¿Más iglesias?

Woensdag 9 mei. We worden opgehaald door Javier in een busje. Hij was er niet op voorbereid dus we gaan eerst naar zijn huis om spullen op te halen. Zijn zoontje Piedro gaat ook mee naar de missies. Hij praat duidelijk Spaans en doet erg zijn best om begrijpelijk te zijn. Mijn spaans is nog steeds onwennig en fursterend. De mensen hier praten snel en weining gearticuleerd. Vragen lukt nog wel, maar ik ben iets te veel bezig met de grammatica! Afijn we rijden de stad uit en na een half uur komen we bij een brug over de Río grande. Dit is maar een baans voor zowel heen, als terug als de trein! We moeten een uur wachten. Ondertussen wil ik naar de WC en Javier neemt me mee het dorpje in naar een vriendin. Ondertussen praten we over Evo Morales en legt hij met uit dat het belachelijk is dat de regering de oliemaatschappijen wil opkopen, ze hebben helemaal geen geld. Verder wil de regering dat de kinderen geen Engels meer leren op school, maar Indianetalen en daar is hij het niet mee eens. Na een aantal uren reizen komen we aan in San Javier waar we lunchen bij een Italiaan Luigi (buitenlanders zitten hier echt overal). Na Concepcion houdt het asfalt op en begint het rode stof. Onderweg komen we veel mennonieten tegen. Het is een lange reis. Na 6 uurr gaan de lichten op het dak aan om nog wat te kunnen zien. Het is koud en zeker ´s avonds wanneer we in San Ignacio aankomen. Een prachtig hotel en we eten Subira (vis uit de rivier). Javier vertelt dat er egenlijk 2 Bolivia´s zijn: occidental en oriental. In het occidental Bolivia wonen kolla´s en zijn de mensen donker, is het land hoog, en is de muziek triest. In oriental (het oosten) zijn de mensen (camba´s) lichter van huidskleur, is het land laag en is de meeste rijkdom. Hun muziek iss een en al carnaval, vrouwen, liefde e.d. Uiteraard is Javier een camba en dat laat hij merken ook. Evo Morales een veel regeringsleden zijn kolla en maken de dienst uit. De regio Santa Cruz is de rijkste van Bolivia en wil dan ook autonoom worden.

Donderdag 10 mei.Op tijd een enorm ontbijt en gelukkig is het wat warmer. We gaan nu langs een aantal missies. Eerst naar San Ignacio zelf. De kerken zijn hier rond 1740 gebouwd door Duitse missionarissen met hulp van de plaatselijke bevolking. Zo leerden de Indianen lezen, hout bewerken en viool spelen. De gemeenschap plukt daar nog steeds de vruchten van. In de kerken zie je veel houtsnijwerk en beelden die geverfd zijn met natuurlijke pigmenten en bedekt met mica. Begin 20e eeuw zijn de kerken gerestaureerd door een fanatieke Duitser Hans Roth. De één wat authentieker dan de ander. Die van San Ignacio staat niet op de werelderfgoedlijst maar de anderen wel en het is duidelijk te zien waarom. In de meest kleine gehuchtjes met hutjes staat een prachtige kerk. Heel Dsc_3483 apart. Op deze dag gaan we langs San Ignacio, San Miguel (waar we ook een werkplaats bezoeken), San Rafael en Santa Ana.De kerken lijken op elkaar maar zjn toch anders. We lunchen onderweg in San Ignacio bij La casa de camba en krijgen plaatselijke gerechten: Yuca, geroosterde & gemaken yacca met gedroogd vlees, rijst met kaas, Gekookte bietjes en wortels, bonen met spek en uit de overn enorme stukken (lekker )vlees. Piedro drinkt chicha een zoet goedje van gefermeteerde mais. Onderweg komen we een kudde van 500 koeien tegen met gauchos en een marucho (met hoorn). Daarna nog een jager met achterop zijn fites ene dode armadillo (altijd al zo´n beest willen zien maar niet zo!). ´s Avonds slapen we in een prachtig hotel in Concepcion (Chiquitanos) en kunnen we Dsc_3542 onverwacht naar een concert van de plaatseljk jeugd in de kerk. Mooi klassieke missiemuziek met veel violen, zang en cello.

Vrijdag 11 mei. Eerst de ongeloofelijk orchideeentuin van het hotel bekeken, heerlijk ontbeten en daarna naar het plaatselijke museum en kerk. In het museum wordt ik uitgebreid voorgelicht door een Spaanssprekende tolk. Ik versta niet alles maar het is wel leerzaam. Echt unek wat hier 300 jaar geleden is gebeurd, maar ook het restauratiewerk is ene sterk staaltje. Hans Roth heeft ook een aantal moderen kerken in de Amazone neergezet en allemel heel creatief. We zien op een van de foto´s een Duister staan die we gisteravond izjn tegengekomen. Hij woont hier al 40 jaar en is nog steeds houtbewerker. Dan neemt Javier ons mee naar een communidad om te zien hoe de mensen hier leven: veeeeel kinderen, geen electriciteit en schoon water, maar wel een school (van de Duisters), een telefoon en voldoende eten( veel fruit). Joost deelt pennen uit en is ze dan oDsc_3574 ok gelijk kwijt. In San Javier bljkt de mooiste kerk te staan . Joost heeft het wel gehad met de kerken. ´s Avonds laat zijn we terug in Santa Cruz en nemen snel afscheid. Ik ben moe. We gaan nog wat eten en daarna begnt de maag te werken,. De hele nacht heb ik er last van.

Zaterdag 12 mei. Door de darmproblemen (waar ik me overogens niet beroerd bij voel) besluiten we niet met de bus naar Sucre te gaan maar te vliegen. We brengen de dag door op de Plaza. Na wat loperamide en ORS wordt het allemaal wat rustiger en ´s avonds eten we toch maar wat. Nu begint het bij Joost ook. Zondag 13 mei. We hangen nu een beetje rond en gaan vanmiddag met het vliegtuig naar Sucre. Jammer want dan zie je een stuk minder. We zijn wel lekker gemaakt door twee Nederlanders (al 17n maanden op reis, www.ansenbert.nl) voor een verblijg in Rurrenabaque.

Tot horens. Joost en Marijke (mochten jullie ons willen sms-en daar hebben we wat problemen mee. We hebben eenzelfde sms-je al 100 keer gehad!)

Baby puma milk in de jungle

Zaterdag 19 mei. Vliegen naar Rurrenabaque gaat niet zomaar komen we achter. We melden ons keurig om 8 uur op het vliegveld van La Paz, maar de juffrouw geeft aan dat we 3 uur vertraging hebben. Even later horen we dat dta nog niets is. Als het regent gaan er soms dagen geen vluchten. Maar we hebben geluk, na enig aandringen kunnen we eerder mee. Het is een klein vleigtuigje dat ons in 45 minuten naar de het Amazone gebied boven La Paz zal brengen. In het vliegtuig zit ik naast een Amish-dametje Sarah (hoe bedenk je het). Ze woont al 12 jaar in de jungle en is vanuit Pennsylvania naar Bolivia verhuisd en heeft daar met een kleine gemeenschap een boerderij.Ze vertelt honderduit in een mengeleing van plat Amerikaans en wat zij noemt, Pennsylvania Dutch. Ze vindt het fantastisch dat ik haar kan verstaan. Ze reist met Charlie (in spijkeroverall en een strooien hoed) en haar doodzieke dochter Rosy. Volgens de artsen in La Paz heeft ze een zwak hart, maar het lijkt me redelijk ernstig. Afijn, Sarah heeft nogal last van de hoogte en begint gedurende de vlucht handenvol coca-bladeren te kauwen. Ondertussen voert ze haar dochter soep en een soort vitaminepillen. Bizar! Joost is vanaf nu haar redder omdat hij haar uitlegd dat je je oren moet klaren als je last hebt van je oren. Ze vindt hem helemaal fantastisch. De landing op de grasstrip verloopt goed en Sarah roeDsc_3736_2pt toepasselijk: Praise the Lord! Als je op de foto kijkt zie je het Amish gezelschap op de voorgrond.  In Rurre is het firs en het miezert. We worden opgevangen door iemand van Chalalan lodge en die zorgt dat we in het hotel komen. Het is het duurste hotel van Rurre (hotel Safari) met merkwaarduige kamers (2 verdiepingen met 4 bedden) en een zwembad (waar we helaas niet van kunnen genieten). We eten heerlijk bij Juliano die een Tunesische kok blijkt te hebben.

Zondag 20 mei. We worden naar de boot gebracht en ontmoeten onze medereizigers: Daryl en Ran (UK) en Pascal en Gail (frans). De boot is op basis van een uitgeholde boomstam met opbouw en dakje. We varen tegen de stroom in over de Beni en Tuichi rivier. Na 2 1/2 uur stoppen we langs te kant en midden in het oerwoud is een picknickplaats uitgehakt. Er is zelfs een (droog) toilet! Na nog eens 3 uur varen en een half uur lopen komen we bij Chalalan aan. Het is hier woest groen. Midden in het regenwoud aan een meer liggen enkele cabanas. De lodge is het initiatief van de gemeenschap San JoseDsc_3746_2 de Uchupiamonas en alle dorpelingen werken er 3 maanden bij toerbeurt, de gidsen werken het hele jaar door. Onze cabana is een houten hut waar alleen muskietengaas in zit. De vloer is van stevig geboend mahoniehout. De douche en toilet is 50 meter lopen. We krijgen een prima lunch  en ´s middags gaan we lopen met onze gids Rigoberto die uitstekend Engels praat. Nog maar net op weg tovert hij een enorme tarantula uit een holletje tevoorschijn. Indrukwekkend zo live! We zien ook blauw-gele macaws en twee soorten apen vanuit de kano terug over het meer. Na het diner gaan we vroeg naar bed. ´s Nachts blijkt dat het wild naar je toekomt! Ook al is de cabana helemaal dicht, ´s nachts blijkt een opossum (kruising tussen een eekhoorn en een rat zeg maar, schattig dat wel hoor) zich tegoed te doen aan onze mueslirepen. Ik jaag hem weg en Joost pakt de spullen in een zak en hangt het op. Even later horen we weer geritsel en heeft een muis zich over de dunne lijntjes in de zak gewerkt. Als het spul in een Zip-lock zit wordt het rustig afgezien van een muis die zich op mijn klamboe nog even begeeft in de inmiddels lege zak (die toch naar zoetigheid ruikt). Gezellig!

Maandag 21 mei. Vandaag gaan we met de boot een stuk de rivier op en daarna de bush-bush in. We wandelen 4 uur, maar zien weinig . Hoewel, op de terugweg zien we eindelijk een deel van een groep wilde varkens. We hebben ze al een paar keer gehoord. Erg indrukwekkend, het is normaal een groep van zo´n 100 beesten die met gemak een mens verorberen als ze er zin in hebben. Als ze onraad ruiken rennen ze met z´n allen weg wat een enorm kabaal maakt en een enorme stank achterlaat. ´s Avonds worden we getrakteerd door de gidsen en staf op een culturele avond. eerst eten we een traditioneel maal van in palmbladeren gewikkelde vis uit de rivier. Later krijgen we krijgen baby pDsc_3791_2uma milk, een fantastisch mengsel van melk, water, Singani (de Boliviaanse sterke drank) en kaneel. Dat gaat er wel in! We brengen een coca offer aan Pacha Mamma (moeder aarde) en doen een wens. Vervolgens krijgen we coca te kauwen. Ik krijg een enorme prop toegestopt. Gelukkig is de puma milk erg lekker. Als al dit spul zijn werk doet is het een koud kunstje om wat traditionele dansen te maken met de gidsen! Nog even ter geruststelling voor de familie: de coca is te vergelijken met het kauwen op een zakje groene thee. Alleen bij flinke hoeveelheden wordt je er alert van (zoals bij koffie) en kun je langer doorgaan. Bolivianen zijn er altijd snel bij om op te merken dat cocaine totaal iets anders is, daar zijn heel veel chemicaliën bij nodig, cocabladeren zijn puur natuur.

Dinsdag 22 mei. Het regent en niet zo´n beetje ook! De andere vier van ons gezelschap gaan terug naar Rurre en dus hebben wij de gids voor onszelf. We stellen voor de ochtend maar wat te rusten en alleen ´s middags op pad te gaan. Na de lunch wordt het droog en gaat de zon schijnen. Joost roeit me romantisch over het meer.  Om 4 uur gaan we met Rigoberto op pad. We zien vooral veel moie vogels. ´s Avonds is het eten weer formidabel en het is een wonder hoe ze dat hier voor elkaar krijgen. Dsc_3803_2_1Na het eten om 19.30 gaat iedereen hier snel naar bed. Verder in Bolivia zagen we dat ook, de mensen leven met het licht van de dag (het wordt hier om 6 uur al donker en dus gaan veel mensen op het platteland om 7 uur naar bed, geen electriciteit….).

Woensdag 23 mei. We gaan ontbijten om 5 uur omdat we vandaag op Joost zijn verzoek naar de comunity San Jose de Uchupiamonas gaan, de gemeenschap waar de staf van Chalalan vandaan komt. Als ik mijn dagrugzakje pak blijken we weer bezoek te hebben gehad. De ziplock met een klein flesje zonnebrand is opengegeten, in het dopje staan kleine tandjes en de bodem is open. Er loopt nu een muis rond met zonnebrand op! Naar San Jose is het 3 uur varen. Er gaat een Engels en een Belgisch stel mee. De gidsen worde euforisch als we langs de rivier een tapir zien in vol ornaat. Erg uitzonderlijk en ik weet niet hoe gauw ik een foto moet maken (het is alleen nogal donker en ik ben vergeten dat de ISO nog op 400 staat, een bewogen foto dus…). De tocht is koud en erg nat. We krijgen ponchos om ons onder te verbergen tegen de regen, maar onze broeken worden ook nat. Als we eindelijk bij de meerplaats aankomen is het is zachter gaan regenen. De toegnag tot het dorp is eerst steil en modderig, na een 20 minuten lopen komen we in het dorp aan. We worden in de grote dorpshal begroet met muziek. De gids Giovani bedankt ons uitgebreid voor het feit dat we bij Chalalan logeren en dat de inkomsten gebruikt worden voor de ontwikkeling van hetDsc_3836  dorp. Ze zijn geholpen door Amerikaanse en Noorse vrijwilligers die de gidsen Engels geleerd hebben en alle staf hebben opgeleid in gastvrijheid (ik heb een lesboekje gevonden en dat gaat heeeel ver). De gidsen doorlopen nog steeds opeliding op het gebied van flora en fauna. Hij vertelt ook het nationaal park Madidi waar Chalalan in ligt en dat dat wordt bedreigd doordat er olie in de grond gevonden is. We krijgen een rondleiding langs de kerk, de school, en het ziekenhuis. Als klap op de vuurpijl doet de plaatselijke shaman weer het ritueel met de coca voor ons. Ik dacht al wat alcohol te ruiken en hij blijkt stomdronken. De gids blijft onverstoorbaar respectvol. De oudsten hebben een zeker aanzien hier. We worden steeds kouder en zijn blij als ons koffie en een lunch worden aangeboden. De 3 dronken ouderen komen er bij om nog meer muziek te maken. We hebben de grootste lol en moedigen ze flink aan. Dsc_3839Na de lunch gaan we terug en steken de rivier over om naar de chaco te gaan (zeg maar het veld dat ze bebouwen met suikerriet, mais, bananen, tomaten, enz. ). Na 5 minuten door een metershoge tijdelijke jungle van bamboe en palmen, die onderloopt als de rivier stigt, komen we bij een andere rivier aan. De droge mededeling is dat de schoenen uit moeten om die over te steken. Ik heb er eerst helemaal geen zin in, ik ben net weer een beetje warm. Na enig aandringen gaat iederen de rivier is dus ik ook maar. Geen piranha´s hier maar wel zandvlieen (blijkt achteraf als na 2 dagen de jeuk van de beten niet te harden is..). Aan land komen we bij een plantage waar een suikerriet pers staat. We gaan met z´n alle aan het werk om wat Dsc_3846sap te persen. Ik zie bijna een grote kakkerlak in de pers verdwijnen. Desondanks is het sap wel lekker. We krijgen ook palmnoten aangeboden. Als Jo een palmnoot pakt blijkt er een levensgevaarlijke schorpioen op te zitten (piepklein en gecamoufleerd). Jo is er even beduusd van. Na anderhald uur varen en een half uur lopen zijn we net voor het donker in Chalalan terug. Ijskoud en klam storten we ons op een welverdiende Singani sour cocktail. De koude douches lonken niet. ´s Nachts heb ik enorme pech. Eerst glij ik van de onderste tree van ons trapje af op knieën en handen flats in de modder. Enkele uren later zit ik een half uur op de wc. De anderen blijken nergens last van te hebben, dus het ligt aan mij. Een dosis  loperamide legt alles stil voor de boottocht.

Van Rurre naar Arequipa

Donderdag 24 mei. Met de Belgen gaan we om 10 uur met de boot terug naar Rurrenabaque. Gelukkig is het droog. In Rurre is het weer aangenaam. We horen dat er al twee dagen geen vliegtuig vertrokken is naar La Paz vanwege de regen. We checken weer in in het Safari hotel en doen lekker rustig aan. Ook de vrijdag en zaterdag vermaken we ons met kleine wandelingetjes door het dorp. We verhuizen naar een ´papa en mama hostel´ Dit zijn hostels waar de mensen in hun achtertuin een aantal kamers hebben gemaakt. Deze meneer heeft een heel mooi afdak gemaakt met flink wat hangmatten. We Dsc_3849 hebben een piepkleine kamer met eigen badkamer voor Euro 5, 40 per nacht (om de vorige uitgaven wat te compenseren, ha, ha). Rurrenabaque stikt van de jonge Israelische toeristen, maar gelukkig blikt het bij El Curichal betrekkelijk stil. Hoewel…. de eerste nacht veroorzaken niet de backpackers herrie, maar de eigenaren zelf! Mevrouw blijkt jarig en dat moet gevierd: de hele nacht muziek! Zaterdag maken we een tocht met een quad in de omgeving (stoffig!!)

Zondag 26 mei. Om 8 uur melden we ons bij het office van Amaszonas en worden naar de vliegstrip gebracht. Het blijkt de enige vlucht van die dag te zijn en er komt ook nog eens een vliegtuig van de militaire luchtvaartmaatschappij TAM opdagen. Blijkbaar is er met het eigen vliegtuig wat mis. Eerst vliegen we boven het regenwoud en na een halfuur zien we de 5 en 6000 meter hoge besneeuwde toppen rondom La Paz. Wat een ruig land! We laten ons met een taxi naar Arthy´s place vervoeren en wDsc_3857 e worden enthousiast onthaald. Als we buiten lopen doen we het rustig aan (van 200 naar 3600 meter hoogte merk je wel!). De stad is op zondag een stuk rustiger en omdat het moederdag is hier lopen veel mensen met bloemen en taarten over straat. Het is lekker warm in de zon. We eten wat maar eigenlijk veel te laat en ik heb last van de hoogte. Na de lunch krijg ik een flinke hoofdpijn, wordt duizelig en alles komt er weer uit. Duidelijk iets te veel van het goede. Eerst maar even wat slapen. ´s Avonds eten we heel leuk.

Maandag 27 mei. Om 8 uur worden we opgehaald ennaar de busterminal gebracht. Met een minibusje vol nationaliteiten gaan we naar de grens met Peru (Desaguero). Daar helpen ze ons met de douane formaliteiten en staat een bus van Flores klaar om ons naar Arequipa (Peru) te brengen. Eerst rijden we langs het Titicaca meer naar Puno, een mooie rit (onder het genot van Michael Jackson clips). Na Puno wordt het landschap dor en rijden we in een ruk door naar Arequipa. In Juliaca moet ik echt naar de wc en die in de bus zit dicht. De bus stopt 10 minuten en ik smeek een meneer bij een publiek toilet of ik alsjeblieft met bolivianos mag betalen. Het duurt even maar eht lukt, pfoe! Die mensen hier drinken nauwelijks en gaan dus ook nauwelijks naar de wc! Tegen half zes komen we door een soort maanlandschap in Arequipa aan. Met een taxi zwerven we even wat rond tot hij ons bij Lari´s house afzet, een klein hostel in een koloniaal huis. Ze heeft eenprima kamer met eigen badkamer voor 45 soles (Eruo 11,50), twee blokken van de Plaza Armas. We mailen snel naar Geert (oud-collega van Joost en mede-eigenaar van Perumotors) dat we zijn gearriveerd. We hebben zo´n honger dat  we de eerste de beste Argentijnse parillada instormen voor een enorm stuk vlees met wijn en frieten. Arequipa is duidelijk een ontwikkelde stad en het leeft! Het is zo koud dat ik 2 fleeces aanheb. Terug naar het hostel lopen we stomverbaasd tegen Geert en zijn vriendin op, hij heeft net Joost zijn sigaren bij het hostel afgegeven. We kletsen even en spreken wat af voor morgen. Met sokken aan naar bed…

Dinsdag 28 mei. We ontbijten op een terras met uitzicht op de Plaza de Armas in het zonnetje. In de zon is het lekker warm. We gaan de stad maar eens verkennen. De koud heeft me aan het denken Dsc_3864 gezet over de samenstelling van mijn garderobe. Ik besluit een spijkerbroek te kopen en 2 shirts met lange mouwen. We kunnen hier geen ´technische´ kleding vinden (thermisch spul) en dus onderzoekt Joost voor mij in de dameswinkel alle shirtjes op hun samenstelling. Bij het bestuderen van de labeltjes vinden we een shirt dat half katoen, half synthetisch is en dus sneller droogt en warmer is dan katoen. We eten fantastisch bij El Turko. Joost eet Cuy (ja, ja, cavia) met chocoladesaus en ik lamskoteletjes met vijgen, lekker wijn erbij en gefrituurd ijs toe, superlekker! We hadden verwachtingen van bonen met rijst hier, maar tot nu toe hebben we altijd nog lekker gegeten (met wijn!). Na het eten belt Geert ons en gaan we met hem een biertje drinken. Hij vertelt hoe Arequipa zijn thuis is geworden en hij het hier erg naar zijn zin heeft ( en dat is te zien). Erg gezellig.

Woensdag 29 mei. Vandaag hebben het Santa Catalina klooster in Arequipa bezocht. Een stad in de stad met 80 huisjes waar nonnen hebben gewoond. Erg mooi. Daarna zijn we verhuisd Hostal La GrutaDsc_3881  buiten het centrum waar vanavond de rest van de groep voor de motorreis aankomt. ´s Middags gaan we naar Saga een klein winkelcentrum (waar we Geret weer tegenkomen!). Vrijdag vertrekken we met de groep en hebben er erg veel zin in! We zijn gezond en hebben het erg naar ons zin, wat wil je nog meer!

Trans Andes Challenge 1e week

31 mei 2007. Arequipa, Peru. ´s Ochtends in de tuins van het hotel een briefing van Geert. Geert is een oud colega van Joost en mede-eigenaar van Peru Motors, samen met Lars. Hij bespreekt uitgebreid wat ons te wachten staat en wat de ´regels´ zijn. Er zijn veel vragen dus het geheel duurt nogal even. Daarna gaan we met Geert mee om zijn nieuwe enorme huis te bewonderen. Er moet nog veel verbouwd worden maar al zijn jongensdromen probeert hij waar te maken (Jacuzzi, Geluidstudio en een ferrari rode keuken). ´sMiddags gaan we samen naar Juanita. Juanita is een ijsmummie die gevonden is op een van de vulkanen. Een indrukwekkend verhaal.

1 juni 2007. Het is zover! De motoren wordne bepakt en de auto ook. Omdat we nu nog op asfalt rijden ga ik met Lars in de auto. Het vertrek neemt nogal wat tijd want iedereen moetn even wennen aan de motor. Deze eerste dag rijden we naar Mogequa, nabij de Chileense grens. De zon is fel en we rijden door prachtige rotsige bergen. Na de lunch komt Lars tot ontdekking dat hij zijn Nederlandse paspoortDsc_3904
is vergeten. We moeten dus terug en hij vraagt zijn zwager om halver wege te komen, dat scheelt. Net voor het donker komen we aan in Hostal Plaza. Direct raken we een deel van de groep krijt. We drinken wat met Rene (60 jaar, tandarts en superfit!). Daarna ontdekken we Lars en Geert bij de plaatselijke chinees en we sluiten aan.

2 juni 2007. Vanuit Mogequa rijden we richting de Chileense grens. In Tacna vullen Lars en Geert bij het busstation alvast wat douaneformulieren in (de motoren worden officieel uitgevoerd). Daarna gaan we de grnes over, dat wil zeggen, de douaneformaliteiten duren bij elkaar 3 1/2 uur! Tijd om bij te kletsen en verder kennis te maken. Rond 5 uur arriveren we in Arica, Chili in het hotel. Na een biertje gaan we met Rene en Jeroen (zijn zoon) de stad in. We drinken een pisco sour en laten ons daarna feteren om een uistekend diner met uitstekende wijn (Los Alerces de 21 Mayo). Heel gezellig!

3 juni 2007. Ontbijt om 7.30 en direct de motorspullen aan en spullen gepakt. Het opstaan en vertrekritueel kost de eerste 2 dagen iets te veel tijd, dus daar zij nu afspraken over gemaakt. De groep is inclusief gidsen 14 man, dus dat is wel nodig! We rijden over de Panamericana naar Iquique. Het is een prachtig gezicht een rijtje motoren in baksteenformatie over de snelweg. De omgeving is de droogste ter wereld (Atacama woestijn), maar erg mooi. De temperatuur sDsc_3957_2
tijgt dan ook gestaag en het wordt heet. De eerste lekke band is een feit en wordt snel gerepareerd. Midden in de woestenij kunnen we lunchen bij een tentje dat vers fruit verkoopt. De vorige keer heeft de groep hier zelf omeletten staan maken en die staan nu op het menu! We eten dus lekker. Jeroen wordt ziek en voelt zich zo beroerd dat de motor op de trailer gaat en Jeroen in de auto. De motoren hebben niet veel zin om vaak stil te staan want het is hier bloedheet en in die zware pakken ga je al snel zweten. Als we over de bergen in de kustplaats Iquique aankomen is het bewolkt en fris. Het is zondag en heel veel is dicht. We borrelen met de groep in het cafe van een hotel en daarna gaan we op zoek naar een restuarant. Na enig zoeken vinden we een soort ´huiskamerrestaurant´. De specialiteit van het huis is het enig dat op de kaart staat, maar dat blijkt erg lekker! Er verschijnen twee schallen met heerlijk stoofvlees op tafel waar iederen lekker van smult.

4 juni 2007. Vandaag hebben we een vrije dag in Iquique. We ontbijten dus laat en gaan dan met de groep wat lopen langs de haven en zien pelikanen en zeeleeuwen. Rodn 11 uur laten we ons in een taxi naar Zofri vervoeren, een groot winkelcentrum. Het is lastig om ergens koffie te drinken, het zijn voornamelijk winkels. We lopen er 2 uur rond maar vinden er niet zoveek aan en bovendien is het best duur. Jeroen en Rene haken af, want Jeroen voelt zich nog steeds beroerd. Joost belt met Noor. Terug in het centrum lunchen we met z´n tweeen. Om 3 uur staan we klaar want Jost zou met 3 anderen gaan parapenten. Er komt echter niemand opdagen en als Lars gaat bellen blijkt de wind te sterk. Dus gaan we met Rene maar over het strand lopen. Iquique ziet er dan veel meer uit als een badplaats. ´s Avonds eten we met de hele groep in Casino Espagnol. Dit is een restaurant dat helemaal in Moorse stijl is ingericht met tegeltjes en wandschilderingen. Geert werkt een chateaubriand weg van 500 gram! Lars is helaas niet mee omdat het onderhoud aan de motoren nog niet helemaal af was.

