Op 26 augustus rijden we over de gladde snelwegen van Duitsland naar de Pfalz. Traditiegetrouw eindigen we onze reizen graag in dit wijngebied met Duitse gastvrijheid. Het is erg warm als we aankomen in Wachenheim op een keurige camping. We spannen een zeiltje aan de zonneluifel om in de schaduw te kunnen zitten. ’s Avonds gaan we lopend naar het dorp en eten uitstekend. We hebben een heel goed gevoel over aan deze reis en filosoferen wat over wat we nu willen. De dame die ons bedient wil ons van alles laten proeven. Nu schenken ze hier wijn per 0,2 l en dus hakt het er aardig in!
![]()
De volgende dag doen we rustig aan en ’s middags gaan we wat adresjes af om sekt en wijn in te kopen. Ach, wat is het leven zwaar. Sektkellerei Martinushofis extra leuk, want de man vertelt ons van alles over sekt maken en wil ons zijn hele collectie laten proeven. Ze zijn een sekt-loonbedrijf en maken ook sekt voor wijnhuizen die de expertise niet in huis hebben. ’s Avonds eten we ons galgemaal bij de auto.
Moeder Jacomien heeft ons duidelijk aangegeven dat we donderdag rond 15 uur geacht worden thuis te komen. Dat belooft wat. En inderdaad, er hangen ballonnen en slingers en er is een gezellige delegatie van de familie. Wat leuk. Er is een grote taart met onze foto er op en voor eten heeft ze ook gezorgd. Het is heel gezellig. Als iedereen weg is, gaan we beduusd vroeg naar bed.
![]()
![]()


Natuurlijk hebben we onderweg heel wat gepraat over wat we van deze reis vonden en wat we in de toekomst willen. Een ding is duidelijk, we zijn samen nog niet uitgereist! We vinden het heerlijk om samen landen te ontdekken en het liefst over wat minder toegankelijke wegen. We hadden de afspraak eerst ‘moeilijke’ landen te doen. Nu we hebben ervaren hoe het is om in landen als Iran, Rusland en Tadzjikistan te reizen, heeft de kwalificatie ‘moeilijk’ nog maar weinig betekenis. Ook Rusland en de Stanlanden vonden we prima te bereizen. Er is ons niets onaangenaams overkomen en we zijn geen dag ziek geweest. Al helpt het wel dat we veel zelf koken. Als een van de directeuren op m’n werk aangeeft dat hij blij is dat ik weer veilig terug ben uit ‘die gevaarlijke landen’, dan weet ik niet goed wat ik moet zeggen. Zo hebben we dat zeker niet ervaren! De landen zijn meer ontwikkeld dan wij denken en Kazachstan en Rusland (t/m de Oeral) zijn ronduit modern. Maar ook in de andere Stanlanden zijn de voorzieningen niet echt slecht (winkels, geld, brandstof, water). De bazars zijn zelfs superleuk en je kunt er echt vanalles kopen.
![]()
Ok, de wegen zijn hier en daar (en vooral in Tadzjikistan) echt slecht (onder de 5 op de schaal van Kloeg ;-)). Maar dat maakt ook het avontuur! Veel locals rijden echter met gewone auto’s rond (die ze dus rustig aan gort rijden). Wel is het zo dat we ons afvragen welke 4×4 voorzieningen we ècht nodig hebben. Zo hebben we de lier niet gebruikt. De auto wordt er zwaar van en in combinatie met de slechte wegen, krijgen alle onderdelen het echt te verduren. Dat is iets om over na te denken. Ook is nu weer gebleken dat we veel binnen moesten zitten vanwege de kou ’s avonds en dan is de ruimte in de cabine, vooral voor Joost, wat beperkt. Dus iets groters zou een wens zijn. Overigens zijn we weer onder de indruk van wat de Hilux kan, het is echt een beest. Ook de cabine heeft zich keurig gehouden en biedt alles wat we nodig hebben (al zou een toilet soms wel handig zijn). We hebben zelfs per ongeluk 120 kilometer gereden met het dak open (…oeps…door de Anzob tunnel zelfs) en er is werkelijk niets gebeurd! Indrukwekkend. Helaas is wel de douchezak gestorven, terwijl we die juist aan het gebruiken waren (vaak meegesleept, niet gebruikt). Toch iets anders voor zoeken. Ach, en eigenlijk kun je met zo weinig spullen toe. Dat maakt reizen zo lekker overzichtelijk, dat geeft rust. We hebben dan ook heel veel geslapen.
Het weer is op deze trip heel extreem geweest, van heel koud naar heel warm. Helaas begaf de kachel het precies toen het in de oostelijke Pamir begon te sneeuwen. Dat bleek te komen door de slechte diesel in Tadzjikistan, want na het tanken van Shell V-power, deed ie het weer. Lesson learned: ook een filter in de leiding naar de kachel!
Jullie hebben met ons meegereisd en dat vonden we bijzonder leuk! Dankzij blog, Facebook, Facetime en Polarsteps hebben we veel interactie met familie, vrienden en collega’s. Maar ook met mensen die we onderweg tegenkomen of die we volgen. Zo ben je eigenlijk nooit alleen. Ook niet fysiek trouwens. We hebben veel leuke medereizigers ontmoet. We waren vooral onder de indruk van de fietsers. Het is opvallend hoe weinig je echt weg bent van mensen. Een herder is vaak dichtbij!
