Week 12: We love Georgia!

Op naar Svaneti, het letterlijke hoogtepunt van Georgië. We nemen afscheid van het schoolhoofd en bedanken voor de gastvrijheid. We rijden door kleine dorpjes naar Jvari waar we op de ‘rode’ weg naar Mestia komen. In deze weg zijn miljoenen geïnvesteerd en dat is te zien. Het is een prima weg door diepe groene gorges. De bergen worden steeds hoger en de valleien breder. Prachtig uitzicht op besneeuwde toppen. Onderweg naar Mestia zien we af en toe de beroemde Svan torens. Hoge torens die gebouwd werden om de vijand te zien aankomen, maar ook lawines. Ze staan soms dicht op elkaar, want blijkbaar

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

had iedere familie er een. In Mestia heb ik een waypoint van een camping. Het blijkt een grasveldje rondom een huis te zijn en er is één parkeerplek waar we kunnen staan. Er is een douche en wifi, dus we doen het er mee. We lopen een rondje en het dorpsplein is letterlijk om de hoek naast een enorm design politiekantoor. Ik zie tot mijn verrassing de Mercedus bus van Eartheducation staan! Ik ken ze van Facebook en Klaus is helemaal opgetogen dat hij een ‘volger’ ontmoet (ik ben de eerste). Klaus reist met zijn Koreaanse vrouw en twee peuters naar Mongolië, althans dat is de bedoeling (maar het gaat langzamer dan ze in gedachten hadden, ze vinden het overal veel te leuk….). Ze hebben gisteren een hele spannende weg gedaan vanaf Lentekhi en hebben meerdere malen vastgezeten en sneeuwkettingen gebruikt om verder te komen (de weg is 4×4 only en dat is de bus niet). Wat een held!

Bij Cafe Laila strijken we neer op het terras en eten een lekker hapje. Naast ons komen twee Nederlanders zitten (te herkennen aan haar Dille & Kamille tas). Na het eten spreek ik ze aan en ze nodigen ons uit voor koffie. Susanne en Joep reizen met een huurauto 2 ½ week door Georgië. Ze zijn nog net geen dertig en hebben al heel wat reiservaring. We zetten de gezelligheid voort met een glas wijn bij onze auto. Volgens onze campingeigenaar komen hier zelden Hollandse toeristen. Zo zie je maar weer! Daar proberen we te Facetimen met Rob en Mir. Het wordt een lachwekkend gesprek, want we verstaan mekaar om beurten. Later nog eens proberen. Na een lawaaiige nacht aan de dorpsstraat ontmoeten we Joep en Susan weer om een wandeling te maken naar de Galaadi gletsjer. Vanuit het dorp 12 km lopen. Maar met een 4×4 kom je dichterbij. Het is warm, maar de koelte van de gletsjer helpt als we dichterbij komen. Het is er prachtig en de mannen klimmen nog een stuk hoger op het ijs bedekt met stenen. De wandeling is niet lang maar wel steil en we besluiten samen nog een lunch te nemen in Mestia. Het was reuze gezellig, maar we gaan weer verder. We rijden richting Ushguli om een kampeerplek te zoeken. Het weer betrekt helaas, maar we vinden op een grasveld een prima stek. We staan nog geen half uur of er stoppen twee motoren: ‘Hallo, sorry dat ik stoor!’ het zijn Iris en Niels die vanuit Australië met Australische ‘postiebikes’ naar Nederland rijden (www.irisandniels.wordpress.com). De ‘postiebikes’ zijn 150cc motoren (‘brommertjes’) die door de Australische PTT na gebruik verkocht worden. Ze zijn al bijna twee jaar onderweg en hebben 7 maanden in India doorgebracht. Gezellige lui! Ik sla aan het koken en Joost legt een kampvuur aan met ze. Hutje bij mutje lukt het om voor 4 personen een prima maaltijd in elkaar te draaien en Joost ontkurkt de wijn. Vuurtje erbij, hatsjiekidee. De verhalen zijn smeuïg. Dan stopt er ineens met flinke vaart een mat-groen gespoten politie-Hilux vlak bij ons ‘Kamp Holland’. Het ziet er nogal agressief uit, maar de drie potige mannen stappen wat bedremmeld op ons af. Joost stelt zich voor en geeft ze een hand. Ze vragen waar we heen gaan en of we misschien problemen hebben. Nee? Nou, da’s mooi dan en ze vertrekken weer. Heel vriendelijk. We lachen nog even omdat ze moeite hebben om de Hilux uit de modder te rijden (toch oppassen in onschuldig ogende grasveldjes….). Helaas is de pret daarna afgelopen, omdat het gaat regenen. Dinsdag 21/6 verlaten we Kamp Holland en rijden we ieder de andere kant op. Wij rijden richting Ushguli, een plek die uitgeroepen is tot werelderfgoed vanwege de verzameling Svan torens. De weg is uitdagend, maar er rijden nog wel msrutka’s. Dat zijn Ford Transit of Mercedes sprinter busjes die mensen van A naar B brengen. Je ziet ze overal in Georgië, ze rijden op de meest bizarre wegen en zijn spotgoedkoop. Hier en daar wordt de weg erg smal (zie filmpje). In Ushguli zien we inderdaad nog toeristen, maar de uitdaging voor ons is de weg erna naar Lentekhi. Klaus met zijn bus had er flink vastgezeten en had zich afgevraagd wat ‘ie in hemelsnaam aan het doen was. Iris en Niels hebben een ander verhaal en overtuigen ons dat de weg te doen is. Na Ushguli gaat de weg gestaag omhoog en wordt het uitzicht adembenemend. Eindeloze vlakten met wilde bloemen in alle kleuren, koeien en witte toppen op de achtergrond en……helemaal niemand. Als we de pas overgaan op 2600 meter hebben we 1 auto gezien (een Landcruiser vol met monniken).

De weg is ruig met grote keien, steil met hier en daar flink water over de weg, maar het is het meer dan waard (zie filmpje). Hier komen geen msrutka’s meer, en dat zegt genoeg; echt afgelegen. Vlak na de pas volgt een steile weg naar beneden door een rivier heen met grof grind. Ik herken de plek waar Klaus heeft vastgezeten. Joost komt er prima doorheen. Ik sta alleen nog aan de andere kant om een foto te maken en heb wat meer moeite om er overheen te komen, ha, ha. De weg erna wordt erg modderig met diepe sporen en kuilen en het begint te regenen. Na tientallen langzame kilometers volgen de eerste nederzettingen en dorpjes. Een genadeloos slechte modderweg dwars door de dorpen heen met veel loslopende varkens en koeien. De meeste mensen lopen met rubber laarzen. Een enkele dame doet haar best om met schone schoentjes thuis te komen. Wat doen die mensen hier?! Het ene dorp volgt na het andere en de weg naar Lentekhi blijkt nog lang. Serie 7-161We besluiten maar ergens te gaan staan en vinden een plek in een brede rivierbedding. Zowaar begint de zon te schijnen, wordt het warm en hebben we prachtig uitzicht. Er komen wel auto’s langs die ons zien, maar zoals gebruikelijk laten ze ons met rust. Ik maak een ‘noodmaaltijd’ van de laatste voorraad. Bonus van de plek is dat er veel droog drijfhout ligt voor een kampvuur! We slapen als rozen. Wildkamperen in Georgië is geweldig!