5 juni. Vandaag wordt Diana 50 jaar en dus zingt het Trans Andes mannenkoor Lang zal die leven voor haar. Na een vroeg ontbijt vertrekken we richting de Andes. We stijgen vandaag van 0 naar 4000 meter en dat zullen we merken. Geert en Lars hebben ons op het hart gedrukt veel te drinken en zoete dingen te eten. De omgeving is leeg en dor. We lunchen op een prachtige lokatie aan een zoutmeer meetDsc_3992_2
heerlijke broodjes. Al snel houdt het asfalt op en moeten Diana en Tessa als bijrijder van de motor af en in de auto plaatsnemen. Het off-road stuk is erg heftig met flinke keien en zand. Er wordt hard gewerkt. Niet iedereen heeft veel ervaring hier mee. Met de auto kunnen we de motoren niet meer bijhouden. Met een zware aanhanger is het flink ploegen. Op een gegeven moment zien we een aantal motoren stilstaan en er ligt iemand op de grond. Jeroen is een een dwarsliggende greppel over de kop geslagen. Zijn helm is flink beschadigd, hij heeft een diepe snijwond in zijn arm en de motor is niet meer te berijden. Tessa blijkt arts en Diana heeft EHBO ervaring en samen stuiven ze op Jeroen af. De eerste hulp wordt verleend en Jeroen blijkt goed bij kennis en er lijkt niets met zijn hoofd aan de hand. Verbanden worden
aangelegd en de motor gaat op de aanhanger. Nu zitten we met 5 passagiers in de auto en dat is het maximum. Iedereen is flink geschrokken en het is wel duidelijk dat Jeroen iets te overmoedig bezig was, maar ja, gebeurd is gebeurd. Tegen schemer komen we in Ollague aan, een piepklein stadje aan de Chileens-Boliviaanse grens. Het is vreselijk koud (´s nachts wordt het flink onder het vriespunt). Eén groot geluk: eDsc_4004_2r is een kleine legerpost en daar blijkt een verpleger die Jeroen kan hechten. Het hostel waar we in slapen is behoorlijk basic, we slapen met 6 op een kamer met stapelbedden (en dat is maar goed ook want dat geeft wat warmte!). Ik heb heel veel lagen aan en na wat soep en rijst met kip wordt ik wat warmer. Op de bedden liggen 2 dekens en een dekbed, en dat blijkt prima genoeg. Menigeen heeft hoofdpijn van de hoogte en ook het slapen op deze hoogte valt niet mee. We gaan vroeg naar bed maar iedereen heeft moeite met slapen.

6 juni. Vroeg uit de veren en we krijgen broodjes met gebakken ei. Alles wordt ingepakt, maar helaas komt de auto maar een paar meter de garage uit. De koppeling werkt niet meer. Gelukkig zitten er 2
Dsc_4014_2
sleutelaars in de groep dus binnen no time liggen Arnold met Jaco onder de auto. Het probleem is niet zo makkelijk te fixen en na zo´n twee uur en het afwegen van diverse mogelijkheden (of eigenlijk, nauwelijks alternatieven, want hier is niets) gaan we provisorisch op pad. Dit betekent aanduwen met motor aan en dan voorzichtig in de versnelling duwen. De grensovergang gaat redelik soepel en deDsc_4023
alternatieve route die we nemen blijkt een prachtige gravelweg (via San Christobal). We zouden over de Salar de Uyuni gaan maar dat is met deze auto een te groot risico. Het landschap onderweg is schitterend en we kunnen flink snelheid maken. Aan het einde van de dag komen we in Uyuni aan. Hier is het eveneens vrieskoud als de zon verdwijnt. Enthousiast ga ik onder de ´warme´douche staan maar er komt slechts een miezerbuitje uit waarmee alleen mijn schouders warm worden. Gelukkig zit er in het hotel een pizzeria van een Amerikaan en dus gaan we gezellig met z´n allen aan tafel. Het is er warmer en bovendien Dsc_4035_2
gezellig! De pizza´s zijn absoluut goed en het wordt een gezellige avond. Ook hier ligt weer een lading dekens op de bedden waardor het slapen in ieder geval niet koud is! Lars heeft is inmiddels bij de plaatselijke garage geweest en die heeft slecht nieuws. Ze kunnen er morgenvroeg pas aan beginnen. Hij heeft dus voor ons een tour met ene gehuurde autoi geregeld zodat we alsnog naar de Salar de Uyuni kunnen gaan.

7 juni. Lekker uitslapen! Jeroen voelt zich nog steeds slecht maar gioed genoeg om mee te gaan. We gaan eerst met de motoren een de geleende auto naar het treinen kerkhof. Heel bizar. Inmiddel Dsc_4067svoelt Jaco zich zo slecht dat we de motor terug brengen naar het hotel en hij ook in de auto plaatsneemt. Wat een malaise in de groep! Na een uurtje rijden over ene erg slechte weg komen we in het zouthotek aan waar we met wat moeite een kopje nescafe drinken. We trekken veel bekijks en maken een
staatsieportret. Andere toeristen vinden het leuk Dsc_4096om op de motoren gefotografeerd te worden. IntussenDsc_4084 maakt Jan kunstje op de motor (staand zonder handen!!) en maak ik met Theo wat trucfoto´s. Iedereen is uitgelaten want dit zoutmeer van 12.000
vierkante kilometer is absoluut speciaal! Als we verder rijden leeft iedereen zich uit, geen gevaar van gaten of keien, gewoon lekker hard rijden en gek doen. Even later is hetDsc_4081 toch even schrikken als Theo ineens zonder ketting staat. We Dsc_4140_2vinden de kettting wel, maar Theo moet gesleept worden. We lunchen op Isla Incahuasi, een eiland met cactussen midden in het zoutmeer. De kokkin die
mee is zet binnen mum van tijd een lekkere lunch op tafel. Ik ga nog even met een
aantal het eiland op. Er zijn veel toeristen hier, maar het blijft ene absoluut unieke
plek. Geert besluit dat de motor van Theo helemaal teruggesleept moet worden naar Uyuni. Als we aankomen in het hotel heeft LarsDsc_4123_2 Dsc_4112een slechte mededeling. Hij moet onderdelen halen in La Paz en vetrekt met de nachtbus. Wij krijgen een huurauto met chauffeur mee voor 2 dagen en hij hoopt dan in Oruro weer bij ons aan te s
luiten. Wat een pech! Gelukkig genieten we flink van de mooie omgeving en het is niet voor niets een Trans Andes challenge!

Tot zover even, de foto´s volgen nog! Liefs, Joost en Marijke

Trans Andes Challenge 2e week

8 juni 2007. Vandaag is Geert jarig en met zijn frisse ochtendhumeur luistert hij een toespraakje van Joost aan. We hadden een rood keukenschort voor hem willen kopen, maar dat hebben we niet kunnen vinden. In plaats daarvan hebben we 4 placemats voro zijn uitzet gekocht. Na het ontbijt vertrekken weDsc_4166_2 met de gehuurde auto. Met 5 passagiers, een chauffeur en zijn zoon is het behoorlijk krap in de auto. Diana en ik zitten achterin geperst. Gelukkig kunnen we door de raampjes foto’s Dsc_4158_1
maken en filmen. Op grote hoogte (3700 – 4000) meter rijden we door een prachtig landschap richting Potosi. Onderweg zien we llama’s en vicuna’s. Het is heet achterin. We lunchen op een dorpspleintje met broodjes en blikjes pate, tonijn en smak. De rit naar Potosi is mooi maar erg vermoeiend. De weg is gravel met veel kuilen en stof. Onze chauffeur rijdt als een bezetene door de bochten. Als Dsc_4174_2we in Potosi aankomen is het al laat en het is er flink koud. De mannen zijn moe. We gaan even liggen en heet douchen. De rest van de groep gaat de stad in of naar bed. Rond half zeven gaan we de
stad in om wat warms te drinken. Ik heb het stervenskoud en na een bijzonder rijke chocolademelk en een flesje water (en een pilletje van dokterDsc_4183_2 Rene) voelik me weer wat beter. Om half acht gaan we met z’n allen eten. Dat blijkt geen succes. Tessa en Jaco gaan niet mee, Ron haakt al snel af (overgegeven) en na het eten voelt Joost zich bijzonder beroerd.
Ik ga met Geert, Arnold en Jan nog wat drinken om Geert zijn verjaardag niet helemaal in het water te laten vallen. ’s Nachts geeft Joost flink over en midden in de nacht geef ik hem een ibuprofen. Zijn humor verliest Joost nooit want na het pilletje spert hij yijn mond wijd open en vraagt of ik wil kijken of het weg is. Ik doe het ook nog met de zaklamp en ik krijg een grote grijns retour.

9 juni. Na een nacht slapen voelt Joost zich wat beter. Theo en Ron blijken ook ziek en alle drie beseffebn ze dat ze moeten rijden omdat er geen plaats is in de auto en de aanhanger in Uyuni staat. Vlak na vetrek yorgt een onduidelijk manouvrerende bus ervoor dat Joost een uitglijer maakt en ten val komt. Gelukkig is er niets aan de hand, maar echt alert is iets anders. Na een uur rijden staat TheoDsc_4210_2 spugend langs de kant en voelt zich nu wel opgelucht. We lunchen weer nogal primitief, het is warm en de stemming lauw. Als we in Oruro aankomen is het erg druk (zondag). We worstelen ons door de stad
naar het hotel (Gran Sucre). Joost gaat direct naar bed en ik ga internetten. Het is in onze kamer zo koud dat we een verwaring bestellen. Een groot deel van de groep voelt zich weer beter en we eten gezellig in een klein restaurant.We eten met z’n allen voor 2,50 Euro per persoon!

Trans Andes Motor Challenge 2e week (vervolg)

10 juni. Vandaag rijden we van Oruro naar Coroico. Gelukkig is Lars gisteravond teruggekomen na een helse rit uit Uyuni. Tot overmaat van ramp kreeg de auto in het donker een lekke band en de weg was erg slecht. Nu kunnen we verder met eigen auto en de aanhanger. Ook Jaco´s motor en de kapotte motor van Jeroen zijn er weer bij, al rijdt Jaco nog steeds niet omdat hij erg last van z´n rug en darmen heeft. Als we vertrekken op zondagmorgen is het 4 graden, het zonnetje schijnt en het is rustig en dus gemakkelijk om de stad uit te komen. De motoren tanken af en we gaan op weg naar La Paz. Nog geen 20 minuten op weg zien we in de auto aan de linkerkant een band voorbij rollen. Lars stopt en het blijkt een band van de aanhanger te zijn. Als we uitstapen rennen Jeroen (met mitella) en Tessa de berm in de band achterna. Lars en ik taxeren de schade. De as smelt zich sissend een weg in het asfalt. Als even later techneut Arnold de schade bekijkt is zijn oordeel dat de lager is vastgelopen de de as volledig is afgesleten. Wat nu? We hebben een rit van 300 km voor de boeg en het is zondagDsc_42151. Joost probeert wat vrachtwagens tegen te houden, maar ze stoppen niet. Na een tijdje weet Lars een vrachtwagen staande te houden, die bovendien halfleeg is en nDsc_4223_2aar La Paz op weg. Wat een geluk! Met vereende krachten gaan de beide motoren en de aanhangwagen in de laadbak en we rijden verder. De benzine wordt over de motoren verdeeld.  Na een korte stop voor Dsc_4235_2een broodje komen we in de wijk El Alto van La Paz aan. Hier stikt het van de werkplaatsen maar ze zijn bijna allamaal dicht. Na 3 keer proberen vinden we een man die de aanhanger wel wil maken. We zijn moe en met name Jeroen en Jaco voelen zich niet best. Op goed geluk laten we de boel achter en rijden met een hele volle auto La Paz. La Paz is druk en we rijden er dwars doorheen langs de Plaza en aan de andere kant weer omhoog (het centrum van La Paz ligt in een diep gat ten opzichte van de bergen en de stad er omheen). Bij de tolpoort op weg naar Coroico ontmoeten we gelukkig de motoren en zijn we weer compleet. We vervolgen onze weDsc01875_2g over een hoge pas van 4700 meter (La Cumbre). De omgeving is woest en leeg, de ravijnen diep. Na een half uur begint de koppeling van de auti te slippen en vindt Jaco het een goed idee nog een keer te ontluchten. We zetten de auto op een helling en beginnen aan de procedure van pompen met de koppeling en het ontluchten. Gelukkig lijkt het te helpen. Verderop daalt de weg en gaan we over een splinternieuwe weg naar beneden en weer omhoog. Dit is de Dsc_4242_2alternatieve weg voor de ´dead road´ gefinP6100400ancierd door 120 miljoen Amerikaanse geld. De weg is een knap staaltje wegenbouw. Even later ontdekken we de motoren die naast een prachtig uitzicht over de dead road en Coroico ook een fotosessie aan het houde zijn met een Boliviaanse familie. Eerst  met de familie op de foto en daarn gaan alle kinderen op de motoren. Als Dsc_4253_2we met de auto aankomen is de moeder ook zo ver dat ze zich laat verleiden om op de motor plaats te nemen. Grote hilariteit! We rijden verder naar Coroico en het begint al te schemeren. Het laatste stuk weg is onverhard en nogal slecht. Om 6 uur komen we bij Hotel Esmeralda aan en wat ligt het prachtig op de berghelling. Er is een zwembad en overal tropische bloemen en planten. Heerlijk om hier een dag te blijven. Joost en ik krijgen een hele grote kamer met balkon en fantastisch uitzicht over de dead road en de omgeving. Dan begint het grote wachten. De motoren kunnen toch niet zo ver achter zijn? Het is al donker en de wegen gevaarlijk. Na een half uur wachten loop ik naar de weg en gaat Lars met de auto terug. Na 1 1/2 uur komen ze eindelijk aan in het pikkedonker. Geert had een verkeerde afslag genomen zodat ze op een hele gevaarlijk weg terechtkwamen waar je links hoort te rijden! Na een narrow escape met een bus en taxi en een lekke band van Rene, hebben ze de weg weer teruggevonden. Opgelucht eten we lekker van het buffet en nemen een borrel!

11 jDsc01915_2uni & 12 juni. Wat een heerlijk oord! We slapen lekker uit en genieten van een ontbijtje op het terras. Dsc01895_2 Iedereen doet lekker rustig aan. Met Rene, Jeroen en Geert lopen we het dorp in en luchen op de stoep met een gebakken forel (Boliviaanse maat) en ettelijke glaasjes witte Boliviaanse wijn. Een kopje echte koffie toe met een stukje gebak en het voelt als echt vakantie. Het is een ware verzoeking om de steile heuvel op te lopeDsc01924_2n naar het hotel. ´s  Middags genieten we van het zwembad (en de vreselijke bijtende zandvliegen). ´s Avonds bestellen we me de hele groep een BBQ en het wordt laat…… Tijdens de BBQ neemt Joost het initiatief om een dag La Paz te ruilen tegen een extra dag hier. Iedereen gaat akkoord. De volgende dag gaat een klein groepje motorrijden. Wij blijven o.a. achter en gaan wat internetten in het dorp. Jeorn die met ons mee is gaat wat lezen op de Plaza en ontdekt als hij ook gaat internetten dat zijn RayBan koker met zijn echte bril weg is. We zoeken en vragen rond maar viP6120508nden niets. Jeroen is na alles wat er gebeu rd is boos en roept dat hij morgen naar Amsterdam vliegt. Gelukkig bekoelt hij later die dag maar leuk is anders. ´s Middags vertoeven we weer heerlik aan het zwembad (dit keer flink ingesmeerd met DEET en lange kleren tegen de bijtertjes). ´s Avonds dineren we uitgebreid bij La Casa (na de enorme rekeningenchaos in het hotel te hebben bezworen).

13 juni. Vandaag gaat de tocht over de ´most dangerous road in the world´ een smalle weg waar per jaar 26 voertuigen in de enorme diepte verdwenen (waaronder met name overvolle bussen en P6130540_2vracDsc02025_2htwagens). Nu is de weg voor plaatselijk verkeer en toeristen (die op mountainbikes ervan af razen). Aangezien de auto te vol is met 5 passagiers en ik er toch niet echt overheen wil, ben ik de enige die in de taxi plaatsneemt die over de nieuwe weg gaat. De foto´s hierbij zijn van Theo en Jeroen (enkele van de voorgaande foto´s ook, want er is iets misgegaan  met een schijfje in mijn toetsel, grrrr). De weg is prachtig door dicht regenwoud met enorme diepten. Het is de regel op deze weg dat je links rijdt en dat is natuurlijk even wennen. In dit geval mogen de motoren tegen de bergwand aanrijden en da´s wel zo prettig. Aan het einde van de weg gaat Tessa bij Arnold achterop want Jaco´s zijn motor staat nog in La Paz en Diana is nu ziek. In La Paz worden de motoren gewassen en wij rijden direct door naar het hotel in het hartje van de Dsc02085_2 stad. Met Jeroen en Rene gaan we de stad in en eten een Cubaans broodje. RDsc02101_2ene voelt zich niet zo goed en we gaan met z´n drieen naar de Plaza en Calle Jaen (een historisch straatje). Daarna drinken we koffie met iets lekkers. Jeroen drinkt ijsthee  en de volgende dag blijkt dat hij dat beter niet had kunnen doen!. We gaan nog wat dutten en ´s avonds eten we met nagenoeg de hele groep bij een Argentijn. Diana ligt ziek op bed en haar man Arnold kon het hotel niet meer terug vinden! Gelukkig gaat rene ´s avonds te voet terug naar het hotel en vindt hem……(dat doet íe nooit weer). Joosten ik drinken met Lars en Geert heerlijke Irish en ijs-koffie tot laat. 

14 juni. Vandaag rijden we vanuit La Paz naar Puno (Peru). Het wordt een ramprit. De motoren zijn amper 500 meter van het hotel of de motor van Arnold houdt ermee op. Wij hebben niets in de gaten dus rijden met de auto de stad helemaal it (dwz we worstelen osn door het verkeer de berg op). Boven aangekomen zoekt Lars radiocontact met Geert en concludeert dat we naar beneden moeten met gereedschap. We draaien om en leveren wat gereedschap af. Tot woede van een agent maken we een U-turn midden in het centrum. We rijden nu door naar El Alto om de trailer om te halen (met 4 man op de achterbank!). Ze zijn er nog mee bezig als we aankomen, maar hij rijdt weer. We gaan weer terug naar de tolpoort en na vaag radiocontact blijkt dat de motoren nog steeds midden in de stad staan. Lars roept boos dat Geert al lang de motor had kunnen slepen. Uiteindelijk belt Geert Lars op zijn mobiel en spreken ze af dat we elkaar halverwege ontmoeten. We gaan op een strategisch punt staan en de motoren komen er aan met één op sleep. De motor gata op de trailer en we gaan vlug de stad uit (er ontstaat nog even commotie omdat de sleutel van Jaco zijn motor weg lijkt). Om 11.30 gaan we eindelijk op weg naar de grens! Het uitzicht over Lake Titicaca (het hoogst bevaarbare meer ter wereld is prachtig) en we stoppen af en toe voor wat foto´s. Vlak voor Copacabana Dsc02134_2 steken we met een ponton een rivier over. In Copacabana eten we snel wat kleins en raken de gemoederen enigszins verhit (er is een stel in de groep dat niet echt lekker integreert en bovendien sommigen irriteert). We moeten haast maken om voor 4 uur over de grens te komen. De grensovergang blijkt voor het importeren van de motoren een makkie met dank aan de goede voorbereiding van Lars en Geert. Theo leert een schoenpoetser wat Nederlands en Jeroen laat zich verleiden als hij zegt: Vieze schoene poetsen, meneer? In het donker komen we in Puno aan. We hebben een heerlijk hotel. We eten met nagenoeg de hele groep in een goed restaurant ( en het stikt er van de gringo´s). Geert voegt zich eindelijk bij ons (na een gesprek van anderhalf uur met de vrouwelijke helft van het hierbovengenoemde stel).

Trans Andes Motor Challenge 3e week

15 juni. De zon schijnt en na een laat ontbijt regelt Geert een aantal fietstaxi´s voor ons naar de Dsc02162_2havDsc_4345_2en . Vandaag gaan we naar de Uros eilanden. Dit zijn eilanden die helemaal van riet zijn gemaakt. De Uros bevolking is ooit op de vlucht geslagen voor agressieve Inca´s. Nu zijn de eilanden een favoriete toeristische attractie. Vanuit de haven gaan we met een boot naar de eilanden. Op het eerste eiland krijgen we uitleg hoe de eilanden worden gemaakt en hoe ze er leven (en worden geacht wDsc_4367_2at spulletjes te kopen). Ondertussen worden er vele cynische en flauwe grappen gemaakt (ovDsc_4354_2er mobieltjes, satelliet tv en aanverwante artikelen). We gaan met een rieten boot naar een volgend eiland dat zo mogelijk nog commercieler is . Eris een cafe waar we peperdure koffie drinken  en er staat zelfs een telefooncel. Kortom, het is een bezienswaardigheid maar de lol is er van af omdat het zo toeristisch is geworden. We genieten in ieder geval van het weer en de boottocht. Tegen 1 uur zijn we terug in Puno en eten we snel een hapje. Om half drie vertrekken we naar Sillustani. Niet iedereen heeft trek in grafheuvels en ook Joost blijft ´thuis´. Ik ga wel mee. Sillustani is een bijzondere plek met hele oude grafheuvels (chullpas) van de ´pre-Inca´s. Het is een rit van een 45 minuten. We lopen er een uurtje rond. Er is ook een kudde alpaca´s. Op de terugweg stopt Geert met de motoren bij een hutje waar je verschilende aardappels kunt proven met zandsausDsc_4390_2 Dsc_4397_2. Ik heb geen trek in dat toerischtische gedoe en rijdt met Lars en Jeroen terug (die alleen nog maar een zonnebril op heeft en dus voro het schemer terug wil..). ´s Avonds eten we bijzonder goed (en veel) bij de plaatselijke Chinees.

16 juni. Vandaag rijden we van Puno naar Chivay. Een rit van 300 kilometDsc_4415_2er. We stoppen regelmatig voor een fotostop (en een peuk voor Geert). Soms staat bij eeDsc_4406_2n uitzichtpunt een hele rij verkopers met allerhande waar. Theo is nooit te beroerd om wat te kopen! Bij Mirador Carlitos hebben we uitzicht over 3 vulkanen. Onderweg zien we er ook een flink roken. We lunchen in the middle of nowhere met heerlijke broodjes kip. De huis-alpaca en schaap zijn erg brutaal en dol op suiker. Op de Dsc02297_2foto probeer ik de suikerpot in veiligheid te brengen maar dat lukt niet. Daarna spelen enkele van de groep nog een partijtje volleybal met de locals. We vervolgen oDsc02332_2 nze weg naar grote hoogte (merk je aan druk in je hoofd). Op de hoogste pas van Peru maken we een foto (4919 meter). Het uitzicht is magnifiek. Uiteindelijk komen we aan in het dorpje Chivay waar we toegangskaarten kopen voor de Colca Canyon. We komen in het schemer aan bij ons hotel in Yanque. Jammer want het ziet er erg leuk uit met allemaal cabanas en een prachtig erkertje van waaruit je in de canyon kunt kijken. Al snel trommelt Geert ons op om mee te gaan naar de termale baden (Joost zegt altijd terminal baden). Met de taxi gaan we er heen. Wat een verrukking! Heerlijk warm water met een pina colada in de hand. Na anderhalf uur badderen taaien we af naar een Ierse pub (het is nog een lang verhaal hoe Geert zijn Irish coffee wil hebben…) waar we biljarten en erg lang wachten op prima eten. het eerste groepje komt nog met een taxi naar het hotel. De tweede groep (waaronder Joost) moet een chauffeur uit zijn bed laten trommelen. Het is bijzonder koud en ik slaap onder 2 dekens en 2 dekbedden…..

17 juni. Ontbijt om 6.15 dat is even wennen. Na de warme broodjes gaan we de Canyon in (dwz we rijden de weg af). Het is een slechte weg en dus voor de motoren goed opletten. Jeroen rijdt ook weer mee en dus zit ik met Rene (zijn vader) in de auto die zijn motor heeft afgestaan. Hañverwege staat ineens een controlepost die er eerst niet was. De agent doet vervelend en vindt dat Lars een ander rijbewijs nodig heeft omdat hij toeristen vervoerd. De agent vraagt mij nog wat voor relatie ik met Lars heb! Zijn papieren worden ingenomen en we mogen verder.  We gaan naar een punt waar we condorsDsc02392_2  kunnen zien. Het is er erg druk en het duurt heel lang. We hebben er niet veel fidusie in totdat zich vele condors laten zien (zeker 8). Als klap op de vuurpijl gaan er twee vlak bij zitten. Lars krijgt uhet intussen benauwd. We moeten nog ver rijden, hij heeft net weer een lekke band gerepareerd en hij moet nog naar het politiebureau. Afijn, we voelen ons erg verwend met de condors en gaan op de terugweg. HalvDsc02458_2erwDsc02448_2 ege stat Ron aan de kant om een foto te maken en even later stuift hij voor bij. Die rijdt te hard zegt Lars. Nog geen 2 seconden later zien we Ron midden op de weg staan zonder motor. Hij wijst in een klein ravijn. De motor staat 2,5 meter lager keurig geparkeerd. Ron is door het oog van de naald gekropen; hij vindt het zelf nogal stoer. Door zijn ervaring (hij heeft een racelicentie) heeft hij de motor laten gaan toen hij begon te slippen. Met Dsc_4520_2vereende krachten  krijgen ze de motor er weer uit. Terug in Chivay gaan we op zoek naar een bedrijfje dat de autoband kan plakken en de band van Geert (die weer lek heeft gereden). Het is echter zondag en vaderdag en dat maakt het knap lastig. Geert besluit om op het plein de band te plakken (onder grote belangstelling). Ondertussen gat Lars met de politie praten. De man doet erg lastig maar 100 soles lost alles op (25 Euro). We blijven op de weg naar Arequipa dicht bij elkaar em ik zit met een enorme autoband als gezelschap achter in de auto. Aan het einde van de middag zijn we terug in Arequipa. ´s Avonds organiseert Lars een BBQ in zijn tuin. Het huis is overvol met familie en kinderen. Er wordt gedanst met de babies op de armen…heel apart. We gaan lekker slapen. Het was een prachtige en gezellige tocht met veel pech en ziekte, maar absoluut de moeite waard. Afijn de foto´s spreken voor zich!

Gisteren hebben we vooral veel foto´s uitgewisseld en gebrand en zijn we gezellig uit eten geweest. Vandaag hebben we de groep uitgezwaaid en hebben voorbereidingen getroffen voor het vervolg van onze reis. Morgen vliegen we naar Lima waar we een huurauto oppikken om naar Noord Peru te reizen. We hebben er (nog steeds) zin in! (en de gezondheid is prima). Veel liefs, Joost & Marijke

Lazy dogs en adembenemende bergen

20 juni. Arequipa. Na het ontbijt komt Geert ons vertellen dat we niet naar het vliegveld kunnen met de taxi. Er zijn demonstraties tegen de hoge brandstofprijzen en de wegen zijn afgezet naar het vliegveld. De enige optie die ze kunnen bedenken is ons op een Perumotors waadige manier naar het vliegveld brengen en dat is …..op de motor. Dit betekent wel dat we de doos met motorkleren moeten opsturen, dat doet Geert voor ons. Met de rugzakken op en zonder helmen klimmen we bij Geert en Lars op de motor. De wegen liggen bezaaid met stenen en glas. Langs de kant staan schreeuwende mensen. Lars roept hard: turistas! en ze laten ons door. Op het vliegveld horen we dat we 2 uur vertraging hebben. We drinken nog wat koffie en nemen afscheid. Tegen 12 uur vliegen we naar Lima waar een Hertz huurauto klaarstaat. De juffrouw vraagt of we 2 1/2 week in Lima blijven met de auto, ha, ha! We vetrekken direct uit de stinkstad naar het noorden over de Panamericana. Het is erg druk, de Peruanen kunnen niet rijden en toeteren letterlijk en figuurlijk. Na een uur rijdt Joost iets te hard het plaatsje Chancay binnen en we worden staande gehouden door een agent. Hij spreekt ons nadrukkelijk toe en trekt zijn bonnen boekje. Hij gherhaalt dat een bon heel duur is en dat we hem kunnen helpen. Dit betekent dat je je portemonnaie moet trekken! Joost geeft hem 20 soles (5 Euro) en hij wil nog een tientje. Dat hebben we natuurlijk niet! Nog wat soles en Joost krijgt zijn papieren terug. Zo gaat dat hier. We halen net in het donker de kustplaats Huacho. Via de borden langs de weg vinden we een ommuurd hotel. Het is erg leeg en gelukkig kunnen we er ook wat eten.

