Week 11: Come rain, come wine

Het was reuze gezellig, maar we zijn weer alleen. Noraly, Esaï en Naomi hebben we afgezet op het vliegveld van Tbilisi. We rijden naar het oosten van Georgië en stoppen in het bergdorpje Sighnadi. Er omheen staat een enorme oude verdedigingsmuur met uitkijktorens. Door de mist en de regen zien we er niet veel van. Het is er wel toeristisch druk. Via een binnenweggetje komen we weer op de doorgaande weg en rijden naar Lagodekhi. Dit plaatsje en National Reserve ligt tegen de grens met Azerbeidzjan. Bij de

hoofdingang spreken we een jonge, enthousiaste ranger die goed Engels spreekt. We mogen naast het splinternieuwe Visitor’s Centre staan (nog niet in gebruik) en het buitentoilet gebruiken voor 5 GEL pp. Het zonnetje breekt door, dus wie maakt ons wat. We doen even een tukkie want het was vanochtend wel heel erg vroeg! Als ik net het eten klaar heb, komt er een Zuid-Afrikaan (!) langs. Hij is ‘on a factfinding mission’, ah ha. Zijn vrouw’s boerderij dreigt onteigend te worden door de regering en dus wil hij in Georgië investeren, dat schijnt vrij eenvoudig te zijn. Hij zit in de ICT. Bijzonder. Na het eten barst het noodweer los. We kijken True Detective, een bizarre en fascinerende serie.

Zondag 12 juni schijnt heerlijk de zon, maar omdat we in de schaduw staan houden we het lang uit in bed. Einde van de ochtend gaan we een wandeling doen. Sandro, de ranger, had ons al gewaarschuwd dat door de hoge waterstand we tot de rivier kunnen lopen en niet verder. In het bos zien we enorme omgevallen bomen, het is hier de afgelopen tijd erg onrustig geweest. Het miezert, maar we hebben er weinig last van. Na een uurtje komen we bij de bulderende rivier, waar we echt niet over kunnen. We hangen heerlijk in het zonnetje wat rond en lopen terug. Einde van de middag barst weer onweer los. We bollen onder het afdakje van het Visitor’s Centre. ’s Nachts blaffen de honden er op los en Joost trouwens ook. We zijn beide door Naomi aangestoken met een flinke verkoudheid (dat herkennen grootouders!). Maandag rijden we door de zonnige vallei naar het wijngebied rondom Telavi. We zien enorm veel wijnvelden en lunchen bij Schuchmann Winery in Ksiskhevi. De wijn wordt er volgens de oude qvevri methode gefermenteerd (druiven met

vel en pit in kleien potten onder de grond), daarna opgelegd in houten vaten en vervolgens gerijpt in de fles. De wijn, vooral de witte, smaakt anders dan wij gewend zijn, maar is zeker lekker. Het uitzicht is prachtig en de wijnen en het eten trouwens ook. Heerlijk. In Telavi geef ik eindelijk toe en stap een kapper binnen. De hippe jonge man zegt wel 3 keer hoe geweldig hij mijn haar (dik) en stijl (kort) vindt. De meeste Georgische vrouwen hebben lang haar en nu kan hij zich eindelijk uitleven. Ik verlaat gestyled de salon. Bij het afrekenen (15 Gel=6 Euro) zegt hij ook nog: ‘Now you look like a teenager’, tut, tut. Joost laat zich ook nog even knippen bij wat minder modern ogende dames verderop in de straat (ook goed voor 5 Gel). We rijden naar het noorden op zoek naar een kampeerplek en dat valt niet mee. Onderweg zien we ineens een enorm klooster en we gaan er toch even kijken. Het Alaverdi klooster is nog in gebruik. Vervolgens proberen we diverse weggetjes, komen Russische motorrijders tegen en eindigen uiteindelijk langs de rivier ten noorden van Pshveli op een prima plek. Dinsdag 14 juni rijden we vol goede moed de weg naar Omalo, Tusheti regio. Omalo is het eindstation van een weg die de BBC in 2012 uitgeroepen heeft tot een van de ‘most dangerous roads’. De omgeving is prachtig en de vallei wordt steeds smaller. Na Lechuri gaat de weg echt steil omhoog en wordt rotsig ruig met veel vallend water. De Hilux moet stevig ploeteren. Na een aantal krappe haarspelden begint het lampje van de olietemperatuur in de middenbak te branden. De motor kan het wel aan, maar voor de draaiende onderdelen is het te zwaar. We besluiten om te draaien (was mogelijk later ook gebeurd, want mijn hoogtevrees kan ook niet alles hebben). Joost baalt. Even later stopt er een Georgische kleine 4×4 met een Nederlandse moeder en dochter er in. Net als we een praatje maken, stopt er een motorrijder die ook Nederlands spreekt, maar een Schot blijkt te zijn die in Wijk bij Duurstede woont. Hoe verzin je het! Verder zien we overigens bar weinig verkeer hier. Na dit debacle beslissen we richting Kazbegi te rijden. We zijn daar al een eind geweest met Noor en Esaï, maar willen graag het einde van