Na Lentekhi wordt de weg ineens asfalt en gaat de afdaling een stuk sneller. De temperatuur stijgt omgekeerd evenredig en als we in Kutaisi aankomen is het 36°! We parkeren midden in de stad. Joost koopt een leesbril, want de zijn ligt ergens onvindbaar rond Kamp Holland. In een café drinken we koffie met een wafel en boek ik een guesthouse in Borjomi. Daar zijn we nog niet geweest en kunnen dan de kleine grensovergang over naar Posof in Turkije, in plaats van bij Batumi. We komen op tijd aan bij het Green Rose Guesthouse in Borjomi. Het was wel even zoeken. Ook hier is het erg warm. Onze gastheer is reuze aardig maar spreekt geen woord Engels. De plek ziet er Serie 7-164prima uit en voorzien van alle gemakken. Voor 22 Euro per nacht heb je een mooie kamer met een gedeelde badkamer, een keuken, een terras, een parkeerplaats, wifi èn gebruik van de wasmachine (en dat alles smetteloos schoon). Tippietoppie. Gelijk maar een was erin. Einde van de middag lopen we het plaatsje in dat niet heel veel voorstelt. Hier komt het beroemde Borjomi mineraalwater vandaan en er is ook een mineral water park, maar we hebben er geen zin in. We eten prima in Old Borjomi: pork barbecue, ostri (gestoofd vlees in tomatensaus), aubergine with walnut sauce en cucumber and tomato salad with walnuts mèt Georgische wijn natuurlijk (als snappen ze niet dat we een fles rode wijn willen hebben in plaats van de witte wijn uit de 5 liter petfles). Als we gaan slapen gaat Joost overdwars in het tweepersoons bed (want te kort) en ik in het eenpersoons bed. Net als ik in bed stap schiet er een grote kakkerlak over de muur (ja, die leven bij voorkeur in schone huizen!). Dat slaapt natuurlijk niet lekker, bovendien is het erg warm. Donderdag 23/6 eten we een ontbijt in het parkje en wisselen nog wat dollars. Overal is de elektriciteit uitgevallen en snorren de generatoren. Lastig als je de was wilt doen, dus ik doe alvast maar wat met de hand. Het wordt een rommeldagje. Joost klust aan de auto, ik werk de foto’s en blog bij. Om twee uur schiet de elektra weer aan en draai ik nog een was. We doen wat boodschappen en gaan ’s avonds in een kelderrestaurantje eten dat gerund wordt door dames. Dat zie je veel in Georgië; dames doen het werk, runnen winkels, werken bij overheidsdiensten, etc. In Iran was dat precies andersom. Facetimen met Rob en Mir in Zuid-Frankrijk gaat nu wel goed. Gezellig. ’s Nachts weet ik zeker dat de kakkerlak over mijn been loopt en schiet toch bij Joost in bed.

Vrijdag rijden we naar Alkhaltsikhe waar we al eerder waren. We bestede onze laatste lari’s aan diesel en wijn en rijden naar de grenspost. De grens naar Posof is een aantrekkelijke grenspost omdat die vrij klein is. We zijn er inderdaad zo doorheen. Aan te bevelen dus! Opvallend is dat aan de Georgische kant de beambten een praatje met je aanknopen in het Engels, terwijl aan de Turkse kant niemand Engels spreekt. In Turkije rijden we door de yaylalar, hooggelegen weilanden. Eindeloze groene vlakten, een heel ander landschap en de lucht betrekt. We rijden richting het … meer, dat lijkt ons ee mooi plek om te gaan staan. Vlak voordat we er aankomen, gaan we toch even kijken bij het Devils Castle. We zien er een Georgische reisgroep en de leider verzekert ons dat het vlakbij is en very beautiful. Als we op pad gaan begint het eerst te druppen en daarna te hozen. Als we kunnen schuilen, zijn we al zeiknat. Ook de dames van de Georgische groep giechelen er op los. Wij vinden het behoorlijk Georgische weer, maar dat is de gids absoluut oneens! Het kasteel is gelegen op een bizarre plek en we kijken vanaf een afstand. We stappen nat in de auto en zoeken een plek om te picknicken. Ook dat valt niet mee (overal modder); langs de weg dan maar. Het meer ziet er allesbehalve aanlokkelijk uit met die regen en mist. Bovendien zien we geen geschikte vlakke, enigszins droge plekjes. We blijven rijden en komen in Kars aan. We hebben tot onze verrassing nog 5 miljoen Iraanse Reals in bezit (verstoppen is een kunst) en willen die wisselen. Het miezert, maar de stad is een levendige boel. De restaurants lijken open, maar wel leeg en de rollen shoarma zijn er af gehaald. Het is Ramadan en dan mogen moslims tussen zonsopgang en – ondergang niets hun lippen laten passeren (geen eten, geen drinken). Ik was benieuwd wat we daar van merken. Toch zie ik hier en daar mensen eten; blijkbaar is niet iedereen even vroom. De winkels liggen overvloedig vol met groente en fruit en je lijkt alles te kunnen kopen in Kars. De sfeer is gemoedelijk. Maar Reals wisselen, zelfs met behulpzame Turken, dat lukt niet, dus pinnen we Turkse lira’s. Mocht iemand binnenkort naar Iran gaan, dan hebben we dus wat valuta! Vanwege het slechte weer rijden we door naar Ani, een belangrijke highlight van Oost Turkije. Ani was de oude hoofdstad van Armenië met wel 100.000 inwoners en meerdere keren heroverd door diverse volkeren. De ruïnes schijnen nogal indrukwekkend te zijn. Als we er aan komen, waait het enorm. We zien een restaurant en we mogen op de parkeerplaats staan voor 10 Tl. We zetten de auto dwars achter een vrachtwagen om wat wind af te vangen. De eigenaar van het restaurant biedt ons thee aan en belt een vriend die Engels spreekt. Dat praat wat makkelijker. Natuurlijk kunnen we wat eten en om 19 uur heeft de kok, die speciaal voor ons is aangekomen, een lamskebab met rijst gemaakt. De enorme eetzaal is verder leeg. Het gaat flik tekeer buiten, dus na het eten sluiten we ons op en kijken een film. Gelukkig wordt het ’s nachts rustig. Zaterdag 25/6 schijnt de zon en dan is een parkeerplek met uitzicht op de ruïnes toch wel speciaal. We zijn de eerste bezoekers. Het terrein beslaat een flink gebied vlak langs de Armeense grens (je ziet de wachttorens). Turkije en Armenië zijn niet bepaald vrienden dus een deel

