ontbijt hebben we zowaar gezelschap van een Frans echtpaar (met een Mercedes bus), een Spaans stel op de fiets en Nederlandse backpackers. Altijd leuk om verhalen uit te wisselen. Bij het eerste station dat we aandoen hebben ze diesel. Onderweg gaan we nog een marktje over en scoren lekkere koekjes, komkommers en tomaten. Het is zo’n 35 graden. Doel vandaag is de Samishay canyon waar petrogliefen te zien zijn van 3000 jaar oud. We moeten over het terrein van een kinderkamp en ons paspoort laten zien. Geen probleem, aardige gasten. We vinden een plekje aan de rivier, waar helaas nogal wat afval ligt. Einde middag maken we een wandeling in de hoop wat petrogliefen te zien. We zien er inderdaad wat, maar verderop zouden er meer zijn volgens een lokale meneer. Bij terugkomst ben ik mn lensdop kwijt en maken we het rondje nog een keer. Gelukkig vindt Joost ‘m: “Is het een Canon?” grapjas. We slapen top naast de bruisende rivier maar worden vroeg wakker door de zon op de tent. Na ontbijt gaan we weer op zoek. Deze plek is duidelijk beter en het wemelt er van de tekeningen op de rotsen. Heel speciaal. We rijden door naar Buchara en inmiddels is het echt warm (37). We parkeren naast het Ark-fort en lopen de stad in. Na wat bezienswaardigheden gezien te hebben, scoren we twee prachtige geitewollen sjaals in de bazaar, kopen ansichtkaarten en drinken wat op het terras met twee Iraanse Nederlanders! We hebben geen zin in nog meer stad en rijden naar een plek aan een groot reservoir. De weg is vreselijk slecht en stoffig. De betaalde ‘beach’ is gesloten, dus dan maar wild. Op zich een prima plek, maar weer veel koeievlaaien en vliegen. Hoe onaantrekkelijk het water ook, we gaan er toch even in om af te koelen. ’s Avonds komt er een vrachtwagen die compleet volgeschept wordt met zand door 3 man, met de hand!We slapen slecht en gaan vroeg terug naar Samarkand. De weg naar de autoweg is een andere, maar ook die is echt slecht. Rond 14 uur komen we aan bij DNM motors, want rechtsvoor hebben we een vervelend kraak. De eigenaar Oscar spreekt uitstekend Engels en de aanbevelingen op iOverlander zijn volkomen terecht. Hij is heel kundig en doet er alles aan om het probleem te vinden en op te lossen. Top. Einde middag komen we aan bij Irganshev’s guesthouse, waar de auto op de binnenplaats kan staan. Het is er onberispelijk schoon en we moeten de schoenen uitdoen. Het is prima toeven in de patio. We eten bij een bierpub en restaurant in de buurt, naast de Pulsar brouwerij. Op het terras raken we aan de praat met een Uzbeek, die ons veel verteld over de positieve ontwikkelingen in Uzbekistan sinds de nieuwe president. We eten een uitstekende shaslik met salade en frietjes. Op de terugweg worden we aangesproken door een groep jongens, die ons uitnodigen om wat te komen eten (we zaten net al vol). We komen op een binnenplaats met prachtig gedekte tafels waar een groot gezelschap heeft gegeten ter ere van een begrafenis. Communiceren gaat niet zo gemakkelijk, maar we proeven van de plov die we voorgezet krijgen en die is werkelijk geweldig (en veeeel beter dan die in Old City, volgens de LP een van de beste restaurants van Samarkand).

Woensdag 29/5 bereiden we ons goed voor op de grensovergang met Tadzjikistan: tanken, boodschappen, autowassen. Op weg naar de grens schrikken we ons rot: we zijn te vroeg! Het visum gaat pas 1 juni in. Na enig beraad besluiten we het er op te wagen; mensen zijn hier zo aardig. De Uzbeekse kant gaat prima (wel vraag naar registraties!). De douanier zegt iets in het Russich (denk ik) wat ik niet versta. Ik vraag het nog een keer en hoor dan duidelijk: Arjen Robben! Ha, ha, leuke gasten hier. Bij de Tadzjiekse post hebben we toch een ‘problem’. We doen heel verrast en ze willen ons echt ter wille zijn. Er wordt iemand opgetrommeld die Engels spreekt en daarna verschijn een hogere militair die ons voor 150 Dollar wel de grens over wil helpen. Nah, toch maar niet. We draaien om in niemandsland en wat volgt is best een leuke middag. De Uzbeken moeten er wel om lachen, maar volgen wel de procedures. In totaal zijn we 2 ½ uur kwijt. En eigenlijk is het maar goed dat dit ons gebeurd, want we rijden een stuk Uzbekistan in dat we anders niet gezien zouden hebben. Via Urgut rijden we door een groene omgeving naar een hoge pas (Takhtakaracha). Onderweg zijn mensen nog enthousiaster dan eerst, en we zwaaien ons een ongeluk. Zelfs de politie salueert. Op de pas (1800 meter) loopt een gravelweg de bergen in en hier zijn een aantal wildplekken. We zoeken wel even maar vinden een fantastische plek.Een herder vertelt ons dat we Uzbekistan, Tadzjikistan en Afghanistan zien, geweldig. Bovendien is de temperatuur zo’n 8 graden koeler (27). Na het eten verschijnen twee mannen in militaire kleding uit de bosjes en lachen hun gouden tanden bloot (vinden ze hier mooi). Joost laat merken onder de indruk te zijn van het geweer en mag spontaan een schot lossen. Het koelt lekker af om te slapen. De volgende dag rijden we naar Shahrishab voor nog wat cultuur. We lopen door de bazaar en eten een shaslik. Het is er bloedheet (letterlijk) en we raken aan de praat met 4 mannen bij de moskee (lang leve mn Russisch!), zo leuk. Ze willen van alles weten over onze familie en vinden het nog niet echt warm…..We slapen weer op de wildplek met uitzicht.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Vrijdag gaan we weer terug maar Samarkand en logeren bij het World Guest House. Een echte oase in de stad waar we de auto binnen kunnen parkeren. We relaxen en worden voorzien van thee met allerhande heerlijkheden. Rond 15 uur lopen we naar het centrum. Joost laat zich knippen en Marijke koopt een jurk met Uzbeeks dessin. ’s Avonds facetimen we met Esai, Carla en de kindertjes en Jaap en Jacomien. Gaat uitstekend, toch leuk om elkaar even te zien. Het regent als we opstaan.

Nu gaan we echt naar Tadzjikistan! Bij de grensovergang herkennen een aantal mensen ons en dat is lachen. Het gaat heel soepel en we zijn er snel doorheen. Als we in Penjikent een sim-kaart kopen worden we fantastisch geholpen door een Engels sprekende jongedame en de ATM doet het ook direct. ’s Avonds vinden we een prachtige plek aan het 3e meer van de Seven Lakes. En in gezelschap van Michel en Renee, Nederlanders, die al 18 maanden op pad zijn en enthousiast over Tadzjikistan vertellen. Dat wordt nog wat! Nu in tempo omlaag!Bedankt voor al jullie enthousiaste reacties. Het zal minder makkelijk zijn om de verhalen te uploaden en de social media is hier sinds kort geblokkeerd. Ga er maar vanuit dat we ons vermaken!.Liefs, Marijke

Week 4: Pracht en praal in Uzbekistan

Vanuit Shymkent rijden we naar het National Park Sairam Ugam. Onderweg videobellen we met Noor wat erg goed gaat. Het is lekker warm en we rijden door kleine dorpjes naar zo’n 1500 meter. De witte toppen zijn indrukwekkend het landschap mooi, op de grens met Uzbekistan. Opgetogen lunchen we langs een rivier en even later betalen we toegang bij de ranger (900 Tenge) en kiezen kampeerplek nr. 4 uit. ’s Avonds koelt het lekker af en maakt Joost een vuur. De volgende dag begint lekker zonnig. Ik doen een wasje, Joost repareert zijn stoel en maakt kennis met mensen van de Duits-Kazachse Speleologen vereniging die langsrijden. Helaas begint het rond de middag te regenen. Het koelt af en we lunchen onder de luifel. Een ranger steekt z’n hoofd om de hoek en meldt ons dat er mensen van de National Geographic Kazachstan graag foto’s van ons willen maken met een rugzak om. We zijn geen wandelaars maar poseren lukt best wel. Eerst samen maar Joost alleen valt wat beter in de smaak. Hij krijgt een grote camera in de hand gedrukt en een rugzak om en moet allerhande poses aannemen. Er is ook iemand uit Thailand bij. Ik vind het vreselijk lachwekkend, maar zeker leuk. Wel frustrerend dat ik het Russisch zo slecht beheers. ’s Avonds kijken we een James Bond want buiten is het onaangenaam.

Op woensdag 22/5 rijden we naar de Oezbeekse grens. Die staat niet aangegeven, maar gelukkig heb ik een waypoint. De Kazachse kant is in 20 minuten gepiept. We rijden de brug op in niemandsland en iemand gebaart dat we de vrachtwagens voorbij mogen, maar dat lukt niet. We staan er een uur in de brandende zon. Als we er eindelijk langs kunnen, ben ik als passagier zo door douane heen. Ik zeg ‘Assalom aleikum’ tegen de beambte en krijg een enorme glimlach en een hand terug. Welcome in Uzbekistan! Iedereen is bijzonder aardig. Bij Joost duur het veel langer omdat die de auto moet importeren. Een schimmig proces, maar vooral erg tijdrovend. Bij de veterinary control probeert de man ons 8000 som te laten betalen. Ik zeg in het Russisch dat we nog geen som hebben en waarom moeten we eigenlijk betalen? Hij geeft het op en probeert daarna wel een gesprekje met me aan te knopen. De douanebeambte klimt in de camper unit en wil alle laadjes zien. Vooral bij iets wat op medicijnen lijkt, willen ze weten wat het is. Joost biedt hem een Fishermans friend aan en het is heel duidelijk dat ie die niet lekker vindt! Niet onvriendelijk maar de hele procedure duurt 3 uur. Direct buiten de poort kopen we een verzekering voor 3 dollar en proberen we de bedelaars en geldwisselaars van ons af te schudden. Eindelijk Tashkent in. De grootste stad van Uzbekistan met grootstedelijk rijdgedrag: chaotisch en snel. Joost heeft er geen problemen mee. Geld krijgen in Oez is lastig, maar de situatie is drastisch verbeterd nu de regering de officiële wisselkoers gelijk getrokken heeft met de zwarte markt en de zwarte markt illegaal heeft verklaard. Helaas zijn geldautomaten nog lastig te vinden en bovendien heb je een Visa-kaart nodig (heb ik gelukkig geregeld). Ik navigeer ons naar een Visa-automaat en het lukt inderdaad om er Som uit te krijgen (commissie 4%!). Dollars trekken kan ook (1,5% commissie). We rijden naar het Gulnara guesthouse en daar nemen we een double met airco voor 42 dollar (redelijk duur voor hier). Het is inmiddels een uur eerder dan in Kaz, maar we hebben wel trek. De host beveelt ons een café aan en daar gaan we naar binnen. We bestellen met weinig woorden wat en eten erg lekker lamsgehaktballetjes in tomatensaus met groenten, brood en yoghurtdip. We lopen nog even door de bazaar en proberen dollars te pinnen, ook dat lukt. We vallen als een blok in slaap. Na een prima ontbijtje rijden we langs de Ucell voor een simkaart. Die kost maar liefst 26.000 som (zeg 2,60 Euro). Dan denken we wel even naar Samarkand te rijden (300 km) en dat valt vies tegen. De weg is druk en hier en daar slecht. Ook komen we achter een enorm transport met politiebegeleiding te zitten waar niemand langs kan.
De Uzbeken worden helemaal gek en proberen allemaal zo dicht mogelijk vooraan te komen. Wat een gekte! De chaos is helemaal compleet als blijkt dat de 5evrachtwagen niet onder de bekabeling over de weg kan en er iemand met een lange stok de kabels over de lading heen moet helpen. We proberen nog even ergens diesel te tanken (= erg moeilijk te krijgen hier) en worstelen wat met de enorme hoeveelheden soms (10.000 som is 1 Euro). Op weg naar het hostel rijden we iets verkeerd en komen we in een achterafweggetje terecht. Een klein autootje rijdt ons achterop al toeterend en knipperend. Met de situatie van vanmiddag in het achterhoofd denken we dat het weer zo’n heethoofd is, maar nee, hij vraagt waar we naar toe willen om ons te helpen. Zo aardig. Het hostel is een overlanders plek, maar het is er helaas erg rustig. De kamer is een allegaartje met kitsch gordijntjes. De bedden van bedenkelijke kwaliteit. We worden echter aardig onthaald met thee, koekjes en kersen en de broer wordt direct opgetrommeld als ik aangeef dat ik een tandarts nodig heb. Ik voelde wat raars aan mijn kies en in de spiegel zag ik tot mijn schrik een enorm gat aan de zijkant. Dat kan ik niet 3 maanden ongemoeid laten. De broer meldt zich direct en neemt ons mee naar een tandarts, nog geen 100 meter van het hostel. Het ziet er allemaal prima uit en de jonge man vult werkelijk keurig mijn kies. En wil natuurlijk nog wel even op de foto. Opgelucht eten we in de buurt een hapje bij een lieve oma die wel erg graag wil dat ik nog even wat op een filmpje zeg over haar kookkunsten. We slapen als een os op de wonderlijke matrassen.

