Categorie archief: 2025 Mongolië Overland

12. Terug naar Georgië: Het rondje is rond!

Na de grensovergang Rusland-Kazachstan op 14 september vinden we een plekje op een verlaten industrieterreintje bij een dorp. Het is druilerig en fris. De volgende dag tovert gelijk een glimlach op ons gezicht. Mensen zwaaien vriendelijk, de diesel is 50 cent en ons wordt koffie aangeboden. Het is goed om weer in Kazachstan te zijn! We rijden in Petropavl, na bezoek aan een supermarkt, naar een truckservice. De ontvangst is prima door een collega die Duits spreekt en ze gaan direct aan de slag om ook de andere rubbers te vervangen van de voorste bladveren. Ondertussen eten wij een lekker bordje bij de Stolavaya (kantine) op het terrein en als we terugkomen zijn ze al klaar. We vinden een plekje aan een meertje waar we 5G internet hebben zodat we de jarige Benjamin kunnen feliciteren. We hebben een lange en saaie weg te gaan om vanuit Siberië weer terug te rijden naar Georgië, zo’n 3100 km. De volgende dag rijden we langs Qastanay en vinden een plek bij een stadstrandje bij Livakovsk. De zon schijnt, maar het is ’s avonds snel fris. We rijden door de eindeloze steppe verder en slapen weer op een plek tussen wat bomen, zodat we lekker kunnen douchen. De weg is wel merkbaar beter dan in 2019. Ook het berucht slechte stuk tussen Qarabutaq en Aktobe is zowaar opgeknapt. We parkeren echt middenin het centrum van de grote stad Aktobe vlakbij een waterpretpark en lopen langs de boulevard naar Revolver, waar we in mei zo heerlijk hebben gegeten met Saskia en Martijn. De sfeer in de stad en het weer zijn aangenaam en overal branden lichtjes. We slapen prima. De volgende dag maken we een rondje van 14 km door de stad. We drinken lekkere koffie, bekijken een plaatselijk museum en lopen naar het standbeeld van een beroemde vrouwelijke scherpschutter. We lunchen lekker bij een Italiaan en bezoeken daarna het kleine museum over de vrouwelijke scherpschutter en lokale held, Aliya Moldagulova. Al vroeg verloor ze haar ouders en op jonge leeftijd meldde zij zich aan bij een school voor vrouwelijke scherpschutters. Vrouwen bleken dat vak goed te verstaan. Naar verluidt heeft ze 78 Duitsers doodgeschoten en dat is knap als je al op je 18e zelf het leven laat op het slagveld. Hoe dan ook, een bijzonder verhaal. Daarna gaan we nog even bij een grote mall langs, maar daar vinden we niets aan. Als we relaxen in de Chef met een glas wijn en een kaasje komt er nog een man langs die zijn zoon wil aansporen om met ons te praten en in de Chef te kijken. Daar heeft de tiener overduidelijk geen zin in! Ook de volgende morgen krijgen we bezoek. Het duurt even maar dan is duidelijk dat we met een vriendelijke christelijke missionaris van doen hebben. Of we de bijbel lezen en bij ons hebben? Of we naar de kerk gaan? Hij neemt er genoegen mee dat we volgens Christelijke waarden zijn opgevoed en daar naar leven. Goed bedacht, hè?

Op 20 september rijden we van Aktobe een lang rit van 400 km over de eindeloze steppen. En eigenlijk heeft ook dat wel wat. Af en toe zien we kamelen, maar ook groepjes combines die de eindeloze vlaktes met graan in formatie maaien, een fraai gezicht. Ik heb gelezen dat de weg van Muchir naar Qulsary inmiddels asfalt is geworden en dan zouden we het Akkermesh plateau kunnen bezoeken. We vinden het begin van de weg, maar al snel zijn er twee bypasses door een soort fesh-fesh zand. Hmmm, geen goed idee. We draaien om en vinden een plekje in het dorp waar we wat beschut staan van de felle wind. Het duurt niet lang of er komt een dame langs met een telefoon in haar hand. We mogen niet op het parkeerterrein van het schooltje staan, maar ze willen ons naar een betere plek begeleiden. We rijden achter haar man aan, die ze heeft opgetrommeld, en we worden naar het plaatselijke wegrestaurant gereden. Ach ja, geen topplek, maar we doen het er mee. Ik maak een lekker visje met zoete aardappelpuree en salade. Na he ontbijt rijden we in de miezerregen naar Atyrau, een grote stad met veel olie-industrie. We wassen de Chef in een wasstraat, waarbij we de eigenaar iedere keer moeten vragen om met z’n telefoon digitaal te betalen. Hij begrijpt niet helemaal dat we eerst willen afspuiten, dan sop en dan nog afspoelen. Zal best, maar onze Chef glimt weer als vanouds! Als we de stad verder inrijden, raakt een man aan de kant van de weg in vervoering als ie ons ziet. Het filmpje is van de dashcam en kort, maar je ziet duidelijk dat hij een hartje maakt als we langsrijden. We parkeren in het Retro Park en krijgen dan ook gezelschap van Duitsers met een grote MAN-vrachtwagen. We kletsen wat en wandelen dan via het park, langs de rivier naar de plaatselijk mall, waar ook weer niets te beleven valt. We eten echt Kazachs bij Sarqyt. Ik eet mijn favoriete salade met krokante aubergine en een gestoofde runderrib. Joost waagt zich aan een gerecht met merg en een enorm stuk lamsstoofvlees. We drinken er een alcoholvrije mojito limonade bij, want moslims schenken geen alcohol! Het was heerlijk.

We zijn vlak bij de Russische grens, al maakt een enorme verkeersopstopping bij het verlaten van Atyrau dat het nog wat langer duurt eer we er zijn. Kazachen zijn vriendelijke mensen, tot ze in een auto stappen! Onderweg vinden we nog een mooie douche bij een tankstation en om 15.30 uur staan we aan de grens. En ongelofelijk, we zijn in 65 minuten klaar! We complimenteren de Russische beambten met hun efficiëntie, dat hebben we wel anders meegemaakt. Onze telefoon (e-sim) werkt helaas niet, waar die het op de heenweg nog wel deed in dit gebied. De GPS doet het gelukkig nog. Bij Krasny Jar gaan we weer met de veerpont over de Buzan rivier. De man vraagt nu maar liefst 10 Euro voor een paar minuten varen. Aan de overkant vinden we tussen de bomen een plekje om te overnachten. Het is zowaar warm. De volgende dag willen we een flink eind rijden om zo Astrahan voorbij te komen. Zoals ik al had verwacht gaat de GPS vlak voor de stad heel raar doen. In Google zie je dan ineens dat je op een hele andere plek bent en niet op de weg. Dit doen de Russen uiteraard om eventuele vijandige drones om de tuin te leiden. Het Nederlandse reisadvies voor dit gebied is dan ook rood. Gelukkig had ik het voorbereid en kan ik met een offline kaart langs een goed te volgen rondweg door de stad navigeren. Toch wel spannend. Ook als we de stad gepasseerd zijn blijft de GPS nog lange tijd van slag. We passeren checkpoints als we de autonome republieken Kalmukkië en Dagestan inrijden. Rusland kent 21 autonome republieken en die hebben zo hun eigen zelfbestuur, waaronder vaak een eigen grondwet, regering en parlement. Als je dus zo’n grens overgaat, wordt je gecontroleerd. Bij Sulevkent parkeren we op een stukje oude weg, de andere plekjes ijn veel te nat en modderig. Politieagenten zwaaien vriendelijk en er passeren onverwacht veel auto’s. Niemand valt ons lastig, hoewel……als het donker is horen we twee auto’s aankomen en mannen discussiëren. Dan wordt er op de deur geklopt. De rest kijkt toe, terwijl een van de mannen in het Russisch met me begint te praten. Dat versta ik natuurlijk niet, dus ik draai m’n standaardpraatje af: sorry, ik spreek weinig Russisch, we zijn toeristen uit Nederland op bezoek in Dagestan. Binnen no-time verexcuseren ze zich, z’n vriend legt een hand op z’n hart en ze vertrekken. Die dachten waarschijnlijk, wat doet die gele vrachtwagen hier? toch even checken. Verschillende overlanders zijn naar Sulak Canyon geweest en dat willen wij ook wel zien. Het is heerlijk weer en we zien verschillende kraampjes met druiven onderweg. Joost koopt een flinke zak bij een jonge dame, lekker. We starten het rondje bij het Chirkey Stuwmeer. Mooi uitzicht met de besneeuwde toppen van de Kaukasus op de achtergrond. We rijden door naar Dubki waar we naar een uitzichtpunt wandelen. Het is zowaar een toeristische hotspot met veel nationale toeristen. Het uitzicht over de canyon is prachtig en we zien diverse speedboten rondvaarten maken in de diepte. We belsuiten door te rijden naar een visrestaurant waar je ook kunt overnachten. Op de weg er naar toe lijkt er een omleiding te zijn en worden we tegengehouden door wat mannen. Geen idee waarom, maar het is niet zo prettig. We negeren ze en draaien om. Het is zowaar 25 graden en we nemen plaats op het prachtige terras van het restaurant. Buiten zijn een aantal visbassins dus de vis zal wel vers zijn! We eten inderdaad heerlijk. Na wat overleg mogen we inderdaad op het terrein staan. Joost loopt nog even naar de drukke, kermisachtige boulevard aan de rivier. Gelukkig hebben we daar ’s nachts geen last van.

Donderdag 25 september staan we vroeg op. Zouden we de grens met Georgië kunnen halen vandaag? Als we de grens Dagestan- Tsjetsjenië willen oversteken, krijgen we de eerste onverwachte horde. We moeten met de Chef door de scanner en daar staan al wat vrachtwagens. Het proces is duidelijk erg traag en die vrachtwagens laten je niet voor gaan. Hoewel….een vriendelijke Georgiër gebaart dat we voor hem mogen. Het is een duister proces, maar we krijgen onze passen terug en we mogen door. In Tsjetsjenië vinden we achter een benzinestation een banja waar we kunnen douchen tegen betaling. Een vriendelijke dame wijst ons de weg. Het is heerlijk en brandschoon. Als we weer instappen maakt haar man duidelijk dat hij het geweldig vindt dat we als Nederlanders hier zijn. Daarna is hij heel expliciet over wat hij van de oorlog vindt. Hij zegt: Rusland is groot en dat schieten (hij maakt gebaren en geluid erbij) dat vindt hij slecht. Deze moslim is de eerste in onze hele reis die zich er over uitspreekt. We houden ons op de vlakte en vervolgen onze weg. De overgang naar Ingoesjetië is geen probleem (geen controles) maar als we Noord-Ossetië binnenrijden, vlak voor Vladikavkaz, dan is het weer raak. We moeten weer door de scanner. Joost maakt bezwaar en dat helpt een beetje, we mogen voor. Een beambte vraagt of we naar Moskou op weg zijn? Nou nee, naar Georgië. De man doet lachend een koe na met twee wijsvingers op z’n hoofd en geeft aan dat we vooral moeten oppassen voor overstekende koeien daar! Nou ja. De weg naar de grens is erg druk, maar we kunnen langs de rij met vrachtwagens. In 30 minuten zijn we de Russische grens gepasseerd. Het is inmiddels 18 uur. Dan verzeilen we in chaos. Het niemandsland tussen Rusland en Georgie bestaat uit een tweebaansweg met twee tunnels er in door het hooggebergte. Er is geen enkel toezicht dus iedereen wil elkaar passeren en dat gaat niet. Vrachtwagenchauffeurs gebaren dat we langs de rij kunnen rijden. Verderop blijkt dat een vrijwilliger het verkeer aan een kant tegenhoudt en zo het verkeer regelt. Dat helpt. Vlak voor de Georgische grens gaat alles door elkaar en worden we bijna aangereden. Ik doe nog een poging ons Russische geld aan iemand te schenken, maar dat kost wat overredingskracht! Ja, het is een gift! Ik ga weer lopend de grens over terwijl Joost met de Chef door de douane gaat. Na 4,5 uur staat we in Georgie. Het is bijna donker en ineens zien we allemaal Italisaanse campers? De parkeerplaats bij Sameba die we hebben uitgekozen om te overnachten, stroomt snel vol met een 20 (!) grote witte dozen. Het is bijna 1 graad, het is donker en we staan behoorlijk scheef, maar we zijn er. Kachel aan en wat eten. Hier zijn we ook gestart met de reis naar Mongolië en dus is het rondje hier rond: 20.000 kilometers. We nemen ons voor nog wat leuke dingen te doen voordat ik vanaf Trabzon naar huis vlieg en Joost de lange rit naar huis maakt.

Maar first things first, de was! We slapen uit en de camper bewoners zijn al met een gids naar de Sameba kerk op de top van de berg geweest, als we aan het ontbijt zitten. In Kazbegi gaan we ergens koffie drinken en wachten tot de wasserette opengaat. Als we de was wegbrengen, blijkt dat we die pas vanavond kunnen ophalen. Jammer! Vooral jammer omdat een dichte koude mist is komen opzetten, dus ergens gaan wandelen is ook geen lonkend perspectief. Ik weet nog van andere reizigers dat er een heerlijk hotel is waar je kunt rondhangen. In Hotel Rooms gaan we dus lekker lunchen en zoeken een heerlijk plekje waar we met een flink stuk taart (te groot) en wat drankjes de middag doorbrengen. Omdat we onszelf nog wat willen verwennen, boek ik een kamer bij wijnmaker Schuchmann in Telavi. Daar waren we in 2016 ook en die ervaring is blijven hangen. Buiten is echt niets te zien van het befaamde uitzicht op het Sameba klooster. Om acht uur halen we de was op bij de dames en rijden in het donker maar weer terug naar de parkeerplaats om te overnachten. We staan dit keer alleen. De volgende ochtend staan we vroeg op en in dichte mist rijden we de 2400 meter Jvari pas over (voor de 8e keer). De weg is beter geworden, maar de tunnel die de Chinezen al jaran aan het maken zijn, is nog niet af. Na de pas rijden we de prachtige route door de heuvels en bossen richting Telavi. Helaas zien we weinig door de dichte mist. Om 13 uur arriveren we bij de wijnmaker. Aangezien onze kamer nog niet klaar is, kunnen we gebruik maken van de sauna. Heerlijk! Joost neemt ook nog een massage. Ik denk alvast een douche op de kamer te nemen, maar de kamer is nog steeds niet klaar. Blijkbaar is het erg druk. Pas al Joost terugkomt, zijn ze het bed aan het dekken. Joost haalt twee glazen wijn en dan effe niks. Om 19 uur schuiven we aan voor een heerlijk diner met vijf verschillende wijnen. De vrouwelijke sommelier spreekt voortreffelijk Duits en Engels en neemt alle tijd om ons vanalles te vertellen. Wat een verwennerij. De volgende morgen slapen we lekker uit en genieten van een lekker ontbijtje. Dan kopen we nog wat wijn in de winkel. Als ik een foto laat zien van ons bezoek uit 2016 dan blijkt de manager ons destijds te hebben rondgeleid! Dat is grappig. Hij vertelt dat er de laatste tijd erg veel Nederlanders langskomen. We nemen afscheid en rijden de weg terug naar Mtskheta. We zijn daar op de heenweg ook geweest maar hebben de kathedraal (werelderfgoed) toen niet bezocht. We parkeren bij het politiebureau en zien direct de MAN vrachtwagen staan van Duitsers die we in Atyrau zijn tegengekomen. We maken een praatje met een Francaise in een busje die met 3 honden op pad is. We lopen een rondje en bezoeken de indrukwekkende kathedraal. We nemen een glas wijn bij een wijnhandel en met ondergaande zon eten we nog een prima pizza op het terras.

Maandag de 29e hebben we een afspraak bij de Mercedes garage. De vorige keer heeft Georgi ons vortreffelijk geholpen met de vervanging van de luchtverdeler. We hebben hem gevraagd van te voren wat onderdelen te bestellen maar dat is niet helemaal gelukt. Gelukkig weten ze dat we een grote beurt nodig hebben, dus daar starten ze gelijk mee. Helaas kunnen ze verder weinig doen. Als we vertrekken om 12 uur, komt Georgi aan. Hij is duidelijk flink ziek en was naar het ziekenhuis. Nou ja, dan laten we het hier bij. We rijden over de fantastische nieuwe snelweg naar Kutaisi. Die Chinezen hebben hard gewerkt hier aan flink wat tunnels en bruggen. Jammer dat ze nog geen rustplaatsen hebben gemaakt, voor de lunch moeten we een dorp inrijden. We hebben bedacht om weer bij Itara Camp te gaan staan. In 2022 hebben we daar heerlijk gestaan met Bart en Annelouc in de tuin van de Duitsers Claudia en Christoph. Op de website zie ik dat ze hard gewerkt hebben en er nu een huisje staat en een badkamer en keuken voor gasten. Als we de snelweg verlaten rijden we door het prachtige gebied rond Ozurgeti. Het is tropisch groen begroeid en vochtig warm. We worden hartelijk ontvangen. ’s Avonds komt er zowaar een MAN truck bij. De volgende dag regent het helaas de hele dag. Ik boek een vliegticket van Trabzon naar huis en een ferry-ticket voor Joost van Griekendland naar Ancone, Italie. ’s Avonds borrelen we gezellig met Klaus en zijn vrouw en een ander stel dat vandaag met een camper is aangekomen. Het is een ratjetoe van Engels en Duits maar zeker gezellig. In de morgen schijnt de zon, poets ik wat en we maken een wandeling. ’s Avonds is het weer gezellig in de gastenkeuken. En dan is het tijd om richting Turkije te gaan. We vinden het beide een raar idee om uit elkaar te gaan na 6 maanden, maar we zijn het eens dat het goed is zo. We maken nog een tussenstop aan het strand van Gonio, vlak onder Batumi. We maken een wandeling en zien langzaam de zon in de zee zakken onder het genot van een gebraden kippetje met gebakken aardappeltjes en aubergine rolletjes met walnoten die we vanochtend gescoord hebben. Vrijdag 3 oktober rijden we de grens met Turkije over. Ook hier wil ik van mijn Georgische Lari’s af. Een jongeman wil ze eigenlijk niet aannemen zonder er iets voor terug te geven. Hij neemt ze toch aan en als ik Turkse Lira’s sta te pinnen geeft hij mij een volle hand met snoepjes. Dat voelt blijkbaar toch beter. We rijden langs te Turkse kust, kopen bij een postkantoor een tolticket en parkeren op de luchthaven van Trabzon. Het parkeerterrein is flink vol maar ze doen hun best een plekje voor ons te vinden. Na een broodje nemen we een taxi de stad in. Trabzon is een heerlijke stad met veel marktjes en winkeltjes en het is prima weer. We lopen lekker rond en zoeken nog wat cadeautjes. Het kost wat moeite een tentje te vinden waar we een biertje kunnen drinken in deze islamitische stad. Er zitten veel Russen en de uitbaatster spreekt dan ook vloeiend Russisch. We eindigen in een traditioneel restaurantje en laten ons weer terugrijden naar de Chef.

Zaterdag staan we om 7 uur op en na het ontbijt zwaai ik Joost uit. Die heeft nog heel wat kilometers voor de boeg. Met wat vertraging op Istanbul sta ik om half acht ’s avonds op Schiphol en rijdt met de trein naar Leiden. Daar staan Jaap en Jacomien al te wachten. Heerlijk om die weer te zien!

Het was een fantastische rondreis met vele herinneringen die we koesteren. Dank aan alle lieve mensen onderweg, mede-overlanders en speciaal aan onze medereizigers Saskia & Martijn, Wouter & Sarah. Hartelijk dank zeker ook aan jullie, die meegelezen hebben! En nu? Plannen maken voor Zuid-Amerika!

