7. Mongolië III: De toerist uithangen

Dag beste lezers, dit is een wat langer verhaal dan gewoonlijk. We vliegen morgen naar China voor twee weken highlights. We zijn nu zo dichtbij (Beijing is 2 uur vliegen) dat we een kennismaking met China niet wilde laten schieten. En we zijn tenslotte 25 jaar bij elkaar, dus een traktatie is op z’n plaats!

Vanuit onze prachtige plek aan de Orkhon rivier rijden we zaterdag 8 juli met Sarah en Wouter naar Tsetserleg. Daar willen we het Naadam festival meemaken. Als we aankomen bij het Fairfield hostel worden we hartelijk ontvangen door de Australische Murray. We mogen bij uitzondering in de achtertuin staan en leveren de was in. Van te voren hadden we aangegeven een lasser nodig te hebben en Murray brengt ons naar de beste mechanic in town. Er staan 3 Duitsers in opgewonden staat, want de stuurinrichting van hun auto is kapot. Dat is wel wat anders dan een spiegel! We laten de spiegel er achter en hopen dat het goed komt. Het gaat flink regenen, dus we besluiten met z’n vieren in de Chef lekker te borrelen en snacken. De volgende dag gaan we met z’n allen naar de kapper (altijd spannend), struinen over de markt, lunchen wat. Als we de was hebben opgehaald rijden we naar et ARA complex, een soort evenemententerrein, waar het Naadam festival wordt gehouden. Op aanraden van Murray gaan we niet te dicht bij staan. Ik voel me niet helemaal lekker en ga op tijd naar bed. Om 10 uur de volgende ochtend start de openningsceremonie, maar dat is Mongoolse tijd. We zitten al vroeg op de tribune op een schaduwplekje, maar het stadion is nog behoorlijk leeg. Pas na anderhalf uur begint er wat in beweging te komen. We kijken onze ogen uit. Het publiek is op zn paasbest gekleed en de dames op hoge hakken. Tijdens de ceremonie wordt er veel op gedragen toon gesproken, presenteren de deelnemers zich en is er zang en dans. Wat een spektakel! We kijken de eerste rondes van het worstelen, dat is de grote publiekstrekker. Ook daar weer veel ceremonieel. De worstelaars komen op, maken een dansje om een jurylid heen, die hun hoofddeksel afneemt, nog een soort adelaarsdansje waarbij ze zich op de benen slaan en dan met de tegenstander aan de slag. Er is geen leeftijdscategorie, dus bij de start worden veel jonge jongens op de grond geworpen. Het gaat er serieus aan toe en lijkt echt een enorme inspanning te zijn! We gaan op zoek naar wat te eten (jaaaah, spicy chicken!) en gaan kijken bij de andere sporten. Heel bijzonder is het ‘ankle bone shooting’, waarbij ze op een laag krukje vanaf een plankje op hun bovenbeen met de middelvinger zeer geconcentreerd een stuk bot schieten richting een rij steentjes. Een soort bowlen met de vinger, zeg maar. Tijdens het geconcentreerd aanleggen, maken de toeschouwers een aanmoedigend geluid: “heeeeeeeuuu”. Fascinerend! Het boogschieten is bekender en dus wat minder spectaculair, maar er doen tenminste vrouwen aan mee. Op het festivalterrein hangt een feestelijke kermissfeer; veel kraampjes met eten en spulletjes. Dit is echt een volksfeest, er zijn maar weinig toeristen te zien. Tijdens de nacht is het best rustig en we wijn niet de enige kampeerders. De volgende dag rijden we naar het terrein waar de aardenraces wordeb gehouden. Helaas net te laat voor de finish. Wel zien we nog de hele meute toeschouwers naar het eindpunt rennen, waar ze proberen nog wat zweet van de paarden aan hun handen te krijgen, bijzonder! Wel zien we zo’n twee uur later de finish van de jongere paarden met wel heel jong jockeys. Paardrijden zit hier in hun bloed. ’s Ochtends heeft Wouter nog op een paard gezeten van een Mongool die langs kwam in ons kampje, maar dat viel niet mee op het smalle zadel. Na een lunch op het festivalterrein gaan we zitten voor de worstelfinale. Het is heet en er wordt driftig geschovern en geduwd om in de schaduw te kunnen zitten. Sarah houdt het lang vol in de zon om foto’s van dichtbij te maken; ik geef het snel op. De wedstrijd is waanzinnig. Vooral in de finale gata het er hard aan toe. Of eigenlijk, er gebeurd niet zoveel maar het is een enorme krachtsinspanning om de tegenstander op de rug te krijgen. Even lijkt het er op dat de kleinste tegenstander gewonnen heeft, maar er wordt driftig met telefoons gezwaaid zodat de scheidsrechters zelf kunnen vaststellen dat dat niet zo was. VAR avant la lettre! UIteindelijk wint de langste worstelaar. Ze zijn bezweet en duidelijk ‘leeg’ en worden gedwongen een traditioneel gewaad aan te doen. Na gefouilleerd te zijn door de politie gaan ze naar de VIP tribune voor hun medailles. Traditioneel maken ze van hun bezwete vestje een zak waarin ze gefrituurde bolletjes krijgen die ze uitdelen aan de menigte. Ik kan heel dichtbij komen met mn camera. Het is fascinerend. Het meeste publiek is dan al lang weg, heel apart. Ondanks dat Sarah iets te veel zon heeft gehad, maakt ze heerlijke soep en tosti’s. Het was geweldig om dit mee te maken!