Opvallend is hoe weinig wild en vogels we hebben gezien. Uiteraard wel heel veel kuddes van van alles en nog wat, maar wilde dieren hebben we nauwelijks gezien. Wel marmotten, woestijnratjes, roofvogels en 1 gazelle, ook waarschuwingsbordjes voor beren, maar ze niet gezien. Maar…man, man, man, wat zijn deze landen mooi! Vooral Tadzjikistan en Kirgistan zijn prachtig vol met indrukwekkende gekleurde rotsen, woeste rivieren, knalblauwe meren en groene weiden (Kirgistan). Afijn, de foto’s spreken voor zich. Bovendien zijn de mensen bijzonder aardig. Al was het wel reuze handig dat ik wat Russisch geleerd had. Hoe frustrerend ook (niet te verstaan), het werd bijzonder gewaardeerd en je kunt iets van een gesprekje hebben. Ook de contacten bij de grens en met de politie vonden we niet echt vervelend. Ze doen hun werk en ja, ze proberen som wat geld aan je te verdienen, maar daar konden we (op 1 keer na) relatief makkelijk onderuit (dan spreek ik dus geen Russisch meer).
Zouden we teruggaan? Ja, naar Tadzjikistan en Kirgizië willen we wel een keer terug, maar dan wel vliegen en een auto huren. Zo kwamen we Belgen tegen met een lokale Lada Niva met daktent. Prima oplossing. We hebben 23.000 km gereden en vooral wanneer de hoogtepunten geweest zijn, dan worden die kilometers taai. Je raakt ook wat versuft door alle bezienswaardigheden. Hebben we er spijt van? NEE! Het was weergaloos. En weer heeft zich bewezen dat het de moeite is om af te reizen naar landen waar we denken een mening over te hebben, om te ontdekken dat het slechts vooroordelen zijn. Dat is voor mij reizen: ontdekken!
Op het werk werd ik heel warm onthaald en de eerste week voelde goed. Nieuwe projecten en uitdagingen waar ik graag mijn tanden in zet. Heerlijk. En toch…..we denken al weer aan de volgende reis.

Nogmaals dank voor jullie belangstelling! Het foto-album online is in de maak en volgt binnenkort.

Veel liefs,
Marijke





en 24 graden. Iedereen flaneert op straat en er is een gezellige kermis. We navigeren over een boulevard naar de Donau toe. De omgeving ziet er wat gribus uit, maar het
de nieuwe douche en toilet af. Hij is hier verzeild geraakt omdat hij Engeland zat was, heeft 7 jaar aan het huis gebouwd en is een camping begonnen om wat te verdienen. We eten wat en dan komt de 8-jarige Skie haar beloofde vioolconcert geven. Heerlijk. Ze spreekt Bulgaars, Japans en Engels en is een enorme wijsneus. Het is behoorlijk koud, maar we slapen prima in ons eigen bed.
bebouwing, langzame file met verkopers die er gewoon tussen staan. Het kost ons 2 ½ uur. Aangezien er in Turkije erg weinig campings zijn (anders dan aan de kust) besluiten we naar de Zwarte Zee te rijden, zo’n 60 km om. Aangekomen in Akcakoca blijkt de camping vervallen. Een man stopt en vraagt ons in het Duits wat we willen. Voordat we het in de gaten hebben, belt hij in het rond en verschijnen er meer mannen. We mogen er wel staan, maar er blijken geen voorzieningen. Uiteindelijk eindigen we tegenover, naast een restaurant, waar we heerlijk gebakken vis eten. Voor het kamperen hoeven we niets te betalen en we mogen het toilet in het hotel ernaast gebruiken. Bijzonder gastvrij. ’s Nachts is het maar een paar graden.
doen we heel rusti
g aan en lopen einde van de ochtend naar het Göreme Openluchtmuseum, werelderfgoed met uit de rotsen uitgehakt







veel lol. Dat wordt wat minder als ze van twee andere mannen beweren dat ze gevaarlijk zijn. Ze nemen afscheid en we koken, eten en wassen af. Het wordt aardedonker. Als we net binnen zitten, komt de ‘gevaarlijk’ man weer terug en herhaalt 3 zinnen in het Farsi tegen Joost. We
slapen, maar maken duidelijk dat we graag voor de deur parkeren. Er zijn toiletten en het is er reuze gezellig met picknickende families op de stoep. We drinken thee bij de beheerder van de imamzadeh (ik mag zonder chador naar binnen) en kruipen daarna bij een familie op een vloerkleed om waterpijp te roken en fruit te eten. Zo gastvrij! Als we om 1.30 uur in de auto kruipen, spreidt een familie nog een kleedje uit naast onze auto. Het wordt gelukkig snel rustig en we slapen uitstekend. Het was een lange dag met een bijzonder einde!
soort tandoor plakt. Dan hoog de bergen in, boven de wolken en we dalen af naar de
prachtig groene Alamut vallei omringd door
dus we draaien weer om. De ‘tuin’ is een flink stuk grond met een prachtig rond huis op gekleurde pilaren, een struisvogelfarm en nog een aantal onafgemaakte huizen, waaronder een enorme villa met Chinees dak. Hebben we zijn cave al gezien? Nee? Hop in de auto en iets verder langs de weg laten de broers ons zien hoe ze ier een toeristische plek van willen maken met een café. Ze zijn zeer verontwaardigd dat er maar een paar regels over de Alamut Valley in de Lonely Planet staan. We beloven dat we er over zullen schrijven! Bij deze dus. We mogen toilet en (koude) douche in een huis gebruiken en we staan prinsheerlijk tussen de bomen in het zonnetje. Eind van de middag gaat het regenen en wordt het koud, dus eten we binnen en kijken een film.
