4. De legendarische Chuysky Trakt

In 2019 zijn we niet oostelijker dan Petropavlosk gekomen in West-Siberië. Wel heb ik toen gekeken naar de beroemde route door de Altai, de Chuysky Trakt. In de top 10 van toeristische plekken voor de reizende Rus. Voor mij leek het een rustieke tocht over slechte wegen door de Siberische bergen van bijna mythische proporties, en de toegangspoort tot Mongolië. Tijd om zelf eens te gaan kijken!

Op vrijdag 30 mei worden we wakker op een Russisch weiland. Na het ontbijt douchen we even snel, want de meeste muggen zijn vertrokken. We rijden een omweg om 60 km onverharde weg te mijden. Maar, zoals wel vaker, is een onverharde weg vaak beter dan slecht asfalt met gaten! Wel leuk dat we bij wegwerkzaamheden worden aangesproken door een locale bewoner, die erg enthousiast in het Russische tegen mij van wal steekt. Het lukt me nog wel om te vertellen dat we toeristen zijn, dat dit inderdaad een ‘автодом’ (letterlijk autohuis) is en dat we uit Nederland komen. Wat ons vaker overkomt, is dat ik kan zeggen dat we een klein beetje Russisch spreken, maar in hun enthousiasme vergeten ze dat al snel. De man haalt zijn dochter Julia erbij, zij leert Engels op school. Very good! Doet wel goed zo’n ontmoeting, het voelt toch wat spannend om in Rusland te zijn. We doorkruisen rustige dorpjes en na 90km hobbelen komen we op de doorgaande weg naar Barnaul. Helaas kent ook die weg slechte stukken. Onderweg doen we de eerste boodschappen bij de Magnit, waar ze natuurlijk vragen of we met kaart betalen. Dat gaat helaas niet! We lunchen wat naast een militair monument waar een mooi geschilderde oude tank naast staat, nr. 62 (alle tanks zijn genummerd). Het monument gedenkt het einde van WWII in 1945, dat je hier overal ziet terugkomen en groots gevierd wordt op 9 mei. We vinden een prachtige plek aan een meer waar we nog lekker even buitenzitten voordat de muggen komen!

We slapen uitstekend, zien niemand en rijden naar Barnaul, de poort naar de Altai, het ‘Zwitserland van Rusland’. We worden hartelijk ontvangen in hostel Izba door Natalia, een flinke opgemaakte oudere dame. Ze is helemaal opgetogen buitenlanders te zien. Ze spreekt ook nog eens prima Engels, want ze is lerares geweest.  Ze verwijst ons naar haar zoon Alex die in de tuin aan het werk is. ‘You are rare!’ roept hij uit. Het is al even geleden dat hij Europeanen zag. Het is geen hostel meer, maar een pension, maar als we in de auto slapen mogen we natuurlijk de wasmachine, droger en douche gebruiken. We eten snel wat en ik bel Jaap en Jacomien. Natalia ontfermt zich over de was. We maken een stadswandeling langs oude tsaristische huisjes en een mooie kerk. Als we terugkomen mogen we bij de buurman op het erf staan. Als we net zitten met een biertje, komt de verbaasde buurman aan die aangeeft de eigenaar te zijn. Ik ren naar Alex en het is al goed (volgens mij zegt ie tegen hem, dat hij zich niet zo druk moet maken). ‘S Avonds gaan we fantastisch uit eten in een “panaziatische” bar (van sushi tot kimchi zeg maar). De jonge kelner spreekt prima Engels, maar studeert Frans!

Als we zondag vertrekken, mogen we absoluut niet betalen van Alex, wat aardig! We rijden  over een mooie weg naar Biyisk, kopen eieren en laten ons dure zaadjes aansmeren (goed voor de nieren?), worden aangehouden (‘Hello!’) en mogen doorrijden. We vinden een heerlijke plek aan de rivier. De picknickende familie sjeest regelmatig voorbij op een oude zijspan en knikken alleen maar, als wij zwaaien. Opmerkelijk genoeg zwaaien ze uitbundig terug als ze daadwerkelijk vertrekken. Mogelijk begrijpen ze niet waarom wij zwaaien als zij nog niet weggaan?