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

van de site is off limits. We zien diverse orthodoxe kerken, een kathedraal die omgetoverd werd naar moskee en weer terug (afhankelijk van de heerser) en een moskee. Erg indrukwekkend. We rijden over de hoogvlakten naar Göle. We zien armoedig uitziende dorpjes met veel vee er omheen. Opvallend is dat bij veel huisjes een tractor staat in plaats van een auto. Bij Göle worden we aangehouden door de politie, die Duits spreekt! Hij controleert onze papieren en het ons ‘Wilkommen in Türkei”. Na Göle wordt het landschap anders en rijden we door rotsige gorges en valleien met gekleurde rotsen die ons aan Noord-Argentinië doen denken. De weg naar Yusufeli verdwijnt ineens in een stuwmeer en we worden over een gloednieuwe weg geleid. De hele vallei staat onder water en dat voor kilometers lang. Hier en daar zien we verlaten dorpjes en bomen boven het

water uitsteken. Jakkes. Bij Yusufeli zelf is het weer een bulderende rivier. Het is een levendig plaatsje en er schijnt een camping te zijn. Pansyion Greenpiece heeft inderdaad een grasveld waar we kunnen staan en gelukkig onder een grote boom, want het is bloedheet. De douche is warm maar dat is nu echt niet nodig. Na het eten en een fikse regenbui lopen we over de voetgangersbrug het dorpje in, waar tot onze verbazing ook auto’s overheen gaan, dapper. We drinken Turkse koffie op een terrasje. Het is er gemoedelijk en de mensen reageren heel vriendelijk op onze merhaba. We skypen met Noor en proberen te slapen in de kleffe warmte. Morgen de omgeving verkennen!

Terugkijkend hebben we genoten van Georgië. Joost noemt het ‘het Bolivia van Europa’. Zowel Bolivia als Georgië heeft ons hart gestolen. Wat een heerlijk reisland. Zoveel ruige natuur, mooie steden, prima wildkamperen, qua afstanden overzichtelijk en natuurlijk vriendelijke mensen, heerlijk eten en lekkere wijn. We zijn benieuwd wat Turkije gaat brengen.

Liefs,

Marijke

Week 13: De paradoxen van Turkije

Onze derde dag in Turkije en het is toch even wennen. Hoe werkt de Ramadan? Hoe zeg je gedag in het Turks? Waar koop je brood? Kan ik een korte broek aan? En dergelijke. We rijden vanuit Yusufeli de vallei in van Altiparmak. Volgens de Lonely Planet fantastisch, maar wel een ruige weg. De weg is inderdaad smal en de omgeving fantastisch rond een bulderende rivier. De weg is echter strak geasfalteerd tot onze verbazing. We rijden tot Altiparmak/Bahal en genieten van de omgeving. Onderweg komen we een stadion tegen voor ‘bull-wrestling’. Helaas beginnen de wedstrijden pas later in juli, maar lokaal is dit een grote ‘sport’. Stieren van verschillende dorpen en boeren vechten tegen elkaar, met strenge regels ter bescherming van de dieren. We gaan het niet meemaken. ’s Middags besluiten we lekker bij een hotel/huisjescomplex te gaan staan, aan de rivier, die adverteert met camping. We mogen naast de rivier gaan staan op een achteraf veldje onder de bomen tussen de kippen en uit zicht. Prima met een keurig toilet dichtbij. ’s Middags komen jonge Turkse vakantiegangers nieuwsgierig even kijken. Omdat ik in een hemdje en korte broek zit, blijf ik maar even op afstand. Beetje vreemde gewaarwording. Geen idee hoe conservatief ze zijn. Als even later een gezinnetje bij het water gaat spelen met de kinderen, kijkt de vrouw in hoofddoek en lang gewaad mij niet aan. Lastig inschatten. De mannen en sommige vrouwen zien er modern uit (maar wel bedekt), andere juist weer niet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De volgende dag gaan we even terug naar d Greenpiece camping omdat we ons ledlampje zijn verloren; niet gevonden. We volgen de weg naar Artvin, maar de oude weg is compleet verdwenen. We kijken met open mond naar de enorme wegwerkzaamheden en grote hoeveelheid lange en splinternieuwe tunnels. De complete vallei is onder water gezet voor een stuwmeer en er is op hoogte een nieuwe weg gemaakt. Even Googelen leert ons dat hier het grootste stuwmeer van Europa is gemaakt en de 3e ter wereld; zo’n 50 kilometer lang. Er is weinig meer te zien. De dorpjes zijn verdwenen of verlaten en de ruige rivier is er niet meer. Wel opmerkelijk is dat we in de tunnels een imam horen uit de luidsprekers!

Voorbij Artvin zien we theeplantages. Bij Hopa realiseren we ons dat we maar 30 km van Batumi (Georgië) af zijn. We overwegen serieus om even terug te gaan (pork barbecue, wijn, goedkope diesel……). We zijn sterk er vervolgen de weg naar het westen. De weg langs de Zwarte Zeekust was vroeger een kleine weg, maar dat is niet meer. Er ligt nu een enorme brede snelweg met veel bebouwing, grote restaurants, nieuwe grote auto’s, meubelboulevards, enz. We vinden het maar niks en kunnen nauwelijks een plek vinden om een broodje te eten. Bovendien is het meer dan 30 graden. We hadden Oost Turkije toch anders voorgesteld. Vlak voor Giresun heb ik een waypoint van camping Uluburun.

Het is een schitterende plek verstopt achter een heuvel en rustig met mooi uitzicht over zee. Na enig gesteggel mogen we op het gras staan. Als Joost een biertje tevoorschijn haalt, wordt hij vriendelijk verzocht dat binnen op te drinken. We eten gebakken visjes bij het ‘restaurant’, waar de bediening nog wat onwennig is. Het is warm en het begint te regenen en onweren= klef! Er is een douche in het voorraadhok; beetje primitief, maar het werkt wel. We hebben niet helemaal een lekker gevoel bij deze plek. Wel zwemt Joost in de zee voor het ontbijt. Het is nu bewolkt en drukkend en we rijden richting Sinop. Een lange rit en de weg is meer van hetzelfde. Na een lunch op de boulevard van Samsun, krijgt de Hilux kuren. De auto reageert niet meer op het gas. Het is bloedheet en we staan aan de kant. Joost probeert het diagnose apparaat en die vertelt dat er een storing is in het 2016-06-28 17.08.06motormanagement systeem. Joost belt Dennis van 4×4 Valkenburg en die geeft aan hoe we het systeem kunnen resetten (het is een softwareprobleem aldus Dennis). Intussen ben ik in een supermarktje al zover dat de jongen achter de kassa een sleepwagen wil bellen, maar het lijkt opgelost. Nog geen paar kilometer verder is het weer mis en stoppen we bij een bakker. Bijzonder vriendelijke mensen die gelijk een garage willen bellen, maar Joost wil eerst zelf met Dennis proberen het probleem op te lossen. Ook al is het Ramadan en eten en drinken de mensen zelf niets (met 36 graden!) we krijgen watermeloen en thee aangereikt en de dochter die een beetje Engels spreekt wordt opgetrommeld. Om een lang verhaal kort te maken, lukt het om de chiptuning kit er tussenuit te halen, want die veroorzaakt het software probleem. Met grote dank aan Dennis Rijks! Het is heel gezellig met de familie, maar we gaan weer verder (met 20 pk minder weliswaar). Ook hier weer een splinternieuwe weg in zee. Tegen 20 uur zijn we eindelijk bij Marti Camping en nemen een lekker wijntje bij ondergaande zon. Woensdag 29 juni doen we een dagje lekker niks. Beetje wassen, kletsen met twee Spanjaarden die met de fiets onderweg zijn (www.oak.li) , zwemmen in zee en uit eten in Sinop. We krijgen meloen van onze Turkse buren. De volgende morgen regent en onweert het. Joost belt met een potentiële opdrachtgever. Bijzonder hoe die belangstelling onze mindset beïnvloedt. We