Bij het heerlijke ontbijtje (met o.a. rijstepap, mjam) ontmoeten we een Fins echtpaar dat in Frankrijk woont en met 5 (!) kinderen met de trein naar Vladivostok reist. Leuk verhaal. Samarkand is een belangrijke plaats op de oude Zijde Route en wemelt van groots erfgoed. Het regent flink en dus wachten we nog even. Met jassen aan gaan we naar de Registon, de highlight van Samarkand. Dit is een groot plein met 3 madrassah’s (koranscholen) er omheen. We nemen een enthousiaste gids die in hoog tempo kennis op ons afvuurt. Ze leidt ons ook langs allerhande souvenirwinkeltjes die in de vroegere leslokalen zitten, en dat blijkt heel interessant, We leren van alles over papier-maché, keramiek (iedere soort heeft z’n eigen geluid) en zijde (test: steek een draadje in de fik, echt zijde brandt niet). Bij de laatste verkoper moet ik uit een tafel met doeken de echte zijde kiezen, dat gaat dus niet goed, de meesten zijn nep (en branden dus). De madrassah’s zijn prachtig en de zon begint te schijnen. We laten de jassen achter in het hostel (triple A locatie naast de Registon) en lopen naar de moskee van Bibi-Khanum. Ook prachtig en authentieker zonder winkeltjes. Daarna lopen we over de bazaar en door naar de tombe van Karimov waar hele busladingen Uzbeken hun respect betuigen. We eindigen de culturele dag bij Shoh-i-Zinda een laan met allerhande prachtige mausolea. Zo, de overdosis blauwe tegeltjes is binnen. We nemen een ijsje en lopen terug door achterafstraatjes. Zo leuk, op straat worden we vaak aangesproken. Of het zijn giechelende meisjes die eerst vragen of we Engels spreken en vervolgens willen weten waar we vandaan komen en wat we van Samarkand vinden. Of het zijn jonge/oudere mannen die vragen waar we vandaan komen, hoe ze heten en dan ogenblikkelijk hun uiterste best doen om zoveel mogelijk namen van Nederlandse voetballers op te noemen. ‘s Avonds eten we bij een goed Uzbeeks restaurant (Besh Chinor) heerlijke salades, frietjes, brood en lams en kipshasliks. De tafel staat vol voor 8 Euro. De ober is een jonge economiestudent met veel charme en legt ons in detail de kaart in het Engels uit (en noemt een hele rits NL voetballers). De taxi zet ons af bij de verlichte Registon, prachtig en we nemen nog een echte cappuccino (1,50 Euro!).

Het zit niet mee met het weer, want het komt weer met bakken uit de hemel. Met paraplu gaan we op pad naar het mausoleum van Temur, als ik het goed gelezen heb een vreselijk megalomane man die al moordend zijn rijk wist uit te breiden van Delhi tot Baghdad en Volgograd. Het mausoleum is erg indrukwekkend met veel goud.We lopen nog wat richting het Central Park, maar met regen is dat niet leuk. We besluiten te gaan lunchen in Old City en begeven ons daarna naar het wijnmuseum. Een wat? Jawel, hier begonnen ze al in de 8eeeuw met wijnmaken en na de proeverij kan ik melden, zeker niet onverdienstelijk. De man zegt geen Engels te kunnen, maar verteld honderduit en moedigt ons aan om alles op te dronken (1 witte, 2 rode, 4 dessertwijnen, 2 cognacs en 1 ‘balsam’). De dessertwijnen, waaronder een ijswijn, zijn echt heerlijk. De balsam ruikt alsof je in de bazaar naast een specerijenkraam staat en smaakt top (45%). Is als ‘viagra’ volgens de man. We nemen 3 flessen mee en gaan enigszins beneveld terug naar het hostel. ‘S avonds eten we bij Mansur Shashlik, the place to be!

We zijn in een totaal ander land beland. De Uzbeken zijn meer Aziatisch, er is geen Landcruiser meer te bekennen, menige vrouw tut zich flink op en de wegen zijn aanmerkelijk slechter dan in Kazachstan. Maar de mensen enthousiast en warm! Vandaag rijden we richting Buchara en daarna weer terug om Tadzikistan in te gaan. Tot later!

Liefs,

Marijke

Week 3: Eindeloos…Kazachstan

Er gaan veel negatieve verhalen rond over de Kazachse politie en douane. We hebben dus alle paparassen bij de hand en laten de auto nog even wassen bij twee kordate dames. Als we maandag 13 mei aankomen bij de grens staan er maar een paar auto’s. We worden de weg gewezen naar binnen voor de paspoortcontrole. De Rus hoor ik tegen zijn collega zeggen dat we Duits spreken, dat versta ik gelukkig en ik kan ad rem melden dat we Nederlands praten en geen Duits! Rusland is een douane-unie met Kazachstan dus de auto kan zo door. Dan door naar de Kazachen (visumvrij). De douanier maakt zowaar grapjes. Mijn Russisch komt wel weer van pas (zoooo blij dat ik dat gedaan heb).  Dan  bij de controle van de auto vraagt een jonge militair of ik Russisch, Engels of Duits wil spreken! Geweldig! In het Engels grapt hij wat over de auto en koekeloert even naar binnen. Klaar! Binnen 45 minuten beide grenzen gepasseerd. Direct na de grens staan er al dames klaar die je een autoverzekering willen verkopen. We gaan met een oudere blonde dame mee en ook dat gaat uiterst gesmeerd (met wat Russisch uiteraard). Ze moet vreselijk lachen als ze ontdekt dat ze op dezelfde dag als Joost geboren is, grappig. Ze raadt ons aan even een foto te maken van de Whatsapp bevestiging van de verzekering om aan de politie te kunnen laten zien (ze salueert erbij en trekt een vies gezicht). Ze wenst ons een veilige reis en we rijden richting Kostanai. In Kostatnai wil Joost even naar de auto laten kijken, want we horen een metaalachtig geluid. Eerst even Tenge pinnen en dan door naar de Toyotagarage. Lieve hemel, wat rijden hier een Landcuisers (V8) en wat een indrukwekkende garage. Ik leg uit wat ons probleem is en de chef schat ogenblikkelijk in dat het de stabilisatiestang kan zijn. Hij rijdt de auto zelf de brug op en wij worden naar een wachtruimte gedirigeerd met groot tv-scherm, playstation en …. een knopje waar we op kunnen drukken, mochten we iets nodig hebben. Het blijkt inderdaad de stabilisatiestang te zijn (erfenis van Joost zijn avontuur in Tunesië). Dat onderdeel hebben we bij ons, maar voor 27,50 Euro zetten zij er zelf een in.  In de wachtruimte kunnen we via een videoscherm de reparatie volgen. Als het klaar is, spreekt de chef mij streng toe dat we de olie moeten laten verversen. Ai, scherp, de garage is vergeten het boekje in te vullen. Intussen heb ik een hotel gereserveerd want het is al 19 uur. In hotel Laguna hebben we een suite (=balzaal) maar het is er bloedheet. We zetten de airco aan, geven onze berg was af  en gaan naar restaurant Russo, dat me wel wat lijkt. Het zit in een soort glazen kantoorpand en de luide muziek komt ons tegemoet. Er blijkt een verjaardag aan de gang met entertainment. De muziek is niet verkeerd, en de jonge ober doet erg zijn best in het Engels. Het is erg vermakelijk om het gezelschap te observeren. Ze hebben een fotograaf ingehuurd en de dames neme allerhande bevallige poses aan. De entertainer stelt zich aan ons voor in het Engels. Hij zingt overigens erg goed en praat de boel aan elkaar (en wie weet er nòg een goeie eigenschap van de jarige?). We eten top vlees met gegrilde groenten en moeten echt nog even meedansen. We slapen slecht in de warmte, maar wat kan het schelen als je een tijgervel op de vloer hebt en een kraan in de vorm van een dolfijn?

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we op jacht naar een Beeline simkaart (zo gepiept) en bij een echte outdoorwinkel (nou ja, wapen/visserswinkel) halen we twee slaapmatjes. Terwijl we wachten op de was, vult Joost onze zitkussens daarmee bij voor een koninklijke zit. Om 13 uur is de was klaar en gaan we op pad. Het is warm (33°) en de weg is behoorlijk slecht richting Rudniy, maar na de afslag bij Antonov wordt het mooi asfalt. Wel krijgen we een heftige regenbui op ons dak gecombineerd met een soort zandstorm. De weg is nauwelijks zichtbaar. De hele tijd hebben we een auto echt vlak achter ons en in z’n spiegel ziet Joost dat de man z’n duim opsteekt. Als hij ons na lange tijd voorbij gaat, buigt hij met z’n hand op z’n hart. Graag gedaan. Kazachstan is een van de grootste landen ter wereld, zo is de grens met Rusland 6800 km lang! De uitzichten zijn eindeloos, nauwelijks bomen te bekennen in dit stuk en leeg. Het waait enorm en met een beetje mazzel met Maps.me en Google bereik, weten we een beschut plekje te vinden achter een bosje. De volgende dag maken we nog een lange rit van 550 km (=8 uur) en we ontmoeten veel vriendelijke vrachtwagenchauffeurs die even een praatje komen maken. Ook onderweg gaan er af en toe duimen omhoog, heel anders dan in Rusland. Ook worden we aangehouden door de politie en terecht, we hadden het licht niet aan. Jozef krijgt ‘straf’. We kletsen ons 3 slagen in de rondte (Engels/Russisch/Nederlands) en de agent geeft het op, dat scheelt 7575 Tenge (25 Euro). Pfoe, nu plakken we het briefje met ‘licht!’ er op pontificaal op het dashboard. We gaan nog op zoek naar een wildplek maar de wind is echt te heftig en dus besluiten we in de luwte van een pompstation te overnachten. We slapen verrassend goed tussen de grote trucks (vaak met Nederlandse logo’s er nog op), maar gaan om 7 uur al op pad.  Vlak voor Aral komen we een Indiase auto tegen. We maken kennis met Narendra Singh, directeur van Indian Rides (met vrouw, nog een koppel en twee jongens). Hij organiseert motorreizen in India en kent Travel2Explore en Perumotors van de beurs in Utrecht (kleine wereld!). Ze rijden in zo’n 2 dagen dwars door Kazachstan……

IMG-20190517-WA0003.jpg

In Aral bekijken we het kleine museum, dat helaas meer over andere zaken gaat dan over de Aral zee (opgezette dieren, de president, opgravingen en een Singer naaimachine?). We rijden naar de makr en doen wat boodschappen. Het is er vriendelijk en we hebben binnen no-time wat we nodig hebben. Daarna naar de oude haven, die dus nu door het terugtrekken van de Aral zee, helemaal droog ligt. Dit dankzij maatregelen die de Russen ooit genomen hebben, erg triest om te zien. Dan besluiten we naar Zhalangash te rijden (60 km door de steppe) om te kijken of er nog schepen in de woestijn liggen. Het landschap wordt fraai en we zien, paarden, kamelen en koeien. Als we in het dorpje aankomen worden we enthousiast onthaald door een groep jongens. Ik spreek ze in het Russisch aan dus ze vragen of we Russen zijn. Nee, wij komen uit Holland, Amsterdam, football, Ajax? Ja, Ajax! Tottengam, finals! Leuk. Ze kijken me vreemd aan als ik naar schepen vraag, maar ze kunnen ons wel de weg naar de zee wijzen. We rijden de route zoals op Maps.me en er liggen inderdaad geen wrakken meer. Wel veel zout en mul zand. Als we na 11 m bij de zee aankomen, zien we roze pelikanen. Op de terugweg besluiten we ergens in de steppe te overnachten, het is er zo mooi en de wind is niet al te hard. We rijden een flink eind de weg af en rekenen ons rijk met een prachtige plek. En toch….waar een pad is komen mensen en inderdaad komen er 3 autos langs, die vrolijk zwaaien naar ons. Prachtig.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag rijden we via Aral richting Kyzylorda, langs Baikonur waar de Russuche raketten worden gelanceerd, maar waar je niet zo maar inkomt. We proberen een plek die we op iOverlander gezien hadden, maar het stikt er zo van de vliegen dat we doorrijden. Ai, het wordt lastig om een plek te vinden. Dit gebeid is behoorlijk ontwikkeld met een soort van omheinde bassins, geen idee waar die voor dienen. Uiteindelijk vinden we een rustige plek vlak bij Zhosaly. We doen boodschappen in Kyzylorda. Er zit hier duidelijk meer geld en alles ziet er tip top uit. ’s Middags begint het te regenen en we komen aan bij de ruïnes van de oude stad Sauran. Het was ooit (14eeeuw) de grootste stad van Kazachstan op de zijderoute. De muur omvat 40 ha, en binnenin is het helemaal leeg met een groepje paarden. We gaan tussen het fort en een aarden wal staan en staan zo uit de wind. Het is een magische plek en we zien helemaal niemand. Dan op naar het Yasaui mausoleum in Turkestan. Een pelgrimsoord voor veel Kazachen. Het terrein is groot en het komt met bakken uit de hemel. Het is er gezellig druk en de bordjes zijn hier en daar in het Engels. Mooi, maar niet zo indrukwekkend als in Iran. Wel leuk om mensen te bekijken in hun kleurige kleding. We besluiten in Shymkent te overnachten om daar even lekker door de bazaar te kunnen struinen en uit eten te gaan. De stad is groot (1 milj.), maar verrassend groen en het verkeer is wat chaotischer maar nog steeds te doen. We checken in in het FM Hotel Shymkent, gelukkig hebben ze 1 plek waar de auto achter een hek kan staan. Douchen en hup naar de bazaar. Het is even zoeken, maar eenmaal gevonden is het druk, chaotisch en gezellig. Alles is hier te koop! Daarna lopen we naar het Central Park, zien mannetjes fanatiek snelschaken en we belanden bij restaurant Vinopark in de open serre. Joost eet een paarden ribeye, want paard eten vinden ze hier erg normaal. De supermarkt staat ook vol met paardenmelk (gefermenteerde merriemelk). De wijn is net zo duur als onze hotelkamer (30 Euro), we laten het even gaan!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het was een prachtig week Kazachstan met eindeloze vlakten en hele lieve mensen die ons enthousiast natoeteren vanuit de auto met de duim uit het raam. Nu gaan we weer even de natuur in (NP Sauram-Ugam) voordat we naar Oezbekistan gaan.