Zaterdag 12 juli staan we vroeg op want de mannen gaan, samen met de Nederlandse Max, mee met een visexcursie. Sarah en ik doen ons eigen ding in het Fairfield Hostel. We laten nog een wasje doen, bekijken onze reisplannen en werken aan foto’s. Als de mannen terugkomen blijkt dat ze niets gevangen hebben. De gids was ook geen echte visser. Het was wel een mooie tocht en ze hebben zich vermaakt. We halen bij de lokale Koreaan takeaway en zoeken een kampeerplek in de vallei tegenover het festivalterrein. Wat een drukte hier! Mongolen hebben met Naadam een hele week vrij en dan gaan zo ook met z’n allen op pad. Dikke files, overal picknickers en kampeerders en zelfs de grens gaat een week dicht! Het eten smaakt ons best en we doen ter afsluiting nog een potje Rummikub.

De volgende dag nemen we afscheid en gaan Sarah en Wouter naar het noorden en wij naar het oosten, naar Kharkorin. Kharkhorin was in de 13e eeuw de hoofdstad van het Mongoolse Rijk. Dat Rijk is gesticht door Chengiis Khan en uitgebreid door zijn zonen. Op het hoogtepunt strekte het rijk zich uit van Korea tot in Polen, zo’n 23 miljoen vierkante kilometer! Het begint flink te regenen en als we in het stadje aankomen is de lasser helaas gesloten. Dan maar lekker lunchen. Dat valt een beetje tegen. We zetten de Chef op het parkeerterrein bij het Erdene Zuu klooster. Dit is werelderfgoed en dus is het druk. We beleven nog een hilarisch moment als een Mongool heel hard ‘Moi!’ roept. Hij legt uit dat ie Nederlands spreekt omdat hij 5 jaar in het Groningse Wagenborg heeft gewoond. Dan valt bij mij het kwartje pas, ‘moi’ is Gronings voor ‘hoi’! Als het droog is geworden lopen we een rondje om het grote kloosterterrein heen en besluiten achter het klooster te gaan staan, een mooie plek. Maandag 14 juli is het gelukkig droog en kunnen we vroeg het klooster in. Het boeddhistische klooster is gesticht in 1585 en is gebouwd met oude stenen van de vroegere stad Kharkhorin. Een deel van de tempels heeft de politieke zuivering door de communisten in 1939 overleefd. Daarbij zijn honderden kloosters vernietigd en tienduizend monniken vermoord. Stalin wil de dit klooster wel behouden als een soort ‘showpiece’ van godsdienstvrijheid voor buitenlandse bezoekers. Afijn, wij weten weinig van het boeddhisme en dus voelt het wat vreemd om getuige te zijn van de ceremonies die de monniken en gelovigen uitvoeren. De tempels zijn prachtig en rijk versierd. Daarna gaan we naar de lasser terug. Het is een zootje, maar de vrouw spreekt prima Engels. Helaas is haar man er niet, maar wellicht kan ze iemand anders regelen. Of we later willen terugkomen. We gaan eerst naar het museum. Dat blijkt echt de moeite waard. Vooral de geschiedenis van het Mongoolse Rijk is erg indrukwekkend en bij ons totaal onbekend. We keren terug naar de lasser en ze heeft inderdaad iemand gevonden. Even later komt hij aankakken, behoorlijk dronken. Ze is woest, biedt ons excuses aan en dan gaan we maar weer. Dan toch maar in Ulanbaatar proberen de spiegel te repareren. We rijden door naar de zandduinen bij Rashaant, want daar zouden we mooi kunnen staan. Als we daar aankomen, kunnen we niet eens de afslag nemen zo druk is het er! Een en al eettentjes en Mongoolse toeristen. Nou ja, dan rijden we de Chef verderop een heuvel op om te kamperen. Morgen zien we wel verder.