hebben het nu over ‘nog maar een maand’ terwijl we nog 4 weken hebben! Hmm, effe het koppie erbij! We rijden langs de kustweg naar Abana. Het landschap is mooi, het is bloedheet en we kunnen geen kampeerplek vinden. Uiteindelijk belanden we op een bospad met heeeeel veel muggen. De volgende dag blijkt dat mijn beide billen door de stoel en broek heen zijn lekgestoken: JEUK!! Voordeel is wel dat we op 1000 m hoogte staan en eindelijk een koele nacht hebben. Als we vrijdag opstaan, regent het. We zijn erg vroeg wakker (Joost is al bezig met zijn nieuwe klus) en rijden al om 8 uur. We proberen zo ver mogelijk te komen vandaag, want Turkije kan ons nu niet bekoren. We rijden 600 km en het lukt om voorbij Istanbul te komen, al duurt het 2 ½ uur om de stad te passeren. Bij

Selimpasa aan de kust ontdek ik een camping en dat blijkt een ware oase te zijn: fijn! We besluiten om Turkije en ook Griekenland zo snel mogelijk te passeren en naar Albanië te rijden. Turkije laat bij ons gemengde gevoelens achter. Het is een mooi vakantieland, maar wildkamperen en ruige wegen lijken er niet in te zitten, ook zijn er weinig campings. De ontwikkelingen zijn enorm en het lijkt een modern land, maar hier en daar toch conservatief, mensen (ook jongeren) spreken nauwelijks Engels. De diesel is duur (1,20 Euro) en ook voor de campings moeten we aardig wat neertellen (en dat zijn we niet gewend). Na Iran en Georgië wil de chemie tussen Turkije en ons gewoon niet lukken. Als we ook 3 ½ uur over de grensovergang naar Griekenland doen (bij 36 graden) en geen idee waarom, dan is het wel genoeg geweest. We eindigen zaterdag 2 juli op camping Natura aan de Griekse kust in het gezelschap van Bulgaarse families op strandvakantie en de zeer geïnteresseerde Bulgaarse gepensioneerde gynaecoloog Theodor, waarover later meer!

Liefs,

Marijke

Week 14: Boeiende mensen en ‘hairraising’ momenten

Tja, daar staan we dan aan de Griekse kust. Het is zondag 3 juli, de zon schijnt en de Bulgaarse families om ons heen genieten van het strandleven. We willen vandaag wat langs de kust scharrelen, maar eerst wil ik mijn weblog schrijven en ik installeer me bij de receptie buiten op een bankje. Joost drinkt een cappuccino in de ‘beach-bar’ voor 3 Euro!!!
Halverwege mijn verhaal breekt er zowaar een echte vechtpartij los in de receptie. De eigenaar gaat letterlijk op de vuist en er vliegt een stoel door de ruimte. Aangelopen mensen gaan mee staan schreeuwen. Heetgebakerd volkje. Terug bij de auto worden we uitgenodigd door Theodor. Gisteravond hebben we kennis gemaakt met deze heer die zeer onder de indruk is van onze auto. Hij slaat zich op zijn hoofd om zijn enthousiasme kracht bij te zetten. Theodor is gebruind, zwaarlijvig en kaal en draagt een wijd rood sportbroekje en beweegt zich voort met een stok. Hij heeft de stem van Marlon Brando maar dan nog wat schorder vanwege een keelkanker operatie. Theodor nodigt ons uit voor koffie. Hij is 77, gepensioneerd gynaecoloog en woonachtig in Plovdiv, Bulgarije. Hij reist een weekje samen met zijn dochter (46) in een Mercedes bus. Theodor spreekt een beetje Duits, maar voornamelijk zelfstandige woorden met veel theatrale woordgebaren. Zijn dochter moet zijn tas aangeven en dan begint het. Hoe verder de tijd vordert hoe verder we terug gaan in de tijd. We krijgen vanalles te zien: foto’s van zijn caravan, zijn kinderen, zijn boot, maar ook zijn oude rijbewijzen, zijn pensioenbrief, enz. Dan foto’s van zijn vader, chirurg en directeur van een ziekenhuis en eigenaar van een Studebaker. Opa was professor in de ‘mathematik’. Fascinerend hoe deze man trots is op zijn verleden. Erg leuk. Tijd om te gaan. We scharrelen via Kavala langs de kust en zien eindeloze rijen ‘beach-bars’ met heel

veel auto’s ervoor en lawaai er omheen. Niet echt wat we zoeken. Een Griekse lunch dan maar! Daar wordt je gelukkig van: tzatziki, Griekse salade, gegrilde porkchops, heerlijke gekruide gehaktballetjes met een glaasje witte wijn. Leuk, maar dit is niet echt wat we bedoelen met reizen. We vinden een camping bij Asprovalta en duiken de zee in. Daarna nemen we het besluit zo snel mogelijk naar Albanië te rijden voor wat meer 4×4. De volgende dag rijden we over de puike Griekse wegen naar Ioannina. Daar ontmoeten we op de camping van de plaatselijke roeivereniging, de jonge Oostenrijker Christian. Christian rijdt in een oude Mitsubitshi L200 pick-up met een camperunit! Hij heeft problemen met IMG_0407de auto en we nodigen hem uit voor een biertje. Dat wordt een gezellige avond. Christian houdt van langzaam reizen en heeft net een half jaar met vriendin op Kreta gezeten. We krijgen van hem wat tips voor Albanië. De volgende ochtend 5/7 gaan we de grens met Albanië over, die werkelijk niets voorstelt. Op weg naar Gjirokaster bedenken we dat het leuk is om te picknicken bij The Blue Eye, een natuurlijk fenomeen waar een rivier de grond uit komt. Het is iets verder dan gedacht en erg warm, maar het blijkt toch de moeite waard. Joost springt 2x het ijskoude water in! We besluiten door te rijden naar de kust om gemakkelijk een camping te vinden; douchen is wel lekker met deze hitte (35°). Via het strandstadje Sarande eindigen we in Ksamil. Hier bieden diverse restaurantjes een ‘camping’ aan, wat verder niet zoveel voorstelt. Camping Sunset is ook zoiets. We kunnen net onder een olijfboom staan en doen het er mee. Joost gaat direct het water in. We eten een hapje in het (lege) restaurant en maken een wandeling langs de ‘boulevard’. Het ziet er allemaal wat verweerd uit en alle strandstoelen en restaurants zijn leeg. Het gaat niet best hier. Wel een gezellig biertje gedaan met David, een jonge fietser, die eigenlijk geen plannen heeft; ook mooi. Woensdag rijden we naar Gjirokaster, een historische plaats met Ottomaanse huizen. We maken in de hitte een

