8. Armenië I: Een heerlijk intermezzo

Op 25 juli steken we dus zowel de grens van Georgië als de grens met Armenië over. De formaliteiten duren niet erg lang, behave het betalen van de importbelasting voor de auto in Armenië. Bij de grens raak ik aan de praat met een Rus uit Socchi die zijn tienerzoon Armenië en Georgie wil laten zien. Hij laat duidelijk blijken niet al te veel op te hebben met de regering en trouwens: “the government is not the people”! Wel heeft hij problemen om bij zijn geld te komen onderweg; zn pasjes werken niet al te best meer. De weg na de grens in Armenië is niet al te best en ik let even niet op zodat we de afslag naar Lake Arpi missen. Dan maar een verderop. Ai, op de kaart staat Highway H-66 aangegeven, maar het is meer een opgedroogd modderpad met diepe kuilen en veel bypasses (stukken om de officiële weg heen. Het is een vreselijk stuk en we besluiten dan maar neer te strijken bij de eerste de beste plakje, een soort picknickplaats naast een khachkar (kruissteen). We staan er prima en de temperatuur is aangenaam. Voorbijgangers zwaaien vriendelijk. De volgende dag maken we een wandeling door de nabijgelegen weilanden en komen diverse kuddes langs. We rijden verder naar de eerste stad, Gyumri, waar we bij een sim-kaart scoren bij een prima winkel van Viva-MTS. De dames spreken Engels en helpen ons supersnel. We lopen nog een rondje door het stadje, maar het is warm en dus gaan we ergens lekker lunchen. We rijden nog een stuk en vinden een plekje bij een kerk. Wat we al gelezen hadden, alle voorbijrijdende auto’s toeteren 3x! Blijkbaar een soort wees-ge-groetje. ’s Avonds komen er wat jongeren bij elkaar die gezellig muziek luisteren, maar veel last hebben we er niet van. Eigenlijk hebben we zin om direct naar Sandra van Camping 3Gs door te rijden, waar we Esaï en Carla met de kids gaan ontmoeten. De weg wordt gelukkig veel beter en we rijden door een dor landschap richting Yerevan. Onderweg wassen we de auto met wat hulp, omdat we de automaat niet helemaal begrijpen (wat is zeep en wat is water?). Het Armeens is niet te lezen en ook de camera functie van Google translate kan niet overweg met de sierlijke Armeense tekens. In het oosten van Yerevan schijnt een goede truck-garage te zitten en daar willen we nog even langs voor een kleine beurt. Het is even zoeken. De dame bij de receptie spreekt Engels, maar ze hebben te kampen met stroomuitval al de hele morgen en dus kunnen ze nu niets voor ons doen. Bovendien hebben ze waarschijnlijk de juiste filters niet. Omdat we er toch langsrijden gaan we dan naar de Mercedes garage, midden in de stad. Daar worden we vriendelijk ontvangen en maken ze direct duidelijk dat we onze reservefilter moeten gebruiken, omdat ze die niet hebben. De geschatte rekening is behoorlijk hoog en al snel zien we dat ze er peperdure olie in willen gooien, da’s niet nodig! Het duurt even en dus gaan we in de naastgelegen ‘mall’ wat eten en de tijd doorbrengen. Veel hippe winkels met veel personeel, maar weinig bezoekers. In Armenië is het prijsniveau behoorlijk hoog geworden merken we ook bij inkopen doen. Dat kan de gewone bevolking echt niet betalen. Aan het einde van de middag is het klaar en de monteur kan met moeite de Chef rijden. Eigenlijk hadden we dit niet moeten doen en naar een eenvoudige truck-garage moeten gaan. Nou ja, het is klaar. We doen nog wat boodschappen in een mooi ‘Yerevan City’ supermarkt en rijden naar Goght. De weg is prachtig geasfalteerd en er zijn heel wat winkeltjes bijgekomen sinds 2016. We worden hartelijk ontvangen door Sandra en Marty (die we voor het eerst zien) en ze leinden ons direct rond. Sinds we er waren in 2016 is de Bed&Breakfast en camping enorm uitgebreid: 2 terrassen voor campers, ruim plaats voor tenten, 5 keukens met alles er op en er aan en natuurlijk een heerlijk zwembad. Het is echt prachtig geworden! Het is goed druk en dus moeten we even aan de kant van het nieuwe terras staan. We bestellen wat eten bij de naastgelegen bbq-tent en eten gezellig samen. Donderdag kletsen we wat met andere reizigers en bekijken andere auto’s en trucks, altijd leuk. ’s Middags gaat Sandra inkopen doen en ik mag met haar mee. Tjee, dat werd een hele kruistocht van 4 uur en 2 volle karren. Er is blijkbaar veel nodig om een b&b en camping te runnen, erg leuk om eens te ervaren. Bij een lokale wandeling moeten we bij een familie koffie drinken en abrikozen eten.

Vrijdag rommelen we nog wat aan, draaien wat wasjes en regelen een taxi om ’s avonds bij verrassing Esaï en Carla af te halen van het vliegveld. We zetten de wekker om 2.30uur en lezen dan dat ze de aansluiting in Wenen hebben gemist. Dat is balen! We bellen Sandra, die de taxi afbesteld. We verzetten de auto naar de mooiste plek op het nieuwe terras met uitzicht over de prachtige vallei. Ik schrijf mn blog en werk wat aan de foto’s. Nu vliegen ze van Wenen via Parijs naar Yerevan en dat lijkt goed te gaan. We rijden met een taxi om 23.30 uur naar het vliegveld. De vlucht landt nagenoeg op tijd om 1 uur, maar het duurtt nog ruim een uur voordat we ze zien verschijnen. Geweldige natuurlijk om elkaar weer te zien! De kinderen hebben goed geslapen in het vliegtuig, dus spelen lekker met opa terwijl Esaï de auto regelt. Om half 3 kunnen we eindelijk weg, nadat de SIXT medewerker de ingeparkeerd huurauto heeft weten te bevrijden. Esaï krijgt gelijk de vuurdoop en mag met mijn aanwijzingen ’s nachts dwars door Yerevan rijden. Om half 4 zijn we eindelijk in Goght en verwelkomt Sandra de gasten. We slapen lekker uit en ontbijten samen. Even bijkomen aan het zwembad en ’s avonds bestellen we lekker bbq bij de buurman. De dagen daarna bezoeken we samen het klooster van Khor Virap, het klooster van Geghard, dat deels uit de rotsen in gehakt, de tempel van Garni en de Symphony of Stones (bijzondere basaltrotsen). We hangen veel rond het zwembad waar de kinders zich vermaken met opa. Ook samen lunchen en eten komen op het grote terras. We hebben een heerlijke week! Joost haalt op een avond de bijzondere fles port van broer Paul tevoorschijn. Samen met wat heerlijke kazen maken we die meester met een tafel vol reizigers. Supergezellig. We maken ook kennis met Annelouc en Bart die een gestalde Landcruiser 80 uit de stalling komen ophalen. Inmiddels hebben zich twee straathonden op de camping gemeld en die houden met hun geblaf veel gasten wakker. De kleinste, een pup nog, is te schattig en iedereen vergeeft ’s ochtends al het geblaf! OP de donderdag trakteert Sandra ons (en alle andere gasten) op taart. Het is toch wel bijzonder dat we er weer zijn na 6 jaar en ze bedankt ons voor het idee om een boventerras te maken op de keuken. Op de laatste dag gaan opa en Benjamin samen naar de kapper en eten we heerlijk steur van de bbq in een visrestaurant. Vrijdagavond rijden Esaï en Carla zelf naar het vliegveld. Het was een geweldige week. Helaas gaan op de terugweg ook de vluchten weer verkeerd en komen ze via Wenen en Budapest eindelijk zaterdagavond thuis.

Wij rijden de zaterdagochtend weg en nemen hartelijk afscheid van Sandra en Marty. We rijden over de slechte M2 naar het zuiden richting Areni. Onderweg proeven we wijn bij Trilogy. We eindigen de dag op de andere camping van Armenië: Crossways. Niet zo fraai als 2Gs maar wel gezellig met vooral jongeren. Libanese Armeniërs draaien lekkere mziek en voor we het weten staan we op Instagram! De volgende dag besluiten we de oude weg naar Jermuk te proberen. iOverlander geeft aan dat op enkele plekken de weg geblokkeerd is met rotsblokken, maar dat blijkt niet meer zo te zijn. De Arpa-canyon is prachtig en de weg wordt steeds smaller. Halverwege bezoeken we het Gndevank klooster, waar 1 monnik aanwezig is. Verder wordt passeren en draaien inmogelijk dus we rijden door naar Jermuk. Beste spannend nog met 4×2 maar het lukt! We lunchen wat in Jermuk, een oude Sovjet-stijl achtig kuuroord, waar ook het mineraalwater vandaan komt. Bij de Gallery of waters komt water va verschillende temperaturen uit de muur. We rijden terug over de ‘nieuwe’ weg waarbij sommige reparaties nog afgemaakt moeten worden. Op sommige plekken hebben we mooi uitzicht op de oude weg in de diepte die we meester gemaakt hebben. De volgende twee nachten brengen we door op een heerlijk wildplek boven het Herher-reservoir aan de rivier onder de bomen. We zien, behalve en lieve hond, helemaal niemand. We lezen en luieren en ik boek een ticket voor mijn terugvlucht op 26 september vanuit Trabzon.’s Avonds daalt de temperatuur heerlijk en begint et zowaar te regenen. Dan houdt de dompelpomp er mee op en komt er geen water meer uit de kraan en douche! Om er bij te kunnen moet de hele garage leeg en dus besluiten we terug te rijden naar Sandra. De terugrit is geen straf want het landschap is prachtig. Joost haalt direct de garage leeg en we zien veel kalk in de pomp. Ontkalken dus! Ik gooi ook gelijk een fles cola door de wc en wasbak om de douchepomp te ontkalken. Gelukkig lukt het de volgende dag de pomp weer aan de gang te krijgen. Wel blijkt dat de aansluitingen op de watertank voor pomp en ontluchting zeker voor verbetering vatbaar zijn. Met kit lost Joost het probleem van lekkage op. Dat moeten we thuis anders laten maken! Twee avonden eten we gezellig met Sandra en Marty en horen nog veel meer verhalen over het ontstaan van hun onderneming. Ik ga nog een keer shoppen met Sandra. Ook spreken we weer diverse andere reizigers, dit keer veel motoren. Het is een fantastische plek! Mocht je een keer in Armenië belanden, dit is de ‘place to be’!

Morgen vertrekken we (weer) om nog een week in Armenië door te brengen. Daarna gaan we naar Georgië. Nu al zin in!

Veel liefs, Marijke

7. Turkije III: En dóór…… Koerdistan

We vermaken ons nog een paar dagen op Panorama Camping in Cappadocië. Gezellig kletsen met Aslan en Thomas, abrikozen plukken met Achmet en wat wandelen in de buurt. Afgaand op de verhalen van Thomas die al 5 weken op onderdelen wacht, besluiten we de onderdelen niet te importeren, maar terug te sturen. Dat heeft natuurlijk weer aardig wat communicatie met DHL tot gevolg, maar lijkt ons het verstandigst. De frustratie van wachten en onvoorziene kosten waar Thomas mee kampt, daar hebben we geen zin in. Ook verzekert 4×4 Valkenburg ons dat doorrijden op deze manier prima kan. Dat lucht op!

We vertrekken vrijdag 15 juli naar het zuiden en we rijden heerlijk! Via Pinarbasi en Göksun komen we uiteindelijk in de bergen terecht op een groot recreatieterrein Baskonus Yaylesi. We kijken onze ogen uit: een enorm picknickterrein met honderden picknickers. Het staat al blauw van de bbq-rook. We vinden met moeite een plekje tussen de bomen en maken kennis met 2 Maltezen in een pickup met unit. Het gaat er gedisciplineerd aan toe, er lopen ‘guards’ rond die zorgen dat mensen zich netjes gedragen. Er klinkt nog muziek maar na 22 uur wordt het wonderbaarlijk stil….en koel! De volgende ochtend doen we rustig aan, proberen nog een wandeling te maken, maar het pad is verdwenen. We rijden langs de rand van het grote stuwmeer naar Kharanmaras. We parkeren gemakkelijk in het centrum om de bazaar te bezoeken, maar helaas is op zondag toch veel gesloten. We slaan we lekker noten in. Verderop de route zijn we aardig wat tijd kwijt om een lekkere plek te vinden. Een Nederlands sprekende Turk laat ons nog het picknickterrein zien waar we kunnen staan (ik mag achter op z’n scooter), maar het is er razend druk. Uiteindelijk rijden we de bergen in naar een iOverlander plek en belanden in een boomgaard, met wat later pistachebomen blijken te zijn. Er komt al snel een herder die de eigenaar is en hij spreekt zowaar wat Engels. Geen probleem om op zijn grond te staan. Ik geef hem een zakje pistachenoten. Later kom ik er dus achter dat we tussen zijn pistachebomen staan, suf!! We staan heerlijk met prachtig uitzicht en het koelt lekker af hier. Rob & Mir bellen gezellig. De volgende dag rijden we via Kahta naar Karavut. Karavut is een klein dorp aan de voet van de berg Nemrut Dagi. Daarvan zijn er 2 in Turkije, maar deze heeft een bijzonder wereld erfgoed monument op de top, waar ik al langer heen wil. We stallen de auto bij een pensionnetje, kletsen met een Nederands gezin dat er toevallig ook is, eten een eenvoudige lunch en doen de was. Er staat een geit naast de auto (met bijbehorende vliegen), wel zo gezellig, we staan naast de granaatappelbomen (zo zien die er dus uit!) en de jongeman van de camping verzekert me dat ik ‘family’ ben en geen toerist, eigenlijk zijn ‘sister’ (met bijbehorende handtastelijkheden, jammer).

De tocht naar de top is een erg steile en smalle weg, schijnt het, en dus regelen we een taxi naar boven, Rond 17 uur vetrekken we als de zon zakt. De taxi blijkt geen overbodige luxe, met name de laatste 3 km zouden wel erg steil geweest zijn voor De Chef en dan heeft ook de chauffeur geen tijd om van de omgeving te genieten! Boven gekomen is het dan nog eens 20 minuten trappen lopn op 2000m, maar….het is het waard! De top van de berg bestaat uit een berg losse gravel en is vermoedelijk een grafheuvel van koning Antiochus. Aan weerszijden daarvan zijn metershoge beelden neergezet, waarvan inmiddels door aardbevingen de hoofden op de grond staan. Het is een spectaculair gezicht met de ondergaande zon. Als we weer naar beneden lopen, wordt het steeds drukker. We doen rustig aan, kopen onderweg nog wat brood en water en rijden een kort stuk het platteland in naar de over van de Eufraat. Volgens Park4Night een geweldig plek aan het water waar we kunnen zwemmen. Als we over kleine weggetjes aankomen staan we hoog boven het water en vragen ons af hoe de bezitter van de auto die er staat, beneden is gekomen. Er komt nog een auto aan met drie jongens en het duurt even voor we zien dat ze alle drie een pistool in hun broekband dragen. Verder zijn de jongens uiterst beleefd en bieden ons aan te laten zien hoe je bij het water komt. Geen idee waarom ze dus een wapen dragen? Het is zo heet dat we ook naar beneden klauteren als ze vertrokken zijn. Het water is nogal warm, maar toch wel lekker. ’s Nachts is het ongeloofelijk stil, maar het koelt nauwelijks af.

We besluiten vroeg op te staan en naar Diyarbakir te gaan. Als we naar beneden gaan wordt het nog heter en 40 graden! We parkeren in de oude stad en gaan aan de wandel. Dit deel ziet er netjes uit met mooie winkeltjes. Geen buitenlander te zien, wel Turkse toeristen. We drinken koffie een een koele oase, de oude Sükülü Han (een caravanserai). We kijken onze ogen uit want we zien mannen met korte broeken, vrouwen met blote schouders en ze drinken wijn! Dan dringt het tot me door. We zijn in Koerdistan en Diyarbakir is lang het centrum geweest van de PKK die het opname tegen de Turkse regering. Misschien nemen de Koerden de islam toch wat losser. We bekijken nog een andere han en eten prima bij een grillrestaurantje. Toch maar op pad naar een koele slaapplaats. M’n telefoon wordt zo heeft dat die er mee ophoudt en onze Netgear ook; in de koelkast er mee! We rijden door de graanschuur van Turkije en het landschap is dor en geel. Bij Silvan mogen we buiten een picknickplek staan, maar we rijden toch verder. Op een eenzame heuvel boven de Tigris staan we fantastisch: geen mensen, geen honden, hanen of wat dan ook. Het koelt een beetje af en na een douche laten we ons opdrogen aan de lucht, dat helpt. De 21e rijden we richting Tatvan en de temperatuur wordt duidelijk beter! Dit rit gaat door flinke bergen waar een mooie niuewe weg aangelegd wordt. In Tatvan tanken we diesel en water en moeten thee drinken met de eigenaar. We eindigen op een picknickterrein onder de bomen aan Lake Van. Effe relaxen. We zijn nog getuige vna een bruidsfotoshoot en kletsen met Italianen met een Bremach. De douche waar we apart voor betalen is beduidend slechter dan die van onszelf!

Anatolië wemelt van de archeologische sites en langs Lake Van, een enorm meer, bezoeken we de grootste Islamistische begraafplaats bij Ahlat. Het museum is bijzonder aardig en laat vondsten zien van wel 4000 jaar v. Chr. We vervolgen onze weg langs het meer en langs de Iraanse grens naar boven. We zien veel uitkijktorens met grensbewaking en worden ook 3x gestopt om ons paspoort te laten zien. Indrukwekkend landschap. We eindigen vlak onder Dogubeyazit op ‘camping’ Murat met uitzicht op het Ishak Pasa paleis. Al snel komen twee fietsers aan, Quirijn en Nina, da’s gezellig! Ik kook voor ons vieren en we hebben een gezellige avond. Vooral omdat blijkt dat de camping eigenlijk meer het hoofdkwartier is geworden van een Nieuw-Zeelandse organisatie die werkt aan de opgraving van wat ze geloven dat de Ark van Noach is. Al snel worden we door Ross, Hugo en James uitgenodigd om een presentatie van een hun werk bij te wonen. Hun volharding is bewonderenswaardig en ze nemen de bijbel erg letterlijk. De ark moet te vinden zijn rond de Ararat en een Amerikaan heeft eerder de plek gevonden. De presentatie bestaat uit het opvoeren van bewijs en ze gaan behendig om met kritische vragen. Duidelijk is dat er blijkbaar veel geld beschikbaar is van gelovigen om ervoor te zorgen dat het eerste bewijs van dit bijbelse verhaal gevonden wordt! We raken gefascineerd door het verhaal en besluiten, nar een bezoek aan het paleis, om met Q en Nina naar de locatie van de ark te rijden over de weg naar Iran bij het dorp Üzengill. Daar aangekomen zien we inderdaad de vorm van een boot in het landschap, maar we worden er wat giebelig van. Het kan ook gewoon de afzetting vna lava zijn in toevallig deze vorm……. De weg terug rijden we binnendoor en het landschap is prachtig. We eten samen en omdat het nogal waait, met z’n vieren in de Chef. Dat blijkt prima te werken en is ook met z’n vieren erg comfortabel.

De volgende dag nemen we afscheid van Q en Nina en ik geeft mijn ‘Iraanse blouse’ aan Nina mee om in te kunnen fietsen in Iran. Wij rijden door een ruig landschap langs de Iraanse en Armeense grens aan naar Kars. We rijden om de mooie Ararat berg heen en slapen bij een visrestaurant aan het Çilder meer. Ik heb voor het eerst weer een fleece aan op 2000m! Het lukt om een Georgische autoverzekering te kopen en de volgende dag gaan we zonder al te veel problemen bij Aktas te grens met Georgië over. Drie uur later passeren we de grens met Armenië! We vonden Turkije echt een geweldig reisland, al was het van tijd tot tijd toch wel warm. Tijd voor een andere landen en nieuwe ervaringen!

Liefs, Marijke

6. Turkije II: Soms zit het mee, maar soms……

Zondag 26 juni rijden we naar Konya, een rustige miljoenenstad. Het valt ons op hoe rustig en ruim opgezet de steden hier in Turkije zijn (afgezien van Istanbul dan). Brede wegen en parkeren is zelden een probleem. We parkeren gratis achter het Hilton hotel midden in de stad. Er staan al een aantal reizigers. We bezoeken het naastgelegen Mevlana museum, een bedevaartsoort voor veel Turken, waar belangrijke Dervishen begraven liggen. We gaan nog op zoek naar een “underground bazar” maar die vinden we niet. We worden we aangesproken door een Afghaan die in keurig Engels verteld hoe hij in Turkije verzeilt is geraakt. We komen hier meer vluchtelingen tegen. Logisch want Turkije heeft ettelijke miljoenen Syriers, Afghanen, ed. opgenomen. Niet iedere Turk is daar blij mee, want ze krijgen “gratis geld” van de overheid. We lunchen bij een “köftecici” met lekker gehaktballetjes, salade en rijst. We overnachten op een prachtige gratis kampeerplek van de gemeente, met warme douches en toilet. ernaast ligt een enorm stadspark waar honderden Turken aan het picknicken zijn. De rookoverlast van de bbq’s en het lawaai worden goedgemaakt doordat we door het hek heen, kebab en fruit aangereikt krijgen, zo aardig. Joost loopt een rondje door het park en krijgt nog meer aangeboden! We hebben een leuk gesprek met een Iraanse familie in een gehuurde camper. Maandagmorgen staan we vroeg op en gaan naar Sahid Mercedes garage om naar het geluid te laten kijken. Het wordt een trieste dag. Eerst vermoeden ze nog een losse bodemplaat, maar Ali, de baas, denkt er anders over. Na een ritje vermoedt hij dat het differentieel kapot is. We praten via Google en gelukkig is er een Nederlandse neef van een chauffeur, die ons via Whatsapp helpt. We doen even flink boodschappen voordat de boel opengaat. Ali heeft gelijk, er zijn twee tanden afgebroken. Onbegrijpelijk bij een kilometerstand van 30.000 want een differentieel gaat een autoleven lang mee; het is echt gissen naar een oorzaak. Gelukkig biedt Maurice van 4×4 Valkenburg hulp. Hij bevestigt dat we zonder kroonwiel 2×4 kunnen doorrijden en biedt aan het onderdeel naar Turkije op te sturen. Het blijkt in Turkije niet te krijgen te zijn. De hoofdmonteur en alle jonge hulpjes gaan pas naar huis als de baas naar huis gaat om 20.30 uur. We slapen prima boven de smeerput.

