Baby puma milk in de jungle

Zaterdag 19 mei. Vliegen naar Rurrenabaque gaat niet zomaar komen we achter. We melden ons keurig om 8 uur op het vliegveld van La Paz, maar de juffrouw geeft aan dat we 3 uur vertraging hebben. Even later horen we dat dta nog niets is. Als het regent gaan er soms dagen geen vluchten. Maar we hebben geluk, na enig aandringen kunnen we eerder mee. Het is een klein vleigtuigje dat ons in 45 minuten naar de het Amazone gebied boven La Paz zal brengen. In het vliegtuig zit ik naast een Amish-dametje Sarah (hoe bedenk je het). Ze woont al 12 jaar in de jungle en is vanuit Pennsylvania naar Bolivia verhuisd en heeft daar met een kleine gemeenschap een boerderij.Ze vertelt honderduit in een mengeleing van plat Amerikaans en wat zij noemt, Pennsylvania Dutch. Ze vindt het fantastisch dat ik haar kan verstaan. Ze reist met Charlie (in spijkeroverall en een strooien hoed) en haar doodzieke dochter Rosy. Volgens de artsen in La Paz heeft ze een zwak hart, maar het lijkt me redelijk ernstig. Afijn, Sarah heeft nogal last van de hoogte en begint gedurende de vlucht handenvol coca-bladeren te kauwen. Ondertussen voert ze haar dochter soep en een soort vitaminepillen. Bizar! Joost is vanaf nu haar redder omdat hij haar uitlegd dat je je oren moet klaren als je last hebt van je oren. Ze vindt hem helemaal fantastisch. De landing op de grasstrip verloopt goed en Sarah roeDsc_3736_2pt toepasselijk: Praise the Lord! Als je op de foto kijkt zie je het Amish gezelschap op de voorgrond.  In Rurre is het firs en het miezert. We worden opgevangen door iemand van Chalalan lodge en die zorgt dat we in het hotel komen. Het is het duurste hotel van Rurre (hotel Safari) met merkwaarduige kamers (2 verdiepingen met 4 bedden) en een zwembad (waar we helaas niet van kunnen genieten). We eten heerlijk bij Juliano die een Tunesische kok blijkt te hebben.

Zondag 20 mei. We worden naar de boot gebracht en ontmoeten onze medereizigers: Daryl en Ran (UK) en Pascal en Gail (frans). De boot is op basis van een uitgeholde boomstam met opbouw en dakje. We varen tegen de stroom in over de Beni en Tuichi rivier. Na 2 1/2 uur stoppen we langs te kant en midden in het oerwoud is een picknickplaats uitgehakt. Er is zelfs een (droog) toilet! Na nog eens 3 uur varen en een half uur lopen komen we bij Chalalan aan. Het is hier woest groen. Midden in het regenwoud aan een meer liggen enkele cabanas. De lodge is het initiatief van de gemeenschap San JoseDsc_3746_2 de Uchupiamonas en alle dorpelingen werken er 3 maanden bij toerbeurt, de gidsen werken het hele jaar door. Onze cabana is een houten hut waar alleen muskietengaas in zit. De vloer is van stevig geboend mahoniehout. De douche en toilet is 50 meter lopen. We krijgen een prima lunch  en ´s middags gaan we lopen met onze gids Rigoberto die uitstekend Engels praat. Nog maar net op weg tovert hij een enorme tarantula uit een holletje tevoorschijn. Indrukwekkend zo live! We zien ook blauw-gele macaws en twee soorten apen vanuit de kano terug over het meer. Na het diner gaan we vroeg naar bed. ´s Nachts blijkt dat het wild naar je toekomt! Ook al is de cabana helemaal dicht, ´s nachts blijkt een opossum (kruising tussen een eekhoorn en een rat zeg maar, schattig dat wel hoor) zich tegoed te doen aan onze mueslirepen. Ik jaag hem weg en Joost pakt de spullen in een zak en hangt het op. Even later horen we weer geritsel en heeft een muis zich over de dunne lijntjes in de zak gewerkt. Als het spul in een Zip-lock zit wordt het rustig afgezien van een muis die zich op mijn klamboe nog even begeeft in de inmiddels lege zak (die toch naar zoetigheid ruikt). Gezellig!

Maandag 21 mei. Vandaag gaan we met de boot een stuk de rivier op en daarna de bush-bush in. We wandelen 4 uur, maar zien weinig . Hoewel, op de terugweg zien we eindelijk een deel van een groep wilde varkens. We hebben ze al een paar keer gehoord. Erg indrukwekkend, het is normaal een groep van zo´n 100 beesten die met gemak een mens verorberen als ze er zin in hebben. Als ze onraad ruiken rennen ze met z´n allen weg wat een enorm kabaal maakt en een enorme stank achterlaat. ´s Avonds worden we getrakteerd door de gidsen en staf op een culturele avond. eerst eten we een traditioneel maal van in palmbladeren gewikkelde vis uit de rivier. Later krijgen we krijgen baby pDsc_3791_2uma milk, een fantastisch mengsel van melk, water, Singani (de Boliviaanse sterke drank) en kaneel. Dat gaat er wel in! We brengen een coca offer aan Pacha Mamma (moeder aarde) en doen een wens. Vervolgens krijgen we coca te kauwen. Ik krijg een enorme prop toegestopt. Gelukkig is de puma milk erg lekker. Als al dit spul zijn werk doet is het een koud kunstje om wat traditionele dansen te maken met de gidsen! Nog even ter geruststelling voor de familie: de coca is te vergelijken met het kauwen op een zakje groene thee. Alleen bij flinke hoeveelheden wordt je er alert van (zoals bij koffie) en kun je langer doorgaan. Bolivianen zijn er altijd snel bij om op te merken dat cocaine totaal iets anders is, daar zijn heel veel chemicaliën bij nodig, cocabladeren zijn puur natuur.

