Week 14: Zijn er nog leuke (schone) campings?!

Nadat we afscheid hebben genomen van bodega Carinae en Philippe, gaan we eerst op zoek naar diesel. In het plaatsje Luján de Cuyo hebben ze plenty dus we tanken flink wat. We rijden een paar honderd meter door naar een geldautomaat en verdomd, er zit een Carrefour tegenover. Zo zijn we snel klaar. Dan op pad verder over Ruta 40 richting het Zuiden. De weg is nogal saai en we komen op tijd in het plaatsje Malargüe aan-> filmpje YouTube.  Hier is een camping municipal en die is nog aardig ook. Ze hebben zelfs WIFI, al doet dat het niet zo best. Joost belt even met Noor vanaf de kliko naast het kantoortje. We lopen het stadje in om het te verkennen en nemen een heerlijk ijsje bij de plaatselijke heladería. Ijs, daar zijn ze hier erg goed in en de smaken zijn ook heel anders dan bij ons. We wippen ook nog even een Internetcafe in en als we terugkomen bij de camping zien we Annemiek ineens staan. Ze is hier gisteren al aangekomen. ’s Avonds eet ze even een hapje mee met ons. De camping is superschoon, zeker vergeleken bij de vieze camping in Mendoza. ’s Avonds komen we zelfs de betonnen picknicktafels soppen! We gaan op tijd naar bed want het is erg fris hier ’s nachts. De volgende dag rijden we verder met als doel Chos Malal. Eerst proberen we  Parque provincial Payunia in te komen van af de Ruta 40. Dit park heeft de meeste vulkaantoppen ter wereld en dat willen we wel eens zien. Volgens de toeristeninformatie mogen we het park niet met eigen vervoer in. We slaan een zijweg van de 40 in om toch wat dichterbij te komen. We belanden in een vreemd landschap met zwarte lavabrokstukken en oude groene vulkaantoppen -> filmpje YouTube.

Volgens de Lonely Planet is Chos Malal een prettig groene oase in dit woestijnachtige gebied. Als we er aankomen waait het vreselijk hard, wat nogal wat zand en stof in de lucht brengt. De camping municipal stelt nogal weinig voor en is oud, maar ja, we zijn op zoek naar een plek om eens even een paar dagen te staan. We zetten de Landcruiser met de kop in de wind en zetten de tent op. Buiten zitten is niet zo prettig met die wind. Dan maar een potje koken -> filmpje YouTube. ’s Avonds kijken we een film want het is behoorlijk koud buiten. Dan houdt ineens het water er mee op. Ook ’s ochtends is er geen water op de camping en dat is niet zo handig. Na het uitslapen, besluiten we alsnog: dan maar weg hier! Als we willen tanken, blijkt er absoluut geen diesel meer te zijn. Later horen we van Annemiek, die hier dezelfde dag nog aankwam, dat ze ’s nachts van 12 tot 3. 15 uur in de rij heeft gestaan om wat diesel te kunnen tanken! Vreemde situatie hier! Gelukkig vinden we die dag verderop in Las Lajas wel genoeg diesel en rijden door naar Zapala. Onderweg zien we heel veel brandstofwagens rijden. Zapala ziet er mistroostig uit als je aan komt rijden. Voor het eerst zien we een stadje met flats. Het weer is inmiddels ook grauw en koud geworden. We gaan eerst op zoek naar een gomería, om de banden om te laten wisselen. De achterbanden zijn zodanig afgesleten dat Joost ze wil wisselen met de voorbanden en de reservebanden er op wil laten zetten. De Landrover garage uit mijn GPS bestaat niet meer, maar bij een VW garage wijzen ze ons de weg naar een goed adres. Banden wisselen doe je hier eigenlijk alleen bij gespecialiseerde bedrijfjes: gomerías. Meestal zijn dit nog knullig uitziende bedoeningen langs de kant van de weg, maar deze man heeft apparatuur. Binnen een uurtje is de boel geklaard voor 60 AR$ (10 Euro). Inmiddels hebben we ook een ander vervelend probleempje: een scheurtje op de lasnaad van de reservetank. Gezien de dieseltekorten is dat extra vervelend. Joost heeft speciale kit meegenomen en we gaan op zoek naar een kitspuit, een plamuurmes en schuurpapier. Dat is met die hulpvaardige en aardige mensen hier, zo gevonden! Rond 17 uur melden we ons op de camping municipal; die blijkt even mistroostig als het stadje. Het is nog winter hier en de bomen hebben nog geen blaadjes, bovendien is het bewolkt en koud. De camping is helemaal leeg en de bewaker meldt ook nog dat er geen licht is behalve in de toiletten. Ach ja, we registreren en rekenen af (14AR$=2,35 Euro)) en rijden snel weer terug naar het stadje. Daar zoeken we een café op met WIFI en vermaken ons even. Daarna eten we wat in een ander restaurant terwijl Marijke filmpjes upload naar YouTube. Rond 22 uur gaan we op de camping staat en duiken snel het bed in.