s doet, maar dat de familie geld heeft is wel duidelijk. Opa van 85 komt ook nog even langs en geeft mij gewoon een hand! Het ontzag van Mohammed Reza voor opa is direct voelbaar. We worden voor de lunch uitgenodigd en natuurlijk mogen we nog een nacht blijven. We rijden daarna naar Alamut Castle; een eeuwenoud kasteel, een soort ‘adelaarsnest’, heel hoog op een heuvel. Het is meer een ruïne en restauratie nemen ze met een korrel zout, maar het uitzicht is schitterend. Als we naar beneden lopen, roept iemand keihard ‘Joost, ik ben het, Bert!’. Werkelijk waar ongelofelijk, maar Joost kent Bert van zijn werk bij het AMC en heeft onze auto zien staan. Hij reist met zijn vrouw een maand door Iran. Bizar dat ze elkaar hier ontmoeten. Dan snel
naar de lunch met Mohammad Reza. We krijgen heerlijke rijst met bonen, verse kruidensla uit de tuin en doogh (yoghurtdrank). We nemen onze laatste plak Lindt chocolade voor hem mee en dat valt geweldig in de smaak. ’s Middags nodig hij twee Duitse toeristen uit met hun gastheer om in de tuin te lunchen. De Duitsers couchsurfen in Iran en dat schijnt wonderbaarlijk goed te gaan. Ze hebben zoveel uitnodigingen gehad, dat ze onmogelijk overal langs kunnen. Hun gastheer is een tandarts in opleiding, spreekt goed Engels en heeft een picknick van zijn moeder mee. We mogen proeven (spinazieomeletjes en een soort auberginedip) en mai, mai dat smaakt lekker! We vragen hem zijn moeder de recepten te ontfutselen.
tulpenlandschap voor hem geschreven en hij is daar erg mee verguld (dat was slim dus om mee te nemen). Hij benadrukt dat we iedereen mogen laten weten, dat ze hier welkom zijn en gerust de GPS-coördinaten doorgeven (N 36°26.952 E 050°31.105). Bij deze! Dan een lange rit naar Fuman. Bij een lunchstop langs de weg komt een man aan met een bordje gewassen komkommers, tomaten en twee zakjes zout, en even later nog een meloen. Zo aardig. Langs de weg zien we veel rijstplantages en zelfs wat theevelden. Ook veel restaurantjes en theehuizen waar je in een soort hutje waterpijp kan roken. Halverwege Masuleh vragen we bij zo’n gelegenheid of we er mogen kamperen. Natuurlijk! We krijgen direct thee. Het is fris 21°, vochtig en mistig. De volgende dag vraagt hij ons 500.000 Rial voor de overnachting, belachelijk.
g
inding en we mogen niet betalen. Op de gok rijden we naar de zee op zoek naar een slaapplaats. Er hangt een bruin bord ‘Integrated Coastal Tourist Resorts Ghorogh’, dat belooft wat! Het blijkt een groot picknickterrein te zijn met winkeltjes en ook huisjes die je kunt huren. Met taalhulp van een dame uit Tabriz mogen we er kamperen voor 50.000R (€1,30). Het is er niet bepaald schoon, maar we staan weer en aan belangstelling geen gebrek. We maken weer wat praatjes en gaan op de foto. 6/5 Vrijdag is zondag hier en als Joost naar de bakker gaat (staan we naast) krijgt hij een heerlijk met een soort notenpasta gevuld brood cadeau. Joost ga
at terug om met enthousiasme te laten weten dat het erg lekker is en de bakker heeft grote lol. We rijden verder langs de kust en gaan even naar de Kaspische zeekust. Het is er vies en niet bepaald
Duits stel waarvan Joost op een aanpalend terrein hun appelgroene vrachtwagentje zag staan (oh, toeval). En zo wordt een saaie dag wachten p de was, ineens reuze gezellig. We wisselen eerst verhalen uit (ze reizen in 2 jaar naar Azië,
het verrassend prachtige mausoleum van Sheikh Safi-od-Din. Als we naar buiten lopen horen Jörg en Joost gezang en gaan naar binnen. Voor Ann en ik het in de gaten hebben zitten we in een dienst waarin mensen worden bedankt die erg goed uit de Koran kunnen voorlezen. We krijgen lekkere zwarte halva en hele vieze zure yoghurtdrank aangereikt. We halen de was op, doen nog een rondje bazar en eindigen in een fastfood-tent. En zo werd het door toeval weer een leuke dag! Op zondag 8 mei rijden we een prachtige rit door groene bergen van Ardabil naar het Noorden en vinden aan een mooie plek met uitzicht om te overnachten. Een kampvuur houdt ons warm. Morgen de grens met Armenië over. We hebben genoten van Iran, de mensen, steden en natuur. Ik voelde me net de koningin, al die aandacht en de hele dag wuiven en glimlachen. We bevelen iedereen van harte aan om er eens een kijkje te nemen!