Tot later!

 

Liefs,

Marijke

Week 2: Van Werelderfgoed naar de Ural

Op 7 mei vertrekken we van de camping in Moskou naar Sergiev Posad. Dit plaatsje is onderdeel van de Golden Circle, een ring van 750 km met 8 bijzondere plaatsen. We doen er twee. In Sergiev staat het Trinity klooster gesticht door St Sergius in 1340 en de meest heilige plaats van de Russisch orthodoxe kerk (vergelijk Vaticaan voor de RK-kerk). Zeer rijk gedecoreerd met prachtige iconen en fresco’s. Het is dichtbij Moskou, gratis en dus wemelt het er van de Chinese groepen, die zich nergens wat van aantrekken (onbedekt hoofd, korte broeken, beeldbellen in de kerk). In een van de kerken raak in aan de praat met een jonge suppoost. Hij weet me te vertellen dat de Chinezen ook heiligen hebben en hij laat me op Wikipedia zien wat hij bedoelt (No joke!), en wel 220! Het is inmiddels tegen de 28 graden en we rijden naar Suzdal. Einde middag komen we aan op een echte camping aan een rivier. Direct worden we aangesproken door 2 jong Russische dames. De ene is stewardess en komt uit Kamchatka, lees: meest afgelegen en koud; ze overwinteren in Moskou (?!). We krijgen twee ‘premium’ gedroogde vissen van ze (uit Kamchatka) voor bij ons biertje. Ze laat zien hoe we ze uit elkaar moeten peuteren, lekker. Het dochtertje van de ander, Alicia, vindt Joost geweldig en wil spelen. Daar zegt opa natuurlijk geen nee tegen. Een kleurplaat en gelpennen die we meehebben, komen nu al goed van pas. Ze laat ‘m aan mama zien en komt terug en zegt iets dat ik niet versta, ze zegt het nog een keer heel hard in mijn oor. Ik laat haar in mijn Google-app praten en het blijkt ‘beautiful’ te zijn, geweldig. Direct daarna valt mama in de rivier wanneer ze een pannetje afspoelt, grote hilariteit. Grappig, de keuken gebruiken vond ze ‘te gewoon’. We laten haar opwarmen bij onze kachel. De auto vinden ze ‘cool’. ’s Avonds maak ik m’n blog op het stoepje van de receptie voor de wifi.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we het dorp in om het Werelderfgoed te bekijken. We parkeren bij een mannetje en bezoeken eerst het klooster. Toegang 400 roebel pp. (Euro 5,60). Het is er zeer vredig, de kerk kleurrijk, een tentoonstelling met indrukwekkende iconen en op het hele uur klinkelt de beiaardier er op los (geen klavier, maar met touwen!). We lopen door het dorp naar het kremlin, het is 30 graden inmiddels. Ik had me schrap gezet voor busladingen Chinezen, maar nee. Het kremlin (weer 400 roebel pp) valt eigenlijk tegen. De kerk is prachtig en als we binnenkomen zijn er net 3 geestelijken prachtig aan het zingen. Iets te nadrukkelijke staat een geldmandje klaar en prijzen ze hun CD aan. De expositie bevat vooral oude boeken. We duiken bij Vladimir een enorme hypermarkt in en besluiten nog even een flink stuk te gaan rijden. Dat gaat heel goed en we eindigen de dag ten oosten van Nizhny Novgorod aan de Wolga. Ook hier worden we aangesproken door een hippe jongedame, die van nog verder afgelegen komt (eiland voor de kust met Japan). Ze vindt het geweldig dat we Rusland aandoen. Maar nu gaat ze toch echt verder, want ze heeft haar ogen vanochtend laten laseren. Geweldig toch dat ze nu alweer kan rijden!?! Na het eten wordt het rustig. Prachtige plek met gelukkig genoeg bereik voor Radio 1. Het wordt flink koud en in bed zijn we getuige van het dramatische verlies van Ajax. De volgende ochtend branden we om 7 uur de tent uit. We doen wat oefeningen en gaan op pad. Weer een lange dag rijden. Het is vandaag Victory Day en bij de pomp krijgen we zwart-oranje lintjes. Ik doe ze enthousiast op de auto, maar Peter appt me al snel dat ze nogal radicaal zijn (Wilders kan er nog een puntje aan zuigen). Ik haal ze er snel weer af. Over de wegen nog even, die zijn hier vaak 3 baans, zodat je om en om kunt inhalen. Voetgangers zijn heilig. Iedereen stopt abrupt bij een zebra en ook op de autowegen (snelheid 110) zijn zebra’s die luid worden aangekondigd en waar iedereen dus stopt. In Moskou is het nog wat bonter, daar stopt de metro midden op de weg en zodra de deuren opengaan stopt alle verkeer. Indrukwekkend. Ook wemelt het hier van de snelheidscamera’s en rijdt iedereen uitermate gedisciplineerd. We worden 1 keer door de politie aangehouden. Na een controle van de papieren en een blik in de camperunit kunnen we weer verder. Alle moderne autos’ hebben een dashcam (wij ook).

20190508_201756

Aan de Wolga

NP Zyaratkul

NP Zyaratkul

DSCF1190

NP Zyaratkul

20190512_131428

Landcruiser liefhebber

20190512_163713

In de bossen bij Kazachse grens (Plast)

Aan het begin van de avond komen we aan langs de rivier de Kama, met blik op de stad Naberezhnyye Chelny (we zijn nu in de Republiek Tatarstan). Het is er gezellig druk met picknickende families en vriendengroepjes. Er ligt veel afval (zoals veel hier), maar we vinden een plekje en hebben een prima nacht ondanks het lawaai uit de haven en van de enorme goederentreinen. Joost wil graag nog een dag van 600 km maken (da’s dus 10 uur rijden), om wat afstand te overbruggen. We doorkruisen de republiek Bashkortostan en twee tijdzones. We eindigen de dag in de Ural in het Nationaal Park Zyuratkul. Niet helemaal eerlijk voor ons gastland, want we slaan Kazan over (het Istanbul van Rusland) op de grens van Europa en Azië. De weg naar het park is prachtig, eindeloze witte berken in het avondlicht. Het is niet alleen 10 uur rijden, maar ook nog eens 2 uur later (3 uur later dan in NL) en dus 21 uur als we aankomen. In het Russisch koop ik een kaartje en wijst de ranger ons een kampeerplek. Als we aankomen in het dorpje, ligt er sneeuw aan de kant van de weg! De temperatuur is gedaald van 30 naar 13 graden. Het is hier een grote modderboel en we vinden een plekje op het gravel. Ik flans snel wat lekkers in elkaar en voldaan naar bed. ’s Ochtends slapen we lekker uit (niet moielijk met extra twee uur tijdverschil) en hebben we eerst wat regen. ’s Middags maken we een wandeling naar het dorp en een stuk het bos in. Bij de picknickplek aan het meer lit vreselijk veel afval, erg jammer. Het meer Zyaratkul ligt nog vol met ijs, heel vreemd als het 25 graden is. De meeste bezoekers vertrekken. ’s Avonds maakt Joost en vuur en krijgen we hout van onze Russische buren en een fles spa rood cadeau (van het merk ‘mooie sleutels’, als ik het goed heb). Ik maak foto’s van het meer in avondlicht (volgen nog). Om half tien de volgende ochtend vertrekken we richting de Kazachse grens. Bij een rugstop gaan we douchen. Het lieve omaatje vraagt 1,75 Euro en daar krijg je dan een superschone grote badkamer voor (met föhn). Geniaal. We doen boodschappen bij een Spar waar we een enthousiast Rus met een prachtig opgetuigde Landcruiser 80 tegenkomen. Leuk. Aan het einde van de dag vinden we een prachtige plek met uitzicht over de velden. Als ik de langskomende herder vraag of we hier mogen overnachten, zegt hij: Waarom niet? Vele locals komen voorbij maar ze knikken alleen maar en laten ons met rust. Heerlijke plek. We vonden Rusland geweldig en komen graag terug!

Vandaag zijn we de Kazachse grens over gegaan en zeer gastvrij ontvangen, maar daarover later meer!

Liefs, Marijke

Week 1: Die Russen zijn zo gek nog niet!

Zondag 28 april rijden we de straat uit, uitgezwaaid door de buren. We hebben er zin in om weer op pad te gaan. Na twee jaar voorbereiding willen we wel weg. De reis naar Kiel verloopt zeer voorspoedig. Vlak voor Kiel eten we in een echte Duitse Gasthof asperges, we melden ons en mogen het schip op rijden. Om 21 uur varen we af. We drinken nog wat en zien overmatig veel Poetin op de Russische televisie. Slapen gaat weer uitstekend in de hut en het ontbijtje gaat er wel in. We raken aan de praat met Wim en Kitty, rond de zeventig uit Haarlem. Ze gaan met de caravan naar de Baltische staten. We lunchen gezellig samen en voor we het weten meren we aan in Klaipeda, Litouwen. We rijden naar de camping waar zij ook naar toe zouden, maar zien ze niet. We besluiten naar de camping te gaan waar we eerder hebben gestaan en zijn de enige. De volgende morgen ontbijt in het zonnetje en we rijden aan om half elf (geen haast). En ja hoor, op de volgende camping staan ze toch. We maken een praatje en vervolgen onze weg naar Riga. Rijden gaat niet echt snel en ook door Riga kost veel tijd. We eindigen de dag op een camping in Lauci. Oeps, ze spreekt geen Engels of Duits, dan maar Russisch (pfoe!). Ik weet duidelijk te maken dat we voetbal willen kijken en ze doen er alles aan om de televisie aan te krijgen. We maken een strandwandeling en eten een lekker bordje eten in het café. Het voetbal blijkt te zijn op de betaaltelevisie, dus ik verzin een list. Het lukt om via XS4ALL de livestream te kijken en Joost gaat er lekker voor zitten (Ajax-Tottenham). Het is inmiddels erg koud en ik ga met volle bepakking naar bed (het blijkt ’s nachts te vriezen). Ontbijt gaat net in het zonnetje en de douche is warm.  We laten onze vriend Peter weten dat we tegen 15 uur in Tallinn aankomen. Bij zijn huis is er niemand maar even lekker in de warme zon zitten in zijn tuin is geen straf.  Het huis is een waar bouwproject en Peter leidt ons rond. Samen met zijn vriendin Mo drinken we thee met honingtaart en gaan we samen de stad in. Boven op het Radisson hotel nemen we een drankje en genieten van het enorme uitzicht. Daarna eten we een lekker hapje in een hippe tent. Het is erg gezellig, maar we willen nog voor donker op een camping aankomen. Het kantoortje is dicht, maar we mogen gaan staan en Joost weet de wifi code van de Russische buren te ontfutselen, zodat ie weer voetbal kan kijken. Het is weer erg koud en het begint te regenen. Op naar Rusland dan maar!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We doen in de buurt nog wat boodschappen en rijden richting Narva. Gelukkig heb ik alles goed voorbereid en iets na half twee melden we ons bij de ‘waiting area’. We betalen 4,50 Euro voor een plekje en zien even later ons nummerbord op het bord verschijnen. Joost meldt zich en we mogen naar de grens rijden. Ook daar weer in de rij. Het is eigenlijk niet heel ingewikkeld. Er zijn twee hokjes, de eerst voor de immigratie en de tweede voor de douane (import auto). Immigratie is kwestie van paspoort laten zien en je krijgt een immigratiekaartje. Gelukkig had ik de douaneformulieren in het Engels al gedownload van de douanesite en ingevuld. Helaas is er toch iets niet goed en moet het over (bij iedereen trouwens). Daarna moet alles open, komt er een mevrouw met zaklamp langs en een schattig snuffelhondje. Dit lijkt allemaal heel simpel, is het ook, maar het hele proces duurt bijna 4 uur. Bizar. Het komt inmiddels met bakken uit de hemel. Direct na de grens zit als het goed is een kantoortje waar we een WA-verzekering kunnen kopen en ja hoor, hij spreekt zowaar ook nog wat Engels. Hij doet enorm zijn best voor ons en na een uur lopen we met de verzekering naar buiten. Nog even wat Roebels uit de muur, hatsjikidee! Helaas gaat de belwinkel net voor onze neus dicht. We rijden richting Kingisepp om toch maar een hotel te zoeken. Bij de 3epoging is het raak bij het St.AR hotel. Ook hier weer moet ik mn Russisch testen. En ze regelt zowaar onze verplichte registratie! De kamer is prachtig en met Google Translate briefjes dirigeert ze ons naar een eetcafé met de naam Goed. Het is er erg gezellig, de zachte varkensribbetjes met groente geweldig en de ober spreekt wat Engels. We slapen als een os en na eieren met worstjes en toast rijden we richting Veliky Novgorod. Als we tanken begint het te sneeuwen!! De weg is hier en daar vol kuilen, maar de doorgaande wegen zijn redelijk goed. De Russen houden zich keurig aan de snelheden. Veliky heeft een enorm Kremlin (ommuurd fort) met de oudste kerk van Rusland. Het is er druk met Russische toeristen. Daarna halen we bij de Beeline een sim-kaart. Die kost voor 1 maand onbeperkt Internet en 300 Russische belminuten het bedrag van 4,50 Euro! En dus wil ik er ook een.