21 juni. Na een ontbijtje vetrekken we richting Huaraz. Huaraz ligt in de Cordillera Blanca, de hoogsteConvar630 bergketen in Peru. Van 0 naar 3000 meter. Na 30 km zijn we gelukkig de mist van de kust kwijt en rijden door een vruchtbare vallei in een woestijnachtig landschap. Er worden maiskolven en pepers gedroogd op de heuvels en in het midden wordt fruit gekweekt. Als we de pas  (4100 m) over zijn verschijnen besneeuwde bergtoppen. Het is prachtig. In Huaraz veel blanken (gringo´s) en de hostals die we uitgezocht hadden zitten vol. Dan maar naar Hotel Tumi. Wel wat duur (29 dollar) maar wel een veilige parkeerplaats voor de auto en alles erop en eraan. We eten bij een echte Thai!

vrijdag 22 juni. We krijgen bericht dat de Lazy Dog Inn ruimte heeft voor ons vanaf zaterdag en dat is prachtig. Vandaag maken we een ritje in de omgeving en testen het off-road karakter van onze Toyota Corolla uit. Dat doet íe niet slecht! ´s Middags proberen we de hotsprings bij Monterrey. Nou ja, laat dat hot maar weg. Het chocoladebruine water is lauw en er spetteren een hoop Peruanen rond die zwemmen als hondjes (en niet vooruit komen). We drinken een biertje op een terras langs de weg en ´s avonds eten we bij de plaatselijke Chifa (chinees, altijd garantie voor groente bij je eten!).

zaterdag 23 juni. Vandaag gaan we naar de Lazy Dog Inn. Een nogal dure optie (60 dollar all in) maar het is wel een prachtige lodge in de bergen. We nemen de gravelweg langs de Wilcahuain ruines en volgen de aanwijzingen. Na een klein stukje kuilen komen we aan. Diana wacht ons op. Het ziet er Convar636 prachtig uit(kijk maar eens op de website, we slapen in de condor suite). Na kennismaking met Wayne en de honden en de koffie gaan we gelijk op pad. We lopen de Quebrada Llanca in (kloof tussen twee bergen die eindigt in een gletsConvar639jer). De wandeling is steil omhoog en het is warm. We raken regelmatig buiten adem op deze hoogte. Na een kleine 3 uur komen we op een weide aan. De gletsjer die zo dicht bij leek gaat steeds verder weg. We lunchen wat in een weidje en gaan terug. Het is hier prachtig en ondanks de enorme inspanning genieten we volop. Na 5 uur lopen smaakt een copa libre Convar648(baco) extra goed!  We maken kennis met een Peruaans gezin met 2 kleine kindertjes en eten met z´n a llen (een iets te simpele maatijd voor dit geld). We zitten nog even buiten bij het kampvuur en Wayne leest voor uit Men from the mountains (een boek over de eerste parkwachters in de Rockies). Overal zien we vuren in de bergen voor het San Juan feest. Het bed slaapt uitstekend onder een vracht dekens (het is nogal koud hier op 3600 meter).

zondag 24 juni. We ontbijten met pancakes en kijken nog even bij een meeting met de plaatselijke comConvar676_1munity waar Wayne en Diana van alles voor doen. De buren hebben ook samen met hen de lodge gebouwd (30 man, 1 1/2 jaar) van adobe (stenen van modder en gras). De kwaliteit van de lodge is buitengewoon! Daarna gaan we met de auto over een gravelweg naar het startpunt van de wandeling naar Lago Churup. Het laatste stuk is echt off-raod, maar de auto houdt het. De wandeling is echt steil omhoog en weer hijgen we als postpaarden. De diepten zijn enorm. Het allerlaatste stuk is een echConvar652t klauterstuk over rotsen langs een waterval om bij het meer te komen. Ik zie het niet zitten en bekijk het klauterwerk van Joost die het meer wel te zien krijgt. Terug lopen naar de auto gaat aanmerkelijk sneller! ´s Avonds eten we met Diana en Wayne onder het genot van een DVD (The Good Shepherd). Wayne vertrekt naar Lima. Hij werkt daar door de week omdat de Inn niet genoeg geld opbrengt.

maandag 25 juni. We maken na het ontbijt nog een wandeling van een kleine 3 uur door de commConvar660un ity (steil omlaag en omhoog). We lopen door akkers en langs hutjes, de schoool en de kerk. Het is warm en wederom zijn we buiten adem van het landschap. Na de middag rijden we richting Caraz (het noorden). De vallei is groen met heuvels eromheen. Vanaf de weg zie je echter de enorme besneeuwde toppen erachter. Een machtig gezicht. De hoogste berg is ruim 6700 meter hoog (de Huascaran). In Carhuaz eten we arroz chifa (soort nasi) en na de maaltijd verliest Joost zijn kroon! We vragen rond naar een tandarts maar het is nu siesta. We rjden verder naar Caraz en hebben wat moeite om het hostal te vindConvar685en. Een brommertaxi wijst ons de weg voor 1 sol. Na het inchecken gaan we gelijk o p zoek naar een tandarts. Dr Luisa plakt vakkundig Joost zijn kroon er weer in. Daarna drinken we een biertje met uitzicht op de plaza. Hier geen gringo´s, zo ver weg! We hebben dan ook moeite om een goed restaurant te vinden. UIteindelijk eten we Pollo a la brasa (gegrilde kip) maar die blijkt zich ´s nachts flink te roeren. We voelen ons beide niet lekker en slapen slecht. We besluiten niet te blijven.

Dinsdag 26 juni. Om de auto eens flinke uit te nutten besluiten we de Canon del Pato te rijden. Een indrukwekkende kloof met een slechte weg. We gaan op pad en na een onverwacht stuk asfalt begint 14Convar694 km. door een enorme diepe kloof met maar liefst zo´n 30 tunnels! De weg is volgens Joost indrukwekkender dan de dead-road in Bolivia. De weg is erg slecht en de bodem wordt regelmatig geraakt door enorme stenen. De kloof door 1000 meter graniet is niet alleen diep maar ook hoog, regelmatig zien we vanuit de auto de bovenkant niet. Op het smalste stuk is de kloof 15 meter breed. Halverwege nemen we een lifster mee (waar komt íe vandaan??). We keren net voor Huallanca en zetten haar af. terug is nogmaals spectaculair: toeteren voor iedere tunnel en apegapen in de diepte. Fantastisch. Dit doet de buikpijn vergeten! Onderweg eten we wat crackers en yoghurt. We checken vlak voor Huaraz in in Hotel Sierra Nevada. We slapen gelijk maar wat. Tegen 5 uur gaan we eens rondkijken. We blijken de enige gasten en hebben het koud. Ze maken een haardvuur voor ons (met oude meubels) en wat coca-thee. Als het vuur uit is gaan we maar naar de kamer. We hebben geen honger en lezen wat. Het hotel is veel te duur voor wat ze bieden (120 soles) maar het is ieder geval rustig. We slapen alletwee prima.

Woensdag 27 juni. We ontbijten bij een bakkertje in Huaraz (de eetlust is terug) en gaan op weg. Convar704De weg ligt bezaaid met keien en de ME is bezig om het op te ruimen. Waarom doen ze dat toch? De  terug weg naar de kust gaat langs dezelfde weg maar omdat het nu wDsc_4628_2o lkenloos is en zonnig worden we getrakteerd op een prachtig uitzicht op de Cordillera Blanca! We maken iets te veel fotostops e komen pas rond 1 uur bij de kust aan. Nu nog 360 km nar Trujillo! Als iemanConvar709_1d Peru ´doet´ langs de Panamericana dan zou íe kunnen denken dat het een woestijnstaat is. Alleen maar bergen van gelige rotsen en zand. De snelheid is bovendien laag max 90 km per uur maar regelmatig 60 of 45 en er staat regelmatig politie. Vlak voor donker bereiken we Trujillo. Een grote stad en in de spits is het er erg druk. Hte eerste hostal kunnenDsc_4617_2 we niet vinden en dus rijden we richting de Plaza de Armas (centrum) we vinden El Ejecutivo, een simpel hotel. De auto kan in een nabijgelegen ´cocheria´. De kamer is wel lachen. Het raam kijkt uit op een luchtkoker, het nachtlampje is niet aan te sluiten en in het plafond zitten glazen blokken waarop je de bovenbuurman ziet lopen. Ach ja, wel in het centrum voor 70 soles per nacht! We gaan maar eens lekker eten! We besluiten ene dag hier te blijven.

Donderdag 28 juni. Na een prima nacht (met oordopjes) hebben we wat door de stad gelopen. Nu zit ik in een internetcafe en het lijkt erop alsof al mijn foto´s van de afgelopen week verdwenen zijn. Ik kan wel janken! Dit heb ik eerder gehad (door een directory op het schijfje aan te maken raakt hij de kluts kwijt). Ik snap er niets van want op mijn toestel heb ik gisteren nog foto´s bekeken van de afgelopen week. Zo eerst dat nog maar even proberen. Alleen van gisteren heb ik nog wat foto´s (ander schijfje). Balen!!!! (1-8-2007 – door het freeware programma PC Inspector smart recovery heb ik de meeste foto’s weer terug gelukkig!) Verder alles OK, ook met de gezondheid. Morgen gaan we wat pre-Inca geschiedenis opsnuiven (CHan Chan) en dan verder naar het noorden.

Veel liefs, Joost en Marijke

Moche, Chimu en andere resten

2Dsc_4634_28 juni. Na de ontdekking dat het schijfje met foto´s niet meer bruikbaar was, heb ik des te fanatieker in   Trujillo nog wat foto´s gemaakt. En ik ben er achter dat er ´disk recovery Dsc_4640_2software´ bestaat, dus dat ga ik thuis maar eens proberen. Trujillo is een koloniale stad met veel houten balkonnetjes en ijzer traliewerk. Verder is het net als iedere Peruaanse stad vol, druk en lawaaierig.

29 juni. Vandaag gaan we op weg naar Huanchaco, een vissersplaatsje, maar eerst naar Chan Chan. Chan Chan was eens de hoofdstad van het Chimu-rijk dat zich uitstrekte van Santiago in Chili tot de Peruaanse grens met Ecuador. De Chimu heerste van 850 tot 1470 AD. Chan Chan beslaat een gebied van 28 vierkante kilometer groot. Er woonde in de hoogtijdagen 60000 mensen en de tempels bevatte veel keramiek, goude en zilver. Daarna hebben de Inca´s er nogal huisgehouden en de Spanjaarden hebben alle kostbaarheden geroofd. De stad was helkemaal opgetrokken van adobe Dsc_4644_2(stenen van modder met stenen en stro) en de regens (El Niño) hebben dan ook veel vernietigd. Nu is alleen het Tschudi complex gedeeltelijk opgegraven en gerestuareerd. Let wel er is nauwelijks geld en het is enorm dus er is eigenlijk maar een Dsc_4654_2heel klein gedeelte te zien, maar wel indrukwekkend! Hte Tschudi complex was geen tempel maar een administratief centrum waar vanuit het hele rijk vanalles werd verzameld, van goud tot groente en fruit. Door middel van prachtige  reliefs werd aangegeven wat waar werd bewaard. Ook was een enorm plein waar de koning de spulen kreeg overhandig. De grootte van dit alles is moeilijk te beschrijven en te fotograferen. Als we afscheid nemen van de gids besluiten we toch naar Chiclayo door te rijden (het noorden). Het weer aan de kust geeft weinig zin in strand want het is vooraal ´s ochtends mistig en fris. Rond 2 uur zijn we in Chiclayo en vinden de stad maar niks. Dan maar gelijk door naar Lambayque waar het mooiste museum van Peru staat, de landelijke tros: Museo Tumbas reales de Sipán. Het is een bijzonder modern museum dat volgepakt is met Moche Dsc_4660_2 goud. De Moche was een volk dat heerste van 100 tot 800 AD. En van hun koningen was de Heer van Sipan. Toen er allerhande voorwerpen op de zwarte markt verschenen en zelfs bij Sotheby´s raakte een plaatselijke archeoloog argwanend en begon voorzichtif rond te vragen. Onder een enorme heuvel (die erg lijkt op alle aneder heuvel in de omgeving) bleken drie enorme piramides schuil te gaan van diverse niveaus. Omdat alles hier van adobe is zijn de pyramides door de jaren heen afgesleten. Rovers hadden alleen de bovenste legen leeggehaald. Walter Alva zocht dieper en werd meesterlijk beloond. Ze vonden het graf van de heer avn Sipan. Deze meneer werd begraven samen met een aantal anderen (vrouwen, jongeren en dieren) onder 11 lagen van gouden sieraden kleding, kralen kragen en nog veel meer. Op de website van het museum krijg je een beetje een idee maar vooral de artikelen met foto´s in de National Geographic zijn erg indrukwekkend. Enigszins beduusd komen we er weer uit. In de buurt vinden we geen leuk hotel en verder nara het Noorden willen we toch eigenlijk niet, de afstanden zijn te groot. We draaien dus om en rijden op een andere manier Chiclayo binnen. Dat ziet er ineens veel beter uit! We checken in in Hotel Santa Victoria en gaan de stad in. We eten een lekker pizzaatje met een taartje en koffie toe.

30 juni. Na het lezen van de Lonely Planet en het bestuderen van de kaart besluiten we naar Cajamarca teDsc_4685_2 gaan. Cajamarca is een redelijke stad 170 km van de kust het binnenland in. DeDsc_4680_2 kust is lelijk en mistig; de bergen bevallen ons veel beter. Door een lange vallei met veel fruit, rijst en mais rijden we omhoog over een pas naar Cajamarca. De weg is redelijk geasfalteerd en afgezien van wat  suicidale buschauffeurs, taxi´s en wat flinke  brandstoftransporten in colonne valt de drukte best mee. Cajamarca doet gelijk vriendelijk aan. Veel lantaarntjes en koloniale gebouwen en twee prachtige kerken. . We checken in in Hostal Portada del Sol, een oud-koloniaal hoteletje. ´s Avonds eten we in een leeg restaurant (zoals zo vaak in dit gringo-loze gebied).

Zondag 1 juli. In het hotel brand ik nog snel wat foto´s op CD en we vertrekken richtibg Los baños del Inca´s. In dit plaatsje ten oosten van Cajamarca was ooit de Inca koning Atahualpa gelegerd toen hij naar Cajamarca werd gelokt door de Spanjaard Pizarro. Voor zijn vrijlating liet Atahualpa enorme hoeveelheden goud en zilver uit zijn rijk komen, maar Pizarro vermoordde hem desalniettemein. Vlak bij dit plaatsje ligt Hacienda San Antonio en daar wilen we gaan kijken. De rit er naar toe valt echter niet mee. Uitgerekend nu is er een wedstrijd voor rolstoelen van Cajamarca naar Los baños. De agentes fluiten onverbiddelijk. We sluipen achter wat micro-busjes aan en uiteindelijk lukt het ons er te komen. Uiteraard is de hacienda geheel leeg, maar als we de bungalow zien met open haard enDsc_4674_2_1 queen-size bed (1.80 bij 2.50 m!) gaan we om (al is het voor 50 dollar per nacht). Het weer is fantastisch en we willen hier graag even blijven om te relaxen. ´s Middags gaan we naar Los baños del Inca. Het duurt even voordat we door hebben hoe het werkt maar de servicio Imperial is heerlijk. We krijgen een eigen schoongeboend groot bad waar we zelf het hete water in kunnen laten lopen. We moeten er wel even op wachten maar dat is het zeker waard!  ¨s Avonds ontmoeten we ene kletsgrage Amerikaanse in de hacienda en eten met z´n tweetjes (in een lege zaal). Daarna ontsteekt Joost het haardvuur in onze kamer!

2 juli. Na een laat ontbijt lezen we wat in de felle zon. Tot onze schrik komt de mevrouw van Portada del Sol met een taxi en beweert dat we niet betaald hebben. Joost weet zeker van wel maar kan het niet bewijzen. We betalen dus (nog een keer?) en ze vertrekt. ´s Middags bezoeken we een ongewoon moderne shoppingmall. Ik bel met Jaap en Jacomien en we eten een hamburgertje. En dan geef ik me over aan Alejandro. Alejandro is een typische kapper. In het zwart met gecoifeerd haar, geepileerde wenkbrauwen en zebra-stijl nagels. Hij behoeft geen aaanwijzingen en meet mij een hip kapsel aan (dat verdacht veel lijkt op wat hij net bij zijn assistente heeft geknipt, ha, ha). Ik ben zeer tevreden in ieder geval! In de stad parkeren we de autoi bij een cochera en hangen wat op de plaza. Daarna eten we uitstekend bij Las Tullpas (joost eet weer eens cuy=cavia). In het donker vinden we de weg terug en is het weer tijd voor een haardvuur!

3 juli. Vandaag maken we een ritje richting Celendin. Tot onze verbazing is het eerste stuj perfect geasfalteerd. Zodra het off-road wordt moeten we wel terug want dat is te heftig. De omgeving is Dsc_4688_2_1 prachtig. We eten langs de weg en op de terugweg gaan we weer naar de baden. Wat is het leven toch zwaar! ´s Avonds eten we in het hotel en ondanks dat we het hebben aangekondigd, moet de kok gehaald worden. Als ik erna nog een toetje wil kan dat niet meer want de kok is al gevlogen!

4 juli. Vandaag gaan we terug naar de kust. Door de vallei rijden we in het zonnetje. Een heerlijke rit. Inmiddel hebben we zo´n 8 CDs aanboord (per stuk 50 cent) die hetDsc_4689_2  leven een stuk aangenamer maken. Rond 3 uur komen we in Huanchaco aan, een klein vissersplaatjes vlak boven Trujillo. Nu schijnt de zon en ziet het er zeer aantrekkelijk uit om hier te blijven. We vinden een heerlijk hotel met uitzicht op zee (Hostal Huankarute). We drinken een biertje op het terras in de felle zon. Er zit een groep Amerkinaas jongeren die archeologisch veldwerk doen, maar daar hebben we verder weining last van. ´s Avonds eten we boven verwachting erg goed vis (Corvina bij Kero). Wat is het leven zwaar!

5 juli. Helaas is het vandaag bewolkt. We maken een strandwandeling maar dat is van korte duuDsc_4715_2Dsc_4698_2r. De vissers komen binnen en dat is heerlijk om naar te kijken. Die vissers zitten op hun knieën op rieten 1-persoonsbootjes die ze voortpeddelen met een stuk bamboe. Als ze terugkomen zitten ze vol met krabben. Een prachtig gezicht. We kijken zo lang dat het tijd wordt om te lunchen: vis met een biertje gaat er wel in! ´s Dsc_4704_2_1 Middags lezen we heerlijk in de zon en proberen alvast wat hotelletjes in Cuso te regelen (maar dat valt niet mee want daar is het hooooog seizoen). ´s Avonds eten we bescheiden en slapen weer uitermate vroeg en lekker!

Dsc_4718_2_1Dsc_4711_2_1  6 juli. We beseffen dat we ons een dag vergist hebben en dus blijven we nog een dag langer hier. We hebben echt een kalender nodig om de datum en de dag te weten. We gaan echetr wel wat doen! Eerst regelen we nog het e.e.a. in Cuso en Nazca. Vervolgens gaan we met een routebeschrijving op pad naar de tempel van de maan (Huaca de la luna), een Moche tempel. Ook deze tempel (net als Sipan) is pas in de jaren 90 opengemaakt door archeologen (en al eerder ontdekt door rovers). Als we er aankomeDsc_4730_2n worden we eerst getrakteerd op een goede videofilm in het Engels over de Moche Dsc_4737_2beschavin en alle monumenten langs de Peruaanse kust. Vervolgens gaan we op pad met een Engelstalige gids. De tempel hangt van menselijke offers aan elkaar dus het verhaal is wat bloedig. De tempel bestaat uit 5 lagen waarvan de bovenste vernietigd is door de Spanjaarden. Ze zijn nu gesponsord door de Dsc_4740_2plaatselijke bierbrouwer (Backus) de diverse lagen aan het blootleggen. Er zijn hele mooi felgekleurde reliefs te zien. De kleuren zijn alleen blootgelegd en beschermd en niet gerestaureerd. Als we bij de plaza komen is de grootte enorm en worden de diverse lagen 1 vor 1 blootgelegd. Ook de omvang van deze tempel is moeilijk te bschrijven en te vangen in foto´s. Vorig jaar kwamen hier 97000 bezoekers waarvan 633 Nederlanders! Terug in Huanchaco maken we een lekkere strandwandeling, zon zit er vandaag niet in. Als voorsporong op ons 7 jarig jubileum morgen nemen we een piña colada en een lekker stuk gegrild vlees.

7 juli. Vandaag op 7-7-07 zijn we 7 jaar bij elkaar. Alles is vandaag in het teken van ons jubileum, ha, ha. Om 10 uur rijden we weg op weg naar het zuiden. Rond 12 uur komen we in Chimbote aan en lukt het ons om een bedrag in dollars over te maken naar een touroperator in Nazca voor een hotel daar en een rondvlucht over de Nazca lines. Het rijden is saai langs de kust, weer droge woestijnachtige stukken en kale bergen. Rond 16.00 uur komen we in Barranca aan. en checken in hotel Chavin in. We trekken nog steeds bekijks want hier zijn niet of nauwelijks niet-Peruanen te zien. Joost  gaat voor de gelegeheid naar de kapper (voor 1 Euro en nog goed ook!) en ´s avonds eten we uistekend bij de plaatselijke chifa (chinees) waar we onder het genot van eend met oestersaus naar de wedstrijd Chili-Brazilie kijken (1-6). We worden nog wel even van ons eten gehouden door een Canadese die met haar man en 4 dochters 3 weken (!) in Barranca verblijft (bij de plaatselijke dominee). Ik kan het niet laten op te merken dat er nog zoveel te zien is in Peru. Het blijkt overigens de goede chifa te zijn, want als we de zaak verlaten zit íe bomvol.

8 juli. Vandaag een grote dag: Noor komt aan! We gaan vroeg richting Lima en met navigatie- en rijkunst weten we om 11.30 bij Mami Panchita aan te komen (hostal). Ik begin direct met dit lange verhaal en Joost leest de nederlandse kranten bij. Om 3 uur staan we al op hget vliegveld. Dsc_4744_2Het duurt behoorlijk lang voordat er passagioers uitkomen en Joost vraagt aan een stewardess waar zijn dochter blijft. Ze hebben haar overgedragen aan het grondpersoneel en komt er zo aan. Eindelijk verschijnt ze dan ! Alles is goed gegaan en we pakken een taxi naar het hostal. Na wat bijpraten doen we nog wat inkopen en eten bij het plaatselijke kippenrestaurant. Vanaf nu zijn we met z´n drieën en het is gelijk gezellig. Morgen gaan we met de auto naar het Zuiden (Pisco en Nazca). Wordt vervolgd!

Liefs, Joost, Marijke en Noor!

Als echte toeristen…

9 juli 2007. Om 8.30 vertrekken we uit Lima met de huurauto en navigeren de stad uit naar het zuiden dat helemaal niet tegenvalt. Langs vele lege strandplaatsjes en een prima 4 baans snelweg rijden we richting Pisco. Halverwege wordt het weer 2 baans en moeten we veel dorpen door wat tijd kost. In Ica raken we de Panamericana weer eens kwijt; deze staat over het algemeen slecht aangegeven. Rond 12 uur arriveren we in Pisco en checken in bij het hostal San Isidro. Hier komen duidelijk veel toeristen want de eigenaresse zegt: Heel goed! tegen ons. We eten wat op de Plaza en lopen wat rond. ´s Middags lezen we naast het zwembad. Het zonnetje schijnt wel maar het is te koud om er in te gaan.

10 juli 2007. We worden als echte toeristen opgehaald door een touroperator om 7.15 uur!! Hte busje raakt helemaal vol met verschillende nationaliteiten. Als we in Paracas aankomen is het daar heel druk. De attractie van Paracas zijn de Islas Ballestas. Dit noemen ze de ´poor man´s Galapagos´ met penguins, zeeleeuwen, Jan van Genten en aalscholvers. Het duurt even voordat we kunnen inscheDsc_4754pen want de haven zit ´dicht´(?!). We vermaken ons met de pelikanen. Dan met 33 man in een openDsc_4761 boot en op weg. Het is bewolkt en fris. Eerst gaan we langs de Candelabra. Het is eigenlijk een voorstelling van een cactus in enorm formaat op de zijkant van een berg. Het wonderlijke is dat die tekening er al 2000 in staat! Als we bij de eilanden aangekomen zijn zien we fraai uitgesleten rotsen en een aantal penguins, maar vooral veel vogels die enorm veel poep achterlaten op het eiland. In de jaren 80 is dit het belangrijiste exportproduct van Peru geweest (als mest). Verder zien we nog wat zeeleeuwen maar het is allemaal niet heel erg indrukwekkend en eerder ´beggar´s´ Galapagos. Waarschijnlijk zijn we wat verwend! Afijn Noor wordt flink misselijk en ik heb gelukkig een Primatour genomen. Terug in de haven moeten we lang wachten op transport naar Pisco. Terug in Pisco lunchen we bij een bakkertje en vertrekken om 1 uur met de eigen auto naar National Reserva Paracas. Dit is een enorm beschermd gebied.Dsc_4784 Eerst Dsc_4790zien we wat flamingo´s op grote afstand. en vervolgens rijden we off-road naar de kust. Dit is echt heel gaaf want het lijkt alsof je over zand rijdt maar het is keihard. De weg is nauwelijks te zien en dus is het wel spannend. De kust is hoog, rotsig en ruig. We eindigen de ´safari´ bij de Catedral. Een onverwacht leuke middag.

11 juli 2007. Vandaag vertrekken we richting Nazca. Het is een rustige 3 uur rijden. Rond Ica liggen de wijngaarden van Peru maar het is een beetje te vroeg daarvoor. Bij de uitkijktorne langs de Panamericana bekijken we de Nazca lijnen van dichtbij. Hier is het nog niet zo goed te zien. Weer roept iemdan ´tot ziens´ tegen ons als ze horen dat we uit Nederland komen. We checken in in Oro Viejo, een prachtig hotel met mooie tuin en zwembad. Het is zonnig en lekker warm. We eten heerlijk bij Don Horno en zakken af bij het zwembad. ´s Avonds eten we bij El Porton in een grote tent met veel toeristen.