Na een ontbijtje onder de druiven beginnen de mannen direct aan onze auto. Het is een pijnlijk gezicht; de beide wielen er helemaal af. Na 2 uur zit de boel weer keurig in elkaar. Nu kunnen we met alleen achterwielaandrijving verder. We gaan even een proefritje maken en geld pinnen. Het lijkt in orde. We nemen afscheid van Ali en Mustafa. Langs de route naar Cappadocië liggen diverse ‘han’s’ of caravanserais, waar vroeger handelsreizigers konden overnachten, op een dagreis van elkaar. De eerste die we zien ligt aan een kratermeer. Dit is mogelijk een ‘sink-hole’ in het zachte karst-gesteente, mede veroorzaakt door het overmatig oppompen van grondwater voor de landbouw. De han is iets te mooi gerestaureerd. We rijden door naar de Sultanhani waar de grootste han van Anatolië staat. We hebben geen zin om wild te gaan staan in deze situatie, en gelukkig is er een camping (de enige in de wijde omtrek). Eigenaar Tahir springt ons tegemoet. De camping is heel eenvoudig maar we staan lekker op het gras onder de bomen, en de man heeft een wasmachine. ’s Avonds maken we een wandelingetje door het dorp en eten een mixed grill met de lokale werkmannen in een Lokantasi. Als toetje wil ik ‘die zoete balletjes’ die de mannen bij hun menu kregen. Als ik een foto laat zien van de lekkernij sprint een van de obers naar een nabijgelegen bakker om er wat te halen. Het zijn Tulumba tatlisi, een soort Turkse churros in suikerstroop, lekkerrr! De volgende dag draaien we 3 wassen en overleggen met Mareille over een route in Iran en het regelen van een Iraans visum. Einde van de middag bezoeken we de han en kijken gefascineerd naar een spel met genummerde stenen dat de mannen spelen bij een theehuis. We worden spontaan uitgenodigd voor de thee. Het spel, Okey, is niet te volgen, maar lijkt wat op jokeren. We scoren een gegrilde kip die we alleen op de camping oppeuzelen.

Donderdag 30 juni rijden we naar ons hoofddoel: Cappadocië. Hier zijn we in 2016, op weg naar Iran, al een keer geweest maar dat was om even op adem te komen. Het landschap is betoverend met grillige rotsformaties en grotwoningen- en kerken. We bezoeken eerst het kasteel van Uchisar en rijden dan door naar Panorama Camping. We krijgen een prima plek onder de bomen en Ahmet komt kennismaken, jolige vent. We lopen bij zonsondergang naar de White Valley met een prachtig uitzicht vlak achter de camping. We krijgen eten van de Turkse buurman en maken kennis met Thomas (https://sidecaronworldtrip.eu/). Die wacht al 25 dagen op een onderdeel dat al lang in Istanbul is gearriveerd. Van hem leren we dat een onderdeel naar jezelf sturen geen goed idee is. De volgende dag staan we om 4.30 uur op om op het bovenste terras naar het vertrek van de luchtballonnen te kijken. Je weet niet wat je ziet! Een Australiër telt er 120! Na weer wat geslapen te hebben, gaan we aan de slag met 4×4 Valkenburg en de website van DHL om uit te vogelen hoe we het pakket het beste kunnen opsturen. Ik heb zelfs nog contact met een KVK-collega voor de benodigde HS-code. Ahmet, de campingeigenaar, is bereid mee te werken. Hij heeft een Turks ID en dat is nodig om het pakket te kunnen ontvangen. We volgen de tips van DHL maar die blijken later niet actueel. De limiet voor import zonder douane is slechts 150 Euro geworden ipv 1500! Voor de afleiding maken we een wandeling via de Love Valley naar Göreme, drinken daar een biertje op een terras en eten bij een Koreaan. Vanaf de 1e verdieping en met alle straten opgebroken, lijkt het net een (stoffig) WildWest stadje. De volgende ochtend worden we om 3.40 uur opgehaald voor een ballonvlucht, maar helaas zijn we na een uur weer terug, omdat er geen wind staat. De rest van de dag druk met het voorbereiden van de verzendingsdocumenten en we krijgen goeie tips van Jan & Liesbeth voor het Iraans visum. We bellen nog even met Sandra in Armenië om te checken of zij wat kan betekenen, maar ook daar is import lastig. Haar gasten Sandra en William (ook een brandweerauto) krijgen we aan de telefoon. Zij hadden wisselend succes met het importeren in Turkije. ’s Avonds borrelen we gezellig met Thomas en een Turks stel. We gaan toch maar weer op stap in de buurt en vertrekken zondag 3 juli richting Soganli Valley. Onderweg doen we nog een wijnproeverij bij Turasan (niet heel geweldig)en bezoeken we het Keslik klooster. In de Soganli valley was een heel dorp met 6 kerken en een han. De inwoners zijn verhuisd naar een modern dorp vanwege het gevaar van vallende rotsen. Als we aankomen in de westelijke vallei staan we alleen, het is een prachtige plek! Met een beetje bereik draai ik een reisschema in elkaar voor een 45-daags visum voor Iran. We slapen geweldig, want het koelt lekker af. De volgende dag gaan we op ontdekkingstocht in de han met hele grote zalen in de rotsen uitgehakt. De genoemde rotskerken kunnen we met moeite en geklauter vinden. We rijden naar het andere deel van de valley waar een leuk restaurant is met een prachtige tuin, waar we kunnen kamperen. Na nog wat kerken hebben bekeken, gaan we daar lekker lunchen onder de bomen. De eigenaar spreekt goed Engels. De documenten voor het Iraans visum houd me nog even bezig. ’s Avonds vertrekt iedereen en douchen we naast de auto. Als we een filmpje aan het kijken zijn, gaat de auto ineens rijden! Ik schrik me het leplazerus. Joost is vergeten de auto op de handrem te zetten…… De volgende dag kost het ons 2 uur om ergens goede pasfoto’s te laten maken voor het visum. De fotograaf schiet een foto uit de hand en snijdt die op formaat bij. We rijden door naar AlaAdgar National Park en vinden een fijne wildplek aan een riviertje. We krijgen nog bezoek van twee stoere gasten die hun auto half de rivier inrijden en trots hun pistool laten zien. Gelukkig vertrekken ze snel. De volgende dag kijken we naar rotsklimmers en rijden een prachtige route van Çamardi via Yozkurt naar Derinkuyu, waar we een Underground City bezoeken. In wel 8 verdiepingen onder de grond woonden 10.000 mensen. De gids vertelt interessante details over zuurstof, opslag van voedsel, ondergronds wijnmaken en zelfs een school. We overnachten tussen de picknickers aan een kratermeer. Helaas houden blaffende honden ons wakker.

Ahmet heeft DHL gebeld maar we willen er toch graag zelf bij zijn en keren terug naar Panorama Camping In Göreme. Ik bel 3x met DHL en krijg steeds nieuws/andere informatie en een rits documenten om aan te leveren. We moeten geld overmaken omdat DHL als onze broker gaat optreden. Dan blijkt dat Ahmet geen bankrekening heeft! Gelukkig werkt overmaken naar Turkije met de Rabobank prima. In Turkije is het offerfeest van 9 t/m 12 juli en dus willen we vaart maken. Om onze tijd leuk door te brengen regelen we een ballonvlucht voor 8 juli samen met Willem en Willemijn (‘Beverly-Wills’) die nu naast ons staan. Beregezellig. Ook maken we kennis met Leon (blijkt later Aslan te heten, ‘leeuw’ in het Turks, maar z’n Engels is wat lastig te verstaan). Arslan is kapitein geweest op grote cargo en later op dure jachten. Hij was de rijke mensen zat en heeft ontslag genomen. Nu reist hij in een Hilux met een enorme caravan samen met zijn broer. Het is grappig gezelschap. Ze praten non-stop. De ballonvaart wordt een hoogtepunt in deze reis! In het donker ontwaar je een veld vol liggende ballonnen die opgeblazen worden. Daaromheen een heel schouwspel van fotoshoots met oldtimers, bruidsparen en ‘flying dresses’ die je kunt huren. We worden met 28 man in een mand gepropt, maar dat hindert niks. Je stijgt langzaam van de grond en zweeft verrassend laag en dicht langs de rotsen. Echt geniaal! Zo dicht, dat de ballonvaarder aan me vraag: ‘Wanna touch?’ Op de randen van de vallei staan onderden mensen om de ballonnen te fotograferen, en wij hen! De landing was zeer professioneel en zacht; de trailer wordt ernaast gereden en we stijgen nog eventjes op en landen òp de trailer. Wow. En daarna een toast met bubbels. Wat een ervaring!

Gezien het offerfeest werkt DHL niet en daarom gaan we toch weer op pad. We bezoeken Ilhara valley en mogen achter een restaurant staan in de vallei. Maar de stemming zit er niet in. We maken nog een wandeling, maar besluiten toch weer terug te gaan naar Panorama camping. Aslan staat ons met gejuich op te wachten. Onze nieuwe buren zijn hoogopgeleide interessante Turken (een ingenieur en een juriste). Als ze de volgende dag op de berg Hasan naar obsidian (vulkanisch glas) hebben gezocht, krijg ik een een groot stuk als cadeau. Helaas moeten ze terug naar Istanbul omdat hun dochter (die 4 talen spreekt waaronder duits) een rolletje heeft in de opera Carmen. Bijzonder verhaal! Verder brengen we de dagen door met lezen, wassen en wandelingen maken. Waarschijnlijk moeten we komende week een besluit nemen of we doorgaan met importeren van het onderdeel of niet, en 2×4 doorgaan naar Armenië. Heel frustrerend, maar het is niet anders. Just accept it!

Liefs, Marijke

5. Turkije I: Van de kust de bergen in

Op 15 juni zijn we aangekomen in Çesme (Turkije) vanuit Chios. Een boottripje van 35 minuten waar we wel 130 Euro voor betalen! De douane formaliteiten zijn we zo door, halen geld en rijden naar een wildplek aan de zuidkust. Daar aangekomen kijken we onze ogen uit, want we zijn niet de enige. Er staat een enorme Duitse Mercedes, maar ook Turken met campers. Er is een fotoshoot van een bruidspaar aan de gang en dat vergt veel geposeer. De wilde honden zijn rustig en worden gevoerd (da zien we later nog veel meer). ’s Ochtends komt er een enorme cappuccino truck, helemaal bedekt met zonnecellen aangereden. Daar drinken we een prima macchiato (al moet ie wel even spieken wat dat is). We gaan terug naar Çesme om een sim-kaart te scoren. Het is een erg drukke kustplaats met veel (turkse) toeristen. We eten uiteraard een broodje döner. Bij het wegrijden van onze parkeerplaats is het steil bergop en houdt de Chef het voor gezien. Ai, Joost weet direct wat het is: bij weinig brandstof zakt het peil laag onderin de grote tank en werkt de toevoer naar de motor niet meer. Joost laat de Chef de helling afzakken en weet weer te starten. Dan maar langs de lage boulevard terug. Helaas is de weg afgesloten en wordt het een spannende draai (met hulp van omstanders). We weten een een tankstation te bereiken en vullen opgelucht de tank. Dan ook gelijk maar wassen! Tot grote hilariteit van de tankbediende, die nog met een zeem komt aanrennen. We rijden naar een andere strandplek (voorbij de Boheme beach club) en staan magnifiek twee dagen inclusief prima zwemwater en goed bereik. Ook hier weer een bruidsfotoshoot inclusief drone beelden (ze zijn zeker 3 uur bezig geweest!).

We besluiten een flinke rit naar het zuiden te maken en pakken de tolweg naar Kusadasi via Izmir. Prachtige weg, maar we hebben geen tolvignet. Dat voelt niet zo fijn. Bij het benzinestation verzekert een Duitssprekende Turk ons dat het geen probleem is, relax!, en betaal gewoon de boete bij het verlaten van Turkije. Hmmm. Gelukkig zijn er geen slagbomen. We rijden naar een camping met lovende reviews maar vinden het helemaal niets. Op de boulevard van Kusadase is een betere optie. Direct maar een was in de machine en we lopen door het erg toeristische stadje. Het is warm, maar even lopen is een goed idee voor de beweging en zoals overal, als je maar ver genoeg wegloopt, raak je de toeristen kwijt. We eten in een echt Turks pide/kebab-tentje. We worden aangesproken door een Nederlandse dame met een Mercedes bus, ook een Dubbellucht-lid, die hier al 22 jaar komt. Kunnen we ons niets bij voorstellen! ’s Avonds is het slecht slapen in de warmte en herrie van de bars rond de camping. We staan om 6.45 op want we willen vroeg bij de highlight van Turkije arriveren: Ephesus of Efes! Zelfs het meest populaire bier draagt die naam. We zijn er om 8.30 uur en dat is maar goed ook. De oude stad is nog erg rustig en de temperatuur te doen. Veel is bewaard en/of prachtig herbouwd en echt de moeite waard. De wandeling is 2,5 km en als we teruglopen zijn er net een flinke aantal tourbussen leeggelopen. Omdat we zo vroeg zijn, besluiten we dan maar door te rijden over de tolweg naar attractie nr. 2: Pumakkale. We arriveren om 15.30 uur en wat een drukte!! We parkeren bij Hieropolis, een archeologische site van waaruit je over de witte terrassen kunt kijken. De terrassen ontstaan doordat kalk uit het water zich afzet en dan lijkt het net zout. Leuk om mensen te kijken en ook hier is even verder lopen garantie voor een rustige plek. Na deze twee toppers op 1 dag is het wel genoeg en rijden we naar een mooie wildplek op 1000 meter, waar het heerlijk koel is. We slapen als rozen, ondanks de vele auto’s die langsrijden.

We slapen uit tot wel 10 uur! Toerist spelen is hard werken ;-). In Serinhisar wagen we een poging om bij een PTT een tolsticker te kopen. Dat gaat super! Mensen zijn hier zo aardig een hulpvaardig. De beambte spreekt Engels en het is zo gepiept. Je krijgt een HGS-sticker met een chip op je voorruit en als je een tolpoort passeert, dan wordt een bedrag afgetrokken. Het zijn overigens erg kleine bedragen en wat je balans is, kun je niet zien…..(moet je voor naar het postkantoor). We gaan de doorgaande weg af en rijden binnendoor naar Altinyayla. Hier wordt nog echt naar ons gekeken bij het voorbijrijden. We vinden een schitterende wildplek op 1400m tussen de gele bloemen, wel met veel wind. We halen de dekbedden weer tevoorschijn, heerlijk! ’s Avonds maak ik nog een wandelingetje en groet een herder. Even verderop wordt ik bij een huis begroet door 3 grote blaffende honden, jakkes. Ik sta even te twijfelen en draai al om, en daar komt de herder op leeftijd de bosjes uit gesprint en jaagt de honden weg met zijn stok en veel geroep. Ik bedankt m hartelijk en loop toch maar verder. Verderop zitten meerdere nomadenfamilies en ik draai om. De honden laat ik blaffen en grijns tegen de herder. In het halfduister nemen we een snelle warme douche buiten. De volgende morgen maken we een wandeling in de buurt, want er schijnen resten te zijn van de oude stad Balboura. Het is even zoeken en jawel, we vinden het eerste de resten van een brug. Als we teruglopen valt pas op dat hoog tegen de heuvel nog meer resten te zien zijn van een fort. Toch leuk als je zo ruines vindt, zonder touringbussen en toegangspoortjes. Door ruige landschap rijden we naar de kust en de stad Fethiye. De autoweg is echt enorm steil en De Chef giert erover.Dan lijkt het alsof we in een gat duiken en horen we een flappend geluid. Aan de kant kunnen we niets ontdekken en rijden door. Alles werkt nog prima. Eerst doen we een bekende wildplek aan het strand aan: Turle Beach. Het is er bloedheet en best druk. Alle bomen zijn al bezet. Bij Göcek rijden we langs de baai een stoffige weg af. De baai ligt vol met dure jachten en ook enkele Russische superjachten. Bijna aan het einde vinden we onder dennebomen een mooi plekje aan een klein strandje met alleen maar locals. We blijven hier twee nachten. Het water zorgt voor de nodige afkoeling. ’s Avonds voert Joost met De Chef nog een reddingsoperatie uit. Een Turk wild wel heel dicht bij het water vissen en raakt met ‘zn voorwielen vast in het grind. Z’n vrouw spreekt prima Engels en we kletsen wat. Ze krijgen het busje zelf niet los en dus pakken we alles in en trekt Joost met een treklint de bus op het droge. Het is flink zweten en we krijgen meloen als dank. Ze vinden ons erg aardig en wij hun ook! Slapen gaat slecht met 28 graden in de auto. De volgende dag doen we erg weinig, bekijken de route en lopen ’s avonds nog wel 30 minuten naar een restaurant, waar echt alles misgaat in de bediening. Zwemmen voor het slapengaan!

We zetten er maar weer wat tempo in! Het is aan de kust erg toeristisch en heet. We doen snel wat boodschappen en kopen bier en wijn bij de alcoholshop. Alcohol, sigaretten en varkensvlees koop je hier in afgeschermde winkels en is erg duur. We rijden via Kas, waar we nog even de zee induiken, langs de zee. Vabaf de doorgaande weg naar Antalya slaan we een prachtige groene weg in naar Çilari. Dat is een heel apart dorp vol met pensionnetjes en veldjes waar je kunt kamperen (tijdelijke campings, zeg maar). Vooral Turkse toeristen en het doet een beetje hippie aan. Bij de Beach Camping worden we hartelijk onthaalt door Duitsers en Tsjechen met een Mercedes bus. Snel de zee in en douchen. We eten prachtig aan zee bij Entenna, op aanraden van de camping eigenaar. De nacht is erg warm en Joost wordt gepest door een haan die vlakbij in een boom zit te kraaien. Hij jaagt het beest weg en gaat in de hangmat liggen (die nog van de boom knapt……). Als ik waker wordt en naar buiten kijkt, ligt Joost vredig te slapen in de hangmat. Vrijdag 24 juni rijden we door Antalya heen (daar wil je niet gevonden worden) en verlaten de kust, de bergen in. Na Aksesi nemen we een kleinere weg naar het Noorden en de bergen zijn prachtig. We willen in een weide gaan staan, maar de imker ter plekke vindt dat geen goed idee en praat lang in het Turks op ons in. Het duurt even voor we het door hebben en het met eigen ogen zien. De gemeente heeft aan de andere kant van de weg een prachtige picknickplaats gemaakt met grote bomen en water. Hij rijdt ons zelfs nog even achterna om er zeker van te zijn dat we zijn tip opgevolgd hebben! Het gaat regenen en onweren en het koelt enorm af. We eten heerlijk binnen en kijken een film. We ontbijten de volgende morgen vorstelijk aan een picknicktafel en er komt een prachtig pickup aangereden. De Duits sprekende Turk komt de picknickplaats opruimen en schoonmaken en geeft ons vooral aan de weg te vervolgen naar het noorden, want die is veel mooier dan de doorgaan de route. En dat klopt! Prachtig landschap en in een zijweg zien we meerdere marmergroeves, waar grote brokken marmer uit de berg gehakt worden. In Beysehir lopen we een rondje door het park langs het meer en bellen met familie. Bij een restaurant met prachtig uitzicht op de eerste etage zien we een familie met een tafel vol met lekkers. Dat willen we ook wel! Het blijkt een ontbijt te zijn en de Turk, die in Noorwegen woont en Engels spreekt, kan het ons aanbevelen. Hartig en zoet, maar vooral vers brood met roomboter en een stuk honingraat gaan er bij mij wel in! Met Turkse thee natuurlijk, want alcohol wordt hier niet geschonken. Het zoeken van een wildplek kost ons twee uur. We zien erg veel mini-moskeen langs de weg. Het gebied rond Konya is het ‘Staphorst’ van Turkije volgens Anne. Uiteindelijk gaan we voorbij Killisur op een grote picknickplaats staan, vanwege de wind, pal achter zo’n mini-moskee. Ik ga toch even kijken in de vrouwenruimte; er staan 2 tapijten tegen de muur en een poster met de richting van Mekka, en…..aan de muur een geluidsinstallatie. En jawel hoor, om half acht schrikken we ons een hoedje als de imam (op tape) z’n oproep tot gebed inzet, pal boven ons hoofd! Om 22 uur nog een keer en helaas ook als de zon opkomt om 5.20 uur. Joost slaapt er echt doorheen! We ontbijten in een van de prieeltjes, terwijl picknickers op deze zondag een plekje uitzoeken. Op naar Konya!

Liefs, Marijke

4. Peloponesses II & Chios: Beach-hopping

Na onze heerlijke avond in Tsapi willen we wat vaart maken. We branden de Chef uit en rijden de smalle weg terug omhoog naar de doorgaande weg. We willen vandaag naar de volgende ‘vinger’ Mani. Via de grote stad Kalamata volgen we de westkust van Mani. Wat een toerisme!! Dan toch maar de binnenlandse route naar het zuiden door de bergen. Als we ergens stoppen om in een klein beetje schaduw een broodje te eten, stopt Thomas naast ons. ‘Are you looking for a great beach?’Thomas kent deze streek door en door. Hoewel, als we bij zijn favoriete strandje aankomen, waar we zeker kunnen overnachten, blijkt de bar en parking gesloten. Dan door naar de volgende. De kustlijn ziet er prachtig uit. Als we aankomen in Agio Nikolaos bij de aangewezen bar, komt Thomas met natte haren al aangerend. We zetten de auto snel neer, al staan er verbodsborden om te kamperen. Er staat gelukkig ook een kleine Duitse caravan met een ouder echtpaar. We drinken een biertje met Thomas en Bruno, een Argentijn met een Spaans paspoort, die we ook eerder gezien hebben aan Elea’s beach. Heel gezellig. Als de strandbezoekers weggaan zetten we De Chef onder de bomen in de schaduw en nemen een duik. Gelukkig is er ook een stranddouche, want het water is erg zout. ’s Avonds eten we een hapje met Thomas en die weet aardig raad met de goedkope (maar lekkere) rosé. Aparte vent met een heel intens levensverhaal. Hoeft niet te werken en rijdt al jaren rond om een van zijn Royal Enfields. Om 12 uur is iedereen vertrokken en gaan de lichten uit. We slapen prima. ’s Ochtends eerst een duik en dan maakt Joost ons gebruikelijke ontbijt met fruit, Griekse yoghurt en noten dat we op het strand opeten. Op aanraden van Willem van de Landcruiserclub, die vaak in Griekenland woont, rijden we een prachtige rit rond Mani. We stoppen in Vathi, een bijna verlaten oud stadje met torens en drinken op een terras veel te dure ijscappuccino. Naar de vuurtoren op het zuidpuntje lopen gaat niet, want Joost z’n knie is nog steeds erg dik. Eerlijk gezegd is een pittige wandeling met deze warmte ook niet mijn hobby. We ‘ronden’ de kaap en gaan aan de oostkust weer omhoog. Een steile weg met veel bochten en prachtige uitzichten over het ruige landschap. De weg is een stuk rustiger en we zien de hele weg geen campers. We eindigen op een strandje in Skoutari naast een Duitse camper en gaan snel het water in! Even later moeten we iets verkassen want een Griek met twee medewerkers komt het stuk strand schoonmaken en harken waar we staan. Hij gaat er strandstoelen neerzetten. Hij maakt wel 10x zijn excuses maar daar willen we niets van weten. Het is zijn land! Resoluut antwoordt hij dat wij gasten zijn en welkom. Opmerkelijk is dat hier veel mensen, ook ouderen, wel wat Engels spreken. Toch handig bij zo’n gesprekje. ’s Avonds drinken we wat met onze Duitse buren. Hij droomt altijd al van een auto als die van ons en begon gelijk te googelen toen hij ons zag aankomen, volgens z’n vrouw.