Veel liefs, Marijke

11. Op ontdekking in Siberië

Siberië. Daar hebben we allemaal wel een beeld bij, toch? Maar klopt dat ook? Tijd om zelf te gaan kijken! Gisteren 28 augustus zijn we de grens met Oost-Siberië overgegaan vanuit Mongolië. Het was een moeizame overgang van 7,5 uur. We vinden, buiten de border zone, een plekje ergens in het bos. Aangezien het kopen van een autoverzekering niet wilde lukken gisteren, rijden we nu terug naar de grens. Bij een checkpoint worden we tegengehouden en leg dan maar eens uit in het Russisch dat je terug wilt naar de grens maar niet om het land uit te gaan! Uiteindelijk begrijpt hij het en vraagt hoeveel tijd we nodig hebben. OK, dan graag toeteren als je hier weer langs komt. En het is niet de bedoeling dat we het grensdorp ingaan. Dat laatste doen we wel om bij de Sberbank Euro’s te wisselen. Dat gaat soepel. Daarna weer naar de verzekeringsagent. Die vraagt 600 Euro voor 2 maanden. Ridicuul! Verontwaardigd rijden we terug en toeteren braaf bij het checkpoint. De grenswacht heeft er amper aandacht voor. We rijden door naar Ulan-Ude, een grote stad in Oost-Siberie en hoofdstad van Buryatia Republiek.  De voornamelijk Mongoolse bevolking is deels shamanistisch en deels Tibetaans buddistisch. Onderweg zie je van die prachtige tempels, stupa’s en ovoo’s met veel gekleurde lintjes. Prachtig gezicht. We gaan in Ulan-Ude op zoek naar een verzekeringsagent. Lang verhaal kort, met een Yandex taxi vinden we die in een keldertje in een flat. Eerst is het heel gedecideerd ‘нет’, maar als we de oudere polis van dezelfde verzekering laten zien, gaat ze bellen. Ze vindt het maar raar, maar we lopen wel met een nieuwe polis de deur uit! Terug met de taxi naar de Chef en we rijden naar het Taiga Offroad Camping, waar we met Sarah en Wouter hebben afgesproken. De Zwitserse eigenaar is er niet, maar we hebben de code van de poort. Camping is een groot woord, je staat op het terrein van zijn twee grote zelfgebouwde huizen. Er zijn twee droogtoiletten en je mag de wasmachine gebruiken. Het is een leuk weerzien met Sarah en Wouter! We borrelen en snacken gezellig in de Chef. De volgende dag doen we rustig aan en gaan met regenjas met een taxi naar de stad. We lopen een rondje. Zoals overal veel billboards over 80 jaar overwinning op Duitsland, de letter Z (van overwinning) en wervingsposters voor het leger, met jaarsalaris, ongemakkelijk……… We zien wat mooie houten huizen, het theater en een kerk. We drinken een heerlijk biertje en trekken een spurt door de regen naar Shaslikov, waar we prima steak eten. Rondom ons worden meters, ja meters, shotjes weggewerkt! De volgende dag wachten we tot Olga is gearriveerd. Zij bewaakt nu het fort en bij haar mogen we wassen. Als we alles gewassen hebben en aan de lijn, rijden we naar de supermarkt om inkopen voor onze Baikal BBQ te doen. Sarah heeft de appgroep zo genoemd, dus dat is wat we gaan doen! In de supermarkt krijgen we een appje dat Heidi en René op de camping zijn aangekomen. Gezellig! We kletsen en eten de middag en avond met heerlijk zonnig weer. Drie gele Nederlandse auto’s in Siberië, wie had dat gedacht!

Maandag 1 september nemen we afscheid en rijden naar het oosten van het Baikalmeer. Dwars door de bossen over een prima weg. Rond de middag zien we aan het strand bij XXX voor het eerst het meer. Of zeg maar zee. Zo groot als België en soms 1700 meter diep! Het is helaas bewolkt, maar tjonge, hier wilden we al in 2019 heen! We rijden naar het Transbaikal National Park bij Bar-Guzin. We betalen entree en rijden over een vreselijke wasbordweg naar een kampeerplek. Jee, wat mooi! Met zo’n erbij zou het idyllisch zijn. We drinken wat op een bankje aan de kustlijn met uitzicht op de Holy Nose Peninsula. Wel jammer van de beestjes. Er komt een man langs die grote paddestoelen aan het plukken is. Als ik de kraan binnen open draai, hoor ik buiten water kletteren. Oei, dat klopt niet. Snel is Joost er achter dat een beugel waar de boiler mee vast zit, dwars doormidden is gebroken. De boiler hangt op half elf en de slang is lek. Getver! Alles uit de garage en op zoek naar een noodoplossing. Er liggen wat balken in de buurt die ik in stukjes zaag om de boiler te stutten. Hmm, de krik eronder werkt beter met een spanband eromheen. Ondertussen wordt Joost flink gebeten door de talrijke knøtjes. Snel douchen we en heb ik het eten klaar. De volgende ochtend zit het potdicht en regent het. Het besluit om terug te gaan naar de camping is snel genomen. Onderweg komen we Heidi en Rene nog tegen. Einde middag parkeren we op de camping onder een groot afdak en Joost gaat gelijk aan de slag. Een Fransman die er ook staat met een Unimog (waarvan een bout van de cabine is afgebroken), heeft nog een passend stuk slang. Twee uur later hebben we er twee spanbanden om weten te krijgen (lang leve mijn kleine handen) en heb ik voor het eerst burrito’s in de Omnia gemaakt. Eind goed, al goed. De wegen die we hebben gereden zijn onverbiddelijk, niets blijft heel!

Woensdag 3 september rijden we richting Irkutsk langs de zuidkant van het Baikalmeer. Het weer is beter en de omgeving en uitzichten prachtig. Bijzonder is dat tussen de weg en het Baikalmeer steeds de Transsiberische spoorlijn ligt. Dan heb je uitzicht! We zien dichte bossen in herfsttinten. In Baikalsk vinden we een prachtplekje aan het meer in de zon. Beetje jammer van de shasliktent die ’s avonds keihard muziek op zet. En voor wie? Helaas zien we geen Narpa robben. Wel komt een jonge Russin, die in Amsterdam woont, een praatje maken. Donderdag rijden we naar Irkutsk. Daarvoor rijden we van het meer over beboste bergen naar de grote stad. Ik heb via Whatsapp een hotel gereserveerd, op aanraden van Sarah. Ze hebben een grote parkeerplek, de manager spreekt Engels en ze regelen onze verplichte registratie (al hebben ze daar bij geen grens naar gevraagd). We nemen een taxi de stad in en lopen een deel van de groene lijnwandeling. Kennen we nog uit Jekaterinenburg, de plaatselijke VVV heeft een groene lijn op straat geverfd langs de bezienswaardigheden, handig! Mensen zie je opkijken als we langslopen, maar geen idee wat ze van onze aanwezigheid denken. We drinken een biertje in een Ierse pub, waar ze tot onze verbazing Swinckels schenken. Weliswaar gebrouwen in Rusland, maar met de sancties toch wat vreemd. Ook in de luxe supermarkten merk je er niets van in het aanbod aan Westerse merken. We eten heerlijk bij Butin.

Na het ontbijt, nee, geen каша (pap)!, rijden we noordwaarts de stad uit. We doen boodschappen bij een grote Absolut en na 250km komen we bij de veerboot naar Olkhon. Olkhon is een groot eiland in het Baikalmeer. Voor de voornamelijk Boerjatische bevolking is het eiland een spirituele plek, met als belangrijkste plek de Sjamanenrots. We hebben mazzel want we staan vooraan in de rij en de veerboot is gratis. Het waait flink en het is fris. In een halfuurtje rijden we het eiland op. De wegen zijn onverhard en op vele plekken vreselijk slecht. We rijden naar een plek aan het strand met een prachtig uitzicht. Ik word er heel blij van, hoewel het weer is geen feest. Ook krijgen we bezoek van twee park rangers. Of we een permit hebben? Nou nee, nog niet want die kun je alleen halverwege het eiland kopen en we zijn net aangekomen! In het Russisch allemaal, hè. Gelukkig gaan ze akkoord met mijn belofte dat we er morgen direct een gaan kopen. We slapen heerlijk, ondanks de keiharde wind, en rijden naar Khuzir. Als snel laten we de banden af, want de weg is behoorlijk slecht. In het plaatsje parkeren we naast een saunahuisje op het strand en zowaar de zon gaat schijnen. Terwijl Joost verderop een praatje maak, wordt ik wel heel enthousiast verwelkomd door vier kerels die me innig omhelzen en op de foto willen. Aha, ik zie een wodkafles…..We halen braaf een permit in het dorp en maken een wandeling naar de Sjamanenrots en omgeving. Prachtig, die donkere lucht met de zon. Het beoogde restaurant is bezet door een grote groep en dus eindigen we in een eetcafé. Eigenlijk wel zo leuk. De plaatselijke vis Omul heeft ze niet, maar we kunnen wel een gebakken visje krijgen met een Hollandia biertje. Prima! Bij de buren halen we een warmgerookte omul voor ’s avonds. We zetten de Chef naast een gebouwtje en slapen prima in die luwte. De rest van het eiland is te lastig voor ons om te rijden, weten we van Sarah en Wouter, en het regenachtige weer is niet bepaald uitnodigend. We rijden terug naar de ferry en ik maak kennis met Evgeny, hij stelt zich voor als Eugene. Hij heeft net maanden in Thailand gewoond, gaat nu even naar zijn ouders, maar komt terug in de winter om als gids op Olkhon te werken. Ja, dan is het min 40, maar het Baikalmeer verandert dan in een wondere ijswereld (gezien op foto’s). Blijkbaar komen daar ook Thais op af! We nemen hem mee naar Irkutsk, waar hij zichtbaar blij mee is.

Vanaf Irkutsk volgen we de Siberia Highway westwaarts. Nu zijn we echt op de weg terug naar huis, 10.000km te gaan! Joost rijdt lange dagen en vanwege de goede weg maken we veel kilometers. Er is helaas wel erg veel vrachtverkeer. We parkeren in een bos en kunnen in het laatste zonlicht nog net even buiten douchen. Maandag 8 september rijdt Joost zelfs 550 kilometer. De herfsttinten in het bos zijn prachtig. We vinden een mooie plek aan de Birysa rivier met ondergaande zon. De volgende dag wisselen we Euro’s in Roebels bij de Sberbank. Normaalgesproken gaat dat zeer efficiënt maar deze tuthola probeert ons de les te lezen, kan niet, mag niet. We halen een recu van een andere keer tevoorschijn en ze bindt in. Wel keurt ze meerdere Euro biljetten af (scheurtjes, watermerk?!). Als we wegrijden laat de GPS zien dat we ergens in een moeras buiten de stad zijn. Ah nee, hier? Zelfs in dit kleine plaatsje is het GPS signaal vervormd. Op gevoel en de borden rijden we eruit en klopt de gps weer. Op zo’n moment voelt het ongemakkelijk om in Rusland te zijn. We maken een hele lange rit en eindigen ten zuiden van Krasnojarsk in het Stolby Nature Reserve. Op de parkeerplaats staan veel wandelaars, maar het komt met bakken uit de hemel. Dan maar wat mensen bellen, gezellig! De volgende ochtend komt de zon en wandelen we naar de Takmak, de grootste rotsformatie hier. Nou ja, wandelen…Het pad is erg steil en modderig en dus bewonderen we de rots van een afstand en genieten maar van het uitzicht. We rijden de stad door en eindigen de dag bij Krasny Zavod. Een klein dorp dat door de rivier in tweeën wordt gespleten en verbonden is door een ponton- en loopbrug. Direct komt een jongetje op ons af en zegt dat we daar wel kunnen staan, pal naast de brug. Ach ja, eigenlijk wel leuk om het dorpsleven gade te slaan. Het jongetje blijft met zn zusje en broer (?) in de buurt. Hij blijft maar kletsen tegen me en roept af en toe gefrustreerd uit (in het Russisch): ze begrijpt me niet! Hij wil zo graag. Ik nodig hem uit om binnen te kijken. Hij zet zn pet af, krabt op zn achterhoofd en met grote ogen kijkt hij rond, как красивые! (Wat mooi!). Echt heel leuk zo, maar ook frustrerend dat het praten niet beter lukt.

Donderdag 11 september rijden we naar Novosibirsk, de hoofdstad van het federale district Siberië. Ik heb Hotel Discovery gevonden met parkeerplek en via Whatsapp in het Russisch gereserveerd, easypeasy. De rit door de stad is een grote verkeersopstopping. Zo knap dat Joost dit zonder blikken of blozen doet! De ontvangst is zeer hartelijk en met de vertaalapp lukt het prima. Ze is erg nieuwsgierig naar de Chef en komt binnen kijken. De volgende hebben de andere dames dat gehoord en willen dat ook wel! Leuk. Met de taxi rijden we naar The Chops, een pub. Het is vol maar aan de bar drinken we een lekker (prijzig) biertje en eten we ribbetjes en pulled pork. We zetten geen wekker en worden om 10 uur wakker! We ontbijten snel en gaan met de taxi en al onze was naar een laundry. Met behulp van foto’s op iOverlander vinden we die. De dame gaat de boel wassen en drogen, einde middag klaar. We lopen naar het operahuis en wandelen vanaf daar langs de highlights en koffie met taart naar de rivier. Het is bewolkt en fris, maar meestal droog. Op de terugweg gaat Joost nog even naar de kapper. Na 14 km zijn we weer bij de wasserette en met de taxi gaan we terug naar het hotel. ’s Avonds eten we in het Puppenhaus. Een wonderlijk aangekleed restaurant met een erg goede Siberische keuken. Wijn is er helaas erg duur, dus we houden het bij een biertje. De kaart biedt enorm veel keus! Joost eet reepate met pistachenoten en een stoof van Eland, en ik een heerlijk salade met aubergine en locale roomkaas en pelmeni (deegkussentjes) met hert, ree en everzwijn. Heerlijk!

De volgende dag rijden we richting Omsk en laten de Chef wassen. Niet zoals wij hetzelf zouden doen, maar het ergste vuil is eraf. We kunnen geen fijne plek vinden om te staan, dus we overnachten op een truckparking. Met oordoppen in merk ik weinig van het komen en gaan van de vrachtwagens s nachts. We besluiten om Omsk over te slaan en direct naar de grens te rijden, waar we om 16 uur aankomen. Onze paspoorten worden afgestempeld maar we krijgen ze nog niet terug. Een vriendelijke officier vraagt of we Russisch spreken. Bij een nee, zucht hij diep. Ach zeg ik, een klein beetje wel. Ah, dan spreekt hij een klein beetje Engels! In een klein kantoortje vraagt hij ons waarom we in 2019 in Ukraine zijn geweest. Op de terugweg van onze reis naar de Stanlanden is het antwoord. ‘Ah! Transit!’ Hij lijkt bijna opgelucht. Na een zoektocht door onze telefoons vindt hij een Ukraiens nummer op Joost zn telefoon. Ja, dat was mijn lokale nummer op een lokale simkaart. Ook opgehelderd en hij is tevreden. Hij roept opgelucht: ‘That’s all. Welcome to Kazachstan!’ . Grappig, want de Kazachse douane moeten we nog door, maar wel aardig van hem. Ook de Kazachse grens is niet moeilijk en na slechts 2,5 uur staan we in Kazachstan!

En….Siberië? We zijn natuurlijk maar passanten en hebben een flintertje van dit enorme gebied gezien. Hoe mensen het hier uithouden bij min 30 is mij een raadsel. En wat er in de duistere bossen allemaal gebeurt, blijft voor bezoekers zorgvuldig verborgen. En toch, in dit seizoen is het een prachtige verrassende streek met fraaie herfstkleuren, met een paar mooie, moderne steden en prima hoofdwegen. Mensen waren vriendelijk, we voelden ons veilig en het heeft ons aan niets ontbroken. Het was bijzonder om hier te kunnen zijn.

Liefs, Marijke

10. Mongolië IV: Bijzondere ontmoetingen

Op donderdag 14 augustus landen we vanuit Beijing in Ulaanbaatar. Vanuit het vliegtuig zien we het vertrouwde prachtig lege landschap. Ik heb het gevoel dat we thuiskomen. We hadden een taxi geregeld via Nara, maar tot onze verrassing staat ze ons zelf op te wachten met haar man. De driver moest onverwachts onder het mes en ze zag geen andere oplossing. Wat een schat is het toch. Ze zetten ons af bij Justin waar de Chef staat te wachten. Hij is met zn kinderen een kleine auto aan het spuiten als fictieve finishlijn van de Mongol Ralley. Morgen komen twee sloopauto’s aan met Nederlandse studenten die vanuit Nederland zijn komen rijden. De auto’s blijven bij Justin achter. Randi, de hond, is blij ons weer te zien en houdt weer trouw de wacht ’s nachts. De volgende ochtend pakken we onze spullen uit en komen inderdaad de twee auto’s met studenten. Ik dirigeer ze snel over de finishlijn, want dat was de bedoeling. Justin vindt het geweldig dat ze toch gekomen zijn, maar de jongens zijn snel weer vertrokken, beetje jammer. Justin heeft onze spiegel nu extra stevig gelast, dat moet goed gaan. We ontmoeten Justins vader, die huizen heeft in meerdere landen. Bijzonder, voor een missionaris, toch?

Zaterdag de 16e gaan we weer op pad. We wilen naar de Gobi woestijn, of in ieder geval een stuk die kant op. De onderdelen van Mercedes laten namelijk nog een week op zich wachten. Eerst doen we boodschappen bij de Carrefour, wat een luxe. Als we bijna klaar zijn, wordt Joost gebeld door Gerlinde! Zwitsers Peter en Gerlinde kennen we uit Bulgarije. Ze zijn met 13 campers bezig aan een rondreis van 7 maanden o.a. door Iran, Turkmenistan, Mongolië en China. Eerdere pogingen elkaar te ontmoeten mislukten en nu zagen ze de Chef staan. Geweldig leuk. We rijden achter de groep aan naar het Chengiis Khan beeld, waarna we samen een plekje zoeken, lunchen en bijkletsen. Het is niet gemakkelijk en kost veel energie om met zo’n groep op pad te zijn. Niks voor ons. We rijden nog een stuk naar het zuiden en eindigen in de regen op een veld bij Zuunmod. Zo geweldig dat je hier overal kan staan. Helaas voelt Joost zich niet lekker.

De volgende morgen rijden we toch 190km verder en gaan bij Delgertsog zo’n 30km offroad. Het is weer spoorzoeken op bumpy sporen, maar uiteindelijk komen we bij Baga Gazriin Chuluu. Midden in de steppe ligt een gebied met rotsformaties. De Baga Gazriin is een heilige berg voor de Mongolen. Vlak voor de eindbestemming wordt het spoor zo slecht dat we de Chef neerzetten. Prachtige plek en we krijgen snel gezelschap van paarden. We verwonderen ons over de auto’s en Buchanka’s met toeristen die gewoon die slechte helling over knallen. We gaan vroeg naar bed en ’s nachts onweert het ongenadig. De hagel die we daarna horen, klinkt alsof die kraters in de lak slaat (blijkt gelukkig niet zo). Maandag de 18e besluiten we te blijven staan. Joost voelt zich echt slecht en blijft liggen. Ik ga toch maar op pad, want ik wil de vallei zien en de petrogliefen. Ik kom al snel een groepjejinge Polen tegen. Hun busje kon niet tegen de helling op, dus zijn ze maar gaan lopen. De petrogliefen konden ze niet vinden. De omgeving is prachtig dus ik wandel heerlijk in mn eentje. Ook ik kan de petrogliefen niet vinden in de zijvallei. Jammer. Net als ik eruit loop komt een gids aan met, naar het lijkt, een groepje Aziatische dames. Ik heb geen puf meer er achteraan te gaan. Na 2 uur ben ik weer terug bij Joost. Ik maak een bed buiten in de schaduw, binnen wordt het toch warm. S Avonds blijkt ie 41 graden koorts te hebben! Gelukkig is dat de volgende ochtend gezakt. We besluiten terug te gaan naar Riverpoint. Joost voelt zich goed genoeg om te rijden, maar wil graag een paar dagen rust. In Zuunmod scoren we nog een verplichte autoverzekering en boodschappen. S Avonds staan we weer bij Nara, die hevig bezorgd is om Joost.