handtekeningen. Er wordt ergens een fout gemaakt en dan is een fixer wel handig. Zelf kom je er dan moeilijk uit als je geen Farsi spreekt. Hij vraagt er 200.000 Rial voor (2,60 Euro). We wisselen geld en rijden dan de brug over naar Armenië. Daar spreken meer mensen Engels en is het goed duidelijk wat je allemaal moet doen. Van loketje naar loketje en weer terug; Joost legt een heel doolhof af. Dan blijkt dat ze dachten dat webij een Duitse groep motorrijders horen en een motor exporteren in plaats van een auto importeren. Een kordate dame heeft het in no time rechtgezet. Importeren kost 22.000 dram (ong. 40 Euro), de verplichte verzekering voor 1 maand kost 13.000 dram. De totale grensovergang kost ons ruim 3 uur. We zijn in Armenië! De eerste schok zijn de auto’s die we zien: Porsche, Mercedes, BMW en dikke Landcruisers. In de supermarkt in Agarak volgt een tweede schok. Er staat meer alcohol (wodka, cognac, wijn en bier) dan iets anders. Met onze pinpas komt er zomaar geld uit de muur! Het uiterlijk van de mensen is ook indrukwekkend anders. Rondbuikige heren en dames in niet al te elegante kleding (ietwat ordinair). Wat een verschil met Iran! We rijden via
de oostelijke weg richting Kapan, door het Arevik National Park. Het is er prachtig, de weg is best goed en we zien nauwelijks andere auto’s. Het is lastig om een vlak plekje te vinden om te overnachten. Als we even stopen voor het uitzicht, zien we een hutje met een aantal mannen die ons hevig zwaaiend uitnodigen. We gaan er op af en hebben daarna een geweldige middag! We worden neergezet, krijgen een bord voor ons neus met kippenboutjes, gebraden varkensvlees, salade, brood, gestoofd rundvlees met aardappels en natuurlijk wodka en wijn. Ze spreken geen Engels, al helpt Google Translate wel iets. Het belangrijkste is dat we elkaar willen begrijpen en dan versta je ineens veel meer. Een van de mannen is parkwacht en er staat ook een schuilhut, betaald door het WNF. Zijn broer is er ook bij. Het is een club vrienden die vandaag (9 mei) Bevrijdingsdag viert. Het is echt reuze gezellig en natuurlijk kunnen we er blijven slapen. We zetten de auto op een goeie plek (met waanzinnig uitzicht op Iran) en even later fluiten ze dat we moeten komen, ze gaan koffie zetten. Heerlijke Turkse koffie en daarna ook prima kruidenthee, die de mannen zetten van een bosje dat ze ergens uit de grond hebben getrokken; uiteraard met nog meer alcohol. Het is inmiddels echt heel koud en we treken ons terug in de auto met de verwarming aan. Dan komen ze er weer aan en hebben alle restjes eten en drank ingepakt voor ons om mee te nemen. Zo aardig. Toeterend rijden ze weg en wordt het stil.
en hobbelt en als het dan ook nog gaat regenen en de weg overgaat in onverhard, is het een grote modderzooi. De dorpjes zijn een sneue bedoening. Aan het einde van de ellende krijgen we uitzicht op het Tatev Klooster, een van de highlights van Armenië. We mogen staan bij een café (500 dram), en nemen eerst wat thee met iets lekker (1 Euro p.p). De wifi van de Tatev kabelbaan (Wings of Tatev, 5 km lang!) is waanzinnig goed. Eindelijk weer wat Facebook! We eten de restjes die we van de mannen hebben meegekregen en kijken binnen Penoza IV. Het is guur.
gorge is fenomenaal. We rijden door de gorge, bezoeken Satan’s bridge en een prachtig uitzichtpunt. Dan over de hoogvlakte naar het westen. We stoppen bij Zorats Karan, een soort Stonehenge, waar we hagel op ons dak krijgen. We doen boodschappen in Sisian, dat ook weer troosteloos aandoet. De wegen zijn er heel slecht, hoe houden die mensen dat hier vol? Zeker als je een dure bak hebt? Onverklaarbaar. Op de parkeerplek van een restaurant lunchen
we; er zitten 2 beren in een kleine kooi, gatver. Ongeveer bij Gorayk komen w rans en Eveline tegen op de fiets (
itte kaas, salade van komkommer en tomaat, en een bord verse kruiden (koriander dille, uitjes, dragon, paarse basilicum). Daarna kom het vlees; ze rijgen grote hompen varkens en lamsvlees met aardappelplakken aan grote spiesen die in een soort ondergrondse over gaan. Goudbruin, knapperig, vet en zout; just like the doctor ordered! Armeense wijn erbij en de smulmaaltijd is compleet; geweldig. Het weer is opgeknapt en dus rijden we richting Areni, het plaatselijke wijngebied. Langs de weg vinden we ‘Hin Areni’ en we worden zowat de auto uitgetrokken voor een
kruis
stenen, zo typisch voor Armenië. In een klein dorpje zoeken we langs smalle, modderige weggetjes naar een ongewone kerk met een buitenaltaar, Surp Zorats. Voor bezienswaardigheden staan over het algemeen wel bordjes langs de weg, maar vooral als je vlak in de buurt bent, dan zoek je het maar uit, heel typisch. Op de plek zelf staan meestal keurige borden met uitleg in Armeens, Russisch en Engels, en soms ook in braille. Ook hier, op deze afgelegen plek. Daarna zoeken we het Joodse kerkhof, nog steeds een mysterie dat hier in Armenië een korte periode Joden hebben gewoond.
appendeken van wegreparaties. We stoppen bij Khor Virap, een must-see. Het klooster ligt op de grens met Turkije met op de achtergrond de legendarische berg Ararat. Het klooster is een pelgrimsoord geworden voor Armeniërs die de berg willen zien, maar de grens niet over kunnen (de grens met Turkije is gesloten, later meer daarover). Aangezien we al meer kloosters gezien hebben, vinden we deze eigenlijk niet zo bijzonder. Bovendien beginnen we al een klooster-overdosis te ontwikkelen. Het is inmiddels bijna 30 graden. We denken eenvoudig langs Yerevan naar Garni te navigeren, maar we eindigen op een dramatisch c-weggetje, waar we ook nog in een gat knallen. Uiteindelijk vinden we de hoofdweg, maar ook die is een aaneenschakeling van potholes. Rond 15 uur arriveren we bij 3 G’s in Goght (
horen het verhaal van Sandra en Marty, voormalig rozenkwekers uit De Kwakel. Ze zijn hier terecht gekomen als adviseurs van de rozenkwekerij even verderop. Marty is nu aan het werk in Kazachstan en Sandra runt de B&B. ’s Avonds maken we een lekker maaltje klaar in de prachtige keuken (met houtkachel). Er komen ook nog wat Belgische B&B gasten. Zondag is de wasdag. Twee
ladingen in de wasmachine en buiten is het zo droog. We poetsen de auto en de koelkast. Aan het einde van de middag gaan we naar de Garni Temple. Een beetje amateuristisch gerestaureerde tempel, maar wel op een prachtige plek. Daarna gaan we met een tekeningetje van Sandra op zoek naar het visrestaurant. De weg is dramatisch, maar we vinden de verzameling houten huisjes naast een flink aantal visvijvers. Zonder Engels krijgen we heerlijke gebarbecuede steur, brood, kaas, salade en wijn. Het komt met bakken uit de hemel, maar who cares? ‘Thuis’ drinken we Douwe Egberts koffie met Armeense cognac met Sandra (en Daisy, de hond). Hier houden we het wel even vol! Het was een bijzonder week. Effe bekomen van alle indrukken.