We vinden een prachtige slaapplek op een picknickplek in het Nationale park van Valday aan een meer, maken een lekkere hao en kijken een serie. We slapen voor het eerst met de verwarming een beetje aan. De volgende dag besluiten we naar Moskou te rijden. Hele stukken zijn tolweg en dat schiet lekker op. We komen einde van de middag aan op de camping Sokolniki. Gestart rond het vriespunt, nu is het lekker 17 graden! We gaan direct met de metro de stad in naar het Rode Plein. Niet te geloven dat we hier nu zijn! De stad is prachtig, brandschoon, druk en heel feestelijk vanwege de komende militaire parade. Daarom is helaas het Rode Plein ook afgesloten. We eten bij een Georgiër. Als we terugkomen staat er een Nederlandse oude Sauer-truck en maken kennis met Albert-Jelle en Maike. Op zondag melden we ons om half elf bij een standbeeld waar de Moscow Free Walking Tour vertrekt. Leuke lui en we wandelen ruim 2 uur door de stad, uiteraard ook langs het Rode Plein. We lunchen met twee Nederlandse meiden. ’s Middags lopen we door Arbat-street. We kopen wat lekkere kaas, wijn en brood als avondeten (de supermarkten zijn fantastisch gevuld hier). Maandagochtend gaan we naar het Kremlin. Het is er overvol met Chinezen, niet leuk meer. Het Kremlin heeft meerdere prachtige kerken met veel oude iconen en veel goud. Indrukwekkend. Daarna lopen we naar Red October, een oude chocoladefabriek die nu hippe bedrijfjes herbergt (ook de NL Suitsupply!) en lekkere restaurantjes. We strijken neer en doen ons tegoed op het buitenterras. Heerlijk. We strompelen de metro in. Op de camping buiken we uit en Joost kletst met Albert-Jelle en een stel Duitsers met een enorme truck (Emmatrucktravel).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het was een indrukwekkende eerste week en die Russen zijn zo gek nog niet. Heel erg online, contactloos pinnen, prachtige supermarkten, prima wegen, dikke auto’s (Landcruisers!!) maar dat zal wel niet zo blijven. We gaan ervoor!

Liefs,

Marijke & Joost

Een nieuwe reis!

Lieve mensen,

Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, gaan we dit jaar weer een grote reis maken. Het komt al snel dichterbij. Eind april vertrekken we voor 4 maanden naar Rusland en Centraal Azië. De globale route zie je hieronder. We zijn druk aan het voorbereiden. De outdoor EHBO training was top, het Russische visum is binnen en Marijke kan na maanden Russische les, al best wat zeggen in een winkel ;-). We hebben er zin in.

Tot later!

Groet, MarijkeSchermafdruk 2019-02-15 17.31.22

BIH 2018: Groen land met een litteken

Een korte vakantie van 3 weken, maar een bezoek aan Bosnië & Herzegovina laat een blijvende herinnering achter.

schermafdruk-2018-08-05-19-28-24

Het plan is om echt vakantie te houden: rustig aan, gewoon op campings. Richting Bosnië, maar we zien wel. We starten met een nachtje in de Pfalz voordat we in Dornbirn, Oostenrijk aankomen.  Hier woont Theo nu, waarmee we ooit een motorreis hebben gemaakt door Peru, Chili en Bolivia. Theo’s leven heeft een totaal andere wending genomen en hij woont nu met vriendin Lina, een Française, in Dornbirn en werkt in Bregenz. Rond 17 uur komt Theo aan op de camping, toch wel grappig om elkaar hier te treffen. Hij neemt ons mee de bergen in voor prachtig uitzicht en daarna naar zijn appartement. Als Lina thuiskomt gaan we met z’n vieren in Dornbirn een hapje eten in een duidelijk populaire biergarten. Zo leren we Lina een beetje kennen. In het donker nemen we afscheid. De volgende dag regent het flink en dus besluiten we naar het Oosten te rijden. We eindigen de dag in de prachtige bergen in de buurt van Zell am See. De dag erna rijden we naar zuid-Slovenië, waar we op een prettige camping neerstrijken aan een rivier. We blijven twee nachten, en huren zowaar fietsen om ons nog wat in te spannen. Met 30 graden en stevige heuvels komt dat helemaal goed. Via Metlika komen we Bosnië in het meest noordoostelijke puntje binnen bij Velika Kladusa. We pinnen direct KM’s. Opvallend zijn de moskeeën in het landschap, veel autobedrijfjes, het doet een beetje Turks aan, maar ook Roemeens. Na Bihac gaan we het Nationaal Park van de Una rivier in. De weg wordt onverhard en rustig. Vlak voor Kulen Vakuf ligt een prima kleine camping naast een waterval. We installeren ons en kunnen in het restaurant de kwartfinales voetbal kijken. Met twee Walen (ook in een Hilux) is het leuk om de Belgen te zien winnen van de Brazilianen.

Het weer de volgende dag is bewolkt en donker dus we besluiten te gaan rijden. We bezoeken de mooi watervalletjes bij Martin Brod en rijden langs de Kroatische grens naar Mostar.  We zien her en der rode bordjes die waarschuwen voor mijnen. Het landschap is ruig en leeg met hier en daar echte spookdorpen. De oorlog heeft hier sporen nagelaten. Na Livno zien we steeds meer auto’s met Kroatische vlaggetjes. In dit gebied leeft een groot gedeelte van de Kroatische Bosniërs. We passeren Mostar en komen aan bij Autokamp Blagaj. We worden bijzonder sympathiek onthaald met wijn, fruit en gebak. Op het gezellige terrasje kijken we met een jong Nederlands stel de andere kwartfinales onder het genot van een gebakken forel. De volgende dag laten we ons me een taxi naar Mostar brengen en dat bezoek hakt er in. Niet omdat het er erg druk is en erg warm, maar de historie hier laat niemand onberoerd. De brug is prachtig hersteld en de wijk eromheen ook, toch zijn her en der de sporen van de oorlog nog te zien. Een bezoek aan het oorlogsmuseum is een ontnuchterende ervaring. De foto’s en verhalen laten niets aan de verbeelding over. Hier zijn mensen blijkbaar toe in staat: executies, concentratiekampen, verkrachtingen, marteling. En de internationale gemeenschap heeft het zien en laten gebeuren. Wat ook duidelijk wordt, is hoe vreselijk complex de situatie in Bosnië is. Eenvoudig gezegd zijn er 3 bevolkingsgroepen: Bosniaks (moslims), Kroaten (katholiek) en Serven (orthodox). Die leven door elkaar in een soort kruitvat. Voormalige delen van Joegoslavië riepen een voor een de onafhankelijkheid uit en dat ging goed in landen met een relatief homogene bevolking. In Bosnië Herzegovina dus niet. De internationale gemeenschap erkende de onafhankelijkheid wel in 1992, maar intern brak oorlog uit. Sarajevo werd bezet door Serven en Kroaten bewapenden zichzelf. Bizar feit is dat moslims en Kroaten samen de Serven verdreven uit Mostar en vervolgens de Kroaten zich tegen de moslims keerden en uiteindelijk de beroemde brug opbliezen. In het Noordoosten vond de tragedie bij Srebrenica plaats in 1995, waarover later meer. Voor een buitenstaander is het geheel amper te begrijpen, dat is wel duidelijk. Beduusd komen we uit het museum en eten op een prachtig terras aan het water. ’s Avonds kijken weer voetbal en is de oorlog ver weg.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tijd voor wat off-road. Ik heb een route door de bergen bedacht en dat pakt goed uit. Dwars door de bergen met mooie vergezichten. We lunchen bij een raft-spot langs de Neretva, ‘we are so proud of this river!’ roept een van de gidsen, en terecht. Het is een prachtig groen gebied. We passeren regelmatig rode pas-op-mijnen-bordjes en vlak na Kalinovik staat een groot portret van Ratko Mladic langs de weg. Na het museumbezoek van gisteren is wel duidelijk wat die man op z’n geweten heeft, maar hij heeft blijkbaar ook medestanders. Bizar. We eindigen op het liefdevol verzorgde Autocamp Drina aan de rivier vlak boven Fosac. Het gras is gemanicuurd en de eigenaar vraagt ons niet met de wielen te draaien en geen heet water op het gras weg te gooien. Het komt helaas met bakken uit de hemel, dus we nemen snel plaats in het open restaurant. Prima muziek en prima eten (ze hebben zelfs meerdere vegetarische opties in dit vleesrijke land!). Joost vermaakt zich met een groep Belgische meisjesscouts en speelt kaart met ze. We slapen met oordoppen in, want zoals veel campings hier, ligt die pal langs de weg, jammer. Het koelt flink af. De volgende dag volgen we bij Tjentiste een off-road route het Suteska park in. Het pad is enorm modderig. We worden getrakteerd op prachtig uitzicht op 1600 meter, vlakbij de hoogste top van Bosnië. De auto is zo vies dat we in Foca een autowasser opzoeken, die een half uur nodig heeft om de modder er af te krijgen (hij veegt demonstratief over zijn voorhoofd). Met Google Translate vraagt hij ons of we naar Maglic geweest zijn….hoe raadt ie het zo. We maken kennis met Sam die al 18 maanden op de fiets vanuit Engeland onderweg is en al naar Iran en India is geweest, knap. ’s Avonds kijkt Joost op een laptop naar de halve finale België-Frankrijk.

Om een stukje af te snijden op weg naar Srebrenica rijden we via Goradze en Visegrad Servië in. Helaas blijkt het Tara National Park wel mooi maar vol met zomerhuisjes. We rijden dan toch maar naar Perucac waar een piepkleine camping is naast een hotel met weer herrie (ditmaal van een waterval). ’s Avonds kijken we in een rokerige kroeg naar Engeland-Kroatië. De volgende dag rijden we Bosnië weer in door prachtig groen heuvelachtig landschap. Als ik een foto van een dorp maak, heb ik niet in de gaten dat het Srebrenica is. Toch onprettig om daar met een Nederlands kenteken doorheen te rijden. In Potocari bezoeken we het genocide monument. Als ik de auto uitstap schiet ik al vol. Wat een enorme hoeveelheid graven. De Serviërs hebben hier, onder toeziend oog van de VN, 8000 mannen en jongens omgebracht. Er worden nog steeds resten begraven, te zien aan de verse graven en Joost ziet hoe ze twee lijkenzakken aanvoeren om te begraven. We rijden onder de indruk verder naar Zvornik waar we met Alija hebben afgesproken. Met Alija heb ik onderzoek gedaan in 2015 en ook nu weer werkt hij samen met de KvK. Hij doet promotieonderzoek aan de Hogeschool Utrecht. Zijn ouders zijn gevlucht toen Alija 1 ½ jaar oud was. Zijn vader werkte als ingenieur in Libië en had al snel in de gaten dat het mis ging. Alija neemt ons mee naar het oude fort, waar we prachtig uitzicht hebben over Zvornik, maar ook over het kleine dorp Divic in de rivier waar zijn familie vandaan komt. Het is snikheet en we luisteren aandachtig naar al zijn verhalen over wat hier gebeurd is met zijn familie en de regio. Wij kennen het drama in Srebrenica, maar er zijn veel meer dorpen leeggehaald en nog lang niet alle slachtoffers zijn gevonden. In Divic trakteert hij ons op traditioneel Bosnisch Cevapcici met brood. Alija begroet diverse mensen en laat het verlaten huis van zijn oma zien. Twee huizen verderop staat een half afgebouwd huis. Het is van zijn oom die niet meer teruggekomen is (en nog niet gevonden). Het water staat nu hoog, anders konden we de toren van de minaret in het water zien, die in de oorlog is neergehaald; de moskee werd vervangen door een kerk en veel Serviërs namen bezit van de huizen hier. Nu staat er weer een moskee. Het is onwerkelijk om te horen dat mensen die deelnamen een de genocide nu gewoon naast moslims wonen. Na de oorlog is het land Bosnië-Hercegovina in twee entiteiten verdeeld: Bosnië-Hercegovina (moslims en Kroaten) en de Republika Serpska (RS, Serven). Deze regio is nu uitgerekend RS. Het presidentschap is tripartiet en rouleert elke 6 maanden. Op mijn vraag of de genocide zich kan herhalen is het antwoord direct “ja”. Het is een broos evenwicht. We nemen afscheid. De dagen erna houdt het ons bezig en lezen we het geschiedenis hoofdstuk in de Lonely Planet nog een keer. Diverse Bosniërs die we ontmoeten, verzekeren ons dat het niet te begrijpen valt.

We overnachten vlak buiten Tuzla op een vakantiekamp bij Lukovac. Als het aankomt regent het flink. We installeren ons maar dat is van korte duur. De eigenaar komt met een groep mannen aan die een huisje willen huren. De intenties zijn duidelijk, dus we maken dat we wegkomen. Met het Duitse stel dat naast ons staat verkassen we zo ver mogelijk van de heren die ogenblikkelijk luidruchtig een vuur hebben gemaakt en aan het bier gaan. ’s Avonds nodigen we de Duitsers uit onder onze luifel, want ze hebben niet meer dan hun auto bij zich. We slapen slecht; de hele nacht Bosnische dance, niet slecht overigens. De eigenaar verontschuldigt zich meerdere keren. We rijden via Ribnica en Vares door de bergen en bossen naar Sarajevo. Prachtige route, waar we mooie wildplekjes zien. Bij Visoko staan we op een kleine, maar verzorgde camping. Weer regent het als we gaan staan. ’s Avonds lopen we een rondje door het vriendelijke dorp Mulici. De volgende dag blijkt het heerlijk weer en gaan we Sarajevo in. We parkeren bewaakt pal in de stad. Met advies van de Tourist Info lopen we langs de bezienswaardigheden door de stad en drinken cappuccino met een lekker gebakje. Prima toeven hier. Dan zoeken we bij het vliegveld naar het tunnelmuseum. Sarajevo heeft een bestand van 3 jaar Servische bezetting volgehouden mede dankzij de aanvoer van voedsel via deze ondergrondse tunnel. We slaan in bij een reuzensupermarkt en rijden een mooie route richting Jajce. Vlak voor Jajce komen we op een erg eenvoudige camping langs de rivier Vrbas. De beheerder doet erg zijn best, het is een fijne plek, maar de voorzieningen hebben we onderhoud nodig.