Maandag 2 juni rijden we over de prachtig aangelegde Chuysky Trakt, volgens de Lonely Plant één van de 10 mooiste wegen ter wereld, naar Gorno-Altaysk. We wisselen Euro’s bij de Sberbank (snel en professioneel) en maken een praatje met een Russische toerist die ons in het Engels aanspreekt. We vullen bij een waterpunt in een woonwijk onze tank met behulp van een lege 5L fles. In heel Rusland vind je deze ‘kalonka’s’, nog uit de tijd dat mensen geen waterleiding hadden. Met de Russische Google, Yandex, vind je deze bronnen, superhandig. Een jonge vent met een lege fles in de hand vraagt waar we vandaan komen en of we in de auto slapen. Dat soort gesprekjes hebben we veelvuldig!

Omdat we de Altai echt willen bekijken en niet alleen erdoorheen, besluiten we naar Aktybash te rijden, aan de noordpunt van het Teletskoye meer. De weg start mooi, maar wordt dramatisch slecht. We parkeren de Chef in een weiland, drinken wat en nemen een douche. Als planner van het gezelschap heb ik gezien dat er kans is op regen, niet handig om dan in een weiland te staan. We verkassen naar een gravel plek aan de overkant van de weg (en het gaat inderdaad regenen). Grote voordeel van de Chef: je blindeert de boel ’s avonds en je hebt geen idee meer waar je aan het Rummikubben bent! De omgeving is prachtig met heel gevarieerd bos en kleine dorpjes. In Aktybash zit een superluxe supermarkt, zodat de vele toeristen in huisjes zichzelf kunnen verwennen. Overal in de Altai kun je houten huisjes huren en daar maken Russen graag gebruik van. Wij vinden een ‘kemping’ waar we niet hoeven te betalen met prachtig uitzicht en heel wat mede-kampeerders. Russen houden van kamperen; auto zo dicht mogelijk bij het water, tentje opzetten en de familie op pad sturen om hout te sprokkelen. Erg leuk om dat gade te slaan. We maken een wandeling naar een waterval en zien twee vrachtwagens op een veerboot met ieder een reusachtige dennenboom met kluit, echt van een formaat dat in het Kremlin niet zou misstaan. Uiteraard gaat Joost ook aan de slag met een kampvuur. Een prachtplaat om te kamperen met een goeie vibe, dus we slapen laaaaang (whats new 😋).

We rijden terug naar Gorno-Altaysk en bij een waterbron spreekt een jonge Russische vrouw ons aan. Komen we uit Nederland? Ah, dan wil ze eem korte video maken voor haar Nederlandse vriend Jacob. Dan kan hij zien dat hij echt wel naar Rusland komen kan! In Manzherok gaan we op zoek naar een hotel om onze verplichte registratie te regelen. Uiteindelijk komen we bijhet Taechik hotel uit. De receptioniste spreekt Engels, halleluja! Ze begrijpt direct wat we willen. We kiezen een luxe cabin met terras en airco (80 Euro, dat wel), wij gaan heerlijk eten in het restaurant en zij gaat aan de slag met de registratie. De volgende ochtend is het voor elkaar! We rijden verder richting Chemal, in een zijvallei.  Even flink door een moderne wasstraat en we belanden op Camping ‘Dennekust’. Geen Engels deze keer, dus even zweten. De camping is volbezet, maar er is nog een prachtplaats bij het strandje aan de rivier, zonder schaduw. Heerlijke plek. We hebben veel plezier bij het kijken naar de leuke Siberische grondeekhoorntjes, die erg dichtbij komen. En het lanceren van rafts in de rivier. Geen muggen en uiteraard een kampvuur! We hebben een klusdagje en einde middag laten Sarah en Wouter weten er aan te komen. Gezellig! Dus blijven we nog een dag. Het is warm en we koken samen. Ik maak eindelijk een goedgelukte apple crumble in m’n Omnia! Dan komt een jonge Russische vent die een klein beetje Duits spreekt. Hij vindt het duidelijk geweldig dat we er zijn en zou ook wel willen reizen. Joost krijgt een 100 roebel biljet als souvenir en hij typt op zn mobiel: ‘Russen zijn niet boos, we zijn blij dat jullie er zijn.’ Wow.