Woensdag 20 augustus hebben we nog steeds geen bericht van Mercedes. De regen komt met bakken uit de hemel. Wassen gaat nu ook niet. Nara biedt me aan om naar haar wasserette te rijden. Het wordt een hele tocht door een stuk van Ulaanbatar. Wegen zijn ondergelopen en staan vast vanwege de enorme regen. Ze blijkt nog meer te moeten doen, dus we rijden heel wat af. Ondertussen kletst ze honderduit over haar training hospitality in Nashville. Een Mongoolse in haar uppie! Na 3 jaar proberen werd ze toegelaten, man en kinders bleven achter. Zo dapper. Ze is supertrots op haar dochter die al 3 jaar kampioen jiujitsu is van Mongolië en al 2 keer naar Dubai is afgereisd. Ze droomt van de Olympische Spelen. Mooi verhaal. Uiteindelijk gaan we met de droge was naar huis en maak ik soep voor Joost. De volgende dag maken we kennis met Michael en Anna en hun dochtertje Anouk. Wat een bijzonder stel! Tijdens corona zijn ze in Nepal vast komen zitten, hebben daar een jaar gewoond en er een documentaire over gemaakt: Namaste Himalaya (op YouTube staat de trailer). Nu hebben ze een jaar in een ger gewoond naast een Mongoolse familie. Hmm, bij -30 graden even de yakbaby’s van de berg halen. Ze vertellen fascinerend over het leven tijdens de vier jaargetijden in Mongolië. De volgende dag helpt Michael Joost met het vinden van het lek in ons dak en samen proberen ze de oorzaak te vinden van onze defecte kachel. Vrijdag en zaterdag tutten we wat en doen klusjes. Nara heeft ons verteld van het World Nomad Festival in de buurt. Zondag 24/8 rijden we erheen. Eerst nog wat lekkers ingeslagen bij de Carrefour. Vlak onder Nailach moet het festivalterrein zijn en gelukkig staan er borden en een file om de weg te wijzen. Onderweg zie ik op Polarsteps dat Laura en Afke in Ulaanbaatar zijn. Ik volg ze al maanden, ze rijden van Nederland naar Cambodja in een grote Mercedes Sprinter. Ik stuur ze een berichtje en spontaan geven ze aan onze kant op te komen. Gaaf! Wij gaan eerst het festivalterrein op. Het is groot en er zijn vooral demonstraties van muziek, zang, ambachten en sport. Helaas gaat het regenen en houden we het snel voor gezien. We zien Laura en Afke aankomen via Polarsteps. Wat gezellig. Mooie verhalen. We besluiten onze gegrilde kip te delen en Laura biedt aan friet te bakken in haar paellapan. Helaas lukt het niet de kolen aan de gang te krijgen. Met een salade erbij en wat brood lukt het ook. We eten lekker warm in de Chef. S avonds zien we nog een schitterende lichtshow. De volgende morgen rijden we samen naar Riverpoint. Daar ontmoeten we eindelijk Harrie en Brigitte weer, en hun reisgenoten Thomas en Elke. Heel gezellig zo. Laura doet een nieuwe poging om friet te bakken. Erg geslaagd!

Dinsdag 26/8 staan we al om 8.45 bij Mercedes. De onderdelen zijn er. Joost kan nog even putten in de wachtruimte. We rijden ‘snel’ terug naar Justin, de monteur. Snel is relatief in Ulaanbaatar, de stad is qua verkeer een nachtmerrie! Omdat ik Justin heb aangeprezen bij de anderen, sluiten wij nu achteraan in de rij. Gelukkig werkt Justin tot 20.00 uur door (hij was die morgen om 3 uur opgestaan om zn ouders naar het vliegveld te brengen). Wat een bikkel. Alles wat hij kon doen, heeft hij gedaan. Bij terugkomst heeft Laura een prachtige paella klaar! Woensdag gaan we Justin betalen en in twee uur zijn we door Ulaanbaatar heen op weg naar de Russische grens. We eten in Darkhan bij de Koreaan en vinden een mooi plekje op 35km van de grens. Als we om 10.45 uur bij de grens aankomen, staan daar de twee auto’s uit Singapore. Er was iets mis met hun autodocumenten, ze staan er al vanaf 7 uur. Ook voor ons duurt het circus 7,5 uur, al zijn de Russische beambten zeer vriendelijk en correct. Geen ondervraging of telefooncheck gelukkig. Na de grens eten we snel een hapje omdat de verzekeringsagent even geen Internet heeft. Het duurt ons te lang en we zoeken een plekje in het bos buiten de ‘border zone’. We zijn weer in Rusland!

Vanuit Nederland is Mongolië enorm ver weg, zo’n 10.000km rijden. Niet te geloven dat we er nu geweest zijn, maar liefst acht weken! En we hebben er geen spijt van, wat een prachtig land en lieve mensen. We hebben de staat van de wegen regelmatig vervloekt, maar verder viel het mee hoe makkelijk we aan boodschappen,  water en wijn konden komen. Voor de durfals en nieuwsgierigen met tijd, ga er heen!

Liefs, Marijke

9. China II: Cultuur,natuur en cuisine

Donderdag 7 augustus worden we in Xi’an op het station afgezet. Weer met die nerveuze chauffeur, geen feest. In ruim 2,5 uur flitsen we naar Chengdu, de hoofdstad van de Sichuan keuken, dat belooft wat. Het hotel Wenjun is op zich prima en authentiek, maar wel een contrast met de voorgaande 5 sterren ervaringen. Normaal slapen we nooit zo luxe maar je gaat er aan wennen. Zeker in de hitte. We sjouwen de baggage 4 trappen op en zetten de airco op max. Omdat we pas morgenavond een foodtour gaan doen, heeft Joost een extra activiteit bedacht: een bezoek aan de irrigatiesystemen van Dujiangyan, werelderfgoed. We vragen het hotel tickets en een taxi te regelen, zo gepiept. Als we enigszins zijn afgekoeld, gaan we lopend de sta in. Het is vochtig en warm. Bezienswaardigheid zijn de smalle straatjes in de buurt. En dat vinden meer mensen! Het is een gekkenhuis van winkeltjes en streetfood, zo idooot dat het leuk is. We duiken regelmatig de meest vreemde winkeltjes in, met 1 belangrijk thema: panda’s! Pandbeertjes, panda-ijs, panda poppetjes, sleutelhangers en vanalles meer. Op de gok gaan we een restaurant binnen. De menukaart is als een koffietafelboek met schitterende foto’s van heerlijke gerechten. Ik krijg als extraatje een glas kokosmelk met sagoparels en natuurlijk een eetbaar pandabeertje. Bij Joost wordt aan tafel de pekingeend gesneden. Ik eet het meest bekende gerecht van China Kung Pao Chicken. Het smaakt fantastisch. We lopen door het feest op straat terug naar ons hotel en slapen prima.

Na het ontbijt worden we opgehaald door een taxi en in ruim een uur naar de irrigatiesystemen gebracht. In 256 voor Christus is gestart met de bouw van een vernuftig systeem dat het water in de Minjiang rivier regelt voor de irrigatie van zo’n 660.000 hectare land. Inmiddels cultureel werelderfgoed. Bijzonder dat zoveel mensen hierin geïnteresseerd zijn! We lopen een wandeling van een aantal kilometers langs de prachtige rivier, tempels en uitleg over de waterwerken. De hangbruggen wiebelen enorm met al die mensen. De Erwang tempel is schitterend. We eten noodlesoep bij een klein tentje en rijden terug naar het hotel.

Even opfrissen en de highlight van ons bezoek aan Chengdu staat op het programma: een foodtour! Met de metro melden we ons bij gids Heaton, die op de Erasmus heeft gestudeerd en bij BYD gaat werken in Nederland. Samen met Spanjaard Anton en de Belgische Gunther en zijn 72-jarige moeder gaan we op pad in twee tuktuks. Gunther en Juliette zijn hier om hun dochter en kleindochter te zien tijdens de Asia Games op het onderdeel reddingszwemmen. Helaas is het ze niet gelukt om binnen te komen! Heb je daar die hele reis voor gemaakt. De eerste stop is een klein tentje waar ze gevulde kleine pannekoekjes verkopen. Heerlijk! Zowel die met spicy beefvulling als die met pindakaas. Heaton’s favoriet als schooljongen krijgen we ook: geraspte wortel pickle met chocolade, tja…. De rit met de tuktuks door de drukke stad is een avontuur op zich. Tweede halte: dumplings. Op de stoep krijgen we 3x dezelfde dumplings gevuld met varkensvlees: gewoon, spicy en hot. De gewone zijn al heerlijk maar de spicy, met veel kruiden, Chili en Sichuan peper zijn verrukkelijk! De hot variant laat voelen wat Sichuan pepers doen; ze verdoven je lippen en tong. Heftig!

We zitten al aardig vol maar er komen nog 3 stops. Heaton legt uit dat in de Sichuan keuken alles draait om de saus. Dus geen noodlesoep of droge dumplings, de saus maakt het verschil. Stap 1 is altijd eerst flink roeren, voordat je gaat eten. In een noodletentje kijken we onze ogen uit. Geen menu, geen Engels. Vooraan staat een kokkin achter een flink aantal potten met sausen, achterin worden de noodles gekookt. We krijgen 3 soorten om te proeven: dunne niet spicy noodles, dikke noodles met een soort sesamsaus en spicy witte bonen noodles. Van de laatste soort proef ik direct het verdovende effect van de pepers. Van de eerste twee kan ik niet stoppen met eten, zo lekker! Al zijn de dikke noodles wel erg zwaar. Met de tuktuk scheuren we naar een echt lokaal restaurant. Heaton waarschuwt dat het een luidruchtige bende is, waar veel wordt gedronken. We komen op de 1e verdieping in een met tl-licht verlichte zaal. Flink vol met ronde tafels vol met eten en jolige gasten. Pfoe, we zitten al vol maar zijn toch nieuwsgierig naar de ‘main courses’. Heaton bestelt een locale vis, gefrituurde paddestoelen, tofu in spicy saus en knapperige aubergine. Uiteraard bestelt hij er ook wat Baiju bij, de lokale sterke drank. We eten er dapper van, het is toch leuk om te proberen! We rollen de tuktuks weer in en eindigen in een prachtige bar met thema jaren 70 en 80. We krijgen er verrukkelijke zelfgestookte wijn (13%). Smaakt naar zurige caramel. Zo daar kan ik wel meer van op. We beloven Heaton voor hem te koken in Nederland. Voldaan nemen we afscheid van de groep en gaan met de metro naar het hotel. Wat een topavond!

Donderdag 9 augustus verkassen we met de trein naar Guilin. Zo’n 1200km in 6 uur. Als je wat te lezen hebt is het zo voor bij. Zien doen we niet veel. Het is bergachtig gebied en prachtig, maar we rijden meestal in lange tunnels. In Guilin is het 35 graden en vochtig. We worden opgehaald en de chauffeur brengt ons naar een gehucht vlak buiten Yangshou. Zodra we Guilin uitrijden, zien we overal het kenmerkende karstgebergte van dit gebied. Allemaal groene bulten in het landschap. Schitterend. We worden afgeleverd bij de Yangshou Village Inn, een kleinschalig familiehotel. We worden er warm ontvangen met huisgemaakte ijsthee, gelukkig is de kamer koel. Als we wat afgekoeld zijn gaan we naar buiten. We kijken vanuit de kamer op Moonhill. Buiten is het een drukte van jewelste, iedereen wil op de foto met de berg, al dan niet in gehuurd kostuum. Met de ondergaande zon een schitterend schouwspel. We besluiten in het restaurant van het hotel de eten in een tuin met pomelobomen. De menukaart biedt ook Italiaanse gerechten en zelfs een betaalbare wijnkaart! Blijkt dat ene Chris gewerkt heeft aan de upgrade van dit hotel en de lokale mensen getraind heeft in de Italiaanse keuken, het kweken van o.a. basilicum en het omgaan met wijn. Heerlijk! En zulke lieve en zorgzame mensen, top. De volgende morgen worden we opgehaald, na een heerlijk ontbijtje onder de pomelobomen, en naar de markt van Yangshou gebracht. Daar ontmoeten we kok Linda, een Belgisch stel en een Frans gezin dat in de VS woont. Linda vraagt ons ter plekke te besluiten wat we gaan eten, zodat ze inkopen kan doen. We lopen langs goed gevulde groente en fruitkramen, dames met noodles, varkensvlees, kippen, eenden, vis, kikkers, schaaldieren en zo meer. Het ziet er allemaal fris en schoon uit. Wel staan we even te kijken bij een kraam met kat, hond en geit. Geit is heerlijk, maar kat en hond? Als we klaar zijn rijden we naar de Cloud Nine cooking school. We krijgen een schort, mutsje en ieder ons eigen werkplek met wokbrander, snijplank, mes, ed. De ingrediënten staan per gang al klaar. We maken achtereenvolgens dumplings, vis in bier, aubergines en rundvlees met groenten. Het snijden, en ook de vorm van de stukjes, komt heel precies, dus Linda roept de een na de andere instructie. One hour cutting, 20 minutes cooking! En inderdaad, in de rokende wok maken we in recordtempo drie gerechten klaar. Daarna gaan we aan tafel. Het is erg gezellig met de andere gasten! S middags doen we niet veel meer. Wel vragen we de manager waar we Chinese koksmessen kunnen kopen. Ze vraagt het haar chefkok en ze komt terug met diens messenrek. Kies maar, dan gaat ze die kopen voor ons. Super!S Avonds eten we weer in het restaurant. Ik neem een heerlijke soep en Joost de lokale slakken, gevuld met varkensvlees. Lekker schijnbaar.

Aangezien we pas om 13 uur worden opgehaald de volgende dag, doen we rustig aan. Heerlijk ontbijtje buiten. Ineens bedenk ik me dat we geen messen mee mogen nemen in de trein! Gelukkig hadden ze ze nog niet gekocht, geen probleem! Dan maken we een wandeling in de buurt. Eerst willen we naar een uitzichtpunt, maar dat is afgesloten. Dan maar langs de weg naar de rivier. Lopen vinden ze hier maar raar. We krijgen steeds de vraag of we met de brommer mee willen. Begrijpelijk ook wel, het is bloedheet. Bij de rivier zien we bamboevlotten met plastic stoeltjes en een parasolletje er op. Aha, dat gaan we dus vanmiddag ook doen (denken we). Het hotel maakt een sandwich klaar en hup de auto in. De chauffeur had al gewaarschuwd dat het erg druk kan zijn naar Xingping, waar we op de Li rivier gaan varen. En inderdaad, een afstand van 33km in anderhalf uur. De weg naar de haven is afgesloten vanwege de drukte, dus hij zet ons af bij de shuttlebusjes. Hij regelt kaartjes en we scharrelen door het stadje naar de haven. Ondanks de drukte zitten we met een klein halfuurtje op een privé bamboevlot. Ik zie de PVC spuitgietcodes op de ‘bamboe’ staan en er ligt een stille elektromotor op het vlot. We staan met verbazing te kijken, er krioelen werkelijk honderden vlotten op de rivier, bizar. Maar, eerlijk is eerlijk, de omgeving is schitterend en het briesje is lekker in de hitte. We varen een krap uur. Terug denkt onze gids ons wel even slinks langs de enorme rij wachtenden voor de shuttlebusje te loodsen, maar daar trappen zn landgenoten niet in. ‘We can walk, it is not far’, zegt hij dan maar. We lopen een halfuur door het stadje, wat ook wel wat heeft. Compleet bezweet nemen we plaats in de gekoelde auto. De terugweg is een ramp: 2,5 uur! De weg zit volkomen vast en het helpt niet dat slimmeriken proberen voor te dringen via de berm. Snel douchen, biertje en lekker eten, dan maar!

Op 12 augustus maken we onze laatste treinreis van deze tour, naar Gangzhou of Kanton In 6,5 uur reizen we naar deze grote stad met 19 miljoen inwoners. Als we vanuit de auto naar buiten kijken is het een lange horizon met wolkenkrabbers in alle vormen en maten. We slapen in een 5 sterrenhotel met zicht op de Pearl rivier. De kamer is ijskoud en echt enorm. Om nog wat van de stad te zien en op jacht naar messen, gaan we met de metro naar de Grand View mall. Grand inderdaad. Het is zo groot met meerdere verdiepingen en meerdere gebouwen, dat we geregeld niet meer weten waar we zijn. Als we (met hulp) het warenhuis hebben gevonden, zien we wel wat keukenspullen maar geen messen, jammer. We ontdek ik een hippe kapper, Hair Code. Als ik vraag of ze me kunnen knippen, krijg ik de wedervraag op welk niveau? Stylist, top stylist, technical director, art of artistic director, met bijbehorend oplopend prijsniveau. Nou ja, doe de technical director dan maar. Na het wassen, komt een jonge vent met een koffertje aangelopen. Spreekt geen Engels natuurlijk, dus ik geef via de vertaalapp aan: niet te kort en graag wat luchtiger. Hij laat me twee plaatjes zien en ik denk, doe maar. Hij knipt zeer precies en professioneel, dat voel ik wel. Hij laat zn assistent alles filmen. Als ik mn bril opzet, schrik ik nogal. Tjee, dat is kort! Zn assistent zegt zacht in het Engels, dat dit kapsel toch erg goed bij mij past. En ja, dat is ook zo, maar het grijs wordt zo wel duidelijk zichtbaar. De kapper heeft een brede smile en is duidelijk erg tevreden. Ach, dan ben ik het ook! We gaan terug met de metro en kijken of we nog ergens wat kunnen eten. We zijn laat en dus zijn we de laatste gasten in een klein tentje. De gastvrijheid is duidelijk opgedroogd aan het einde van de dag, dus ze beginnen vast met opruimen als wij zitten te eten. Wegwezen dan maar. We knoeien nog wat met de airco in de kamer die we maar niet minder koud krijgen, bah.

Na het ontbijt gaan we nog een poging wagen om messen te kopen. Ik vraag de manager, die even naar de keuken loopt. De kok weet een winkel vlakbij. De manager maakt een briefje om aan een taxichauffeur te geven. Blijkt het nog geen kilometer weg te zijn, dat lopen we toch?! Dat vinden ze duidelijk raar. Het is heel warm maar toch een leuke wandeling over de brug over de Parel rivier heen. Het blijkt een klein winkeltje te zijn maar helemaal gespecialiseerd in Shi Ba Zi messen. Geweldig! De dame pakt er gelijk een paar om te proberen in de hand. We kiezen een kleine voor mij en een grote voor Joost. Dik tevreden lopen we terg naar het hotel. We kunnen gelijk door naar de metro voor onze fietstour. Ik hou m’n hard vast in deze drukke stad en met deze hitte van 35 graden! We ontmoeten Ju van Cycle Canton bij een hip café (Cycle Canton is opgericht door Nederlander Bram). We blijken een privétour te hebben! Met het drukken verkeer doen ze sowieso niet eer dan vier gasten met 1 gids. Ze legt ons uit wat we gaan doen. We rijden van het ouden Kanton naar de moderne stad in 4 uur en onderweg gaat ze ons vanalles laten zien. Leuk. Ze is duidelijk erg trots op haar Kanton, al wil ze wel weer terug naar Australië waar ze een tijd gewoond heeft. We stappen op een paar deelfietsen (die staan hier overal) en daar gaan we. Oe, gelijk de smalle steegjes in. Ze stopt vrij snel om uit te leggen dat de appartementen er hier misschien niet zo chic uitzien, maar wel vreselijk duur zijn. Sommige gebouwen hebben aan de buitenkant een lift gekregen zodat de ouwtjes hun huis kunnen bereiken. Het valt reuze mee met de warmte want je creëert je eigen bries! Op een gegeven moment stoppen we bij de markt. Ze laat haar tas in het mandje van de fiets achter, want ‘I trust it here’, bijzonder. Ze laat ons verschillende onbekende fruitsoorten proeven en uiteraard gaan we weer langs de kikkers, schorpioenen, vlees, schaaldieren en stukken kip met onvoldragen eieren. Hmm, leuk om te zien maar niet zo smakelijk. Kikkers eten doet ze vaak, zegt Ju, vooral als je ziek bent geweest om aan te sterken……. Een lokale agent vraagt Ju waar we vandaan komen. Ah, Nederland, ja, logisch, alleen Nederlanders fietsen met dit weer! We stoppen bij een buurthuis dat eruit ziet als een tempel. Ze haalt de sleutel en laat zien hoe de buurt hier een fijne plek heeft gecreëerd om voorstellingen te geven en muziek te maken. Uiteraard is er ook een altaar voor de voorouders. In een park kan Joost nog even oefenen met voetbadminton. Een stukje verder neemt ze ons mee voor Chinese sweets. Die eten ze blijkbaar op elk moment van de dag. Het zijn verschillende soorten soep/pap-achtige concocties. We proeven sagoparels in buffelmelk met mango (mjammie!), rode bonen in zoete kokosmelk en een soort ananassmoothie. Heerlijk! Langzaam fietsen we de modernere stad in met keurige fietspaden. Ze neemt ons mee langs de boulevard van de Parelrivier waar de rijken op een soort eiland (Ershadao) wonen en ouderen gymnastiek oefeningen doen. We eindigen bij de Canton Tower van 601 meter hoog! Het was echt een geweldige middag, die we niet hadden willen missen. ’s Avonds eten we fantastisch bij een Cantonees restaurant in de buurt. Ik eet superzachte shotribs met kleverige saus, Joost doet zich tegoed aan een bijzonder schotel met krab en varkensvlees. Asl we in het hotel terugkomen, blijkt dat we met een andere vlucht meegaan en nog vroeger worden opgehaald, 5 uur ’s ochtends! na een kort nachtje rijden we naar het vliegveld en vliegen via Beijing terug naar Ulanbataar. Tot onze verrassing staat Nara met haat man op ons te wachten. Blijkbaar moest de chauffeur geopereerd worden en dus bedacht ze ons zelf maar te gaan halen. Hoe lief. Ze zetten ons af bij Justin waar de Chef trouw staat te wachten. Snel even een boodschapje doen en lekker slapen onder de Mongoolse hemel!