Op maandag 6 juni rijden we naar Mystras. Eerst heb ik een afspraak gemaakt bij Lacovino winery, een tip van Netty en Anne, omdat we daar graag wijn willen proeven en je er kunt overnachten. We zijn van harte welkom! Eerst naar Mystras een werelderfgoed site vlak bij Sparta. Sparta klinkt bekender, maar daar is weinig historisch van overgebleven. Het is nu een moderne stad. Mystras is een oud stadje tegen een steile heuvel gebouwd met wederom bouwwerken en kerken uit diverse eeuwen. We starten in de ‘lower city’ en volgen de looproute langs museum, kerkjes en resten van woningen. Ik klauter alleen naar het Pantanassa klooster, dat nog bewoond wordt door enkele nonnen, met veel bloeiende bougainville en een mooie kleine kapel met fresco’s. Het is bloedheet en drukkend. Met de auto rijden we naar de ‘upper city’ en klauteren samen naar het kasteel dat hoog op de berg ligt. Het pad is ruig en steil. Gelukkig is het nu bewolkt! Het uitzicht is fenomenaal, maar dit was niet zo’n goeie zet voor Joost z’n knie. Onderweg eten we een broodje onder een boom en rijden naar Lacovino winery. De straten zijn nat, maar wij hebben geen spat gezien. Later horen we dat het enorm heeft geonweerd! Als we aankomen, staat Diamantis als enthousiast te zwaaien. We mogen achter zijn gebouw onder de notenboom staan en gerust zijn water gebruiken. We gaan snel in zwemkleding onder de tuinslang staan, zo, dat is beter! Als we wat zitten te eten, roept hij ons vanuit zijn moestuin en krijgen 2 kleine en 4 grote komkommers, een krop sla, peterselie, tijm en citroenen. Joost protesteert nog bij de 4 komkommers, ‘we are only with two!’, maar daar wil hij niets van weten: ‘its a gift!’. Om 19 uur start de proeverij en gaan de luiken open van het gebouw. Hij heeft een prachtige ruimte met een mooie wijnwand en al zijn prijzen hangen aan de muur. Hij maakt pas sinds 2015 wijn, maar won al snel internationale prijzen met vooral witte wijnen. We proeven heerlijke wijnen van druivenrassen die wij niet kennen. Vooral zijn exclusieve lijn met prachtige namen en etiketten is van hoog niveau. De rosé is een echte wijn. We kopen een mixdoos en willen nog een gekoelde fles rosé om direct te drinken. We krijgen een chique koeler met ijs mee en…….hij laat ons alleen op het wijngoed. Wat een gastvrijheid en vertrouwen!   De volgende ochtend nemen we hartelijk afscheid van Diamantis en zijn vrouw en besluiten de 3e ‘vinger’ over te slaan en voorbij Nafplio te rijden. De weg gaat door het groene en lege binnenland. Bij Nafplio stoppen we toch even, er is een enorme parkeerplaats. We lopen het stadje in, dat op zich mooi en kleurrijk is, maar vol met restaurantjes en souvernirwinkeltjes. In de twee burchten hoog op de berg hebben we geen zin. We rijden naar een beoogde camping aan de kust, maar dat bevalt ons niet. De plekken zijn krap en je hebt geen uitzicht. We gaan kijken bij camping Lekfa beach en dat lijkt ons wel wat. We krijgen een prachtplek op een terras en het geheel ziet er erg verzorgd uit. Joost heeft nauwelijks aandacht voor een plekje uitzoeken, want hij heeft een Britse 815DA gespot! Het duurt dan ook niet lang of we maken kennis met Andy en Becca en kletsen honderduit (uiteraard na een verfrissende duik!). Wasje er in en Joost bakt een biefstuk met sla op eigen terras; wie maakt ons wat! Potje kaarten na en we slapen als rozen. De volgende dag blijven we lekker en zwemmen voor het ontbijt. Joost die klust wat en ik schrijf mn 3e blog.’s Middags kletsen we weer met Andy en Becca en ’s avonds eten we een bescheiden hapje op het terras van de taveerne. De porties zijn hier zo royaal dat we voor-, hoofd- en nagerecht delen. De volgende dag nemen we afscheid van Andy en Becca en ik boek ferry-tickets online. We willen graag van Piraeus (bij Athene) naar Izmir (Turkije) varen, dat scheelt saaie dagen en kilometers. Dat blijkt te kunnen in twee stappen: Piraeus-Chios, Chios-çesme. Het is even gepuzzel maar het lukt. Op weg richting het noorden stoppen we bij Epidaurus. OK, weer oude stenen en werelderfgoed, maar wel een fantastisch oud theater van voor de jaartelling (en het is nog steeds in gebruik!). Het is helemaal smullen als een amateur opera-zangeres spontaan op de middenstip een aria ten gehore brengt. De tranen rollen over mn wangen, prachtig. We lopen nog even rond maar alleen de atletiekbaan vinden we interessant. We rijden langs de oostkust van deze 4e ‘vinger’ omhoog en vinden een plekje aan het strand bij Korfos. Het is bewolkt en het waait flink, het water niet uitnodigend. Effe relaxen dan maar.

Vrijdag 10 juni bezoeken we het kanaal van Korinthe en rijden via Loutraki naar de site van Hearion. Het waait stevig en we lopen even naar de vuurtoren voor het wijdse uitzicht. “s Avonds parkeren we in een villawijk langs de weg naar Piraeus. Geen fraaie stek, wel rustig en praktisch. De volgende ochtend vetrekken we op tijd naar de haven van Piraeus. Daar aangekomen lijkt het enorme chaos. De ferry doet 3 eilanden aan (Mykonos, Chios en Lesbos) en dan moeten de voertuigen (waarvan dus 2 campers) in volgorde op het schip, maar het komt allemaal goed. De wind is gelukkig gaan liggen en de reis is rustig. We komen rond 20 uur aan en we rijden direct naar een mooi verlaten strandje, koning te rijk! Wijntje, wat eten en even douchen; gelukkig koelt het lekker af. Zondag heeft Joost een route bedacht langs een aantal mastiek-dorpen. We doen er 3 aan: Mesta, Olimpi en Pyrgi. Aan de buitenkant zien de dorpjes er niet interessant uit, maar als je erin loopt blijkt het hart een vesting te zijn met 4 torens aan de buitenkant en een heel dorpje erbinnen. Zo beschermden de inwoners zich tegen piraten. In Pyrgi zijn de balkonnetjes fraai beschilderd en drinken we wat op een terrasje. Nog even langs bij het bijzonder fraaie en moderne mastiek museum. De Piraeus bank heeft de portemonnaie getrokken en hier leren we vanalles over de mastiek productie. We eindigen de dag op het strand Kato Fana, waar ’s avonds 1 familie in tentjes overnacht. Superfraaie plek weer! We zwemmen en douchen voor het ontbijt en tokkelen rustig langs de kust omhoog. Tinagi beach bevalt ins wel, maar dat vinden er meer. We hebben de laatste schaduw plek tussen de bomen en de groep jongeren, die nog even citroenen komen vragen voor de barbecue, verdwijnen allemaal. Om 20 uur staan we helemaal alleen, wat een traktatie weer. We kaarten bij de opkomende supermaan (=dichterbij de aarde en dus groter!). Dinsdag na zwemmen en ontbijt rijden we een rondje over het lege en droge noorden van het eiland. Dorpjes zijn piepklein. Aan de oostkust van het eiland zijn minder stranden. Joost weet een mooie plek te vinden bij een restaurant op een grote parkeerplaats vlak boven Vrontados bij Daskalopetra en de steen van Homerus (die we niet hebben bezocht…). Het water in is heerlijk. We eten een hapje bij de taveerne (en de wijn waait van de tafel af) en knopen een gesprekje aan et 2 Roemeense dames die hier al 30 jaar wonen en een Amerikaan. Bij de bar drinken we koffie en de mensen vinden het geen probleem als we daar overnachten. Het werd een onrustige en warme nacht! Op de grote parkeerplaats is het een komen en gaan van jongeren met opgevoerde auto’e en motoren. De volgende dag vinden we een parkeerplaats in Chios stad, halen de ferry-tickets op, scoren 2 korte broeken voor Marijke, 2 leuke shirts voor Joost, gaan beiden naar de kapper en eten lekker in een restaurantje.

Om 17 uur melden we ons bij de carferry naar Çhesme. Een half uur varen en we staan op de kade in Turkije! Vlot de douane door, geld pinnen en een plek zoeken. Dat is hier niet moeilijk en we staan met een half uur op het strand, samen met een enkele buitenlander en vreselijk aardige Turken. Goeie vibe hier! Op naar een nieuw hoofdstuk van onze reis!

Lieve groet, Marijke

3. Peloponnesos I: Zon, zee en ouwe stenen

We zijn al een keer in Griekenland geweest, maar dat was zeker 18 jaar geleden. Nu hebben we specifiek voor de Peloponessos gekozen vanwege de goed verhalen van andere reizigers en de Landcruiserclub. De boottocht vanuit Brindisi verloopt rustig en we komen ’s avonds om 22.30 uur aan in Igoumenitsa (maar het blijkt dan al middernacht te zijn). Het ontschepen is een chaos en duurt een uur. We staan allemaal (vrachtwagens, auto’s en campers) met de neus in een andere richting geparkeerd. Vlak bij de haven heb ik een camping uitgezocht en warempel om 1 uur ’s nachts gaat de poort nog open en krijgen we een wonderbaarlijk warm welkom! We mogen overnachten op de parkeerplaats. De volgende morgen repareert Joost eerst met een geleende ladder de loshangende strip aan het dak en krijgen we een mooie plek op een terras met prachtig uitzicht. Gelijk valt op dat de Grieken erg vriendelijk en behulpzaam zijn, overal bloeiende bloemen zijn en de camping van een ander niveau dan de Italiaanse: keurig schoon, wc’s mèt toiletbril en papier en warm water voor de afwas! Ze hebben een leuk privé strandje met schaduw onder de bomen, dus we nemen het ervan. Kraakhelder water, maar wel met steentjes, dus zwemmen met waterschoentjes. Deze kennismaking met Griekenland is blijvend; we hebben nog nooit zoveel van het strand genoten! ’s Avonds drinken we gezellig een wijntje met Ineke, een dame met een buscamper (haar vriend wil niet zo lang op vakantie, dus reist ze nu alleen). Donderdag scoren we een sim-kaart in Igoumenitsa, drinken heerlijk koffie en rijden over de tolweg flink wat kilometers naar het zuiden. Het blijkt een dure rit! Om de haverklap tolpoortjes. We eindigen op een mooie wildplek vlak voor Patras. Het is warm met 32 graden, maar gelukkig koelt het ’s nachts goed af. De volgende ochtend gaan we vroeg op en rijden de prachtig brug van Patras over. Het lampje van de parkeerrem blijft branden en dat is irritant. De eerst garage verwijst ons resoluut naar de buurman: TMG Mercedez-Benz services; het blijken echte Vario specialisten! In prima Engels vertelt de monteur dat en een nieuw sensor in moet, karweitje van niks, maar het onderdeel komt maandag pas. We rijden door naar de westkust en vinden een heerlijke plek bij taverne Ionion Blue. Weer zo’n warm welkom! Je kunt er gratis staan en hij zegt: ‘one day, one week, one month, I don’t care how long you stay! Everything is free!” Coole gast. Joost vraagt m nog waarom hij dat doet: ‘I have a big heart’. Dat is zeker. Natuurlijk drink en eet je wat in de taverne (geen straf), maar het is heerlijk toeven op de strandbedjes onder een parasol met een koude cappuccino.

Als je in Griekenland bent, dan ontkom je niet aan het cultureel erfgoed! Het is niet allemaal even interessant of herkenbaar, soms zijn het gewoon ‘een hoop ouwe stenen’ of ‘ouwe meuk’ zoals Herman dan zegt. We rijden naar het kasteel van Chlemoutsi in Kastro. De toegangsweg is erg smal (tweerichting….) en de parkeerplek ook. Gelukkig is het rustig en zijn we vroeg. Zoals zoveel Griekse bouwwerken is het door de jaren heen een mengeling van bouwstijlen geworden als gevolg van de verschillende bezetters. Het kasteel is door een Fransman gebouwd in 1220, maar door Turken aangepast. Bovenop is er mooi uitzicht op een aantal Griekse eilanden (waaronder Zakynthos). We lopen nog even door het havenstadje Killini, waar de veerboten heel knap achteruit inparkeren (net als in Igoumenitsa) en besluiten weer terug te gaan naar Ionion Blue. Het weer is bewolkt en het spettert wat, maar we zitten en eten daar weer lekker. De volgende ochtend op tijd op en naar de garage in Patras. De sensor zit er zo in en Joost rijdt nog even een rondje met een monteur die sinds z’n 20e als Vario’s repareert. Het ‘honende’ geluid is geen wiellager, maar een lager van het differentieel. Kan geen kwaad, thuis laten maken. Na wat boodschappen rijden we het binnenland in maar Olympia. Via Instagram heb ik al even contact met Netty en Anne van Limoe (een gele Mercedes bus) en we hebben afgesproken op een camping daar. Als we om 14 uur aankomen, zijn ze er al. Zo grappig, ze hebben gereserveerd voor ‘2 yellow campers’ dus de eigenaar komt ons lachend tegemoet en wijst direct waar we kunnen staan. We kennen elkaar niet, maar daar komt snel verandering in! Aan het einde van de middag bezoeken we samen de site van Olympia, waar de Olympische Spelen zijn ontstaan. Het licht is prachtig en de warmte iets minder, maar veel stenen zijn niet herkenbaar als tempel of gebouw. We eindigen met gezellig en lekker eten in de plaatselijke taveerne, een tip van de campingbaas. De volgende ochtend doe ik snel een wasje en bezoeken we samen het museum. Dat is andere koffie! Indrukwekkend echt oude voorwerpen (vanaf 8e eeuw voor Christus) en prachtige beelden (zoals de Hermes uit de 4e eeuw v. Chr.). We drinken koffie onder de bomen, wisselen nog wat tips uit en gaan ieder ons eigen weg. Het was erg gezellig!  

We rijden naar het westen richting Dimitsana, een tip van Miriam. De witte weggetjes zijn smal, bochtig en slecht, de dorpjes verlaten. We zien ook veel schade van bosbranden. We komen verhit in Dimitsana aan waar we op de enige beschikbare plek in het dorp parkeren en een ijsje eten. Het is inderdaad een mooi toeristisch dorpje. We gaan staan bij een hotel op de parkeerplaats met een prachtig uitzicht over de Loussiuskloof (al kun je er niet ìn kijken). Als je gratis staat, wordt je wel geacht wat te nuttigen, dus eten we een eenvoudige maar prima maaltijd in het hotel en slapen als ossen. Uiteraard hoor je hier de kloof in te lopen om de twee kloosters te bezoeken, maar Joost heeft z’n knie verdraaid en die is lelijk dik. Ijs erop dus en niet te veel (steil) wandelen. We rijden een mooie route via Stemnitsa, Elliniki en Andritsena, naar de tempel van Vasses. De tempel is wonderbaarlijk goed bewaard gebleven en enorm oud (5e eeuw v. Chr.) en dus hebben ze er een tent omheen gebouwd, een vreemd gezicht. Het is wederom warm en we snakken naar de zee, dus zakken we af naar de kust. We vinden een fantastische plek op Elea’s beach, alwaar langs 3 km kust het wildkamperen wordt gedoogd. Er staan heel veel campers, overlanders (ook een grote truck) en motorrijders, maar als je is verder zuidelijk rijdt is er plek zat. Mensen staan zo ver van elkaar dat je denkt dat je alleen staat en het strand voor jezelf hebt. Jemig, wat goddelijk onder die grote boom. We nemen snel een duik en genieten van de ondergaande zon. De volgende dag komt er zowaar een bakkertje langs met brood en lekkers in z’n auto en soppen we de garage (het lijkt erop dat er roet uit de uitlaat binnenkomt) en Joost maakt her en der wat gaten dicht. De O3 lijkt overleden; er zit geen leven meer in. Helaas geen reserve kop meegenomen. De Netgear (mifi) krijgen we niet aan de gang met de Vodafone Griekse sim, dus ik upload mijn blog via mn telefoon (1,7 GB aan data!!). Eind van de dag komt de Oostenrijker Thomas op z’n Royal Enfield de Chef bewonderen. Leuke gast. Op aanraden van Netty en Anne rijden we de volgende dag (3 juni alweer!) naar de camping Tsapi op het zuidelijke puntje van Messinia. De route is mooi en we zien veel NL campers (blijken er 17 te zijn met de NKC op reis). We stoppen in Methoni om de burcht te bezoeken. De burcht is enorm en heeft een prachtige achthoekige 16e eeuwse toren in zee. Ook hier weer een opeenvolging van Venetianen, Ottomanen en Griekse bezetters die ieder hun bouwkundige sporen nalieten. De afslag naar Tsapi is een 10km lange weg die de berg afkronkelt tussen olijfgaarden door naar twee taveernes en een camping. Het vergt wat gezoek en gemanoeuvreer voordat we een plekje hebben gevonden waar de hoge Chef past. We gaan zwemmen en laten ons goed verzorgen met voortreffelijk eten, dat nog beter smaakt als je de rekening ziet, ha, ha ;-).

De hernieuwde kennismaking met Griekenland bevalt goed. En ook al is het meer vakantie dan reizen, we genieten er volop van!

Liefs, Marijke

2. De voet van Italië

Bedankt voor al jullie leuke reacties! Dit tweede deel liet wat op zich wachten, want hier in Griekenland is het bereik niet zo geweldig en de mifi hebben we nog niet aan de gang. Via mn telefoon hotspot dan maar…..

Op zondag 15 mei steken we over naar het vast land van Italië. Calabrië om precies te zijn. De weg vinden on de haven van Messina leek zo eenvoudig maar ik raak de kluts kwijt van de verbodsborden voor vrachtwagens en dus komen we in de verkeerde haven uit. Lastig, we zijn geen gewone camper (tot 3,5 ton) maar ook niet echt een vrachtwagen. Als we dan toch op het juiste adres zijn, laat Joost onze elektronische ticket zien, maar dat blijkt slechts een reservering. Je moet toch echt een papieren ticket hebben, pfffff. Dus tikkie terug, ticket halen en weer in de rij. We kunnen gelukkig nog mee! Ritje van niets overigens, 20 minuten. Aan de overkant rijden we snel de bergen in. De omgeving is prachtig, de weg smal en kronkelend, en de dorpjes worden steeds kleiner. We rijden het National Park Aspromonte binnen bij Gamberia, een wintersportplaatsje, en nemen na het dorp een klein weggetje verder omhoog. We vinden een prachtige wildplek (Park4Night) met fenomenaal uitzicht! Het is net wat koeler en dat is prettig. Er komt slechts af en toe een auto langs en na 20 uur wordt het stil. We zien een slang voorbij kruipen. Het gegrilde kippetje warmen we op in de Coleman oven die op het fornuis buiten past. Dat werkt best goed! Witte koolsalade erbij en klaar. Joost maakt ’s avonds een klein vuur en we slapen als ossen. We slapen lang en besluiten daarna naar een waterval te lopen. Pittig omhoog en omlaag maar de 3-traps waterval is de moeite waard! Op de terugweg komen we meerdere Duitsers tegen die vooral interesse hebben in De Chef. Dat gebeurt regelmatig! Italianen die luid toeterend ons tegemoet komen, zodat je je afvraagt wat je verkeerd doet (ik dan, hè), totdat je hun grote grijns en een duim omhoog ziet. Foto’s maken en zelf een saluut hebben we ook al meegemaakt. Zo leuk. We volgen een hele slechte en smalle weg naar de zuidkust (de ‘zool’ zeg maar) en rijden dan langs de kust. We gaan staan bij camping Koku’s. Het ziet er wat aftands uit, er ligt veel rommel en het sanitair is meest kapot, maar de locatie is top. Een ‘Armani’ type (gescheurde spijkerbroek, strak zwart shirt, zonnebril, bruin) arriveert in een grote BMW en meldt dat hij “the chief” is van het geheel. Hij is druk met het ophangen van schaduwnetten voor het seizoen (vanaf 1 juli), maar ik zou zeggen dat de rest ook nog wat werk nodig heeft! ’s Avonds komt er een bloedrode maan uit de zee. De volgende dag is een klussen dag. Joost probeert de Tank O3 eruit te halen (die onze watertank schoon houdt), maar die is ver weggestopt, een hele klus om de kop in de ontkalker te hangen! Ontkalken is hoognodig, want het is al een klomp kalk geworden. Positief is dat het ding het doet, maar dit moet echt anders. Ik probeer het nieuw aangekochte vliegengordijn korter te knopen. Verder wikken en wegen we welke route te nemen naar boven. ’s Avonds krijgen we van de Armani-man een bord vol verse visjes aangeboden, die de vissers in het donker binnenbrachten. Heel aardig, maar we slaan even over.

We willen toch een stukje van de westkust zien en dus vertrekken we naar Tropea. Vooral het laatste stuk is prachtig. Het is even puzzelen om met de camper bij de camperplaats te komen, maar dan sta je ook aan het strand en een trap verwijderd van het stadje. We doen wat we eigenlijk nooit doen, op het strand liggen, nou ja, even dan, in mn flashy nieuwe bikini. Tuurlijk is het zo heet dat je om de haverklap het water in moet, maar dat is ook lekker. Einde van de middag douchen, leuke kleren aan en rondlopen in het stadje. Het is echt een gezellige boel met veel uitnodigende (nog lege) terrassen en we worden naar ‘binnen’ gepraat bij REM (met R in spiegelbeeld). Op een binnenplaatsje weet een goed Engelssprekende dame ons een lekker menuutje voor te schotelen waarbij we de appetizer en het hoofdgerecht delen. Dat kunnen we tenminste op. Het voorgerecht van met scampi’s gevulde ravioli en gamba’s delen we natuurlijk niet! Superlekker. Flink wat euri’s armer, een ijsje op straat na en we tollen terug naar De Chef. Liggen we net lekker, begint het feest. Boven in het stadje blijkt het stadsbestuur een feestje georganiseerd te hebben. Urenlang best goeie disco, ik lig te swingen in bed. De buurman (met baby) vindt het minder grappig, heeft flinke woorden met de eigenaar (die er ook niets aan kan doen) en rijdt ’s nachts nog weg. Waarheen? Vragen we ons af. De volgende dag staat NP La Sila op het menu. Wegrijden uit de stad gaat niet zomaar met hoogtebeperkingen en krappe wegen. Geen idee wat de bedoeling is. We rijden langs de prachtige kust naar het noorden en gaan bij Limenzate bij een camperdealer langs die gesloten blijkt. Een van onze oprijblokken is gebroken, dan maar de duck-tape remedie. Ook hier is de goede doorgaande weg vinden weer lastig. Twee keer staan we compleet vast omdat alle moeders met de auto hun kind ophalen bij school en dubbel en schuin parkeren. Wat een chaos. En toeteren maar. Noordelijker wordt de weg rustiger en de omgeving mooi groen. Uiteindelijk vinden we bij Lago Arvo een mooie wildplek in een veld met witte narcissen. Het is een stuk frisser dan beneden! ’s Avonds binnen The Sinner kijken, dan maar. Joost heeft een Netgear mifi met Italiaanse simkaart aangeschaft zodat we zelf WiFi hebben; al veel plezier van gehad! De volgende ochtend lopen we een wandeling in de buurt. Italianen hebben blijkbaar toch een ander idee van nationaal park, er is veel bosbouw aan de gang en paden zijn kapotgereden. Via Cosenza rijden we over de snelweg naar het noorden en weer terug naar de ‘zool’. Bij Rocca Imperiale staan we op een mooie wildplek aan de zee, met nog 2 andere campers. De carabinieri zwaaien gemoedelijk.