Jajce is een belangrijk historische stadje  met een groot fort, waar in de Middeleeuwen de koningen werden gekroond. We lopen een rondje en rijden daarna naar de Pilva meren waar ze 17 miniatuur watermolens hebben staan. We zijn ineens omringd door Arabische toeristen (dames in burka). Hadden we in het NRC al gelezen, dat die hier graag vakantie houden en investeren. Apart. Vlak buiten Jajce ontsnappen we, op een haar na, aan een frontale botsing. Een overmoedige Bosnische gladiool in een SUV haalt in over de doorgetrokken lijn. Wij rijden omhoog en dus gelukkig wat langzamer. Joost komt met de ABS in actie tot stilstand. Pfoooe!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In de middag komen we aan op een grassige camping langs de rivier en we vragen als eerste of ze de voetbalfinale kijken. Ja! Ze hebben een groot scherm. ’s Avonds blijkt dat niet veel mensen er belangstelling voor hebben, dus we kunnen het goed zien. We besluiten Banja Luka te bezoeken en dat blijkt een gezellige stad. In de overdekte markt slaat Joost zijn slag en koopt twee korte broeken. Ik knoop een gesprekje met de marktkoopman aan. Als ik zeg dat we Bosnië een mooi land vinden, zegt hij: “Yes, a beautiful country with a problem”. Je kunt veel lezen over de feiten, maar, zo verzekert hij: “you only scratch the surface”. Begrijpen doe je het toch niet. Op de terugweg rijden we een weggetje aan de andere kant van de rivier en besluiten spontaan een visje te gaan eten. Goed idee Joost! De serveerster spreekt niet veel Engels, maar we komen er uit. Achter ons vraagt een man waar we vandaan komen en hij blijkt een Amerikaanse Bosniër te zijn. Al snel komt de orlog weer ter sprake: “everything was better before the war”. De oorlog is nooit ver weg hier. Einde middag gaan we toch naar een kleine camping die we eerder hebben gespot. Nu zijn we op tijd en kunnen op het mooiste plekje staan. De eigenaar is vreselijk aardig, spreekt goed Engels en heeft het erg mooi voor elkaar. ’s Avonds loopt de plek flink vol.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag verlaten we Bosnië & Herzegovina over een klein stukje snelweg dat vlak voor de grens ligt. We crossen door Kroatië en Slovenië, overnachten mooi in de Krawanken, aan de Afritsen See, en in de Pfalz.Het was een heerlijk rustige vakantie en Bosnië heeft erg veel indruk op ons gemaakt. Het is een prachtig groen land, het toerisme nog niet erg ontwikkeld (op Mostar en Sarajevo na) en de historie uitermate intrigerend. Bosnië-Herzegovina is absoluut de moeite waard!

Baltic Trip 2017

2017 Baltic Trip

Dit is de route die we hebben gereden in 3 weken (proloog + LCC Baltic Trip): 3428 km

Schermafdruk 2017-09-04 19.58.23

Baltic Trip 2017

Beste mensen,

We gaan weer op pad. Voor de Nederlandse Landcruiserclub hebben we samen met Peter Postma, die in Tallinn woont, een prachtige route van bijna 2800 km uitgestippeld. De route start in Litouwen en gaat via Letland naar Estland en weer terug door Letland naar Litouwen.

IMG_0508.pngIMG_0511.png

We hebben er zin in!

Tot later, Marijke

Proloog

Zaterdagochtend 12 augustus vetrekken we in de regen naar Kiel. En het blijft de hele dag regenen. We verwachten rond 16 uur aan te komen, maar het wordt uiteindelijk kwart over zes. Veel wegwerkzaamheden en files onderweg. We laten de groep via Whatsapp weten dat we het gehaald hebben. We worden in een klein hoekje voor een truck gemanoeuvreerd en dat lijkt geen gekke plek, “pole position” om er straks als eerste weer af te gaan. We checken in en onze hut blijkt een prima plek. Ook het dinerbuffet is eenvoudig maar smaakvol. Het is niet overdreven groot en druk aan boord en er is plek zat om te zitten. Na een koffie duik in het bed in, Joost kletst nog wat aan dek. De vaart is rustig en we slapen lekker uit. Als we om 10 uur bij het buffet aankomen is alles al weg. Het blijkt “Lithuanian time” te zijn aan boord en dus is het 11 uur en de boel gesloten, ha ha. Dan maar koffie met een muffin en om 13 uur direct door naar de lunch. Intussen hebben we ons geïnstalleerd op het heli-dek, waar de zon fel schijnt. Om 16 uur varen we de haven van Klaipeda in en om 16.30 liggen we aan wal. Joost wordt opgeroepen en we spoeden ons naar de receptie. We moeten acuut naar beneden want onze auto moet als eerst van boord af. Dat kan slechter!

Om 17 uur komen we aan bij Camping Olandy kapure (Ducth Cape) en zetten de auto in het zonnetje. We worden direct aangesproken door Hugo die met een camper en 3 kinderen op pad is. ’s Avonds wordt het erg fris. De volgende dag gaan we een stukje van de route rijden en wat plaatsjes verkennen. Eerst naar Palanga, wat een echte badplaats blijkt te zijn, en doen er boodschappen bij een prachtige Rimi. Het is lekker warm. We rijden over een gravelweg richting Jurgaciems en eten een broodje op een picknickplaats.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bij Ziemupe vinden we tegen de duinen een strandparkeerplek waar we kunnen overnachten (5 Euro). Als we met een biertje op het strand zitten, komt tot onze stomme verbazing Hugo aangelopen. Na het eten en koffie op het strand, gaan we bij hun kampvuur zitten en kletsen gezellig over van alles en nog wat. Er komt ook nog een vosje langs. We slapen heerlijk en vetrekken de volgende morgen richting Pavilosta. Het zou volgende de Lonely Planet een surfstadje zijn, maar daar zien we helemaal niets van. We gaan landinwaarts naar Kuldiga, waar we met de rondreis niet gaan komen. We rijden door vele slaperige dorpjes en eindeloze wegen door akkers heen. Het is weinig opwindend. In Kuldiga hebben ze de breedste waterval van Europa, jawel, 149m breed en zo’n 2 meter hoog (!). Het ziet er inderdaad prachtig uit en een rondwandeling door het stadje is best aardig.

We eten snel een broodje en rijden verder door het ….. dal. We bedenken dat we graag Riga willen bezoeken en dat het handig is om alvast in de buurt te kamperen. We zoeken vlak voor Jurmalaa een camping. Camping Neptunus is klein en rustig. We zetten de auto neer en koken een potje. Helaas komt er ergens een flinke stanklucht vandaan (gelukkig ruiken we die niet vlak bij de auto). Na een lekkere douche rijden we op tijd naar de Riga City Camping (18 Euro). Geen fraaie camping, maar een prima plek om te voet vandaan naar de stad te lopen (half uurtje). We gaan direct op pad en nemen lekker koffie met gebak bij een konditorei. We bezoeken de enorme overdekte markt, drinken wat op een terrasje en melden ons om 15 uur bij Andis voor een free walkng tour door de oude stad die we de avond ervoor via Internet geboekt hebben. We zijn met z’n zessen en Andis leidt ons kundig kriskras door de stad. Hij weet heel veel en zo zie je veel meer, dan met een gids in de hand. Je betaalt wat je er voor over hebt. ’s Avonds eten we werkelijk fantastisch bij Muuse op het terras.

OP de camping is het verrassend rustig en we slapen prima. De volgende morgen komt een jong Duits stel op ons af, ze hebben ook een Hilux en vergapen zich aan onze camperunit. We pakken de boel in en rijden binnendoor naar Nationaal Park Aukstatija. Weer eindeloze slaperige dorpjes en akkers. In de middag komen we in het park aan en het regent. Doel is een bezoek aan het “Cold War Museum”. Het blijkt een oude raketbasis te zijn en we zien ondergronds hoe bizar die koude oorlog uitpakte met een wapenwedloop en waanideeën over de “vijand”. Als we bij de auto terugkomen, dan krijgen we een appje van Folkert en Netty die aan de overkant van het meer blijken te zijn! Ze zijn gisteren aangekomen en hebben vannacht op een lawaaierige camping gestaan in Klaipede. Na wat heen en weer geapp vinden we elkaar op een picknickplek aan een prachtig meertje. Heel gezellig! Een dame die er ook staat wil voor ons wel bellen en de eigenaar komt geld innen (9 Euro) en brengt hout voor 3 Euro. Het vuur is ook wel nodig.

De volgende morgen zwemt Ruby, hun hond, als een dolle in het meer en kletsen we wat met een Duits echtpaar dat er ook staat met hun Unimog. We rijden samen binnendoor naar Palanga waar we boodschappen doen voor een gezamenlijke bbq, want Alex en Hans komen vanavond in Klaipeda aan. We gaan terug naar de camping waar wij eerder stonden, maar er blijkt vlakbij een enorm muziekfestival aan de gang te zijn. Aan “achtergrondmuziek” geen gebrek! Ik klooi een paar uur met de Garmin en de routes, want er gaat nog steeds het e.e.a. mis met routeren. Uiteindelijk krijgen we de boel aan de gang en ziet Folkert de route ook op zijn Montana. Iets naar 17 uur komen Hans en Alex aan en is ons kampje met 4 auto’s compleet. We eten samen en maken een lekker vuur. De trip kan beginnen!

Baltic Trip part 1

Zaterdag 19 augustus gaan we met 4 auto’s op pad. De nacht was nog relatief rustig tussen een festival en een feest op de camping in. Eerst doen we in Palanga boodschappen. Als we ten noorden van Liepaja over een gravelweg langs de kust rijden, stoppen we bij de vuurtoren Akmensrags. Voor € 0,70 mogen we omhoog klimmen. Voor de kassa moeten we even naar binnen en het stinkt er nogal. Menig huis heeft hier een droogtoilet en dat is nogal een kunst dat fris te houden…… Het is een straffe klim, maar het uitzicht is mooi. Na een korte lunch stoppen we bij Jurkalne om echt even te zien hoe een glintkust eruit ziet. Het waait ongenadig hard. Vanaf de kustweg is meestal weinig te zien van de zee door het dichte bos. Verder naar het Noorden rijden we naar de oudste vuurtoren van Letland, maar die is omheind en er is geen uitzicht. De lange rechte weg naar Kaap Kolka is niet zo boeiend. We kijken bij Sikrags of we op een strandparkeerplaats kunnen overnachten. Wel een mooie stek, maar we willen de kaap zelf proberen. Hmm, dat is nogal een toeristencircus en zeker geen plek om te overnachten. We kijken nog wel op het strand naar de botsende zeeën die hier op de punt elkaar ontmoeten. Uiteindelijk overnachten we op de camping in Melnsils, uiteraard met kampvuur, want ook al schijnt de zon, het wordt snel koud ‘s nachts.

Zondag rijden we rustig langs de kust richting Riga en stoppen hier en daar om de kust te bekijken. Het is lekker weer. In Jurmala doen we boodschappen en lunchen we. De rt om Riga heen gaat prima, en halverwege de middag rijden we het Gauja Nationaal in; glooiend groen landschap met lieve huisjes en boerderijtjes. Een deel van de groep bezoekt het Turaida museum vlak voor Sigulda, dat bestaat uit o.a. een burcht en kerk in parkachtige setting. Helaas begint het te regenen. We besluiten de etappe eerder te stoppen en zoeken een plekje op de kanocamping in Ligatne (€15). Door de regen kunnen we geen vuur maken, maar ze hebben we lekker warme douches!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Maandag regent het nog steeds bij vertrek en rijden we een mooi stuk route naar het Kuku Kraces uitzichtspunt; een prachtige plek langs de rivier waar de rode kalksteen hoog is uitgesleten. Ruby de hond stuift het water in en blaf en zwemt als een dolle. Heel grappig. Bij de 16 m hoge Zvartesrots lopen we een klein rondje. In Cesis weten we een konditoreja te vinden, waar we ons tegoed doen aan koffie met heerlijke taartjes. We vertrouwen Hans de 6 kruimeltaartjes voor ’s avonds bij de koffie toe (hij weet er af te blijven!). In de regen lopen we een rondje door het stadje met burcht en kerken. Hier pikken we de 3e etappe op en bezoeken de Adelaarsrots, ook weer een prachtige plek aan de Gauja rivier. Ook hier gaat Ruby weer uit haar dak. Na een broodje op de parkeerplaats volgt een mooi stuk over kleine weggetjes naar Rauna en verder door de weilanden met uitzicht. Vlak voor de grens met Estland wordt het echt een track en begint de Hilux flink te glijden in de modder. De offroad grens met Estland is gedenkwaardig, want er is helemaal niemand. De paspoortformaliteiten doen we dan zelf maar ;-). De etappe eindigen we in de bossen van het Karula National Park en het lukt de track naar RMK site Plaagi te vinden aan de westkant van het Ahijarve meer (RMK plekken zijn van de Estse staatsbosbeheer en bestaan uit kampeerplekken, een droogtoilet en een vuurplaats, meestal met hout, veelal op echt mooie plekjes). Als we op deze magnifieke plek aankomen, schijnt zowaar de zon! Iedereen opgetogen. Dit was een prachtige etappe, ondanks de regen. Een vuur houdt ons warm voor het slapengaan (en anti-mug houdt de insecten op afstand).