’s Ochtens is het erg koud, ook al schijnt de zon een beetje. We concluderen dat ook dit geen plek is om een paar dagen te staan. Dan maar weer door! We gaan eigenlijk veel te snel, al was het maar omdat het zuidelijker steeds kouder wordt. We hebben onze hoop gevestigd op Junín de los Andes en dat is maar 213 km rijden. Als we er bijna zijn, zien we een prachtige vulkaan verschijnen. Echt een archetype vulkaan met zo’n perfecte kegel. Dit is Volcano Lanín, waar het gelijknamige Parc Nacional Lanín naar genoemd is. Dit park ligt tegen de grens met Chili aan. Dit is het begin van het Argentijnse merengebied. In Chili zijn we al eens op deze hoogte in het merengebied geweest. Als we de 234 oprijden, zien we ineens koeien op gras! De omgeving wordt snel groener en liefelijker. Het weer klaart ook op. Als dan ook nog blijkt dat Camping Laura Vicuña een heerlijke groene camping aan een kabbelend beekje is, kan het niet meer stuk! Hier blijven we. In het zonnetje gaat Joost aan de slag om de haarscheur in de tank te plamuren. Wat is het heerlijk hier! En al helemaal omdat de badkamers zijn verwarmd; wat een luxe. We zitten heerlijk een tijd in de zon en aan he t eind van de middag komt de Landrover met Kristina en Clemens aangereden (http://zottisontour.blogspot.com ). Ze zijn verbaasd ons hier te zien. Na het eten drinken we gezellig een glas wijn bij het (noodzakelijke) kampvuur. Het koelt hier enorm af. Het is een bijzonder stel en we lachen ons een bult als ze vertellen dat ze eerst  een ticket voor de boot hebben gekocht en daarna pas een auto hebben aangeschaft. Bovendien zijn ze al 7 maanden onderweg en kamperen pas sinds 2/3 weken in de auto (ze hebben net zo’n klapdak als wij).  Blijkbaar zit hij als voormalig financieel directeur van Olympus Duitsland (39 jaar), goed in de slappe was. Als ze vraagt waar wij onze kleding hebben, laat ik haar onze twee tasjes van 31L zien. Ze kan het niet geloven, zo weinig. Ze zijn erg onder de indruk van onze bustent en ze wil wel twee paar schoenen achterlaten om zo’n tent in de auto te kunnen herbergen, ha, ha. Leuk stel, dat wel.

Vrijdag 14/10 blijven we lekker een dagje in Junín. We brengen de was naar de Laverap en maken een praatje met de bijzonder aardige eigenaars, Sylvia en Domingo. We gaan langs bij de toeristeninformatie en duiken een cafe met WIFI in om contact te zoeken met Margriet. Dat blijkt erg slecht te gaan, want de verbinding is niet goed genoeg. In een Internetcafe gaat het beter en Joost maakt een afspraak om ’s middags met Roel te skypen. Als we op het afgesproken tijdstip in het café aankomen, is de Skype-computer bezet en de eigenaar wil er niets aan doen. Ik vraag het jongetje of we de computer mogen gebruiken en hij maakt heel aardig snel plaats. De Skype verbinding komt snel tot stand, maar helaas blijkt dan ook nog de webcam niet te werken. Erg lullig, want dit is de eerste keer si99nds begin juli dat Joost Roel kan zien (maar Roel Joost dus niet). Ze praten 20 minuten. Het hakt er flink in bij Joost om z’n broer zo te zien. We maken een wandeling naar de plaatselijke beeldentuin (Via Christi) en die blijkt, niet af, maar heel aardig te zijn. ’s Avonds eten we eenvoudig bij een kampvuur om ons warm te houden. We hebben gezelschap van een heel leuk hondje.