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

wandeling door de stad, doen boodschappen en rijden voorbij Përmet naar de thermale baden. Het stelt niet echt veel voor, maar toch wel even lekker om in het koele water te liggen. Dan gaan we op aanwijzing van ‘Allradler Magazin’ een route rijden net ten Noorden van Përmet. Het landschap is prachtig en de weg ruig. De airco, hoe decadent ook, is een zegen. Als we bijna op het hoogste punt zijn, rijden we achterop een konvooi met Duitse 4×4’s met bandenpech. We maken een praatje en de dames vinden het wel stoer dat we dit helemaal alleen doen en willen vanalles over Iran weten. Als ze klaar zijn mogen we door. De weg wordt echt steil en ruig met diepe sporen, maar het uitzicht is fenomenaal. Wel stoppen we af en toe om de olietemperatuur van de middenbak te laten afkoelen (tja, met een sensor wordt je gewaarschuwd, dat hebben oudere Landcruisers niet). Als we aan

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

het einde van de middag bij een rivier stoppen, staan de Duisters daar ook te pauzeren. Wij vinden het zo’n mooie plek dat we er overnachten. Geniale stek, vlak voor Malind, aan de koele rivier en de paar locals die langskomen roepen enthousiast ‘hello!’. Dat is mooi wakker worden, zeker als je 16 jaar bij elkaar bent! Het blijkt dat we vlak voor het asfalt gestopt zijn, goed gegokt. We zien ineens een mooie gorge. Verhip op de kaart zien we Kanoni Osumit staan. Er is zowaar een echt strandje gemaakt, waar je ook de kloof in kunt lopen. We rijden verder door een prachtig groene vallei naar Berat, waar vlak boven de stad een mooi camping schijnt te zijn. We kunnen onder een grote boom staan, doen de was, douchen, e.d. Het is er zo schoon en verzorgd, alsof je bij je moeder logeert! Even later komt een hele oude pick-up het terrein oprijden met een indrukwekkende opbouw. We maken kennis met een jong Duits stel en hij heeft zelf de enorme tent in elkaar geknutseld met bamboe. Het is werkelijk superruim! ’s Avonds kijken we Duitsland-Frankrijk met ze, wat dus niet zo’n succes is voor de Duitsers. Vrijdag gaan we met de plaatselijke fugron (minibus) naar Berat voor 70 cent pp. We bekijken het stadje met mooie witte huizen en lopen de steile klim naar het kasteel. Het is bloedheet. Het kasteel is niet zo boeiend, maar we maken kennis met Erik en Marcelle. Erik heeft een oude Landcruiser BJ73, maar ni reizen ze twee weken in een huurauto door Albanië. Beneden in het dorp lunchen we wat en daar komen we ze weer tegen, gezellig. Als we terug zijn op de camping staan er Nederlanders en Joost gaat kennismaken. Henk en Toos reizen in een camperbusje en hun dochter en schoonzoon in een witte doos, zoals ik dat altijd noem. Henk en Toos blijken

bijzonder reislustig! Henk sleept hele groepen oud-collega’s mee naar Rusland, Marokko, Oekraïne en Servië. Zelf zijn ze ook in Syrië geweest en oh ja, pas nog in Noord-Korea (pardon?!). Henk heeft zich nog nooit ergens onveilig gevoeld en heeft Iran hoog op zijn lijstje staan (maar Toos wil geen hoofddoek op). De volgende dag komt Henk er nog even op terug. Hij heeft Toos voorgesteld volgend jaar twee maanden naar Iran te gaan en wil graag nog wat informatie van ons. We nodigen ze van harte uit om eens langs te komen! Hij wenst ons een ruige reis. Hmmm, dat blijkt dezelfde dag nog goed te komen. We rijden weer een route uit Allradler Magazin, dwz ze geven 3 plaatsnamen en verder zoek je het maar uit. We gaan bij Vodice de weg af en rijden over een rotsige weg de bergen in. Eerst zien we nog wat dorpjes en komen auto’s tegen, maar dat houdt al snel op. De weg wordt erg steil en het uitzicht steeds spectaculairder (langs Tomorrin piek). De weg wordt een pad; smal en steil. We zien ineens een familie en vragen of dit de weg naar Sotire is. Of het de normaalste zaak van de wereld is, ja hoor, langs de twee stuwmeertjes en dan links. Okidoki. Nou, de weg wordt zo heftig dat ik bij een aantal passages uit de auto ga, omdat ik geen behoefte heb het live mee te maken (dan heb ik geen camera bij me, dus de foto’s vertekenen het beeld!). De weg is erg smal, helt naar de ravijnkant en is in de hoeken hier en daar weggespoeld. Nee, dank u. ‘Hairraising’ noemen Engelsen dat. We rijden ook nog verkeerd en Joost lukt het om te draaien op een smal stuk, jakkes. Dan

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

raakt de weg zo overgroeid dat we overtuigd zijn verkeerd te zitten. Ik zie tot mijn verbazing een geparkeerde Hilux staan bij een paar huizen (Ulovë) en ga vragen. De man loopt met me mee, worstelt ook door de taken en doorns en zegt dat we zeker op de goede weg zijn en dat het prima te doen is met onze auto! OK dan. De weg heeft diepe geulen en er is hier veel regen gevallen waardoor de weg zo beschadigd is. Echt niet te doen met regen! Na een rivieroversteek (nogal droog) komen we bij Sotire aan. Pfoe! We nemen in een biertje in een plaatselijk barretje. Later zie op ik op Wikiloc (waar routes worden gedeeld) dat deze route geclassificeerd wordt als zeer moeilijk! Dat snap ik! We vervolgen onze weg over asfalt richting Gramsh en daarna richting Maliq. We rijden door een hele smalle kloof waar opvallende veel werkzaamheden zijn. Halverwege worden we staande gehouden door een hele enthousiaste medewerker van Statkraft. Ze zijn hier een dam aan het bouwen en hij is helemaal weg van onze auto. We moeten wat met hem gaan drinken. Wel lekker, even gezellig kletsen. Het wordt echter al laat en het lukt ons niet om een wildplek te vinden. Uiteindelijk rijden we door naar Porgadec en komen in het donker aan op Camping ARBI, een ware oase aan Lake Ohrid. We pakken een glas wijn met worst en kaas. Het was wel weer genoeg vandaag. Mooi, maar erg inspannend! Effe een dagje rust. Gelukkig hebben we de mooie wegen weer gevonden in Albanië.