oor een groot deel uit de rotsen gehakt. Eromheen liggen heel veel kleine grotten waar monniken in leefden. Het maakt indruk. We lunchen wat in een weiland. ’s Avonds gooit Sandra een grote bos hout op de bbq en binnen no-time hebben we vuur. De brokken vlees rijgt Joost aan enorm metalen pennen met polakken aardappels ertussen. Salade, brood, witte kaas en verse kruiden erbij en smullen maar! Het morsige plastic kleedje en de teil met kruiden van de slager zijn ver weg. Het begint te regenen en we Facetimen met J&J onder het afdak. Dinsdag 17 mei is een luie dag. We liggen in de zon, durven het koude zwembad in, boeken een hotel in Yerevan en doen wat boodschapjes; dat was het ongeveer. ’s Avonds gaat Sandra Nederlandse installateurs halen van het vliegveld en wij passen op het huis. Het regent flink.
t ontbijt). We gaan direct de stad in. Het is lekker weer en kijken onze ogen uit. Yerevan is een heel ander Armenië en we drinken cappuccino met gebak. We bekijken de Cascade, een enorm gebouw dat lijkt op een waterval. Erbij staan veel moderne beelden en erin is een modern museum (Cafesijan). Het begint te regenen, dus we gaan binnendoor van bovenaf naar beneden door het museum; heel bijzonder. Daarna langs de opera naar North Avenue, een wat leegstaande poging tot een luxe winkelstraat. We zien veel buitencafe’s waar muziek gemaakt kan worden, maar het is er het weer niet naar. Hip/modern en oud-Sovjet wisselen elkaar snel af wanneer we achter Republican Square in een heel ander deel terechtkomen. Uiteindelijk belanden we bij Hans & Franz voor wat lekkere wijn en hapjes. Bij het ontbijt de volgende ochtend luide popmuziek en veel nietsdoend personeel; wat training zou hier wonderen doen. Ze zijn vooral met zichzelf bezig en dat zien we meer in winkels en restaurants (we zijn verwend). We gaan met de auto naar het Genocide monument. Er is een herdenking gaande van de genocide van de Pontische Grieken (?),
kunnen opzetten. Wat zijn wij toch luxepaarden! Daarna naar de Carrefour om lekker in te slaan en we rijden richting Sevan. Bij Hrazdan gaan we de vallei in richting Meghradzor op zoek naar een kampeerplek. Was het in Yerevan 28°, bij Hankavan is het kwik gedaald naar 9°! Uiteindelijk vinden we bij een leegstaand sanatorium een plekje. Heel rustig, maar zoals overal komen er toch weer mensen langs
Iljevan, want daar is een winery. We zien al een lekker lunch voor ons, maar Iljevan blijkt een sneu dorp te zijn en de winery is slechts een winkel. Terug via Dilijan naar Vanadzor. We rijden door een prachtige vallei met Russische dorpen. Het wordt koud en regenachtig en de lunch wordt later en later. In Vanadzor vinden we een leuk Jazz Cafe en eten er een prima late lunch van lamsvlees met walnoten-roomsaus. Op zoek naar een slaapplaats rijden we richting de Debed vallei en de grens met Georgië. De weg is gruwelijk slecht. We komen een Jeep met caravan tegen! Hoe bedenk je het?! De vallei is steil en er zijn weinig plekjes en dus vragen we bij Hotel Arush of we er mogen staan. Hij vraagt 5000 Dram, achteraf bezien belachelijk, maar we staan weer. ’s Avonds vertrekt iedereen en gaat de deur op slot. Verwarming aan en film kijken. Morgen zien we wel weer verder! Het was een rare week van luxe vakantie en afzien met kou en modder. Op naar Georgië!