Het was een lastminute idee om naar China te gaan, maar wat een goed plan! We hebben er enorm van genoten. Ook vanwege de perfecte organisatie door DimSum. Even schakelen naar een ander ritme weer.

Liefs, Marijke

8. China I: Cultuurschok!

Geïnspireerd door verhalen van andere reizigers, boeken we een tweeweekse rondreis door China. DimSum reizen regelt alles perfect in een paar dagen. Voor ons een totaal vreemde manier van reizen, helemaal georganiseerd. Vrijdag 1 augustus maken we de Chef schoon, pakken twee tasjes in en laten de auto staan bij Justin in Gachuurt. Een taxi pikt ons op en rijdt ons in anderhalf uur naar het Chengiis Khan airport. Heerlijk klein vliegveld waar we de Nederlandse Jeff ontmoeten. Hij woont in Ulaanbaatar met Mongoolse vrouw en twee dochtertjes. Hij geniet zo van het ongecompliceerde bestaan dat hij niet meer terug wil naar Nederland. Hij ziet er super afgetraind uit en werkt dan ook aan de sportvoorzieningen van verschillende internationale scholen. Ik ben zo brutaal hem te vragen mij te autoriseren voor WeChat. Het duurt even, maar het lukt! In China betaal je alles digitaal met Alipay of WeChat. Ik probeer al een paar dagen toegang te krijgen tot Alipay, maar krijg een ‘security restriction’ opgelegd. Er ontvouwt zich een heel big brother scenario. Ik moet paspoort foto’s uploaden en ‘mug shots’ van mezelf nemen. De AI helpdesk praat me moed in, maar niets werkt. Bij Joost werkt het fluitend. Gelukkig werkt WeChat nu.

Tweeënhalf uur later landen we op Beijing Capital. Ik kan het amper geloven, maar we zijn in China! Op het vliegveld moeten we eerst bij één van de 35 zelfscandesks onze vingerafdrukken en foto afstaan. Bij de douane nog een keer. Overal hangen bordjes met regels en adviezen, vooral over wat je niet mag doen. Als we naar de bagageclaim lopen, blijkt dat we eerst met de trein moeten. Dit vliegveld is groot met bijna 100 miljoen passagiers per jaar (Schiphol 64mln). Onze tasjes liggen al op de band en een gids en chauffeur wachten ons op. De gids vertelt ons vanalles onderweg en na 40 minuten zijn we in het Le Meng hotel. De buitenkant is een authentiek oud courtyard hotel, maar de kamer is modern met gelukkig airco! Het is 30 graden en erg vochtig buiten. Na een douche gaan we de buurt verkennen. We zitten in een buurt met ‘hutongs’, smalle steegjes in traditionele woonwijken. Op advies van de gids lopen we 10 minuten naar de waterkant (Houhai). Het is er enorm druk. Voor Chinezen is het vakantie èn vrijdagavond. Overal stalletjes met eten, we kijken onze ogen uit. We nemen ergens een wrap met peking eend; geen culinair hoogtepunt. We slapen lekker in een koele kamer van 25 graden.

Zaterdag 2 augustus starten we met een dag die we zelf kunnen invullen. Eerst het ontbijtbuffet verkennen, waar een uitgebreid assortiment roerbak, dumplings, noodles en soepen staat, wat Joost betiteld met ‘avondeten’ 😋. Gelukkig hebben ze ook toast, gebakken eitjes, fruit en yoghurt. We besluiten de ‘centrale as’ te lopen. De Centrale As van Beijing is werelderfgoed en loopt van noord naar zuid door het historische centrum. Deze as bestaat uit oude keizerlijke paleizen, tuinen, offerplaatsen, en ceremoniële en openbare gebouwen. Eerst naar de Drum- en Bell towers. Daar zijn meerdere groepjes bezig met voetbadminton of Jianzi. Fascinerend om te zien hoe ze, zonder te kijken, achter hun rug de shuttle wegtrappen. In de belltower klimmen we steil omhoog en bewonderen de 5m hoge klok. Verderop lopen we bij een boeddhistische tempel naar binnen. Even in de schaduw zitten, we zijn al drijfnat! Op straat is het druk, maar wel gemoedelijk. Wat een contrast met Mongolië. In het Jinshan park beklimmen we de heuvel vanwaar we uitzicht hebben op de Verboden Stad. Dit was de plaats van waaruit de Chinese keizers van de Ming- en de Qing-dynastie hun rijk bestuurden, voltooid in 1422 en 750 bij 960 meter groot. Daar gaan we morgen heen. Nu lopen we erlangs verder naar het zuiden. Regelmatig willen jongetjes met Joost op de foto. Meisjes zwaaien naar me en zeggen Hello! (en soms How are you, meer meestal niet). Gelukkig hebben ze hier om de 100 meter een schoon publiek toilet, handig. Het pekingeend restaurant dat ik gezien heb, heeft een wachttijd van 3 uur! Mensen zitten rijendik op de stoep. Verderop vinden we een ander, klein exemplaar vol locals. De gastvrouw roept heel hard Beer? als we binnenkomen. Nou graag! En bestellen een menu met peking eend. Grappig om hier mensen te kijken en in de keuken. De huid van de peking eend is dik en geconfijt. Ze doet me op haar hand voor hoe ik een pannenkoekje moet vullen: 3 plakken door de saus halen, flats op de pannenkoek, voorjaarsuitjes erop, dichtvouwen en alstublieft. De crispy eend zoals wij die kennen, kun je alleen met bot bestellen om af te kluiven, zien we bij onze buren. De as aflopen is voor nu te veel. We nemen de metro terug naar het hotel. Kaartje kopen is supereenvoudig en je betaalt uiteraard digitaal. In de avond lopen we door de hutongs. Hele krappe straatjes vol met geparkeerde auto’s afgeschermd met pilonnen. We strijken neer bij Furongji en eten er wat heerlijke dimsum met een biertje. Helaas is wijn hier erg duur!

Vandaag hebben we kaartjes voor de Verboden Stad en staan we geregistreerd voor Tiananmen square. We hadden gisteren al lange rijen gezien, afgezette wegen en veiligheidscontroles. De gids had ons verteld eerst het plein te doen en ik denk slim te zijn door met de metro naar de zuidingang te gaan. Werkelijk alle wegen zijn afgezet met dikke hekken en als we er tegen 8.30uur aankomen, vertelt een aardige Chinees dat de wachttijd nu al 2 uur is en we beter eerst naar de Verboden Stad kunnen gaan. OK. Terug een stop met de metro, door de security check (je paspoort is cruciaal hier) en, op aanwijzing van een agent, lopen we in file naar de ingang. Eigenlijk gaat dat vrij soepel en is strak georganiseerd. De mensenmassa beweegt gestaag en je paspoort is je toegangskaartje. Yes, we zijn binnen en met ons duizenden anderen, 40 tot 80.000 per dag. Het is zondag en vakantie, dus vul maar in. Helaas blijken alle hoofdtempels gesloten. Desalniettemin is het geheel indrukwekkend, zo’n 980 gebouwen. Regelmatig zitten we ergens in de schaduw, het is bloedheet. Aan de oostkant is het rustiger en daar bekijken we wat interessante tentoonstellingen (verzameling uurwerken, jade en over de qin, een snaarinstrument). Na een paar uur houden we het voor gezien en lopen met een grote stroom naar buiten. Pff, moeie voeten, blaartje onder m’n teen, drijfnat en trek in wat eten. We gaan met de metro naar het park van de Temple of heaven. Je betaalt 2 Euro, Joost krijgt korting 😋 en je paspoort is je kaartje. Hoezo privacy? De tempel halen we niet, maar wel een goed restaurant waar we heerlijk eten. Buiten scoor ik nog een paraplu (voor zon en regen) en wat pleisters. Morgen gaan we een flinke wandeling op de Chinese Muur maken en er is regen voorspeld. Na een douche en wat uitrusten, eten we in een barbecue restaurant in de buurt. Echt lachen, hete kolen en een bakplaat op tafel en je kiest zelf je rauwe vlees en groenten. Heerlijk.

Maandag worden we om 8 uur opgehaald door gids ‘Rocky’ en een chauffeur. In een superluxe Chinese auto rijden we in twee uur door Bejing naar Jinshanling in het noordoosten. De stad en agglomeratie Beijing is 170km van noord naar zuid. Er wonen 21 miljoen mensen! We kijken onze ogen uit naar de verschillende merken Chinese auto’s, de eindeloze hoogbouw en het toch wel doorstromende verkeer. Elektrische auto’s mogen altijd rijden, benzineauto afhankelijk van hun nummerbord. Onderweg passeren we een spookstad van het failliete firma Evergrande. Buiten het stedelijk gebied is de omgeving weelderig groen met veel maïs en fruitbomen. Hier en daar is er schade te zien door overstromingen en zware regens. De Chinese muur is 21000km lange en sommige delen zijn gesloten vanwege de slechte staat. Bij Jinshanling is het toerisme beperkt en de muur steiler en authentieker dan het best bereikbare en gerenoveerde deel. Volgens de gids is de muur hier vandaag gesloten, maar door de samenwerking met lokale boeren mogen we er toch in. Als snel klauteren we steile trappen op om op de muur te komen. De muur is zo’n 5 meter hoog gemiddeld. Dit deel heeft veel wachttorens op de toppen en dus ook veel steile stukken. Gelukkig is het bewolkt en iets koeler dan in de stad. We lopen en klauteren zo’n 4 uur op de muur met veel fotopauzes. Het is vooral heftig voor de knieën. De gids vertelt vanalles onderweg en er zijn weinig andere toeristen. Een geweldige ervaring! Op de terugweg horen we dat we enorme mazzel hebben gehad. Vanwege zware regens heeft de regering de hele muur gesloten voor morgen. Terug in het hotel regent het al en is het enorm vochtig. ‘S Avonds eten we in een dumpling restaurant.

Dinsdag om half zeven op! Dat doen we niet met de Chef. Om half acht staat er een auto met chauffeur klaar om ons naar het station te brengen. De reis naar Xi’an is 1000km en duurt 6 uur. Het station is een belevenis op zich. Uiteraard enorm, met strikte beveiliging, en na het scannen van ons paspoort nemen we plaats in een specifieke wachtruimte. Het boarden gaat snel en georganiseerd. De eerste klas coupe is luxe en ruim. We passeren meerdere miljoenenstad met eindeloze hoogbouw, waanzinnig. We rijden soms 350 km per uur en de buitemperatuur loopt op van 30 naar 38 graden. Als we aankomen zien we geen chauffeur, maar dat duurt niet lang. Het is nogal een zenuwachtige vent en de rit door de drukke stad is niet echt fijn. Als hij hoort dat ik ‘Belltower’ roep, hij zijn telefoon vraagt ons informatie te geven. We krijgen een keurig verhaal in het Engels. Grappig. Het Eastern House hotel ligt midden in de stad en is superdeluxe. Grote, koele kamer, waar we even uitblazen en een douche nemen. Je mag hier gratis de wasmachine gebruiken, maar dat willen meer gasten. Na even wachten draai ik snel een wasje en hang het, de droger doet het slecht, hangt in de kamer op. We lopen een rondje door een ‘pittoresk’ straatjes, lees: erg druk en toeristisch. Joost heeft een restaurant uitgezocht waar we de locale keuken kunnen proeven. Dat pakt geweldig uit. Gezellige tent waar we koude noodles met vulling en de bekende ‘gourd chicken’ eten. De kip wordt urenlang gemarineerd  gestoomd en dan gefrituurd. En lijkt dan op een kalebas (gourd)??!! Vreemd verhaal, maar de kip is fantastisch.

Woensdag 6 augustus worden we opgehaald door gids Emily. Grappig dat Chinezen in de toeristenbranche allemaal een Westerse naam adopteren. Het is een frêle verschijning en ze praat heel snel. Ze vertelt tijdens de twee uur in de auto vanalles over Xi’an, de oude hoofdstad van China, en het terracottaleger waar we heengaan. Lang verhaal kort, het Terracottaleger bestaat uit 8000 unieke terracottafiguren die als grafgiften werden meegegeven aan de eerste keizer van China, Qin Shi Huangdi. De 700.000 arbeiders werden levend begraven zodat het geheim zou blijven. Het is door boeren pas in 1974 ontdekt en nog lang niet helemaal opgegraven. Het is erg warm als we aankomen. Gids Emily pakt zich helemaal in. De kledingindustrie voor ‘hittekleding’ bloeit hier: jasjes met zonnevlek, sleeves, gezichtsmaskers, petten en jasjes met ventilatoren erin. En het is erg druk. Gemiddeld komen hier 60.000 mensen per dag. Maar, goed georganiseerd. Na de paspoortcontrole is het wel dringen in de 1e en meest belangrijke hal. Emily geeft ons precies aan, waar we ons naar de reling moeten worstelen. In de rest van het complex is het rustiger. Het is overweldigend wat we zien en niet te bevatten. Vooral dat alle beelden uniek zijn, en hol, en dat opgraven betekent het bij elkaar zien te zoeken van stukjes. Er ligt nog veel onder de grond. We rijden terug naar de stad en nemen nog een kijkje bij de Wild goose pagode en in de gekkigheid van de moslimwijk (lees: superdruk en commercieel). S Avonds eten we op aanraden van Emily in een geweldig visrestaurant naast het hotel.

Pfoe, de eerste 6 dagen van onze Chinareis zaten propvol highlights. Wat een ervaringen in een totaal andere wereld. Op naar de tweede week!

Liefs  Marijke

7. Mongolië III: De toerist uithangen

Dag beste lezers, dit is een wat langer verhaal dan gewoonlijk. We vliegen morgen naar China voor twee weken highlights. We zijn nu zo dichtbij (Beijing is 2 uur vliegen) dat we een kennismaking met China niet wilde laten schieten. En we zijn tenslotte 25 jaar bij elkaar, dus een traktatie is op z’n plaats!

Vanuit onze prachtige plek aan de Orkhon rivier rijden we zaterdag 8 juli met Sarah en Wouter naar Tsetserleg. Daar willen we het Naadam festival meemaken. Als we aankomen bij het Fairfield hostel worden we hartelijk ontvangen door de Australische Murray. We mogen bij uitzondering in de achtertuin staan en leveren de was in. Van te voren hadden we aangegeven een lasser nodig te hebben en Murray brengt ons naar de beste mechanic in town. Er staan 3 Duitsers in opgewonden staat, want de stuurinrichting van hun auto is kapot. Dat is wel wat anders dan een spiegel! We laten de spiegel er achter en hopen dat het goed komt. Het gaat flink regenen, dus we besluiten met z’n vieren in de Chef lekker te borrelen en snacken. De volgende dag gaan we met z’n allen naar de kapper (altijd spannend), struinen over de markt, lunchen wat. Als we de was hebben opgehaald rijden we naar et ARA complex, een soort evenemententerrein, waar het Naadam festival wordt gehouden. Op aanraden van Murray gaan we niet te dicht bij staan. Ik voel me niet helemaal lekker en ga op tijd naar bed. Om 10 uur de volgende ochtend start de openningsceremonie, maar dat is Mongoolse tijd. We zitten al vroeg op de tribune op een schaduwplekje, maar het stadion is nog behoorlijk leeg. Pas na anderhalf uur begint er wat in beweging te komen. We kijken onze ogen uit. Het publiek is op zn paasbest gekleed en de dames op hoge hakken. Tijdens de ceremonie wordt er veel op gedragen toon gesproken, presenteren de deelnemers zich en is er zang en dans. Wat een spektakel! We kijken de eerste rondes van het worstelen, dat is de grote publiekstrekker. Ook daar weer veel ceremonieel. De worstelaars komen op, maken een dansje om een jurylid heen, die hun hoofddeksel afneemt, nog een soort adelaarsdansje waarbij ze zich op de benen slaan en dan met de tegenstander aan de slag. Er is geen leeftijdscategorie, dus bij de start worden veel jonge jongens op de grond geworpen. Het gaat er serieus aan toe en lijkt echt een enorme inspanning te zijn! We gaan op zoek naar wat te eten (jaaaah, spicy chicken!) en gaan kijken bij de andere sporten. Heel bijzonder is het ‘ankle bone shooting’, waarbij ze op een laag krukje vanaf een plankje op hun bovenbeen met de middelvinger zeer geconcentreerd een stuk bot schieten richting een rij steentjes. Een soort bowlen met de vinger, zeg maar. Tijdens het geconcentreerd aanleggen, maken de toeschouwers een aanmoedigend geluid: “heeeeeeeuuu”. Fascinerend! Het boogschieten is bekender en dus wat minder spectaculair, maar er doen tenminste vrouwen aan mee. Op het festivalterrein hangt een feestelijke kermissfeer; veel kraampjes met eten en spulletjes. Dit is echt een volksfeest, er zijn maar weinig toeristen te zien. Tijdens de nacht is het best rustig en we wijn niet de enige kampeerders. De volgende dag rijden we naar het terrein waar de aardenraces wordeb gehouden. Helaas net te laat voor de finish. Wel zien we nog de hele meute toeschouwers naar het eindpunt rennen, waar ze proberen nog wat zweet van de paarden aan hun handen te krijgen, bijzonder! Wel zien we zo’n twee uur later de finish van de jongere paarden met wel heel jong jockeys. Paardrijden zit hier in hun bloed. ’s Ochtends heeft Wouter nog op een paard gezeten van een Mongool die langs kwam in ons kampje, maar dat viel niet mee op het smalle zadel. Na een lunch op het festivalterrein gaan we zitten voor de worstelfinale. Het is heet en er wordt driftig geschovern en geduwd om in de schaduw te kunnen zitten. Sarah houdt het lang vol in de zon om foto’s van dichtbij te maken; ik geef het snel op. De wedstrijd is waanzinnig. Vooral in de finale gata het er hard aan toe. Of eigenlijk, er gebeurd niet zoveel maar het is een enorme krachtsinspanning om de tegenstander op de rug te krijgen. Even lijkt het er op dat de kleinste tegenstander gewonnen heeft, maar er wordt driftig met telefoons gezwaaid zodat de scheidsrechters zelf kunnen vaststellen dat dat niet zo was. VAR avant la lettre! UIteindelijk wint de langste worstelaar. Ze zijn bezweet en duidelijk ‘leeg’ en worden gedwongen een traditioneel gewaad aan te doen. Na gefouilleerd te zijn door de politie gaan ze naar de VIP tribune voor hun medailles. Traditioneel maken ze van hun bezwete vestje een zak waarin ze gefrituurde bolletjes krijgen die ze uitdelen aan de menigte. Ik kan heel dichtbij komen met mn camera. Het is fascinerend. Het meeste publiek is dan al lang weg, heel apart. Ondanks dat Sarah iets te veel zon heeft gehad, maakt ze heerlijke soep en tosti’s. Het was geweldig om dit mee te maken!

Zaterdag 12 juli staan we vroeg op want de mannen gaan, samen met de Nederlandse Max, mee met een visexcursie. Sarah en ik doen ons eigen ding in het Fairfield Hostel. We laten nog een wasje doen, bekijken onze reisplannen en werken aan foto’s. Als de mannen terugkomen blijkt dat ze niets gevangen hebben. De gids was ook geen echte visser. Het was wel een mooie tocht en ze hebben zich vermaakt. We halen bij de lokale Koreaan takeaway en zoeken een kampeerplek in de vallei tegenover het festivalterrein. Wat een drukte hier! Mongolen hebben met Naadam een hele week vrij en dan gaan zo ook met z’n allen op pad. Dikke files, overal picknickers en kampeerders en zelfs de grens gaat een week dicht! Het eten smaakt ons best en we doen ter afsluiting nog een potje Rummikub.