Inmiddels heb ik via Whatsapp contact met Justin, een Amerikaanse mechanic die even buiten Ulanbaatar woont. Deze week heeft hij geen tijd voor ons. We besluiten rustig aan te doen en in de buurt van de hoofdstad wat dingen te doen. Als we wegrijden maakt de Chef een vreemd geluid. We hangen uit de auto en ik ga op de grond liggen om vast te stellen waar het vandaan komt. Geluiden, weten we, zijn altijd erg moeilijk te lokaliseren en nu doet het zich alleen voor als we door kuilen heenrijden. Over het asfalt maken we flink tempo en komen einde middag bij Ulanbaatar aan. Dit is een enorme stad waar de helft! van de Mongolen woont. Het verkeer is notoir druk, maar tijdens de Naadam vakantie valt het reuze mee. We willen naar een plekje boven de stad, waar Daan en Clarine ook gestaan hebben, maar ik vergis me in de uitrit. Ai, nu zitten we op de airport expressway van 28 km en je kunt er niet af! 6 Baans glad asfalt en nagenoeg leeg. We rijden zelf langs de vertrekhal. Nou ja, dan maar naar het Bogd Khan National Park, daar hebben Daan en Clarine ook fijn gestaan. Ook in het park is het best druk met vakantievierders maar we vinden een plekje. We worden direct aangesproken door Tumi, een Engelssprekende hotelmanager. Haar man was een hoge politiebeambte en heeft als ‘peacekeeper’ in Sierra Leone en Soedan gediend. Ze zijn zeer geïnteresseerd in de auto. Tumi vertrouwt me toe dat ze het maar niets vindt dat haar man al op z’n 47e met pensioen is gegaan. Hij lummelt maar wat rond! Ik krijg van haar haar telefoonnummer, want als er iets is dan kunnen zij ons vast helpen! Lief. We slapen uitstekend. De volgende ochtend slapen we uit en na het ontbijt gaan we eerst maar eens flink aan de Chef schudden om te zien of we het geluid kunnen reproduceren. We liggen om beurten onder de auto en hebben het euvel snel gevonden. Als Joost de bout van de stabilisatiestang heeft aangedraaid, is het geluid weg. Pfoe, dat is een opluchting! Verder doen we niet veel deze dag, maar maken wel een wandeling naar het klooster op de heuvel. Op donderdag de 17e gaan we in Zuumod naar de wasserette. In een uur is alles gewassen en droog! We doen boodschappen en tanken water bij een waterhuisje. De man is erg blij met 2000 Tugrik (0,50 cent!); een local raadde ons aan 200 te betalen. We rijden door naar het Chengis Khan monument, een reusachtig eerbetoon aan de grote leider. We gaan naar boven, maar ik vind het veel te eng om naar buiten te gaan. Via een drukke asfaltweg rijden we naar Terelj National Park. Een prachtige vallei met rotsformaties, maar helaas flinke volgebouwd met vakantie accomodaties. We vinden een prachtplek vlak achter de Turtle Rock. De volgende dag wandelen we de vallei door naar een klooster en als we terugkomen komt ineens de truck van Claudio en Carla aangereden. Gezellig! Het begint te regenen, dus we kletsen hoog en droog in hun truck. Ze vertellen enthousiaste verhalen over China waar ze straks 2 maanden met eigen auto door gaan reizen, zonder gids! Dat inspireert. Zaterdag willen we via het noorden het park verlaten en naar Gachuurt rijden. De weg wordt wel erg ruig en vooral eng hellend. We draaien om en rijden via de asfaltweg naar het Riverpoint hostel in Gachuurt. Ooit een ontmoetingsplek voor overlanders, maar we zijn de enige (naast twee groepen hostelgasten, Duits en Frans). We eten lekker mee ’s avonds. De eigenaresse Nara heeft voor ons een taxi geregeld en we rijden zondag naar het centrum van Ulaanbatar. We verkennen een grote department store, bezoeken het nationaal museum en het centrale plein, eten lekker en ik koop twee mooie cashmere truien in de Gobi store. Bij de auto terug, bellen we Margriet voor haar verjaardag en doen nog wat potjes Rummikub.