gaten uitfrezen, 2) randen prepareren en 3) gaten opvullen met asfalt. Helaas kan er nogal wat tijd zitten tussen fase 1 en 3 en dan zijn de gaten in de weg extra groot! Bij Alaverdi bezoeken we het Sanahin klooster uit de 10e eeuw. Een jongedame biedt zich aan als gids en spreekt Engels. Het klooster bij Haghpat hebben we
geen zin meer in en we rijden door naar de grens bij Sadakhlo. Om kwart voor twee draaien we het grensterrein op en iets meer dan een half uur laten staan we in Georgië. Aan de Armeense grens betalen we 7600 dram voor de exit. Aan de Georgische kant zijn geen kosten en heel geïnteresseerde grensbeambten. In Sadakhlo wisselen we de drams in lari en pinnen nog wat extra. Dan rijden we door Marmeuli. Een grote stad waar we per ongeluk over een drukken markt rijden. Eigenlijk willen we in een hotel overnachten o te douchen, maar we zien niet echt wat geschikts. Dan maar door richting Maglisi. We rijden door prachtig groene heuvels met erg weinig bebouwing, maar geschikte kampeerplekjes zien we ook niet. Het begint ook te regenen. Als we in Marglisi aankomen, moeten we wel even grinniken. We dachten een redelijk stadje aan te treffen met mogelijk een hotel, maar het dorp ziet er armetierig uit. Het wordt al laat, maar we rijden nog even door. Dan zien we langs de weg een kebab-restaurantje. We vragen of we wat kunnen eten en dat kan zeker, want de barbecue staat al te roken. We mogen in de ‘salon’ plaatsnemen en krijgen salade, kaas, brood, wordt en kebab. Zij is Armeense en spreekt wat Engels. Natuurlijk kunnen we achter het restaurantje overnachten, geen probleem. Heel wat auto’s en bussen stoppen op deze plek omdat er een waterbron is. Als het schemerig begint te worden, krijgen we een onprettige verrassing. Ze hebben geen stroom en dus moet de bezinegenerator aan en die staat, jawel, direct achter onze auto: stank en herrie! We verzetten de auto, maar dan staan we scheef. Als de eigenaar en het personeel vertrekt rond 10 uur, zetten we de auto weer terug. Helaas is de herrie niet afgelopen, want de hele avond hebben we blaffende honden en auto’s die langskomen.
markt. Dan wilen we naar Bakuriani, een ski-oord aan een prachtige weg, zo hebben we gehoord. De weg is echt vreselijk slecht en vermoeiend en halverwegen worden we gestopt door een man die ons verteld dat de pas gesloten is. Hmmm. We draaien om en vinden een plekje vlak voor Khertvisi in de groene vallei waar we al eerder door gereden zijn. De zon schijnt inmiddels en we staan in een bloemrijk alpenweitje, onzichtbaar vanaf de weg. We zien alleen een hond en een oud mannetje dat bij Hollandia begint over de vrouw van ex-president Saakashvili, de Nederlandse Sandra Roelofs. Grappig. Ook de volgende dag schijnt de zon en ontbijten we (zoals altijd) uitgebreid met fruit en muesli. De vallei is prachtig en in Aspindza shoppen we koekjes en brood. Als we naar het Sapana klooster willen, blijkt de weg dicht. In Akhaltsikhe [agaltsigee] lopen we wat rond in het levendige centrum en bezoeken in het oude wijk het fort. Het fort is een bijzondere verzameling van
huizen, kerk, moskee en paleizen, maar werkelijk lachwekkend gerestaureerd. Het lijkt allemaal gloednieuw en dat slaat de plank behoorlijk mis. We zijn er snel doorheen. In een zijweg nar Abastumani zoeken we een lunchplek, maar dat vat niet mee. Abastumani Resort lijkt uit vervogen tijden met vervallen enorme statige villa’s. We besluiten net in het Borjomi-Karchauli National Park bij een visrestaurantje wat te eten. Als we de gebarbecuede forel net op het bord hebben, komt het met bakken uit de hemel, onweer en wordt het koud. Het woud is hier erg dicht en modderig en dus belanden we op een picknickplaats in Abastumani Resort. Het is nat, modderig en ’s nachts krijgen we gezelschap van 3 paarden (?!). Als we zaterdag vetrekken uit Abastumani regent het en het is koud. We rijden richting de Goderdzi pas. De weg is ruig en wordt alleen maar ruiger. Gelukkig knapt het weer op en de omgeving is schitterend. Als we boven op de pas zijn, zien we sneeuw en houten huizen. Aan de andere kant zien we zowaar een skilift! Onderweg zien we heel veel kuddes koeien die de berg op gaan begeleidt door verrassend jonge hippe herders. Op de weg zien we oude vrachtwagens met gezinnen erin en hun hele hebben en houwen (en soms ook nog koeien). Bij navraag blijkt dat dit de periode is, dat de mensen met hun kuddes naar de hoger gelegen weiden
stomme verbazing ook de kokkin uit het restaurant waar we vannacht geslapen hebben, aanwezig is. Schitterend om de oudere mannen te zien dansen, maar de groep heeft nog wel wat oefening nodig! Als we doorrijden en op zoek naar een winery stoppen, ontdekken we olielekkage onder de auto. Joost trekt een overall aan en gaat aan de slag om de under-car-protection en onderuit te halen. Dan is goed te zien, dat de oliekering lekt. Direct naar Batumi dan maar. Onderweg laat Jost nog even de gasfles vullen (hier staan gasmannetjes langs te weg met een tankwagen superhandig) en ik zoek op booking.com een hotel. Batumi is een grote stad en de wijk waar het hotel in staat lijkt op een war-zone, Alle trottoirs liggen open. Hotel Family vinden is geen sinecure, want ze hebben geen uithangbord (vanwege de belasting). Na wat navragen vinden we het en we krijgen een enorme kamer met balkon en airco voor 40 Euro. We eten heerlijk aan de overkant.