Zondag 8 juni gaan Sarah en Wouter op zoek naar een hostel om hun registratie te regelen. Dat lukt ze goed! Ze krijgen er een grote pot honing en een zak thee bij! Wij rijden verder over de Chuysky Trakt en gaan over de Seminsky pas (1700mt). Geen fraai uitzicht en vol met souvenirwinkels, waar ik locale pijnboompitten koop. We slaan de zijvallei naar Ust Kan in en vinden direct een mooie plek aan een riviertje. Er komen paarden, koeien, een auto en wat brommertjes langs, en de laatsten zwaaien vriendelijk terug. De volgende dag rijden we verder de vallei in, maar helaas begint het te regenen. Het wordt drukker dan we hadden verwacht en er is steeds meer landbouw. Eigenlijk was het begin van de (doodlopende) vallei het mooist en meest verlaten. Met onweer draaien we om en vinden een gravelplek om te staan. Niet fraai, wel functioneel. In de zijspiegel ga ik met de coupeschaar aan de slag om m’n haar uit te dunnen. M’n kapster had al gezegd, gewoon doen! Lukte best goed. De volgende dag rijden we terug naar de hoofdweg en gaan al snel bij Karakol een volgende vallei in.

Deze korte en smalle vallei van 22km loopt langs de Karakol rivier en is prachtig. Onder de zendmast bel ik met Jaap en Jacomien, en lunchen we wat. Daarna rijden we direct naar het laatste dorp Kalunda en zetten de Chef neer aan de bosrand (niet te dichtbij, er wordt overal gewaarschuwd voor teken). Het lijkt het einde van de wereld maar er komt heel wat verkeer langs! Cowboys (met koeien en schapen), brommertjes, tractoren en toeristen die ons vertellen dat er verderop een prachtig meer ligt. Dat is mooi in Rusland, je kunt overal staan, iedereen vindt het best en knikt vriendelijk. Regelmatig knopen mensen een praatje aan, heel soms in een beetje Engels. De volgende dag lopen we 7km richting het meer (maar dat ligt nog veel verder). Ja, ja, we bewegen te weinig, dit was in ieder geval een goed initiatief! Daarna bezoeken we wat archeologische plekken, voornamelijk oude grafheuvels, staande stenen en dorpjes vol met ‘aily’. Bijna ieder huis heeft zo’n zeshoekige, soort houten yurt in de tuin staan, die wordt gebruikt als een buitenkeuken. We zien zowel hele oude, als splinternieuwe exemplaren. In de Altai is spiritualiteit zeker aanwezig, compleet met sjamanen, maar afgezien van de heilige waterbronnen mèt gedragsregels, zien we er zo weinig van. Als we de vallei weer uitrijden en bereik hebben zie ik het appje van Claudia, projectmanager van de Genesys migratie bij Buitenlandse zaken, waar ik aan gewerkt heb. De migratie is goed geslaagd! Ik app ook nog even met Niek, de manager van het contactcenter. Goed nieuws, leuk. In Onguday doen we boodschappen, wisselen Euro’s en vinden zakken, die we kunnen gebruiken als we komen vast te zitten in het zand. Handig als je andere overlanders volgt, dan krijg je nuttige tips!

Na een prima nacht en douche in het gezelschap van wat paarden aan een riviertje, begint het wat te miezeren. We hebben tot nu toe steeds heerlijk, en warm weer gehad met koele nachten, dus niets te klagen. We lunchen, blijkt, vlak onder een vuilnisbelt, handig, dan zijn we direct ons afval kwijt. Het is regelmatig een speurtocht om een afvalcontainer te vinden en de situatie verschilt ook nog per dorp! De weg is mooi, er zijn veel huisjes te huur en we zien veel Russische motoren. We stoppen bij een plek met petrogliefen waar we samen met Russen een nauwelijks te begrijpen rondleiding krijgen van een oud vrouwtje. Als we bij Aktash zijn hebben we goed bereik en bellen we met Sarah en Wouter en horen dat hun motorsteun gelukkig is gerepareerd. Ook lezen we goed nieuws van Saskia en Martijn  die twee dagen verschrikkelijk hebben vastgezeten in een afgelegen gebied in Tadzjikistan. De Starlink heeft z’n diensten bewezen, zo konden ze hulp inroepen. Twee mannen hebben 150km gereden en twee dagen staan graven en knutselen met high jacks, houten palen en lokaal vernuft. Helaas kan dit iedereen overkomen in een onbewaakt moment! We rijden een stuk de weg in richting het Teletskoye meer, nu aan de zuidkant en vinden een plekje met (ver) uitzicht op wat gletsjers.