De volgende dag nemen we afscheid en gaan Sarah en Wouter naar het noorden en wij naar het oosten, naar Kharkorin. Kharkhorin was in de 13e eeuw de hoofdstad van het Mongoolse Rijk. Dat Rijk is gesticht door Chengiis Khan en uitgebreid door zijn zonen. Op het hoogtepunt strekte het rijk zich uit van Korea tot in Polen, zo’n 23 miljoen vierkante kilometer! Het begint flink te regenen en als we in het stadje aankomen is de lasser helaas gesloten. Dan maar lekker lunchen. Dat valt een beetje tegen. We zetten de Chef op het parkeerterrein bij het Erdene Zuu klooster. Dit is werelderfgoed en dus is het druk. We beleven nog een hilarisch moment als een Mongool heel hard ‘Moi!’ roept. Hij legt uit dat ie Nederlands spreekt omdat hij 5 jaar in het Groningse Wagenborg heeft gewoond. Dan valt bij mij het kwartje pas, ‘moi’ is Gronings voor ‘hoi’! Als het droog is geworden lopen we een rondje om het grote kloosterterrein heen en besluiten achter het klooster te gaan staan, een mooie plek. Maandag 14 juli is het gelukkig droog en kunnen we vroeg het klooster in. Het boeddhistische klooster is gesticht in 1585 en is gebouwd met oude stenen van de vroegere stad Kharkhorin. Een deel van de tempels heeft de politieke zuivering door de communisten in 1939 overleefd. Daarbij zijn honderden kloosters vernietigd en tienduizend monniken vermoord. Stalin wil de dit klooster wel behouden als een soort ‘showpiece’ van godsdienstvrijheid voor buitenlandse bezoekers. Afijn, wij weten weinig van het boeddhisme en dus voelt het wat vreemd om getuige te zijn van de ceremonies die de monniken en gelovigen uitvoeren. De tempels zijn prachtig en rijk versierd. Daarna gaan we naar de lasser terug. Het is een zootje, maar de vrouw spreekt prima Engels. Helaas is haar man er niet, maar wellicht kan ze iemand anders regelen. Of we later willen terugkomen. We gaan eerst naar het museum. Dat blijkt echt de moeite waard. Vooral de geschiedenis van het Mongoolse Rijk is erg indrukwekkend en bij ons totaal onbekend. We keren terug naar de lasser en ze heeft inderdaad iemand gevonden. Even later komt hij aankakken, behoorlijk dronken. Ze is woest, biedt ons excuses aan en dan gaan we maar weer. Dan toch maar in Ulanbaatar proberen de spiegel te repareren. We rijden door naar de zandduinen bij Rashaant, want daar zouden we mooi kunnen staan. Als we daar aankomen, kunnen we niet eens de afslag nemen zo druk is het er! Een en al eettentjes en Mongoolse toeristen. Nou ja, dan rijden we de Chef verderop een heuvel op om te kamperen. Morgen zien we wel verder.

Inmiddels heb ik via Whatsapp contact met Justin, een Amerikaanse mechanic die even buiten Ulanbaatar woont. Deze week heeft hij geen tijd voor ons. We besluiten rustig aan te doen en in de buurt van de hoofdstad wat dingen te doen. Als we wegrijden maakt de Chef een vreemd geluid. We hangen uit de auto en ik ga op de grond liggen om vast te stellen waar het vandaan komt. Geluiden, weten we, zijn altijd erg moeilijk te lokaliseren en nu doet het zich alleen voor als we door kuilen heenrijden. Over het asfalt maken we flink tempo en komen einde middag bij Ulanbaatar aan. Dit is een enorme stad waar de helft! van de Mongolen woont. Het verkeer is notoir druk, maar tijdens de Naadam vakantie valt het reuze mee. We willen naar een plekje boven de stad, waar Daan en Clarine ook gestaan hebben, maar ik vergis me in de uitrit. Ai, nu zitten we op de airport expressway van 28 km en je kunt er niet af! 6 Baans glad asfalt en nagenoeg leeg. We rijden zelf langs de vertrekhal. Nou ja, dan maar naar het Bogd Khan National Park, daar hebben Daan en Clarine ook fijn gestaan. Ook in het park is het best druk met vakantievierders maar we vinden een plekje. We worden direct aangesproken door Tumi, een Engelssprekende hotelmanager. Haar man was een hoge politiebeambte en heeft als ‘peacekeeper’ in Sierra Leone en Soedan gediend. Ze zijn zeer geïnteresseerd in de auto. Tumi vertrouwt me toe dat ze het maar niets vindt dat haar man al op z’n 47e met pensioen is gegaan. Hij lummelt maar wat rond! Ik krijg van haar haar telefoonnummer, want als er iets is dan kunnen zij ons vast helpen! Lief. We slapen uitstekend. De volgende ochtend slapen we uit en na het ontbijt gaan we eerst maar eens flink aan de Chef schudden om te zien of we het geluid kunnen reproduceren. We liggen om beurten onder de auto en hebben het euvel snel gevonden. Als Joost de bout van de stabilisatiestang heeft aangedraaid, is het geluid weg. Pfoe, dat is een opluchting! Verder doen we niet veel deze dag, maar maken wel een wandeling naar het klooster op de heuvel. Op donderdag de 17e gaan we in Zuumod naar de wasserette. In een uur is alles gewassen en droog! We doen boodschappen en tanken water bij een waterhuisje. De man is erg blij met 2000 Tugrik (0,50 cent!); een local raadde ons aan 200 te betalen. We rijden door naar het Chengis Khan monument, een reusachtig eerbetoon aan de grote leider. We gaan naar boven, maar ik vind het veel te eng om naar buiten te gaan. Via een drukke asfaltweg rijden we naar Terelj National Park. Een prachtige vallei met rotsformaties, maar helaas flinke volgebouwd met vakantie accomodaties. We vinden een prachtplek vlak achter de Turtle Rock. De volgende dag wandelen we de vallei door naar een klooster en als we terugkomen komt ineens de truck van Claudio en Carla aangereden. Gezellig! Het begint te regenen, dus we kletsen hoog en droog in hun truck. Ze vertellen enthousiaste verhalen over China waar ze straks 2 maanden met eigen auto door gaan reizen, zonder gids! Dat inspireert. Zaterdag willen we via het noorden het park verlaten en naar Gachuurt rijden. De weg wordt wel erg ruig en vooral eng hellend. We draaien om en rijden via de asfaltweg naar het Riverpoint hostel in Gachuurt. Ooit een ontmoetingsplek voor overlanders, maar we zijn de enige (naast twee groepen hostelgasten, Duits en Frans). We eten lekker mee ’s avonds. De eigenaresse Nara heeft voor ons een taxi geregeld en we rijden zondag naar het centrum van Ulaanbatar. We verkennen een grote department store, bezoeken het nationaal museum en het centrale plein, eten lekker en ik koop twee mooie cashmere truien in de Gobi store. Bij de auto terug, bellen we Margriet voor haar verjaardag en doen nog wat potjes Rummikub.

Maandag 21 juli rijden we naar Justin, de Amerikaanse mechanic. Wat een aardige en rustig vent. Hij heeft duidelijk veel verstand van autotechniek. Eerst begint hij aan de reparatie van onze spiegel en daarna doet hij een grote controleronde langs alle bevestigings- en vetpunten. Wat een topgast. Hij vertelt precies wat hij doet en wat hij ergen van vindt; zo leren we veel. Intussen zien we steeds meer mensen uit het enorme huis komen. Justin’s vader was missionaris en heeft een weeshuis gesticht in Mongolië. Daarna is Justin en zijn twee zussen hier gebleven. Justin heeft inmiddels een Mongoolse vrouw en 7! kinderen. Ze zijn duidelijk erg christelijk, met lange rokken aan en de kinderen krijgen homeschooling. Een ouder Amerikaanse echtpaar is op bezoek en ik krijg van haar een genaaid portemonneetje met een bijbeltekst er in. Ook naait ze Joost z’n korte broek! Net Jacomien ;-). Inmiddels is er ook een jong Frans stel aangekomen met een Citroen camper die nogal veel problemen heeft. Helaas moeten ze veel onderdelen uit Frankrijk laten komen. Ik bied aan om voor ze te koken en daar zijn ze heel blij mee! We besluiten een nachtje bij Justin te blijven staan. Dinsdag rijden we anderhalf uur door de stad heen om naar het noorden te gaan. Aan het einde van de middag hebben we er zo’n 270 km op zitten en vinden een plekje langs een binnen weggetje. Er komen best wat auto’s langs maar iedereen zwaait terug. Eigenlijk maakt het hier niet uit waar je gaat staan, ze vinden het allemaal best en doen het zelf ook! Inmiddels hebben we het plan opgevat om twee weken te nemen om kennis te maken met China. Omdat het kort dag is, vragen we DimSum Reizen een trip in elkaar te draaien. Daar zijn ze in gespecialiseerd. We krijgen al snel een eerste voorstel.

Woensdag de 23e juli gaan we op pad om naar een afgelegen klooster te rijden met de onuitsprekelijke naam Amarbayasgalant. Ook dit klooster heeft de communistische vernietiging overleefd. De weg er naar toe is berucht om zn slechte staat vooral bij regen. We eten eerst de nationale schotel tsivan (noodles met lamsvlees) bij een ger (yurt). Daarna laten we de banden af en gaan op pad. Het pad is inderdaad ruig met wat steile en rotsige stukjes maar best te doen. De valleien zijn prachtig groen.

Als we na ruim 2 uur aankomen bij het klooster besef ik me dat we niet de gebruikelijke route hebben gereden. Ach ja. We kletsen wat met andere toeristen en verkennen het klooster. De monniken zijn er even niet, maar de koeien wel! Toch een raar gezicht. We besluiten de Chef pal voor het klooster te parkeren voor de nacht. In de avond gaat inderdaad het licht aan. De volgende dag rijden we nu wel de gebruikelijke route terug. Zeker makkelijker maar niet zo comfortabel met wasbord en diepe geulen. We vervolgen onze weg naar Bulgan en na enig zoeken vinden we een prachtplek aan de Orkhon rivier. We staan er helemaal alleen. ’s Avonds gaat het enorm onweren en regenen. Het is zo prachtig dat we lekker een dagje blijven staan. Via Whatsapp hebben we contact met Sarah en Wouter en stomtoevallig willen ze ook bij de vulkaan gaan kamperen. Goed idee! Als we daar net een uurtje staan komen ze aangescheurd. Met een knipoog hadden ze gevraagd wat we vanavond gingen eten, dus ik ben aan de slag gegaan. Heel gezellig eten we samen en doen ook nog twee potjes Rummikub. De volgende ochtend vertrekken zij, voor wij opstaan, naar Ulaanbatar voor een afspraak met de garage. Eerst lopen we naar de rand van de oude vulkaan (steil!) en daarna verkassen we10 km verderop naar een plekje waar we goed bereik hebben en mooi uitzicht!

Onze trip naar China is inmiddels definitief en we worden steeds enthousiaster. Met nog twee mooie kampeerplekjes om te overnachten, arriveren we op woensdag 30 juli weer in Ulaanbatar. Het lukt niet om bij een vrachtwagensloop een goede spiegel te vinden, maar het lukt wel om bij de enorme Mercedes garage nieuwe rubbers voor de Chef te bestellen. Kost wel wat om die vanuit Duitsland met DHL te laten komen. We worstelen ons weer door het verkeer, pikken een Koreaanse Takeaway op en arriveren rond 19.30 uur bij Justin. Daar blijft de Chef twee weken veilig staan. Taxi regelen naar het vliegveld, tasjes pakken, auto parkeren en op naar China! Ik lach Amerikanen wel eens uit als ze in twee weken heel Europa doen, nou, dat gaan wij met China doen: Beijing, X’ian, Chengdu, Yangshuo en Guangzhou. Een rollercoaster! En daarna gaan we beslissen wat we gaan doen met de rest van onze reis en de plannen voor de komende jaren……. Never a dull moment 😉

Veel liefs! Marijke

Maandag 24 juli rijden we naar Justin, de Amerikaanse mechanic. Wat een aardige en rustig vent. Hij heeft duidelijk veel verstand van autotechniek. Eerst beint hij aan de reparatie van onze spiegel en daarna doet hij een grote controleronde langs alle bevestigings- en vetpunten. Wat een topgast. Hij vertelt precies wat hij doet en wat hij ergen van vindt; zo leren we veel. Intussen zien we steeds meer mensen uit het enorme huis komen. Justin’s vader was missionaris en heeft een weeshuis gesticht in Mongolie. Daarna is Justin en zijn twee zussen hier gebleven. Justin hefet inmiddels een Mongoolse vrouw en 7! kinderen. Ze zijn duidelijk erg christelijk, met lange rokken aan en de kinderen krijgen homeschooling. Een ouder Amerikaanse echtpaar is op bezoek en ik krijg van haar een genaaid portemonneetje met een bijbeltekst er in. Ook naait ze Joost z’n korte broek! Net Jacomien ;-). Inmiddels is er ook een jong Frans stel aangekomen met een Citroen camper die nogal veel problemen heeft. Helaas moeten ze veel onderdelen uit Frankrijk laten komen. Ik bied aan om voor ze te koken en daar zijn ze heel blij mee! We besluiten een nachtje bij Justin te blijven staan. Dinsdag rijden we anderhalf uur door de stad heen om naar het noorden te gaan. Aan het einde van de middag hebben we er zo’n 270 km op zitten en vinden een plekje langs een binnen weggetje. Er komen best wat auto’s langs maar iedereen zwaait terug. Eigenlijk maakt het hier niet uit waar je gaat staan, ze vinden het allemaal best en doen het zelf ook!

Woensdag de 23e juli gaan we op pad om naar een afgelegen klooster te rijden met de onuitsprekelijk naam Amarbayasgalant. Ook dit klooster heeft de communistische vernietiging overleefd. De weg er naar toe is berucht om zn slechte staat vooral bij regen. We eten eerst de nationale schotel tsivan (noodles met lamsvlees) bij een ger (yurt). Daarna laten we de banden af en gaan op pad. Het pad is inderdaad ruig met wat steile en rotsige stukjes maar best te doen. De valleiden zijn prachtig groen. Als we na ruim 2 uur aankomen bij het klooster besef ik me dat we niet de gebruikelijke route hebben gereden. Ach ja. We kletsen wat met andere toeristen en verkennen het klooster. De monniken zijn er even niet, maar de koeien wel! Toch een raar gezicht. We besluiten de Chef pal voor het klooster te parkeren voor de nacht. In de avond gaat inderdaad het licht aan. De volgende dag rijden we nu wel de gebruikelijke route terug. Zeker makkelijker maar niet zo comfortabel met wasbord en diepe geulen. We vervolgen onze weg naar Bulgan en na enig zoeken vinden we een prachtplek aan de Orkhon rivier. We staan er helemaal alleen. ’s Avonds gaat het enorm onweren en regenen. Het is zo prachtig dat we lekker een dagje blijven staan. Via Whatsapp hebben we contact met Sarah en Wouter en stomtoevallig willen ze ook bij de vulkaan gaan kamperen. Goed idee! Als we daar net een uurtje staan komen ze aangescheurd. Met een knipoog hadden ze gevraagd wat we vanavond gingen eten, dus ik ben aan de slag gegaan. Heel gezellig eten we samen en doen ook nog twee potjes Rummikub. De volgende ochtend vetrekken zij, voor wij opstaan, naar Ulaanbatar voor een afspraak met de garage. Wij verkassen 10 km verderop naar een plej waar we goed bereik hebben en mooi uitzicht! Inmiddels

6. Mongolië II: Grandioos offroad

Zaterdag 28 juni gaan we met Sarah en Wouter (@star_troopy) op pad. Op grove aanwijzing van Marvin, de hosteleigenaar, heb ik op de digitale kaart de route uitgevogeld. Helemaal duidelijk is het niet; niet alle wegen en tracks/sporen staan op de kaart, weten we inmiddels. We gaan een laatste keer naar de reusachtige Nomin supermarkt om in te slaan. Wat groente hebben we gisteren op de markt in Khovd gekocht. Na Makhan gaan we het asfalt af waar ik denk dat het goede spoor naar Chandmani ligt. Wij rijden over grove kiezels (rivierbedding), volgen de electriciteispalen en moeten door de rivier. Na een half uur kruisen we ineens een talud met asfaltweg! Ah, dus toch een echte weg. Op nog geen enkele kaart zichtbaar. Dat rijdt beter. Al snel worden we er vanaf geleid, de weg is nog niet helemaal af. Vlak voor Chandmani moeten we een spoor naar het Dörög meer volgen. Het regent inmiddels en we zien vele sporen, de middelste dan maar! Af en toe staat er een paaltje op de steppe, zal wel een wegpaaltje zijn. De ondergrond is gelukkig hard, dus we halen zo 40 km/u! In de buurt van het meer wordt het pad modderig, en daar houdt de Chef niet van. Wouter scheurt nog even vooruit, maar de modder spat hoog op. We zoeken een droge plek met gravel om te staan. En niet te dicht bij het meer, vanwege alles dat rondvliegt. Zo, eerst maar een biertje! We eten gezellig met zn viertjes binnen. Ik maak een curry met rijst. De volgende ochtend schijnt de zon gelukkig en zien we af en toe een auto rijden (meestal een Prius), die de ‘weg’ trotseert. We gaan nog even bij het beloofde ‘strandje’ kijken, maar het ziet er niet aantrekkelijk uit. We besluiten het spoor te volgen waar we de auto’s op hebben gezien en houden koers op het dorp Khokh Mörit. We doen de hele dag over 95km. De weg voert door prachtig landschap (ja, regelmatige fotostops), maar is echt slecht. Wasbord, zand, modder, maar man, man, wat mooi. Buiten het dorp let ik even niet goed op en rijden we een hele steile en zanderige helling af. Hmm, naar beneden gaat wel, maar hier komen we niet meer tegenop. Ik vind een pad dat terug lijkt te gaan naar het juiste spoor, maar al dat zand is spannend. Nog steeds wel grip gelukkig. We maken ons kampje en zetten de luifel uit. Het is warm en de zon fel. Ik ga met Sarah op onderzoek uit hoe we bij het spoor uit kunnen komen. Ik weet niet of het slim is om met deze ondergrond door te rijden. Sarah maakt iets heerlijks met bulgur. S nachts koelt het lekker af gelukkig.

Na het ontbijt krijgen we diverse locals op de brommer op bezoek. Communicatie blijft beperkt, maar ze vinden het bar interessant om te zien hoe de mannen een controlerondje om de auto’s doen. Joost vindt dat we verder moeten rijden en met de juiste snelheid gaat dat goed in de zanderige sporen. Toevallig grijpt Joost de standaard met twee buitenspiegels net op tijd vast. Het hele geval breekt af en ploft in het zand (spiegels nog heel). Ai, dan maar even zonder. Na 20km zien we het meer met de lange rij zandduinen er achter, Mongol Els NP. Vanaf de weg is het meer dan nog 6 km. Ervoor ligt een grote vlakte met gras en flink wat yurts met grote kuddes. Wonderlijk dat hier ineens mensen wonen en we hebben (weer) 4G bereik. We proberen bij het meer te komen, maar de grond is of heel zanderig of soppig. Dan hier maar! Effe lekker rustig aan. S Avonds gaat het hard waaien en wordt de lucht donker. Ik maak een goed gevulde tonijnsalade. Na een prima nacht, komt er na het ontbijt een auto aangereden van een verderop gelegen yurt. Sarah loopt erop af en voor ze het door heeft, krijgt ze van een klein meisje een pakketje in haar armen gestopt, een baby! Duidelijk nog heel klein. Ze is als de dood dat de auto wegrijdt 😋. De moeder kruipt achter het stuur vandaan en maakt foto’s. Gezellig! Ik geef het meisje een mandarijn, geen idee of ze weet wat dat is.