de weg ook zien. We nemen een route binnendoor via Akhmeta naar Tianeti. Schitterend afgelegen. Vlak voor Tianeti ziet Joost een magnifieke plek op een heuvel in een alpenweitje. We stoppen vroeg en er komt nog wel een kudde met een herder voorbij en een man met een tractor die ons vanalles toeroept, maar dan wordt het rustig. Schitterende plek, prachtig weer en een puik kampvuur, wat wil je nog meer.

De volgende dag steken we door van Tianeti naar het grote stuwmeer. Er wordt druk aan de weg gewerkt en nu kunnen we goed zien, wat er allemaal afgegraven moet worden voor een fatsoenlijke weg. Indrukwekkend. Over de bekende Georgian Military Highway rijden we naar Kazebgi (nu Stepantsminda). We lunchen in de vallei van Sno en zien er tot onze verrassing een Zwitserse overlandtruck. Bij Gergeti parkeren we de auto en maken een wandeling naar de must-see­ St. Semeba kerk. Wandeling is het eigenlijk niet te noemen want we stijgen loodrecht langs spoortjes over zo’n 800 meter naar boven en we zijn niet de enigen! Ook dames met de hakken in de hand (Russinnen) ploeteren hijgend naar boven. Als ik het geweten had….. Als we boven aankomen is het uitzicht inderdaad

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

fantastisch, maar het begint te regenen en het wordt koud. Ik knoop een gesprekje aan met een Pools stel, dat met ons roodaangelopen boven is aangekomen. Hij vraagt of we een taxi willen delen naar beneden. Geniaal idee! De weg is echter zo slecht dat we lopend waarschijnlijk sneller waren aangekomen. We zijn blij dat we het niet met onze eigen auto hebben geprobeerd. Het is al laat in de middag maar we rijden toch nog even door naar de Russische grens. De gorge is waanzinnig mooi en ruig, al is het erg druk met vrachtwagens. We moeten dan ook zo’n 6 km voor de grens al omdraaien vanwege een lange file trucks op de weg. We rijden terug naar de vallei en vinden een mooi plekje in een zijvalletje even voor Juta. Na het eten wordt het snel koud en gaat het enorm onweren, de hele nacht door. Ik heb in mijn hoofd gehaald dat de rivier omhoog gaat komen, dus slapen gaat niet echt lekker….. Donderdag 16/6 ontbijten we binnen, wat niet vaak voorkomt. We rijden direct naar Tbilisi en bij de Carrefour hebben we wifi om een hotelkamer te boeken. Midden in de oude stad hebben we een prachtige kamer en, oh wonder, de auto past in de hoge ondergrondse parkeergarage. Top. De eigenaresse is getrouwd met een Nederlander en zag tot haar verbazing ons Nederlandse kenteken. Helaas regent het weer en rennen we 2016-06-16 22.31.36door de gutsende regen naar gVine, waar we einde middag echt Georgische witte wijnen drinken (troebel en spicy).Als het droog wordt maken we een rondje door een deel van de stad dat we nog niet gezien hebben. We eindigen bij de Josper Bar waar ze biologische wijnen schenken en fantastisch vlees serveren. Not bad. De stad is in het donker erg levendig en verlicht.