Maandag 21 juli rijden we naar Justin, de Amerikaanse mechanic. Wat een aardige en rustig vent. Hij heeft duidelijk veel verstand van autotechniek. Eerst begint hij aan de reparatie van onze spiegel en daarna doet hij een grote controleronde langs alle bevestigings- en vetpunten. Wat een topgast. Hij vertelt precies wat hij doet en wat hij ergen van vindt; zo leren we veel. Intussen zien we steeds meer mensen uit het enorme huis komen. Justin’s vader was missionaris en heeft een weeshuis gesticht in Mongolië. Daarna is Justin en zijn twee zussen hier gebleven. Justin heeft inmiddels een Mongoolse vrouw en 7! kinderen. Ze zijn duidelijk erg christelijk, met lange rokken aan en de kinderen krijgen homeschooling. Een ouder Amerikaanse echtpaar is op bezoek en ik krijg van haar een genaaid portemonneetje met een bijbeltekst er in. Ook naait ze Joost z’n korte broek! Net Jacomien ;-). Inmiddels is er ook een jong Frans stel aangekomen met een Citroen camper die nogal veel problemen heeft. Helaas moeten ze veel onderdelen uit Frankrijk laten komen. Ik bied aan om voor ze te koken en daar zijn ze heel blij mee! We besluiten een nachtje bij Justin te blijven staan. Dinsdag rijden we anderhalf uur door de stad heen om naar het noorden te gaan. Aan het einde van de middag hebben we er zo’n 270 km op zitten en vinden een plekje langs een binnen weggetje. Er komen best wat auto’s langs maar iedereen zwaait terug. Eigenlijk maakt het hier niet uit waar je gaat staan, ze vinden het allemaal best en doen het zelf ook! Inmiddels hebben we het plan opgevat om twee weken te nemen om kennis te maken met China. Omdat het kort dag is, vragen we DimSum Reizen een trip in elkaar te draaien. Daar zijn ze in gespecialiseerd. We krijgen al snel een eerste voorstel.

Woensdag de 23e juli gaan we op pad om naar een afgelegen klooster te rijden met de onuitsprekelijke naam Amarbayasgalant. Ook dit klooster heeft de communistische vernietiging overleefd. De weg er naar toe is berucht om zn slechte staat vooral bij regen. We eten eerst de nationale schotel tsivan (noodles met lamsvlees) bij een ger (yurt). Daarna laten we de banden af en gaan op pad. Het pad is inderdaad ruig met wat steile en rotsige stukjes maar best te doen. De valleien zijn prachtig groen.

Als we na ruim 2 uur aankomen bij het klooster besef ik me dat we niet de gebruikelijke route hebben gereden. Ach ja. We kletsen wat met andere toeristen en verkennen het klooster. De monniken zijn er even niet, maar de koeien wel! Toch een raar gezicht. We besluiten de Chef pal voor het klooster te parkeren voor de nacht. In de avond gaat inderdaad het licht aan. De volgende dag rijden we nu wel de gebruikelijke route terug. Zeker makkelijker maar niet zo comfortabel met wasbord en diepe geulen. We vervolgen onze weg naar Bulgan en na enig zoeken vinden we een prachtplek aan de Orkhon rivier. We staan er helemaal alleen. ’s Avonds gaat het enorm onweren en regenen. Het is zo prachtig dat we lekker een dagje blijven staan. Via Whatsapp hebben we contact met Sarah en Wouter en stomtoevallig willen ze ook bij de vulkaan gaan kamperen. Goed idee! Als we daar net een uurtje staan komen ze aangescheurd. Met een knipoog hadden ze gevraagd wat we vanavond gingen eten, dus ik ben aan de slag gegaan. Heel gezellig eten we samen en doen ook nog twee potjes Rummikub. De volgende ochtend vertrekken zij, voor wij opstaan, naar Ulaanbatar voor een afspraak met de garage. Eerst lopen we naar de rand van de oude vulkaan (steil!) en daarna verkassen we10 km verderop naar een plekje waar we goed bereik hebben en mooi uitzicht!

Onze trip naar China is inmiddels definitief en we worden steeds enthousiaster. Met nog twee mooie kampeerplekjes om te overnachten, arriveren we op woensdag 30 juli weer in Ulaanbatar. Het lukt niet om bij een vrachtwagensloop een goede spiegel te vinden, maar het lukt wel om bij de enorme Mercedes garage nieuwe rubbers voor de Chef te bestellen. Kost wel wat om die vanuit Duitsland met DHL te laten komen. We worstelen ons weer door het verkeer, pikken een Koreaanse Takeaway op en arriveren rond 19.30 uur bij Justin. Daar blijft de Chef twee weken veilig staan. Taxi regelen naar het vliegveld, tasjes pakken, auto parkeren en op naar China! Ik lach Amerikanen wel eens uit als ze in twee weken heel Europa doen, nou, dat gaan wij met China doen: Beijing, X’ian, Chengdu, Yangshuo en Guangzhou. Een rollercoaster! En daarna gaan we beslissen wat we gaan doen met de rest van onze reis en de plannen voor de komende jaren……. Never a dull moment 😉