Zaterdag 21/5 gaan we als echte toeristen op tijd op pad om Matera te bezoeken, door velen aanbevolen. We volgen de camperbordjes en komen op een bijna lege parkeerplek speciaal voor campers a 0,50 cent per uur. Wíj́ denken dat we vroeg zijn (10 uur), maar het oude Sassi-deel is al best druk met groepen toeristen. Van de tourist info krijg ik een kaartje met een aanbevolen wandelroute. En eerlijk, Matera is prachtig. Vroeger woonden arme mensen hier in grotten, later zijn er uit de rotsen ook woningen en kerken gemaakt. Aan de rand zie je de grotwoningen in de bergen nog. Het is warm en een biertje op het terras gaat er goed in. We doen boodschappen in de buurt en tuffen binnendoor naar Alborabello. Ook zo’n ‘must see’, hoewel vriend Kees al waarschuwde dat echt mooie trulli’s in het landschap staan en dat merken we onderweg. Trulli’s zijn ronde huisjes met een puntdak, heel karakteristiek. Om half 4 komen we op een aanbevolen camping aan en we hebben het laatste goede plekje. Tot onze verbazing staan er vooral Nederlanders, dat is nieuw! We luieren lekker, eten een salade en kaarten tot het te donker wordt. De volgende dag weer een klusjesdag. Tijdens het hotsen klotsen over de slechte Italiaanse wegen zijn we erachter welke laden en kastjes veel herrie maken (ik heb even achterin gezeten). Joost maakt extra sloten op de toiletkast, het bed en draait wat slotjes aan. De koelkast heeft ook regelmatig kuren waardoor de compressor stopt; niet zo lekker een wit wijntje van 12 graden. Ik bestudeer de handleiding en we proberen om de ondergrens van de accuspanning wat te verlagen. Dat werkt! Halleluja! Ook weet ik de kachel van thermostaat naar verwarmingsstand te krijgen. Ook beter. Nog een wasje erin en klaar is kees. We kletsen nog wat met diverse buren en dubben over de vervolgroute. Einde van de middag maken we een wandeling door het dorp dat vol met trulli’s staat (en in veel daarvan huist een souvenirwinkeltje). In de achterafstraatjes ziet het er authentiek uit. We kijken mensen met een biertje op het terras en eten een verrassend lekkere pizza met AAA-trulli-uitzicht. ’s Avonds boek ik een ferry naar Griekenland voor woensdag. Albanië, hoe mooi ook, slaan we over. Daar zijn we al geweest en we willen absoluut rustig de tijd hebben voor de Peloponnesos en Turkije. De eerste echte deadline die we hebben is de eerste week van augustus met Esaï, Carla en de kindjes in Armenië. En daarna vanaf 3e week augustus mogelijk nog twee weken Iran met Mareille, dat zou tof zijn. Verder zo min mogelijk geplan! Da’s ook beter voor mijn gemoedsrust…..;-).

Maandag 23/5 vertrekken we om nog iets van de ‘hak’ te zien. Al hebben we van meerdere mensen gehoord dat nagenoeg alle olijfbomen daar dood zijn door een bacterie en er veel gesloten is. Als ik de oprijblokken onder de auto weghaal, schrik ik me rot: een schorpioen! Het beestje nestelt zich stevig in het blok, dus ik probeer t eruit te meppen. Z’n staart gaat omhoog, maar ik win. Richting de kust zien we veel mooie trulli’s in het landschap en veel wijnranken. In een markthal scoren we een mooie lap biefstuk, aardbeien en brood. Langs de kust is het een uitgestorven boel en we eten een bammetje op het strand. Van Limoe (een gele 609) had ik een mooie wildplek gekregen, maar daar aangekomen, stonden er al 5 campers. Iets verderop bij St Isidoro gaan we aan de kust staan. Het waait flink. Joost bouwt met de tafel een windscherm en maakt een echt ‘Joost-diner’ van gebakken aardappeltjes en bief, en ratatouille van Chefke. Langs Gallipoli rijden we de volgende dag verder naar het zuiden. We zien veel chique villa’s, maar overal is het uitgestorven. We lunchen op de boulevard van S.M. Leuca en lopen naar het meest zuidelijke puntje van de ‘hak’ Punta Ristola, een zweterig wandelingetje. Bij terugkomst staat een jonge vent onze auto te fotograferen. Hij blijkt een plaatselijke lifeguard en legt uit dat de aanlandige wind voor veel klefheid zorgt. Langs de prachtige kust zijn de wegen steil en is het lastig om De Chef in toom te houden. Ik krijg het er Spaans benauwd van. Bij St Cesarea Terme gaan we op een Park4Night wildplek staan tussen oude stenen. Het pad is smal, maar het lukt Joost De Chef goed neer te zetten. We hebben prachtig uitzicht over zee. Als ik een rondje loop, kom ik alleen een slang tegen. ’s Avonds spoelen we de klefheid van ons af met een warme buitendouche, geniaal. De volgende ochtend staan we vroeg op. Wegrijden blijkt een stuk lastiger. Deze bijrijder moet nog even oefenen met het geven van aanwijzingen (gillen!).  Als ik onderweg water vraag bij een benzinestation legt de man me uit dat ze geen waterleiding hebben ‘no infrastructura’, maar een tank achter slot en grendel. Water is hier een schaars goed. Aha, vandaar de waterwagen die ik zag. Verderop is wel een fonteintje, maar dat tankt wel erg lastig! Door eindeloze vlaktes met dode olijfbomen en droge velden rijden we naar Brindisi voor de oversteek naar Griekenland.

Met de ‘voet’ van Italië, mooie stukjes Calabrië, Basilicata en Puglia, sluiten we Italië af! Op naar Griekenland.

Liefs, Marijke

1. De start: Sicilië

Een andere start dan anders van onze reis. Joost is al een maand onderweg en ik vlieg er op 2 mei achteraan. Vanwege alle drukte perikelen op Schiphol vroeg op pad. Jaap en Jacomien brengen me naar de trein. Ik sta al om 8.15 uur op Schiphol. De vlucht is ook nog vertraagd en ik land om iets na tweeën op Palermo. Joost staat me gebruind en wel op te wachten. Heerlijk om elkaar weer te zien, en ook even wennen. Joost rijdt geroutineerd met de Chef langs Palermo en het drukke, ongeduldige Italiaanse verkeer. We overnachten op camping Olimpo ten oosten van Palermo met prachtig uitzicht. Joost kookt lekker voor me en de prosecco staat klaar!

We doen rustig aan en maken de volgende dag een wandeling naar de vuurtoren en krijgen Nederlandse buren, Jitske en Gerard, gezellig. s’ Avonds eten we lekker in het naastgelegen restaurant. Een compleet menu eten (4 gangen) doet niemand hier, je pikt wat van de kaart en er wordt veel gedeeld. De bakker die op de camping broodjes komt bezorgen, zit naast het tafeltje naast ons. Woensdag lopen we 40 minuten naar een stationnetje en pakken de trein naar Palermo, superhandig. Mondkapjes op, dat nog wel. We bekijken als rechtgeaarde toeristen de Cappella Palatina, een kapel met prachtige mozaïeken. We lunchen onder een enorme boom bij Quid in de wijk La Kalsa. We lopen nog wat rond, maar de stad kan ons niet echt bekoren. Donderdag doen we nog een rondje in het dorp S. Elia/Porticello, koffie en wat boodschapjes. De koffie is hier geweldig! We proberen iedere dag een cafe macchiato te scoren.

Vrijdag gaan we op pad om Monreal te bezoeken. Een toeristisch infarct, maar ja. Parkeren is een ramp en na knap keren in een smal straatje met toeterende Italianen, vinden we een plek. De kerk is inderdaad prachtig, een bijzondere mengeling van Normandische en Arabische invloeden. We rijden snel door het binnenland in en besluiten Corleone aan te doen. Jawel, de maffiahoofdstad van Sicilië. We lopen een rondje dorp en iedereen is vriendelijk. Het lukt om een rondleiding te regelen in het anti-maffiamuseum CIDMA. Op de parkeerplek worden we volledig ingebouwd. Met lekker veel ruimte binnen maakt het niet uit. We eten een hap en kijken een serie. ’s Ochtends moeten we onverhoeds om 8 uur verkassen voordat we weer ingebouwd raken. We ontbijten in een barretje met heerlijke koffie, zoetje broodjes en mensen kijken. In het museum worden we rondgeleid door een Engels sprekende jonge vent, die ons de geheimen van de maffiosi bijbrengt. Het is wel duidelijk dat die iedereen in de tang hadden. Het schijnt dat in Palermo nog steeds 50% van de ondernemers protectiegeld betalen. De rechters Falcone en Borselino speelden een hoofdrol in het moeizame proces om de maffiosi te kunnen berechten (en zijn beiden vermoord door een autobom). De foto’s van Letizia Battaglia (recent overleden) zijn ‘prachtig’, maar getuigen van veel leed. Het weer is kil en nat, dus we rijden door het prachtige groene binnenland naar de kust. In Trapani schijnt de zon en gaan we op een echte camperplaats staan. We worden in een rijtje gedirigeerd, maar de heren zijn alleraardigst. We hebben uitzicht op groen en er is zelfs een douche. We lopen 40 minuten naar de binnenstad en eten een heerlijke pizza. We slapen lang op zondag en wandelen dan in 40 minuten naar de kabelbaan om Erice te bezoeken Erice ligt als een adelaarsnest op een rots en is een prachtig dorpje, net niet tè gepolijst. We wandelen een uur door het dorp en drinken dan natuurlijk een cafe macchiato met de lokale specialiteit cannoli, jakkes wat lekker.

Maandag 9 mei rijden we langs Marsala naar Selinunte aan de kust. Een uitgestrekt terrein met restanten van een Griekse nederzetting van 628 v. Chr. Het regent maar we gaan toch op pad. Het is een flinke wandeling en de resten zijn inderdaad prachtig. De eerste tempel met pilaren rondom is verrassend intact. Als verzopen katten komen we bij de auto aan en besluiten naar een camping onder Agrigunte te rijden. Niet veel bijzonders, maar de zon schijnt en de douches zijn warm. Ook hier weer mensen die toch even willen laten weten dat we een ‘coole’ auto hebben ;-). Ook hier ligt een vallei vol met tempels maar gisteren hebben we voldoende gezien. We rijden door langs de kust, drinken koffie bij een kasteel en stoppen bij een mooie, helaas gesloten, camperplek. Ik doe navraag bij de naastgelegen B&B en we mogen zowaar van Maria op hun terrein aan het strand staan (wat Joost toch wel gedaan had) tegen een vergoeding van 10 Euro. Dat staat toch lekkerder. Afgezien van twee Zwitserse toeristen en een wandelaar zien we helemaal niemand! Prachtplek met privéstrand! Woensdag 11/5 zetten we koers naar het noorden. Eerst een koffiestop in Butera, een klein stadje op een rots. Natuurlijk rijden we ons vast op het dorpsplein, geen verbodsbord of waarschuwing te bekennen. Joost weet te draaien en we zetten De Chef langs te weg. Prachtig uitzicht en een leuk rondje door het dorp (met natuurlijk een macchiato en een croissant met room). Via Whatsapp hoorden we dat er plek is op een prachtige agriturismo Il Mandorleto (ze hebben geen mobiel bereik daar!). We rijden over slingerweggetjes door het prachtige landschap en komen begin van de middag aan. Ze hebben een B&B, zwembad, paarden, schapen, wat huisjes en 4 camperplekjes en we zijn de enige camper. Alessandro leidt me uitgebreid rond en verteld over de eetbate spullen in de tuin (peperboom, groene asperges, citroenen en kruiden). We bestellen een compleet Italiaans diner voor vanavond. De vader Maurizio komt ook nog uitgebreid keuvelen. Ze hebben alle tijd en bekennen het wel lekker te vinden, niet te veel gasten. Het begint helaas weer te regenen. ’s Avonds krijgen we heerlijk te eten van Alessandro, alleen de verrukkelijke antipasti is al een hele maaltijd. We betalen 25 Euro pp inclusief twee flessen wijn en espresso’s met limoncello. Er zijn ook nog 3 Canadezen. ’s Nachts veel dierengeluiden! De volgende dag twee ladingen in de wasmachine, ik stoei met het backuppen van mn foto’s en we maken een wandeling. We eten met mate!

Je bent niet in Sicilië geweest, als je de Etna niet bezocht hebt! Helaas is mijn KVK-collega Jessica niet thuis, anders waren we daar langs gegaan (ze woont er vlakbij met haar man en kinderen). We zoeken ons een weg naar een mooie wildplek. Onderweg scoren we nog een nieuw vliegengordijn, op aanwijzing van Maurizio. En jawel, na wat navigatiegerommel, staan we einde middag op een triple-A locatie! Het is wel behoorlijk kouder dan beneden, scheelt zeker 15 graden. We lopen een korte wandeling door een lavaveld. Na het eten trekt de bewolking weg en wordt de rokende krater zichtbaar (1 van de 4). Wat een plaatje zo! De volgende dag zijn we zo bij het circus van de kabelbaan. We gaan al snel naar boven en na een koffietje, worden we verder getransporteerd met een 4×4 Unimog. Daar staat een gids te wachten en met een enorme groep staan we op 2700 meter hoogte (verder mag niet) met prachtig uitzicht. Een tweede wandeling gaat door een krater die in 2001 is ontstaan. De stenen zijn nog warm en stoom komt uit de bodem. Bijzonder! ’s Middags dalen we af naar de kust en eindigen bij camperplaats San Marco. Bloedheet en met een ijsje lopen we langs het strand. ’s Avonds is onze verbazing groot als we toch echt een lavastroom uit de Etna zien komen! ‘Normal operation’ volgens de Italiaanse buurman. En het werd nog een gezellige boel op zaterdagavond. De karaoke klonk nogal vals maar hield gelukkig op om 20 uur. De zondag slaan we eten in en nemen de veerboot van Sicilië naar het vaste land. De online gekochte ticket blijkt een reservering te zijn, en dus moeten we uit de rij alsnog naar het kantoortje. Het lukt nog net om aan boord te komen.

Dat was Sicilië! Best mooi, maar niet bijster bijzonder en best toeristisch. Ik moest echt nog een beetje inkomen. Maar de start is gemaakt!

Leuk dat je ons volgt!

Liefs, Marijke

Weer op pad!

Over een uur trek ik de deur achter me dicht en ga op weg om me bij Joost te voegen. Joost is inmiddels met De Chef op Sardinië en we ontmoeten elkaar maandag in Palermo, Sicilië. Hier hebben we lang naar toe geleefd. De verbouwing van de brandweerwagen tot hoe De Chef nu is, heeft aardig wat tijd, geld en energie gekost. Maar dankzij de deskundige hulp van Johan (Whitewoodcampers) is het een schitterende camper geworden! Ook heb ik afscheid genomen van KVK en een nieuwe baan gevonden! Ik start per 1 oktober bij Berenschot. Echt super.

We gaan vanaf Zuid-Italië via Albanië, Griekenland, Turkije, Georgië, Armenië naar Iran. Inshallah! Want je weert maar maar nooit. Leuk als je ons weer volgt!

Lieve groet, Marijke

De Chef op Sardinië

Werk en reizen combineren? Lees hoe wij dat doen

Onlangs heeft Karin-Marijke van landcruisingadventure.com ons geïnterviewd over het combineren van reizen en werken. Via deze link kun je het interview lezen: https://landcruisingadventure.com/combine-work-and-travel/

Bij Karin-Marijke en Coen in Bishkek

 

Een nieuwe reis!

Lieve mensen,

Zoals jullie waarschijnlijk wel weten, gaan we dit jaar weer een grote reis maken. Het komt al snel dichterbij. Eind april vertrekken we voor 4 maanden naar Rusland en Centraal Azië. De globale route zie je hieronder. We zijn druk aan het voorbereiden. De outdoor EHBO training was top, het Russische visum is binnen en Marijke kan na maanden Russische les, al best wat zeggen in een winkel ;-). We hebben er zin in.

Tot later!

Groet, MarijkeSchermafdruk 2019-02-15 17.31.22

Week 1: Die Russen zijn zo gek nog niet!

Zondag 28 april rijden we de straat uit, uitgezwaaid door de buren. We hebben er zin in om weer op pad te gaan. Na twee jaar voorbereiding willen we wel weg. De reis naar Kiel verloopt zeer voorspoedig. Vlak voor Kiel eten we in een echte Duitse Gasthof asperges, we melden ons en mogen het schip op rijden. Om 21 uur varen we af. We drinken nog wat en zien overmatig veel Poetin op de Russische televisie. Slapen gaat weer uitstekend in de hut en het ontbijtje gaat er wel in. We raken aan de praat met Wim en Kitty, rond de zeventig uit Haarlem. Ze gaan met de caravan naar de Baltische staten. We lunchen gezellig samen en voor we het weten meren we aan in Klaipeda, Litouwen. We rijden naar de camping waar zij ook naar toe zouden, maar zien ze niet. We besluiten naar de camping te gaan waar we eerder hebben gestaan en zijn de enige. De volgende morgen ontbijt in het zonnetje en we rijden aan om half elf (geen haast). En ja hoor, op de volgende camping staan ze toch. We maken een praatje en vervolgen onze weg naar Riga. Rijden gaat niet echt snel en ook door Riga kost veel tijd. We eindigen de dag op een camping in Lauci. Oeps, ze spreekt geen Engels of Duits, dan maar Russisch (pfoe!). Ik weet duidelijk te maken dat we voetbal willen kijken en ze doen er alles aan om de televisie aan te krijgen. We maken een strandwandeling en eten een lekker bordje eten in het café. Het voetbal blijkt te zijn op de betaaltelevisie, dus ik verzin een list. Het lukt om via XS4ALL de livestream te kijken en Joost gaat er lekker voor zitten (Ajax-Tottenham). Het is inmiddels erg koud en ik ga met volle bepakking naar bed (het blijkt ’s nachts te vriezen). Ontbijt gaat net in het zonnetje en de douche is warm.  We laten onze vriend Peter weten dat we tegen 15 uur in Tallinn aankomen. Bij zijn huis is er niemand maar even lekker in de warme zon zitten in zijn tuin is geen straf.  Het huis is een waar bouwproject en Peter leidt ons rond. Samen met zijn vriendin Mo drinken we thee met honingtaart en gaan we samen de stad in. Boven op het Radisson hotel nemen we een drankje en genieten van het enorme uitzicht. Daarna eten we een lekker hapje in een hippe tent. Het is erg gezellig, maar we willen nog voor donker op een camping aankomen. Het kantoortje is dicht, maar we mogen gaan staan en Joost weet de wifi code van de Russische buren te ontfutselen, zodat ie weer voetbal kan kijken. Het is weer erg koud en het begint te regenen. Op naar Rusland dan maar!

Deze slideshow vereist JavaScript.

We doen in de buurt nog wat boodschappen en rijden richting Narva. Gelukkig heb ik alles goed voorbereid en iets na half twee melden we ons bij de ‘waiting area’. We betalen 4,50 Euro voor een plekje en zien even later ons nummerbord op het bord verschijnen. Joost meldt zich en we mogen naar de grens rijden. Ook daar weer in de rij. Het is eigenlijk niet heel ingewikkeld. Er zijn twee hokjes, de eerst voor de immigratie en de tweede voor de douane (import auto). Immigratie is kwestie van paspoort laten zien en je krijgt een immigratiekaartje. Gelukkig had ik de douaneformulieren in het Engels al gedownload van de douanesite en ingevuld. Helaas is er toch iets niet goed en moet het over (bij iedereen trouwens). Daarna moet alles open, komt er een mevrouw met zaklamp langs en een schattig snuffelhondje. Dit lijkt allemaal heel simpel, is het ook, maar het hele proces duurt bijna 4 uur. Bizar. Het komt inmiddels met bakken uit de hemel. Direct na de grens zit als het goed is een kantoortje waar we een WA-verzekering kunnen kopen en ja hoor, hij spreekt zowaar ook nog wat Engels. Hij doet enorm zijn best voor ons en na een uur lopen we met de verzekering naar buiten. Nog even wat Roebels uit de muur, hatsjikidee! Helaas gaat de belwinkel net voor onze neus dicht. We rijden richting Kingisepp om toch maar een hotel te zoeken. Bij de 3epoging is het raak bij het St.AR hotel. Ook hier weer moet ik mn Russisch testen. En ze regelt zowaar onze verplichte registratie! De kamer is prachtig en met Google Translate briefjes dirigeert ze ons naar een eetcafé met de naam Goed. Het is er erg gezellig, de zachte varkensribbetjes met groente geweldig en de ober spreekt wat Engels. We slapen als een os en na eieren met worstjes en toast rijden we richting Veliky Novgorod. Als we tanken begint het te sneeuwen!! De weg is hier en daar vol kuilen, maar de doorgaande wegen zijn redelijk goed. De Russen houden zich keurig aan de snelheden. Veliky heeft een enorm Kremlin (ommuurd fort) met de oudste kerk van Rusland. Het is er druk met Russische toeristen. Daarna halen we bij de Beeline een sim-kaart. Die kost voor 1 maand onbeperkt Internet en 300 Russische belminuten het bedrag van 4,50 Euro! En dus wil ik er ook een.

We vinden een prachtige slaapplek op een picknickplek in het Nationale park van Valday aan een meer, maken een lekkere hao en kijken een serie. We slapen voor het eerst met de verwarming een beetje aan. De volgende dag besluiten we naar Moskou te rijden. Hele stukken zijn tolweg en dat schiet lekker op. We komen einde van de middag aan op de camping Sokolniki. Gestart rond het vriespunt, nu is het lekker 17 graden! We gaan direct met de metro de stad in naar het Rode Plein. Niet te geloven dat we hier nu zijn! De stad is prachtig, brandschoon, druk en heel feestelijk vanwege de komende militaire parade. Daarom is helaas het Rode Plein ook afgesloten. We eten bij een Georgiër. Als we terugkomen staat er een Nederlandse oude Sauer-truck en maken kennis met Albert-Jelle en Maike. Op zondag melden we ons om half elf bij een standbeeld waar de Moscow Free Walking Tour vertrekt. Leuke lui en we wandelen ruim 2 uur door de stad, uiteraard ook langs het Rode Plein. We lunchen met twee Nederlandse meiden. ’s Middags lopen we door Arbat-street. We kopen wat lekkere kaas, wijn en brood als avondeten (de supermarkten zijn fantastisch gevuld hier). Maandagochtend gaan we naar het Kremlin. Het is er overvol met Chinezen, niet leuk meer. Het Kremlin heeft meerdere prachtige kerken met veel oude iconen en veel goud. Indrukwekkend. Daarna lopen we naar Red October, een oude chocoladefabriek die nu hippe bedrijfjes herbergt (ook de NL Suitsupply!) en lekkere restaurantjes. We strijken neer en doen ons tegoed op het buitenterras. Heerlijk. We strompelen de metro in. Op de camping buiken we uit en Joost kletst met Albert-Jelle en een stel Duitsers met een enorme truck (Emmatrucktravel).

Deze slideshow vereist JavaScript.

Het was een indrukwekkende eerste week en die Russen zijn zo gek nog niet. Heel erg online, contactloos pinnen, prachtige supermarkten, prima wegen, dikke auto’s (Landcruisers!!) maar dat zal wel niet zo blijven. We gaan ervoor!