Deze dag rijden we een prachtige route richting Jargalan. Midden in het landschap zien we een grote vrachtwagen staan. Echt geen idee hoe die daar is gekomen! Ook deze route heeft weer de nodige uitdagingen aan steile hellingen, wasbord en stenige rivierbeddingen. Na de mooie bergen komen we op een enorme vlakte uit. Ineens zie ik wat rennen aan de horizon: gazellen! We zien drie keer een groepje in de verte. Veel te snel en ver weg voor foto’s. Achter wat rotsen maken we ons kamp. Sarah tovert weer wat lekkers uit haar keukentje en we douchen achter de auto. De camera op statief staat klaar voor de gazellen, maar die laten zich niet meer zien. Aan de overkant van de vlakte, zeker 3km weg, staat een yurt. We zien er niets, maar in het donker brandt er ineens een lichtje. Dit land is leeg, maar mensen zijn nooit ver weg. S nachts gaat het keihard waaien en horen we Wouter het hefdak dichtdoen. Die gaan in het krappe benedenbed slapen.

We vervolgen de route naar Jargalan. Zo’n 80km van een volgend dorp of asfaltweg vandaan, maar tot onze verrassing heeft dit dorp goede voorzieningen! Twee banken, wat supermarktjes, een school, ziekenhuisje, benzinepomp, afvalcontainers en een waterhuisje. Met de hulp van een local vullen we water bij, doen wat boodschappen en tanken. Over een ruige weg rijden we richting de bergen. Na een rotsige en steile oversteek van een droge rivierbedding (met bomen!) vinden we een plekje voor de nacht. Er komen verbazingwekkend veel personenauto’s voorbij. Hoe trotseren die deze wegen?? Tja, de Chef heeft waarschijnlijk echt meer last van alle hobbels en kuilen dan de lichte Priussen of goed geveerde Landcruisers. Het gaat helaas regenen, dus we eten de quesadilla’s met bonenschotel binnen. De route naar het stadje Altai duurt dan nog best lang. We gaan over een steile pas van 2400m, nog wat modderpassages onderweg en zelfs door een rivierbedding. In Altai rijden we gelijk naar een leuk tentje om te lunchen. Sarah en Wouter lukt het om hun visaverlenging te betalen, geweldig. We shoppen nog wat in een vreemd gesorteerde supermarkt en gaan weer op pad. De route die ik richting Tashir had bedacht, houden we na 10km voor gezien. Zelfs de bypass, die naast de officiële gravelweg is ontstaan, is vreselijk. We vinden een plekje in de heuvels. Morgen verder!

Vrijdag 4 juli maken we er een rijdag van. Als alternatief rijden we over de ‘snelweg’ richting Bayankhor. Prima weg! We overnachten bij Buutsagaan, waar Joost de Chef met flink geweld weer uit het zand krijgt. Helaas is de weg richting Arvaikheer slecht. Dat kost veel energie. Het wordt ook erg donker en begint te regenen. Ik heb een route uitgestippeld om dwars door de bergen naar Bat Ölzii te komen. Het startpunt is ondergelopen, maar iets terug vinden we een goed spoor. Als we de auto’s neerzetten, blijken we òp het (oude) spoor te overnachten. Ook hier weer regelmatig auto’s die met veel kabaal en hoge snelheid langsrijden (over al die andere sporen). De zondag wordt een uitdagende rijdag. Na het passeren van twee dorpjes volgen twee rivierdoorwadingen, want wij zijn te zwaar voor de brug. Bij de eerste rivier zijn twee gasten op een brommer zo aardig om even te demonstreren hoe (on)diep de oversteek is! Met een nat pak tot gevolg! Bij de tweede oversteek staat een Prius vast. Die had dus over de brug gekund, zou je zeggen. Wouter heeft de auto in no-time eruit gelierd. Als de Chef door het water rijdt, lijkt het net een klein plasje. Dan omhoog de bergen in door een goudmijn gebied. We zien geen goud maar wel veel groot materieel. Zouden die ook over dat spoor zijn gekomen?! Een raadsel. Na een flink steile helling, zijn we over de top van 2400m. Godzijdank is het nog droog. De weg naar beneden is heel steil over grof grint, niet prettig. Het uitzicht is wel mooi, ineens rijden we tussen groene dennenbomen en doorkruisen groene vlaktes met stroompjes, paarden en yaks! Yaks zijn fotogeniek met hun lange haren en ze communiceren door te brommen. Je blijft er naar kijken. De weg is inmiddels vol met modderige kuilen en we moeten regelmatig door water. De regen komt er aan, dus we zetten de auto’s neer. Als het begint te regenen en hagelen willen de geiten onder de Chef schuilen en hun horens krabben aan de auto. We roepen en klappen, maar ze eronder uit krijgen is nog niet zo eenvoudig! Even later komt een kudde yaks, opgejaagd door een herder op een brommer op onze auto’s af. Snel naar binnen! Wel een mooie kans om foto’s te maken. Het lukt niet zo heel best om die beesten in bedwang te houden. We staan op een magnifieke plek midden tussen (op afstand) 3 groepjes yurts met hun kuddes. Grandioos om hun leven op een afstandje te kunnen bekijken. Af en toe komt een nieuwsgierige buurtbewoner langs. De volgende dag is het gelukkig droog, maar de weg niet!

De kilometers naar Bat Ölzii zijn pittig en tergend langzaam. Een aantal keer verkennen we samen hoe Joost de Chef door de modder kan krijgen. Voor de Landcruiser is het een stuk gemakkelijker! In totaal doen we in twee dagen 10 uur over 58km. De foto’s en video’s laten helaas niet goed zien, hoe moeilijk het was!

Als we bij de vallei van Bat Ölzii aankomen schijnt de zon. We kijken nog even bij een yurt in aanbouw (inclusief zonnepaneel, wasmachine en led televisie). We krijgen een kom melk en die smaakt heerlijk. Na even zoeken vanwege wegwerkzaamheden vinden we een prachtplek aan de Orkhon rivier (met yaks!).

Het waren spannende routes die we niet hadden willen missen. De Chef heeft het prima gedaan en onze (ok, die van mij) verwachtingen overtroffen. Uiteraard dankzij de rijkunst van Joost. Dankzij het uitstekende gezelschap van Sarah en Wouter konden we dit samen doen. En bedankt Sarah voor de prachtige foto’s die je van ons gemaakt hebt! Echt een grandioze herinnering aan onze reis naar Mongolië.

Liefs, Marijke

5. Mongolië I: Spoorzoeken in de leegte

We wilden in 2022 al naar Mongolië, maar nu komt het er eindelijk van. Op 16 juni gaan we vanuit Rusland bij Tashanta de grens over. We hebben het een en ander aan ervaringen gelezen, dus we staan om 5 uur op. Ai, als we om half zeven bij de grens aankomen realiseren we ons dat op maandag er een rij staat van zaterdagavond en zondag, omdat de grens altijd gesloten is na 18 uur en de hele dag op zondag. De Duitse met de 3 kinderen staat dus al in de rij vanaf zaterdagmiddag. Er staan 45 auto’s voor ons en tot 9 uur gebeurt er sowieso niets. Joost gaat wat klussen aan de auto, we ontbijten, lezen en drinken koffie. De rij komt langzaam in beweging en om half 11 mogen we de grens van Rusland binnen. Het duurt 1 uur en mensen zijn aardig. Dan 26 km niemandsland en om 12.15 uur staan we in de Mongoolse rij. Helaas start dan hun lunchpauze en sluiten ze het hek. Pas na twee uur komt er weer beweging in. De procedure is erg vaag en duurt erg lang! Ook ons Nederlandse paspoort wordt uitgebreid bestudeerd. Na in totaal 11 uur zijn we de grens over, een record! We kopen snel een autoverzekering en gaan op pad naar Olgii. Het grootste deel van de weg is mooi geasfalteerd, maar een flink stuk een berg over is een ruige weg gebleven. Het landschap is leeg en indrukwekkend. In Olgii gaan we direct naar de geldautomaat en het lukt om te pinnen. Een simkaart moet wachten. We rijden naar een guesthouse waar je kunt kamperen. Er staat al een Zwitserse overlander. Het blijkt niet zo gewoon om te kamperen, maar gelukkig vindt de Engels sprekende eigenaar het geen probleem. We douchen snel, eten wat en raken in gesprek met de Duitse Anna. We zitten in de Chef want het regent. Buiten scharrelen geitjes. Het is een vreemde plek!

De volgende morgen brengen we de was naar een wasserette. De dochter Khoz is lerares Engels en helpt haar ouders in de zomermaanden. We kopen een simkaart en drinken koffie met appeltaart. Dan gaan we proberen ons visum te verlengen. Je krijgt automatisch 30 dagen en we besluiten met 18 dagen te verlengen. Online komen we er niet helemaal uit, dus we gaan naar de immigratiedienst. Lang verhaal kort, de dame is erg aardig maar het moet toch via de website! Ik mag haar computer gebruiken, we betalen bij de bank tegenover en dan zijn de aanvragen gelukt. De volgende dag halen we de was op en Khoz biedt aan ons naar haar oom te brengen, een eagle hunter. Eagle hunting is een oud Kazachse traditie. De sport wordt alleen in het najaar beoefend. Met de Chef rijden we ’s middags achter Khoz aan, die moeder en kinders heeft meegenomen. De rit duurt 3 uur en ze leidt ons door rivieren en over lange wasbordwegen, een goede introductie in Mongools autorijden. De meeste herders hebben een Toyota. Meestal een Prius, soms een Landcruiser of een andere 4×4. We zien de kleinste auto’s ruige wegen trotseren met een hoop kabaal.

Het yurtkamp ligt aan de voet van de Tsambagarav in een groen landschap met riviertjes. We worden onthaald met ‘milky tea’ en een tafel vol lekkers. Nou ja, de gedroogde yoghurtsnoepjes zijn zout en zuur; de crumble is lekker. De thee smaakt prima en ze blijven doorschenken. Intussen vertelt Khoz vanalles over het eagle hunten en het yurt leven. De oude baas, Sailau, is 76 en heeft vele medailles gewonnen. Hij legt uit dat de vrouwtjes adelaar in de zomer heel rustig gehouden wordt en matig te eten krijgt. Na de zomer begint het trainen en krijgt ze konijn. Dan neemt de jachtlust toe. Hoe het er precies aan toe gaat, blijft onduidelijk. Hij neemt ons mee naar buiten en haalt de (geketende) adelaar uit de kooi. We krijgen kleding aan van wolven- en vossenbont. De show kan ons niet zo bekoren. Leuker is om hun levensstijl te leren kennen. Ze verhuizen maar liefst 4x per jaar. Er is een rijdende dokter en op de berg staat een mast met 4G internet. Wel bestaat er een hiërarchie; gegoede families staan op gras bij water in de buurt, en we zien een vast toilet (afgeschermd gat in de grond). Sailau heeft meerdere yurts voor zijn kinderen en rijdt een oude Lexus 450.

De kindjes smeken Khoz om een YouTube filmpje op te zetten. Ze kleden zich om en doen fanatiek de danspasjes na uit het filmpje. De hele familie kijkt en klapt trots mee. Het is echt leuk en relaxed. Daarna krijgen we verrassend lekker te eten; geconfijt paarden- en lamsvlees met opgerolde noodles en weer thee natuurlijk. Groente eten ze niet, afgezien van een verdwaalde aardappel of wortel. S Avonds dartelen de kindjes tot laat om de Chef heen. Khoz, onze gids, vertrekt naar huis en wij zetten de Chef goed voor de nacht. De oude baas komt spontaan bij ons binnen. Met een biertje erbij weten we toch wat te communiceren. Hij heeft het duidelijk naar z’n zin! We slapen heerlijk op bijna 2000meter.

De volgende dag maken de koeien tegen de auto ons wakker en eten we rustig ons eigen ontbijt. De oude baas biedt thee aan, maar wij vinden het leuker als hij ons meeneemt naar een yurt in aanbouw. Dat gaat zo razendsnel, dat ie al staat als we aan komen lopen. We drinken thee met de familie en werklui en gaan op pad. Hmmm, nu moeten we de rivier door en de weg zien te vinden zonder hulp. Gelukkig heb ik onze route gisteren opgenomen en lukt het ons de rivier door te komen. De weg vinden en opkomen is lastiger. Ze hadden gezegd, rechts aanhouden, dus we kiezen de meest rechtse uit de sporen. De weg is rotsig en erg ruig. Bij een yurt vraag ik of we goed zitten, ja hoor! Na 15 km door een mooie vallei zie ik geen track meer. Uit een yurt komt een dame die me verzekerd dat er geen weg meer is. Ai, tikkie terug! We vinden het juiste pad en gaan staan ergens tussen de bergen. Af en toe komt er iemand langs, soms met paarden of kamelen. Heerlijk zo. De Chef en bestuurder doen het geweldig.

We vervolgen de track naar de hoofdweg en nemen nog een herder mee die met een lege fles benzine staat te zwaaien. Langs de weg zit een winkeltje waar we sigaretten kopen om uit te delen (herders roken flink!). We rijden een eind op een mooie asfaltweg richting Khovd. Ik zie een leuk kampeerplekje aan een riviertje. Het is 30 graden dus dat spreekt ons wel aan. De omgeving is dor en droog, dus we kunnen ons geluk niet op en dompelen ons in de koude rivier. Prachtplek! De volgende dag rijden we naar het Fairfield hostel in Khovd en worden hartelijk onthaald door eigenaar Marvin. Er is genoeg ruimte om te kamperen, een wasmachine en luxe badkamers. Eerst genieten we van heerlijke tosti’s met fantastische koffie. We gooien de was in de machine en gaan lopend het stadje in. S Avonds prima uit eten in het Khovd hotel. De keuze is beperkt want er is geen stroom! Om toch wat te bewegen lopen we zondagochtend 4 km naar een buddistisch klooster. Het is heet en we blijven even zitten om de rituelen te bekijken. Geen idee eigenlijk hoe het werkt, daar moeten we nog wat over lezen! Een monnik biedt ons thee aan. Als we teruglopen drinken we een lekkere cappuccino in een koffietentje, erg populair hier. S Middags slaan we boodschappen in in de Nomin supermarkt. Een bizar grote supermarkt zoals je die ook in Frankrijk hebt, met campingsspullen, brommers, eten en drinken. Wijn is prima en betaalbaar en ze hebben allerhande buitenlandse levensmiddelen. S Avonds eten we bij een Chinees restaurant van een jong stel. Heerlijk. Het is zoveel dat we er nog een dag van kunnen eten.

Op aanraden van Marvin halen we eerst groente op de markt (lastig te vinden hier!) en gaan tanken. In principe kun je hier overal pinnen maar Mastercard wordt nauwelijks geaccepteerd en de Visa mondjesmaat. Gelukkig hebben we veel cash ingeslagen. We rijden naar het zuiden en proberen de weg naar het dorp Mönkhkhaikhan te vinden. In de eerste vallei kunnen we moeilijk het juiste spoor naar de rivier vinden. Dan blijkt de brug te smal voor de Chef. We scharrelen langs de rotsformaties en besluiten te gaan staan met uitzicht op de leegte. Niemand te zien. De volgende ochtend komt een jonge vent op een splinternieuwe Chinese brommer langs. Het plastic zit nog om de lampen. Hij doet erg z’n best om met een vertaalapp met ons te communiceren. We moeten vreselijk lachen als hij roept: 3×3 basketbalkampioenschap in Ulaanbaatar! als hij hoort dat we uit Nederland komen. Geweldig. Ook een auto met 3 mensen komt langs, maar het lijkt of ze moeilijk begrijpen dat we geen Mongools spreken. Het houdt dan snel op. We rijden naar de doorgaande asfaltweg en zien even verder een bord met Mönkhkhaikhan er op. Nou ja, blijkbaar toch de verkeerde vallei genomen. Na wederom flink spoorzoeken en manoeuvreren tussen rosten staan we inderdaad voor de ingang van een gorgeous. Een man op een brommer probeert ons ervan te overtuigen dat we die weg echt niet in moeten met De Chef. Nou, dan gaan we maar lopen. OK, het had gekund, maar het pad is vreselijk. Een landcruiser komt ons rammelend voorbij. Toch weer anderhalf uur gelopen. We hobbelen terug naar de asfaltweg en rijden naar het zuiden, richting de grens met China. Geweldige weg met zo’n lang steil stuk naar 2500 meter dat de Chef protesteert. We parkeren m ergens in een dip in de prairie. De wind giert om de auto. De volgende morgen lopen we een uurtje in de leegte en verwonderen ons over de diversiteit aan drollen in het landschap. Joost wil een dorp van dichtbij zien en dus rijden we naar Most. Zowaar via een asfaltweg. Twee jonge mannen wilen de auto wel even van binnen zien en op de foto. In het dorp zien we een aantal winkeltjes, kopen wat koekjes en tonijn, een bank, speeltuin en een buurthuis. Gebruikelijk is hier dat huisjes en gers (yurts) door elkaar staan. Ik word aangesproken vanuit een auto: Do you need any help? Blijken broer en zus die in Zwitserland wonen, maar hier uit het dorp komen. Ze zijn druk bezig met het voorbereiden van zijn bruiloft, waarvoor ze een yurtkamp opzetten. Wauw. Ik geef aan dat we water willen tanken. Ah, dat regelen ze wel even. We komen bij een waterhuishouding dat je in bijna ieder Mongools dorp vindt. Koel en zuiver drinkwater, maar je hebt wel een pasje nodig om de pomp te activeren. Helaas is de stroom uitgevallen, dus ook het geleende pasje van de benzinepomp doet het niet. We nemen afscheid en rijden weer richting het noorden. Omdat we op heel veel plekken bereik hebben, weten we dat Sarah en Wouter naar Khovd onderweg zijn. Leuk! We besluiten om nog de vallei naar een grote grot in te rijden en daar te overnachten. De grote hebben we nooit gezien. De weg is zo belabberd, dat we de Chef halverwege parkeren en in de schaduw een biertje nemen. De wind zorgt ervoor dat veel onverharde wegen hier in ongenadig wasbord veranderen, echt een drama voor onze auto. Het is een wonder dat alles er nog in zit! Donderdag 26 juni rijden we terug naar het hostel. Als we s avonds met een Franse lifster uit eten willen, staan Wouter en Sarah voor de deur. Gezellig gaan we met z’n vijven weer Chinees eten. We hebben het plan een lange offroadroute te gaan rijden samen. Ook weer een tip van Marvin. En dus gaan we op jacht naar groente. Het komt met bakken uit de hemel als we op de markt zijn. Joost stoot ongenadig zijn hoofd! S middags staat er ineens een Nederlandse dame voor onze neus, die gehoord had dat we hier stonden. Grappig. We bekijken hun indrukwekkende 6×6 Mercedes Sprinter en drinken samen koffie. Ook bij de Chinees komen we ze weer tegen. Met Sarah en Wouter hebben we een hele gezellige avond en kijken uit naar onze tocht.

Onze eerste twee weken Mongolië waren vol met nieuwe indrukken. Een land dat we nu al met geen ander land kunnen vergelijken. Heel veel mooie leegte, slechte wegen, en toch overal mensen. We genieten volop!

Veel liefs, Marijke

4. De legendarische Chuysky Trakt

In 2019 zijn we niet oostelijker dan Petropavlosk gekomen in West-Siberië. Wel heb ik toen gekeken naar de beroemde route door de Altai, de Chuysky Trakt. In de top 10 van toeristische plekken voor de reizende Rus. Voor mij leek het een rustieke tocht over slechte wegen door de Siberische bergen van bijna mythische proporties, en de toegangspoort tot Mongolië. Tijd om zelf eens te gaan kijken!

Op vrijdag 30 mei worden we wakker op een Russisch weiland. Na het ontbijt douchen we even snel, want de meeste muggen zijn vertrokken. We rijden een omweg om 60 km onverharde weg te mijden. Maar, zoals wel vaker, is een onverharde weg vaak beter dan slecht asfalt met gaten! Wel leuk dat we bij wegwerkzaamheden worden aangesproken door een locale bewoner, die erg enthousiast in het Russische tegen mij van wal steekt. Het lukt me nog wel om te vertellen dat we toeristen zijn, dat dit inderdaad een ‘автодом’ (letterlijk autohuis) is en dat we uit Nederland komen. Wat ons vaker overkomt, is dat ik kan zeggen dat we een klein beetje Russisch spreken, maar in hun enthousiasme vergeten ze dat al snel. De man haalt zijn dochter Julia erbij, zij leert Engels op school. Very good! Doet wel goed zo’n ontmoeting, het voelt toch wat spannend om in Rusland te zijn. We doorkruisen rustige dorpjes en na 90km hobbelen komen we op de doorgaande weg naar Barnaul. Helaas kent ook die weg slechte stukken. Onderweg doen we de eerste boodschappen bij de Magnit, waar ze natuurlijk vragen of we met kaart betalen. Dat gaat helaas niet! We lunchen wat naast een militair monument waar een mooi geschilderde oude tank naast staat, nr. 62 (alle tanks zijn genummerd). Het monument gedenkt het einde van WWII in 1945, dat je hier overal ziet terugkomen en groots gevierd wordt op 9 mei. We vinden een prachtige plek aan een meer waar we nog lekker even buitenzitten voordat de muggen komen!