auto wordt op twee draagarmen omhoog getakeld en dat ziet er wat wiebelig uit. Niemand spreekt Engels maar dat is geen probleem. Binnen een uur zit er een nieuwe kering in! Terug in het hotel prop ik alle was in de wasmachine en als we die op het balkon hebben opgehangen lopen we de stad in. De buurt van ons hotel is niet zo fraai, maar 10 minuten lopen en we staan in een moderne en verzorgde stad. Grote hotels en casino’s, Russen, Turken en Oekraïners komen hier hun geld vergokken. De huizenbouw is mooi, doet wat retro aan met fraai gedecoreerde balkonnetjes. Batumi heeft een boulevard van 6 km, met een langgerekt park er langs en een aantal moderne bouwsels zoals de Alfabet Tower (met de letters van het Georgische alfabet) en het beeld Ali & Nino (twee figuren
we zijn heel benieuwd. Eerst rijden we verkeerd, maar een parkranger belt een Engelssprekende collega en die legt me uit hoe we wel bij de goede ingang moeten komen. Heel attent. Via Chakvi komen we na een prachtige, maar ruige weg bij het visitors center. Na enig aandringen gaat het hek open en mogen we er naast staan met een bulderende rivier vlakbij (5 GEL pppn met toilet). Wat een mooie plek! ’s Avonds zijn we er helemaal alleen en Joost steekt zijn geniale
de bergen in. We stoppen bij het Gelati klooster dat op een mooie locatie ligt. Het klooster zelf is niet in erg goede staat, maar heeft wat mooie kleurrijke fresco’s. We proberen of we bij een guesthouse kunnen staan, maar dat lukt niet. De omgeving is erg bebouwd en steil, dus het duurt een uur voordat we een mooie plek op een plateau hebben gevonden; toch weer gelukt. De volgende ochtend krijgen we een kudde koeien op bezoek met verse vlaai! Het zonnetje schijnt lekker bij het ontbijt. Via Kutaisi rijden we over een prachtige weg door de bergen naar Khashuri. Joost heeft zo’n last van alle beten op zijn onderbenen dat we azijn kopen bij een supermarktje, dat helpt. Na Goris volgt een echte snelweg, zodat Tbilisi snel dichterbij komt. Morgenavond komen Noor, Esaï en Naomi aan, maar we zijn nog wat te vroeg. We gaan dus de snelweg maar af op zoek naar een plek. Direct zien we het bord ‘wineroute’ staan. Dat komt mooi uit! We volgen het bord door diverse dorpjes maar zien geen wijnranken. In Mukhrani staan we ineens voor een statig hek met een enorm kasteel erachter. Het is allemaal niet heel duidelijk waar we moeten zijn, maar Chateau Mukhrani blijkt een restaurant in de kelder te hebben en natuurlijk kunnen we wijn proeven! We krijgen 4 wijnen met hapjes en laten het goed smaken (37 GEL pp!). Vooral de Superavi (dry red) en de Muscat (zoet wit) zijn erg lekker. Op de parkeerplaats worden we in het Nederlands aangesproken door een man die in Nederland heeft gewoond. Grappig. Het kost daarna maar liefst twee uur rondrijden voordat we een redelijke plek hebben gevonden. Ons idee van een lekker restaurant hebben we dan al laten varen, want we zien niks. We staan bij Lake Bazaleti en bakken maar een eitje. Zaterdag 4 juni rijden we naar Tbilisi en, zul je altijd zien, zien we iets zuidelijker heel veel restaurants langs de weg. Joost scoort een bezem met aansluiting voor een waterslang voor 7 Lari langs de kant van de weg; helemaal gelukkig. Bij Tbilisi Mall drinken we een chique cappuccino met wat lekkers en doen 2 uur lang boodschappen bij een reusachtige Carrefour (dat is inclusief wijn proeven….). Als we wegrijden belt de huiseigenaar ons, dat we kunnen komen. We navigeren door Tbilisi en komen rond half twee aan in het dorpje Tskneti, net buiten de stad. Het huis ziet er prima uit en het zwembad is vol. De eigenaar Saba neemt alle tijd om ons vanalles uit te leggen, terwijl Maya, zijn vrouw de bedden dekt. Eind van de middag eten we snel wat en vertrekken naar het vliegveld. De weg er naar toe is echt dwars door de stad, dus ik check Google Maps nog even, maar dit is echt de weg. Natuurlijk zijn we vroeg op het vliegveld en als het toestel is geland, duurt het nog lang voordat het gezelschap door de deur heen komt. Heerlijk om ze te zien en Naomi springt enthousiast in opa’s armen (ter info, Carla en Esaï hebben Joost
door de gutsende regen naar gVine, waar we einde middag echt Georgische witte wijnen drinken (troebel en spicy).Als het droog wordt maken we een rondje door een deel van de stad dat we nog niet gezien hebben. We eindigen bij de Josper Bar waar ze biologische wijnen schenken en fantastisch vlees serveren. Not bad. De stad is in het donker erg levendig en verlicht.
weilandje met prachtig uitzicht. Er komt nog iemand langs, maar helaas kunnen we geen woord wisselen, toch spijtig. Wildkamperen is prachtig in Georgië, je kunt bijna overal staan en dat vinden ze prima. Zaterdag 18 juni wordt een memorabele dag. We rijden binnendoor van Kharagauli naar Jvari. Nagenoeg alle weggetjes zijn bebouwd met prachtige Georgische huizen: twee verdiepingen met enorme balkons en veranda’s en een grote tuin met een prachtig hekwerk ervoor waarin meestal druiven op pergola’s of hazelnoten groeien. Het ziet er weelderig uit. Hier is het lastig een plekje te vinden. Als we dan eindelijk een weilandje spotten, ga ik op verkenning uit. Ondertussen wordt Joost, je gelooft het niet, aangesproken door twee dames Jehova’s die prima Engels spreken. Of hij hun video wil bekijken? Ik vindt wel wat modder maar achterin is het weilandje droog op wat paarden na, dus ik gebaar Joost dat hij kan komen. Ongelofelijk maar waar, binnen no time zitten de banden vol met modder en komt de Hilux niet meer verder. De lier moet er aan te pas komen (gelukkig hebben we geen toeschouwers bij dit gênante moment). Iets verderop zien we een mooi strandje onder een brug en daar gaan we staan. Nog genietend van de mooie vondst, komt er iemand aan die ons vertelt (denken we) dat hij om 10 uur met vrienden hier komt feesten of met 10 vrienden langskomt. We gaan even snel badderen in
We besluiten maar ergens te gaan staan en vinden een plek in een brede rivierbedding. Zowaar begint de zon te schijnen, wordt het warm en hebben we prachtig uitzicht. Er komen wel auto’s langs die ons zien, maar zoals gebruikelijk laten ze ons met rust. Ik maak een ‘noodmaaltijd’ van de laatste voorraad. Bonus van de plek is dat er veel droog drijfhout ligt voor een kampvuur! We slapen als rozen. Wildkamperen in Georgië is geweldig!