Liefs,

Marijke & Joost

Week 2: Van Werelderfgoed naar de Ural

Op 7 mei vertrekken we van de camping in Moskou naar Sergiev Posad. Dit plaatsje is onderdeel van de Golden Circle, een ring van 750 km met 8 bijzondere plaatsen. We doen er twee. In Sergiev staat het Trinity klooster gesticht door St Sergius in 1340 en de meest heilige plaats van de Russisch orthodoxe kerk (vergelijk Vaticaan voor de RK-kerk). Zeer rijk gedecoreerd met prachtige iconen en fresco’s. Het is dichtbij Moskou, gratis en dus wemelt het er van de Chinese groepen, die zich nergens wat van aantrekken (onbedekt hoofd, korte broeken, beeldbellen in de kerk). In een van de kerken raak in aan de praat met een jonge suppoost. Hij weet me te vertellen dat de Chinezen ook heiligen hebben en hij laat me op Wikipedia zien wat hij bedoelt (No joke!), en wel 220! Het is inmiddels tegen de 28 graden en we rijden naar Suzdal. Einde middag komen we aan op een echte camping aan een rivier. Direct worden we aangesproken door 2 jong Russische dames. De ene is stewardess en komt uit Kamchatka, lees: meest afgelegen en koud; ze overwinteren in Moskou (?!). We krijgen twee ‘premium’ gedroogde vissen van ze (uit Kamchatka) voor bij ons biertje. Ze laat zien hoe we ze uit elkaar moeten peuteren, lekker. Het dochtertje van de ander, Alicia, vindt Joost geweldig en wil spelen. Daar zegt opa natuurlijk geen nee tegen. Een kleurplaat en gelpennen die we meehebben, komen nu al goed van pas. Ze laat ‘m aan mama zien en komt terug en zegt iets dat ik niet versta, ze zegt het nog een keer heel hard in mijn oor. Ik laat haar in mijn Google-app praten en het blijkt ‘beautiful’ te zijn, geweldig. Direct daarna valt mama in de rivier wanneer ze een pannetje afspoelt, grote hilariteit. Grappig, de keuken gebruiken vond ze ‘te gewoon’. We laten haar opwarmen bij onze kachel. De auto vinden ze ‘cool’. ’s Avonds maak ik m’n blog op het stoepje van de receptie voor de wifi.

Deze slideshow vereist JavaScript.

De volgende dag gaan we het dorp in om het Werelderfgoed te bekijken. We parkeren bij een mannetje en bezoeken eerst het klooster. Toegang 400 roebel pp. (Euro 5,60). Het is er zeer vredig, de kerk kleurrijk, een tentoonstelling met indrukwekkende iconen en op het hele uur klinkelt de beiaardier er op los (geen klavier, maar met touwen!). We lopen door het dorp naar het kremlin, het is 30 graden inmiddels. Ik had me schrap gezet voor busladingen Chinezen, maar nee. Het kremlin (weer 400 roebel pp) valt eigenlijk tegen. De kerk is prachtig en als we binnenkomen zijn er net 3 geestelijken prachtig aan het zingen. Iets te nadrukkelijke staat een geldmandje klaar en prijzen ze hun CD aan. De expositie bevat vooral oude boeken. We duiken bij Vladimir een enorme hypermarkt in en besluiten nog even een flink stuk te gaan rijden. Dat gaat heel goed en we eindigen de dag ten oosten van Nizhny Novgorod aan de Wolga. Ook hier worden we aangesproken door een hippe jongedame, die van nog verder afgelegen komt (eiland voor de kust met Japan). Ze vindt het geweldig dat we Rusland aandoen. Maar nu gaat ze toch echt verder, want ze heeft haar ogen vanochtend laten laseren. Geweldig toch dat ze nu alweer kan rijden!?! Na het eten wordt het rustig. Prachtige plek met gelukkig genoeg bereik voor Radio 1. Het wordt flink koud en in bed zijn we getuige van het dramatische verlies van Ajax. De volgende ochtend branden we om 7 uur de tent uit. We doen wat oefeningen en gaan op pad. Weer een lange dag rijden. Het is vandaag Victory Day en bij de pomp krijgen we zwart-oranje lintjes. Ik doe ze enthousiast op de auto, maar Peter appt me al snel dat ze nogal radicaal zijn (Wilders kan er nog een puntje aan zuigen). Ik haal ze er snel weer af. Over de wegen nog even, die zijn hier vaak 3 baans, zodat je om en om kunt inhalen. Voetgangers zijn heilig. Iedereen stopt abrupt bij een zebra en ook op de autowegen (snelheid 110) zijn zebra’s die luid worden aangekondigd en waar iedereen dus stopt. In Moskou is het nog wat bonter, daar stopt de metro midden op de weg en zodra de deuren opengaan stopt alle verkeer. Indrukwekkend. Ook wemelt het hier van de snelheidscamera’s en rijdt iedereen uitermate gedisciplineerd. We worden 1 keer door de politie aangehouden. Na een controle van de papieren en een blik in de camperunit kunnen we weer verder. Alle moderne autos’ hebben een dashcam (wij ook).

20190508_201756

Aan de Wolga

NP Zyaratkul

NP Zyaratkul

DSCF1190

NP Zyaratkul

20190512_131428

Landcruiser liefhebber

20190512_163713

In de bossen bij Kazachse grens (Plast)

Aan het begin van de avond komen we aan langs de rivier de Kama, met blik op de stad Naberezhnyye Chelny (we zijn nu in de Republiek Tatarstan). Het is er gezellig druk met picknickende families en vriendengroepjes. Er ligt veel afval (zoals veel hier), maar we vinden een plekje en hebben een prima nacht ondanks het lawaai uit de haven en van de enorme goederentreinen. Joost wil graag nog een dag van 600 km maken (da’s dus 10 uur rijden), om wat afstand te overbruggen. We doorkruisen de republiek Bashkortostan en twee tijdzones. We eindigen de dag in de Ural in het Nationaal Park Zyuratkul. Niet helemaal eerlijk voor ons gastland, want we slaan Kazan over (het Istanbul van Rusland) op de grens van Europa en Azië. De weg naar het park is prachtig, eindeloze witte berken in het avondlicht. Het is niet alleen 10 uur rijden, maar ook nog eens 2 uur later (3 uur later dan in NL) en dus 21 uur als we aankomen. In het Russisch koop ik een kaartje en wijst de ranger ons een kampeerplek. Als we aankomen in het dorpje, ligt er sneeuw aan de kant van de weg! De temperatuur is gedaald van 30 naar 13 graden. Het is hier een grote modderboel en we vinden een plekje op het gravel. Ik flans snel wat lekkers in elkaar en voldaan naar bed. ’s Ochtends slapen we lekker uit (niet moielijk met extra twee uur tijdverschil) en hebben we eerst wat regen. ’s Middags maken we een wandeling naar het dorp en een stuk het bos in. Bij de picknickplek aan het meer lit vreselijk veel afval, erg jammer. Het meer Zyaratkul ligt nog vol met ijs, heel vreemd als het 25 graden is. De meeste bezoekers vertrekken. ’s Avonds maakt Joost en vuur en krijgen we hout van onze Russische buren en een fles spa rood cadeau (van het merk ‘mooie sleutels’, als ik het goed heb). Ik maak foto’s van het meer in avondlicht (volgen nog). Om half tien de volgende ochtend vertrekken we richting de Kazachse grens. Bij een rugstop gaan we douchen. Het lieve omaatje vraagt 1,75 Euro en daar krijg je dan een superschone grote badkamer voor (met föhn). Geniaal. We doen boodschappen bij een Spar waar we een enthousiast Rus met een prachtig opgetuigde Landcruiser 80 tegenkomen. Leuk. Aan het einde van de dag vinden we een prachtige plek met uitzicht over de velden. Als ik de langskomende herder vraag of we hier mogen overnachten, zegt hij: Waarom niet? Vele locals komen voorbij maar ze knikken alleen maar en laten ons met rust. Heerlijke plek. We vonden Rusland geweldig en komen graag terug!

Vandaag zijn we de Kazachse grens over gegaan en zeer gastvrij ontvangen, maar daarover later meer!

Liefs, Marijke

Week 3: Eindeloos…Kazachstan

Er gaan veel negatieve verhalen rond over de Kazachse politie en douane. We hebben dus alle paparassen bij de hand en laten de auto nog even wassen bij twee kordate dames. Als we maandag 13 mei aankomen bij de grens staan er maar een paar auto’s. We worden de weg gewezen naar binnen voor de paspoortcontrole. De Rus hoor ik tegen zijn collega zeggen dat we Duits spreken, dat versta ik gelukkig en ik kan ad rem melden dat we Nederlands praten en geen Duits! Rusland is een douane-unie met Kazachstan dus de auto kan zo door. Dan door naar de Kazachen (visumvrij). De douanier maakt zowaar grapjes. Mijn Russisch komt wel weer van pas (zoooo blij dat ik dat gedaan heb).  Dan  bij de controle van de auto vraagt een jonge militair of ik Russisch, Engels of Duits wil spreken! Geweldig! In het Engels grapt hij wat over de auto en koekeloert even naar binnen. Klaar! Binnen 45 minuten beide grenzen gepasseerd. Direct na de grens staan er al dames klaar die je een autoverzekering willen verkopen. We gaan met een oudere blonde dame mee en ook dat gaat uiterst gesmeerd (met wat Russisch uiteraard). Ze moet vreselijk lachen als ze ontdekt dat ze op dezelfde dag als Joost geboren is, grappig. Ze raadt ons aan even een foto te maken van de Whatsapp bevestiging van de verzekering om aan de politie te kunnen laten zien (ze salueert erbij en trekt een vies gezicht). Ze wenst ons een veilige reis en we rijden richting Kostanai. In Kostatnai wil Joost even naar de auto laten kijken, want we horen een metaalachtig geluid. Eerst even Tenge pinnen en dan door naar de Toyotagarage. Lieve hemel, wat rijden hier een Landcuisers (V8) en wat een indrukwekkende garage. Ik leg uit wat ons probleem is en de chef schat ogenblikkelijk in dat het de stabilisatiestang kan zijn. Hij rijdt de auto zelf de brug op en wij worden naar een wachtruimte gedirigeerd met groot tv-scherm, playstation en …. een knopje waar we op kunnen drukken, mochten we iets nodig hebben. Het blijkt inderdaad de stabilisatiestang te zijn (erfenis van Joost zijn avontuur in Tunesië). Dat onderdeel hebben we bij ons, maar voor 27,50 Euro zetten zij er zelf een in.  In de wachtruimte kunnen we via een videoscherm de reparatie volgen. Als het klaar is, spreekt de chef mij streng toe dat we de olie moeten laten verversen. Ai, scherp, de garage is vergeten het boekje in te vullen. Intussen heb ik een hotel gereserveerd want het is al 19 uur. In hotel Laguna hebben we een suite (=balzaal) maar het is er bloedheet. We zetten de airco aan, geven onze berg was af  en gaan naar restaurant Russo, dat me wel wat lijkt. Het zit in een soort glazen kantoorpand en de luide muziek komt ons tegemoet. Er blijkt een verjaardag aan de gang met entertainment. De muziek is niet verkeerd, en de jonge ober doet erg zijn best in het Engels. Het is erg vermakelijk om het gezelschap te observeren. Ze hebben een fotograaf ingehuurd en de dames neme allerhande bevallige poses aan. De entertainer stelt zich aan ons voor in het Engels. Hij zingt overigens erg goed en praat de boel aan elkaar (en wie weet er nòg een goeie eigenschap van de jarige?). We eten top vlees met gegrilde groenten en moeten echt nog even meedansen. We slapen slecht in de warmte, maar wat kan het schelen als je een tijgervel op de vloer hebt en een kraan in de vorm van een dolfijn?

Deze slideshow vereist JavaScript.

De volgende dag gaan we op jacht naar een Beeline simkaart (zo gepiept) en bij een echte outdoorwinkel (nou ja, wapen/visserswinkel) halen we twee slaapmatjes. Terwijl we wachten op de was, vult Joost onze zitkussens daarmee bij voor een koninklijke zit. Om 13 uur is de was klaar en gaan we op pad. Het is warm (33°) en de weg is behoorlijk slecht richting Rudniy, maar na de afslag bij Antonov wordt het mooi asfalt. Wel krijgen we een heftige regenbui op ons dak gecombineerd met een soort zandstorm. De weg is nauwelijks zichtbaar. De hele tijd hebben we een auto echt vlak achter ons en in z’n spiegel ziet Joost dat de man z’n duim opsteekt. Als hij ons na lange tijd voorbij gaat, buigt hij met z’n hand op z’n hart. Graag gedaan. Kazachstan is een van de grootste landen ter wereld, zo is de grens met Rusland 6800 km lang! De uitzichten zijn eindeloos, nauwelijks bomen te bekennen in dit stuk en leeg. Het waait enorm en met een beetje mazzel met Maps.me en Google bereik, weten we een beschut plekje te vinden achter een bosje. De volgende dag maken we nog een lange rit van 550 km (=8 uur) en we ontmoeten veel vriendelijke vrachtwagenchauffeurs die even een praatje komen maken. Ook onderweg gaan er af en toe duimen omhoog, heel anders dan in Rusland. Ook worden we aangehouden door de politie en terecht, we hadden het licht niet aan. Jozef krijgt ‘straf’. We kletsen ons 3 slagen in de rondte (Engels/Russisch/Nederlands) en de agent geeft het op, dat scheelt 7575 Tenge (25 Euro). Pfoe, nu plakken we het briefje met ‘licht!’ er op pontificaal op het dashboard. We gaan nog op zoek naar een wildplek maar de wind is echt te heftig en dus besluiten we in de luwte van een pompstation te overnachten. We slapen verrassend goed tussen de grote trucks (vaak met Nederlandse logo’s er nog op), maar gaan om 7 uur al op pad.  Vlak voor Aral komen we een Indiase auto tegen. We maken kennis met Narendra Singh, directeur van Indian Rides (met vrouw, nog een koppel en twee jongens). Hij organiseert motorreizen in India en kent Travel2Explore en Perumotors van de beurs in Utrecht (kleine wereld!). Ze rijden in zo’n 2 dagen dwars door Kazachstan……

IMG-20190517-WA0003.jpg

In Aral bekijken we het kleine museum, dat helaas meer over andere zaken gaat dan over de Aral zee (opgezette dieren, de president, opgravingen en een Singer naaimachine?). We rijden naar de makr en doen wat boodschappen. Het is er vriendelijk en we hebben binnen no-time wat we nodig hebben. Daarna naar de oude haven, die dus nu door het terugtrekken van de Aral zee, helemaal droog ligt. Dit dankzij maatregelen die de Russen ooit genomen hebben, erg triest om te zien. Dan besluiten we naar Zhalangash te rijden (60 km door de steppe) om te kijken of er nog schepen in de woestijn liggen. Het landschap wordt fraai en we zien, paarden, kamelen en koeien. Als we in het dorpje aankomen worden we enthousiast onthaald door een groep jongens. Ik spreek ze in het Russisch aan dus ze vragen of we Russen zijn. Nee, wij komen uit Holland, Amsterdam, football, Ajax? Ja, Ajax! Tottengam, finals! Leuk. Ze kijken me vreemd aan als ik naar schepen vraag, maar ze kunnen ons wel de weg naar de zee wijzen. We rijden de route zoals op Maps.me en er liggen inderdaad geen wrakken meer. Wel veel zout en mul zand. Als we na 11 m bij de zee aankomen, zien we roze pelikanen. Op de terugweg besluiten we ergens in de steppe te overnachten, het is er zo mooi en de wind is niet al te hard. We rijden een flink eind de weg af en rekenen ons rijk met een prachtige plek. En toch….waar een pad is komen mensen en inderdaad komen er 3 autos langs, die vrolijk zwaaien naar ons. Prachtig.

Deze slideshow vereist JavaScript.

De volgende dag rijden we via Aral richting Kyzylorda, langs Baikonur waar de Russuche raketten worden gelanceerd, maar waar je niet zo maar inkomt. We proberen een plek die we op iOverlander gezien hadden, maar het stikt er zo van de vliegen dat we doorrijden. Ai, het wordt lastig om een plek te vinden. Dit gebeid is behoorlijk ontwikkeld met een soort van omheinde bassins, geen idee waar die voor dienen. Uiteindelijk vinden we een rustige plek vlak bij Zhosaly. We doen boodschappen in Kyzylorda. Er zit hier duidelijk meer geld en alles ziet er tip top uit. ’s Middags begint het te regenen en we komen aan bij de ruïnes van de oude stad Sauran. Het was ooit (14eeeuw) de grootste stad van Kazachstan op de zijderoute. De muur omvat 40 ha, en binnenin is het helemaal leeg met een groepje paarden. We gaan tussen het fort en een aarden wal staan en staan zo uit de wind. Het is een magische plek en we zien helemaal niemand. Dan op naar het Yasaui mausoleum in Turkestan. Een pelgrimsoord voor veel Kazachen. Het terrein is groot en het komt met bakken uit de hemel. Het is er gezellig druk en de bordjes zijn hier en daar in het Engels. Mooi, maar niet zo indrukwekkend als in Iran. Wel leuk om mensen te bekijken in hun kleurige kleding. We besluiten in Shymkent te overnachten om daar even lekker door de bazaar te kunnen struinen en uit eten te gaan. De stad is groot (1 milj.), maar verrassend groen en het verkeer is wat chaotischer maar nog steeds te doen. We checken in in het FM Hotel Shymkent, gelukkig hebben ze 1 plek waar de auto achter een hek kan staan. Douchen en hup naar de bazaar. Het is even zoeken, maar eenmaal gevonden is het druk, chaotisch en gezellig. Alles is hier te koop! Daarna lopen we naar het Central Park, zien mannetjes fanatiek snelschaken en we belanden bij restaurant Vinopark in de open serre. Joost eet een paarden ribeye, want paard eten vinden ze hier erg normaal. De supermarkt staat ook vol met paardenmelk (gefermenteerde merriemelk). De wijn is net zo duur als onze hotelkamer (30 Euro), we laten het even gaan!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Het was een prachtig week Kazachstan met eindeloze vlakten en hele lieve mensen die ons enthousiast natoeteren vanuit de auto met de duim uit het raam. Nu gaan we weer even de natuur in (NP Sauram-Ugam) voordat we naar Oezbekistan gaan.

Tot later!

 

Liefs,

Marijke

Week 4: Pracht en praal in Uzbekistan

Vanuit Shymkent rijden we naar het National Park Sairam Ugam. Onderweg videobellen we met Noor wat erg goed gaat. Het is lekker warm en we rijden door kleine dorpjes naar zo’n 1500 meter. De witte toppen zijn indrukwekkend het landschap mooi, op de grens met Uzbekistan. Opgetogen lunchen we langs een rivier en even later betalen we toegang bij de ranger (900 Tenge) en kiezen kampeerplek nr. 4 uit. ’s Avonds koelt het lekker af en maakt Joost een vuur. De volgende dag begint lekker zonnig. Ik doen een wasje, Joost repareert zijn stoel en maakt kennis met mensen van de Duits-Kazachse Speleologen vereniging die langsrijden. Helaas begint het rond de middag te regenen. Het koelt af en we lunchen onder de luifel. Een ranger steekt z’n hoofd om de hoek en meldt ons dat er mensen van de National Geographic Kazachstan graag foto’s van ons willen maken met een rugzak om. We zijn geen wandelaars maar poseren lukt best wel. Eerst samen maar Joost alleen valt wat beter in de smaak. Hij krijgt een grote camera in de hand gedrukt en een rugzak om en moet allerhande poses aannemen. Er is ook iemand uit Thailand bij. Ik vind het vreselijk lachwekkend, maar zeker leuk. Wel frustrerend dat ik het Russisch zo slecht beheers. ’s Avonds kijken we een James Bond want buiten is het onaangenaam.

Op woensdag 22/5 rijden we naar de Oezbeekse grens. Die staat niet aangegeven, maar gelukkig heb ik een waypoint. De Kazachse kant is in 20 minuten gepiept. We rijden de brug op in niemandsland en iemand gebaart dat we de vrachtwagens voorbij mogen, maar dat lukt niet. We staan er een uur in de brandende zon. Als we er eindelijk langs kunnen, ben ik als passagier zo door douane heen. Ik zeg ‘Assalom aleikum’ tegen de beambte en krijg een enorme glimlach en een hand terug. Welcome in Uzbekistan! Iedereen is bijzonder aardig. Bij Joost duur het veel langer omdat die de auto moet importeren. Een schimmig proces, maar vooral erg tijdrovend. Bij de veterinary control probeert de man ons 8000 som te laten betalen. Ik zeg in het Russisch dat we nog geen som hebben en waarom moeten we eigenlijk betalen? Hij geeft het op en probeert daarna wel een gesprekje met me aan te knopen. De douanebeambte klimt in de camper unit en wil alle laadjes zien. Vooral bij iets wat op medicijnen lijkt, willen ze weten wat het is. Joost biedt hem een Fishermans friend aan en het is heel duidelijk dat ie die niet lekker vindt! Niet onvriendelijk maar de hele procedure duurt 3 uur. Direct buiten de poort kopen we een verzekering voor 3 dollar en proberen we de bedelaars en geldwisselaars van ons af te schudden. Eindelijk Tashkent in. De grootste stad van Uzbekistan met grootstedelijk rijdgedrag: chaotisch en snel. Joost heeft er geen problemen mee. Geld krijgen in Oez is lastig, maar de situatie is drastisch verbeterd nu de regering de officiële wisselkoers gelijk getrokken heeft met de zwarte markt en de zwarte markt illegaal heeft verklaard. Helaas zijn geldautomaten nog lastig te vinden en bovendien heb je een Visa-kaart nodig (heb ik gelukkig geregeld). Ik navigeer ons naar een Visa-automaat en het lukt inderdaad om er Som uit te krijgen (commissie 4%!). Dollars trekken kan ook (1,5% commissie). We rijden naar het Gulnara guesthouse en daar nemen we een double met airco voor 42 dollar (redelijk duur voor hier). Het is inmiddels een uur eerder dan in Kaz, maar we hebben wel trek. De host beveelt ons een café aan en daar gaan we naar binnen. We bestellen met weinig woorden wat en eten erg lekker lamsgehaktballetjes in tomatensaus met groenten, brood en yoghurtdip. We lopen nog even door de bazaar en proberen dollars te pinnen, ook dat lukt. We vallen als een blok in slaap. Na een prima ontbijtje rijden we langs de Ucell voor een simkaart. Die kost maar liefst 26.000 som (zeg 2,60 Euro). Dan denken we wel even naar Samarkand te rijden (300 km) en dat valt vies tegen. De weg is druk en hier en daar slecht. Ook komen we achter een enorm transport met politiebegeleiding te zitten waar niemand langs kan.
De Uzbeken worden helemaal gek en proberen allemaal zo dicht mogelijk vooraan te komen. Wat een gekte! De chaos is helemaal compleet als blijkt dat de 5evrachtwagen niet onder de bekabeling over de weg kan en er iemand met een lange stok de kabels over de lading heen moet helpen. We proberen nog even ergens diesel te tanken (= erg moeilijk te krijgen hier) en worstelen wat met de enorme hoeveelheden soms (10.000 som is 1 Euro). Op weg naar het hostel rijden we iets verkeerd en komen we in een achterafweggetje terecht. Een klein autootje rijdt ons achterop al toeterend en knipperend. Met de situatie van vanmiddag in het achterhoofd denken we dat het weer zo’n heethoofd is, maar nee, hij vraagt waar we naar toe willen om ons te helpen. Zo aardig. Het hostel is een overlanders plek, maar het is er helaas erg rustig. De kamer is een allegaartje met kitsch gordijntjes. De bedden van bedenkelijke kwaliteit. We worden echter aardig onthaald met thee, koekjes en kersen en de broer wordt direct opgetrommeld als ik aangeef dat ik een tandarts nodig heb. Ik voelde wat raars aan mijn kies en in de spiegel zag ik tot mijn schrik een enorm gat aan de zijkant. Dat kan ik niet 3 maanden ongemoeid laten. De broer meldt zich direct en neemt ons mee naar een tandarts, nog geen 100 meter van het hostel. Het ziet er allemaal prima uit en de jonge man vult werkelijk keurig mijn kies. En wil natuurlijk nog wel even op de foto. Opgelucht eten we in de buurt een hapje bij een lieve oma die wel erg graag wil dat ik nog even wat op een filmpje zeg over haar kookkunsten. We slapen als een os op de wonderlijke matrassen.