De volgende ochtend om half zeven horen we ineens een (gewone) auto en gaan twee mannen een boot staan opblazen, beetje onverwacht op deze plek! We rijden over bospaadjes het park uit richting Rouge. Het landschap is mooi en we beklimmen een enorme observatietoren vlak na Rouge. Het ding is 28 meter hoog en nogal flexibel, niest voor Hans en mij. Beneden drinken we cappuccino. Via Haanja rijden we naar Võru waar we boodschappen doen en op een strandje een broodje eten. De weg naar het Peipsi meer is nogal saai. De vissersplaatjes Varnja, Kolkja en Nina zijn wel pittoresk met gekleurde huisjes en tuintjes vol bloemen. Je rijdt bij de mensen zowat door de voortuin. We kijken ook nog even bij het grote kasteel Alatskivi die gebouwd is door een rijke man met een fascinatie voor Balmoral, Schotland. Na de arme Russische dorpjes is dit een heel vreemd contrast! Als we aankomen bij camping Ranna Puhkebaas, is er helemaal niemand. Het is een enorm terrein met prachtige houten gebouwen aan het Peipsi meer en we zetten de auto’s neer. Ik probeer de eigenaar te bellen en wordt als snel teruggebeld. Oma komt even later geld halen (€10). Helaas is de douche niet werkend en hebben we alleen droogtoiletten. Ondanks dat het fris en hard waait, wagen Folkert en Netty zich in het meer (waar je na 100 meter tot je middel in staat). We eten onder de luifel vanwege de regen en ’s avonds is een groot vuur noodzakelijk om ons warm te houden.

De volgende morgen is het koud en nat. We rijden langs de dorpjes aan het meer en komen langs de prachtige zanstranden bij Kauksi. Het is overal verlaten. In een klein barretje drinken we koffie uit een automaat; de gebaksvitrine is leeg. We rijden helemaal tot aan de Russische grens bij Vasknarva, waar je nergens naar de rivier mag. We lunchen bij een bushokje en lopen een klein rondje langs het enorme klooster. De route gaat verder langs de Narva rivier, maar alle zijwegen zijn verboden om in te rijden en er staan verscheidene wachttorens. We rijden door tot aan Poruni, waar een RMK en een wandelpad zou zijn. Helaas staat er een slagboom op de weg, wat de vorige groep ons al had laten weten. We draaien om en rijden dwarsover naar Kuramae. Daar staat een klosster waar nu nog Russisch orthodoxe nonnen in wonen. Het regent weer flink, maar we gaan toch even het terrein op met een begraafplaats en meerdere kerken. Het is prachtig onderhouden met veel bloemen. Eindpunt van deze etappe zou de camping Ninsaare Puhkekeshus zijn, maar die is helemaal verlaten en niet in al te beste staat. We nemen wel wat hout mee en gaan op zoek naar een RMK plek in de buurt. De plek is niet groot, maar we doen het er mee. Zeiltjes spannen, biertje drinken, koken en een vuur maken op de parkeerplek. Het regent onophoudelijk.

De volgende morgen lijkt het droog maar de bomen laten nog steeds regen vallen. We breken op en rijden binnendoor naar het mijnmuseum. Daar hebben ze gelukkig cappuccino met wat lekkers! Dat hadden we wel verdiend. Er is zowaar een rondleiding ondergronds en de mannen willen wel mee. De rondleiding van anderhalf uur is in het Russisch maar ze krijgen een Engelse audiotour mee. Netty en ik nestelen ons in het restaurant. De heren komen enthousiast weer bovengronds; het is toch wel indrukwekkend te zien hoe ze hier oliehoudende steen gewonnen hebben, veelal met de hand. We lopen samen nog de tentoonstelling rond. Peter had ons aangeraden in het nabijgelegen mijn gebied rond te rijden. Als we er aankomen snappen we wat het is: een enorm gebied met bergen stenen, waar de olie uit gewonnen is, gedeeltelijk ondergelopen. We rijden even rond, doen snel boodschappen in de buurt en vertrekken naar de kust. We hebben besloten vanwege het weer niet alle plekken op de route aan de te doen en snel naar het westen te rijden. We stoppen nog even bij de oude ruïne van Toolsi en rijden dan Nationaal Park Lahemaa in. Het is een prachtig gebied met her en der idyllische boerderijtjes met veel bloemen in de tuin. Overal is netjes het gras gemaaid. In Altja kamperen we bij een hele oude boerderij. Ik had ’s ochtends al gebeld of ze een warme douche hadden en of ze open waren. Als we aankomen schijnt zowaar de zon even! Als we net staan komen Henk en Cora aangereden, die tot nu toe steeds een etappe achter ons zaten. We gaan samen heerlijk Ests eten bij Altja Körts. Het eten is eenvoudig maar zeer smakelijk en goedkoop. Gezellig. Om 20.30 mogen we de sauna in. De sauna is in een traditioneel houten huis en bestaat uit een woonkamer, een natte ruimte en de sauna zelf. We zijn met z’n 5-en de sauna is klein en loeiheet! Als we buiten staan om af te koelen, word ik ongenadig gebeten door de muggen (ontdek ik de volgende dag). Super opgewarmd, nemen we nog wat drinken bij het vuur en slapen als een roos.

We hebben nog een volle dag voor Lahemaa. We rijden alle schiereilandjes over en drinken koffie met een chocolade dessert in Viinistu bij een prachtig restaurant. We blijven lang zitten in de warmte want het komt met bakken uit de hemel. We blijven maar rijden en als het een beetje droog is komen we bij de RMK plek aan de noordpunt van Juminda, waar we een broodje eten. Uiteindelijk vinden we een mooie plek op de RMK in Tsitre, waar zelfs een droogtoilet voor rolstoelen is gemaakt! Na het eten ga ik lekker met de routes voor de tweede week aan de slag. De heren zitten buiten bij het vuur. We slapen weer als ossen. Vroeg in de morgen lijkt de lucht blauw, maar daarna gaat het weer regenen. We breken op en rijden de zon tegemoet (zo lijkt het). Aangekomen met de Jägala waterval begint het direct te hozen. Even wachten dan maar. De waterval is een prettig verrassing. Om half twaalf komen we aan bij de Tallinn City Camping. Het waait er enorm maar is wel droog Als iedereen een plekje heeft gaan we met de bus de stad in. Eerst koffie met taartjes! Bij Rukis slagen we super en Peter, die in Tallinn woont, pikt ons op. Leuk om hem weer te zien. Hij werkt hier en leidt soms betaald groepen rond. Nu si hij onze gids. We gaan gezellig met hem uitgebreid door de mooie en levendige stad. Het is droog en de zon schijnt zowaar. Peter laat ons alle hoeken van het centrum zien, erg leuk. We nemen ook nog een ijsje. We eindigen bij Argentina, een fantastisch grill-restaurant. Hans en Alex wagen zich aan de Tomahawk van 1 kg. We eten erg lekker en het is gezellig. Na het eten lopen we naar de kust waar ze vuren aangestoken hebben. We zien er twee, maar het maakt niet zo’n indruk. Met de bus terug naar de camping en na een warme douche vallen we tevreden in slaap.

De eerste week had zeker highlights, maar het weer had beter gekund. Volgende keer echt in juli naar de Baltische Staten! (meer foto’s volgen bij dit verhaal….)

Liefs, Marijke

Baltic Trip part 2

Op de Tallinn City Camping wachten we in het zonnetje op Peter die vandaag met ons meereist. Ik laad bij iedereen nog even de routes op de Garmins. Peter zijn Landcruiser is wat meer op leeftijd en hij heeft problemen met de koppeling. Als hij wil wegrijden moet hij in de versnelling starten. Het maakt een hoop kabaal en hij schiet naar voren. Zo min mogelijk stoppen en dat valt niet mee met al die stoplichten op de weg uit Tallinn. Het is redelijk rustig in de stad en we doen bij een grote Selver eerst wat boodschappen en pikt Peter Eve op, die op de schapenboerderij is opgegroeid waar we vanavond overnachten. Dan rijden we naar het westen naar de Rummu groeve. Dat is een ondergelopen mijn en gevangenis. Peter weet een uitzichtpunt en de weg er naar toe is modderig en vol met diepe kuilen. We kunnen er net parkeren. Ruby de hond gaat uit haar dak in het heldere water. Als we willen wegrijden is dat knap lastig want blijkbaar is er in de tussentijd een soort barrière opgeworpen. We komen er allemaal met geweld overheen, behalve Peter, die door Joost een stukje gelierd moet worden. Dan volgt een lange rit over de saaie 4 naar het zuiden. Vlak voor Pärnu, ter hoogte van Nationaal Park Somaa, rijden we naar het oosten. We hebben helaas geen tijd er te wandelen, maar Peter wil ons graag een hele bijzondere kampeerplek laten zien. En dat is het! Je moet het weten, maar de afscheiding kun je opendraaien en dan rijd je zo het weiland in naar een open plek met tipi, droogtoilet, hout, en verhip, een drijvende sauna! Het wemelt er van de fanatieke muggen, maar het is een mooie plek voor een groepsfoto, die Eve van ons maakt. Ik leg de plek vast in iOverlander. Daarna rijden we langs een klein uitdagend paadje, door de vorige groep ontdekt. Peter z’n achterdeuren zwiepen open, maar hij kan niet zo makkelijk stoppen natuurlijk. We rijden verder richting Viljandi en Peter leidt ons nog een klein stukje om door een prachtig stukje Estland. We komen rond 17.15 uur aan bij Murese Talu, een schapenboerderij. De huidige eigenaar, de broer van Eve, is jarig vandaag en getrouwd met de Nederlandse Karin die hoogzwanger is. . We krijgen heerlijke schapenfilet om klaar te maken, zalig. Nadat we allemaal een potje gekookt hebben, worden we uitgenodigd om een huiskamerconcert van Eve bij te wonen. We krijgen heerlijke zelfgemaakte chocololadekoeken en nemen plaats op schapenvellen. Eve heeft een flinke verzameling zelfgeschreven romantische Engelse en Estse nummers. Het is een bijzonder avond! Na afloop is er vuurwerk en nemen we afscheid van Peter die met veel kabaal wegrijdt. Het is een echt koude nacht (8 graden).

De volgende morgen neemt Karin ons mee naar haar verzameling gebreide producten, die van hun eigen wol is gemaakt. Iedereen slaat een paar mooie handschoenen of sokken in. We rijden naar het zuiden en gaan bij Valga de grens met Letland over. Bij Smiltene tanken we goedkoop en daarna verzin ik ter plekke een iets andere route zodat we door het hoogland rond Jaunpiebalga kunnen rijden (nou ja hoog, de hoogste berg hier is 248 m). We vinden een heerlijke lunchplek en de zon schijnt. Het landschap is prachtig met lange fotogenieke gravelwegen en kleine gehuchtjes met houten huizen. Na Cesvaine is er veel drassig bos en landbouw, lastig kamperen hier. We rijden door naar de camping die ik in de route opgenomen heb. Er aangekomen, is het een mooie locatie aan een meertje met een prachtig hotel er op (Turisma Centrs Ezerniekie in Meirani). Er is alleen een gast aanwezig en die adviseert ons om te bellen. We gaan maar staan op de plek die bedoeld is als camping onder de bomen. Het is lekker weer, dus een biertje en nootje gaan er wel in. Iedereen kookte z’n potje en er wordt wat hout bij elkaar gezocht voor een warm vuur.

Tot onze verbazing verschijnt de volgende morgen een dame die van ons 19 Euro vraagt (een recordbedrag deze reis) en natuurlijk zijn er toiletten en douches! Beetje onhandig dat ze niet eerder kwam opdagen. We gaan dus prompt allemaal onder een warme douche, heerlijk. Het is maar 16 graden, maar de zon schijnt en dan lijkt het al snel meer. De beheerder is een jonge vent die Engels spreekt en die legt ons uit dat dit een vreemde Letse zomer is met te lage temperaturen. Het seizoen loopt slecht en hij moet het hebben van bruiloften en partijen in het weekend. We vervolgen de route langs het Lubans meer, een enorm meer met rietkragen er omheen, waar veel soorten vogels leven. Langs het meer kun je prima kamperen. Het is heerlijk zonnig weer. We lunchen in het Razna National Park aan het enorme meer en beklimmen de Makonkalns voor een weids uitzicht. We scharrelen door het park heen over kleine weggetjes. Het gaat even fout en dus staan we ineens op het erf van een bijzonder dronken boer, die een heel verhaal tegen Joost houdt. Snel wegwezen. We rijden rond het Ezernieki meer, dit is een prachtig gebied om te kanoën. We komen aan het einde van de dag aan, vlak onder Kraslava, bij outdoorcamping Upes Dizvietas van vader Matthias en zoon Sebastian. Peter had ze al een bericht gestuurd. Het is een mooie plek aan de rivier, maar er lopen wel twee blaffende honden rond die snel aan de ketting worden gelegd. Matthias leidt ons rond en het ziet er verzorgd uit. We zoeken allemaal een plek en relaxen even in het zonnetje. Sebastian belooft even rond te vragen naar 4×4 routes in de buurt. Joost maakt lekker gebakken aardappeltjes met een stukje gemarineerd vlees en sla. ’s Avonds is er vuur, maar de heren zijn ni et zo onder de indruk van de kwaliteit ervan. Henk en Alex bemoeien zich er mee en al snel wordt het lekker groot en warm. We kletsen wat met andere Duitse gasten.Resized-0288resized

Op aanraden van Matthias rijden we langs de snelstromende Dauga rivier over een mountainbike pad dat breed genoeg is voor auto’s. Het blijkt een schitterende route door het bos en hier en daar is het echt smal en overgroeid. Na 10 km kunnen we niet verder en steken door naar de doorgaande weg. Via Daugavpils rijden we de grens met Litouwen over. Wat volgt is een prachtig gebied. We lunchen aan een meertje in de zon en besluiten om de etappe te halveren en op tijd een mooie plek te zoeken. Nationaal Park Aukstaitijos is een prachtig gebied vol met bossen en meertjes. Na even zoeken vinden we een camping (Sravinaiti) aan een meer met een open zonnige plek om te staan met overdekte picknicktafels. Folkert belt het nummer dat op het bord staat en even later komt de beheerder aangereden. We kunnen er staan voor 9 Euro per auto en hij brengt ook een grote bak met hout. De sauna moet (na onderhandelen) 40 Euro kosten en dat laten we maar. Het is nog vroeg en de zon schijnt, iedereen gaat snel in de korte broek en we nemen het er van! We hebben de plek voor onszelf. ’s Avonds koelt het natuurlijk snel af en houdt een prima vuur ons warm.