We slapen uitstekend, zien niemand en rijden naar Barnaul, de poort naar de Altai, het ‘Zwitserland van Rusland’. We worden hartelijk ontvangen in hostel Izba door Natalia, een flinke opgemaakte oudere dame. Ze is helemaal opgetogen buitenlanders te zien. Ze spreekt ook nog eens prima Engels, want ze is lerares geweest.  Ze verwijst ons naar haar zoon Alex die in de tuin aan het werk is. ‘You are rare!’ roept hij uit. Het is al even geleden dat hij Europeanen zag. Het is geen hostel meer, maar een pension, maar als we in de auto slapen mogen we natuurlijk de wasmachine, droger en douche gebruiken. We eten snel wat en ik bel Jaap en Jacomien. Natalia ontfermt zich over de was. We maken een stadswandeling langs oude tsaristische huisjes en een mooie kerk. Als we terugkomen mogen we bij de buurman op het erf staan. Als we net zitten met een biertje, komt de verbaasde buurman aan die aangeeft de eigenaar te zijn. Ik ren naar Alex en het is al goed (volgens mij zegt ie tegen hem, dat hij zich niet zo druk moet maken). ‘S Avonds gaan we fantastisch uit eten in een “panaziatische” bar (van sushi tot kimchi zeg maar). De jonge kelner spreekt prima Engels, maar studeert Frans!

Als we zondag vertrekken, mogen we absoluut niet betalen van Alex, wat aardig! We rijden  over een mooie weg naar Biyisk, kopen eieren en laten ons dure zaadjes aansmeren (goed voor de nieren?), worden aangehouden (‘Hello!’) en mogen doorrijden. We vinden een heerlijke plek aan de rivier. De picknickende familie sjeest regelmatig voorbij op een oude zijspan en knikken alleen maar, als wij zwaaien. Opmerkelijk genoeg zwaaien ze uitbundig terug als ze daadwerkelijk vertrekken. Mogelijk begrijpen ze niet waarom wij zwaaien als zij nog niet weggaan?

Maandag 2 juni rijden we over de prachtig aangelegde Chuysky Trakt, volgens de Lonely Plant één van de 10 mooiste wegen ter wereld, naar Gorno-Altaysk. We wisselen Euro’s bij de Sberbank (snel en professioneel) en maken een praatje met een Russische toerist die ons in het Engels aanspreekt. We vullen bij een waterpunt in een woonwijk onze tank met behulp van een lege 5L fles. In heel Rusland vind je deze ‘kalonka’s’, nog uit de tijd dat mensen geen waterleiding hadden. Met de Russische Google, Yandex, vind je deze bronnen, superhandig. Een jonge vent met een lege fles in de hand vraagt waar we vandaan komen en of we in de auto slapen. Dat soort gesprekjes hebben we veelvuldig!

Omdat we de Altai echt willen bekijken en niet alleen erdoorheen, besluiten we naar Aktybash te rijden, aan de noordpunt van het Teletskoye meer. De weg start mooi, maar wordt dramatisch slecht. We parkeren de Chef in een weiland, drinken wat en nemen een douche. Als planner van het gezelschap heb ik gezien dat er kans is op regen, niet handig om dan in een weiland te staan. We verkassen naar een gravel plek aan de overkant van de weg (en het gaat inderdaad regenen). Grote voordeel van de Chef: je blindeert de boel ’s avonds en je hebt geen idee meer waar je aan het Rummikubben bent! De omgeving is prachtig met heel gevarieerd bos en kleine dorpjes. In Aktybash zit een superluxe supermarkt, zodat de vele toeristen in huisjes zichzelf kunnen verwennen. Overal in de Altai kun je houten huisjes huren en daar maken Russen graag gebruik van. Wij vinden een ‘kemping’ waar we niet hoeven te betalen met prachtig uitzicht en heel wat mede-kampeerders. Russen houden van kamperen; auto zo dicht mogelijk bij het water, tentje opzetten en de familie op pad sturen om hout te sprokkelen. Erg leuk om dat gade te slaan. We maken een wandeling naar een waterval en zien twee vrachtwagens op een veerboot met ieder een reusachtige dennenboom met kluit, echt van een formaat dat in het Kremlin niet zou misstaan. Uiteraard gaat Joost ook aan de slag met een kampvuur. Een prachtplaat om te kamperen met een goeie vibe, dus we slapen laaaaang (whats new 😋).

We rijden terug naar Gorno-Altaysk en bij een waterbron spreekt een jonge Russische vrouw ons aan. Komen we uit Nederland? Ah, dan wil ze eem korte video maken voor haar Nederlandse vriend Jacob. Dan kan hij zien dat hij echt wel naar Rusland komen kan! In Manzherok gaan we op zoek naar een hotel om onze verplichte registratie te regelen. Uiteindelijk komen we bijhet Taechik hotel uit. De receptioniste spreekt Engels, halleluja! Ze begrijpt direct wat we willen. We kiezen een luxe cabin met terras en airco (80 Euro, dat wel), wij gaan heerlijk eten in het restaurant en zij gaat aan de slag met de registratie. De volgende ochtend is het voor elkaar! We rijden verder richting Chemal, in een zijvallei.  Even flink door een moderne wasstraat en we belanden op Camping ‘Dennekust’. Geen Engels deze keer, dus even zweten. De camping is volbezet, maar er is nog een prachtplaats bij het strandje aan de rivier, zonder schaduw. Heerlijke plek. We hebben veel plezier bij het kijken naar de leuke Siberische grondeekhoorntjes, die erg dichtbij komen. En het lanceren van rafts in de rivier. Geen muggen en uiteraard een kampvuur! We hebben een klusdagje en einde middag laten Sarah en Wouter weten er aan te komen. Gezellig! Dus blijven we nog een dag. Het is warm en we koken samen. Ik maak eindelijk een goedgelukte apple crumble in m’n Omnia! Dan komt een jonge Russische vent die een klein beetje Duits spreekt. Hij vindt het duidelijk geweldig dat we er zijn en zou ook wel willen reizen. Joost krijgt een 100 roebel biljet als souvenir en hij typt op zn mobiel: ‘Russen zijn niet boos, we zijn blij dat jullie er zijn.’ Wow.

Zondag 8 juni gaan Sarah en Wouter op zoek naar een hostel om hun registratie te regelen. Dat lukt ze goed! Ze krijgen er een grote pot honing en een zak thee bij! Wij rijden verder over de Chuysky Trakt en gaan over de Seminsky pas (1700mt). Geen fraai uitzicht en vol met souvenirwinkels, waar ik locale pijnboompitten koop. We slaan de zijvallei naar Ust Kan in en vinden direct een mooie plek aan een riviertje. Er komen paarden, koeien, een auto en wat brommertjes langs, en de laatsten zwaaien vriendelijk terug. De volgende dag rijden we verder de vallei in, maar helaas begint het te regenen. Het wordt drukker dan we hadden verwacht en er is steeds meer landbouw. Eigenlijk was het begin van de (doodlopende) vallei het mooist en meest verlaten. Met onweer draaien we om en vinden een gravelplek om te staan. Niet fraai, wel functioneel. In de zijspiegel ga ik met de coupeschaar aan de slag om m’n haar uit te dunnen. M’n kapster had al gezegd, gewoon doen! Lukte best goed. De volgende dag rijden we terug naar de hoofdweg en gaan al snel bij Karakol een volgende vallei in.

Deze korte en smalle vallei van 22km loopt langs de Karakol rivier en is prachtig. Onder de zendmast bel ik met Jaap en Jacomien, en lunchen we wat. Daarna rijden we direct naar het laatste dorp Kalunda en zetten de Chef neer aan de bosrand (niet te dichtbij, er wordt overal gewaarschuwd voor teken). Het lijkt het einde van de wereld maar er komt heel wat verkeer langs! Cowboys (met koeien en schapen), brommertjes, tractoren en toeristen die ons vertellen dat er verderop een prachtig meer ligt. Dat is mooi in Rusland, je kunt overal staan, iedereen vindt het best en knikt vriendelijk. Regelmatig knopen mensen een praatje aan, heel soms in een beetje Engels. De volgende dag lopen we 7km richting het meer (maar dat ligt nog veel verder). Ja, ja, we bewegen te weinig, dit was in ieder geval een goed initiatief! Daarna bezoeken we wat archeologische plekken, voornamelijk oude grafheuvels, staande stenen en dorpjes vol met ‘aily’. Bijna ieder huis heeft zo’n zeshoekige, soort houten yurt in de tuin staan, die wordt gebruikt als een buitenkeuken. We zien zowel hele oude, als splinternieuwe exemplaren. In de Altai is spiritualiteit zeker aanwezig, compleet met sjamanen, maar afgezien van de heilige waterbronnen mèt gedragsregels, zien we er zo weinig van. Als we de vallei weer uitrijden en bereik hebben zie ik het appje van Claudia, projectmanager van de Genesys migratie bij Buitenlandse zaken, waar ik aan gewerkt heb. De migratie is goed geslaagd! Ik app ook nog even met Niek, de manager van het contactcenter. Goed nieuws, leuk. In Onguday doen we boodschappen, wisselen Euro’s en vinden zakken, die we kunnen gebruiken als we komen vast te zitten in het zand. Handig als je andere overlanders volgt, dan krijg je nuttige tips!

Na een prima nacht en douche in het gezelschap van wat paarden aan een riviertje, begint het wat te miezeren. We hebben tot nu toe steeds heerlijk, en warm weer gehad met koele nachten, dus niets te klagen. We lunchen, blijkt, vlak onder een vuilnisbelt, handig, dan zijn we direct ons afval kwijt. Het is regelmatig een speurtocht om een afvalcontainer te vinden en de situatie verschilt ook nog per dorp! De weg is mooi, er zijn veel huisjes te huur en we zien veel Russische motoren. We stoppen bij een plek met petrogliefen waar we samen met Russen een nauwelijks te begrijpen rondleiding krijgen van een oud vrouwtje. Als we bij Aktash zijn hebben we goed bereik en bellen we met Sarah en Wouter en horen dat hun motorsteun gelukkig is gerepareerd. Ook lezen we goed nieuws van Saskia en Martijn  die twee dagen verschrikkelijk hebben vastgezeten in een afgelegen gebied in Tadzjikistan. De Starlink heeft z’n diensten bewezen, zo konden ze hulp inroepen. Twee mannen hebben 150km gereden en twee dagen staan graven en knutselen met high jacks, houten palen en lokaal vernuft. Helaas kan dit iedereen overkomen in een onbewaakt moment! We rijden een stuk de weg in richting het Teletskoye meer, nu aan de zuidkant en vinden een plekje met (ver) uitzicht op wat gletsjers.

De volgende morgen doet Joost een controlerende van de Chef en ziet dat het reservoir van de remvloeistof lekt. Niet goed als je de bergen inrijdt. We rijden naar een garage in Aktash. Monteur Andrei vertelt ons (via Google translate) dat er geen vrachtwagengarage in de wijde omtrek is (hadden we zelf ook al geconcludeerd) Eerst zegt hij dat hij ons niet kan helpen. Terwijl we een beetje blijven hangen, kijkt hij toch naar het reservoir en haalt het leeg. Maakt het weer vast en het lekt nog steeds. Intussen helpt hij andere klanten, bespreekt hij het probleem met een maat en stuurdt ons naar iemand anders. We blijven nog wat hangen en dan zegt hij: kom einde middag maar terug, dan repareer ik het zelf, geen zorgen. We gaan lunchen in een cafe en internetten wat in de schaduw. Als we teruggaan gaat het snel. Hij heeft een zeer eenvoudige en effectieve oplossing bedacht en gaat aan de slag. In een half uur is het gepiept en hij vraagt maar 10 Euro. Grandioos. We rijden snel naar een mooie plek aan de Chuy rivier en nemen een biertje!

Zaterdag de 14e rijden we weer de vallei in richting Teletskoye. Ik lig al nachten wakker van een eng stuk gravelweg met haarspeldbochten en hellingen van 19%. Joost lijkt het wel wat. Het is warm en druk. De eerste 70km is asfalt, ook met steile stukjes (17%) maar prima te doen. Na Baluktyl wordt de weg gravel met wasbord en veel auto’s die ons inhalen met veel stof. Jakkes. Voor Russen zijn die haarspelden toch een soort attractie, al moet je er 150km voor rijden. We eten wat en draaien om. De vallei valt tegen en  nog 100km over een waardeloze weg, nee bedankt. Als we net even bereik hebben, belt Noor gezellig met Joost. Daarna speren we naar beneden, terug naar onze mooie plek aan de rivier. In het stadje bel ik nog gezellig met Mareille. Er staat een enorme Man-truck waar de Duitse Linda met haar 3 zoons uitkomen. Ze wil in 4 maanden zowel Mongolië als de Stanlanden doen en dan weer terug naar Duitsland. Dapper. Ze is in 1 maand vanuit Duitsland via Belarus naar hier gereden. Dan zie je niet veel van een land. Ze wil nu nog (rond 4 uur) 150km naar de grens rijden. Als ik aangeef dat de grens gesloten is na 18 uur èn op zondag, dan vraagt ze me hoe ik dat weet. Tja. (We zien haar maandagochtend nog staan voor de grens. Niet leuk voor die jongens.)

Zondag doen we rustig aan. Lekker douchen, mooi fruitontbijt van Joost en langzaam rijden we over het mooiste deel van de Chuysky Trakt naar het oosten. Volgens de Lonely Planet komen de witbesneeuwde bergtoppen ‘in your face’ tussen kilometerstand 810 en 814. Niks van waar. De tekst leek overdreven maar was het niet, alleen pas na paal 818 en in onze rug. Toegegeven, zelfs met bewolking, ziet de enorme bergrug er indrukwekkend uit. In Kosh-Agach tanken we water en doen we uitgebreid boodschappen. We besluiten achter het waterpunt, aan het einde van het dorpje te overnachten. Met prachtig uitzicht en vol Internet ontvangst. Joost belt met zussen, broer en kleinkinderen, ik bel Jaap en Jacomien. Nog twee potjes Rummikub en we slapen weer als een roos. Wel kort, want we willen om 5 uur opstaan voor de grens met Mongolië.

De Chuysky Trakt heeft z’n reputatie niet helemaal waargemaakt of we zijn te veel verwend. Wel hebben we genoten van het landschap, prachtig wildkamperen, en de vriendelijke en behulpzame Russen (al ontdooien ze niet allemaal). Deze ervaring hadden we niet willen missen. Op naar Mongolië!

Bedankt voor het meelezen, lieve mensen. Tot volgende keer! Liefs, Marijke

3. Crossing Kazachstan

Na Mangystau, de meest zuidwestelijk provincie, willen we dwars oversteken naar Pavlodar in het noordoosten. Maar dat gaat zomaar niet! Er liggen niet overal wegen en dus rijden we eerst naar Aktobe in het noorden. Nog steeds in prima gezelschap van Saskia & Martijn rijden we in twee etappes naar de grote stad. We hebben twee kamers in het mooie hotel Dastan geboekt, midden in het centrum. Als we daar op 15 mei aankomen is de parkeerplaats goed vol. Ik loop naar binnen en binnen notime staan onze beide voertuigen voor de deur. Wat een welkom! We gaan even wat relaxen en de receptie belt. De eigenaar van het hotel wil onze auto bekijken. Leuk, maar nu effe niet. Dat doen we morgen wel. Na een biertje in het hotel lopen we door het centrum naar Revolver, de keus van Martijn. Dat pakt fantastisch uit! Heerlijk gegeten. Vooral de salade met knapperige aubergine (tempura techniek??) is fantastisch, naast het vlees en de wijn natuurlijk.

Na een uitgebreid ontbijt vertrekken we met volle zakken wasgoed in de Yandex taxi naar de wasserette. We lopen intussen een rondje en vinden een luxe markt met delicatessen. Ook lunchen we heerlijk in een hip tentje. ‘S Avonds eten we in de Che-chil bar. Omdat we zo vroeg zijn kunnen we er eten. Na 9 uur proberen we nog wat te drinken, maar dat lukt niet. Nou ja, de live band was toch niet om aan te horen! Dan maar een drankje in het hotel. De volgende ochtend nemen we afscheid van Saskia & Martijn; zij gaan zuidelijk naar Oezbekistan, wij noordelijk richting Rusland. We reizen eigenlijk nooit langere tijd met anderen, maar dit is uitstekend bevallen!

Op 17 mei rijden we naar Qarabutaq. Wat een verschrikkelijke weg. Vorig jaar nog vernieuwd maar nu vol met gaten. Als we er zijn halen we water bij een bron en vinden een wildplek tussen wat bomen met, helaas, krijsende vogels om 4.30uur! De steppe verandert in grote velden landbouw. In Qastanay zijn we eerder geweest in 2019. Nu slapen we op de parking van het plaatselijke stadsstrand. ‘S Avonds ontvouwt zich een heel spektakel met cruisende jongeren. Toppunt is een slippende Lada, die met hoge snelheid rondjes draait op het asfalt. Slapen gaat overigens prima. We doen een boodschap in een ruim gesorteerde supermarkt, aan keuze geen gebrek hier! Meestal vragen ze of we Duits zijn.

De weg naar het oosten is bij vlagen echt bar slecht. Het water staat hoog aan beide kanten, dus misschien is de weg ondergelopen? We rijden 285 km en eindigen langs een akker. Best een prima plek, maar al snel worden we belaagd door muggen en knøtjes, die door de horren binnenkomen. Effe snel douchen en naar binnen! We beleven nog dagen plezier aan de jeuk! Via Kokshetau rijden we het nationaal park binnen. Midden in de steppe bergen! Dat wordt op z’n Kazachs gelijk geexploiteerd: wandelpaden, fietspaden, lantarens op zonnecellen, toeristenwinkeltjes, erg uitbundig allemaal. De mooie bergen en meren zou je bijna vergeten. Bij de toegangspoort moet je met een app betalen en die hebben we niet! De file wordt langer tot een jonge Kazach  te hulp schiet. Hij betaalt en wij betalen hem. Geregeld! We vinden na enig gezoek een wildplek aan een meer waar ook de truck van Claudio en Carla staat (Reisekiste.ch). Het waait ongenadig. We maken kennis met de Zwitsers die ook naar Mongolië gaan en in hun vrachtwagen wonen. Wie weet zien we ze nog! Blijkt dat we naast een soort feestlocatie staan, waar kinderen en volwassenen hun best doen met karaoke. Heel gezellig en gelukkig houdt het op tijd op! We blijven twee nachtjes staan.

Op 22 mei rijden we over een biljartlaken van een snelweg naar de hoofdstad Astana. In 2019 heette het nog Nur-Sultan en sliepen we in een hotel. Nu staan we bij het Nomad 4×4 hostel. Even wassen en uitgebreid douchen. Sarah en Wouter (@star_troopy), waar ik contact met heb via Instagram, komen ook. We kletsen de middag helemaal vol. Sarah bestelt met de Yandex app heerlijk döner die we in onze auto opeten (het is fris). Na wat klusjes, gaan we met een Yandex (een soort Uber taxi) naar een grote bazaar. Als we aankomen vraagt hij of we toeristen zijn. Ja? Dan mogen we absoluut niet betalen! Wat lief van de man! En natuurlijk laten we geld achter op de voorstoel. De bazaar is, heel anders dan in Turkije of Iran, een keurig georganiseerde verzameling winkeltjes met 5 verdiepingen. Hoe verder we lopen, hoe meer we kunnen afstrepen: bril laten stellen (top, zonder dat de man me gezien heeft!!), allebei naar de kapper (Wouter durft z’n krullenbol niet te laten knippen) en lunch in het foodcourt. S Avonds kookt Sarah heerlijke wraps met salsa in onze camper. We staan geparkeerd naast het hostel, maar bij de buren wordt iedere dag gebouwd met de radio op 10. Goede Kazachse muziek, dat wel, maar je wordt er wat flauw van. Ook op zondag beginnen ze al vroeg. We gaan met Sarah en Wouter de waanzinnige Nur boulevard aflopen, een bonte verzameling van uitbundige architectuur. Ijsje, lunch en ’s Avonds eten we nog een keer samen alle kliekjes op. Ook zij gaan naar Mongolië,  dus wie weet.