Liefs,

Marijke

Week 15-17: Als uitsmijter: Albanië en Montenegro

Na een dagje rust aan het Ohrid meer, gaan we weer offroad. Wederom op een kleine aanwijzing (= 3 plaatsnamen) van Allradler magazin gaan we op pad. Vlak voor Elbasan nemen we een oude militaire weg omhoog langs Labinot. Daarna duiken we het bos in. Regelmatig hebben we prachtig uitzicht. De weg is ruig, rotsig en soms wat overgroeid en hier en daar raakt onze ‘under-car-protection’ de stenen. Zo hotsen we zeker twee uur langzaam, langzaam. Bij de lunch merken we pas goed hoe heet het is (34°). De airco is wel een zegen. Als we bij Üre in de buurt komen, zien we mensen bezig met hooien op steile hellingen. Nu komen we ook af en toe een lokale 4×4 tegen, die batsen over de weg. Allemaal heel vriendelijk; zwaaien! We zien mooie wildplekjes, maar zoeken een slaapplaats met mobiel bereik. Joost moet een zakelijk telefoontje plegen voor een mogelijke klus. We rijden langs Shengjergj en krijgen fenomenaal uitzicht over het dal. Joost probeert het bereik, maar het houdt niet over. Dan maar naar het dorpje. De weg naar beneden is erg steil en heel slecht. We komen uit bij een barretje naast een oude moskee. We nemen een drankje en Joost gaat in de auto zitten bellen (met de motor aan voor de airco). Tja, hoe leg je dat uit met handen en voeten? De mannen gaan op de auto af

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

om die nader te bekijken. Ik probeer ze uit te leggen waar alles voor is en waarom Joost in de auto zit. Ik krijg lekkere Turkse koffie aangeboden. Als Joost de auto uitkomt, laat een van de mannen mij zijn mobiel zien. Er staat te lezen (Google Translate): ‘If you want to stay here, no problem’. Kijk, da’s aardig! Inmiddels is Joost het plateau naast de moskee op gelopen en dat lijkt hem wel wat. Geen probleem verzekeren ze ons. Wow, wat een stek! We hebben rondom uitzicht. Joost maakt enthousiast een filmpje (zie hier). Het blijkt een echte traktatie, we horen alle geluiden uit het dal: spelende kinderen, koebellen, een auto, muziek uit de bar e.d. Af en toe komt iemand een sigaretje roken. We zien ook een werkelijk enorm overbeladen hooiwagen de weg afkomen die wij ook genomen hebben. Hij gaat tergend langzaam en de hooibaal blijft zichtbaar af en toe hangen aan de rotsen en in de bomen (we zien de volgende dag de resten hooi hangen). Na een warme nacht branden we om 6.30 uur de tent al uit en vertrekken we noordwaarts richting Klos. We rijden langs alpenweitjes en door de bomen met een slakkengang van 10 km per uur. De rit is lang en we weg wordt juist als we bij Gur i Bardhë nog slechter (zie filmpje). Om 13 uur komen we aan bij Camping Oasi della Chiesa in Suc. De camping ligt rondom een kerkje en wordt gerund door zusters. We zijn (en blijven) de enige gasten. We gaan onder een grote boom staan en duiken ’s middags aan de overkant van de weg even de rivier in. Tjee, wat is het warm. Het koelt ’s avonds gelukkig af en als de zusters met een aantal gasten en kinderen zich om het kunstvoetbalveld hebben geposteerd, trapt Joost een balletje met de kinders. Vanwege de warmte lijkt het ons een goed idee de bergen in te gaan! Woensdag 13/7 maken we een lange dag en rijden over een prachtige snelweg naar Kükes en vandaar over een smalle asfaltweg naar de Valbona vallei. Ai, ai, wat mooi hier! Steile bergwanden en een ijsblauwe rivier. We eindigen bij guesthouse Kon Gjoni waar we in de tuin kunnen kamperen; een prachtige plek. ’s Avonds eten we met de pot mee: geit! Het eten is overdadig en superlekker a 6,50 Euro. We kletsen met Denen en Belgen, want het

guesthouse is vol. We informeren bij de Denen naar een wandeling, want we moeten wel eens in beweging komen. De volgende dag volgen we de wandeling naar de piek Roshit. Het is weer erg warm en het rotsige pad is supersteil. Na 2 ½ uur klauteren en glibberen op de losse stenen, geef ik er de brui aan. Het uitzicht is prachtig maar we hebben nog steeds niet het ‘barretje’ bereikt. We komen de zoon van Gjoni tegen met wat Fransen en die verzekert ons dat het nog maar een half uurtje lopen is. Ik loop nog dapper even door, maar zie nog steeds niks: omdraaien! De weg naar beneden, je raadt het al, is even inspannend. ’s Middags rusten we na gedane arbeid en ’s avonds eten we weer ons buikje rond. Het koelt lekker af.

Vrijdag staan we om kwart over zes op. We willen met de ferry over Lake Koman varen en die vertrekt bijtijds. De bootreis is prachtig door de ‘fjorden’ van Albanië, maar om dit nu een van de mooiste vaartochten van de wereld te noemen…. Het is wel gezellig met twee Amsterdammers die hier twee weken rondtrekken. De aankomst van de boot in Koman is nogal lachwekkend. Het waait heel hard en de kade is mudjevol. Na twee pogingen liggen we aan wal. Dan volgt het manoeuvreren door een smal tunneltje met verkeer van twee kanten; lachuh! Langs een slechte weg rijden we naar Shkoder, een grote plaats. Vlak daarboven vinden we een plek op de camping aan het meer. Het begint enorm te onweren en regenen en de camping wordt flink modderig. De volgende ochtend vetrekken we naar Vermosh, een dorp op de grens met Montenegro. De weg er naar toe wordt helemaal

vernieuwd met EU-geld en is prachtig, maar helaas regent het. Als het asfalt ophoudt zien we indrukwekkende wegwerkzaamheden; veel wordt met de hand gedaan. De omgeving is schitterend en we komen 2 Ierse fietsers tegen; dapper hoor. In de Vermosh vallei mogen we in de tuin staan van Guesthouse Peraj onder de appelbomen. Dochter Florida spreekt prima Engels en we kunnen er ook eten. Om 19 uur staat buiten onder pergola een uitbundig maal klaar met o.a. gebakken vis, frieten, kaas, salade en cake. We kletsen uitgebreid met een bereisde Armeniër die verdacht veel van een Amerikaan heeft. Als we

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

vragen wat hij doet voor de kost zegt hij: ’If I tell you what I do, I’ll have to kill you”, uhuh. Met de kachel aan kijken we een film. ’s Ochtend gaan we de piepkleine grens met Montenegro over. Montenegro ziet er gelijk anders uit, een soort Zwitserland. Keurig huisje-boompje-beestje, mooie wegen. In de vallei van de knalblauwe Tara rivier vinden we een prima camping en hebben er alle ruimte. ’s Avonds maakt Joost een lekker vuur. Maandag rijden we door de prachtige vallei naar de brug over de Tara waar je met een zip-line een angstaanjagend ritje over de diepte kan maken. Het is er toeristisch druk. We rijden door naar een hoogtepunt van Montenegro: Durmitor National Park. Op de camping hebben we prachtig uitzicht op de bergen en maken een wandeling rondom Black en Small Lake, gevuld met gletsjerwater. De camping vult zich met wandelaars en het wordt koud. De volgende morgen hangen de wolken laag. We rijden eerst een weg naar het noorden van het park en vervolgens in het zuiden er onder langs tot in de Pive kloof. Prachtig, prachtig: eerst de kale ruige bergen van Durmitor en dan het helblauwe water van het stuwmeer omringt met groen. We rijden tot de grens met Bosnië-Hercegovina en besluiten naar het rafting kamp Grab te rijden. Raften op deze rivier lijkt ons wel wat! Top-besluit want er is heel veel ruimte om te kamperen, de ontvangst is uiterst hartelijk en professioneel en we