We doen rustig aan en scharrelen langs kleine bospaadjes verder door het park. Het is mooi hier! Bij een schiereilandje kunnen we met de auto’s niet verder en lopen een stukje. Bij Paluse zijn we weer op de asfaltweg en rijden naar het volgende park. Het is lastig een supermarkt te vinden en dus rijden we iets om via Svencioneliai voor een Maxima. Daar vandaan naar het oosten rijden we regionaal park Labonoro in. Het begint met een bosbouwgebied waar we snel even koffie drinken in een zijpaadje. Ook hier weer even een route uit de vrije hand en weer een mooi gebied met meren. We bezoeken nog wel even de hoogste observatie toren van Letland (36 m). Niet iedereen gaat omhoog en het waait boven erg hard. We lunchen op een picknickplaats aan een meer en Alex verwent ons met een pannenkoek! Ruby zwemt weer dat het een lieve lust is. We hebben geen zin om helemaal naar de beoogde camping onder Vilnius te rijden en dus gaan we op zoek in het gebied boven Vilnius. Volgens de borden moeten er meerdere mogelijkheden zijn om te kamperen, maar we rijden heel wat rond en komen uiteindelijk op een picknickplek terecht waar we de boomstammen maar aan de kant schuiven om er in te kunnen. Het is al tegen zessen en we willen niet verder. Iedereen installeert zich op de krappe plek en we hebben al snel in de gaten dat er veel enorme muggen zitten. Het uitzicht is wel prachtig. Als de heren hout klaarmaken voor het vuur en Joost aanmaakhoutjes hakt, eindigt de scherpe bijl in zijn wijsvinger. Hij doet er zelf nogal luchtig over en gaat op zoek naar een vingerpleister. Cora (verpleegkundige) en Folkert (BHV’er) denken er anders over. Cora laat het hechten achterwege en legt een dubbele zwaluwstaart aan. Na een uur of twee vermindert het bloeden en lijkt de lap vlees keurig op z’n plek te blijven. Een ongeluk zit in een heel klein hoekje! Vij het kampvuur evalueren we de reis. De etappes waren hier en daar te lang, de route is mooi afwisselend tussen natuur en cultuur, maar twee weken is eigenlijk te krap en er hadden wat meer offroad paadjes in gemogen (kan zeker in het oosten van Litouwen). Kortom, aan de hand van deze verkenningsreis kan ik de route nog wat aanpassen en kan de reis opnieuw worden aangeboden op de kalender van de club.

We staan de volgende dag (vrijdag) vroeg op omdat we graag met z’n allen naar Vilnius willen, als afsluiting. Alex en wij moeten ’s avonds met de boot vanuit Klaipeda, maar een bezoek aan Vilnius wil nog wel. Bij het ontbijt komt Alex nog met een pannenkoek met stroop voor mij aan als excuus voor het feit dat hij zijn bijl aan Joost had uitgeleend en dat verkeerd afliep. Lief, hè! We rijden in een uur naar Vilnius en ik heb een parkeerplek gevonden vlak bij het centrum waar we nog net kunnen staan. Hans heeft een wandelroute bedachte en we beginnen met een beklimming van de burcht, van waar we uitzicht hebben over de nieuwe en oude stad. Na een bezoek aan de kathedraal gaan we op zoek naar koffie met gebak wat met 8 personen nog niet eenvoudig te regelen is. Hans leidt ons verder door mooie kleine straatjes en om half twee zijn we terug bij de auto. We nemen afscheid van de andere helft van de groep. Henk & Cora, Folkert & Netty en Hans reizen nog twee dagen door en doen nog een stuk van de route. Wij rijden met Alex over snelweg naar Klaipeda. We hebben nog wel file en regen, en komen rond half zeven bij de boot aan. Na diner en een afzakkertje gaan we naar bed.

Het was een mooie ervaring om deze reis voor te bereiden en uiteindelijk ook te rijden met een groep. Ik heb er veel van geleerd! De Baltische staten zijn qua rijden niet erg opwindend, maar zeker een bezoek waard.

Liefs,

Marijke

Aftellen

Lieve familie en vrienden,

Nog krap vier weken en dan gaan we weer op stap. Dit keer rijden we in een week naar Iran. Daar wordt het al snel warm, dus daar gaan we beginnen. We zijn reuze benieuwd naar de pracht en praal van deze oeroude beschaving met naar verluid bijzonder aardig en gastvrije mensen. Als we zijn uitgekeken reizen we door naar Armenië en Georgië, om via Turkije en de Balkan weer terug te reizen naar huis. We hebben heerlijk vier maanden de tijd en geen planning! Reizen jullie mee?

Groet,

Joost & Marijke

Week 1: Kilometers en werelderfgoed

Zaterdag 2 april 2016 rijden we de straat uit op weg naar Iran. Even broodjes halen bij de bakker en weg zijn we! De weg door Duitsland kent veel wegwerkzaamheden en we komen rond 18 uur aan in Passau op de Oostenrijkse grens. Omdat alle campings gesloten zijn, overnachten we in een hotelletje. We drinken een lekker biertje en laten de verse asperges goed smaken. De volgende dag wordt een echte Jut-en-Jul dag. Als we op de Oostenrijks-Hongaarse grens komen, blijkt dat we het vignet niet goed opgeplakt hebben. De strenge politieagent spiegelt ons een boete voor van 300 Euro of meer als we geflitst zijn onderweg of nu 120 Euro betalen. We zijn overrompeld door onze eigen stommiteit en besluiten te betalen. Nog geen 2 uur later rijden we na een koffiepauze in een fuik van de Hongaarse politie. Ze scannen ons kenteken en geven aan dat we een vignet hebben in de verkeerde klasse. Geen praten aan, weer een boete aan de kont. Even slikken en verder!

Hongarije en vervolgens Servië zijn vooral plat, prima wegen, maar verder niet iets om opgewonden over te raken. Bij de Servische grens zien we voor het eerst kamperende vluchtelingen. Bij Novi Sad aangekomen, ontdekken we dat ook hier het “Eindhoven-syndroom” bestaat: je denkt te kunnen afslaan zoals je navigatie aangeeft, maar je blijkt op een nieuwe rondweg te zitten en kunt er niet af. Dat is dus flink omrijden. Als we de ingang van de stad gevonden hebben, is het inmiddels 18 uur2016-04-03 19.26.39 en 24 graden. Iedereen flaneert op straat en er is een gezellige kermis. We navigeren over een boulevard naar de Donau toe. De omgeving ziet er wat gribus uit, maar het Tourist Resort Ribarsko Ostrvo blijkt buitengewoon prima. De hotelkamers zitten in bungalows en we gaan even lekker op de stoep een wijntje drinken. Het restaurant heeft een schitterend uitzicht over de Donau. De gegrilde biefstuk is werkelijk geweldig.

De volgende dag weer zo’n 800 kilometers. We rijden langs Belgrado over een rondweg, maar dat is iets te veel eer voor een soms tweebaansweg met stoplichten. Als ik na de lunch het stuur overneem, komen we prompt op een smal stuk weg met veel tunnels en grote vrachtwagens. Met zweethandjes geef ik snel het stuur weer over. We passeren de Bulgaarse grens en kopen een vignet. Prompt breekt me het zweet uit dat ik weer een verkeerde klasse heb gekozen. In Bulgarije navigeren is wat lastiger want de meeste plaatsnamen staan in het Cyrillisch aangegeven (soms met de Latijnse naam eronder). We kunnen Plovdiv niet ontcijferen en rijden even verkeerd. Ook hier is de ‘rondweg’ echt een bizarre benaming voor de tweebaansweg met stoplichten en zebrapaden en kost veel tijd. Met alle moderne hulpmiddelen in de hand ontdek ik in het Bulgaarse achterland een camping. Als we voor de deur staan, worden we enthousiast toegezwaaid door de Japanse Kaiko en haar dochtertje Skie, die in British Engels een heel verhaal tegen mij afsteekt. Ik word er heel blij van. We zijn de enige gasten op een mooi groen grasveld. Matt heeft net DSC_0007resizedde nieuwe douche en toilet af. Hij is hier verzeild geraakt omdat hij Engeland zat was, heeft 7 jaar aan het huis gebouwd en is een camping begonnen om wat te verdienen. We eten wat en dan komt de 8-jarige Skie haar beloofde vioolconcert geven. Heerlijk. Ze spreekt Bulgaars, Japans en Engels en is een enorme wijsneus. Het is behoorlijk koud, maar we slapen prima in ons eigen bed.

De volgende morgen is mijn rugpijn ineens een stuk minder, schijnt de zon en is het lastig om weg te komen, want het is gezellig met ze. In 45 minuten staan we aan de Turkse grens. Dat gaat redelijk soepel en de controle in de ‘ inspection hangar’ stelt weinig voor. Direct na de grens wacht weer een ‘vignet-uitdaging’. Op de snelweg heb je er een nodig, maar bij het benzinestation word ik afgewimpeld. Gewoon doorrijden en dan de politie 50 Lira betalen. Nou, ik dacht het niet. Een aardige heer komt me achterna en vertelt in het Duits waar we ongeveer een vignet kunnen kopen. Het kost wat moeite maar ter hoogte van de tolpoort weet Joost een opgewaardeerd elektronisch vignet te kopen. Op naar Istanbul. We zien indrukwekkende hoogbouw. Het gaat maar door zo’n 75 kilometer, enorme DSC_0013resizedbebouwing, langzame file met verkopers die er gewoon tussen staan. Het kost ons 2 ½ uur. Aangezien er in Turkije erg weinig campings zijn (anders dan aan de kust) besluiten we naar de Zwarte Zee te rijden, zo’n 60 km om. Aangekomen in Akcakoca blijkt de camping vervallen. Een man stopt en vraagt ons in het Duits wat we willen. Voordat we het in de gaten hebben, belt hij in het rond en verschijnen er meer mannen. We mogen er wel staan, maar er blijken geen voorzieningen. Uiteindelijk eindigen we tegenover, naast een restaurant, waar we heerlijk gebakken vis eten. Voor het kamperen hoeven we niets te betalen en we mogen het toilet in het hotel ernaast gebruiken. Bijzonder gastvrij. ’s Nachts is het maar een paar graden.

Na 4 dagen en ruim 3000 kilometer besluiten we een omweg te maken naar Cappadocië. We staan om half zeven op, nemen een lekkere cappuccino bij de Shell, kopen ekmek bij een bakkertje en slaan eten in in een prachtige supermarkt. Ineens krijgen we een vakantiegevoel! Als we dan einde van de middag ook nog door het wonderlijke landschap Göreme binnenrijden en aankomen bij een heerlijke camping met 25 graden en zon is de dag helemaal geslaagd. Eigenaar Jussef is bijzonder vriendelijk en legt me uit wat we allemaal kunnen doen in de omgeving. We staan helemaal alleen met prachtig uitzicht. De volgende dag2016-04-06 16.45.55 doen we heel rustiDSC_0051resizedg aan en lopen einde van de ochtend naar het Göreme Openluchtmuseum, werelderfgoed met uit de rotsen uitgehakt
e kerken. Na de lunch en wat gelummel komt een oude Landrover aangereden met een jong Duits stel, net terug uit Iran en Oman. Gezellig kletsen we enkele uren en wisselen informatie uit. Vrijdag rijden we een rondrit langs diverse rotsformaties in de buurt.

Zaterdag rijden we richting Iraanse grens en we hopen er zondag over te gaan met als doel Tabriz. Geen idee hoe het internetten daar gaat, maar mocht het stil blijven, geen paniek!