12 juli 2007. Om 7 uur belt Enrique van MysteryPeru dat het weer nogal mistig is en dat onze vlucht over de Nazca Lines waarschijnlijk wel vertraagd zal zijn. Om 10 uur haalt hij ons op en rijden we naar het vliegveld. In een heel klein vliegtuigje met 5 passagiers vliegen we over de Nazca Lines. Waarschijnlijk zijn de enorme tekeningen van dieren gemaakt door shamanen (soort medicijnmannen in hallucinatie). De figuren waren voledoende groot om ´belopen te worden in processies om zo de krachten van de uitgebeelde dieren over te nemen. De lange lijnen w aren waarschijnlijk bedoeld om waterbronnen aan te wijzen. Tijdens de vlucht word je langs zo´n 12 figuren gevlogen en bij ieder figuur Dsc_4812maakt de piloot linksom en rechtsom een rondje. Op de foto zie je de uitkijktoren langs de Panamericana met de handen en de ´boom´ vanuit de lucht. Ondanks de Primatour komt mijn ontbijt er dus uit! Geen probleem, dan is het ook gelijk over. De figuren zijn inderdaad imponerend en als we daarna de video van 45 minuten bekijken dan raak je echt gefascineerdover het mysterie er achter. We kopen ook een boekje erover. In Nazca lunchen we wat en daarna maken we ons klaar voor een middagje aan het zwembad. Om 2 uur belt Enrique echter om ons te waarschuwen dat er morgen een grote staking is en we waarschijnlijk niet naar Lima kunnen komen. We danken hem hartelijk voor de info en gaan zo snel mogelijk op pad. Hij is zo netjes om ons het geld van het hotel terug te betalen. Om 3 uur rijden we richting Lima. Normaal gesproken is het 6 uur rijden en om 6 uur wordt het donker. Het gaat voorspoedig maar Joost moet een uur lang een spannend stuk afleggen op een 2 baansweg in het donker. Gelukkig wordt het daarna 4 baans en wonder boven wonder geraken we in Barranco een wijk in Lima. Gelukkig heeft het eerste het beste hotel plek en om 9 uur zitten we in een lekker restaurantje. Dat avontuur hebben we ook weer overleefd!

13 juli 2007. We ontbijten midden in Barranco bij een tent die beter geen ontbijtjes kan serveren. Het duurt vreselijk lang en we krijgen alles ongelijk. Dan doen we een poging om naar Hostal Mami Panchita te komen. OP de kaart ziet het er niet moeilijk uit maar we doen er een dik uur over om er te komen. De kaart die ik heb van Lima is te globaal en heel veel straten hebben andere namen. We droppen de baggage en rijden direct door naar het vliegveld. Hertz doet niet moeilijk over wat kleine lakschade en dat is heel mooi! We hebben 4000 kilometer met de auto gereden en zo weinig schade is een prestatie van formaat van señor Joost! We laten ons met een taxi in Miraflores afzetten, eten lekker bij een Italiaan en lopen wat door de stad. We eindigen in Larcomar (winkelcentrum) waar we wat drinken en eten. Op tijd terug naar het hostal waar we wat internetten en lezen. Toon bevestigd dat er inderdaad een flinike landelijke staking aan de gang is van leraren en dat het vandaag onmogelijk was geweest om naar Lima te komen. Thank you Enrique! Ook nog steeds geen spoor van onze doos met motorkleren…..

14 juli. Om 8 uur met de taxi naar het vliegveld. Het is erg druk met toeristen. Er gaan maar liefst 3 vliegtuigen naar de jungle (Puerto Maldonado). Met een tussenlanding in Cusco komen we om 12.15 aan in Puerto Maldonado. Het is warm en klam. We orden opgevangen en met een busje vol narDsc_4815_1a het kantoor van de Corto Maltes lodge gebracht. Hier registeren we en betalen we en vervolgens gaat het hele spul in de boot de rivier Madre de Dios op. Na een half uur varen komen we bij de lodge aan. Dat ziDsc_4818et er mooi uit! Wat een luxe. Na een heerlijke lunch zien we dat ook onze bungalow prachtig is met veranda met hangmatten en een eigen badkamer met warm water. Tegen 3 uur gaan we met een wel heel grote (luidruchtige) groep op pad. Gids John legt veel uit over bomen en planten maar we zien geen beest. Vooral de Engelsen gedragen zich alsof ze in een winkelstraat lopen en dan zien je dus echt niets (maar dat is hier geloof ik ook niet de bedoeling). Als het donker is gaan we met de boot de rivier op en spotten met een grote lamp witt kaaimannen. Ook hierbij vraag ik me af of deze dieren dat wel zo fijn vinden. De vergelijking met de eco-vriendelijke lodge in Bolivia blijft zich aandienen. Het diner is heelrijk en we vragen of Hannah en Jospeh bij ons komen zitten (2 studenten die tijdelijk werken in Cusco).

15 juli. Om 5.50 uur verzamelen (hoezo vakantie?!) en we gaan naar een grote schuilhut die uitkijkt op een zogenaamde ´clay lick´ . Hier komen parakieten in dit geval likken aan een kleiwand om zo mineralen binne te krijgen die ze benutten om eventuele giffen uit vruchten te neutraliseren. Na een uurtje wachten komt een grote groep groene parakieten die zich aan te wand kleven om te likken. Ze maken een enorme herrie. Om 8 uur ontbijten we en na even liggen vetrekken we om half elf richting ´monkey island´met de boot. Ze brengen ons naar een plek in het woud waar veel apen zitten. Tot mijn ontsteltenis komt er een zak bananen tevoorschijn om de dieren te lokken . Er komen inderdaad witte en bruine Kapuchin monkeys op af en een Squirel monkey. We weten uit Bolivia dat deze dieren schuw zijn voor mensen en dus zijn ze hier gewoon afgericht!! Er komen bovendien weining apen oDsc_4843p af en we zien bananen liggen van waarschijnlijk een vorige groep, ze zitten gewoon vol! Hoezo eco-toerisme?? Jakkes. We stappen weer in de boot en varen een kwartiertje. Nu lopen we een aantal kilometers over een pad naar Lago Sandoval. OndDsc_4852erweg picknicken we in een dorpje. We worden uitgenoduigd om te zwemmen maar het water is heel vies. Met een kano varen we een stuk langs de kant op het meer. Het is bloedheet en de zon is fel. We zien tropische vogels, schildpadden, kingfishers en wat apen. Om 6 uur zijn we na een flinke wandeling en een boottochtje weer terug bij de lodge. We kletsen wat met een groep Engelsen die allemaal buren van elkaar zijn en borrelen wat (oeps de prijzen en zijn dollars en geen soles!). We eten weer uitstekend en gaan op tijd naar bed.

16 juli. Ai het regent flink als we wakker worden. Ach ja, daarom is het hier zo groen. Bij de hut naast ons staan 2 koeien te schuilen (?!). Na het ontbijt wordt het rustiger en als we om 10.30 vertrekken is het droog. We zijn nu met een kleinere groep (een Frans gezin van 4, wij 3, Hannah en Joseph). DeDsc_4865 meeste mensen blijven maar 2 nachten. We gaan eerst naar een dorpje waar een plaatsDsc_4872elijke lolbroek ons het een en ander verteld over jagen en hun manier van leven. Erg interessant. Hij praat een beetje Spaans en weet heel beeldend vanalles over te brengen. Hij draagt traditionele kelding van boombast. Daarna laten ze ons nog even een boa zie, die heel sterk blijkt te Dsc_4886zijn. We laden weer in en varen verder naar een tropische farm. Hier gaan we eerst picknicken. De omgeving is prachtig, we zitten tussen de bananen en allerhande vruchtbomen en bloemen. Tot onze verbazing komen er warme pakjes van bladeren tevoorschijn waarin rijst met kip, heerlijk! Bij Noor valt het niet zo goed. De boer (die helemaal alleen is) leidt ons rond op de enorme farm met avocado´s, tomaten, carambola´s, mango´s, en vruchten waarvan ik de naam niet meer weet. Het is erg leuk en wanneer de fooien tevoorschijn komen krijgen we ook nog kokosnoten om te drinken. We varen terug en om 4 uur zij n we weer bij de lodge. Op verzoek van Joost gaan we nog een uurtje vissen. Hoe graag ze ook willen om een grote catfish te vangen, de lijntjes blijven leeg! 

Een vegetarisch verblijf en een wereldwonder

17 juli 2007. Vanuit de jungle-lodge vertrekkenw e met de boot naar Puerto Maldonado. Daar neemt gids John ons nog even mee naar de plaatselijke markt. Altijd leuk, met gids zie je veel meer en hij Dsc_4927vertelt ons over allerhande vruchten en kruiden. We komen veel te vroeg op het kleine vliegveld waar het heel druk is. De Engelse buren die ons gisteren al verlaten hadden staan er ook weer. Hun vlucht was gecancelled en dus hebben ze een dag moeten rondhangen. We kunnen helaas niet eerder mee en wachten dus maar onder het genot van een ijsje. Om haf twee landen we in Cusco en (naar later blijkt) worden verschrikkelijk afgezet met de taxi. Eigen schuld, dan hadden we maar na moeten vragen. We checken in in Hostal Marani van Nederlands eigendom. Tineke woont al jaren in Cuso en heeft zelfs 8 jaar in een sloppenwijk gewoond om kinderen te helpen (Stichting HoPe). Na de lunch op de zonnige binneplaats gaan we met de taxi naar het treinstation. Het duurt even maar dan hebben we (voor een fortuin) treinkaartjes naar Machu Picchu. Voor Peruanen kost de trein erg weinig, maar toeristen trekken ze een poot uit! Tip voor mensen die dit ook gaan doen: rijdt met de taxi naar Ollantaytambo en neem dan een retourtje met de trein naar Machu Picchu; scheelt veel tijd en geld! Na cappucino op de prachtige Plaza, internetten we wat. ’s Avonds eten we ietwat teleustellend bij een parillada; waar ze in de rest van Peru enorme stukken vlees serveren, krijg je in dit toeristische zwaartepunt van Peru een klein lapje geserveerd. De live muziek is wel leuk en ze veleiden ons tot het aankopen van 2 CDs.

18 juli. We slapen aan de straat en de kamers zijn nogal gehorig; niet optimaal dus. We worden erg vroeg wakker. We ontbijten bij Cicciolina met wel heel bijzondere broodjes. Eeven terug naar het hosteDsc_4938l (trappen op) kost nogal wat moeite op deze hoogte. We scharrelen door de wijk San Blas en laten onze schoenen poetsen. Als de politie komt verdwijnen ze even snel uit het zicht (met mijn veters nog in de hand), maar zijn ook zo weer terug. Maar het moet gezegd, de schoenen zijn erg opgeknapt van de ‘special’ behandeling.  We doorkruizen het centrum van Cusco, dat erg onperuaans aandoet. Smalle straatjes, geen neonverlichting, geen reclame aan de muur of onbeloopbare stoepen. Hier is het netjes met een groot aanbod Dsc_4950aan hotels en restaurants. Na vele winkels vind ik een prachtig zilveren collier met oorbellen en een ring. Noor slaagt ook. Daarna gaan we uitgebreid internetten en drinkt Joost ergens wat. ’s Avonds eten we met Hanneke en Thomas, twee studenten uit Nederland, broer en zus van duidelijk welgestelde ouders.

19 juli. Na een laat ontbijt nemen we een taxi naar Urubamba, een stadje in de heilige valleiDsc_4959_1, Het is even zoeken maar uiteindelijk komen we na een stukje erg slechte weg bij Las Chullpas. Dit hostel ligt in een grote tuin en bestaat uit diverse huisjes en kamers. Het ziet er erg idyllisch uit. Onze kamer is groot en graooig ingericht. De badkamer maakt een onvergetelijke indruk; er ligt een rots middenin! Na wat lezen in de z on krijgen we een heerlijke vegetarisch lunch van 3 gangen met een sapje en koffie toe: Dsc_4956Tomaten-quinoa soep met gefrituurde kaaskoekjes, hamburgertjes van soya vlees met champignons, aardappelpuree en rauwkost, gebakken appel met maracuja-suas en yoghurt toe; Chalo kan prima koken! De verleiding is nu heel groot om ons terug te trekken in de tuin, maar we gaan toch op pad. Met een tekening in de hand lopen we langs de Rio Urubamba achter de huizen langs. We zien veel mensen, tuintjes Dsc_4961 en lopen langs een villa in aanbouw. De eigenaar spreekt voortreffelijk Engels en we mogen even kijken hoe ze met traditionele materialen (adobe, keien en hout) zijn  huis bouwen. Na 1 1/2 uur en een korte klim (warm!) komen we bij de zoutmijnen aan. Een heel apart gezicht. Hier is Dsc_4972een zoutrijke waterbron die ze over terrassen laten lopen en zo het water laten verdampen om het zout te kunnen winnen. Terug gaan we met 2 brommertaxi’s naar Urubamba en het is een wonder dat we aankomen ( berg op gaat maar net). Daar drinken we wat en doen wat boodschappen. Met de taxi gaan we terug naar het hostal, dat iets buiten het stadje ligt. ’s Avonds eten we weer formidabel en origineel: Pompoensoep met kaasbroodjes, Pannekoekjes met spinazie en boontjes, roompudding met chocolade. We raken aan de praat met een Belgisch gezin dat de wereld over reist zodra ze 3 weken de tijd krijgen. Ze vertellen dat er in Sipan een 4e graf is ontdekt en dat ze (na de National Geographic) even in het graf hebben mogen kijken; bofkonten.

20 juli. Na een uitgebreid ontbijt (ook dat is prima) lopen we naar Urubamba en een taxi schiet ons aDsc_4987an. We kunnen voor 50 soles op en neer naar Moray, een goeie deal. Het landschap is prachtig met besneeuwde toppen en na een dik halfuur komen we in Moray aan. Moray betekent cirkel beneden. Hier hebben de Inca’s cirkelvormige terrassen aangelegd om te kunnen experimenteren met landbouw (er ontstaan diverse micro-klimaten door de terrassen). Het ziet er indrukwekkend uit en ik puf het uit (het is warm en steil). Met de taxi komen we niet verder dan de brug bij Urubamba want er staat een oploopje stakende leraren. Ze roepen; er is maar 1 oplossing, wij nemen Machu Picchu! Met andere woorden, Dsc_5004als de regering ons niet meer wil betalen blokkeren we Machu Picchu (is in de afgelopen weken al een keer gebeurd…). We lopen naar het busstation en voor 6 soles nemen we een deeltaxi naar Ollantaytambo. Hier hebben we Inca’s een fort tegen de bergen aangebouwd. Het dorpje ziet er leuk uit maar is overspoeld met toeristen. De toegang is zo kostbaar dat we als echte Hollanders besluiten er niet in de gaan. Het uitzicht is zo al indrukwekkend. We internetten even en tot ons geluk blijkt de doos met motorkleren in Lima te zijn aangekomen. Terug in het hostel kletsen we met de Belgen en eten wederom formidabel. ’s Avonds scrabbelen we bij de open haard in onze kamer, die Joost eindelijk heeft aangekregen.

zaterdag 21 juli. Een luie dag. ’s Ochtends lezen we in de tuin en spelen met de kindjes van het personeel. ’s Middags lopen we naar Urubamba, lunchen daar en bezoeken 3 pottebakkers. We kopen 2 torrito’s. Hier zetten de mensen 2 stieren op het dak (naar het Oosten) om geluk en voorspoed af te roepen. Dat lijkt ons ook wel wat voor 40 soles (en 10-tje)!

zDsc_5034ondag 22 juli. Te voet naar het busstation, maar we kunnen de weg wat moeilijk vinden en doen er Dsc_5021een uur over. Voor 2 sol (50 cent) pp. rijden we in een uurtje naar Pisac. De busrit is al een belevenis. In Pisac is ’s zondags een markt waar veel mensen op af komen. De echte markt voor de locale mensen is nog maar klein, de toeristenmarkt eromheen des te groter. Hier kun je ongeneerDsc_5038d mensen fotograferen en er loop dan ook menig gringo met een grote ‘toeter’. Noor shopt uitgebreid voor vriendinnen en onderhandelt, Joost koopt  een Panama hoed. ’s Avonds kletsen we met Agnes, een voormalig Nederlands reisleidster en Mirco , een Peruaanse kunsthandelaar. Opvallend: beiden zijn erg enthousiast over Colombia.

23 juli. Met de taxi gaan we naar Ollantaytambo, waar we met de Vistadome (een trein met glazen ramen in het dak) naar Aguas Calientes (of zoals het nu heet Machu Picchu pueblo) reizen. De rit ios onverwacht prachtig. We rijden door een nauwe kloof waar het klimaat steeds tropischer wordt. In Aguas Calientes rijden geen auto’s of bussen en dus lopen (klimmen) we naar hostal Imac Sumac. Het wemelt er van de restaurants waar ze je naar binnen willen praten. Noor gaat Internetten en wij drinken een biertje. Na de lunch gaan we naar de hot springs en praten met allerhande reizigers waaronder een gepensioneerd Australisch echtpaar. We kopen tickets voro Machu Picchu en alvast buskaartjes voor morgenochten 5.30 uur. ’s Avonds eten we fantastisch bij Indio Feliz, een Frans-Peruaans restaurant. Tonnetje rond gaan we vroeg naar bed.

24 juli. Ai, dat is effe moeilijk, om 4.30 uur opstaan. Na het ontbij staan we om 5.30 uur met honderden anderen bij het busstations (inderdaad er rijden hier alleen pendelbussen naar Machu Picchu, verder is er geen verkeer). Na een steile rit van 30 minuten staan we om 6.05 uur aan de poort. We doorkruizen Dsc_5080  direct het hele complex op weg naar de toegnag naar Hyauna Picchu (die berg achter Machu Picchu die je altijd op foto’s ziet). Onderweg komen we het Australische echtpaar tegen. Joost wil de berg beklimmen en is nr. 55! (er mogen per dag maar 400 man naar boven). Noor en ik verkennen alvast de ruines. We zien deDsc_5117 zonsopkomst. Machu Picchu is moeilijk te beschrijven, maar in ieder geval veDsc_5098el mooier en indrukwekkender dan we gedacht hadden. Sinds 3 weken is het een van de nieuwe 7 wereldwonderen. We zaten in een cafe in Barranca toen het bekend werd. Voor Peru een uitbudig moment. Het is een Inca dorp dat ze boven op een berg gebouwd hebben en daardoor goed te verdedigen. Er is verder Dsc_5088 weinig over bekend. In 1911 is het ontdekt en om onverklaarbare reDsc_5124 denen door de Inca’s al vroeg verlaten. Het bestaat uit een agrarisch gedeelte (met terrassen), een tempelgedeelte, een deel voor de koning, gevangenissen en huizen. In het midden ligt een plaza. Het meest bijzonder is de manier waarop ze bouwden en astrologie bedreven. De stenen zijn zo passend g emaakt dat er letterlijk geen speld tussen te krijgen is. Er is een 32-kantige steen (foto links). Verder maakten ze veel gebruik van de zon en de sterren bij het bepalen van de tijd en de seizoenen. Het wordt steeds drukker, maar het blijft mooi. Noor en ik luisteren diverse gidsen af en kunnen Joost daardoor veel vertellen. Joost komt om 9.45 uur van de berg af en is behoorlijk hyper. Het uitzicht was fenomenaal en de klim spectaculair. De Australiers hebben foto’s van hem gemaakt. Samen bekijken we de rest en vertrekken om 12 uur. Na dit wereldwonder trakteren we onszelf op nog een etentje bij Indio Feliz. We kunnen zelfs buiten zitten. Dan vertrekken we met de trein naar Cusco. De rit duurt lang (4 uur) en dat kan echt anders. Het wordt halverwege donker. Tot onze stomme verbazing verkleed het personeel zich en wordt er eerst een dans en vervolgens een modeshow opgevoerd (met Alpaca-producten). In Cusco duurt het een uur voordat we bij het staion zijn. Op spectaculaire wijze steekt de trein steeds heen en weer naar een lager gelegen spoor, heel apart. De lichten in de trein gaan uit zodat we de mooi verlichte stad kunnen zien. Als we bij het hostel aankomen blijkt onze gereserveerde kamer vergeven. Het is niet op te lossen en dus slaap ik alleen en Joost en Noor in een andere kamer. Dan maar lekker eten!

25 juli. Na een heerlijk ontbijtjes bij Cicciolina en een verhuizing naar een ruime 3-persoonskamer gaan we shoppen. Joost regelt voor vanmiddag een bungiejump. na de lunch gaan we met een taxi naar Dsc_5162ActionValley. Als de bouwkwaliteit van de taxi een voorbode is van de bungie-installatie, dan ziet het er Dsc_5150 slecht uit. Gelukkig is alles prima in orde en wordt Joost goed geïnstrueerd. Er zijn diverse jonge meiden voor hem en dat maakt het mindre eng (voor ons). Joost wordt in een kooi aan staalkabels omhooggehesen tot 122 meter! Hij springt met veel kabaal de diepte in. Ik moet bijna op mijn rug liggen om wat foto’s te maken. terug in  het kantoortje bekijken we de DVD. De sprong is dus thuis bij ons te bekijken! ’s Avonds eten we heel bijzonder bij Macondo.

26 juli. Helaas gaan ook 3 maanden (snel) voorbij. We vliegen eerst van Cusco naar Lima, waar we om 10 uur aankomen. We laten de baggage achter in een depot en gaan mat de taxi naar Jockey Plaza (onderweg krijgt de taxi nog een lekke band). Jockey Plaza is geen Peru; een luxe winkelcentrum. Joost koopt nog wat kleren en we snuffelen rond. We halen de doos op bij Toon en zijn aan het eind van de middag op het vliegveld. Om 18.30 vertrekken we naar Amsterdam. Een jengelend kind belet ons goed te slapen. Op Schiphol staan Jaap en Jacomien al te wachten en Klaas is er onverwacht ook met Suze en Julius (wat is íe groot!). We drinken gezellig wat samen. Met Jaap en Jacomien rijden we naar Oosterhout. Jacomien is zo lief geweest lekker eten mee te nemen, dus eten we gezellig in de tuin.

Is 3 maanden lang? Ja en nee. We zijn er niet zo uit geweest als we gehoopt hadden, maar hebben bijzonder genoten. We hebben 3000 km met de motor gereden en 4000 met de auto, naast vele vlieg-, bus-, en taxikilometers; er staan 1400 foto’s te wachten en we hebben heel veel gezien! Bedankt voor al jullie reacties en medeleven en iedereen is van harte welkom om foto’s te kijken.

Nu maar eens nadenken over een volgende bestemming (keuze genoeg..)

part 1: Elvis & the Hoedspruit Monsters

Zaterdag 25 maart 2006

Botswana Adventure part 1: Elvis & the Hoedspruit Monsters

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Dit is ons eerste reisverslag uit Botswana. We zijn gisteren gearriveerd in Maun en even in de bewoonde wereld. Hier volgt een korte impressie van onze eertste fantastische week!

Vrijdag 17 maar zijn we aangekomen In Johannesburg (Joburg) en worden gastvrij ontvangen door Andre. Andre is de vader van Craig. Craig is de eigenaar van Safari Brothers en we ontmoeten hem de volgende morgen. Bij het ontbijt legt hij ons wat verschillende alterantieven voor want Moremi National Park is nog gesloten. Dan ontmoeten we Andy, onze gids, een goedlachse vriendelijke enigszins mollige zuid-afrikaan. Hij zal ons de komende tijd vermaken met verhalen uit zijn rijke historie als Krugerpark gids, 4×4 instructeur en nog veel meer. We ontmoeten ook Elvis, een fantastisch uitgebouwde en verhoogde Landrover waar een trailer met alle spullen achterhangt. We hebben 250 lieter watre mee en voor 6 dagen eten inclusief een koelbox vol vlees, bier en wijn. Super. We vetrekken om 9 uur en onderweg doen we nog wat boodsachppen en brieft Andy ons. In de middag gaan we over de grens met Botswana. Ik zit achterin en achter de voorstoelen heeft Andy 3 dozijn eieren verstopt. Bij de grens wordt strikt gecontroleerd dat je dat niet mag meenemen. Net benoDsc_2351_1emd als ‘ eggperson’  vole ik me wat ongemakkelijk bij de douanecontrole! Rond 18.00 uur komen we aan in het Kama Rhino Sanctuary waar 23 neushoorns in een enorm gebied worden bewaakt door militaitren.

Alles ziet er verzorgd uit en de campsite heeft zelfs warme douches (van een houtvuur) en wcs. We zetten de tenten op en Andy stalt de trailer uit: het Rhino restaurant. Andy maakt een heerlijke braai van gemarineerde kip, Joost maakt een lekkere aaardappelscholtel en ik een salade. Bij kaarslicht eten we dit op en rond het kampvuur. Het wordt hier om 6.30 uur donker. De kaarsen houders zijn Ziplockzakjes met zand erin! Andy legt ons ’s avonds uit hoe we ons moeten gedragen. Er kunnen altijd wilde dieren op de loer liggen. S Nachts wordt eht dus een gewoonte om eerst om de heen te schijnen met een zaklamp en na te gaan of je geen ogen ziet. Als het veilig is kun je uit de broek, zo niet dan terugin de tent!

De volgende dag is Joost jarig en Andy filmt ons met onze rolfluitjes. Ik heb een lekkere Cubaan voor Joost meegDsc_2367eneomen. Dan onze eerste ‘ gamedrive’ Ongeloofelijk, we zien giraffen, beushoorns, struisvolgels, veel zebra;s, zwijntjes, en prachtige volgels. Na een riante lunch en een middagdutje gaan we rond hald vier weer op pad en weer zien we prachtige dieren. Giraffen van dichtbij, 4 neushoorns van zeeeeer dichtbij , allerhande bokjes en zowaar een neushoorn met een babytje! Roberts 400mm lens is een ware zegen, ik kan prachtige foto’s maken.

De volgende ochtens staan we om 6.30 op en pakken alles wat de volgende nacht nodig hebben in de landrover, want de triler zullen we achterlaten. We gaan naar Kubu Island een plek middenin een zoutvlakte waar Andy de vorige keer uren heeft vastgezeten met de trailer. Rond de middag komen we in Lethlakane bij een prachtig Shell-station waar we de trailer achterlaten. De vrouw van de eigenaar zal mijn Nikon accu opladen. Na een uuur komen we aan bij de vroegere kustlijn en het lijkt of er in de verte een groot meer ligt, maar dat is isllusie. Vroeger was dit een gorte watervlakte, maar nu is het een zoutvlakte of ‘ pan’. Bij het hek van het cattlestation zegt de oude baas dat we zeker niet naar Kubu kunnen komen ivm de modder. Andy heeft vetrouwen en we rijden door. Even later staan we op een zoutpan en maken foto’s. Bij een hutje komen 2 mannen naar buiten en waarschuwen ons weer dat we niet verder moeten gaan. Ha, dat doen we lekker toch. De wegen zijnhier en daar complete rivieren en Elvis zwoegt dat het een lieve lust is. Om een moment zijn we uit de modder en lossen de enorme banden hun prut. Grote hilariteit als Marijke achterin compleet bedekt wordt met flatsen modder dat door Andy’s raam naar binnen vliegt. Elvis zit tot het dak toe onder de modder. Met gejuich bereiken we na 3,5 uur Kubu Island, een riots middenin de zoutvlakte met daarop enorme Baobab bomen. We zetten de tenten ergens op en gaan met bier en nootjes een mooi plekjes opzoeken om van het uitzicht te genieten. Dsc_2392

We rijden met Elvis het hele eildan rond en zien jakhalssporen. Verder is het een grote leegte. s Avonds begint een complete muskietenaanval en compleet ingesmeerd met Deet koken we in het donker spagetti. Rond het kampvuur verschijnen 2 indrukwekkend uitziende insecten: een red roman en een zwarte schorpioen. De eerst blijkt onschuldig, de tweede dodelijk! Het is warm en ik slaap slecht, de schorpieon laat me niet los. Dinsdag is de langste dag van de route. We staan om 6 uur op en hebben ons gebruikelijke ontbijt van cereals, melk en ‘ rusk’ (dorge biscuit) met jam. Het is lastig ons spoor terug te vinden en we rijden eerst verkeerd. Verderop raken we door een kudde koeien van ons spoor af en even later zit Elvis muurvast in de modder. We spenderen een uur om hem er weer uit te krijgen (2 pogingen). We verzamelen stenen en doen ons haardhout in de tentzakken om onder te wielen te leggen. Joost schept de modder weg. Andy krikt de wagen hoo op (erg gevaarlijk). Ik film en fotografeer alles. Het is een psannende situatie in de hitte en in de muggen. Opgelucht rijden we verder. Een half uur laten raken we weer ons spoor kwijt en ik zie het gebeuren. We kwakken in een Dsc_2401 gat waar al eerder een auto heeft vastgezeten. Nu zijn er geen stenen in de buurt dus wat meer vindingrijkheid is geboden. Hte hele ritueel herhaalt zich en na 2 pogingen trekt Elvis zich eruit. Moe en verhit bereiken we het Shell station. IN de auto smeer ik wat boterhammen en enkele uren later halen we Matante onze Botswana gids in een dorpje op. Matante is een kleine man met haviksogen, in de parken hebben we hem nodig omdat alleen Botswana gidsen daar nmogen rijden en gidsen. We rijden urenlang (die dag 11 uur) en arriveren tegen de avond in het Centrale Kalahari Game Reserve. De vlaktes in het avindlicht zijn prachtig en er lopen veel gemsbokken en springbokken. We zetten de tenten op en er is zowaar een pittoilet (gat in de grodn) met een keurig rond hek eromheen en een douche (als je de emmer met water vult en dat doen we niet want zoveel hebben we niet). Als we net met het eten klaarmaken zijn begoinnen begint het te regenen. Geen water, maar kleine torretjes. Andy noemt ze Hoedspruyt Monsters en ze tikken als de regen op de auto en het zeil. We vluchten met ons eten de Landrover in; nu de Elvis ‘ diner"! Ik film de boel met Andy’s bcamera en we kunnen er wel om lachen.