Bij het heerlijke ontbijtje (met o.a. rijstepap, mjam) ontmoeten we een Fins echtpaar dat in Frankrijk woont en met 5 (!) kinderen met de trein naar Vladivostok reist. Leuk verhaal. Samarkand is een belangrijke plaats op de oude Zijde Route en wemelt van groots erfgoed. Het regent flink en dus wachten we nog even. Met jassen aan gaan we naar de Registon, de highlight van Samarkand. Dit is een groot plein met 3 madrassah’s (koranscholen) er omheen. We nemen een enthousiaste gids die in hoog tempo kennis op ons afvuurt. Ze leidt ons ook langs allerhande souvenirwinkeltjes die in de vroegere leslokalen zitten, en dat blijkt heel interessant, We leren van alles over papier-maché, keramiek (iedere soort heeft z’n eigen geluid) en zijde (test: steek een draadje in de fik, echt zijde brandt niet). Bij de laatste verkoper moet ik uit een tafel met doeken de echte zijde kiezen, dat gaat dus niet goed, de meesten zijn nep (en branden dus). De madrassah’s zijn prachtig en de zon begint te schijnen. We laten de jassen achter in het hostel (triple A locatie naast de Registon) en lopen naar de moskee van Bibi-Khanum. Ook prachtig en authentieker zonder winkeltjes. Daarna lopen we over de bazaar en door naar de tombe van Karimov waar hele busladingen Uzbeken hun respect betuigen. We eindigen de culturele dag bij Shoh-i-Zinda een laan met allerhande prachtige mausolea. Zo, de overdosis blauwe tegeltjes is binnen. We nemen een ijsje en lopen terug door achterafstraatjes. Zo leuk, op straat worden we vaak aangesproken. Of het zijn giechelende meisjes die eerst vragen of we Engels spreken en vervolgens willen weten waar we vandaan komen en wat we van Samarkand vinden. Of het zijn jonge/oudere mannen die vragen waar we vandaan komen, hoe ze heten en dan ogenblikkelijk hun uiterste best doen om zoveel mogelijk namen van Nederlandse voetballers op te noemen. ‘s Avonds eten we bij een goed Uzbeeks restaurant (Besh Chinor) heerlijke salades, frietjes, brood en lams en kipshasliks. De tafel staat vol voor 8 Euro. De ober is een jonge economiestudent met veel charme en legt ons in detail de kaart in het Engels uit (en noemt een hele rits NL voetballers). De taxi zet ons af bij de verlichte Registon, prachtig en we nemen nog een echte cappuccino (1,50 Euro!).

Het zit niet mee met het weer, want het komt weer met bakken uit de hemel. Met paraplu gaan we op pad naar het mausoleum van Temur, als ik het goed gelezen heb een vreselijk megalomane man die al moordend zijn rijk wist uit te breiden van Delhi tot Baghdad en Volgograd. Het mausoleum is erg indrukwekkend met veel goud.We lopen nog wat richting het Central Park, maar met regen is dat niet leuk. We besluiten te gaan lunchen in Old City en begeven ons daarna naar het wijnmuseum. Een wat? Jawel, hier begonnen ze al in de 8eeeuw met wijnmaken en na de proeverij kan ik melden, zeker niet onverdienstelijk. De man zegt geen Engels te kunnen, maar verteld honderduit en moedigt ons aan om alles op te dronken (1 witte, 2 rode, 4 dessertwijnen, 2 cognacs en 1 ‘balsam’). De dessertwijnen, waaronder een ijswijn, zijn echt heerlijk. De balsam ruikt alsof je in de bazaar naast een specerijenkraam staat en smaakt top (45%). Is als ‘viagra’ volgens de man. We nemen 3 flessen mee en gaan enigszins beneveld terug naar het hostel. ‘S avonds eten we bij Mansur Shashlik, the place to be!

We zijn in een totaal ander land beland. De Uzbeken zijn meer Aziatisch, er is geen Landcruiser meer te bekennen, menige vrouw tut zich flink op en de wegen zijn aanmerkelijk slechter dan in Kazachstan. Maar de mensen enthousiast en warm! Vandaag rijden we richting Buchara en daarna weer terug om Tadzikistan in te gaan. Tot later!

Liefs,

Marijke

Week 5: Uzbekistan u-turn

Zondag 26 mei vertrekken we uit Samarkand richting Navoy. Bij het ontbijt hebben we zowaar gezelschap van een Frans echtpaar (met een Mercedes bus), een Spaans stel op de fiets en Nederlandse backpackers. Altijd leuk om verhalen uit te wisselen. Bij het eerste station dat we aandoen hebben ze diesel. Onderweg gaan we nog een marktje over en scoren lekkere koekjes, komkommers en tomaten. Het is zo’n 35 graden. Doel vandaag is de Samishay canyon waar petrogliefen te zien zijn van 3000 jaar oud. We moeten over het terrein van een kinderkamp en ons paspoort laten zien. Geen probleem, aardige gasten. We vinden een plekje aan de rivier, waar helaas nogal wat afval ligt. Einde middag maken we een wandeling in de hoop wat petrogliefen te zien. We zien er inderdaad wat, maar verderop zouden er meer zijn volgens een lokale meneer. Bij terugkomst ben ik mn lensdop kwijt en maken we het rondje nog een keer. Gelukkig vindt Joost ‘m: “Is het een Canon?” grapjas. We slapen top naast de bruisende rivier maar worden vroeg wakker door de zon op de tent. Na ontbijt gaan we weer op zoek. Deze plek is duidelijk beter en het wemelt er van de tekeningen op de rotsen. Heel speciaal. We rijden door naar Buchara en inmiddels is het echt warm (37). We parkeren naast het Ark-fort en lopen de stad in. Na wat bezienswaardigheden gezien te hebben, scoren we twee prachtige geitewollen sjaals in de bazaar, kopen ansichtkaarten en drinken wat op het terras met twee Iraanse Nederlanders! We hebben geen zin in nog meer stad en rijden naar een plek aan een groot reservoir. De weg is vreselijk slecht en stoffig. De betaalde ‘beach’ is gesloten, dus dan maar wild. Op zich een prima plek, maar weer veel koeievlaaien en vliegen. Hoe onaantrekkelijk het water ook, we gaan er toch even in om af te koelen. ’s Avonds komt er een vrachtwagen die compleet volgeschept wordt met zand door 3 man, met de hand!We slapen slecht en gaan vroeg terug naar Samarkand. De weg naar de autoweg is een andere, maar ook die is echt slecht. Rond 14 uur komen we aan bij DNM motors, want rechtsvoor hebben we een vervelend kraak. De eigenaar Oscar spreekt uitstekend Engels en de aanbevelingen op iOverlander zijn volkomen terecht. Hij is heel kundig en doet er alles aan om het probleem te vinden en op te lossen. Top. Einde middag komen we aan bij Irganshev’s guesthouse, waar de auto op de binnenplaats kan staan. Het is er onberispelijk schoon en we moeten de schoenen uitdoen. Het is prima toeven in de patio. We eten bij een bierpub en restaurant in de buurt, naast de Pulsar brouwerij. Op het terras raken we aan de praat met een Uzbeek, die ons veel verteld over de positieve ontwikkelingen in Uzbekistan sinds de nieuwe president. We eten een uitstekende shaslik met salade en frietjes. Op de terugweg worden we aangesproken door een groep jongens, die ons uitnodigen om wat te komen eten (we zaten net al vol). We komen op een binnenplaats met prachtig gedekte tafels waar een groot gezelschap heeft gegeten ter ere van een begrafenis. Communiceren gaat niet zo gemakkelijk, maar we proeven van de plov die we voorgezet krijgen en die is werkelijk geweldig (en veeeel beter dan die in Old City, volgens de LP een van de beste restaurants van Samarkand).

Woensdag 29/5 bereiden we ons goed voor op de grensovergang met Tadzjikistan: tanken, boodschappen, autowassen. Op weg naar de grens schrikken we ons rot: we zijn te vroeg! Het visum gaat pas 1 juni in. Na enig beraad besluiten we het er op te wagen; mensen zijn hier zo aardig. De Uzbeekse kant gaat prima (wel vraag naar registraties!). De douanier zegt iets in het Russich (denk ik) wat ik niet versta. Ik vraag het nog een keer en hoor dan duidelijk: Arjen Robben! Ha, ha, leuke gasten hier. Bij de Tadzjiekse post hebben we toch een ‘problem’. We doen heel verrast en ze willen ons echt ter wille zijn. Er wordt iemand opgetrommeld die Engels spreekt en daarna verschijn een hogere militair die ons voor 150 Dollar wel de grens over wil helpen. Nah, toch maar niet. We draaien om in niemandsland en wat volgt is best een leuke middag. De Uzbeken moeten er wel om lachen, maar volgen wel de procedures. In totaal zijn we 2 ½ uur kwijt. En eigenlijk is het maar goed dat dit ons gebeurd, want we rijden een stuk Uzbekistan in dat we anders niet gezien zouden hebben. Via Urgut rijden we door een groene omgeving naar een hoge pas (Takhtakaracha). Onderweg zijn mensen nog enthousiaster dan eerst, en we zwaaien ons een ongeluk. Zelfs de politie salueert. Op de pas (1800 meter) loopt een gravelweg de bergen in en hier zijn een aantal wildplekken. We zoeken wel even maar vinden een fantastische plek.
Een herder vertelt ons dat we Uzbekistan, Tadzjikistan en Afghanistan zien, geweldig. Bovendien is de temperatuur zo’n 8 graden koeler (27). Na het eten verschijnen twee mannen in militaire kleding uit de bosjes en lachen hun gouden tanden bloot (vinden ze hier mooi). Joost laat merken onder de indruk te zijn van het geweer en mag spontaan een schot lossen. Het koelt lekker af om te slapen. De volgende dag rijden we naar Shahrishab voor nog wat cultuur. We lopen door de bazaar en eten een shaslik. Het is er bloedheet (letterlijk) en we raken aan de praat met 4 mannen bij de moskee (lang leve mn Russisch!), zo leuk. Ze willen van alles weten over onze familie en vinden het nog niet echt warm…..We slapen weer op de wildplek met uitzicht.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Vrijdag gaan we weer terug maar Samarkand en logeren bij het World Guest House. Een echte oase in de stad waar we de auto binnen kunnen parkeren. We relaxen en worden voorzien van thee met allerhande heerlijkheden. Rond 15 uur lopen we naar het centrum. Joost laat zich knippen en Marijke koopt een jurk met Uzbeeks dessin. ’s Avonds facetimen we met Esai, Carla en de kindertjes en Jaap en Jacomien. Gaat uitstekend, toch leuk om elkaar even te zien. Het regent als we opstaan.

Nu gaan we echt naar Tadzjikistan! Bij de grensovergang herkennen een aantal mensen ons en dat is lachen. Het gaat heel soepel en we zijn er snel doorheen. Als we in Penjikent een sim-kaart kopen worden we fantastisch geholpen door een Engels sprekende jongedame en de ATM doet het ook direct. ’s Avonds vinden we een prachtige plek aan het 3e meer van de Seven Lakes. En in gezelschap van Michel en Renee, Nederlanders, die al 18 maanden op pad zijn en enthousiast over Tadzjikistan vertellen. Dat wordt nog wat! Nu in tempo omlaag!Bedankt voor al jullie enthousiaste reacties. Het zal minder makkelijk zijn om de verhalen te uploaden en de social media is hier sinds kort geblokkeerd. Ga er maar vanuit dat we ons vermaken!.Liefs, Marijke

Week 6: Indrukwekkend Tadzjikistan

(Tweede poging, er ging wat mis met de foto’s!)

Op zaterdag 1 juni gaan we toch echt de grens met Tadzjikistan over. Nu is ons visum wel geldig. Een aantal dounebeambten zijn dezelfde als een paar dagen geleden en we worden enthousiast onthaald. Nu geen vraag naar registraties en het lijkt wat vlotter te gaan. Bij de Tadzjiekse grens helpen we 3 Franse stellen met campers. Ze spreken een beetje Engels en schrikken van de roadtax (100 Dollar, voor ons 25). Ik speel vertaler en goochel tussen Engels, Russisch en Frans. De douanier is er blij mee en babbel zelfs wat met ons. Zijn Engels is eigenlijk prima! De auto wordt niet eens doorzocht en we zijn de grens over! In Penjikent pinnen we somoni’s en kopen bij de Megafon een sim-kaart van een vlotte Engelssprekende jongedame. We lopen nog even over de markt, gezellig. De weg is glad asfalt en we gaan op weg naar de ‘Seven Lakes’ in de Fann-mountains. De bergen worden als snel indrukwekkend hoog en de weg smal. Het weer betrekt helaas. We vinden een mooie plek bij het 3emeer en warempel er staat een Nederlandse Landcruiser. Michel en Renee zijn al 18 maanden onderweg en bijzonder enthousiast over Tadzjikistan. We drinken gezellig een fles Italiaanse wijn die we nog hadden liggen. De spaarzame auto’s die langskomen, toeteren en zwaaien enthousiast. Zondag haalt Joost eerst de remschijf voor eraf. Nog nooit gedaan maar met het juiste gereedschap en het Haynes handboek lukt dat prima. Ik rook een ijzerslijpsel lucht en er blijkt een klein steentje tussen te zitten. Michel en Renee vertrekken en we doen verder weinig, afgezien van een wandeling een zijkloof in naar een waterval. Daar zitten twee mannen te bidden, dus we gaan niet verder. Helaas regent het. ’s Avonds kijken we een film en wordt het behoorlijk koud. Maandag schijnt de zon en breken we op om naar de andere meren te rijden. Het is een prachtig gebied en de meren echt blauw. Bij het vijfde meer komen we de Fransen van de campers weer tegen. Bij het 6emeer worden we staande gehouden door een aantal mannen. Ze hebben geen diesel meer. Met een hevel geven we ze 3 liter uit onze tank. De weg naar het 7emeer is erg uitdagend en daar hebben we nu geen zin in. Het is hier al zo mooi. Terug op ‘onze’ kampeerplek aan het 3emeer ontmoeten we Leslie en Jerome, twee Fransen in een Landcruiser. We kletsen wat en weer gaat het regenen. We koken snel wat en kijken de tranentrekker ‘A star is born’.20190602_102259.jpg2019_0610_15504300.jpg2019_0610_15512800.jpg2019_0610_15505000.jpg2019_0610_15515600.jpg2019_0610_15491500.jpg

De volgende ochtend vertrekken we naar Istaravshan door de Zarafshan vallei en de uitdagende Shahkristan tunnel. Verlichting en ventilatie vinden ze hier zonde van het geld, dus je rijdt bijna 6 kilometer met kromme tenen door het duister, waar ondanks het verbod iedereen gewoon inhaalt. Het weer is prachtig, maar we kunnen geen plek vinden. Uiteindelijk rijden we op goed geluk naar het gehucht Chasmasor. Als we zoekend om ons heen kijken, stapt Abdusalatov uit zijn auto. De grijsaard dirigeer ons direct naar zijn huis waar we kunnen parkeren. We moeten thee komen drinken. Gelukkig kan ik me met Russisch een beetje verstaanbaar maken. We krijgen vers brood uit de tandoor. Als ik vraag of we de tandoor mogen zien, geeft hij ons een rondleiding door z’n huis, zeg maar een soort hoeve. Er hangt warempel een foto van de Keukenhof aan de muur (maar die tulpen zijn natuurlijk Tadzjieks!). Z’n kleinzoon (hij heeft 7 kinderen en 20 kleinkinderen) is er steeds bij, een vrolijk mannetje. We krijgen daarna een bord plov, overheerlijk, maar als we denken dat we genoeg hebben, komt er steeds meer op tafel: komkommer, noten, abrikozen, dikke yoghurt met kruiden, snoepjes, deegflapjes met uien, cake, en natuurlijk thee en kompot(vruchtensap). Hij moedigt ons herhaaldelijk aan nog meer te eten. Hij eet zelf niet mee want het is de laatste dag van de Ramadan. We weten ons om 9 uur los te rukken en gaan naar de auto. Hij zegt dat hij morgen eerst om 5 uur naar de moskee gaat en dan ons om 7 uur voor het ontbijt verwacht. We slapen uitstekend, maar Abdu is bang dat we weggaan, dus hij roept ons om 5 uur, dat we vooral om 7 uur moeten ontbijten! We trekken onze mooiste kleren aan, want vandaag is het Id-feest (suikerfeest bij ons). Voor het ontbijt krijgen we weer plov en allerhande heerlijkheden. Ik maak wat foto’s en dat vindt Abdu prachtig. Er komen steeds meer zoons bij en het lukt om met de Samsung van zijn zoons via bluetooth wat foto’s te delen. We geven hem een ansichtkaart met een bedanktekst in het Russisch en z’n kleinzoon een set kleurstiften en kleurplaten. Hij wil absoluut geen geld hebben. Hij rijdt voor ons uit naar het midden van het dorp (kan iedereen ons zien?!) en we bedanken hem uitgebreid. In Istaravshan zou een geweldig bazaar zijn, maar die is niet zo indrukwekkend. Het is erg heet en we lopen we doelloos rond.

Deze slideshow vereist JavaScript.

Uiteindelijk besluiten we flink boodschappen te doen. We kijken nog even bij het fort (en zien de Fransen weer) en proberen te pinnen, maar 4 ATM’s doen het niet. Lekker de bergen in is ons idee! In Aini doet de geldautomaat het wel. Als we even stoppen, ziet Joost tot zijn schrik dat de mof  om de aandrijfas los is gegaan en de wielkas zit onder de olie. Langs de weg gaat de overall aan en de auto op twee krikpotjes. Het lukt om een tiewrap om de mof te krijgen. Een losse mof kan allerhande grote ellende veroorzaken als je offroad rijdt, dus we rijden door naar Dushanbe (hoofdstad).Opmerkelijk: er stopt maar 1 auto om hulp aan te bieden en dat is nogal in tegenstelling met hoe we de Tadzjieken hebben leren kennen. Deze omweg betekent wel dat we 3 keer door de gevreesde Anzob-tunnel moeten (de ‘tunnel of death’). Ach, het is iets enger dan de Shakristan tunnel. En gelukkig is het rustig vanwege het suikerfeest. De omgeving is absoluut ‘stunning’. Onderweg boek ik een kamer in Hostel Latifa waar de auto binnen kan staan. Het is er best gezellig, maar de bedden zijn werkelijk keihard. Na een prima ontbijtje gaan we vroeg naar de Toyota-garage. We boffen dat die open is ondanks het feest. Ze spreken in Tadzjikistan veel meer Engels dan in de voorgaande landen, dus de communicatie gaat prima en het wordt vakkundig gerepareerd. Opmerkelijk is wel dat je, in tegenstelling tot Nederland, niet overladen wordt met koffie, zelfs geen water.  Na twee uur is het gepiept en het komt werkelijk met sloten de hemel uit (met onweer). Rond 12 uur gaan we weer terug naar waar we gebleven waren en dus weer door de Anzob tunnel. Nu rijden we achter een van de oranje kiepwagens aan, die af en aan door de tunnel gaan. Dat rijdt een stuk relaxter. We slaan de onverharde weg naar Lake Alaudin in. Het is ‘maar’ 28 kilometer (uiteindelijk doen we er 3 uur over). We gaan eerst door een aantal kleine dorpjes en de kindertjes zwaaien enthousiast. De weg wordt smaller en uitdagender met meer rotsen en gravel. Na het spannendste stuk komen we aan bij een aantal weilandjes in een prachtig dal. Het is er behoorlijk modderig. We zoeken een plekje aan de rivier en zijn de koning te rijk. Heerlijk weer en een superplek. ’s Nachts wordt het echt koud op 2300 meter en maken we een vuur. De volgende dag staat een boer mest te strooien in het weiland. We zien eerlijk geen gewas staan of iets dergelijks. Ik maak een praatje met de man in het Russisch. Hij is heel aardig, maar we voelen ons toch wat opgelaten. We ruimen het vuur zorgvuldig op en rijden door. Ik dacht dat de weg nog enger zou worden maar dat valt reuze mee. Wel smal en veel modder en wat rivierdoorsteekjes. Het is werkelijk prachtig met al die witte toppen om ons heen en een groene vallei. De weg eindigt in het ‘basecamp’  Alaudin. Een soort camping, maar dan zonder voorzieningen. De Fransen die we eerder bij de Seven Lakes zagen, zien we vertrekken. We installeren ons in de zon en gaan op pad naar Lake Alaudin. Een wandeling van 45 minuten. Het meer is inderdaad bijzonder blauw en we ontmoeten er een Indonesisch (met gids en auto) en een Oekraïens stel (liftend). Terug op de camping staat er een grote groep klimmers uit Moskou en een gids met een Pools stel. Wat is het hier ineens druk! Helaas betrekt het weer en wordt het serieus koud. We trekken ons terug in de auto en gaan vroeg slapen.

2019_0610_15550400.jpg

Onderweg

2019_0610_15580700.jpg

Naar Lake Alaudinn

2019_0610_15582600.jpg

Naar Lake Alaudinn

2019_0610_15584700.jpg

Lake Alaudinn

2019_0610_15585800.jpg

Vallei naar Lake Alaudinn

2019_0610_15590900.jpg

Vallei naar Lake Alaudinn

We rijden het hele dal weer uit en het is altijd weer grappig hoe anders het er dan uit ziet. Als we weer bij de hoofdweg uitkomen, is het gelukkig beter weer. Iets verder rijden we het volgende dal in naar Iskander Kul. De weg daar naar toe is stukken beter en breder, met toch weer andere indrukwekkende bergen in prachtig kleuren. Onze app raadt ons aan om het meer heen te rijden voor een wildplek aan het water. Het is inderdaad een mooie plek maar ik voel me niet op m’n gemak. Iemand anders heeft daar een Caspisch cobra gesignaleerd, een bijzonder agressieve en giftige soort. We lunchen, maar besluiten toch door te rijden. De gouden regel is dat als een van ons zich niet ok voelt met een plek dan rijden we door. Dat is maar goed ook, want we eindigen op een soort plateau boven het meer met een grandioos uitzicht. De vele vliegen zijn een plaag, maar dat nemen we voor lief. Ik ga hout sprokkelen voor het vuur en Joost neemt een douche uit de douchezak. We slepen dat ding al jaren mee, maar gebruiken m eindelijk. De zwarte zak vul je met water en leg je in de zon zodat het water aangenaam warm wordt. ’s Avonds installeren zich nog twee stelletjes op het plateau onder ons, maar we hebben geen last van elkaar. Wat een geweldige plek! Dit is waar we het voor doen.