Zaterdag 15/10 gaan we het park Lunín maar eens verkennen. We breken de hele boel maar op want met de hard wind staan we helemaal verkeerd met de tent; dat doen we vanavond wel over. Eerst proberen we te tanken bij de lokale YPF maar die heeft geen diesel en benzine kan nog wel 4 dagen duren. Dan rijden we richting Lago Tromen. Helaas is al snel duidelijk dat we geen goed zicht krijgen op de vulkaan Lanín want er hangen erg veel wolken. Wel zien we een prachtig Auracaria bos. In Nederland noemen we dat “apenverdriet”, maar de bomen zijn hier stukken indrukwekkender. Het begint te regenen en de wind is hard. We rijden via een modderige weg naar Lago Tromen. Het uitzicht is prachtig, maar het is niet echt prettig om buiten te zijn. We picknicken snel achter de auto. De begroeiing is heel apart: een soort bamboe in combinatie met de auracaria, plekken sneeuw en gele parasieten in de dode bomen. Als we bij de ingang terugkomen, komen er mannen met ski’s en bepakking van de vulkaan af; zo die durven. We zijn door het weer vroeg weer terug in Junín en we besluiten een kijkje te gaan nemen in San Martin de los Andes. Dat blijkt een heel aardig wintersportplaatsje te zijn met veel houten huisjes en mooie winkeltjes. We drinken wat in een cafe, maar het weer wordt er niet beter op. Bij de ACA tanken we de hele boel vol, want hier hebben ze blijkbaar genoeg?!

Als we terugkomen op de camping komt warempel Annemiek aangereden. Zij heeft paardgereden in San Martin, maar dat was niet zo’n succes. Ik had haar gemaild dat dit een fijne camping was en dus is ze omgedraaid. We eten die avond heel gezellig bij de plaatselijke parilla (met een lekker warm vuur om je handen aan te warmen!). Het overgebleven vlees nemen we mee voor de hondjes.

Zondag is het Dia del madre (Moederdag) hier, maar afgezien van alle koopgrage kinderen en mannen (taarten vliegen de supermarkt uit) merken we er weinig van.  Vandaag willen we op een andere plaats het PN Lanín ingaan en het is mooi weer, dus we kunnen hopelijk de vulkaan goed zien. Als we aankomen bij het park is de vulkaan helemaal zichtbaar met z’n besneeuwde top aan de rand van Lago Huechulafquen. Wat een geluk! Na een uitgebreide uitleg van een parkranger (en het betalen van de speciale hoge prijs voor buitenlanders) rijden we het park in. Het is schitteren, hoewel er veel omgevallen bomen liggen. Er zijn weinig bezoekers dus we kunnen rustig stil gaan staan om foto’s te maken. We vinden aan de rand van het meer een picknickplaats. Ondanks de zon is het er nogal fris. Aangezien we een afspraak hebben met Noor om te skypen, gaan we terug naar Junin. Dit was, zeker in vergelijking met gisteren, een prachtige dag! Ook Annemiek heeft genoten van Lago Tromen, waar het nu ook beter weer was. Als we terug zijn in Junin gaan we eens even uitgebreid in een Internetcafe verkennen wat de mogelijkheden zijn om terug te vliegennaar Nederland mocht dat nodig zijn ivm Roel. Met de KLM is geen probleem, maar de binnenlandse vluchten konden de logistiek nog wel eens lastig maken. We maken snel een lekker bordje eten klaar en drinken nog even koffie met Annemiek. Ondanks het onrustig zoeken naar een leuke plek begin deze week, is het toch allemaal goed gekomen. Morgen maar weer eens verder kijken!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s