Dsc_2461 De volgende ochtend staan we om 6 uur op en na een goed ontbijt gaan we met Matante op pad. De zijramen van de Landrover zijn eruitgehaald (Craig is erg vernuftig) zodat we heel veel kunnen zien. We zien gemsbokken, sprinbokken, gnoe’s en veel vogels. De rit wordt echt mooi als we eerst 1 cheetah van dichtbij zien en daarna 4 bij elkaar. Matante;s commentaar: Now you are really on safari! Na een uitgebreide brunch slapen we 2 uur en s middag gaan we weer op pad. Dit keer zien we hele andere dieren en vogels, maar geen groot wild. Wel ontdekt Matante in het zand de sporen van een luipaard. De jacht levert echter niets op. Terug naar het kamp zien we iets heel zeldzaamsL een Afrikaanse Lynx; een echt nachtdier. S Avionds eten we weer in  de Elvis diner en gaan erg voreg naar bed. Volgende ochtend weetr voreg op en nu gaat Andy mee op jacht naar leeuwen. We rijden urenlang, zien verse sporen van een groot nmannetje maar we zien ze niet. Dit gebied is onmetelijk groot en groen, het hoge gras kan vanalles verbergen. Na de luch gaan we weer pitten en s middag zien we weer geen leeuwen. We zien wel een honey badger, zeldzaam om te zien. We eten weer in de Elvis diner en s’ nachts begint het ongenadig te regene. We slapen heel slecht want onze tent lekt. s Nachts gebruiken we ons noodtoilet: 2 Ziplockzakjes! De plaats is een grote modderpoe en het inpakken duurt erg l;ang. Rond 9 uur verlaten we de prachtige en groene Kalahari op weg naar Maun. Onderweg krijgen we nog een afscheidcadeau, we zien Kudu’s en een Afrikaanse wilde kat. Ik begin eerst te lachen want hij ziet eruit als een gewone huispoes. Overtuigd dat ie toch bijzonder is maak ik een paar mooie foto;s. Bij de uitgang zien we weer verse leeuwensporen maar ze laten zich niet zien. In Nxai Pan hebben we nog eenkans. Dsc_2489

Na een lunch onderweg komen we weer op asfalt en rijden naar Maun. Je rijdt 120 km per uur, maar iedere paar kilometer staat er wel een ezel of koe op de weg. Om 15.00 uur komen we in Maun aan. We slaan wat drank in en checken in de het Audi kamp buiten het plaatsje. We hebben hier een vast safaritent met echte bedden en warme douches! Ik doen snel een was en geniet na 4 dagen niet douchen van een heerlijke douche. Ik bel met Jaap en Jacomien om te horen hoe het met beppe(oma) gaat, ze zal naar alle waarschijnlijkheid tijdesn onze vakantei overlijden en dat vind ik maar niks; ik kan er alleen niets aan veranderen. We eten s avionds met z’n drieen in het restaurant (Matante is naar zijn familie) en slapen als een roos.

Nu zit ik tegenover het vliegveldje deze e-mail te schrijven. Omdat Moremi dicht is en we niet voor de alternatieve route via het westen van de Okavangodelta en Namibie kiezen, maken we zometeen een rondvlucht boven de delta. Naar een Okavango lodge vliegen was wel erg kostbaar (1025 dollar). Andy en Matante gaan inslaan en dan rijden we naar Nxai Pan. Waarschijnlijk horen jullei pas weer van ons over een week. De hele trip vinden we zo fantastisch omdat alles echt afgelegen is: avontuur en geen bereik! Andy en Matante zijn perfect begeleiders en met z’n kleine groep is echte verwennerij.

Heel veel groetjes,

Joost en Marijke

part 2: Over bad places en klimmende leeuwen

Maandag 3 april 2006

Botswana adventure part 2: Over bad places en klimmende leeuwen

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Eindelijk een Internet café gevonden in Livingstone, Zambia, waar we eergisteren zijn aangekomen. Zambia is er duidelijk minder aan toe dan Botswana. De afgelopen 2 weken hebben we kunnen zien dat Botswana het prima doet. Er zijn maar 1,8 miljoen inwoners op een enorme oppervlakte, maar de hoofdwegen zien er prima uit en de plaatsjes zien er verzorgd uit. Na de onafhankelijkheid in 1966 hebben de opbrengsten van een grote diamantmijn het land een economische boost gegeven en dat is te zien. De prijzen in de winkels zijn echter aan de hoge kant en dat kan echt niet iedereen zich veroorloven. De afgelopen 2 weken hebben we ook gezien hoe het jachtverbod haar vruchten heeft afgeworpen. Er is hier ongelofelijk veel wild en dat in parken zonder hekken. Botswana is een grote vlakte met savanne en grasvlakten (‘ pan’s’), een grote wildernis en leegte, prachtig.

Dsc_2556 Na het schrijven van het vorige mailtje in Maun zijn we met piloot Tim (een Aussie) aan boord gegaan van een 4 persoons Cessna. Hij heeft ons een uur boven de Okavango Delta gevlogen op 1500 meter. Het is een grote groene vlakte, waar we dachten water te zien. Het landschap is een groot moeras. We zien hier en daar wat gnoe’s en giraffen, maar de indruk is ongetwijfeld beter als je er doorheen vaart (wat oorspronkelijk het plan was, maar het Moremi park is nog steeds dicht). Na de vlucht pikken we Matante weer op en rijden richting Nxai Pan [naipen]. Als we langs de weg lunchen roept Joost: Elephant! Ik denk dat het een grapje is, maar even verderop in de berm staat een enorme mannetjesolifant. Verderop is het dus oppassen, want je snelheid van 120 km per uur moet soms afgebroken worden door overstekend wild (en dat is opletten!). Van de hoofdweg af volgen we een hobbelig zandpad. De meeste wegen hier (op een paar hoofd asfaltwegen na) zijn wat wij zouden noemen een zandpad; een spoor met gras in het midden. Met een gewone auto kom je hier niet ver. AlDsc_2579  snel stuiten we op een flinke kudde giraffen (18) met kleintjes. Er staan hier geen bomen en dus kun je ze goed zien. Iets verderop staat een mannetjesolifant een modderbad te nemen, hij is not amused dat wij zijn beauty treatment verstoren en hij is niet van plan ons erlangs te laten. Volgens Andy hebben de olifanten hier een ‘ attitude’ en zijn nogal vijandig, zoals we later zullen merken. OP de camping aangekomen doet Matante zijn gebruikelijke praatje. Dit is een ‘ bad place’ met leeuwen en hyena’s en we mogen niet verder van de tent af dan een meter of 20. Hij lardeert het verhaal met een anekdote van een jongen van 20 die door hyena;s uit zijn tent is getrokken en verscheurd. Juist, ja. Camping is een groot woord voor deze plek. Er is ruimte gemaakt onder een aantal bomen en er zijn 5 fireplaces gecreëerd met stenen. Het douchegebouw is nog niet af en er is geen water. Het toilet is een ‘ long drop’ en nu is het echt een blok beton met een gat erin en de deur kan niet dicht. Je begint dit overigens snel normaal te vinden en gelukkig hoeven we niet ons eigen gat te graven (wat in Moremi wel moet).Als je hier gaat kamperen dan moet je dus altijd zelf water meenemen, eten en brandhout (dat we meestal onderweg verzamelen). Een vuur is belangrijk om de dieren op een afstand te houden en voor het licht. Er staat nog 1 andere familie op de campsite en voor de rest is Nxai Pan leeg. Voor het avondeten maakt Andy een chicken stirfry op de bakplaat. Het regent weer eens Hoedspruit monsters, dus Matante en Joost houden een zeil boven Andy en de bakplaat; een lachwekkend Dsc_2592 gezicht. Nog even over de bakplaat, dat is echt een lifesaver. Niet alleen uitermate geschikt voor het bakken van eieren met spek, maar ook een uitstekend hulpmiddel bij de recovery van een vastgelopen LandRover. De bakplaat heeft zijn diensten bewezen als ondergrond voor de krik en als rijplaat in de modder, toen we vastzaten bij Kubu Island. Een onmisbaar stuk gereedschap!

De volgende dag zoals gebruikelijk om 6 uur op en met Matante en Andy op pad (die is hier nog nooit geweest). Na een uur drinken we wat koffie en concluderen dat de dieren op vakantie zijn (we hebben nauwelijks iets gezien). Matante suggereert buiten het park te gaan kijken en naar de Baines Baobabs te rijden. Goed idee! De lange rit naar de baobabs is heet en leeg. Als we bij de Baobabs aankomen (vereeuwigd in olieverf door Thomas Baines), verschijnt een prachtig landschap. Dsc_2605 Grote watervlaktes met kuddes gemsbokken en springbokken. Onder de bomen vind Matante verse sporen van leeuwen, maar we kunnen ze niet volgen vanwege het water. We snacken wat en genieten van de omgeving. Op de terugweg schiet een dodelijke zwarte mamba te weg over en ik zie ‘m gelukkig niet! Na een half uur zien we twee olifanten baden in de modder. Als de olifanten eruit komen steekt het mannetje voor onze auto de weg over en lijkt het erop alsof hij ons negeert. Matante laat de auto grommende geluiden maken om hem op afstand te houden. Andy mompelt nog iets van ‘ whimp’ (mietje) en dat had hij beter niet kunnen zeggen. De olifant draait zich om en zet zijn oDsc_2624ren wijd uit (= dreigen). Andy filmt hem en zegt dat we zijn trots blijkbaar gekrenkt hebben. Direct daarna neemt het mannetje een aanloop en stormt op de auto af. Dat is een hele dreigende situatie, kan ik je vertellen en op de video hoor je me zeggen: Lets get the hell out of here, drive, drive! Achteraf kunnen we er om lachen en heeft het heel mooi filmmateriaal opgeleverd. Terug in het kamp slapen we heel kort want in de tent is het niet te harden van de hitte. Eind van de middag gaan we met Matante op pad. Ma enkele kilometers zien we rondom ons heel veel zebra’s. We rijden verder en het uitzicht blijft hetzelfde; dit is echt een enorme kudde, zover het oog reikt. Erg indrukwekkend en moeilijk vast te leggen. Matante schat dat het er zo’n Dsc_2646 4000 zijn. Zoveel dieren hebben we nog nooit bij elkaar gezien; een unieke ervaring. Er lopen ook tientallen giraffes door wat het geheel echt af maakt.

‘s Middags zijn er 4 oudere Duitsers op de camping aangekomen in een Landrover met 2 tenten op het dak. Andy heeft met ze staan praten en is wat geschrokken. Ze dachten dat er hekken om de camping stonden en hebben geen idee hoe te handelen. Andy checkt hun voorraad water en diesel en legt ze uit dat ze een vuur moeten maken. Hierop begint de man aan een boom te hakken en Andy geeft ze snel wat dood hout. Ze gaan van schrik om half acht naar bed. ‘s Nachts horen we een luipaard (klinkt als het gezaag van hout) en Matante vindt een hippo (nijlpaard) spoor achterop de camping; heel vreemd in deze droge omgeving. Andy maakt echt Zuid-Afrikaans eten: pookiekos met pap. Rundermerg gestoofd in een dikke bruine jus met wortels, aardappel en pompoen en maïspap; erg lekker.

Maandag 27 maart verlaten we Nxai Pan en rijden over lange asfalt wegen richting Panmdamatenga.Dsc_2655  Honderden kilometers leegte en geen zichtbare dorpjes of benzinestations. In pandamatenga zouden we overnachten, maar Andy ziet het wel zitten om door te rijden naar Chobe in het noorden van Botswana. De weg wordt slechter (potholes) en we zien voor het eerst landbouw langs te weg. Mijn eerste reactie is: jammer, bewoonde wereld…We passeren het zoveelste mond-en klauwzeer roadblock en moeten nu door een badje heen lopen. Het rundvlees hebben we voor de gelegenheid verstopt. Tegen het eind van de middag komen we aan in Chobi Safari Lodge en zetten onze tent op. Deze camping is goed uitgerust en er zijn aardig wat tenten. We drinken een biertje in de bar boven de Chobe river en kijken naar de zonsondergang. Andy kookt kip in een braadzak met zoete aardappels en pompoen in een geïmproviseerde pan-oven. Heerlijk. We kijken eens rustig de camping rond welke 4×4 het meest geschikt zou zijn voor 3 maanden Afrika (ja, het is een alternatief voor volgend jaar!). Conclusie: een oude Toyota Hilux. De volgende morgen slapen we uit tot 7 uur (gaat wel wat lastig als je een ritme van 6 uur gewend bent). Het is direct al warm. We breken op en doen boodschappen. Na 5 km zijn we bij de ingang van Chobe national park. Maar liefst 11.000 km2 groot met een olifantenpopulatie van 60.000 stuks. Ongelofelijk. Direct na de ingang zien we een flinke kudde met kleintjes in de modder spelen. Dsc_2707 De rit naar de Ihaha campsite (33 km) is een aaneenschakeling van wild: impala’s, bavianen, olifanten, Egyptische ganzen, nijlpaarden, zwijnen, puku’s, waterbucks en visarenden. We zetten de tent op aan de Chobe rivier met uitzicht op Namibië. Matante zet ons neer en begint als gebruikelijk: This is a bad place. Dit keer gaat het echter niet over de nijlpaarden en de krokodillen, maar over ‘ riverthieves’. Het schijnt dat Namibiers uit het dorp aan de overkant wel eens op bezoek komen en spullen jatten.

Matante vindt leeuwesporen bij de ingang van de camping en Andy dreigt dat we geen eten krijgen als we geen leeuwen gezien hebben. Ik doe er nog een schepje bovenop en dreig met een bezoek aan de dierentuin in Livingstone; die hakt erin. Een nijlpaard zien we iets verderop uit het water grazen. Nijlpaarden zijn echt gevaarlijk en vallen lomp aan als jij ze niet bevalt. ‘s Nachts kunnen ze tot 10 km afleggen op zoek naar gras.

Als het donker wordt komt een troep bavianen op bezoek. Ze maken heel veel herrie en Matante Dsc_2795 probeert ze lachend weg te jagen. Enkele bavianen nestelen zich in de boom waar we onze tent onder gezet hebben. Ze gaan gelukkig slapen ‘s nachts, maar ‘s ochtends sproeien ze onze tent onder met poep. We verzetten de tent dus maar.

De volgende ochtend zien we 2 honey-badgers de weg oversteken. Het valt ons gelijk op hoe ‘druk’ het hier is. We zien diverse safariauto’s en als we dan eindelijk een leeuw gevonden hebben (bij Serondela), moeten we wachten tot de 2 auto’s voor ons zijn vertrokken. Jakkes, dit was niet echt de bedoeling; Matante vindt het duidelijk vervelend en maakt vervolgens een hele lange rit om verder te zoeken. De gamedrives beslaan regelmatig 30-40 km en duren zo’n 4 uur. ‘s Middags rijden we vanuit Ihaha naar het oosten (Ngome) en daar is het erg rustig. We hobbelen langs de over van de Chobe rivier eDsc_2771n zien 5 heeeeeele grote krokodillen. Zelfs op respectabele afstand zijn het enorme beesten (2,5-3 meter). We zien verder een kudde buffels, en een luipaardspoor. De omgeving is prachtig. Even later ontdekken we een enorme troep gieren. Zowel in de boom als op de grond, zeker 100 bij elkaar. Als we opgetogen teruggekomen bij Andy heeft hij goed nieuws. Matante heeft navraag gedaan en de weg naar Savute blijkt te zijn opgedroogd. Savute ligt in het zuiden van Chobe NP en is beroemd om zijn hoeveelheid leeuwen. De volgende ochtend laden we de LandRover vol zodat we de trailer kunnen achterlaten. Water hebben we bij ons in de voorbumper van de auto; heel slim. De weg naar Savute is het laatste stuk alsof je door duinzand rijdt. Dit gaat erg langzaam. In het park blijkt de weg inderdaad droog op wat doorwaadbare plaatsen na. Als we dicht bij de camping zijn komen we een opgewonden Duister tegen. Hij vertelt ons dat de leeuwen vlakbij de camping zijn en voegt er met een knipoog aan toe: Don’t be scared, enjoy, they have a very high fence’ (niet dus). Matante besluit direct op zoek te gaan naar de leeuwen en na een halfuurtje vinden we 2 jonge mannetjes, 3 vrouwen, en een jonge leeuw onder een boom. Dsc_2803Ze zijn nog prima wakker en we zijn allen met ze. Eindelijk. Matante slaakt een zucht van verlichting; het was zijn eer te na ons geen leeuwen te kunnen laten Zien.

Op de camping zoeken we de meest open plaats pal naast het toiletgebouw. Matante brieft ons nog serieuzer dan tevoren over deze ‘ bad place’  en op de plaats waar we de tenten neerzetten zien we hyena en luipaardsporen. Het toiletgebouw heeft een hoge muur tegen de olifanten. Joost heeft steeds meer last van zijn rug en gaat even liggen. Halverwege de middag gaan we weer op pad. We laten al de bagage in de auto vanwege de bavianen. Terug naar de plek kijken we weer naar de leeuwen. Daarna rijden we door de oude en droge rivierbedding van de Savute en komen aan bij de Savute marsh (een vlakte). Matante gelooft zijn ogen niet, Dsc_2848we zien 2 leeuwen in een dode boom. Ze hebben duidelijk moeite om er uit te komen. Hij heeft dit in 30 jaar maar 1 keer eerder gezien en Andy nog nooit. Nog lachwekkender is de situatie verderop. Door de bladeren van een struik steekt de kop van een andere leeuw. Als hij gaat verzitten valt hij er bijna uit. Terwijl we staan te kijken loopt op nog geen 5 meter van de auto een enorme mannetjesleeuw langs. Wat een prachtig gezicht, erg indrukwekkend. We nemen er een biertje op. Om dat de koelbox nog in de auto staat hebben we alles bij de hand en zetten onze gamedrive decadent voort met een biertje in de hand. De Savute Marsh is prachtig in het avond licht en we rijden rustig rond. OP de terugweg zien we in een hele hoge boom weer twee leeuwen zitten. Er staat 1 andere safariauto bij. Gelach stijgt op wanneer de ene leeuw ternauwernood in de boom kan blijven. Zijn achterpoten glippen van de tak af en hij blijft aan de voorpoten hangen en weet zich op te trekken. Absoluut uniek. Het is donker als we bij de tent aankomen. Joost vertilt zich aan de zware spaghettipan en eet met zichtbare pijn in de auto. Wij eten zwijgend met rondvliegende vleermuizen boven onze hoofden. Matante laat ons nog even wat ogen zien in het donker. Die blijken onschuldig want de ogen ‘ hupsen’, hazen dus. Af en toe horen we leeuwen op 2-3 km brullen. ‘s Nachts slaap ik slecht en ‘s ochtends lijkt het alsof het leeuwegebrul dichterbij komt. Ik doe de luiken dicht, maar er gebeurt niets. ‘s Ochtends staan er enkele volle Ziplockzakjes naast de deur….

De volgende ochtend rijden we nog een kort rondje maar zien nauwelijks iets. We gaan terug naar Chobe. Bij Kazugula nemen we afscheid van Matante. Hij heeft geen paspoort en kan niet met ons mee naar Zambia. We doen wat boodschappen want wij koken voor Andy vanavond en zoeken een mooi plekje op de camping van het Chobe Safari Lodge. We kopen kaartjes voor de riviercruise (100 pula + toegang 70 pula) en moeten direct weg. Als echte toeristen schepen we in op een flinke boot. Na een poosje wordt het tochtje op de Chobe rivier echt de moeite waard. Je ziet nu de rivier van een andere kant. We zien veel nijlpaarden (soms wel 15 bij elkaar) en nu ook uit het water, en met Dsc_2888 kleintjes. Ze wapperen zo leuk met hun oortjes, dit zorgt ervoor dat er een soort zonnebrand wordt afgescheiden waarmee hun kop wordt beschermd tegen de zon. De kop is meestal het enige dat je ziet van het enorme lijf. Ook zien we veel olifanten, zelfs in gezelschap van buffels. De big five hebben we niet helemaal gezien: olifant, neushoorn, buffel, luipaard en leeuw. De big five zijn de dieren waar de vroegere jagers het meeste respect voor hadden. Matante’s vader was zo’n jager (let wel: te voet). Bij zijn afscheid roept Matante dan ook naar ons: Leopard, next time!

De zonsondergang op de boot is prachtig. Terug gaan we aan de slag om voor Andy te komen. Hij is onder de indruk en waardeert het enorm. We hebben een grote T-bone, een salade met avocado en zongedroogde tomaatjes en Joost’s aardappelpakketjes. We slapen langggggg.

Bij het opstaan zijn de mannen even weg en probeer ik met moeite de apen ui de auto, trailer en tenten te houden. Het lukt er een om een gat te bijten in een eierdoos in de trailer. Joost maakt wentelteefjes en scrambled eggs op de bakplaat; wat een feest. Rustig pakken we in en gaan op weg naar de Kazungula ferry. Kazungula is het Vaals van Botswana: Botswana, Namibië, Zimbabwe en Dsc_2930 Zambia komen hier samen. De Botswana grens over gaat gemakkelijk en we rijden een enorme rij vrachtwagens voorbij naar de ferry. Die is klein en er wordt flink voorgedrongen om erop te kunnen. We zijn als licht voertuig snel aan de beurt. Na 5 minuten varen staan we in Zambia. Hier is het een groot circus. Andy moet achtereenvolgens de douane door (als personen), de auto inklaren, verzekering voor de trailer kopen, en tol voldoen. Als hij denkt dat ie klaar is blijkt dat vandaag (1 april) een nieuwe belasting is ingegaan: carbon tax en die kun je alleen maar voldoen in Kwacha. Geld wisselen dus en de tax voldoen. Het hele proces neemt 2 uur in beslag in de enorme hitte. Na een uurtje komen we aan in Livingstone en even buiten Livingstone ligt Zambezi Waterfront. Hier hebben we een echt huisje met badkamer en terras! We kopen direct kaartjes voor de ‘ booze cruise’  de traditionele afsluiting van de trip. Om half vier schepen we in en iedereen zet het op een zuipen (all included, 35 US). Er worden snacks geserveerd en eten. De Zambezi is een enorme rivier en wat gelijk opvalt: er zijn nauwelijks dieren. Ook onderweg hierheen hebben we niets gezien. We varen ook door Zimbabwe wateren. Als we terug zijn duurt het niet lang of we gaan naar bed: half negen! Deze trip was erg vermoeiend, vanwege het straffe ritme (6 uur op en een volle dag), nauwelijks privacy en veel kilometers, maar … het was het allemaal waard. Sterker, het had wel langer mogen duren!

Dsc_2961 We slapen 11 uur en na het ontbijt lezen we wat. ‘s Middags neemt Andy ons mee over de grens naar de Victoria Bridge (niemandsland tussen Zimbabwe en Zambia). Vanaf deze brug kun je bungiejumpen (111 meter) en we blijven even kijken, Joost nog. Daarna lopen we door het park langs de watervallen, erg indrukwekkend en een natte bedoening. Ons afscheiddiner hebben we in Hippos’ waar we ons met Andy tegoed doen aan een flinke T-bone. Dsc_2984

Vanochtend hebben we ontbeten met Andy en heeft hij ons in Livingstone afgezet. Hier hebben we afscheid genomen en het doet je toch wel wat als je zo lang met elkaar optrekt. We hebben adressen uitgewisseld en we hopen de video te krijgen die hij gemaakt heeft. Vandaag en morgen luieren we hier nog wat en dan vertrekken we naar Johannesburg voor nog 1 ½ week in Zuid-Afrika.

Heel veel liefs en groetjes,

Joost en Marijke

Botswana Adventure: Epiloog

Zondag 16 april 2006

Botswana Adventure: Epiloog

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Inmiddels zijn we in een hele andere wereld beland. We zijn 4 dagen gebleven in Livingstone (Zambia) en dat was echt te lang. Livingstone adverteert zichzelf als adventure capital, maar dat moet dan wel wat kosten. Alles wat je hier bedenkt om te doen kost veel Dollars. ’s Ochtends is het hier net een vliegveld met toeristen die in microlights en helikopters een rondvluchtje over de Victoria watervallen maken. Wat een verschil met de letterlijk oorverdovende stilte in de Kalahari woestijn en Nxai Pan. De prachtige sterrenhemel is hier minder goed te zien. Joost moet van nu af aan alleen whisky drinken en sigaren roken, met Andy ging dat namelijk heeeel goed…..

Dsc_2948 We rusten wel lekker uit, laten de was doen en genieten maar van de accommodatie. Het gebrek aan beesten blijkt overigens relatief, want Joost ontdekt op nog geen 20 meter afstand van ons Dsc_2993 terras een zonnebadende krokodil van 1,5 meter (jonkie). In Livingstone bezoeken we het museum dat naast een nogal kleurloze verzameling opgezette beesten, een leuke verzameling memorabilia heeft van David Livingstone, de ontdekkingsreiziger. De laste dag in Livingstone lezen we de hele dag. Joost durft ivm zijn rug toch niet te bungiejumpen. ’s Avonds krijgen we een sms-je van Jaap en Jacomien, dat beppe is overleden. Ik sms terug want op een onverklaarbare wijze kunnen we niet bellen (wel gebeld worden). Het is een vreemd idee dat we niet bij de begrafenis zullen zijn.

Woensdag 5 april rekenen we af in het hotel (en schrikken ons rot van de prijs) en nemen een taxi naar het vliegveld. Door de douane heen is een heel administratief circus. Gelukkig kun je buiten onder een boom op het vliegtuig wachten. We komen om 15.30 aan in Johannesburg en halen de huurauto op (een VW Polo). Het is later dan we gedacht hadden en zetten er flink de vaart in om zover mogelijk te kunnen komen naar het Oosten. Als het donker is gaan we bij Belfast de weg af. Na wat navragen komen we bij Julien en Janet terecht in de Owl & Trout. We worden bijna doodgeknuffeld en krijgen een heel appartement. De inventaris is ongeëvenaard, van nagelborsteltjes tot gehaakte toiletrolhouder. Janet raadt ons aan te eten bij Doube. Zoals ze al gewaarschuwd had ziet de plek eruit als een rammelende schuur. Na enig kabaal maakt de eigenaar (hij lijkt sprekend op Willie Nelson) het enorme elektronische hek open (hekken en tralies zijn hier doornormaal). Het interieur is een kruising tussen een après-skihut en een houthakkerslodge met baseballpetjes aan het plafond. Aan de omvangrijke mannen te zien die er zitten, kom je hier normaliter met een blauw oog naar buiten. Het valt echter reuze mee en de steaks (400 gram) zijn werkelijk fantastisch (a 7 Euro).