De laatste week willen we besteden aan Svaneti, het hooggebergte in het Noorden van Georgië. We doen rustig aan en rijden richting Kutaisi en gaan op de gok bij Surami er af ri. Kharagauli. Wie weet, vinden we de noordingang van het Borjomi-Kharagauli National Park. Hmmm, de gele weg blijkt een ramp. Hotsen, klotsen en vooral veel diepe moddergaten en sporen. Halverwege komen we een groot Chinees project tegen, geen idee wat ze daar aan het doen zijn, maar van de andere kant komen grote vrachtwagens die de weg nog meer beschadigen. We zien geen kampeerplekken, ook niet in Marelisi en komen dan eerst twee Engelse fietsers met aanhangwagens tegen. Ze vraagt: ‘I was wondering where the tarmac starts?’ Well, not on this road, dear!. Ze denken er over om om te draaien. Dan een wonderlijke Franse fietstandem: hij fietst rechtop, zij ligt fietsend voorop. Als we hen hetzelfde vertellen, kijkt hij kinderlijk opgetogen en zegt alleen maar: OK, OK! We tanken diesel in Kharagauli, want we zijn bijna leeg en vinden dan op goed geluk een plekje in een kleine steengroeve tussen de weilanden. Even later verkassen we nog naar een Serie 7-095weilandje met prachtig uitzicht. Er komt nog iemand langs, maar helaas kunnen we geen woord wisselen, toch spijtig. Wildkamperen is prachtig in Georgië, je kunt bijna overal staan en dat vinden ze prima. Zaterdag 18 juni wordt een memorabele dag. We rijden binnendoor van Kharagauli naar Jvari. Nagenoeg alle weggetjes zijn bebouwd met prachtige Georgische huizen: twee verdiepingen met enorme balkons en veranda’s en een grote tuin met een prachtig hekwerk ervoor waarin meestal druiven op pergola’s of hazelnoten groeien. Het ziet er weelderig uit. Hier is het lastig een plekje te vinden. Als we dan eindelijk een weilandje spotten, ga ik op verkenning uit. Ondertussen wordt Joost, je gelooft het niet, aangesproken door twee dames Jehova’s die prima Engels spreken. Of hij hun video wil bekijken? Ik vindt wel wat modder maar achterin is het weilandje droog op wat paarden na, dus ik gebaar Joost dat hij kan komen. Ongelofelijk maar waar, binnen no time zitten de banden vol met modder en komt de Hilux niet meer verder. De lier moet er aan te pas komen (gelukkig hebben we geen toeschouwers bij dit gênante moment). Iets verderop zien we een mooi strandje onder een brug en daar gaan we staan. Nog genietend van de mooie vondst, komt er iemand aan die ons vertelt (denken we) dat hij om 10 uur met vrienden hier komt feesten of met 10 vrienden langskomt. We gaan even snel badderen in

de rivier. We hebben het niet goed begrepen want een uur later verschijnt hij met brood, komkommer, ui, kruiden en een grote petfles rode wijn. Het is erg lastig communiceren. Hij zegt nog wel dat we beter kunnen verhuizen want bij regen komt de rivier omhoog. Even later komen ook 3 vrienden en gaan ze zitten kaarten. Wij maken ondertussen ons eigen eten klaar. Als we dat net op hebben, verschijnt een auto op de brug en de mannen gaan als een speer naar boven. Er ontstaat een flinke ruzie (zo lijkt het). Er komen steeds meer mensen bij en er verschijnt een Engelssprekende jongeman, Georg, die ons uitlegt dat er wat te veel gedronken is en dat er verder niets aan de hand is. Ook hij begint weer dat we niet op de plek kunnen blijven staan, vanwege mogelijke regen. Joost baalt. We kijken nog naar een andere plek en dan vraagt hij of we niet bij zijn oom willen staan. Georg is met zijn vader uit Rusland op bezoek en slapen er ook. Dat lijkt ons wel wat en voor we het weten staan we in de tuin van het plaatselijke schoolhoofd. Georg is enorm opgetogen en praat honderduit in zijn wat zwakke Engels. Uiteraard moeten er foto’s gemaakt worden en krijgen we te eten met huisgemaakte rode wijn en, als klap op de vuurpijl, staat er een prachtig televisie met haarscherpe EK-beelden. Het wordt een leuke avond. Georg woont met zijn familie in Moskou, puur omdat er in Georgië geen werk is Hij doet nu gymnasium en gaat daarna studeren. Werken in Rusland doen veel Georgiërs, en Armeniërs trouwens ook. Bijzonder jammer, omdat het ons lijkt dat Georgië het echt goed doet (vooral te danken aan de vorige regering onder Saakashvili). We gaan tevreden naar bed, de dag is weer eens bijzonder geëindigd! Morgen naar Mestia.

Liefs,

Marijke

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s