Dinsdag 22 mei. Het regent en niet zo´n beetje ook! De andere vier van ons gezelschap gaan terug naar Rurre en dus hebben wij de gids voor onszelf. We stellen voor de ochtend maar wat te rusten en alleen ´s middags op pad te gaan. Na de lunch wordt het droog en gaat de zon schijnen. Joost roeit me romantisch over het meer.  Om 4 uur gaan we met Rigoberto op pad. We zien vooral veel moie vogels. ´s Avonds is het eten weer formidabel en het is een wonder hoe ze dat hier voor elkaar krijgen. Dsc_3803_2_1Na het eten om 19.30 gaat iedereen hier snel naar bed. Verder in Bolivia zagen we dat ook, de mensen leven met het licht van de dag (het wordt hier om 6 uur al donker en dus gaan veel mensen op het platteland om 7 uur naar bed, geen electriciteit….).

Woensdag 23 mei. We gaan ontbijten om 5 uur omdat we vandaag op Joost zijn verzoek naar de comunity San Jose de Uchupiamonas gaan, de gemeenschap waar de staf van Chalalan vandaan komt. Als ik mijn dagrugzakje pak blijken we weer bezoek te hebben gehad. De ziplock met een klein flesje zonnebrand is opengegeten, in het dopje staan kleine tandjes en de bodem is open. Er loopt nu een muis rond met zonnebrand op! Naar San Jose is het 3 uur varen. Er gaat een Engels en een Belgisch stel mee. De gidsen worde euforisch als we langs de rivier een tapir zien in vol ornaat. Erg uitzonderlijk en ik weet niet hoe gauw ik een foto moet maken (het is alleen nogal donker en ik ben vergeten dat de ISO nog op 400 staat, een bewogen foto dus…). De tocht is koud en erg nat. We krijgen ponchos om ons onder te verbergen tegen de regen, maar onze broeken worden ook nat. Als we eindelijk bij de meerplaats aankomen is het is zachter gaan regenen. De toegnag tot het dorp is eerst steil en modderig, na een 20 minuten lopen komen we in het dorp aan. We worden in de grote dorpshal begroet met muziek. De gids Giovani bedankt ons uitgebreid voor het feit dat we bij Chalalan logeren en dat de inkomsten gebruikt worden voor de ontwikkeling van hetDsc_3836  dorp. Ze zijn geholpen door Amerikaanse en Noorse vrijwilligers die de gidsen Engels geleerd hebben en alle staf hebben opgeleid in gastvrijheid (ik heb een lesboekje gevonden en dat gaat heeeel ver). De gidsen doorlopen nog steeds opeliding op het gebied van flora en fauna. Hij vertelt ook het nationaal park Madidi waar Chalalan in ligt en dat dat wordt bedreigd doordat er olie in de grond gevonden is. We krijgen een rondleiding langs de kerk, de school, en het ziekenhuis. Als klap op de vuurpijl doet de plaatselijke shaman weer het ritueel met de coca voor ons. Ik dacht al wat alcohol te ruiken en hij blijkt stomdronken. De gids blijft onverstoorbaar respectvol. De oudsten hebben een zeker aanzien hier. We worden steeds kouder en zijn blij als ons koffie en een lunch worden aangeboden. De 3 dronken ouderen komen er bij om nog meer muziek te maken. We hebben de grootste lol en moedigen ze flink aan. Dsc_3839Na de lunch gaan we terug en steken de rivier over om naar de chaco te gaan (zeg maar het veld dat ze bebouwen met suikerriet, mais, bananen, tomaten, enz. ). Na 5 minuten door een metershoge tijdelijke jungle van bamboe en palmen, die onderloopt als de rivier stigt, komen we bij een andere rivier aan. De droge mededeling is dat de schoenen uit moeten om die over te steken. Ik heb er eerst helemaal geen zin in, ik ben net weer een beetje warm. Na enig aandringen gaat iederen de rivier is dus ik ook maar. Geen piranha´s hier maar wel zandvlieen (blijkt achteraf als na 2 dagen de jeuk van de beten niet te harden is..). Aan land komen we bij een plantage waar een suikerriet pers staat. We gaan met z´n alle aan het werk om wat Dsc_3846sap te persen. Ik zie bijna een grote kakkerlak in de pers verdwijnen. Desondanks is het sap wel lekker. We krijgen ook palmnoten aangeboden. Als Jo een palmnoot pakt blijkt er een levensgevaarlijke schorpioen op te zitten (piepklein en gecamoufleerd). Jo is er even beduusd van. Na anderhald uur varen en een half uur lopen zijn we net voor het donker in Chalalan terug. Ijskoud en klam storten we ons op een welverdiende Singani sour cocktail. De koude douches lonken niet. ´s Nachts heb ik enorme pech. Eerst glij ik van de onderste tree van ons trapje af op knieën en handen flats in de modder. Enkele uren later zit ik een half uur op de wc. De anderen blijken nergens last van te hebben, dus het ligt aan mij. Een dosis  loperamide legt alles stil voor de boottocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s