Het ontbijt de volgende ochtend is al even onbegrensd. We zullen nog heel wat eieren, bacon en worstjes verstouwen. Op Janet’s aanraden rijden we binnendoor naar Sabie (waar onze gids Andy woont die nog niet thuis is) en doen wat boodschappen. De scheiding tussen zwart en blank is overal goed duidelijk: blanke wijken, blanke winkels (met zwart personeel) en de zwarte bevolking doet echt ergens ander boodschappen. Als je je auto parkeert komt er meestal iemand op je af die de auto wil bewaken voor een paar Rand. De middag besteden we langs de Blyde River Canyon en we rijden tot Dsc_3009 aan de Three Rondavels. Onderweg kopen we bij een stalletje een mahoniehouten hippo en slakom. Het weer is helder en iets minder heet dan in Botswana. ’s Avonds slapen we in Witrivier in het Karungula hotel waar we voor 520 Rand een flinke kamer krijgen en een 7-gangen diner (!). Ik bel uitgebreid met Jaap en Jacomien, want hier doet de mobiel het wel. Ook al zijn we vlak bij het Kruger Park, dat slaan we over. Onze gids Andy karakteriseert Botswana als de Rolls Royce onder de safarilanden en raadt ons af om nu naar het Kruger te gaan (en dat uit de mond van een voormalige Krugergids). Hij beveelt ons wel het noorden aan, maar daar heb je een 4×4 voor nodig en meer tijd dan we nu hebben.

Vrijdag rijden we via Nelspruit (veel fruit en noten onderweg) en Komatipoort (op de grens met Mozambique) naar Swasiland. De douane kost altijd even tijd, maar zonder problemen komen we in het koninkrijkje. De wegen zijn prachtig en het ziet er allemaal erg verzorgd uit. We hebben geen tijd om hier te blijven en racen er dwars doorheen op weg naar Sodwana Bay. Rond 4 uur zijn we weer in Zuid-Afrika. In Hluhluwe [slusluwe] belt de juffrouw van de Tourist Information het Coral Divers resort in Sodwana Bay en ze hebben nog plek. Coral Divers ligt in een Nationaal Park. Lonely Planet spreekt van ‘pristine coastal scenery’ en dat Sodwana Bay een plek is die je absoluut niet mag missen. Onze verwachtingen zijn dus (te) hooggespannen. Als we er aankomen, blijkt de plek een (blank) vakantieoord te zijn met families en duikers (vanwege het koraalrif voor de kust). We krijgen een rietenDsc_3017  cabin met een eigen badkamertje (en openlucht douche). Je wordt eigenlijk geacht mee te eten van het buffet (of zelf te koken), een restaurant is er niet. Het is nogal fantasieloos eten. Joost is zijn duikpasje vergeten en dus gaan we de volgende dag wat rondrijden, maar veel zien we niet. ’s Middags naar het strand, Het is bewolkt, maar niet koud. We krijgen een staaltje Zuid-Afrikaans strandbezoek te zien. Iedereen rijdt met een 4×4 het strand op en stalt vervolgens tenten en koelboxen uit. Er staat dus een flinke rij 4×4’s langs het strand. ’s Avonds besluiten we toch gebruik te maken van de keuken en de braai en ‘lenen’ wat vuur om een T-bone te grillen. We eten met 3 Zuid-Afrikanen die ook in Nederland hebben gewoond. Als we niet van plan zijn te duiken, raden ze ons aan zo snel mogelijk hier weg te gaan en direct naar de Drakensbergen te rijden. Zo gezegd zo gedaan. De volgende morgen maken we ons op voor een lange rit naar de Drakensbergen. Door enorme suikerriet plantages rijden we naar Durban. Omdat we nog wat tijd over hebben, gaan we maar eens op zoek naar een grote shoppingmall (de boeken zijn uit). Het Pavillion is een enorme mall ten noorden van Durban en we kijken onze ogen uit.

Dsc_3021_4 Twee uur later komen we aan in de centrale Drakensbergen. In de champagne-valley ligt de Backpackers van het jaar: Inkosana Lodge. Zo’n mooie backpackers lodge hebben we nog nooit gezien. Eigenaar Ed heeft nog wel een rondavel over voor ons voor 3 nachten. Midden in een prachtige tuin ligt deze ronde hut met rieten dak. We hebben een eigen badkamer en het ziet er picobello uit. De luie tuinstoelen in de tuin kijken uit op de prachtige bergen. Er is een grote lounge met houtkachel, boeken en spelletjes enDsc_3020  banken met kussens langs de muur. Als we op het overdekte terras wat drinken begint het te onweren en regenen. ’s Avonds eten we de Sunday Special in een naburig vakantieoord (veeeeeel eten voor 8 Euro). De volgende morgen serveert Ed ons een enorm ontbijt. Ontbijten doen ze hier in gangen: eerst cereals met melk, Dsc_3034dan de ‘hot food’: eieren met bacon, worstjes en tomaat, en tot slot is er meestal nog fruit en yoghurt. Je begrijpt gewoon niet hoe ze het allemaal wegkrijgen.

Met wat huisgemaakte ‘rusk’ (droge biscuits) gaan we op weg naar Monk’s Cowl National Park om te wandelen. Ed is een echte wandelaar (getuige alle indrukwekkende foto’s aan de muur) en hij geeft ons aan hoe we moeten lopen. We lopen een stevige wandeling van 3 uur door een prachtig landschap. Het is redelijk bewolkt maar wel warm wat het lopen zwaarder maakt. Aan het eind van de middag gaat het weer regenen en onweren. We eten in de lodge met een echtpaar uit Canada. Ed serveert ons butternut soep (soort pompoen), karbonaadje met gepofte aardappel en 2 soorten salades en appeltaart met ijs toe. De volgende ochtend gaan Simone en Deane met ons mee lopen.  Simone en Deane zijn al 9 jaar van huis (Nieuw-Zeeland) en hebben al in Londen, Dublin en Vancouver gewoond. Nu ze tegen de 30 lopen willen ze wel eens settelen. Ik ben erg benieuwd of ze dat uberhaupt kunnen. Als afsluiting zijn ze nu 3 maanden op reis (van Tanzania naar Zuid-Afrika met openbaar vervoer). We lopen naar Blind Man’s Corner (blijkt eenDsc_3038 ronde bergtop) en we klimmen met letterlijk onze hoofden in de wolken. Jammer, er is niet veel te zien. De weg naar beneden is erg steil en smal. Na 4 uur lopen word je wat minder oplettend en net als het paadje iets breder wordt en de helling wat minder angstaanjagend, glijd ik uit. Voor ik het in de gaten heb, lig ik 2 meter lager op mijn buik op de helling. Ik heb echt geluk gehad dat dat niet eerder gebeurd is. Als ik verder loop merk ik dat ik een enorme klap op mijn stuitje gemaakt heb. De dagen erna is zitten een pijnlijke ervaring….. Als we na 5 uur lopen weer terug zijn, begint het weer te regenen en onweren. We eten nu samen met 3 Duitsers en een groep van 11 vrouwen die net terug zijn van een 3-daagse tocht. Als de avond vordert en de wijnflessen leegraken, wordt het erg gezellig bij de dames en we concluderen met aan zekerheid grenzende stelligheid dat het 11 lesbiennes zijn.

De volgende ochtend ontbijten we zelf in de gezamenlijke keuken en nemen afscheid van Simone en Deane, en Ed. We rijden binnendoor naar het noordelijke gedeelte van de Drakensbergen. De wolken Dsc_3048benemen het zicht op de hoogste toppen. We vinden bij de Tower of Pizza (leuke naam voor een B&B met pizzeria) nog een kamer voor 2 nachten. We rijden wat rond in de omgeving, maar het weer wordt slechter en weer begint het te regenen. We lezen met een biertje en genieten van een prima pizza (die echt uit een torentje komt). Onze laatste dag maken we een korte wandeling in het Royal Natal National Park. Het Amphitheater is compleet zonder wolken te zien. Dit is een halfronde hele hoge bergwand. Het is warm (28 graden) en Dsc_3058we zweten rijkelijk. ’s Middags lopen we 9 holes op de Amphitheater golfbaan. Het uitzicht is prachtig met de hoge bergtoppen op de achtergrond. In de buurt zijn geen restaurants, dus zijn we op onze laatste avond weer aangewezen op de pizzeria. Helaas, want een lekkere braai was een leukere afsluiting geweest. De volgende ochtend ruimen we de auto op en rijden door een bijzonder leeg landschap naar Johannesburg. We komen rond 2 uur aan en hebben een grote mall op het oog om wat laatste boodschappen te doen. Helaas blijken alle winkels dicht (Pasen). Als alternatief laten we ons een enorme chateaubriand serveren met een mooie Shiraz en gaan om half zes naar de film (Inside Man). Na de film weten we prima de weg naar het vliegveld te vinden, leveren de auto in en kopen op het vliegveld nog wat Afrikaanse muziek en de DVD Eternal Enemies (een door Andy aangeraden film over leeuwen en hyena’s in Savute). Tegen middernacht vertrekken we naar Amsterdam, waar Jaap en Jacomien ons opwachten.

Nu zijn we dus weer thuis. Het was een prachtige vakantie, hoewel de laatste 9 dagen eigenlijk geen vergelijking waren met de sublieme safari door Botswana. We kunnen van het reizen op die manier moeilijk genoeg krijgen en kijken uit naar de 3 maanden vakantie volgend jaar Het rijden met een 4×4 heeft ons enorm geïnspireerd (we hebben nu ook de ‘complete guide to 4×4 driving’ in huis). Wie weet.

Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben om een beetje met ons mee te reizen. Binnenkort hoop ik uit de ruim 700 foto’s (waaronder veel probeersels met mijn nieuwe camera) een leuke selectie gemaakt te hebben. Wees welkom om die te bekijken.

Groetjes en liefs,

Joost en Marijke

week 1: Op een trilplaat door de cordillera

30-1-2005

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Dit is ons eerste reisverslag uit de Filippijnen. We hopen dat jullie het leuk vinden een beetje met ons mee te reizen!

Na een prima vlucht met Singapore airlines, kwamen we 23 januari rond 1 uur ’s middag in Manila aan. Spontaan leende iemand ons 20 pesos om het guesthouse te bellen. Na 10 minuten kwam Mr. Martin ons oppikken. Het is 29 graden en dus is de temperatuur even wennen. We slapen een paar uur en eten erg simpel in het guesthouse onder het genot van een luide basketbal wedstrijd op televisie (de nationale sport).

De volgende ochtend vertrekken we met een binnenlandse vlucht naar Baguio City, een populaire bestemming voor mensen uit Manila omdat de temperatuur daar lager ligt. We laten ons afzetten door een taxi-chauffeur (voor alles een eerste keer) en checken in in het Baguio Palace Hotel. Een kamer kost 14 Euro en dan heb je ook wat! We lopen ’s middags door de stad en zijn waarschijnlijk de enige toeristen hier. Het is erg druk, maar mensen zijn erg vriendelijk en de sfeer is prima. Terug in het hotel informeren we naar het huren van een auto. De eerste chauffeur die komt opdagen probeert op een merkwaardige manier ons te verleiden van de reis af te zien en in Baguio te blijven door een verhaal op te hangen over kidnappende rebellen (moet je net bij mij zijn…). De tweede chauffeur is bijoznder vriendelijk en wil ons wel naar Banaue rijden. Een rondrit met prive-auto is veel te duur (US$200 per dag). We bedenken ons geen moment, pakken de bagage en rijden met een ruime Toyota suv naar Banaue. De rit duurt 7 uur, maar ik vermaak me prima. Manuel rijdt uitstekend en zo kun je het landschap aan je voorbij zien trekken. We stoppen af en toe en gelukkig kan ik erg goed tegen smerige toiletten… Na half 6 wordt het donker en de rit een stuk spannender. De tocht wordt begeleid door muziek van de Carpenters en Bon JOvi. Ze zijn hier erg weg van melige Amerikaanse muziek, of zoals Joost dat noemt: zweefteven-muziek. Om 20.45 komen we aan in het Green View Lodge in banaue en worden we sympathiek ontvangen. He is hier een stuk kouder en een extra deken kan geen kwaad.

De volgende dag gaan we met gids Freddy op pad. Hij troont ons in twee tricycles (motorfiets met bakkie) waar Joost eigenlijk niet in past. We rijden naar het viewpoint over de rijstterrassen, wat ze hier het 8ste wereldwonder noemen. Onderweg fotografeer ik plichtmatig 3 Ifugao vrouwen in traditionele kleding voor een paar pesos. Het uitzicht over de rijstterrassen is adembenemend. We gaan te voer teug naar banuae. Volgens Freddy lopen we 700 traptreden naar beneden en onderwijl balanceren we op de randjes van de irrigatiekanalen tussen de terrassen. Het is warm en Joost verbrand ongenadig zijn nek. Het is een zware trip, maar absoluut de moeite waard en ‘ fast Freddy’  heeft er absoluut geen moeite mee. De terrassen zijn gedurende 2000 jaar door de Ifugao stam gebouwd, waarbij ze stukje bij beetje de bergen van bovenaf in terrassen hebben veranderd. De regentijd zorgt voor de irrigatie, waarna een hele arbeidintensieve cyclus van planten en oogsten volgt.

Woensdag gaan we met een prive-jeepney om 7 uur op pad, de Koreaanse Sue gaat met ons mee. Een jeepney is een typisch Filippijns voertuig en moeilijk te omschrijven, maar er kunnen omgeveer 10 mensen in. Salvador rijdt ons over een ongeloofelijk slechte weg  naar een punt dichtbij het dorpje Batad. Geen suv had hier kunnen komen. We lopen in een uurtje naar het dorp, waar we wat dirnken bij Ritha, een oud vrouwtje dat perfect Engels spreekt (met dank aan de missionarissen). Er is ook een Australische die hier al 10 maanden onderzoek doet naar ratten die de rijst eten; onderzoekers zijn toch een paart slag volk. Freddy leidt ons behendig door de rijstvelden en huisjes naar het midden vna het ‘ auditorium’; rijstterrassen rondom, magnifiek. Mijn benen protesteren luid; ik heb nog nooit zoveel trappen gelopen (ik heb nu echt respect voor Peter’s loop door het Nationale Nederlanden gebouw). Uiteindelijk komen we bij een waterval en rusten we een uurtje uit. Mijn bovenbenen trillen behoorlijk. Joost neemt een ijskoude duik. Na een flinke klim zijn we terug bij Ritha en eten we haar pizza; heel apart, maar wel lekker. Haar man Romeo komt lichtelijk aangeschoten van een begrafenis (waar ze rijstwijn bij drinken) en we hebben een hoop lol. Rond 16.30 komen we terug bij de jeepney. In de lodge kan ik amper de trap meer op.

Salvador hebben we nog een dag gechartered om ons ruim 200 km op en neer naar Bontoc en Sagada de rijden. De weg begint op wolkniveau en daalt dan af langs weer andere rijstterrassen. Het uitzicht is prachtig. Ik zit alleen achterin en Joost naast Salvador, want achterin is te laag! Na 3 1/2 uur komen we in Sagada aan waar we gelijk efficient voorzien worden van een gids om de plaatselijke grotten te gaan bekijken. Volkomen naief dalen we flink wat trappen (nee, niet alweer!) af. Dan worden we gevraagd onze schoenen uit te doen en vertelt de gids onsdoodleuk dat we nat zullen worden (en dat worden we!). Klauterend en met de nodige acrobatiek wurmen we ons door nauwe spleten. Langs touwen hijsen we ons over watergaten heen. De adrenaline spuit me de oren uit en ik voel spontaan geen spierpijn meer. Zelfs Joost vindt het wat claustrofobisch. Aan het eind, diep onder de grond sringt Joost in de ‘ swimming pool’. Gelukkig wist ik niet van te voren wat ons te wachten zou staan, maar het was fantastisch. We worden nog even langs de ‘ hanging coffins’  geleid (ze begraven hun doden in kisten die ze aan de wand van grotten ophangen. Na een heerlijk lunch ( we kunnen nog steed hier alles eten en drinken zonder ziek te worden), gaan we terug. Op de trugweg stoppen we bij het Bontoc museum. Hier zie je hoe de stammen hebben geleefd en foto’s van de Amerikaanse kolonisten. De foto’s van de koppensnellers en onthoofde lijken zijn erg shockerend. Het was een sport voor de stammen om van hun rivaal het hoofd te bemachtigen. Ze hadden er ook speciale spullen voor: een ‘ head-axe’  en een mand waar het hoofd inpaste. Tja, ieder z’n hobby.

Vrijdag gaan we met de bus van 6.30 (hoezo vakantie) in 8 uur terug naar Baguio. Het had allemaal wat slimmer gekund, want in dezelfde tijd kun je in Manila zijn, maar ja. We hebben nu in ieder geval goede tips voor mensen die ook deze kant op willen! De rit gaat prima en is hier en daar spannend, want we zitten op de eerste rij voor de inhaalmanouvres. De muziek is weer van het melige soort (Country home, take me home to a place….bla bla). In Baguio slapen we weer in het grote lege hotel.

Zaterdag vliegen we terug naar Manila, een dag eerder dan gepland, want Robert komt vandaag in Manila aan. We checken in in hetzelfde hotel, en bij de receptie wordt ik aangesproken door iemand ‘ van de FBI’ die me waarschuwt dat we hier voorzichtig moeten zijn. Ik antwoord hem dat we tot nu toe veilig gereist hebben. Hij antwoordt dat ik daar niet over moet opscheppen en dat we waarschijnlijk geluk hebben gehad omdat Joost zo groot is. Wat een kerel! Zulke bangmakerij bederft mijn vakantiesfeer. We lopen wat door een gigantisch winkelcentrum, waar je Euro heel veel waard is en wachten vervolgens in de lobby op Robert. Die ziet ons gelijk, wanneer hij binnenkomt. Wel lachen om hem hier tegen te komen. Na een douche gaan we naar een buffetrestaurant, waar we ons helemaal vol eten aan allerhande Aziatische specialiteiten (het eten hier is prima). Hoogtepunt is een prive-concertje aan onze tafel vna een 4-koppige band die zowaar naast hun Amerikaanse repertoire op ons verzoek een Filippijns lied ten gehore brengen. Daarna bezoeken we een bar aan de overkant en de vooroordelen over de Filippijnen worden waar. Een overmaat een dames in strakke jeans en oudere Europese kerels (brrrrr). We kijken onze ogen uit (praten gaat niet want de muziek staat heel hard). We praten nog wa na in de hotelbar en nemen afschedi van Robert, want die vetrekt vroeg naar Sabang om te gaan duiken.

Vandaag hebben we heel wat meters afgelegd door Manila. Via het Rizal park door Chinatown en toen met een taxi naar de Chinese begraafplaats. De wandeltocht leidde niet door de mooiste buurten, maar het voelt hier echt niet dreingend aan; mensen dringen zich ook niet op zoals in India. De begraafplaais is heel apart. Rijke families kopen hier voor veel geld een stukje grond en bouwen er een flinke kamer op in mamer, compleet met graftombe, keuken en toilet (voor de bezoekende familie). We zijn de enige touristen hier, terwijl dit toch een interessante plek is in een verder viezen en oninteressante stad. We reizen terug met de metro en lopen nog even over een drukke markt (niet mijn hobby). Vervolgens spenderen we nog wat tijd in de shoppingmall, waar je je overigens voor een paar Euro helemaal kan voleten. Nu schrijf ik hier dit verslag. Morgenochtend vetrekken we naar het paradijs; de Calamian eilanden.

Veel liefs en tot de volgende keer.

Marijke en Joost

week 2: Zee, koraal en zon, zon, zon

6 februari 2005

Lieve familie, vrienden, en collega’s,

Allereerst bedankt voor al jullie enthousiaste reacties. We kunnen helaas niet zo makkelijk terugmailen, want de verbindingen zijn hier erg langzaam. Geen reactie wil dus niet zeggen dat we je bericht niet gelezen hebben!

Ik bedacht me dat de titel van het vorige verslag niet zo duidelijk was: de rit achterin een jeepney voelt als op een trilplaat (maar minder effectief waarschijnlijk) en de Cordillera is het centrale berggedeelte van Luzon dat we doorkruist hebben, vandaar…

We hebben weer een enerverende week achter de rug. De zondag hebben we in Manila doorgebracht. Alle waarschuwingen ten spijt zijn we dapper te voet door Manila gelopen. Het is geen mooie stad, hoewel Rizal Park op zondag wel gezellig is met al die picknickende gezinnetjes. Het is wel een beetje vegane glorie. Daarna zijn we door Intramuros gelopen, het oudste ommuurde (en onneembare) gedeelte van Manila. De Kathedraal is verre van indrukwekkend. Wel eindigen we zowaar en een Starbucks (een heel vreemd contrast). Een goede frappucino is een waar genot na alle Nescafe. Vervolgens zijn we doorgelopen naar Chinatown, waar we blijkbaar het hart niet kunnen vinden. Het is stoffig, druk en vies, maar we worden niet lastig gevallen. We raken wat verdwaald en pakken een taxi naar de Chinese begraafplaats. Zoals ik al schreef een merkwaardige plek, waar Chinesen kapitalen neertellen om in een marmeren kamer met keuken en toilet begraven te worden. Met de metro gaan we naar een zuidelijke markt en vevrolgens naar Robinson’s Place een waar shopping walhalla waar ik het vorig reisverslag schrijf. Als we terug zijn in het hotel doen we niets meer, de warmte is toch wel vemoeiend. We slapen vroeg en veel hier.

Maandag vroeg op en om 7.30 staan we op het vliegveld. Daar wacht on seen vervelende verrassing: de vlucht is gecanceld en we kunnen ‘s middags nog wel mee. Bah, weer die vieze stad in. We dralen wat op het vliegveld en nemen de beslissing naar Makati te gaan: wow, dat is een heel ander manila! Dure wolkenkrabbers en een prachtig winkelcentrum met park (Greenbelt). We drinken uitgebreid koffie (latte en espresso) en lezen wat onder een palmboom. We verkennen de Landmark department store en luchen lekker. Om 14.30 vertrekt ons kleine vliegtuigje naar Busuanga (18 zitplaatsen). De vlucht is rustig en langzaam duiken er tropisch eilandjes op. We landen op een kleine airstrip en rijden over het onverharde gedeelte ernaast naar het gebouwtje. Daar staat een jeepney van Asian Spirit (de luchtvaartmaatschappij) klaar, complete met scenes van vliegtuigen op de zijkant. De rit is stoffig en de chauffeur heeft een heel scala aan sirens om de koeien van de weg te jagen. We worden afgezet bij het Koksnuss Garden resort in Coron. Een prachtige tropische tuin met 22 bungalows, dat wordt gerund door Rudolph en zijn zoon Jorg. Rudolph is een dikbuikige Duitser die hier al 15 jaar woont en dol is op bier. Ze hebben het hier mooi voor elkaar. We nemen onze intrek in een bungalow complete van bamboe met een badkamertje erachter (met planten erin). We vallen met onze neus in de boter, want ze hebben vanavond een barbecue. Lekker eten! We ontmoeten Jeroen en Gitta (Nederlanders), Richard en Dirk (Duitsers) en Dick (een uitbundige Amerikaan). De bediening is in handen van een flinke club Filippijnse schonen die perfect gastvrouwen zijn.

De volgende morgen neemt jeroen ons mee naar de duikschool, maar helaas kunnen we vandaag niet mee. Joost hurt dan een crossmotor en gaat een paar uur op pad. Ik blijf de hele dag onder een palmboom zitten en in een hangmat: heerlijk. De zon is te gevaarlijk om in te zitten. Ik ben in de biografie van Robbie Williams bezig: vreemde vent in een vreemde wereld. Joost komt aan het eind van de middag terug, complete onder het stof, het was een heftige rit. ‘s Avonds is het weer erg gezellig en Jeroen en Gitta hebben hun Advanced Open Water gehaald.

Woensdag gaan we met de tricycle naar de duikschool voor 12 pesos (een paar Eurocent). We vertrekken op een grote Banca (een boot met aan weerskanten een soort geleiders, zodat de boot heel ondiep over de riffen kan varen. Er zijn 2 instructeurs aan boort en 4 cursisten. Joost doet eerst een refreshment duik (want het is 7 jaar geleden dat hij voor het laatste heeft gedoken). Ik probeer de wegwerplezen om te kijken of ik kan snorkelen. Het is geweldig, ik kan weer zien! Ik zwem wat om de boot, maar het is hier erg diep en dus is er niets te zien. Joost komt opgetogen terug, want het gaat goed. We varen naar een andere plek en daar duikt Joost wat dieper(18 meter). Het is er erg mooi. De laatste duike doen de ervaren duikers door een Japans wrak van een boot. Het is een nogal claustrofobische ervaring, een dikke Duitser komt niet bepaald happy weer naar boven.  In dit gebied liggen 7 wrakken van Japanse oorlogsschepen en daar komen vele mensen hier speciaal voor naar toe. Joost mag het wrak niet in, maar ook erbij is al een geweldige ervaring. De temperatuur is lekker op het water (in de schaduw!). Als we terugkomen in het resort, heeft Dick enthousiast een boot gehuurd voor morgen die ons ook meeneemt om te vissen. In de tuin hebben ze vandaag twee slangen gevangen en was een meterslange lizard op bezoek (hebben we gelukkig niet gezien!).

Donderdag vetrekken we vroeg met Dick en Melissa (1 vna de meisjes die Dick heeft ingehuurd als tourguide) naar de haven. We voelen ons al aardig thuis. Ik loop in een ‘ tie-dye’  wikkelrok op Teva’s en Joost heeft een afzichtelijk korte broek aangeschaft. De boot is een kleine banca en we varen eerst naar Sagat Island. Hier heeft de Engelse Andy een fantastsch resort, echt een bounty eiland. We worden rondgeleid en we drinken sap uity een kokosnoot (niet echt lekker). Andy vetrekt met een watervliegtuig (hoe decadent). Hier kost het 60 dollar pp per nacht en dat is een klein vermogen hier (we betalen bij Koksnuss 26 met ons tweeen, ook prijzig hier trouwens). Edmund (de kapitein van de boot) en zijn zoontje Raymond laten onms zien hoe ze heir vissen: met een handlijn en wat inktvis. Joost doe teen poging maar dit schijnt niet de juiste plek te zijn. We varen wat verder en hebben iets meer geluk, maar de oogst blijft armzalig. Bij Coron Island leggen we aan om naar het Barracuda meer te lopen. Dit is een oud vulkanisch meer dat erg diep is. Je klimt er over akelig scherpe rotsen naar toe. Het is populair om met duikuitrusting en al er heen te klimmen, want duiken hier is heel special, er zijn diverse lagen zout en zoet water van verschillende temperatuur. Joost en Dick gaan zwemmen, maar merken daar overigens niets van. Vervolgens varen we naar een rif om te snorkelen. Mijn eerste keer! Lenzen in en reddingsvest aan (dat drijft makkelijk). De wereld onder water is prachtig: vissen in alle kleuren van de regenboog en koraal in paars, groen, rood. Jammer van de miniscule kwalletjes; je ziet ze niet, maar ze bijten vennijdig. Het voelt alsof je ineens allemaal wondjes hebt in het zoute water, brrrr. We worden allemaal gebeten, maar de uitslag verdwijnt snel. Dit was een prachtige dag!