De volgende morgen doet Joost een controlerende van de Chef en ziet dat het reservoir van de remvloeistof lekt. Niet goed als je de bergen inrijdt. We rijden naar een garage in Aktash. Monteur Andrei vertelt ons (via Google translate) dat er geen vrachtwagengarage in de wijde omtrek is (hadden we zelf ook al geconcludeerd) Eerst zegt hij dat hij ons niet kan helpen. Terwijl we een beetje blijven hangen, kijkt hij toch naar het reservoir en haalt het leeg. Maakt het weer vast en het lekt nog steeds. Intussen helpt hij andere klanten, bespreekt hij het probleem met een maat en stuurdt ons naar iemand anders. We blijven nog wat hangen en dan zegt hij: kom einde middag maar terug, dan repareer ik het zelf, geen zorgen. We gaan lunchen in een cafe en internetten wat in de schaduw. Als we teruggaan gaat het snel. Hij heeft een zeer eenvoudige en effectieve oplossing bedacht en gaat aan de slag. In een half uur is het gepiept en hij vraagt maar 10 Euro. Grandioos. We rijden snel naar een mooie plek aan de Chuy rivier en nemen een biertje!

Zaterdag de 14e rijden we weer de vallei in richting Teletskoye. Ik lig al nachten wakker van een eng stuk gravelweg met haarspeldbochten en hellingen van 19%. Joost lijkt het wel wat. Het is warm en druk. De eerste 70km is asfalt, ook met steile stukjes (17%) maar prima te doen. Na Baluktyl wordt de weg gravel met wasbord en veel auto’s die ons inhalen met veel stof. Jakkes. Voor Russen zijn die haarspelden toch een soort attractie, al moet je er 150km voor rijden. We eten wat en draaien om. De vallei valt tegen en  nog 100km over een waardeloze weg, nee bedankt. Als we net even bereik hebben, belt Noor gezellig met Joost. Daarna speren we naar beneden, terug naar onze mooie plek aan de rivier. In het stadje bel ik nog gezellig met Mareille. Er staat een enorme Man-truck waar de Duitse Linda met haar 3 zoons uitkomen. Ze wil in 4 maanden zowel Mongolië als de Stanlanden doen en dan weer terug naar Duitsland. Dapper. Ze is in 1 maand vanuit Duitsland via Belarus naar hier gereden. Dan zie je niet veel van een land. Ze wil nu nog (rond 4 uur) 150km naar de grens rijden. Als ik aangeef dat de grens gesloten is na 18 uur èn op zondag, dan vraagt ze me hoe ik dat weet. Tja. (We zien haar maandagochtend nog staan voor de grens. Niet leuk voor die jongens.)

Zondag doen we rustig aan. Lekker douchen, mooi fruitontbijt van Joost en langzaam rijden we over het mooiste deel van de Chuysky Trakt naar het oosten. Volgens de Lonely Planet komen de witbesneeuwde bergtoppen ‘in your face’ tussen kilometerstand 810 en 814. Niks van waar. De tekst leek overdreven maar was het niet, alleen pas na paal 818 en in onze rug. Toegegeven, zelfs met bewolking, ziet de enorme bergrug er indrukwekkend uit. In Kosh-Agach tanken we water en doen we uitgebreid boodschappen. We besluiten achter het waterpunt, aan het einde van het dorpje te overnachten. Met prachtig uitzicht en vol Internet ontvangst. Joost belt met zussen, broer en kleinkinderen, ik bel Jaap en Jacomien. Nog twee potjes Rummikub en we slapen weer als een roos. Wel kort, want we willen om 5 uur opstaan voor de grens met Mongolië.

De Chuysky Trakt heeft z’n reputatie niet helemaal waargemaakt of we zijn te veel verwend. Wel hebben we genoten van het landschap, prachtig wildkamperen, en de vriendelijke en behulpzame Russen (al ontdooien ze niet allemaal). Deze ervaring hadden we niet willen missen. Op naar Mongolië!

Bedankt voor het meelezen, lieve mensen. Tot volgende keer! Liefs, Marijke

2 Reacties op “4. De legendarische Chuysky Trakt

  1. passionate6e7730a33a

    Weer een mooi verhaal!

    Groet, Jan VOKO

Geef een reactie op beenmagrietopreis Reactie annuleren