2019_0610_15592500.jpg

Weg naar Iskander Kul

2019_0610_15594500.jpg

Iskander Kul

2019_0610_16000400.jpg

Iskander Kul

2019_0610_16002700.jpg

Iskander Kul

We zijn nu precies 6 weken onderweg en het lijkt al een eeuwigheid. Het is nu maandag en we zijn even in Dushanbe de hoofdstad van Tadzjikistan. Even kletsen met andere reizigers, cappuccino drinken en eten inslaan voor de volgende etappe: richting de Pamir! Moeilijk voor te stellen dat we dan 2x soms zo hoog kamperen als we nu gedaan hebben. Iedereen die we ontmoeten is er erg enthousiast over, da’s een goed vooruitzicht!

Bedankt voor al jullie leuke reacties.

Liefs,

Marijke

Week 7: Proloog Pamir

We logeren in het Green House Hostel en dat is typsich een plek om andere reizigers te ontmoeten. Het hostel zit vol, maar we kunnen op de binnenplaats parkeren en in de auto slapen. Precies wat we willen. Er zit een groep Chinezen, die geen Engels spreken maar wel erg aanwezig zijn. We ontmoeten een liftend Deens stel, een Wat oudere Belgische dame die alleen reist en een Franse fietser, die we eerder die dag bij de Anzob tunnel gepasseerd zijn. Heel gezellig om even te kletsen. We gaan Dushanbe in en drinken ergens cappuccino met gebak, bekijken het Rudaki park en shoppen wat shirtjes en kleren voor ons allebei. In de Dushanbe mall lunchen we met Lagman (een noedelschotel). Dushanbe is groen en ruim opgezet, maar helaas regent het wat. ’s Avonds eten we met de Belgische Monique bij een ‘choykana’ (theehuis) heerlijke shaslik met salades, brood en bier. Monique sipt wat van een wodkaatje en wordt heel gezellig! Dinsdag 11/6 staan we op het punt van vertrekken maar Joost stoot lelijk zijn hoofd tegen een openstaand keukenraam. Het bloedt enorm en we besluiten met de hostelmedewerker naar het ziekenhuis te gaan. Het is er vreselijk druk, maar Joost krijgt een VIP-treatment. Het is in een kwartier (nogal ruig) gehecht en we hoeven niets te betalen. Joost voelt zich verder prima, dus we slaan in in een grote Frase supermarkt. In het centrum hangen de mensen uit de auto: “ Welcome to Tadzjikistan!” of “ Welcome to Dushanbe” of gewoonweg “ Arjen Robben!” of een duim uit het raam. We rijden richting Dangara over een prima weg met goed verlichte tunnels. Vlak na Dangara stoppen we bij het monumentje langs de weg voor de 4 omgekomen fietsers. Een van de overledenen is de man van een collega van Joost van het AMC, zij was er bij overigens. Het is moeilijk voor te stellen wat hier gebeurd is, want de Tadzjieken zijn zo aardig en de weg is druk en goed. De tekst geeft aan dat de hele Tadzjiekse bevolking Familie en vrienden condoleert. We worden er emotioneel van. We vinden een rustige plek in de heuvels.

De volgende dag komen we in Kulob, waar we erg enthousiast worden van de bazaar. Zo leuk die levendigheid en geen toerist te bekennen. We kopen een vliegenmepper tegen de eindeloze vliegen hier en heerlijk warm brood. Na Kulob rijden we gestaag de bergen in en een pas over. De weg is slecht, maar de uitzochten prachtig. Dan wordt het glad asfalt (dank aan de Chinezen) en duiken de Panj-vallei in met uitzicht op Afghanistan. De omgeving is supermooi en de Afghaanse kant fascinerend. Er passeren heel veel Landcruisers vol met toeristen of locals en af en toe is er een checkpoint waar we paspoort en visum laten zien. We komen bij een plek naast de rivier uit, waar een paar militairen vragen of we een slaapplaats zoeken. Komt dat mooi uit! Of we niet beneden op het plateau naast de rivier willen staan? Wow, wat een uitzicht. Ik installeer me en bekoekeloer de Afghanen die langskomen op brommer, ezel of lopend. We staan tegenover een jongensschool vertelt Aladin me. Hij is nu herder, maar was leraar en met een beetje Russisch hebben we een gesprek. Hij legt me uit dat in Tadzjikistan de jongens en meisjes door elkaar naar school gaan, maar dat deze school alleen voor jongens is. Hij keurt het zichtbaar af. Hij is 79, geneert zich wat voor zijn uitgevallen tanden, maar is nog fit en heeft 9 kinderen en 20 kleinkinderen. En of we vooral naar hem toe willen komen als er problemen zijn, hij woont in het volgende dorp, Khostav. We slapen als een os in de koele nacht en gaan de volgende dag op weg naar Kalai-Kumb. Daar gaan we de Pamir Highway op. De weg er naar toe is prachtig, maar na het dorpje wordt het vreselijk en druk met veel vrachtverkeer over de smalle weg. Nu snappen we waarom de noordelijke route wordt afgeraden. We hutsen en butsen uiteindelijk 6 uur over 120 km. Maar, met hulp van iOverlander we vinden wel een topplek bovenop een plateau met wijds uitzicht over Afghanistan. Wow! Even later komen Kathy en Jurg aangefietst en daarna ook Israël, een Braziliaan. Bij Joost z’n aanbod van een koel biertje glunderen ze van oor tot oor. Isri heeft die dag 70 km gefietst! Zo knap van die gasten dat ze die vreselijke weg fietsen in de hitte. Wij vinden het trouwens warm, maar de Tadzjieken vinden het maar koud en het weer niet normaal. Hebben wij mazzel.

Vrijdag helpt Joost eerst Isri met z’n fiets. Daarna nemen we afscheid en gaan op pad. De weg wordt iets beter en de vallei is spectaculair. Hier dankt de Pamir Highway z’n reputatie aan, niet de kwaliteit van het wegdek! Het weggetje aan de Afghaanse kant is indrukwekkend, soms hangt het pad aan de rotsen. Rond de middag komen we aan in Rushon en kopen een broodje en vullen water bij langs de kant van de weg (hier zijn over bronnen te vinden). Vuilnis weggooien is hier een hele kunst, afvalbakken zijn schaars. We rijden de Bartang vallei in. De Bartang komt uit in de Panj rivier. De vallei is smal en rotsig, toch anders van karakter en erg rustig. We stoppen bij een homestay, maar er is niemand te bekennen. Dan toch naar die ‘amazing’ wildplek. En inderdaad een prachtig groen grasveldje met bomen en een waterbron, en zelfs een betonnen brug om onder je auto te kijken. Er staan twee minibusjes met scholieren en ze hebben pech. De accu is leeg en ze hebben een lege band. Joost helpt ze met de compressor. Ze blijven nog lang hangen, want er moet blijkbaar van ver een accu worden gehaald. Uiteindelijk zijn we helemaal alleen. We eten wat en douchen alletwee onder de douchezak aan de moerbeiboom.

Ondanks de fraaie plek besluiten we toch naar Khorogh te rijden. Al de ruitewisser vloeistof is eruit gelopen en om te bekijken wat er aan de hand is moet de afdekplaat er af. Da’s een heel gehannes, dus gaan we een ‘mannetje’ zoeken. Eerst rijden we langs de douane om de auto-import met 15 dagen te laten verlengen. Dat gaat verrassend goed en snel. Dan naar een guesthouse waar we in de auti kunnen slapen. Wat lastig te vinden, maar gelukkig komt de eigenaar net aan. Op de parkeerplaats staat al de grote brandweerauto van twee Duitsers met hun 3 kindertjes. We zoeken naar een ‘mechanic’ en wachten een tijd bij iemand die zegt ons te kunne helpen. Het duurt ons te lang, dus wassen we de auto en gaan terg naar het guesthouse. Leuk kletsen met de Duitsers. Onderweg spotten we de Belgische Monique en het Deense stel weer. S’ Avonds komen we ze ook tegen bij het goede Indiaanse restaurant. De wereld is klein!Zondag gaat Joost toch zelf onder de auto, maar het is een vreselijk karwei om de afdekplaat er af te krijgen. Het duurt een belangrijk deel van de dag en dan blijkt diezelfde plaat een gat gemaakt te hebben in het reservoir van de vloeistof. Wat een gedoe. Ik draai intussen de was. Er is inmiddels een familiefeest aan de gang en de muziek gaat hard aan. We krijgen eerst koekjes en snoepjes, dan komt een bord plov met salade en dan komen ze bezorgd vragen of we niet nog meer eten willen en of we alsjeblieft willen meefeesten. Uiteindelijk verkleden we ons snel en voegen ons bij het grote gezelschap. De tafel staan vol met eten en drinken en iedereen danst er vrolijk op los. We doen graag mee. We verstaan elkaar moeizaam, maar dit zijn de leuke ervaringen!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Morgen nog maar een dagje in Khorogh, want de klus is nog niet af en aan boodschappen doen zijn we nog niet toegekomen. Heerlijk even relaxen hier.We zijn nog niet in de ‘echte’ Pamir, maar de proloog was al enorm indrukwekkend. Dat belooft wat!

Liefs,Marijke

Week 8: Prachtig Pamir!

Maandag 17 juni blijven we nog een dag in Khorogh. Joost gaat op zoek naar een lasser en iemand die de afdekplaat kan snijden. Merkwaardig genoeg heeft ARB afdekplaten geleverd bij de lierbumper die aanschuren tegen een aantal onderdelen (waaronder het reservoir van de ruitenwisservloeistof) en zo schade veroorzaakt. Dat merk je pas als je lekker offroad rijdt en dat doen we. Joost spreekt iemand aan bij een bezinepomp en voor ‘ie het weet neemt iemand Joost mee naar de andere kant van de stad, blijft een uur bij hem als de lasser bezig is en brengt ‘m ook weer terug naar het guesthouse. Geweldig toch, die mensen hier? We drinken een “cappuccino” bij een plaatselijk hip café en struinen de bazaar af op zoek naar groeten, fruit, yoghurt voor de komende week. Winkelen wordt steeds lastiger hoe verder we de Pamir inkomen. We ontmoeten Jurg en Kathy bij de supermarkt en we besluiten samen bij de Indier te gaan eten. We nemen ook nog een Zweed mee die inmiddels op een Indiase motor is aangekomen (Anton & Anton, maar Anton-2 gaat niet mee). Als de Zwitserse fietser Pascal zich ook nog bij ons voegt, wordt het heel gezellig!Dinsdag rijden we vanaf Khorog de Wakhan vallei in. De Wakhan rivier scheidt Tadzjikistan van Afghanistan en op sommige plekken kun je Afghanistan bijna aanraken. De vallei is groen omgeven door sneeuw bedekte toppen (de Hindukush range). Er zijn onverwacht veel dorpjes, hoezo “remote”? Wild kamperen is dus best lastig en dus besluiten we te kamperen bij het guesthouse ‘Intisor” in Namadgut. De gastheer slaapt zelf in een lemen huisje, maar voor zijn gasten is er een echte badkamer met warm water en douche. Het uitzicht is fenomenaal. Ze zijn alleraardigst en hebben ook een shopje bij het naastgelegen fort uit de 3e eeuw v. Chr. . Als er toeristen aankomen, wordt hij geroepen en verkleedt zich razendsnel in een Afghaans kostuum. Ik kan in het Russisch een beetje communiceren met hem en z’n vrouw. Hun oudste dochter studeert in Dushanbe en de middelste spreekt prima Engels. Wat opleiding betreft, gaat het hier prima. Het alfabetisme is erg hoog en nagenoeg ieder kind gaat naar school. Het valt ons sowieso op dat Tadzjikistan goed ontwikkeld is en geen bananenland zoals wij op afstand wellicht denken. Goed om dat hier zelf te ervaren dus! De volgende ochtend wordt het snel warm. De temperatuurverschillen tussen dag en nacht zijn echt groot. Ook al is het ‘maar’ 23 graden, in de zon voelt het al snel als 30. We krijgen griesmeelpap als ontbijt (dat vind ik dus heel erg lekker) en zelfgebakken brood met eigengemaakte boter (die zo lekker is dat ik het Becel bakje leegschraap en dat volschep). We bekijken de resten van het fort Khak-Kaka en vervolgens en naastgelegen museum. Het oude mannetje legt ons ieder voorwerp uit en we zien een mooi Pamir huis waarin volgende een vaste indeling prachtig gegraveerde houten pilaren staan.

De vallei wordt steeds breder en mooier en we zien heel veel dikke Landcruisers met toeristen die langsrazen. Wij rijden langzaam, ook omdat de weg slecht is. We gaan uitgebreid in bad bij de Bibi Fatima hotsprings. Hier zijn mannen en vrouwen gescheiden en tot mijn verbazing gaat iedereen hier gewoon naakt het bad in. Toch een bijzondere ervaring als ze buiten zo ingepakt rondlopen. Bij het Fort Yamchun komen we de Duitse brandweerauto weer tegen. We kamperen op een klein grasveldje (3200 meter) in het gehucht Vichkut met toestemming van de eigenaar die vervolgens van alles wil weten (hamvraag: wat kost de auto?). Aangezien we midden in het gehucht staan, hebben we aardig wat aanspraak. Ook kunnen we zien hoe ze op een ingenieuze manier de stukjes land irrigeren met het water dat van de berg afkomt. De kanaaltjes worden beurtelings open en dicht gezet met stenen en modder door een meneer met een schep, zeg maar de ‘dijkgraaf’. Fascinerend.
In de Wakhan zijn 3 religies aanwezig: Islam, Bhuddisme en het Zoroasme. In Vrang gaan we op zoek naar een Buddhistische stupa. We lopen een paar jongetjes achterna en de stupa is ‘een hoop stenen’ (Joost). Ach, hebben we onze cultuur ook weer gehad. Aan het einde van de Wakhan vallei, in Langyar, ga ik op zoek naar brood. Ik kom uit bij een mevrouwtje dat me meeneemt naar haar woonkamer waar ze een doos onder de tv openmaakt. Er komen zowaar twee mooie platte broden tevoorschijn!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Nu rijden we noordwaarts de Pamir vallei in. En wat een landschap! Indrukwekkend, rotsig en leeg met een spannende smalle weg. Er is erg weinig verkeer en we tappen water uit de beek. We eindigen op een wildplek die op iOverlander wordt aangeduidt als ‘a perfect place’ en dat is het. Een mooi blak stuk aan de rivier met wat bomen als beschutting tegen de heftige wind, die hier altijd en overal waait). Asl we staan komen de twee fietsers aan die we eerder zagen en een Hilux met een Zwitsers stel. Daar klikt het prima mee, maar ze hebben zo’n last van de hoogte dat ze om half negen al het bed in duiken. Wij gaan trouwens niet veel later, want het is op 3500 meter flink koud en guur. We kijken al enkele avonden naar de Belgische serie Salamander, geweldig.Vrijdag 21/6 wordt een absolute topdag. We rijden de Khargush pas over (4200 meter) en vlak daarvoor komen we Rob en Koen tegen. Rob is de vriend van Koen z’n vader en al 62, maar wat zijn die fit! Toch is het wel aanlokkelijk om ons de bagage mee te geven en dan op de top af te spreken. Ze hebben gisteren 12 uur gefietst, want het viel toch wat tegen, en maar twee koppen bouillon als diner gehad. Ik maak dus snel een enorme pan tonijnsalade en thee voor ze. We filmen ze als ze aankomen. Ze vallen aan en bezweren dat ze deze vakantie nog niet zo lekker gegeten hebben. Het begint een beetje te sneeuwen en de wind is genadeloos, maar dat mag de pret niet drukken. We nemen afscheid en rijden door een prachtig maanlandschap. Bij een paal langs de weg, krijgen we het idee een boodschap achter te laten voor Daan en Clarine, die 2 dagen achter ons rijden. We hopen dat ze het zien! Aan het einde van de Pamir vallei nemen we een klein stukje Pamir Highway westwaarts en slaan af richting Balunkul. Wow, wederom een heel ander landschap met gekleurde rotsen. We rijden langs het meer Yasil kul en vinden een plekje achter een rots. We zijn helemaal alleen en komen niemand tegen, tot er ineens een Rus komt aanrijden in een Lada Niva met de curieuze vraag of we levermedicijnen hebben?! We kunnen ‘m niet helpen en hij vertrekt weer. We slapen op 3850 meter in vol tenue (en uitgerekend nu wil de kachel niet werken, hoogte?).

Bericht voor Daan

Kargush pas

Lunchen met Rob en Koen

Door de zon branden we snel de tent uit en rijden we richting Alichur over een track langs meren, yaks en roodstaartmarmotten. Wat een geweldige tocht. Alichur blijkt niet veel te zijn en dus rijden we oostwaarts over de Pamir Highway ri. Murghab. Wederom een slechte asfaltweg met gaten (max. 50 km/u). We besluiten toch nog een nachtje wild te kamperen in een vallei. Achter een rots staan we redelijk beschut. Op 3800 meter is het adem happen en lastig slapen, dat wel, maar de omgeving maakt veel goed en het is oorverdovend stil.
Vandaag (zondag 23/6) springen we om 7 uur uit bed, omdat we hopen Daan en Clarine tegen te komen (ik dacht dat ik een donkere auto zag). We zijn om half negen in Murghab en met bereik zien we op Polarsteps dat ze hier nog niet kunnen zijn. We gaan op zoek naar diesel en tanken uit grote tanks 70 liter. Nu kunnen we weer plannen maken (we hebben nog een week op onze auto import). We lopen even over de bazaar die net ontwaakt, een verzameling containers met winkeltjes. We pompen water uit een put en hebben een leuk gesprek met een lerares die uitstekend Engels spreekt. Bij Hotel Pamir gaan we even ontbijten en kunnen we warm douchen. Wat een traktatie!We besluiten de vallei van de Murghab rivier in te rijden en daar krijgen we geen spijt van. Wat een prachtige combinatie van groen en gekleurde rotsen. Om de 5 minuten stoppen we voor een foto (heenweg 3 uur, terug 1 uur, ha, ha). Terug in Murghab nemen we lekker een kamer in het Pamir hotel voor de afwisseling. Ik bel even met Jaap en Jacomien, dat is fijn om die even te horen. De Nederlander Martijn is hier ook die we al eerder in de Bartang zagen, gezellig (samen met Poolse en Russische motorrijders en Japanse toeristen).

Tja, de Pamir is een gewilde bestemming en dat snappen we nu maar al te goed!

Geen idee of alle foto’s doorkomen, maar dan hebben jullie in ieder geval het verhaal!

Veel liefs,
Marijke

Week 9: Van de koude Pamir naar warm Kirgizië

Maandag 24 juni besluiten we naar Jarty Gumbez te rijden in het zuidoosten van de Pamir. Tot daar is de weg te doen. Van daaruit naar Zorkul wordt afgeraden, omdat er auto’s zijn vast komen te zitten in de modder. We zijn Murghab nog niet uit en staan bij het checkpoint of ik ontvang een bericht van Daan en Clarine. Ze hebben onze paalpost ontvangen! En we kunnen vanavond afspreken in Murghab. Leuk. Aangezien het toch koud is, regent en af en toe sneeuwt, korten we onze plannen in. We rijden naar een oud Sovjet observatorium in de Karasu vallei (waar we eerder hebben overnacht). De mist hangt laag en dat maakt alles mysterieus. We komen 1 Kroatische motorrijder tegen die aangeeft dat het verlaten basecamp van het observatorium eruit ziet als een scene uit een Mad Max film. En inderdaad, lege houten barakken met een kapotte vrachtwagen en hier en daar kleidingstukken en hoorns van Marco Polo schapen. Met de sneeuw en mist erbij best een beetje ‘creepy’. We eten snel wat uit de wind en verbazen ons weer over hoe verschillend van kleur en textuur rotsen kunnen zijn. Om 15 uur zijn we terug in het Pamir Hotel en niet veel later arriveren Daan en Clarine. We hebben elkaar veel te vertellen, dus het wordt gezellig en na een warme douche eten we samen. De volgende dag ligt er een dun laagje sneeuw op de auto’s maar al snel komt de zon er door en is het weg.

Openlucht dansuitvoering, Murghab

Karasu vallei

Verlaten basecamp Soviet observatorium

Met Daan en Clarine bij hotel Pamir

Diesel ‘tanken’, Murghab

Container bazaar Murghab

Brood kopen, ja doe maar 2

We ontbijten samen, wisselen nog wat info uit en gaan diesel tanken en naar de container bazaar. Nu een stuk levendiger dan gisteren. We nemen afscheid maar gaan elkaar vast nog tegenkomen in Kirgizië. Ons plan is om eerst naar de zoutmeren bij Rangkul te rijden. Als we er aan komen, is het weer erg guur, het sneeuwt en de weg een stevig wasbord. Geen zoutmeer te zien, wel wat meren met hoge Chinese bergen op de achtergrond. Nodigt niet uit om rond te blijven hangen. We vervolgen de Pamir Highway naar het noorden. We gaan dan de beruchte Ak-Baital pas over van 4600 meter. De auto heeft het zwaar, want met deze hoogte verdwijnt de trekkracht en komt de turbo maar moeilijk in actie. En dan is de weg ook nog nat en modderig. Ongelofelijk dat diverse fietsers dit ook doen, petje af! Na de pas volgt weer een onwerkelijk landschap, een brede vallei met hoge pieken. We hadden bedacht de Bartang vallei aan de oostkant in te rijden. Als we bij de afslag aankomen is de track bedekt met sneeuw. Met de verhalen van vastzittende auto’s in ons achterhoofd en een kapotte standkachel, hebben we daar geen trek in. We komen aan bij het enorme Karakul meer. Het is een prachtig gezicht, zo’n blauw meer met besneeuwde toppen rondom. We rijden het dorpje in op zoek naar een plek om beschut te overnachten. Als we even stilstaan komt er een jonge vrouw op ons af en probeert ons in het Engels te overtuigen dat we vooral bij haar moeten komen. Dan doen we dan maar en ze is er zichtbaar erg blij mee. Het is een zeer eenvoudige homestay, waarbij je in een kamer van de familie kunt overnachten. Wij kiezen ervoor in de auto te slapen maar wel gebruik te maken van diner en ontbijt. Het toilet blijkt een meerpersoons gat in de grond te zijn zonder dak er boven. Voordeel: je ruikt er niets van, nadeel: je wordt nat als het sneeuwt of regent, en je zit altijd naar andermans productie te kijken, boeiend. Afijn, we doen het er mee voor het bedrag van 10 Euro totaal. Er lopen twee kleine kindjes rond, waar ik mee probeer te spelen. Verstoppertje doet het goed bij het wat oudere jongetje. Joost probeert intussen de kachel te resetten (daarvoor moet alles uit de bakken ;-( ). Het werkt helaas niet. In de zon is de temperatuur nog te doen en we lopen een klein rondje. Het is een troosteloos dorp, waar de hoeveelheid drogende koeienvlaaien verraadt dat er veel gestookt moet worden tegen de kou. Als ik met de kindjes op straat sta, komt er pruttelend een Lada met een familie tot stilstand. De kindjes zwaaien naar mij en de vader stapt achteloos uit met een fles slaolie in de hand, lijkt het. Hij giet het in de brandstoftank en verder gaat het spul. Iconisch. De jongens uit het dorp komen in groepjes langs om de auto te bekijken.