Vrijdag gaat Joost met Dick op de motor op pad en ik luier weer heerlijk in de tropische tuin. ‘s Middags komen de heren complete bestoft terug van hun avontuur en ga ik bij Joost achterop naar de hotsprings. We hebben veel bekijks. De hotsprings is een wat viezieg bedoening met inderdaad heet water. ‘s Avonds eten we in Coron bij de Fransman Bruno werkelijk fantastische biefstuk met pepersaus en een salade. Dat hadden we hier niet voor mogelijk gehouden. We kletsen uitgebreid met hem en komen er steeds meer achter dat het niet eenvoudig is hier een bedrijf te runnen. De Filippijnen zijn niet lui, maar ze kunnen erg weinig en ze kunnen niet erg lang hun aandacht vasthouden (sommig serveersters blijven zolang dat ze en nieuwe broek kunnen kopen en gaan er dan vandoor). Loodgieters en electricians zijn er eigenlijk niet en dus moet je alles zelf opknappen. ‘s Avonds praat Joost uitgebreid met Rudolph van Koksnuss en hoort hetzelfde verhaal. Ze hebben maar 4 maanden gasten en hij houdt zijn personeel de andere 8 maanden bezig om er zeker van te zijn dat hij goed getraind personeel heeft. Rudolph heeft er hard aan gewerkt om een vaste en goed opgeleide staf te houden. De meiden wonen in het resort en zijn volledig verantwoordelijk voor de catering. UIteindelijk geeft hij toe dat hij en zijn zoon niet echt gelukkig zijn en dat het een hard bestaan is. Desondanks willen ze absoluut niet terug naar Duitsland.

Zaterdagochtend staan we onchristelijk vroeg op (4 uur) om de boot naar Puerto Princesa te nemen. Hmm, we hadden beter Manfreds advies kunnen volgen en de luxe klasse kunnen boeken, maar ja in Manila aan te telefoon ging het allemaal zo snel en ik begreep niet alles en dus krijgen we een bed in de toeristenklasse. De televisie en de airco staan hard aan. We proberen wat te slapen en nemen uiteindelijk onze toevlucht in het eerste kl;asse restaurant, waar we uren zitten te lezen.  Tegen 18.00 uur komen we in Puerto Princesa aan, waar de fanfare de boot verwelkomt (ben het met je eens Paul, zouden ze op Schiphol ook moeten doen!). We gaan met een tricycle naar Casa Linda, maar dta zit helaas vol. De Badjao Inn is stukken minder. We gaan tevergeefs op zoek naar een restaurant wat we maar niet kunnen vinden en belanden uiteindelijk ergens waar we niet lekker eten. Dit was geen beste dag, we balen ook een beetje omdat we beter van Coron direct naar El Nido hadden kunnen vliegen, maar ja.

Vandaag zetten we heel wat recht en hebben we goeie plannen gemaakt voor de komende dagen. We zoeken contact met Papa Mike (Pat Murray) op aanraden van Manfred. Een Amerikaan die hier al 30 jaar woont. We drinken koffie met hem en hij regelt een auto naar Sabang. Van daar uit kunnen we met een boot naar Port Barton (hij reserveert ook het El Dorado daar alvast) en van daar uit naar El Nido. We boeken een vliegticket vna El Nido terig naar Puerto Princes voor volgende week. Dit lijkt er meer op! We hebben net nog even een rondje langs de geldautomaten gemaakt om voldoende geld op te halen (een echte bottleneck hier) voor de komende 10 dagen. Dit verslag schrijf ik hier ook nog even, want Internetten kan waarschijnlijk de komende 10 dagen niet (dit gebied noemen ze dan ook de Last Frontier in de Filippijnen…). Hoewel in Port Barton een Engelsman schijnt te zitten die via de satelliet kan Internetten. Het merkwaardige is dat je hier wel overal mobiel kunt bellen (telefoon hebben ze niet overal..)

Alles gaat dus prima, we krijgen al een bruine kop, zijn nog niet ziek geweest, eten lekker (meestal) en hebben het prima naar ons zin. De Filippijnen zijn echt een aanrader hoor!

Heel veel liefs uit Puerto Princesa en tot horens,

Marijke en Joost

week 3 & 4: Jungle en bounty eilanden

17 februari 2005

Lieve familie, vrienden en collega’s,

Wederom dank voor al jullie leuke reacties. We zijn inmiddels weer terug in Puerto Princesa na een flinke omzwerving over en rond het eiland Palawan. Na het schrijven van het vorige verslag zijn we met een prive-auto naar Sabang vertrokken. De weg er naar toe was nog slechter dan we verwacht hadden. Een echt wasbord met gaten en geulen door de grotendeels onbewoonde jungle met ruige hoge rotsen ertussen. Na twee uur hobbelen en botsen komen we bij het Bambua Nature Resort aan. Het laatste stukje moeten we lopen. Het blijkt een flink stuk grond te zijn, dat er uitziet als een prachtige tuin met tropische planten en palmen met hier en daar flinke bamboe ‘ cottages’. Andre (Duits) heet ons welkom en laat onze cottage zien. Werkelijk fantastisch hier midden in de jungle (kijk even op http://bambua-palawan.com/). Als we even later de vader van Andre ontmoeten blijkt dat we die al eerder gezien hebben in de jeepney van Andre in Puerto Princesa. Omdat hij geen Engels sprak begrepen we hem niet, maar we hadden dus mee kunnen rijden en veel geld kunnen besparen! Afijn, we worden door opa rondgeleid, want achter het resort blijkt Andre een ‘organic farm’ te hebben. Dit ziet er heel mooi uit vanaf de heuvel: rijstveldjes en visvijvers, geiten, kippen en papaja’s. Marco (ook Duits) neemt het van opa over en vertelt ons uitgebreid hoe hij zijn studie tropische landbouw hier in praktijk brengt. Ze proberen hier geintegreerde landbouw te bedrijven d.w.z. alle dieren en planten hebben een functie voor elkaar. De eenden poepen in de visvijvers en eten de slakken uit de rijstvelden. In de tilapia-vijvers leggen de slakken hun eitjes, enz. enz. (kijk eens op http://www.ciaap.com onder de foto-gallery, dan zie je hoe het er uitziet) Ze willen eerst met prive-geld bewijzen dat dit levensvatbaar is om vervolgens subsidies aan te vragen en de boeren in de omgeving een alternatief bestaan bieden. Het lijkt alsof Andre in geen tijden heeft gepraat want hij houdt ons 2 1/2 uur bij ons biertje vandaan! Zijn levensverhaal is de moeite waard om eens op te schrijven. In Duitsland kwam hij geen 25 km van zijn geboortdorp af tot dat hij het besluit nam iets met zijn leven te doen. Na vele omzwervingen kwam hij lopend in Sabang aan (er was geen weg) 17 jaar geleden. Hij trok bij een familie in en ging vissen voor zijn onderhoud. Ondanks allerhande moeilijkheden met locale ‘ landlords’ kocht hij een stukje land en van het een kwam het ander. Nu is hij enkele hectares rijker en het ziet er goed uit. Ook is hij 7 jaar gelden begonnen met het bouwen van een enorme villa. Hij leidt osn er in rond en het is inderdaad een levensproject. Nu gaat eerst het geld in de farm, dus dat huis is voorlopig nog niet af. Inmiddels is Andre 13 jaar getrouwd met een ‘native’  Rosaly en ze hebben 3 kinderen. Rosaly kookt onvoorstelbaar lekker in een heel primitief keukentje. We eten totaal onbekende groente en heerlijke gemarineerde vis. We ontmoeten Fabian, die inmiddels al bijna een jaar op reis is en ‘ hanging around’  tot een kunst heeft verheven. ’s Avonds bediscussieren de heren met Andre en Marco de wereldeconomie en politiek…..(niet aan mij besteed).

Wat een bijzondere plek! en wat een bijzondere mensen. We besluiten spontaan hier een nacht langer te blijven. De volgende dag zet Andre ons af bij de pier en gaan we met een banca(boot) naar St Pauls Subterramean National Park te gaan met haar Underground River. Dit beschermde stuk natuur fascineerde Jacques Cousteau al, dus gaan we er een kijkje nemen. Met een bootje en een gids, vaar je hier een kilometer over een ondergrondse rivier (in totaal is de rivier zo’n 6 km lang). We zien ongeloofelijk veel vleermuizen en de kathedraal heeft een plafond van 65 meter hoog. Erg bijzonder. Terug bij de ingang zien we een 1 1/2 meter lange monitor-lizard en aapjes. Terug in Sabang lopen we langs het strand (verlaten) een wandeling door de jungle. Een beetje tot onze teleurstelling zien we helemaal geen slangen, lizards of andere enge dieren. Het is hier wel ruig en vooral heet. Terug in het dorp laat Joost zich inmaken in de plaatselijke biljarthal. Om 17.45 posteren we ons op een eilandje in de tilapia-visvijver om tientallen witte reigers naar hun slaapplaats in een boom te zien vliegen. Dit doen ze iedere avond op het vaste tijdstip, erg fraai. Na het wederom perfecte eten kletsen we met Fabian over meer spirituele zaken en zijn levenswijze ‘ just accept it’ (en dat past hij overal op toe!).

Dinsdag regelen we een boot naar Port Barton voor woensdag en lummelem wat rond. Op de farm is altijd wat te kijken en Andre houdt niet op met zijn verhalen, erg leuk. ’s Avonds komt tot onze stomme verbazing Dick aangelopen die we in Coron hebben ontmoet. Tijd voor een Sammy! (San Miguel is het plaatselijke bier)

Woensdag vertrekken we om 7.00 met Fabian naar Port Barton in een banca. We nemen helaas afscheid van Andre en zijn vader, het lijkt erg aanlokkelijk om nog eens terug te gaan en dan de handen uit de mouwen te steken; wie weet. De banca wordt zo nu en dan stilgelegd om benzine bij te vullen en we worden wel wat nat. Na 4 uur varen arriveren we in Port Barton. Het plaatsje ligt mooi in een baai. We gaan gelijk met Fabian naar El Dorado Inn. Ze hebben oms sms-je blijkbaar niet gehad dat we later zouden komen en onze reservering is weggeven. De eigenaars zijn behoorlijk gereserveerd en de kamer die ze nog heeft erg klein. We eten een broodje en de jarenm 70 muziek schalt uit de luidsprekers. We voelen ons hier niet thuis. Joost en Fabian gaan op pad om het dorp te verkennen. Het is allemaal niet echt interessant na ons verblijf in de jungle en dus besluiten we met een Duitser op de bonnefooi mee te gaan naar het Coconut Garden Island Resort op het Cacnipa eiland. Na een halfuur varen komen we aan op dit bounty-eland en het ziet er erg aanlokkelijk uit. Het personeel wordt uit een kamer gejaagd zodat we allemaal een bed hebben. De eigenaar is een Zwitser, Henry en hij heeft 2 aapjes als huisdier. Wat interessanter is: hij is kok! Het eten is dus erg goed. We blijven hier tot zondag. En… wat hebben we gedaan? Hanging around! Zo werkt dat dus: een hangmat, een wit strand, blauwe zee en een goed boek (en zonnebrand!). ’s Avonds op tijd naar bed, want de generator gaat om 10 uur uit (en dan is er dus geen electriciteit meer). Na een dag of twee hebben we de smaak te pakken en doet zelfs Joost niets meer. Joost gaat nog wel een ochtend 2 duiken maken met een Zwitserse instructeur en we snorkelen op het ‘ housreef’. Helaas is het meeste koraal hier dood omdat er illegaal gevist wordt met cyanide. Joost ontdekt wel een enorme schildpad onder water (en een giftige slang).

Verder opmerkelijk is de aanwezigheid van 4 Duitsers met verrassend verliefde Filippijnse vriendinnen. Fabian is er duidelijk over: prostituees. Dat gaat er bij mij niet een-twee-drie in. Ik geloof in het goede in de mens (is wel wat naief blijkt) en de verliefdheid ziet er erg overtuigend uit (erg professioneel volgens Fabian). Na drie dagen speculeren is een van de Duitsers erg openhartig tegen Fabian: je vliegt naar Manila, duikt een bar in, let goed op je geld, drinkt een biertje en zoekt een leuk meisje uit. Je betaalt een tussenpersoon 1500 pesos per dag vooruit (20 Euro) en betaalt verder alles voor haar (eten drinken, tickets accomodatie). Kind doet de was. Het gaat wel eens mis, hij vertelt Fabian (alsof het niets bijzonders is) dat het eerste meisje bij aankomst in Puerto Princesa ’s avonds ‘ niets’  wilde en dus heeft hij haar terug op het vliegveld gezet en een ander opgepikt…..

Tja, het duurde wel even voor ik me echt realiseerde dat dit echt was. Fabian was er ook erg van ondersteboven. Hij heeft al heel veel landen in Azie gezien waar dit aan de orde van de dag is (ook met kinderen…). Maar zo openlijk en zo ‘ gewoon’  heeft hij er ook nog nooit iemand over horen praten. We zijn er behoorlijk van onder de indruk. Dit betekent namelijk ook dat er dus veel mensen zijn, die geen andere mogelijkheid zien om aan geld te komen….

Zondag vertrekken we om 6 uur ’s ochtens met een Deens gezin in een grotere boot naar El Nido. Deze tocht kan erg heftig zijn en dus hebben we zwemvesten en regenpakken aan boord. Het eerste gedeelte valt nog mee, maar inde buurt van El Nido wordt het flink winderig en nat. De omgeving is erg ruig. Hoge rotsen torenen uit het water. El Nido is een allesbehalve charmant stadje. We lopen wat rond en proberen iets leuks te vinden. Na 3 uur hangen besluiten we dan toch maar naar Dolarog Beach Resort t egaan. Dit is ver boven ons budget, maar de Denen waren er erg lovend over. We worden opgehaald door een banca en Dolarog ligt werkelijk idyllisch aan een strandje ver weg van El Nido (en de weg). We krijgen een cottage met uitzicht over zee, de eilanden van de bacuit archipelago en….een werkelijk schitterende zonsondergang. Het eten heeft een Italiaans tintje en is uitstekend. De eigenaar (Italiaan Edo) heeft ook een prima voorraad wijn in huis. Met de Deense familie is het erg gezellig (onze culturen komen verrassend dicht bij elkaar).

Maandag krijgen we de grote banca mee en gaan we met de Denen Island-hoppen en snorkelen. Overal prachtig witte stradjes op ruige eilanden. De zon is zoals gebruikelijk erg fel en we smeren nog steeds met zonnebrand. Langs het Miniloc-island kun je prachtig snorkelen maar helaas is het meeste koraal dood. We rusten wat op een verlaten strand met erg wit en zacht koraalzand: hoe tropisch!

Dinsdag luier ik op ons terras en maakt Joost 2 duiken. Hij ziet enorme vissen.

Woensdag krijgen we een kleine banca mee en gaan snorkelen op 7 Commando’s Beach. Hier leeft het koraal! Prachtige kleuren koraal en vissen in alle kleuren van de regenboog. Dit kun je uren vol houden, jammer dat je het na verloop van tijd toch koud krijgt (en kramp in mijn tenen). We lunchen in El Nido en zijn het er over eens dat Dolarog ‘ overpriced’  is, maar dat er geen alternatief is in El Nido (hier spreekt de Nederlander). Tja, het is gewoon een prachtige plek, hier fotografeer ik me suf, het eten is fantastisch en je hebt een eigen veranda met een prachtig uitzicht, wat wil je nog meer?

Vandaag heeft Edo ons met de grote banca naar het vliegveld gebracht. Pardon? met de boot naar het vliegveld? Jawel! Je meert zo ongeveer op de landingsbaan aan en ze komen je halen met een motorbootje, heel bijzonder. Het is even wachten op de 18-zitter en het is wel lachwekkend wanneer de piloot het praatje (dat normaal de stewardess houdt) voor ons afraffelt. Halverwege zien we dat 1 van de piloten in slaap sukkelt…maar we zijn er hoor!

Morgen vliegen we vanuit Puerto Princesa naar Manila, waar we nog wat shoppen. Zaterdag vliegen we via Singapore naar Amsterdam.

Het was weer een mooie vakantie. Totaal anders dan Nieuw-Zeeland of Chili, maar de Filippijnen zijn ons erg bevallen. Prachtig land, aardige mensen, goedkoop, prima eten en…geen regen! Het land nodigt uit om verder te ontdekken. Sowieso hebben we Azie nu in het vizier en van Fabian hebben we heel wat tips opgevangen (die houden we voor ons zelf!).

Veel liefs,

Joost en Marijke

Verzuurde kantoorbenen, modder en mazzel

Op zondag 2 november 2003 zijn wij vertrokken voor een 5 weekse rondreis door Chili. De start was niet erg fortuinlijk, op Schiphol bleek de vlucht overboekt en we stonden stand-by! Na wat gebel door de stewardess met Iberia in Madrid had Joost vlak voor ons vertrek naar Madrid een stoel en Marijke niet. In Madrid kwam het gelukkig goed al zaten we wel 6 rijen bij elkaar vandaan. Aan boord begon een levendige ruilhandel in zitplaatsen en na 3 keer ruilen van plaats kwamen we toch naast elkaar. In Santiago aangekomen konden we met Niek en Ans meerijden die in hetzelfde hotel logeren. Gezellige lui uit Tilburg die het er flink van nemen op vakantie. ´s Middags lopen we door de stad, maar die kan ons niet bekoren. Het is erg warm (27). Na een uitstekend diner gaan we vroeg slapen. De volgende morgen vliegen we naar Patagonie. In Punta Arenas is het een stuk kouder (10) en we besluiten direct maar door te reizen met de bus naar Puerto Natales. We hebben even tijd voor wat e-mailen, kopen postzegels en eten bij Lomits een Churascos plata (dit blijkt een broodje met gegrilde steak en avocado te zijn). In de bus naar Puerto Natales zitten we op de eerste rij met prachtig uitzicht, hoewel de plaats ook het nadeel heeft dat de doofstomme conducteur Marijke kleurrijke verhalen verteld met zijn handen (en die ook niet kan thuishouden). Hij blijkt gescheiden, want hij dronk teveel en hij vindt Marijke helemaal top (of heb ik dat verkeerd begrepen?). De rit duurt 3 uur en onderweg zien we guanaco´s (soort lama´s) en nandus (soort struisvogels). In het donker om 9 uur komen we aan in Natales. Er stuiven direkt eigenaren vna hostals op ons af, maar in de bus hebben we besloten naar Dos Lagunas te gaan. Het is even lopen en daar aangekomen blijken we de enige gasten. Alejandro zet koffie voor ons met chocola en begint meten allerhande tips voor een bezoek aan Torres del Paine op ons af te vuren. Dit park wordt door de Chilenen als het mooiste natuurpark van Zuid-amerika beschouwd en door anderen als erg de moeite waard. Het welkom van Alejandro is bijzonder warm en hij spreekt vlot engels. Joost haalt sigaren en whisky tevoorschijn en jullie begrijpen, het werd gezellig en laat. Hij regelt meteen een bus voor ons naar Torres del Paine.

De volgende ochtend bakt hij eieren voor ons met toast en de bus rijdt om 7.30 uur voor. De rit naar Torres del Paine duurt 2 1/2 uur en de omgeving wordt steeds indrukwekkender. Langzaam verschijnen de hoge besneeuwde topppen. Het uitzicht is fantastisch. Met een ander kleiner busje worden we naar Refugio Las Torres gebracht waar ik 2 nachten heb gereserveerd. Het weer is prachtig, de zon schijnt volop, boven verwachting. We ontmoeten Julie, een franstalige Canadese die nu in Lima woont en dus Spaans spreekt (erg handig hier). We besluiten om vanmiddag nog de tocht naar de Torres te lopen en Julie wil graag met ons mee. We bestellen een lunchpakket en om 11.00 uur gaan we op pad. Het eerste stuk naar Refugio Chileno is bijzonder steil en de wind is ongeloofelijk hard. Het pad is smal en de bergwand erg steil, het is niet erg moeilijk voor te stellen dat je er hier vanaf geblazen wordt. Na 1 1/2 uur komen we eindelijk in de luwte en lunchen langs de rivier. Het weer is stralend en we herhalen vaak dat we enorm boffen (regen, kou en wind zijn hier normaal). Nu even een vlakker stuk en rond 15.00 uur staan we voor de laatste klim. Dit laatste stuk is enorm steil klauteren over enorme rotsblokken en keien. Wetend dat aan het einde de beloning wacht houden we vol. Over de rand verschijnen de drie Torres, enorme torens van graniet 2800 meter hoog. We hebben ongeloofelijke mazzel dat ze helemaal zichtbaar zijn en nog steeds is het mooi weer. We maken foto´s en rusten wat uit. Onze kantoorbenen doen pijn en met name door de ongelijke en steile paden zijn mijn enkels erg gevoelig. Met joost zijn voeten gaat het gelukkig goed. Julie heeft erg last van haar knie. De weg terug wordt het kouder en tot overmaat van ramp valt Julie in een riviertje. Ze twijfelt iets te veel bij het oversteken en haar broek en gordel met camera zijn helemaal doorweekt. Ze trekt mijn regenbroek aan. Het steile begin moeten we nu naar beneden en dat is bepaald geen pretje (een traktatie voor het kraakbeen, zoals Joost dan zegt). Om 20.00 komen we aan in de Refugio waar ons diner op ons wacht. Joost en ik boffen want de andere 4 bedden in onze kamer blijven leeg. De volgende ochtend gaat Julie naar een andere hut en wij twijfelen wat we zullen doen. We hebben nog een nacht hier, maar besluiten toch om alvast naar de volgende te lopen. Daar blijkt nog plaats te zijn. Om 11.30 vetrekken we nu met bepakking naar Los Cuernos. De benen doen pijn, maar na wat lopen gaat het wat beter. Het eerste uur verdwalen we en maken meerder spannende rivieroversteken.

NB: vanaf Las Torres het hoogste pad naar Chileno volgens, dus niet vlak langs de rivier. Waarschijnlijk is dit vanaf het Hotel Las Torres na het oversteken van de rivier eerst een stuk rechts het pad volgen omhoog richting de Torres en dan volgt een afslag links naar Chileno.

Het regent regelmatig, maar wel zachtjes. Jas aan jas uit fleece aan fleece uit etc. We vinden uiteindelijk het pad en gaan met prachtig uitzicht over Lake Nordenskjold richting Los Cuernos (De horens). Het laatste stuk is weer steil en na 5 uur komen we in de Refugio aan. Het is er drukker en we slapen met 5 op een kamer van 8. We eten er erg goed ,met uiteraard een goede fles Errazuriz en ontmoeten Alexander en Ilse. Zij zijn nu een halfjaar onderweg en hebben al een flink aantal Zuid-amerikaanse landen gehad. Na Chili gaan ze richting Azie. ´s Avonds wakkert de wind enorm aan. Dit is de fameuze Patagonische wind en we zien ook de bijbehorende Patagonisch regen. Die komt niet uit de lucht maar uit het meer. De wind is zo hard dat het water omhoog geslingerd wordt in metershoge watergordijnen die het land op geblazen worden. ´s Nachts hebben we allebei het gevoel dat de hut een stukje wordt verschoven. De volgende ochtend is vredig en de zon schijnt. Ik glip om 7 uur uit bed om foto´s te maken, het is hier zo mooi. We vertrekken om 9 uur op weg naar de volgende hut. Het eerste uur is weer geklauter en het is erg warm. Aan het begin van de Valle Frances (een vallei tussen twee hoge gebergten) begint het te regenen. We horen van de hangende gletsjer stukken ijs naar beneden komen met veel lawaai. We lopen 15 minuten de vallei in en zien de gletsjer. Het pad is weer een verzameling grote keien en we besluiten niet verder te gaan. In volle regenoutfit lopen we in 2 uur naar Refugio Pehoe. De wind is hard en er valt ook hagel. We hebben de modder tot onze knieen op de regenbroeken zitten. Als we bijna bij de refugio zijn, kijkt Joost achterom en blijken we een fantastisch uitzicht te hebben op de besneeuwd Los Cuernos. Majestueus, groots, prachtig in de poedersuiker. In de refugio is het warm en de hippe staf draait lounge-muziek. We wisten al dat de lodge vol zat, maar er blijkt nog 1 bed te zijn, we hadden voor de zekerheid al een tent gereserveerd met twee matjes en daar gaat Joost nu in. Het waait en regent en we ontmoeten weer boeiende mensen- Joost ruimt zijn tent in en komt terug met Julie die hier vanavond ook slaapt. Na het lekkere eten volgt een invasie van 20 oudere en luidruchtige Fransen. Joost beleeft een spannende nacht. Ondanks het windscherm klapt de tent door de harde wind een aantal keer in op zijn gezicht, maar komt ook weer overeind. Hoort erbij blijkbaar. Hij slaapt niet zo lekker. Marijke slaapt prima in een krappe kamer met 5 anderen.

De volgden morgen komt de hele hut (30 bedden) erg langzaam op gang. Het regent en sneeuwt en we dubben eindeloos of we niet met de catamaran het meer zullen overvaren en het park verlaten. Om 11.30 gaan we, aangemoedigd door Julie, een Duits echtpaar en 2 Zwitsers, in regenoutfit en thermisch ondergoed op weg naar Glacier Grey. Na twee uur bereiken we het uitzichtpunt op de enorme gletsjer. Het waait ongelofelijk hard en we maken snel wat foto´s. Af en toe sneeuwt het en we gaan terug. Het weer knapt op en ja hoor daar is de zon weer! We hebben spijt dat we niet tot het eindpunt zijn gelopen. Patagonie kent 4 seizoenen in 1 dag, zo wordt gezegd. ´s Avonds wordt het erg gezellig met de Belgen Isabel en Patrick (een fysiotherapeut en een advocaat).  Zondag is het inmiddels en we wachten op de catamaran van 12.30. De boot brengt ons naar Pudeto aan de overkant van het meer. Daar wachten we op de bus naar Puerto Natales. Intussen kletsen we met een Amerikaan die nu in Costa Rica een organic farm aan het oprichten is. We herkennen in zijn verhaal de ervaringen in Wilderland (de organic farm die we in Nieuw-Zeeland hebben bezocht). Torres del Paine zit erop en we hebben een prachtig stuk natuur gezien. Het weer heeft zo meegezeten dat we eigenlijk alle hoogtepunten met goed weer hebben gezien (dwz zonder wolken ervoor). Aan het eind van de middag komen we weer bij Alejandro en Andrea aan. Nu zit de hostal vol (4 kamers) en we wisselen wat laatste tips uit met mensen die nog gaan vertrekken naar het park. We regelen via Alejandro een boottocht naar twee gletsjers, omdat we glacier Grey eigelijk niet gezien hebben. ´s Avonds eten we bij een restaurant dat Alejandro ons heeft aanbevolen. Alle andere gasten uit het hostal zitten er dus ook! Prima eten, maar erg veel.

De volgende morgen brengt Alejandro ons naar de boot. Hij suggereert dat de boot van zijn oom is en dat hij VIP plaatsen voor ons zal regelen. Ha ha, we zitten gewoon tussen de andere toeristen en het percentage ouderen is hoog. Naast ons zitten 3 Amerikanen met een enorme rugzak vol met camera´s, altijd handig om even aan te vragen hoe ze hun lenzen schoonhouden. Na 2 uur komen we bij een zeeleuwenkolonie (4 stuks…..) en na 4 uur komen we bij de Balmaceda glacier. De glacier trekt zich al behoorlijk terug, maar is wel mooi. Op het voordek slaat af en toe een golf over het dek en Marijke´s camera heeft dus nu wat zoutplekjes (ondanks het wonderdoekje van de Amerikaan, de kale eigenaar van een tattoe-shop by-the-way). Iets verder worden we aan land gezet voor de Serrano glacier. Dat is wel de moeite waard. De zon schijnt volop en voor de gletjser ligt een meer met ijsbergjes erin in allerhande vormen. Foto´s! Op de terugweg maken we een stop voor een lunch. Aangezien enkelen daar geen zin in hebben, neemt de neef van Alejandro (jawel) ons mee op een mini-birdwatch-tour. Tot onze verbazing zien we Patagonische ganzen (heel mooi), ijsvolgels en condors! Onverwacht leuk. Terug in Natales eten we perfect bij Concepto Indigo, een hippen tent met lounge-muziek en kussens. De volgende morgen nemen we afscheid van Alejandro en Andrea, bijzondere mensen en adres wat zeker aan te raden is. We moeten absoluut terugkomen, want dan gaat hij ons fly-fishen leren! Wie weet…

Nu zijn we terug in Punta Arenas en hebben even tijd om kaarten te kopen en te e-mailen. Morgen vliegen we heel vroeg naar Coyhaique, waar we met een 4×4 de Carretera Austral willen rijden, daar hebben we veel zin in, want bij ieder Chileen gaan de oogjes glimmen als we ze dat vertellen.