Veel liefs! Marijke

Maandag 24 juli rijden we naar Justin, de Amerikaanse mechanic. Wat een aardige en rustig vent. Hij heeft duidelijk veel verstand van autotechniek. Eerst beint hij aan de reparatie van onze spiegel en daarna doet hij een grote controleronde langs alle bevestigings- en vetpunten. Wat een topgast. Hij vertelt precies wat hij doet en wat hij ergen van vindt; zo leren we veel. Intussen zien we steeds meer mensen uit het enorme huis komen. Justin’s vader was missionaris en heeft een weeshuis gesticht in Mongolie. Daarna is Justin en zijn twee zussen hier gebleven. Justin hefet inmiddels een Mongoolse vrouw en 7! kinderen. Ze zijn duidelijk erg christelijk, met lange rokken aan en de kinderen krijgen homeschooling. Een ouder Amerikaanse echtpaar is op bezoek en ik krijg van haar een genaaid portemonneetje met een bijbeltekst er in. Ook naait ze Joost z’n korte broek! Net Jacomien ;-). Inmiddels is er ook een jong Frans stel aangekomen met een Citroen camper die nogal veel problemen heeft. Helaas moeten ze veel onderdelen uit Frankrijk laten komen. Ik bied aan om voor ze te koken en daar zijn ze heel blij mee! We besluiten een nachtje bij Justin te blijven staan. Dinsdag rijden we anderhalf uur door de stad heen om naar het noorden te gaan. Aan het einde van de middag hebben we er zo’n 270 km op zitten en vinden een plekje langs een binnen weggetje. Er komen best wat auto’s langs maar iedereen zwaait terug. Eigenlijk maakt het hier niet uit waar je gaat staan, ze vinden het allemaal best en doen het zelf ook!

Woensdag de 23e juli gaan we op pad om naar een afgelegen klooster te rijden met de onuitsprekelijk naam Amarbayasgalant. Ook dit klooster heeft de communistische vernietiging overleefd. De weg er naar toe is berucht om zn slechte staat vooral bij regen. We eten eerst de nationale schotel tsivan (noodles met lamsvlees) bij een ger (yurt). Daarna laten we de banden af en gaan op pad. Het pad is inderdaad ruig met wat steile en rotsige stukjes maar best te doen. De valleiden zijn prachtig groen. Als we na ruim 2 uur aankomen bij het klooster besef ik me dat we niet de gebruikelijke route hebben gereden. Ach ja. We kletsen wat met andere toeristen en verkennen het klooster. De monniken zijn er even niet, maar de koeien wel! Toch een raar gezicht. We besluiten de Chef pal voor het klooster te parkeren voor de nacht. In de avond gaat inderdaad het licht aan. De volgende dag rijden we nu wel de gebruikelijke route terug. Zeker makkelijker maar niet zo comfortabel met wasbord en diepe geulen. We vervolgen onze weg naar Bulgan en na enig zoeken vinden we een prachtplek aan de Orkhon rivier. We staan er helemaal alleen. ’s Avonds gaat het enorm onweren en regenen. Het is zo prachtig dat we lekker een dagje blijven staan. Via Whatsapp hebben we contact met Sarah en Wouter en stomtoevallig willen ze ook bij de vulkaan gaan kamperen. Goed idee! Als we daar net een uurtje staan komen ze aangescheurd. Met een knipoog hadden ze gevraagd wat we vanavond gingen eten, dus ik ben aan de slag gegaan. Heel gezellig eten we samen en doen ook nog twee potjes Rummikub. De volgende ochtend vetrekken zij, voor wij opstaan, naar Ulaanbatar voor een afspraak met de garage. Wij verkassen 10 km verderop naar een plej waar we goed bereik hebben en mooi uitzicht! Inmiddels

3 Reacties op “7. Mongolië III: De toerist uithangen

  1. Wat een geweldige reis, memory lane! Allemaal zo herkenbaar, de mensen,Nadaam, de kleuren, het stof…… heimwee naar dit schitterende land. En dan nog eens als toetje China! We zijn benieuwd, Hartelijke groet Bé en Magriet

  2. Wow wat een mooie verhalen Marijke! En geniet van China!

Geef een reactie op iwakkee Reactie annuleren