Inmiddels komen we er achter dat het een uur vroeger is “Pamiri time”, niet echt officieel maar het verklaart waarom Elvira een uur later exact op het uur met de maaltijd aankomt. Het is erg eenvoudig, maar zeer smakelijk: noodles met gebakken aardappelen erop en een lekkere aangemaakt tomatensalade. Daarnaast natuurlijk brood, boter en thee. Het is zoveel dat we de helft moeten laten staan. Joost gaat binnen een film kijken en ik ga maar in bed liggen vanwege de kou. Ik heb echt alles aan wat ik kon vinden en heb het ’s nachts gelukkig niet koud. (26/6) We gaan er erg vroeg uit en gelukkig schijnt de zon fel. We krijgen rijstsoep met tomaten, brood, boter en thee als ontbijt. Het vult uitstekend!

Pamir Highway boven Murghab

Yes, Ak-Baital pas 4600 mt.

Karakul

Oude caravansarai op weg naar Karakul

Homestay Karakul

Lakel Karakul

De kindjes van Elvira

We nemen afscheid van Elvira en haar gezin, ze bedanken ons uitgebreid. Hier word je heel nederig van, zoals mensen hier leven. Bij het meer komen we een Duits fietsend echtpaar tegen, knap hoor. We gaan nog twee passen over van ruim 4000 meter. De zon schijnt en het ziet er allemaal indrukwekkend uit. Vlak voor de Tadzjiekse grens wordt de weg echt vreselijk. Flinke potholes en bij de douane is het een grote modderpoel. We ontmoeten Daniel en Mark die met een gehuurde Patrol aan het rondrijden zijn. Heel dapper, want er is echt vanalles mis met de auto. Daniel heeft net 3 maanden zijn rijbewijs en begint volgens week als arts (het boek Acute geneeskunde ligt op de voorstoel). Ze hebben er wel lol in, ondanks de kapotte startmotor en continue bezinedamp waar ze in rijden. Ze hebben permanent een steen in de auto omdat de handrem het niet doet. Geniaal. Prettig dus dat we samen het beruchte niemandsland kunnen doorrijden. Tussen de grens van Tadzjikistan en Kirgizië ligt tientallen kilometers niemandsland en de weg is berucht steil, slecht onderhouden en nu ook modderig. Gelukkig gaan we van boven naar beneden, want andersom had ik niet graag gedaan. De douane is aan beide kanten prima te doen en de Kirgiezen kijken niet eens in de auto. Wel helpen we nog even een gestrande Letse motorrijder met starten. Het landschap aan de andere kant is wonderwel anders. Gras, paarden, yurts en ….. warmer! De besneeuwde toppen aan de horizon zijn prachtig. We wisselen wat Dollars en Somoni bij een benzinepomp en eindigen de dag in een alpenweidje naast 3 Duitse overlanders. Heerlijk even zitten in het zonnetje. Helaas begint het snel te onweren en hard te waaien. We draaien de auto in de wind en eten in de auto. Slapen gaat fantastisch in deze temperatuur!

Op weg naar de grens met Kirgizië

350 hek tegen de grens met China

De Patrol in het niemandsland (het ergste gehad)

Kirgizië met blik op Tadzjikistan

Donderdag ontbijten we traag, wisselen nog wat ervaringen uit met de Duitsers (Hilux, MAN truck en Hymer camper) en vertrekken richting Osh. Osh is de tweede grootste stad van Kirgizië met 250.000 inwoners en we hebben wel zin in lekker uit eten en even wat anders. Onderweg laten we de auto grondig wassen, want de rode modder zit tot aan het raam. We vinden een plek bij het Apple hostel, waar ook een Belgisch VW-busje staat. We gaan de stad in en kopen een autoverzekering bij een dame die prima Engels spreekt, en daarna bij de Beeline 2 sim-kaarten (joehoe, 4g!). We drinken wat lekkers bij het Ice cafe en ik Whatsapp met Wendy die 150 km verderop zitten, waar we het beste kunnen gaan eten. We missen Wendy en Wilchard echt op een haar en dat is jammer! We gaan zitten bij Tsarskii Dvor, een bekende eterij. We hebben net een aperitief besteld of via Polarsteps hebben we contact met Koen en Daan: ze zitten in hetzelfde restaurant! Joost zoekt ze op en het wordt en reuze gezellige avond met veel vlees en te veel Georgische rode wijn. Top. Wat een bikkels, die mannen. We nemen een taxi naar ‘huis’.

Met Rob en Koen

Vrijdag branden we de tent uit in de felle zon. We gaan naar de garage van Vladimir om de auto te laten controleren en olie te wisselen. Vladimir loopt onder de auto door en laat gelijk merken dat hij onze veringconstructie achter niet in orde vindt. Hij raadt ons ten zeerste aan er een extra veer tussen te zetten aan beide kanten. Zijn vriend is Rus en spreekt gelukkig Engels. Na enig beraadslaag besluiten we om dat te laten doen, morgen om 10 uur. Ze kunnen nu wel even de olie wisselen. Dat blijkt nog een heel gedoe en het duurt totaal 3 ½ uur. Gelukkig heeft Osh niet veel bezienswaardigheden, dus geen druk om vanalles te gaan zien, ha, ha. We lunchen bij Aztec’s en gaan naar de bazaar, een van de oudste en drukste van Centraal Azië. Omdat het vrijdag is, is het er niet al te druk en we lopen flink rond. Zoveel winkeltjes met dezelfde spullen! Maar wel prachtig fruit, groenten, noten en dergelijke. We rijden in de kokend hete auto naar het hostel en nemen een lekker koel biertje. Lopend gaan we weer naar Tsarskii Dvor, maar helaas is het op een drukke vrijdag erg slecht gesteld met de service. Het duurt lang en er gaat vanalles verkeerd. Gelukkig compenseren ze het op de rekening.

Zaterdag gaat Joost met de auto naar de garage. Ik krijg om 10 uur een appje dat ze samen eerst naar de bazaar gaan om de veren te kopen. Ik blijf in het hostel, doe de was, social media en onze blog. Halverwege de middag ga ik op pad voor het spannendste deel van onze reis: de kapper! Op goed geluk loop ik ergens binnen. Bij de dameskappers hier kun je niet naar binnen kijken en meestal staat er een wasrekje met handdoeken voor. Als ik binnenstap kijken zeker 8 dames met lang haar mij aan. Ze spreken geen Engels, maar als ik aangeef dat ik graag mn haren geknipt wil hebben, dan zegt de eigenares: Yes, yes! En wijst iemand aan. Ik ben spontaan mijn Russisch kwijt, want het vocabulaire voor de kapper heb ik nog niet. Geen probleem, ze wast mn haren twee keer en er gaat conditioner in. Daarna geef ik wat aanwijzingen in het Russisch en ze begint kordaat te knippen. Ik word ook nog mooi geföhnt, 400 som (5,20 Euro) en het ziet er prima uit. Uitgerekend tijdens de knipbeurt belt Joost 3x (!) of ik naar de garage kan komen. Omdat dat een half uur lopen is en 32 graden, neem ik een taxi. Met de chauffeur heb ik wat spraakverwarring en even denkt hij dat ik hem wil huren voor een reis van 4 maanden door de Stans! Bij de garage zijn ze nog druk aan het werk om de twee extra veren in het pakket onder de auto te krijgen. Het ziet er erg goed uit, maar is hard werken omdat er vanalles erg vast zit. De heren monteurs zien er afgepeigerd uit, maar zijn zelf uiterst tevreden over het resultaat en dus wij ook. En dat allemaal voor 129 Euro! ’s Avonds spreken we af met Daan en Clarine die inmiddels ook in Osh zijn. We eten fantastisch en gezellig bij Etno café.

Vladimir maakt de veren glad

Met Daan en Clarine

Zondag nemen we afscheid van de medereizigers in het hostel en gaan op pad, Eerst inkopen doen bij een kleine bazaar en supermarkt in de buurt. Het lijken kleine winkeltjes maar ze hebben echt alles, superleuk. Hier in Kirgizië zien groente, fruit en brood er fantastisch uit. Zeker in Osh komt het erg welvarend over in vergelijking met Tadzjikistan. Dan gaan we, op aanraden van Daan, naar de veemarkt in Uchkun. Natuurlijk arriveren we om 10.30 eigenlijk te laat. De paarden en koeien zijn al verhandeld en er zijn alleen nog schapen over. Daan heeft hier 300 foto’s gemaakt, ik maak er 4, maar ik ben dan ook geen professional. Het is best geinig er even rond te lopen. Ik vraag wat een schaap kost. Dat begint bij 6000 som (80 Euro). Door heel veel dorpjes en stadjes rijden we over een goede weg richting Arslanbob. Onderweg zien we Daan langs de weg staan en er blijkt wat losgetrild. Joost heeft het juiste schroefje voor ze aan boord en we kunnen weer verder. We rijden dezelfde kant op en dus besluiten we op dezelfde plek te gaan staan. Clarine loopt iedere dag zo’n 1 ½ uur voor haar rug en ze nodigt me uit om mee te gaan. We lopen op de bonnefooi door de heuvels langs leuke dorpjes. Eigenlijk heel leuk, want je ziet veel meer. Dit gebied heeft een walnotenbos van 11 ha. en is prachtig. Gelukkig koelt het ’s avonds lekker af en verzorgt vuurmaster Clarine ons lekkere vuur. Halverwege de avond arriveert een enorme Duitse MAN truck, die we onderweg ook al gezien hebben. Op een afstand ziet het er patserig uit, cctv rondom en ’s nachts rondom verlicht. Vanochtend hebben we ze even gesproken. Wat een bijzonder verhaal! Ze hebben 12 jaar met een Mercedes G met een daktent gereisd en hebben nu een carbon opbouw laten maken. We mogen binnenkijken. Ik ga jullie niet vertellen wat er allemaal inzat als vernuft, maar tjonge, we zijn ongelofelijk onder de indruk. De opbouw weegt maar 700 kg! (met Japanse miniwasmachine, elektrisch neerlaatbaar bed, 3 koelkasten, enz., enz.). We schatten totaal 8 a 9 ton Euro. Het is haar verjaardag vandaag, dus we blijven lekker hier en gaan een wijntje drinken daar vanavond! Ben benieuwd wat daar allemaal uit de kast komt, ha, ha. Verder gaan we onze route door Kirgizie grofweg bepalen. Hierna willen we in ieder geval de westelijke hoek doen (daar komen niet zoveel toeristen😋).

Veemarkt Uchkun

Met D&C kamperen bij Arslanbob

Excuses voor het lange verhaal, maar jullie blijven enthousiast reageren, dus ik schrijf lekker door!

Liefs,

Marijke

Week 10: Off-the-beaten-track Kirgizië

Maandag 1 juli blijven we nog een dagje in het weiland bij Arslanbob staan, samen met Daan & Clarine en de Duitse Udo en Kristien. We besteden de dag aan inlezen van de westkant van Kirgizië. Dat is een deel waar nauwelijks toeristen komen (‘off the beaten track”), met veel natuur, daar hebben we wel zin in. D&C hebben vandaag gewandeld in de walnotenbossen, waar Arslanbob bekend om zijn. ’s Avonds delen we ons eten. Joost heeft niet zo’n trek meer want die werd bij het hout sprokkelen onderschept door een oma, die hem volgestopt heeft met bietensalade en brood. Laat ik dat nou ook gemaakt hebben! Ook hebben we van Kristien ‘geburtstagkuchen’ gekregen. ’s Avonds hebben we een mooi kampvuur en komen Udo en Kristien niet met wijn, maar met prima wodka en Heineken bier aanzetten. Samen met de Iraanse pistanchenoten van Clarine, een waar feest en gezellig.

De volgende ochtend nemen we afscheid van D&C, nu gaan we echt een andere kant op, maar wie weet zien we elkaar nog in Kazachstan. Wij rijden nu ook naar Arslanbob om toch wat van de waterval te zien en de walnotenbossen. Helaas heeft Joost erg last van een hardnekkige blessure aan z’n achillespees, dus we parkeren de auto zo dicht mogelijk bij de waterval. Het is er een kleine kermis met allerhande kraampjes. Mensen willen graag op de foto met ons. Meisjes laten zich gillend nat worden onder de waterval. We zien een klein stukje van het walnotenbos en mooi uitzicht over het dorpje. Doel van vandaag is het meer van Sary-Chelek, volgens de Bradt gids ‘one of Kyrgystan’s true gems’. Het is een hele rit over een ‘rode’ (hoofd) weg langs de grens met Uzbekistan. Het is druk met vrachtverkeer en we komen regelmatig door stadjes/dorpjes. Bij Task-Kömur komen we op een gele weg en het is direct rustiger. De bergen zijn dor en het is warm (37), maar als we een pas over gaan is het ineens groen, prachtig. We slaan af naar Arkyt en de weg is zowaar in het begin strak asfalt. De vallei is prachtig met veel spelende kinderen in de rivier en grillige rotsen. Hoe verder we komen hoe meer lokale toeristen en plekken waar je een dagje kunt doorbrengen met yurts en speeltuintjes. Voor de toegang tot het National Reserve betalen we 900 som inclusief een camping permit.  De weg in het park gaat steil omhoog door weelderig groen meet heel veel gekleurde bloemen. We weten dat we alleen op de P bij het park mogen kamperen, maar als we daar aankomen is het er best druk met barbecueënde families. Ik ga eens vragen waar we exact mogen staan en de man verzekert ons dat vanavond iedereen weg is en geeft aan dat we dwars mogen gaan staan met uitzicht op het meer. Eigenlijk geen slechte plek, afgezien van de vele mensen die langslopen en gluren. Joost gaat verderop even zwemmen en ik raak aan de praat met een Duistsprekende gids die met een Duitse fotograaf op stap is. De fotograaf is nogal sacherijnig. De omgeving is wel mooi maar het lijkt te veel op Salzburg en Garmisch-Partenkirchen, dat verkoopt niet. Hij was dan ook vanmiddag (zei hij letterlijk) in een ‘gat gevallen’. Ik vraag de gids wat het verbodsbord betekent met een boete van 10.000 som. Oh, “je mag hier niet zwemmen” (hij kwam net uit het water). Hij licht toe dat ze hier vooral last hebben van dronken mensen (?!). De ranger te paard die langskomt, zegt er verder niets van. Vreemd. Gelukkig gaat langzamerhand iedereen weg en na 10 uur zijn we alleen op de parkeerplaats. De temperatuur is gelukkig ook gezakt.

Deze slideshow vereist JavaScript.

’s Nachts barst een enorm onweer los met continue donder en bliksem, erg indrukwekkend. De harde regen verandert het parkeerterrein in een modderige boel. Al vroeg arriveren de eerste busjes met uitgelaten toeristen. Wegwezen hier. Ik pak binnen alles in en Joost buiten en zonder ontbijt gaan we rijden. Jammer, het is hier echt heel mooi, maar niet de idyllische afgelegen plek die we ons voorgesteld hadden. Als we beneden voorbij he dorp zijn gereden, houdt het op met regenen en gaan we naast de rivier even lekker eieren bakken als ‘brunch’. In Ala-Buka doen we nog wat boodschappen en dan verder naar het westen. We rijden door een prachtige kloof en net voor ons zijn er twee op elkaar gereden. De weg is best een goede gravel weg en breed genoeg, maar wel met onoverzichtelijke bochten. Als we een plek willen zoeken voor de nacht wordt dat nog best lastig in deze omgeving. Er is veel dagbouw (grint) en als we een zijweg inrijden over een klein bruggetje stuiten we op enorme graafmachines. Iets verderop rijden we langs een goudmijn. Onbegrijpelijk dat al dat materieel over dit weggetje gaat. Na een aantal pogingen is het raak en vinden we in een zijvallei een IMG-20190710-WA0001.jpgsappig weilandje naast de rivier en de zon schijnt ook nog. Dan smaakt een biertje wel lekker! Er komt 1 vrachtwagentje langs. De volgende ochtend komt de zon pas om 9 uur op de tent en de tempratuur op 1750 mt is prima te doen, dus we slapen wat langer. We genieten nog even van de omgeving met ons ontbijtje. Dan gaan we weer op pad. Richting het Besh Aral National Park. We hoorden van de gids dat het park er vooral is ter bescherming van een aantal diersoorten en dat het niet mogelijk is om er zelf in te rijden. Hoeft ook niet, want de omgeving is prachtig groen. We stijgen en gaan een pas over van 2870 meter. De weg is goed, dus ook Joost kan om zich heen kijken. We rijden nu door de Chatkal vallei (op 2000 meter), die is heel breed en lang. Eindeloos veel bloeiende bloemen langs de weg in verschillende kleuren en opvallend genoeg zien we geen vee (die hadden anders die bloemen opgegeten).  De dorpjes zijn levendig met winkeltjes en scholen. Heel apart want deze vallei is alleen toegankelijk of via Ala Buka door de kloof of vanaf Kyzyl Adyr via de noordelijke Kara-Buura pas op 330 mt met zeker 15 haarspeldbochten (alleen open in de zomer). Als we dan ook nog twee enorme diepladers zien op de weg (die later verdwenen lijken te zijn), snappen we er helemaal niets meer van. Let wel van Ala Buka naar Kyzyl Ardur is 244 km. Enorm afgelegen, ontoegankelijk en toch bewoond. Relatief natuurlijk, als je bedenkt hoeveel mensen er langs 244 km wonen in Nederland! Als we aan het einde van de vallei de bergen inrijden ri, de Kara-Buura pas vinden we een meesterlijk plek op een plateau tussen de gele bloemen met fenomenaal uitzicht. Even later komt een herder langs met z’n zoon en een enorme kudde schapen en wat geiten. Als ik vraag hoeveel het er zijn, antwoordt hij: 800! Hij gooit af en toe een steen om de dieren een bepaalde richting op de sturen, maar dat is het. Als hij weer langskomt vraagt hij om wodka. Wat plakjes worst erbij en water voor z’n zoon en ze zijn helemaal tevreden. Het waait flink en ’s avonds wordt dat nog wat sterker dus een vuur zit er niet in. ’s Nachts klinkt het of de knaagdiertjes die hier overal in de grond leven op de auto zitten; na inspectie van Joost blijken het de touwtjes van de blokken die we tussen de tent doen bij wind, ha ha, de fantasie sloeg weer op hol.

Deze slideshow vereist JavaScript.

De volgende morgen volgen we de prima brede gravelweg verder omhoog door de groene bergen. Er ligt geregeld sneeuw langs de weg. Vlak voor de pas loopt de weg door een nauw dal. Op twee plekken loopt de weg door de rivier en kun je kiezen: erdoorheen of over een provisorische brug (max. 2 ton). Met onze 3 ton nemen we toch de brug en dat gaat gelukkig goed. Met grote halen slingert de weg omhoog. Het uitzicht is spectaculair. De pas op 3300 meter is niet zo bijzonder en scheidt de regio Jalal Abad van de regio Talas. De weg naar beneden is een flinke verzameling haarspelbochten, die ze mooi ruim gemaakt hebben. We komen wat vrachtwagens tegen, maar dat gaat prima en er ligt zelfs een stootrand aan de zijkant (dat vind ik dan wel weer fijn). Aan de Talas kant is de weg ‘bumpy’ en rotsig. Ook zijn de bergen nu rotsachtig en kaal, en dat nog 75 km (saai). In Kyzyl Ardur gooien we ons afval weg en volgen we de asfaltweg (da’s lekker!) naar Talas. Daar doen we wat boodschappen in een prima supermarkt en scoren een gegrilde kip, die hadden we hier nog niet eerder gezien. We willen overnachten in de Besh-Tash vallei (ook een national park) om op wat hoogte te komen vanwege de warmte. We betalen 350 som entree en parkeren op de eerste de beste mooie stek die we zien langs het water. Lekker gras en vlak en we staan alleen. Af en toe komt er een auto langs, maar die zwaaien of toeteren vriendelijk. We peuzelen lekker de kip op met wat koolsalade en wijn. Langs komen een kudde paarden (met herder), een kudde schapen (met herder) en een kudde koeien (zonder herder), gezellig.

DSCF2301Door de rivier of over een 2 tons brug....Weg naar Kara-Buura pas (3300 meter)

Zaterdag (6/7) rijden we de vallei verder in. We zien heel veel groene weiden (jailoo) met paarden, koeien, schapen en de bekende yurts. Het is prachtig maar het weer betrekt. De gravelweg wordt een spoor en langs de weg zit een groep jongens. Een van hen vraagt of we zout hebben? Ze hebben een enorme teil met kipstukken en kipshasliks en de BBQ staat te roken. Hij strooit kwistig met ons zout, geeft ons wat tomaten en komkommers en wil vervolgens op de foto. Joost zegt dat we naar het meer rijden en dan terugkomen als de kip klaar is. Einde weg (25km van onze kampeerplek) ligt een klein en een groot meer. We parkeren de auto, lopen een stukje en stuiten dan op een groep Kazachen die staan de dansen op muziek uit een mobiele telefoon, een vrolijke boel. Uiteraard willen ze op de foto en Joost danst even mee. We klauteren nog wat verder over de rotsen richting het grote meer, maar het begint de spatten en te donderen. Opvallend hier zijn de Alchemilla Mollis en Geraniums die wij in de tuin hebben staan. In de regen rijden we terug. De jongens zijn weg, maar we komen ze wat verderop tegen en krijgen een zakje gegrilde kipstukjes mee. “Onze” plek blijkt bezet door een echtpaar dat al 29 jaar in Duitsland woont, maar hier geboren is, met hun vrienden. Ze komen met z’n allen de auto bekijken. Een jongen spreekt me in heel goed Engels aan en vraagt of we gemakkelijk aan een visum konden komen en of we last hebben gehad van de politie. Ik verzeker hem dat dat geen probleem was. Hij wil graag studeren in de VS en is al een keer afgewezen. Dat zal niet gemakkelijk worden, lijkt me. Joost gaat later nog even langs en wordt geacht nog wat shaslik en wodka te nuttigen, de Duitser maakt hem duidelijk dat weigeren geen optie is. We eten maar een soepje na dat alles, kijken een serie en gaan op tijd slapen.

Deze slideshow vereist JavaScript.

We hebben na anderhalve week wildkamperen zin in stad. En aangezien het erg warm is in Bishkek besluiten we een kamer met airco te nemen. Zondag rijden we dus over een prachtige asfaltweg de 300 km naar Bishkek. Onderweg wemelt het van de commerciële yurts (waar je vanalles kunt nuttigen en kopen). Tegen de avond komen we aan bij hotel Kausar in een rustige woonwijk. De kamer is uitstekend maar vooral de douche is geweldig. Omdat we vandaag (7/7) 19 jaar bij elkaar zijn, gaan we met de taxi naar de stad en eten we uitbundig op het terras bij Navigator. We zijn nu een aantal dagen in Bishkek en ook de auto wordt vertroeteld bij Toyota. Maar daarover later meer!

Liefs,

Marijke