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

schrijven ons direct in voor een raft tripje. We vermaken ons met het gadeslaan van de enorme groepen Franse jongeren die er ook verblijven. De volgende dag melden we ons bij de raft instructeurs en met een aantal andere toeristen worden we in een wetsuit gehesen en met een busje naar het beginpunt gereden. We hebben er geen foto’s van, maar het is een prachtige tocht van 3 uur door de kloof met hier en daar toch echt leuke rapids. We vermaken ons uitstekend! Na afloop krijgen we een lunch alsof we zware arbeid hebben verricht. Donderdag rijden we dwars door het kleine landje naar de kust en belanden zowaar op een mooi plekje op een volle strandcamping. We koelen af in het zoute zeewater en kijken onze ogen uit; dit zijn dus mensen die dagenlang aan het strand liggen, brrr, niks voor ons. Vrijdag rijden we langs de toeristische kust naar het noorden. De kust is prachtig, maar nu veel te druk. We gaan door Lovcén National Park, dat ons niet zo kan bekoren, maar worden beloond met spectaculair uitzicht over de baai van Kotor.

Vervolgens passeren we 25 haarspeldbochten. Kotor staat op nr. 1 van de steden die je in 2016 moet bezoeken volgens Lonely Planet en we waren al gewaarschuwd voor de drukte (vooral van Amerikanen). Als we er aankomen ligt er een torenhoog cruiseschip in de haven en is het er inderdaad erg druk. Wel een leuk ommuurd stadje en we gaan eerst maar eens even lekker lunchen met scampi’s (direct een heel weekbudget in Iraanse termen uitgegeven). We winkelen wat en gaan dan op zoek naar een slaapplaats. Met de ferry naar de overkant en we komen aan op een volgepakte camping waar veel Nederlanders staan. We proberen af te koelen in het meer, maar het water is redelijk warm en ook wat vies. We concluderen dat Montenegro een proper landje is en prachtig, maar in juli kun je beter de kust mijden.

Zaterdag 23 juli begint onze laatste week en wat onwennige dagen aan de Kroatische kust, in Slovenië, Oostenrijk en Duitsland. Het is overal druk met toeristen en witte dozen en we voelen ons er niet echt thuis. Noemenswaardig zijn de kust van Kroatië (maar niet in juli!), en vooral Ljubljana in Slovenië. Wat een leuke stad! We shoppen wat leuke spulletjes bij elkaar. Als we de tunnel doorrijden naar Oostenrijk zakt de temperatuur van 35 naar 25 graden. De laatste avond in de Eifel boeken we een mooi hotelletje en eten er op culinair niveau om af te sluiten. Op vrijdag worden we thuis warm onthaald door Jaap, Jacomien en Noor.

Dit was het dan. Vier maanden, 23.000 kilometer en vele prachtige ervaringen. De variatie in cultuur, natuur en mensen tussen de landen was geweldig. Iran en Georgië hebben ons hart gestolen en kunnen we warm aanbevelen (ook voor mensen die minder avontuurlijk willen reizen!). En nee, er is niets vervelends voorgevallen en we hebben ons altijd veilig gevoeld. Kortom, wij vinden deze reis boven verwachting geslaagd!

Nu we thuis zijn, zeggen veel mensen dat die 4 maanden omgevlogen zijn. Nou, voor ons gelukkig niet! Iedereen bedankt voor het meeleven en meelezen, dat maakt het extra leuk om te schrijven. Op naar een volgende reis!

Liefs,

Marijke

We zijn thuis!

We zijn thuis!

Hier zie je de route die we gereden hebben. In totaal ongeveer 23.000 km in 4 maanden.

Reis met handicap

Het is bijna zover. Dit weekend gaan we naar Roemenië in het gezelschap van Harald en Mariska ( je weet wel, van Harenmaropreis.nl). Hier hebben we lang naar uitgekeken, omdat dit de eerste reis wordt in onze Hilux met Exkab camperunit. We hebben er twee jaar aan gewerkt en nu gaat het gebeuren. Wel met een handicap….Marijke heeft 2 weken geleden haar middenvoetsbeentje gebroken. Gelukkig zijn de gipsmeesters in het TweeSteden ziekenhuis in Tilburg super meedenkend. Vrijdag gaat het gips eraf en krijg ik een afneembare off-road brace ;-). Vermoedelijk krijg ik de functie van kokkie in het gezelschap!

Op naar de Karpaten! Lezen jullie mee? Leuk!

groet,

Marijke

Week 1: Groen, prachtig en gastvrij

Hier volgt het reisverslag van onze eerste week Roemenië. Snel zien waar we zijn? Bekijk onze GPS-log: roemeni.poi66.com

Zondag 3 augustus – Harald en Mariska komen aan het begin van de middag. Harald wil nog een optakelbaar bed maken in hun Landcruiser. Het is flink wat klussen en Joost zijn gereedschap komt goed van pas. Intussen hobbel ik wat rond op 1 kruk en probeer nog wat te doen, maar mijn voet wordt snel dik. Lees verder

Week 2: Over mooie stadjes, drukte, zon en regen

Maandag 11 aug. Om 6 uur komt de eerste auto al langs onze wildkampeerplek aan het stuwmeer in het Retezat National Park. Als binnen 10 minuten de tweede langskomt wil ik eruit. Harald en Mariska gaan vandaag wandelen hier. Aangezien mijn voet dat nog niet kan gaan wij alvast verder. We rijden via Petrosani naar de Transalpina, een weg over het Cindrel gebergte. Het 2014-08-11 10.27.19eerste stuk tot aan de Transalpina is prachtig en gaat langs een riviertje door een kloof. Lees verder

Week 3: Kloven, kloosters en weidse uitzichten

Maandag 18 aug. ’s Ochtend is het gelukkig zonnig als we opstaan. We nemen afscheid van mevrouw Jolanda en rijden richting Bicaz. We komen eerst aan bij Lacu Roșu. Het is direct toeristisch en waarom eigenlijk? Lees verder

Week 4: Romania e frumoasa!