Op 26 mei nemen we afscheid, slaan boodschappen in en rijden naar het noorden. We besluiten het Bayanaul NP aan te doen. OK, 300 km om maar wel de moeite waard. Ik rijd ook een stukje snelweg om weer wat rijervaring op te doen. Midden in de vlakke steppe, na het passeren van enorme open kolenmijnen, doemen bergen op. Joost rijdt maar liefst 485 km. We vinden een plekje tussen de rotsformaties. Het is koud en we slapen als een os (zoals gebruikelijk in de Chef☺️). De volgende ochtend komt een ranger langs die vraagt of we aan het uitrusten zijn. Natuurlijk! En hij wil op de foto met de auto. We lopen naar het pronkstuk van het park, de Kempirtas. Een balancerend stuk rots dat lijkt op een heksenhoofd. Er staat een gezin te poseren met de Kazachse vlag. Dat willen wij ook wel! Leuk. We scharrelen een uur langs verschillende rotsformaties. De wind is een stuk minder en de zon schijnt. Helaas is de rest van het park niet erg toegankelijk en het zuidoosten, bij de grote meren, is het ronduit toeristisch. Het is nog vroeg in het seizoen, dus je kunt waarschijnlijk over de koppen lopen en juli. We vinden een mooie plek net buiten het park. Onderweg er naar toe fietst een jongetje voor ons uit en verliest z’n mobieltje. Joost ziet het net op tijd! S Avonds komt een groepje paarden nieuwsgierig op de auto af, maar de Chef blijkt geen paard!

De volgende dag rijden we naar Pavlodar, de laatste stad voor de Russische grens. We hebben contact met Khachik, een vriend van Sandra. De Armeense familie is op zoek naar nieuwe kansen een tijd geleden neergestreken in Kazachstan. We zijn van harte welkom. Khackik spreekt prima Engels en laat hun hotel met zwembad, restaurant en drie prive saunaruimtes zien. Wat een complex! Er zijn nu alleen nog zakelijke gasten. We krijgen geen idee hoe het loopt. Hij biedt ons lunch aan in hun shasliktent aan de weg en vertelt ons waarom en hoe hij aan het wijnmaken is gegaan (https://www.instagram.com/gyurjyanwines?igsh=eTM1Zm05a2p4dncy). Hij maakt op de traditionele manier natuurlijke wijn in amphoras in Armenië. Helaas heeft hij niets om te proeven. We maken een wandeling in Pavlodar, maar afgezien van een bijzondere moskee en wat tsaristische huizen, is het niet bijzonder. We eten wat in de auto en dan vraagt hij ons te komen eten. We proeven wat Armeense gerechtjes en maken kennis met z’n vader, die flink aan de tequila zit (?!). We slaan het aanbod van een hotelkamer af en slapen lekker in ins eigen bed. S ochtends belt hij ons voor het ontbijt en we ontmoeten zijn moeder, die me warm omhelst alsof ze me lang niet gezien heeft. Hij heeft ons aangeboden om met ons mee te gaan om ons gordijn te laten repareren, wat bouten en moeren te kopen en geld te wisselen. Het wordt een uitgebreide tocht in de dikke Landcruiser van z’n vader. Voor we het kunnen voorkomen heeft hij alles betaald! (Behalve de Roebels en het gordijn). Hij vindt het maar raar dat wij dat raar vinden, het is zijn cultuur om vrijgevig te zijn naar gasten! We gaan op de foto en nemen afscheid. We moeten beloven terug te komen en dan 5 dagen te blijven!

Na zo’n 3000km vanaf Mangystau, zijn we op 29 mei bij de grens met Rusland. De Kazachse douaniers zijn erg precies en willen ieder laadje open hebben. De Russen zijn een stuk efficiënter. Of we Duits zijn? Nee, Holland en de douanier roept: Rotterdam! En zeker op weg naar Mongolië? In 1 1/2 uur is alles gepiept. Helaas duurt de autoverzekering afsluiten een stuk langer. Met Google translate is de communicatie nog moeizaam en als we betalen moeten we op de baas met wisselgeld wachten, een uur! Nou ja, het is gelukt en we vinden een prima plekje waar we direct lekker douchen. Heel benieuwd wat West-Siberië en de Altai ons gaat brengen!

Tot de volgende keer. Liefs, Marijke

2. Magisch Mangystau

Kazachstan is groot, heel groot, 66x Nederland en 20 miljoen inwoners. Behoorlijk leeg dus. We zijn er eerder geweest in 2019 maar vanwege de enorme afstanden niet in Mangystau, in het verre zuidwesten. Als we de grens over zijn, overnachten we met Saskia&Martijn bij een wegrestaurant en kunnen douchen in een motelkamer. Tussen de auto’s genieten we, beschut van de hevige wind, van Martijns kookkunst. Joost voelt zich ziek worden.

Op 5 mei rijden we naar een Mercedes garage in de grote stad Atyrau. Toch even vragen of ze ons luchtlek kunnen repareren. En jawel hoor, in een uur fixen kundige monteurs het euvel voor 80 Euro (is veel hier). De monteurs zien ook nog wat losse draadjes. Fixen ze ook wel even voor 5000 tenge (10Euro), maar dat willen ze graag Cash hebben (niet tegen de baas vertellen..). We kopen nog wat brood en gaan op pad richting Kulsary. De auto’s zijn inmiddels supervies van het stof. We overnachten bij een atletiekstadion midden in het stadje. Iedereen is aardig en vraagt Откуда вы? Waar komt u vandaan?

De volgende gaan we om 9 uur op pad. In Beyneu willen we tanken, water tanken en wat boodschappen. Dat duurt allemaal langer dan verwacht. Het waterpunt op iOverlander is niet te vinden, uiteindelijk kopen we 150 l water bij een autowasstraat. In de vele kleine winkeltjes scoren we toch lekkere groenten. S Avonds rijden we naar een wildplek bij Saytesh. Er zou een canyon zijn, maar ook een aantal jongelui die aan het racen zijn op paarden, weten het niet. We zetten de auto’s pontificaal op de steppe neer en nemen een biertje. De jongelui racen enthousiast om ons heen. Toch een raar gezicht hier, veel mensen die buitenwerken dragen een bivakmasker dat hun hele gezicht tegen de zon beschermt.

De volgende dag voel ik me ook ziek en blijf lang liggen. Joost doet, net als Saskia, een handwasje. Zo droog in die steppewind. ‘S middags rijden we naar een wildplek van Coen en Karin-Marijke bij het Tuzbair zoutmeer. Wat een plek! Hier komen we voor. Gekleurde rotsen en wijds uitzicht. Je wordt wel geacht zelf te weten waar je de weg af moet voor een track. Er staat niets aangegeven. Het waait ongenadig. Wij koken die avond. We kunnen er alle 4 wel aan wennen om om de dag bij het restaurant van de buren aan te schuiven!

Op 8 mei rijden we via Shetpe naar het westen. In een dorp verderop wijzen jongetjes ons de waterbron, waar we met 5L flessen de tank vullen. Het water is echt lekker. Met Google translate vertelt “BigSultan” mij: in de zomer is het water koel, in de winter warm! Daarna vraagt hij mij om een mes? Als ik ‘m vragend aankijk, zegt hij: for strength. Joost geeft hem een gekregen multitool, hij zegt: Tanks, bro en scheurt weg. Grappig. Saskia navigeert ons van de weg af door het prachtige landschap naar de Valley of balls. Een bijzonder fenomeen waardoor ronde rotsen in het landschap zijn ontstaan. We gaan beneden in het dal staan vanwege de wind en Martijn grilt kip en paprika’s met aardappelsalade, heerlijk. Ik loop met Saskia bij avondlicht nog een rondje tussen de ballen. Het was een mooie dag!

Via een minder mooie route rijden we hutseklutsend naar de weg. De Chef, en vooral de inbouw, houdt het goed op deze bizarre wegen. Door een landschap met veel oliewinning en ja-knikkers rijden we naar Atyrau. Onderweg heeft een band van Saskia en Martijn het begeven. Die was zo gewisseld, maar hoe kom je aan nieuwe banden? Saskia is dagen bezig met zoeken en vragen. Grootste probleem is om ze van te voren te betalen. In Atyrau willen ze naar een bank, maar het blijkt een feestdag. Op iOverlander vind ik iemand die overlanders helpt. Saskia heeft snel contact en spreekt af met z’n vrouw. Het lukt! Zij betaalt de banden en ze worden verstuurd naar Aktobe. Op de boulevard eten we wat. Als we bij de auto komen, springt een jonge vent uit een Hilux: Hello! Where are you from? Can I help you? Top, die Kazachen, zo behulpzaam. Onderweg krijgen we ook veel duimpjes en getoeter. We overnachten op het strand net buiten de stad. Het is er gezellig op zondag. Martijn moet 2x uitrukken om een Kazach uit het zand te trekken. Grappig, ze zeggen allebei direct: no money! We krijgen nog bezoek van een gast die ons paardenvlees laat proeven, is Martijn altijd voor in. Jammer, dat de gast iets te vol is van zichzelf en vooral z’n spierballen. Afgezien van wat beatboxen is het best een rustige nacht.

Op 10 mei starten we aan wat het hoogtepunt moet worden van ons bezoek aan Mangystau. Eerst rijden we 120 km naar Zhanazoan door velden met ja-knikkers. We komen ook langs het laagste punt, 132m onder het zeeniveau. I  het stadje slaan we flink in bij een geweldige supermarkt. Jammer dat, als ze wijnpool hebben, die vaak zoet is. Dan maar een biertje! Eerder was de tocht langs de hoogtepunten naar Beket Ata geheel onverhard, nu is er een asfaltweg, ook wel eens lekker. We stoppen eerst bij Shopan Ata, een mausoleum met een ondergrondse moskee. Niet heel indrukwekkend. Daarna rijden we naar een rotsformatie die Tiramisu wordt genoemd, vanwege de laagjes. Ook hier weer, geen bordjes, je rijdt op een waypoint van de weg af. Als we er aankomen staat de groep met Harrie en Brigitte er ook. Zij rijden het ‘rondje’ Mangystau andersom. We parkeren de bakken en na wat drinken begint Joost met koken en loop ik met Saskia en Brigitte een rondje om foto’s te maken. Ik voel me nog steeds niet top, en hoest veel, maar ja, je wilt ook wat zien! Voordeel van dit jaargetijde, overdag warm, maar het koelt s nachts lekker af. Ik had al zo’n vermoeden  de echte Gora Bokty of Tiramisu, ligt achter de formatie waar we hebben overnacht. We nemen afscheid en besluiten er te ontbijten, prachtig! We rijden er daarna nog omheen en gaan dan naar de weg terug. Dit was de moeite waard.

Verderop gaan we de weg weer af om naar een uitzichtpunt op de Bozhira vallei te rijden. Het is een wirwar van sporen. Ik roep keihard oh en ah als de vallei zichtbaar wordt. Heel lang zie je alleen maar steppe. De vallei wordt pas zichtbaar als je er vlak bij bent. Het waait ook hier weer ongenadig. We maken wat foto’s en rijden ook nog ‘even’ door naar de bekende ‘dragons spine’, maar het licht is midden op dag dag niet top. Het is geen aanlokkelijk idee om hier uren te wachten in de brandende zon met deze wind. Er staat wel een grote Duitse vrachtwagen met hoorbaar de airco aan….

We besluiten toch om de vallei in te rijden. Dat klinkt eenvoudig maar betekent een flink eind omrijden over heftige sporen. Als de heren een steil pad naar beneden willen nemen, wordt het me te gortig. Ik stel een omrijroute van 40km voor, wat uiteindelijk ook de enige weg blijkt te zijn om de vallei op het mooiste punt in te komen. Als we na 1 1/2 uur bij de “slagtanden” aankomen is de opluchting groot, toch de goede route! Wat een waanzinnig landschap. We parkeren de auto’s in het zicht van al het moois. Met Saskia loop ik in avondlicht nog een rondje. De volgende ochtend is het licht niet mooier (ja,ja, we zijn niet vroeg genoeg) en het is bewolkt. We rijden de hele weg weer terug naar de asfaltweg. De steile rotshelling is weer spannend maar de Chef is sterk en Joost kan goed rijden!

Het eindpunt van de asfaltweg ligt bij Beket Ata, ook een ondergrondse moskee en een bestemming voor pelgrims. Afzien is er niet meer bij op de asfalt route er naar toe, maar wel de honderden traptreden om er te komen. Potdosie, dat is heftig klimmen op de terugweg naar boven. En was het de moeite waard? Mwah. Via de asfaltweg weg terug naar Beyneu in het noorden is bijna 500km, het alternatief 140km offroad en dan zo’n 40km asfalt, dus de keuze is snel gemaakt. Het spoor is goed te volgen  maar stoffig en bij vlagen ruig en gelukkighebben we de banden afgelaten, dat rijdt comfortabeler. We rijden tot 16.30 uur en parkeren op de steppe. Prachtig. Het koelt lekker af. De volgende ochtend zit m’n rechteroog dicht, ontstoken door het vele stof. Met oogdruppels gaat het beter en de laatste 70km rijd ik met Martijn mee in TanTan, de Landcruiser (dichte ramen en airco). Saskia rijdt mee met ‘Joost de Rooy’. Gaan met die banaan! Als we aankomen bij de weg brengen we de banden weer op spanning en vinden een slaapplaats ten Noorden van Beyneu.

Mangystau was geweldig! We hebben genoten van de bezienswaardigheden, het wildkamperen en zeker ook het gezelschap (en de prachtige foto’s) van Saskia en Martijn. Nu volgen veel taaie kilometers om Kazachstan over te steken om bij Semey de grens met Rusland weer over te gaan. Waarover volgende keer meer!

Liefs, Marijke

1. Van Armenië naar Kazachstan

Lieve mensen, we zijn weer aan een grote tocht begonnen. We gaan vanuit Armenië, via Georgië, Rusland en Kazachstan naar Mongolië. We hebben 6 maanden de tijd en er erg veel zin! Leuk dat jullie meelezen.

Op 15 april zijn we uitgezwaaid door Jaap en Jacomien en in de nacht zijn we aangekomen in Goght, Armenië. De Chef staat hier in de loods an Camping 3Gs te wachten op ons. Om 6 uur ’s ochtends heet Sandra ons welkom en duiken we direct ons bed in. Koud hier!

We brengen er 11 heerlijke dagen door, met regen en met zon. Reizigers komen af en aan, een aantal kennen we en we eten en koken veel samen. De Chef start direct, maar helaas hebben de AGM batterijen voor het huishouden het begeven. We vinden zowaar deep cycle batterijen op het adres in Yerevan dat Sandra ons heeft aangegeven. Helemaal blij. We eten daarna in Yerevan met Marty, heel gezellig. Helaas komt het met bakken uit de hemel. Na een week komen ook Saskia en Martijn hun auto ophalen. Met hen hebben we voor de Russische grens afgesproken. Ze hebben een grote B&B gerund in Frankrijk en Martijn is een geroutineerde kok, geen verkeerd gezelschap! Superleuk gezelschap bovendien.

Joost had voor het stallen gemerkt dat de achterste luchttank geen lucht had, dat hoort niet. Stomtoevallig staat Marcel met zijn vriendin Tatiana er ook. Marcel is truck monteur en ligt binnen no time onder de Chef. Diagnose vierkruisluchtverdeler en een ventiel vervangen. Hij besteedt veel tijd om de juiste artikelnummers te zoeken en belt voor ons Gorgi in Georgië die Mercedes trucks repareert. Gorgi is erg behulpzaam en spreekt Duits. Hij bestelt de onderdelen en we spreken af. Top geregeld.

Op 27 april nemen we afscheid van Sandra en rijden langs bekende plekken de grens met Georgië over. We parkeren bij een restaurant waar Joost al twee keer gestaan heeft. Ze herkennen hem nog. We eten lekker en lopen nog een rondje door het dorp. Tot onze stomme verbazing zien we een Cybertruck!

De volgende dag rijden we dwars door Tblisi naar de Carrefour in het noorden. Als we met volle tassen bij de auto komen staan Saskia en Martijn daar. Zij gaan de volgende dag naar Toyota voor service. Wij rijden door naar de garage om Gorgi even dag te zeggen, hij heeft de onderdelen al klaar staan, fijn. We overnachten in het park van Mtskheta, de oude hoofdstad van Georgië. Als we net staan komen Brigitte en Harrie aanrijden, gezellig! Dinsdag wordt een lange dag bij de garage. Een onderdeel blijkt niet te passen, maar Gorgi geeft niet op! Joost gaat zelfs met hem mee naar een mannetje in het vluchtelingenkamp die 6 koppelingen met de hand draait! Aan het einde van de dag brengt Gorgi ons naar een hotel en gaan we lekker uit eten. Als Champions League kijken niet lukt op de tv, brengt de receptionist ons een laptop waar Joost de wedstrijd op kan volgen. Grandioos! Lang verhaal kort, Gorgi pikt ons op en na 3 pogingen en een harde knal lijkt het systeem luchtdicht en vertrekken we naar de Russische grens. We bedanken hem en zijn team uitgebreid. S Avonds arriveren we bij Stepantsminda, waar zo’n 8 overlanders staan om de grens over te gaan.

Op 1 mei vertrekt de eerste groep om 5.15 uur. Wij vertrekken 2 uur later met Saskia en Martijn en Christian en Andrea (70 ers in een VW bus). De drukte bij de grens valt mee, maar het gedoe met loketten en formulieren duurt lang en moet heel precies. Tot overmaat worden we gesommeerd in de rij voor de scanner plaats te nemen. Daar is het dringen. In tot zijn we 6,5 uur kwijt (de eerste groep 4,5 uur zonder scanner). Langs de weg kopen we een autoverzekering, we hadden al Roebels en een e-sim. De GPS zou verstoord zijn na de grens, maar die doet het gelukkig. Dwars door Vladikavkas rijden we naar Grozny. Daar willen we overnachten bij het Aquapark, maar militairen in burgerauto’s zeggen dat de parking gesloten is. We slaan een stil zijweggetje in en gaan staan. Christian en Andre voegen zich bij ons. Martijn kookt heerlijk en we passen net met z’n allen in de Landcruiser.

De staten die we doorkruisen, Ingoesetie, Tjetsjenië en Dagestan, hebben een rood reisadvies. Afgezien van veel militairen die we zien in het keurige Tjetsjenië, merken we er niets van. Wel worden we geregeld gecontroleerd bij grensovergangen: paspoort, autopapieren, klaar. Iedereen is aardig. Soms spreken ze een paar woorden Engels. Als we Dagestan uit zijn vinden we een wildplek met bomen, lang niet gezien op die eindeloze vlakten. Met de overgebleven kip van een veel te royale lunch maak in kip in soja en een groentecurry voor 6 man. We maken een kampvuur.

De volgende dag gaan we naar Astrahan, de laatste grote stad voor de grens. Om 11.30 uu staan we op een bekende overlanders plek tegenover hotel Azimut. In de loop van de dag loop het vol met voertuigen. S middags bezoeken we het Kremlin en een apotheek, want Joost voelt zich niet best en ik krijg keelpijn. Ik bel J&J vanaf een levendige boulevard. S Avonds eten we snoekbaars en Joost karperribbetjes, erg smaakvol. De volgende morgen is de stad uitkomen is een uitdaging, mijn gps is volledig de kluts kwijt. Gelukkig werkt die van Saskia en Martijn wel! Bij de pontonbrug moeten wij met de veerpont en dat duurt even. Samen doen we nog wat boodschappen. De Russische grens is heel rustig (zondag, geen vrachtwagens?). Beambte is heel aardig en spreekt een beetje Engels. We moeten een korte vragenlijst invullen, ook met vragen over of we bevriend zijn met Ukrainers (nee), wat we van Russen vinden(aardig en behulpzaam), van de Krim (geen idee) en van Ukraine (geen mening). Klaar. Tot ziens. Ook de Kazachse grens is een eitje: Good luck, welcome to Kazachstan! Krap 2,5 uur en we zijn in Kazachstan. Ik schrijf dit vanaf het strand in Aktau aan de Caspische zee. Volgende keer vertel ik over de prachtige plekken in Mangystau en de alleraardigste en behulpzame inwoners.

Liefs, Marijke