prima uit en voorzien van alle gemakken. Voor 22 Euro per nacht heb je een mooie kamer met een gedeelde badkamer, een keuken, een terras, een parkeerplaats, wifi èn gebruik van de wasmachine (en dat alles smetteloos schoon). Tippietoppie. Gelijk maar een was erin. Einde van de middag lopen we het plaatsje in dat niet heel veel voorstelt. Hier komt het beroemde Borjomi mineraalwater vandaan en er is ook een mineral water park, maar we hebben er geen zin in. We eten prima in Old Borjomi: pork barbecue, ostri (gestoofd vlees in tomatensaus), aubergine with walnut sauce en cucumber and tomato salad with walnuts mèt Georgische wijn natuurlijk (als snappen ze niet dat we een fles rode wijn willen hebben in plaats van de witte wijn uit de 5 liter petfles). Als we gaan slapen gaat Joost overdwars in het tweepersoons bed (want te kort) en ik in het eenpersoons bed. Net als ik in bed stap schiet er een grote kakkerlak over de muur (ja, die leven bij voorkeur in schone huizen!). Dat slaapt natuurlijk niet lekker, bovendien is het erg warm. Donderdag 23/6 eten we een ontbijt in het parkje en wisselen nog wat dollars. Overal is de elektriciteit uitgevallen en snorren de generatoren. Lastig als je de was wilt doen, dus ik doe alvast maar wat met de hand. Het wordt een rommeldagje. Joost klust aan de auto, ik werk de foto’s en blog bij. Om twee uur schiet de elektra weer aan en draai ik nog een was. We doen wat boodschappen en gaan ’s avonds in een kelderrestaurantje eten dat gerund wordt door dames. Dat zie je veel in Georgië; dames doen het werk, runnen winkels, werken bij overheidsdiensten, etc. In Iran was dat precies andersom. Facetimen met Rob en Mir in Zuid-Frankrijk gaat nu wel goed. Gezellig. ’s Nachts weet ik zeker dat de kakkerlak over mijn been loopt en schiet toch bij Joost in bed.


motormanagement systeem. Joost belt Dennis van 4×4 Valkenburg en die geeft aan hoe we het systeem kunnen resetten (het is een softwareprobleem aldus Dennis). Intussen ben ik in een supermarktje al zover dat de jongen achter de kassa een sleepwagen wil bellen, maar het lijkt opgelost. Nog geen paar kilometer verder is het weer mis en stoppen we bij een bakker. Bijzonder vriendelijke mensen die gelijk een garage willen bellen, maar Joost wil eerst zelf met Dennis proberen het probleem op te lossen. Ook al is het Ramadan en eten en drinken de mensen zelf niets (met 36 graden!) we krijgen watermeloen en thee aangereikt en de dochter die een beetje Engels spreekt wordt opgetrommeld. Om een lang verhaal kort te maken, lukt het om de chiptuning kit er tussenuit te halen, want die veroorzaakt het software probleem. Met grote dank aan Dennis Rijks! Het is heel gezellig met de familie, maar we gaan weer verder (met 20 pk minder weliswaar). Ook hier weer een splinternieuwe weg in zee. Tegen 20 uur zijn we eindelijk bij Marti Camping en nemen een lekker wijntje bij ondergaande zon. Woensdag 29 juni doen we een dagje lekker niks. Beetje wassen, kletsen met twee Spanjaarden die met de fiets onderweg zijn (www.oak.li) , zwemmen in zee en uit eten in Sinop. We krijgen meloen van onze Turkse buren. De volgende morgen regent en onweert het. Joost belt met een potentiële opdrachtgever. Bijzonder hoe die belangstelling onze mindset beïnvloedt. We
de auto en we nodigen hem uit voor een biertje. Dat wordt een gezellige avond. Christian houdt van langzaam reizen en heeft net een half jaar met vriendin op Kreta gezeten. We krijgen van hem wat tips voor Albanië. De volgende ochtend 5/7 gaan we de grens met Albanië over, die werkelijk niets voorstelt. Op weg naar Gjirokaster bedenken we dat het leuk is om te picknicken bij The Blue Eye, een natuurlijk fenomeen waar een rivier de grond uit komt. Het is iets verder dan gedacht en erg warm, maar het blijkt toch de moeite waard. Joost springt 2x het ijskoude water in! We besluiten door te rijden naar de kust om gemakkelijk een camping te vinden; douchen is wel lekker met deze hitte (35°). Via het strandstadje Sarande eindigen we in Ksamil. Hier bieden diverse restaurantjes een ‘camping’ aan, wat verder niet zoveel voorstelt. Camping Sunset is ook zoiets. We kunnen net onder een olijfboom staan en doen het er mee. Joost gaat direct het water in. We eten een hapje in het (lege) restaurant en maken een wandeling langs de ‘boulevard’. Het ziet er allemaal wat verweerd uit en alle strandstoelen en restaurants zijn leeg. Het gaat niet best hier. Wel een gezellig biertje gedaan met David, een jonge fietser, die eigenlijk geen plannen heeft; ook mooi. Woensdag rijden we naar Gjirokaster, een historische plaats met Ottomaanse huizen. We maken in de hitte een