Zondag 24 aug. Vandaag had een rustdag moeten worden; lekker boekje lezen in het zonnetje of zoiets, maar het komt met bakken uit de hemel. We blijven lang in bed en gaan er om 10 uur toch maar uit. Er is een soort tweepersoons doucheruimte, dus dat doen we gezellig maar eerst. Lees verder

Week 1: Balkende pinguins en bijtende honden

Woensdag 12 september – Rob en Mirjam halen ons in Waspik om tegen 11 uur en we rijden naar Jaap en Jacomien. Jacomien heeft een lekere lunch gemaakt. Daarna brengt Jaap ons naar Schiphol. We vliegen naar London Heathrow en daar lunchen we lekker bij Wagamamma. Rob is nu al zijn leesbril kwijt! Met British Airways hebben we een prima vlucht naar Kaapstad. Lees verder

Week 2: Boffen, bollen en braaien

Vrijdag 21 september – Het weer is wat minder en dus gaan we een ritje maken. We rijden via Stanford naar Die Kelders, grappige plaatsnamen hebben ze hier. We scharrelen een beetje tussen de vakantievilla’s door langs de kust op zoek naar walvissen. Het regent en dus verbaasd het ons niets dat ze niet echt happig zijn zich te laten zien. Lees verder

Week 3: Wild en warm

Inmiddels zijn we al weer enkele weken thuis, maar het reisverslag van Zuid-Afrika is nog steeds niet af. Om toch wat herinneringen te bewaren, hier een verkorte weergave van de laatste week:

Vrijdag 28 september – Vandaag rijden we bijtijds naar Addo elephant park. We rijden een andere route en zien veel meer: zebra’s, kudu’s, olifanten, een jakhals en tot onze verrassing twee excusez-le-mot neukende tijgerschildpadden.
Lees verder

Hieronder staat het reisverslag van onze reis door Zuid-Amerika met onze Toyota Landcruiser. We zijn door familieomstandigheden 6 weken eerder teruggekomen, maar het waren 4 schitterende maanden in Argentinië, Brazilië en Bolivia. De foto’s, diavoorstelling en video’s zijn te vinden op de Foto en videopagina.

Midden-Oosten? Op naar Zuid-Amerika!

Twee jaar geleden kochten we onze Toyota Landcruiser en zo’n half jaar geleden maakten we plannen voor een rondreis Turkije-Zuidelijke Kaukasus-Midden-Oosten-Egypte-Libië en Tunesië. Enkele weken geleden hebben we naar aanleiding van de aanhoudende problemen in Syrië besloten onze route drastisch te verleggen. De Russische boeken in de kast en de Spaanse lesboeken er weer uit. Ook al zijn we er al twee keer geweest, het continent is groot genoeg om nog veel meer te ontdekken: Zuid-Amerika! Lees verder

De Landcruiser op weg naar BA

Dinsdag 7 juni 2011 hebben we de auto naar Antwerpen gebracht. In Haven 1333 worden de containers van de Grimaldi Group ingeladen. We komen tegen 9 uur aan en worden gevraagd  een geel hesje aan te doen. Even verderop gebaart een man dat we de auto neer kunnen zetten. Het kan even duren, dus we schenken koffie in en nemen een broodje. Even later ploft een grote grijper een 20 ft container voor ons neer. Er komt een mannetje aangescheurd in een pick-up, opent de deur, klapt twee rijplaten neer  en gebaart naar Joost dat die de auto er in kan rijden. De auto past er keurig in. Vervolgens maakt Joost de accu’s los en dat duurt even. De man knoopt  een praatje met me aan en wordt wat ongedurig. Hij zegt op z’n Bels: “Zijt ge daar een kleine beurt aan’t geven of wah?”

De auto en de reserveband worden vastgesjord en de deuren gaan dicht. Zegel erop en klaar!

IMG_0340

IMG_0338

Als we thuis komen ligt er al een e-mail van Manfred (Mafratours) met het container- en zegelnummer en een link om de container te volgen.  De container wordt op 9 juli in Buenos Aires verwacht. Stap 1 van het Rondje Zuid-Amerika is gezet.

Week 1: Oefenen met geduld

Woensdag 6 juli trekken we in Oosterhout de deur achter ons dicht en de buren zwaaien ons uit. De laatste twee dagen zijn heel vreemd. Dinsdag horen we ’s ochtends van Manfred, onze agent, dat de Bill of lading van onze container niet op tijd zal aankomen. Dit document heb je absoluut nodig om de container in Buenos Aires (BA) te kunnen ophalen. Eerst zegt Manfred dat het origineel niet nodig is en dan weer wel. Joost bedenkt een oplossing waarbij de buurman de BL opvangt en moet opsturen naar Grimaldi in Antwerpen. Joost zijn zus belt rond het middaguur dat z’n moeder met een voedselvergiftiging is opgenomen in het ziekenhuis vannacht; ze mag gelukkig snel weer naar huis. Lees verder

Week 2: We hebben ‘m!

Donderdag 14 juli is het ’s ochtends ineens koud in Buenos Aires. We hebben geen haast en Marijke probeert te skypen met Jaap en dat lukt! Jacomien komt er ook bij en al lukt het niet met beeld, de lijn is heel helder. Later skypen we ook met Geert in Arequipa en ook dat gaat perfect. We lopen de stad weer in op weg naar het museum van moderne kunst, al is dat ver weg. Als we door Avenida Santa Fe (een prachtige winkelstraat) lopen begint het te miezeren en daarna te regenen. We lunchen ergens en draaien dan maar om. Bij een prachtige boekhandel ben ik er van overtuigd dat ik een Nederlandse journalist zie, maar durf het niet te vragen. Lees verder

Week 3: Veel geluk bij een ongeluk

Donderdag 21 juli rijden we, na wat boodschappen en dieseltanken, eenvoudig Buenos Aires uit. Wel spannend om over de breedste weg ter wereld te rijden; go with the flow. Al snel volgen we Ruta 12 naar het Noorden door de delta tussen de rivieren Paraña en Uruguay. Eindeloze moerassen, af en toe politiecontroles. We waren gewaarschuwd voor de politie hier, maar worden overal doorgewuift (wel gordel om en lichten aan!). Na 350 km komen we aan in Parque Nacional El Palmar. Lees verder

Week 4: Water, water en wow, water!

Vanuit San Ignacio rijden we (28 juli) naar het Noorden, naar Puerto Iguazú. We tanken heel veel diesel (156 l, wel de duurdere soort want de gewone is op: AR$ 5,28 p.l., zeg maar 0,90 Eurocent), want regelmatig verkopen de pompen hier nee en staan er lange rijen. Ze doen er zelf een beetje lacherig over. Blijkbaar komen ze op hetzelfde moment op het idee te gaan tanken. Onderweg hebben we weer veel bekijks. In de middag komen we in Puerto Iguazú aan en bij de Tourist Information vraag ik of ze een camping weten. Ze verwijzen ons naar de camping waar de Argentijnse studenten het ook al over hadden: Complejo Americano, toevallig naast de Tourist Information. Gelukkig spreek ik een beetje Spaans, want Engels daar doen ze hier niet aan. Lees verder

Week 5: Tropisch Brazilië

Het eiland Ilhabela spreekt tot de verbeelding: een klein eiland met maar 1 weg en zeker 25 verschillende strandjes met een eigen naam. Ieder strandje is weer anders, maar overal staan wuivende palmbomen. Bij één van de Noordelijke strandjes is een punt dat heet Pedras de Sino. Hier liggen wat grote keien in het water en is een gelijknamige camping en een restaurant. We staan een beetje op de heuvel en kijken ’s ochtends vroeg uit de daktent tussen de palmen en tropische bomen door naar het strand. Voor het eerst zijn er geen honden, kalkoenen of wat dan ook op de camping en is het heerlijk rustig. Lees verder