Liefs, Marijke & Joost

Week 2: een karrevracht lieve mensen

Vanuit Cappadocië rijden we op zaterdag 9 april richting het oosten van Turkije. We steken diverse hoge passen over (2000 mt), het is koud en er ligt sneeuw langs de weg. De wegen zijn prima, op enkele stukken na, en er zijn ongelofelijk veel benzinestations. In Erzürüm stoppen we bij een grote Carrefour om in te slaan. Het komt met bakken uit de hemel. We rijden door totdat de weg en het zicht wel erg slecht worden (ter hoogte van Horasan). Ik zie ergens een lichtje boven de weg en we slaan af. Op een erf zien we enkele huizen en we bellen aan om te vragen of we er mogen staan. Ik heb mijn woordenboekje al klaar, maar de man toont een grote grijns en zegt: “English? No problem!” Zijn Engels is niet veel meer, maar zijn gastvrijheid des te groter. We moeten eerst binnenkomen en krijgen in een hele warme kamer thee. Communiceren gaat zo zo, maar dat mag de pret niet drukken. Na een uurtje trekken we ons terug en eten nog wat kaas met brood. Het is koud, maar we slapen uitstekend. ’s Ochtends krijgen we twee gekookte eitjes, zo aardig. Onderweg rijden we een dorpje in om een brood te kopen. Dat duurt een half uur, want na het afrekenen moeten we toch echt thee blijven drinken! Op naar de Iraanse grens en de hoofddoek om. Bij de grens valt het echt reuze mee. De eerste Iraanse controle grijpt in de dropjes en ruikt eraan; van de Chocotoffs in het dashboard kastje wil hij er wel een paar hebben. Verderop worden we op sleeptouw genomen door een meneer. Het is niet goed in te schatten wie nu wel en niet bij de officiële beambten horen, want ze dragen geen uniform. We worden naar een aparte ruimte geleid met comfortabele fauteuils en een uitstekend Engels sprekende jonge dame vult voor ons alle formulieren in. We krijgen folders mee en vragen haar naar verzekering en geld wisselen. Nu de Carnet de Passage, dat is een wat schimmiger proces, maar een helper van het mannetje haalt alle krabbels en stempels voor ons. Iemand duidelijk hoger in rang wil nog in de auto kijken, maar vindt het een prachtig apparaat en ook dat gaat vlot. Iedereen wenst ons “Welcome to Iran!”. Nu nog geld wisselen en een verzekering. Vlak voordat je het terrein afgaat, moet je het Carnet met een verzekering kunnen overleggen. In een apart kantoor van Iran Insurance kopen we voor 100 Euro een maand verzekering. Kan zeker goedkoper, maar dan moet je eerst lopend het terrein af en we laten de auto liever niet alleen. We betalen het mannetje 20 Euro. Geld wisselen verloopt nog wat knullig. Met een uur zijn we in Iran! Op naar Tabriz.

Vanwege het tijdsverschil is het ineens veel later en we proberen door de grote stad Tabriz te navigeren naar een park waar we weten dat je mag kamperen. Onderweg zien we ook winkels met felgekleurde tentjes. Het verkeer is heftig, maar we komen uiteindelijk toch aan bij El Goli Park, met dank aan onze ‘good old’ GPS. Het is er gezellig druk en we parkeren bij de toiletten in de buurt. De auto trekt enorme aandacht en wordt van alle kanten gefotografeerd. Ook stelletjes maken een selfie met de Hilux op de achtergrond of met ons. Menigeen maakt een praatje, al blijft het vaak bij: ‘Hello, how are you” en “welcome to my country” (en dan wat verlegen gegiechel). Het voelt heel goed en we voelen ons welkom en veilig, geweldig. We worden ook bij mensen thuis uitgenodigd en mensen vragen of we wat nodig hebben, maar na zo’n lange dag is het wel best. Als we beginnen met koken horen we: “Hello, anybody home?” Martin reist twee jaar alleen in een Landrover en blijkt een enorme kletser. Na het eten drinken we koffie en kletsen, al worden we regelmatig onderbroken door bezoekers. Een jonge vent vertelt Joost openhartig hoe hij over de regering denkt. Hij is erg pessimistisch over de toekomst. Zijn tweelingbroer vertelt me dat ze na het studeren eerst het leger in moeten en daarna pas buiten Iran mogen reizen, maar daar hebben ze geen geld voor. Feesten doen ze graag, maar ook dat is beperkt vanwege hun budget. Werk is er weinig. Het is koud en we duiken ons bed in. De smartphones blijven klikken buiten en helaas blijven er naast ons jongelui in hun verlaagde pick-ups slapen….de hele nacht met de motor aan.

Na een onrustige nacht en een ontbijtje op de stoep met toeschouwers, gaan we in een taxi met Martin in zijn Landy achter ons aan naar de Bazaar. De Bazaar van Tabriz is enorm en Werelderfgoed, maar kan ons niet echt bekoren. Tijdens onze zwerftocht komen we een prima Engels sprekende jongeman tegen. Perfect moment om eens te vragen hoe je 1 t/m 10 schrijft in het Perzisch want we kunnen de prijskaartjes niet lezen. We vragen gelijk wat een taxi zou moeten kosten naar El Goli, want de taxi probeerde ons 300.000 Rial afhandig te maken en dat is te veel (100.000 Rial=10.000 Toman= ong. 3 euro). Weer wat geleerd. We nemen afscheid van Martin en lopen nog wat rond. Inmiddels regent het enorm en gaan we op zoek naar een Iraanse sim-kaart. Het mooie is als je ergens gaat vragen en ze spreken geen Engels, dan halen ze iemand of brengen je naar de juiste plek. Zo komen we in een postkantoortje (is voor ons echt niet te herkennen) en een jonge vent helpt ons aan een sim om te kunnen internetten, vooral voor Google Maps in geval van nood (helaas werkt die niet echt goed). We gaan op de gok ergens wat eten. De man laat ons zijn enige gerecht zien dat flinke staat te pruttelen (kikkererwten, tomaten, lamsvlees, vet en aardappel) en we eten er lavash bij (een lange dunne lap brood) en een colaatje. We gaan naar de tourist information en wisselen daar wat geld tegen een goede koers. We besluiten naar Kandovan te gaan. Kandovan is een soort klein Cappadocië. Als we hoog in de bergen aankomen, is het koud en het regent. We bekijken de rotswoningen en besluiten bij het hotel te vragen of we op de parkeerplaats mogen staan. Ze overleggen even en als we zeggen dat we in het restaurant willen eten, mag het en we mogen ook het toilet gebruiken. De auto wordt uitgebreid bekeken. Even later ontdek ik dat het een erg chic hotel is (volgens LP $340 per nacht, maar dat betaalt waarschijnlijk niemand). Een bus met mensen uit Hong Kong en Singapore stroomt leeg en ook die willen de auto wel zien en een praatje maken, grappig. Ook drie Iraans-Amerikaanse dames kirren er op los. We eten heerlijk in het restaurant en de manager komt ons een hand geven. Joost bestelt dizi en dat blijkt exact hetzelfde te zijn als wat we ‘s middags gegeten hebben (maar dan andere kwaliteit). Nu krijgt hij er wel een stamper bij om het fijn te stampen, want dat hoort zo. Achter ons wordt een mooie taart en bloemen aan tafel gebracht bij een stelletje. Ze nodigen ons uit om ook een stukje te eten. Zij vertelt ons dat het vooral voor vrouwen lastig is om aan werk te komen, zeker als je kunst gestudeerd hebt. Ze heeft een studieschuld van 20 miljoen Rial (=600 Euro) ook nog. Ze willen geen bruiloft maar het geld benutten o te reizen in Europa. Ai, een visum wordt lastig en ook het budget. We geven ze de website van AirBNB en onze gegevens, mochten ze naar NL komen.

Dinsdag 12/4 doen we eerst de kachel aan voordat we uit bed stappen! We rijden terug langs Tabriz en onderweg stoppen we voor warm brood bij een leuk bakkertje. Tanken gaat soepel, al heb je er een pasje voor nodig die je leent of van het pompstation zelf of van een vrachtwagenchauffeur. Je betaal de dubbele prijs van wat de vrachtwagens betalen (=16 Eurocent/liter) en de helft daarvan gaat bij iemand in de pocket; win-win. In Soltaniyeh bezoeken we het Oljeitu mausoleum (werelderfgoed), dat nog steeds in restauratie is. De toegang is 200.000 Rial (6 Euro!). Oljeitu wilde er de resten van Mohammeds schoonzoon in begraven zodat het een tweede Mecca zou worden, maar die kreeg ‘ie niet. Nu ligt hij er zelf. Indrukwekkend bouwwerk. We rijden door tot we vlak voor Buein een verlaten parkeerterrein vinden om te staan. Helaas worden we ‘s nachts wakker gemaakt door een bewaker en politieagent, maar ze laten ons met rust. Voortaan toch even vragen. De man zwaait ons de volgende morgen vriendelijk gedag.

Op weg naar Kashan rijden we over een tolweg. Als we aankomen bij een van de tolpoortjes met geld in de hand, krijgen we een grote grijns terug: “Hello, mister! Where are you from? Welcome to Iran!” en mogen doorrijden zonder te betalen. Na de middag komen we in gemoedelijk Kashan aan. Laagbouw en wegen met bomen erlangs. We rijden naar Eshan Guesthouse en mogen tot onze verrassing in de steeg kamperen en van de faciliteiten gebruik maken. De receptie kan de auto in de gaten houden met een camera. Het zonnetje schijnt en we relaxen in de mooi patio van het oude huis. De wifi valt tegen, net als alle Internet pogingen die we doen. Er is zoveel geblokkeerd! Ook onze weblog en tracker dus…. Eind van de middag gaan we door de gezellige bazaar. Veel mensen die een praatje maken. Het komt weer met bakken uit de hemel. We eten in het guesthouse traditionele barley soup en een stoof van sperziebonen, lamsvlees en wortel. Prima. En dan heerlijk douchen na 4 dagen!!! We kijken een aflevering van The Bridge 3 en slapen als een os in ons steegje.

Donderdag snuiven we cultuur. Na een ontbijtje in het hotel met traditioneel lavash brood, roomkaas en eieren, gaan we op weg naar de highlights. Althans, nadat we eerst vragen van enkele langslopende Iraniërs en toeristen beantwoord hebben en weer op de foto gaan. Eerst een mooi moskeecomplex (Agha Borzog), waar ik een praatje aanknoop met een architect studente. Daarna lopend naar enkele oude huizen waar Kashan om beroemd is. Prachtige architectuur en het is er druk met Iraanse toeristen. In het Abbassian House loopt een schoolreisje meisjes uit Teheran rond. Pubers die het wel grappig vinden om met me te praten en op de foto te gaan. De zwarte chadors verhullen strakke spijkerbroeken. We lunchen in het bijbehorende restaurant en daar hebben ze zowaar prima wifi! We eten zittend op lage banken bedekt met tapijten. Dan naar Tabatabei House, een schitterende huis met mooi stucwerk en vervolgens naar een oude Hamman (Sultan Mir Ahmad). Als we terug naar de auto lopen komen we de enthousiaste heer op de fiets weer tegen. Hij spreekt keurig Engels en vertelt ons dat hij alle toeristen aanspreekt om zijn intellect op peil te houden, tegen de Alzheimer en bovendien vliegt dan de tijd, want hij is gepensioneerd. Geweldig.

’s Middags sorteer ik de foto’s en upload ze (verkleind) naar Google. We gaan nog een keer naar de bazaar om geld te wisselen. Joost raakt aan de praat en ze bevelen ons aan weer in het Abbassian house te gaan eten. Daar eten we heerlijk kebab met een alcoholvrij citroenbiertje. Op de terugweg is een bakker druk lavash aan het bakken. Als Joost aangeeft geen brood te willen, maakt hij er een met een hart! Goud. Als we bij het guesthouse willen afrekenen voor gebruik van douche en toilet hoeven we niets te betalen! Wat een gastvrijheid. Als we de satelliettelefoon wat langer laten aanstaan komen de berichtjes van Jaap en Willem wel aan. Gelukkig, hij doet het.

Vrijdag 15/4 is het heerlijk weer. Onderweg spot ik een luxe supermarkt, splinternieuw zonder prijzen. Daar slaan we in, inclusief kip (uit Duitsland volgens de slager). Dan rijden we langs een bakkertje waar veel mensen in de rij staan. Een belevenis om te zien hoe dat gaat. Als je je brood meekrijgt is het erg heet en borstel je er eerst de steentjes van af. Wel superlekker (Sangak, de koning onder Iraanse broden, dik met kuiltjes en sesam). De Sialk Hills laten we voor wat ze zijn, geen zin in opgravingen. Vervolgens kost het ons flink moeite om Fin Garden te vinden. Het is er erg druk (vrijdag is zondag hier) met families. Het is een Perzische tuin (werelderfgoed) maar vooral het tuin gedeelte is niet indrukwekkend (ongemaaid gras met viooltjes). Daarna via Na’in naar Anarak aan de rand van de Dasht-e Kavir, de woestijn van centraal Iran. Geen klassieke woestijn met zandheuvels, maar grote lege vlaktes met gravel en rotsgebergten, prachtig. Veel beschutting is er niet voor de harde wind en regen en dus gaan we in Anarak achter een wegrestaurant staan, waar ook lange afstandsbussen stoppen. Er is ook een ‘camping’ = overdekte betonnen platen waar je een tent op kunt zetten (hebben we vaker in parken gezien). We vragen de garage-eigenaar ernaast en die vindt het prima. Direct komt een snelle jonge man in het Engels vragen of we iets nodig hebben. Eshan komt uit Isfahan en als we daar zijn, moeten we hem maar bellen en we krijgen zijn nummer. Zo doen ze dat hier. Hij vindt het ook maar raar weer voor de woestijn: 16 graden en regen.

In primitieve omstandigheden voel ik me uitgedaagd, dus we eten kip met ui, paprika en babi pangang-saus, wortelsalade en warm Sangak brood erbij. Daarna kijken we de 3 laatste afleveringen van The Bridge en gaan pas om half 1 slapen. We slapen weer als een roos; het is goed rustig. De volgende dag rijden we via Garmeh. Prachtig rotslandschap. We vinden een mooie lunchplek en besluiten na Garmeh nog verder te rijden. Vlak na Robat-e Posht-e Badam vinden we een prachtig plekje in de wildernis. Het is er oorverdovend stil en we zien helemaal niemand. De volgende dag op naar Kerman.

Lieve mensen, excuses voor het lange verhaal, maar dit is werkelijk een prachtig land, prima te bereizen en je maakt iedere dag weer wat nieuws mee!

Khodahafez,

Marijke