Op de kaart van Chili is te vinden waar we zitten (juist, aan het eind van de wereld!). Voor verder visuele ondersteuning vna dit verhaal moeten jullie even wachten, we hebben al 6 rolletjes vol (na 1 week!).

Stuiterend in een 4WD door het regenwoud

Het vorige verslag eindigde in Punta Arenas bijna op het puntje van Zuid-Amerika. Vandaar zijn we wo 12/11 naar Balmaceda gevlogen via Puerto Montt. Balmaceda is het vliegveld van Coyhaique. Bij vetrek uit Punta Arenas is de lucht helemaal helder en als kadootje van Patagonie vliegen we tot onze verrukking dwars over Torres del Paine heen. Ik kan mijn geluk niet op als de Torres vlak onder mij te fotograferen zijn en even later ook Glacier Grey. Het vliegtuig is half leeg dus iedereen weet niet hoe snel die een plaatsje bij het raam moet bemachtigen. Maar liefst 45 minuten lang passeren we enorme gletsjers en besneeuwd bergtoppen. In Balmaceda aangekomen is het stralend weer. We ziujn de enig toeristen aan boord en gaan met een mini-busje naar Coyhaique. Daar vinden we een hostal bij een ouder echtpaar en gaan de stad in. We zoeken lang naar een gasbrandertje voor onderweg. Dan gaan we naar Traeger rent-a-car waar we wel even een 4WD (vierwielaangedreven) denken te scoren. Oeps, er zijn geen auto´s meer beschikbaar. Rolf Traeger denkt lang na, belt nog wat en biedt de pick-up van de garage aan! We zoeken nog even verder maar ook bij Budget zijn geen auto´s meer. Om 7 uur kunnen we de auto gaan bekijken. Een medewerker komt er mee aan met vrouw en kind er nog in. Een extra verhoogde Toyota pick-up met dubbele cabine, superstoer, precies wat we zochten. En de prijs is nu ook nog prima.

De volgende dag halen we de auto op, die nog snel wordt gewassen. De medewerker legt de werking van de 4WD uit en off we go! Snel naar de supermarkt (zo groot geval waar alles te krijgen is, ook de Remia slasaus). We rijden naar het Noorden om de Carretera Austral te rijden. Dit is een lange weg van 1000 km die Pinochet voor 300 miljoen dollar heeft laten aanleggen om de regio Aisen te ontsluiten. Helaas is de weg naar de rest van Chili onderbroken en vaart daar alleen een ferry in de zomermaanden. De carretera van Coyhaique naar iets verder dan Chaiten is wat we nu kunnen rijden, zo´n  450 km. De eerste  50 km zijn ongeloofelijk bumpy, overal kuilen en gaten in een onverharde weg. We zetten al snel de vierwielaandrijving aan. Het begint te regenen en de omgeving ligt vol met dode bomen. Er schijnt hier een tragedie gebeurd te zijn met het Chileense bos, maar daar zijn we nog niet helemaal achter. Het is een bizar gezicht. Onderweg zien we veel Ibis-achtige vogels: Bandurria´s. Na 1 1/2 uur komen we tot onze ontzetting op een verharde weg! Dat was niet de bedoeling! We lunchen in een oud bushokje met pornografische grafitti en een koeienvlaai (duurt even voor je dat in de gaten hebt). Nu weten we pas waar we op de kaart zitten en het gaat gelukkig goed. Na nog zo´n  30 km. houdt de verharding op en wordt de weg weer een flinke uitdaging. De weg wordt heel breed, maar erg slecht. Met een verbeten blik op z´n gezicht stuurt Joost zo goed mogelijk langs de gaten en riggels en door de gravel. Stuiterend, glijdend en in de harde regen rijden we langzaam het regenwoud in. Het is magnifiek hier. Tegenliggers zijn behoorlijk eng, maar die kom je gelukkig zelden tegen. Overal langs de weg watervallen en enorme Nalca´s (lijkt op een soort berenklauw). We rijden Parc National Quelat binnen, want de weg gaat er doorheen. Halverwege komen we een eenzame mountainbiker tegen en even later een stel op de fiets die ons vragen of we ook een kampeerplekje hebben gezien. Het woud is hier echter zo dicht dat ons dat erg moeilijk lijkt. De fietser kijkt nog monter uit zijn ogen in een druipend regenpak. Door de regen is het woud des te indrukwekkender en na een lange dag rijden (220 km in 7 uur!) komen we in Puerto Puyuhuapi. We logeren in een enorm geel Duits uitziend houten huis Casa Ludwig. De eigenaresse Luisa legt ons uit dat haar vader dit dorp heeft gesticht met wat andere Duitsers begin jaren 40. Het huis is bijzonder groot, prachtig afgewerkt en alles is van hout. Bij de buurvrouw kunnen we nog wel wat eten. Ze heeft soep en kip met aardappels. Alles wordt ter plekke gemaakt en we zien haar de aardappels uit de tuin halen.

De volgende ochtend belt Luisa voor Joost naar een hotel in Futaleufu, waar de meest geweldige raft-trips ter wereld worden gehouden op de rivier met dezelfde naam. Nu buiten het seizoen gebeurt er helaas niet veel. We besluiten dan maar in regenpak Parc Quelat te gaan verkennen. Luisa legt ons enkele wandelingen uit. De regen is hier niet zo vreemd overigens, er valt hier 4000 mm per jaar, jawel 4 meter regen! Enkele centimeters hebben we daar zeker van gehad! Eerst doen we een wandeling van 200 meter , maar iedere stap is de moeite waard. Pater Garcia heeft in het dichte regenwoud een spectaculaire waterval ontdekt. Zowaar begint de zon even te schijnen! Bij de tweede wandeling (nu weer in de stromende regen) is de 3e brug half ingestort en Joost waagt zich er toch overheen. Door de regen is de brug erg glibberig en met een smak valt ie. We gaan terug en bezoeken het belangrijkste hoogtepunt: een hangende gletsjer. We kijken van een afstand en dan ziet ie er al indrukwekkend uit met twee watervallen er ondervandaan. We lunchen op de camping in het overdekte afwasgedeelte (tja, je moet wat) met tonijnsalade en wijn. Op de weg terug naar het Noorden pikken we een lifster op, want dat hoort bij de etiquette van deze weg! We zetten haar af bij Puyuhuapi en gaan verder richting Chaiten. We worden bijna in een bocht klemgereden door een vrachtwagentje en dat maakt Joost weer even wat voorzichtiger. Nu toetert hij bij iedere onoverzichtelijke bult. Het landschap verandert, maar de regen is er nog steeds. Weer pikken we een lifter op die 1 1/2 uur met ons meerijdt naar Chaiten. Helaas spreken we geen Spaans en stilzwijgen is nogal raar gedurende zo´n lange tijd, dus maken we af en toe een handgebaar en delen koekjes uit.

Vlak voor Chaiten zijn ze 10 km lang bezig te weg te asfalteren. Proberen tenminste, want er ligt nu een dikke laag gravel en dat is nog erger dan de rest van de Carretera. In Chaiten vinden we een warm huis vol met prullen bij Don Carlos. Een enorm huis en alles ziet er piekfijn uit. Carlos doet het ons aan niets ontbreken en we kunnen gelijk mee-eten. Er zijn ook 4 Fransen (3 mannen en 1 vrouw) en hoe onlogisch ook, we vragen ons toch af wat die lui hier doen! Chaiten ziet er eigenlijk niet uit. Lage houten huizen en hele brede erg slechte wegen. Toch rijden hier ook normale auto´s rond (volgens ons om alleen in het dorp mee rond te rijden, dat kan niet anders). De regen wordt nog erger en ook de volgende dag is het bar en boos. Toch gaan we naar Parc Pumalin. In dit park eindigt de Carretera Austral (dit deel t.m.). Het park is gesticht door de voormalig eigenaar van Esprit (de kleding) die toen zoveel geld had dat hij iets voor het mooie CHili wilde terug doen. Het park is voorzien van prachtige campings, heel anders dan de parken van Conaf (de Chileense staatsbosbeheer). We drinken cafe con leche in het cafe in Caleto Gonzalo (verder noordelijk kunnen we nu niet). In regenpak gaan we naar een waterval. De waterval zien we nog wel, maar het pad gaat over een hangbrug over in laddertjes en trappen en klauteren in regenpak op spekgladde en modderige paden is niet echt leuk.

De volgende wandeling is voor oma´s en kinderen en dat lukt nu ook wel, hoewel bijzonder modderig. Het pad gaat tussen de bedreigde Alerce bomen heen. We lunchen met soep, tonijnslade, wijn en kofiie op 1 van de overdekte kookplaatsen in het park. Het derde pad dat we willen lopen begint met een ingestorte brug over een woeste rivier….het zit niet mee. Het regent nu weer schandalig en als we terug zijn in CHaiten schijnt de zon en lopen een rondje. We kunnen geen open restaurant vinden en laten ons dus weer voorzien van een maaltijd bij Carlos. Zondag 16/11 beginnen we met een bezoekje aan de termalebaden vanb Amarillo.

Erg primitief, maar wel lekker in de miezer regen, buiten in zo´n heet bad. Het is een populaire attractie in de buurt, de enige andere bezoekers zijn de andere gasten van Don Carlos! Onderweg proberen we maar weer eens een wandeling bij de hangende gletsjer van Yelcho. We zien ´m nog net door de wolken heen, maar het pad is een en al modder. Onderweg lunchen we in een leegstaande garage met….jawel tonijnslade en rode wijn. Om misverstanden te voorkomen, de tonijnsalade wordt iedere dag vers gemaakt door Chef Joost met tomaatjes, mayo en kappertjes en in een frivole bui, een appeltje. Bij het tankstation van La Junta (als je kunt tanken, tanken!) komen we twee Zweden op crossmotoren tegen in gele oliepakken. Ze hebben al een enorm eind gereden en zijn bijzonder enthousiast om op deze manier de weg te rijden. Ze scheuren eenvoudig om de kuilen heen. Ze zijn onderweg naar Torres del Paine! We zetten de reis naar het Zuiden voort weer door Parc Quelat, waar we door het ophelderende weer eens veel meer zien! Ineens bergtoppen met sneeuw en gletjsers, prachtig! Weer pikken we een lifter op en besluiten naar Puerto Cisnes te gaan. Een prima besluit, de westelijke zijweg van de carretera is prachtig en de zon schijnt. In Pto Cisnes vallen we midden in een plaatselijke voetbalwedstrijd op een modderig knollenveld, waar het zeer fanatiek aan toe gaat! Daarna gaan we na het vinden van een hostal aan het strand zitten om van de ondergaande zon te genieten. Het diner in het plaatselijk restaurant wordt een teleurstelling. Er is 1 voorgerecht wat een soort zeeslakken o.i.d. blijkt te zijn (koud met mayo). De gebakken en gepaneerde zalm smaakt niet zo.

De volgende dag schijnt nog steeds de zon en het is warm. We gaan terug naar Quelat naar de wandeling waar Joost is gevallen op het ingestorte bruggetje. Nu het droog is gaan we op handen en knieën het bruggetje over en lopen ruim een uur door een spookachtig regenwoud. We komen uit bij de rivier die van een gletsjer afkomt. Het is een vallei vol met keien omsloten door bergen met watervallen. Aan het eind is een granieten kom waar diverse watervallen van gletsjers in uitkomen. De klim over de enorme keien is zo zwaar dat alleen Joost het eindpunt haalt. Het is hier prachtig en zeker nu de zon schijnt. Weer op weg naar het noorden lunchen we uitgebreid op een grasveldje langs de kolkende rivier: genieten! Terug in Coyhaique willen we niet naar hetzelfde hostal wat niet zo schoon was. We besluiten buiten de stad naar Las Salamandras te gaan. Dit is een enorm houten lodge, waar we voor 20000 pesos (26 Euro) een complete cabana kunnen huren (2 slaapkamers, badkamer, keukentje en woonkamer met houtkachel). Joost geniet extra op ons eigen terrasje met whisky en sigaar. We koken lekker zelf. Vandaag (dinsdag) zijn we de hele dag in de cabana gebleven. Het regent de hele dag al. We hebben de was weggebracht en wat gelezen. Aangezien we dit niet zo leuk vinden, gaan we morgen en overmorgen de carretera naar het Zuiden verkennen. Donderdag vliegen we dan naar Puerto Montt, hopelijk het drogere weer tegemoet. We genieten volop ook al zijn we de regen nu wel zat. We kijken uit naar de andere delen van Chili, want wat we tot nu toe gezien hebben is zeer de moeite waard.

Meer regen, avontuur en vulkanen

Na het laatste verslag uit Coyhaique, hadden we nog twee dagen over tot onze vlucht naar Puerto Montt. In een actieve bui besluiten we ook nog een deel van de Carretera Austral naar het zuiden te rijden. De eigenaresse van het hostal geeft ons nog wat goede tips. Tot Cerro Castillo ongeveer 100 km is de weg verhard en de zon schijnt! We rijden Parc National Cerro Castillo door en de sneeuw ligt langs de weg en is het fris buiten. Om ons heen indrukwekkende met sneeuw bedekte toppen die zowaar zichtbaar zijn zonder wolken. We schieten flink wat foto s. We rijden door een indrukwekkend landschap van heuvels met dode bomen en hoge toppen met sneeuw. We komen slechts enkele autos tegen en de weg is behoorlijk goed. Voor Puerto Tranquillo pikken we twee lifters op die spontaan achter in de pick-up springen. Bij ieder gat in de weg en wasbord hebben ze de grootste lol en vraagt Joost af en toe door het open raam of alles goed gaat. Puerto Tranquillo ligt aan het Lago General Carrera, op het Titicaca meer in Peru na het grootste meer van Zuid-Amerika. Het is ongelofelijk blauw en omgeven door hoge bergen met sneeuw. In de warme zon is het een plaatje. We kunnen ook de rand van een groot ijsveld zien (Campo Hielo Sur). Onderweg worden we staande gehouden door een politieman midden op de weg. Aha, onze kans de wethandhavers een handje te helpen. De carabiniero hebben pech, hun accu is leeg. Het zijn niet zulke mechaniciens, want hij gebaart Joost dat hij onze accu in zijn auto wil overzetten. Gelukkig werken de startkabels en de auto loopt weer snel. Intussen voorzie ik de lifters van koekjes (neem er maar twee hoor…) en water.

In Puerto Bertand willen we overnachten, een idyllisch plaatsje langs de woeste Rio Baker, maar tussen slechte hostals en dure lodges voor rijke vissers is er niet veel. De lifters droppen we daar (ze wilden nog wel een paar honderd kilometer verder..). We besluiten wat oostelijk langs het meer te rijden naar Puerto Guadal, een hosteria met een goed restaurant…..ons bijkans grootste avontuur kon beginnen. Hosteria Huemules ziet er van buiten wat aftands uit, maar we willen best graag goed eten en een lekker bed. In de Lonely Planet stond al dat als de hosteria dicht was, we in het blauwe huis ernaast moesten wezen. We kloppen aan en een oude heer doet open. Hij nodigt ons uit om binnen te komen en weet in het Spaans grapjes te maken die we begrijpen en wil ons graag koffie aanbieden.

Het huis is klein en vol prullen. Het ruikt er muf en is niet erg schoon. Door de woonkamer komen we in de knusse keuken, waar zoals in de meeste Chileense huizen de enige verwarming staat: een groot fornuis. Erachter zit een jonge vent, zijn kleinzoon Bruno. De oude baas is zo gastvrij dat we er niets tegenin kunnen brengen en pas na koffie (Nescafe zoals altijd) en warm brood met jam en plaatselijk worst (zgn onces), durven we over de kamer te beginnen. Oh ja hij had ons ook al gevraagd of we wilden blijven eten en aangezien er hier verder niets is, zeggen we ja. De hosteria is onverwarmd en de wind komt door de ramen, waarvan een aantal geplakt zijn met tape. Het goede restaurant is donker en veranderd in een werkplaats waar hij schilderijlijstjes maakt. Er is hier duidelijk al even geen klandizie meer geweest. De kamers zijn in jaren zeventig stijl en de inrichting is nogal simpel. De badkamers verdienen niet al te veel woorden en er is geen verwarming. We kunnen eigenlijk niet meer terug en besluiten dan alvast in onze slaapzakken te slapen. Het uitzicht is wel 5 sterren: het blauwe meer met daarachter besneeuwd toppen. We lopen maar even naar de oever en door het dorp. Er is hier heel weinig te doen en de bus naar Coyhaique komt 2 keer per week. We zien gelukkig geen 3 sterren hosteria die we over het hoofd hadden kunnen zien of een gezellig restaurantje, pfoe!

We gaan beneden in het koude restaurant zitten om wat te lezen en te drinken en snuffelen wat rond. Ik besluit nu echt de Lonely Planet te schrijven, want dit mist de plank wel heel erg. Na een dik uur krijg ik het steenkoud en is het tijd om te eten (9 uur). Hij staat al buiten om ons naar binnen te noden en hij heeft een nette trui aangetrokken. Binnen is het lekker warm en hij leidt ons naar de eetkamer waar tot onze verbazing de tafel prachtig is gedekt. Temidden van de ingelijste diploma’s, een zelfgebouwd schaalmodel van het marineschip waarop hij ooit heeft gevaren en foto s van de militaire junta nemen we plaats. Quemel Sade Querrera is de perfecte gastheer en zet zoals gebruikelijk hier onder de maaltijd de televisie voor ons aan. We krijgen een lekkere fles wijn en een prima aspergecremesoep met vlees en 3 soorten verse tuinkruiden. Daarna krijgen we stoofvlees met lekkere jus, rijst en een aardappel. Toe krijgen we de plaatselijk ingemaakte kleine kersen en tot slot koffie. Af en toe komt hij erbij zitten en babbelt hij wat. Hij praat duidelijk en langzaam met veel handgebaren zodat ik hem kan volgen, erg leuk. We verleiden hem om wat wijn te nemen en zijn wangetjes worden al wat rood. De oude baas (78 jaar! en zeer fit) glimt helemaal wanneer Joost hem een sigaar aanbiedt, die hij eerbiedig in de kast legt. Even later haalt Joost de whisky tevoorschijn en nu komt de man helemaal los. Hij kraait en zingt en haalt ijs voor in zijn drankje. Hij probeert uit alle macht zijn kleinzoon van 18 aan de whisky te krijgen. Via Bruno kunnen we nog wat meer begrijpen, want hij spreekt een beetje Engels. Bruno houdt opa gezelschap nu oma bij haar zoon en schoondochter is in Coyhaique. Hij stoort zich blijkbaar niet aan de rotzooi en vuiligheid en vertrouwt ons toe dat opa de kok is van het restaurant en dat hij hier erg veel eet. Bruno verzekert ons dat in december de hosteria echt gaat lopen als ook het restaurant (we hebben er een hard hoofd in). Opa legt ons gloedvol uit, wijzend op zijn foto, dat Pinochet Aisen geweldig goed heeft gedaan (de regio) door de Carretera aan te leggen.

Als opa de kamer uit is, haast Bruno ons te vertellen dat hij en zijn vader Pinochet maar niets vinden omdat die zoveel mensen heeft vermoord. Een foto vcan een gebombardeerd regeringsgebouw op de dag dat Pinochet de macht greep (12 september 1973) hangt er ook. Het is zowaar echt gezellig en de gastvrijheid is heel bijzonder. De koude nacht brengen we op de bedden in onze warme slaapzakken door. De volgende morgen slaan we de douche maar over en is Quemel wat rustiger. We vermoeden dat hij op de bank naast de kachel heeft geslapen. Nu valt de viezigheid en rotzooi echt goed op (er lopen ook nog katten rond). Bij de vraag om de rekening komt die snel tevoorschijn. Quemel is een echte zakenman en heeft alles minutieus in rekening gebracht inclusief de onces.

We zwaaien gedag en rijden terug naar Coyhaique. Het is mooi weer. In Puerto Tranquillo hebben ze geen benzine meer en we beginnen m een beetje te knijpen. Volgens de ene kaart is er nog een mogelijkheid, volgens de andere niet om te tanken voordat we bij het vliegveld zijn. We zien in het dorpje van 400 inwoners geen pomp en vragen maar eens. Bij de supermarkt kunnen we benzine kopen. Met emmer en trechter wordt de tank gevuld! We rijden verder richting het vliegveld. Zoals overal onderweg komen we regelmatig echte cowboys tegen. Stoere mannen op paarden met beenbeschermers van vacht of leer tot op de dijen in gezelschap van honden en een handvol koeien. We picknicken onderweg  en komen op tijd op het vliegveld van Balmaceda (Coyhaique). Rolf is er om de supersmerige pick-up in ontvangst te nemen. In 50 minuten vliegen we naar Puerto Montt waar een Ford Fiesta voor ons klaarstaat (wel even wat anders!).

NB. Het loont de moeite via Internet rechtstreeks een auto via Avis of zo te huren en niet via een Nederlands reisbureau. Dit scheelt nogal in de belasting!

We rijden direct door naar Puerto Varas en kunnen terecht in Casa Azul. Onze eerste gringo-hostel, beheert door een Duits echtpaar. Een prachtig houten huis met alles erop en eraan. Een grote gezamenlijke keuken en gratis Internet. We maken kennis met mensen die duidelijk in de 60 of ouder zijn (Amerikanen) die al de hele wereld hebben gezien (het ene stel al 48 landen). s Avonds eten we in een plaatselijke Parillada (grillrestaurant = groot vlees). Het regent ook hier. De volgende morgen gaan we naar Petrohue. De omgeving doet Zwitsers aan,er lopen veel koeien en er staan prachtige grote houten huizen. In het national parc daar komen we waarempel Julie tegen die we in Torres del Paine hebben ontmoet! De watervallen zijn indrukwekkend, maar wat doet die bus met Amerikanen hier? Van het sprookjesachtige meer is niets te zien, alleen wolken en mist. De Osorno vulkaan is ook niet te zien. We lunchen op een overdekte plek aan het vulkanisch zwarte strand en pikken op de terugweg 3 Israelische meisjes op, die we aan het eind bedanken voor hun gezelschap (ze sliepen de hele weg). We hadden na het zuiden behoefte aan een meer geciviliseerde omgeving, maar het contrast is wel erg groot. Iedereen spreekt Engels, een overweldigend aantal Duitsers en alles is zo perfect (afgezien van het weer dan). Tijdens een prima diner, besluiten we om naar Chiloe te gaan, een groot eiland bekend om zijn afgelegen plaatsen en gevoel van terug in de tijd.

Wanner we van de ferry afkomen, kan de omgeving ons niet echt bekoren en het aantal reclameborden en cabanas is ook niet bemoedigend. Na Ancud weten we op geluk, de weg naar de pinguin-kolonie te vinden. Er is geen toerist te zien en de stichting die de kolonie beheert blijkt niet uit te varen met de Zodiacs omdat het te hard waait. Op aanraden vragen we de vissers verderop. Het woord penguin is genoeg om de mannen aan het rennen te krijgen. De reddingsvesten komen tevoorschijn en we worden in een boot gedirigeerd. Onze gids ziet er uit en beweegt als een nar (met lange puntmuts) en schreeuwt in het Spaans allerhande info alsof hij dat iedere dag voor hele grote groepen doet. We zien wat Humboldt pinguins, kleine zeeleeuwtjes (met staart?!), aalscholvers en een pelikaan. Hte geheel duurt nog geen 20 minuten…Ach ja, hebben we dat ook weer gezien. Onze Ford weet wonderbaarlijk de moeilijke kustweg weer op te komen. We rijden het halve eiland over nar Chonchi. Hostal Esmeralda by the sea wordt gerund door Canadees Carl Gredy. Het is veel minder mooi dan Casa Azul, maar we krijgen de honeymoon-suite! De kamers zijn onverwarmd en het smalle bed kraakt. We eten bij de plaatselijk mama heerlijk vis. De regen doet ons besluiten het plaatselijke regenwoud maar over te slaan en snel weer naar het noorden te gaan.

De volgende dag is het waarempel zonnig en dan is het eiland ineens veel mooier. We fotograferen de plaatselijke paalwoningen en Unesco-beschermde kerken en bezoeken een markt. Terug op het vast land rijden we uren naar het noorden over een prachtige 4-baans tolweg. De omgeving is heuvelachtig en groen. Opmerkelijk dat langs de snelweg er nergens een gelegenheid is om te stoppen of te tanken. Het lijkt de rest van Chili wel, alles is omheind, je kunt nergens zomaar wandelen of picknicken. Gelukkig zijn er wel zijweggetjes (!) en uiteindelijk besluiten we die maar in te glippen om wat soep te maken. We eindigen de dag in Villarica in een Zwitsers hostal: Torre Suiza. We krijgen een prima kamer met eigen badkamer voor 22 Euro en besluiten een paar dagen te blijven in dit bekende vakantiegebeid. De volgende dag is het stralend weer en dat ziet er anders uit! In Pucon regelt Joost een klim op de Villarica vulkaan en drinken we koffie op een terras. s Middags maken we na een prachtige wandeling van 3 uur in Parc National Villarica.

NB dit is de wandeling naar El Glacier. De weg er naar toe loopt vanaf Pucon ri. Curarrehue en dan rechtsaf naar Termas de Palguin. Stug doorrijden en dan kom je bij een rivierdoorgang daarna is het met een gewone auto niet meer te doen ( de weg loopt door naar Conaripe). Na een korte wandeling breik je de Conaf hut, waar een keurige kaart met wandelingen staat! Er zijn ook kampeerplekken die er netjes uit zien (wel primitief). Hier komt geen hond!

We komen geen ziel tegen en het pad eindigt bij een kleine gletsjer temidden van vulkaanlandschap, chileense bamboe en oude araucaria-bomen (= apenverdriet, de boom die geen enkele zichzelf respecterende tuinarchitect in de tuin zet, maar die in menig Nederlandse tuin te zien is). Prachtige middag! De Villarica vulkaan is prachtig te zien in de ondergaande zon. s Avonds eten we na wat felle discussie over zweterige kleding en etiquette, bij een Chileens restaurant, waar de meeste tafels duidelijk gedekt zijn voor een groep (die we daarna rustig kunnen observeren bij alle plaatselijke rituelen). Vanochtend is Joost om 6 uur opgestaand om opgehaald te worden door een reisorganisatie voor de beklimming van de villarica vulkaan. Hij krijgt steigijzers, broek, jack, handcshoenen , e.d. en zelfs een gasmasker voor de dampen. Ik zou met dezelfde organisatie een lange tocht lopen, maar kan door een oude folder niet op tijd het kantoor vinden!

Ik vermaak me met dagboekschrijven en kletsen met de wonderlijke reizigers die hier ook verblijven. Ondanks dat het erg bewolkt is (daarom worden veel beklimmingen afgelast) komt Joost pas om 4 uur terug. Hij is na een zware tocht door de wolken heen tot op 300 meter van de top van de vulkaan gekomen met een groep vcan 12 met 2 gidsen. De beklimming is zo steil dat het gebruikelijk is om glijdend op je kont naar beneden te gaan. Het was zwaar, maar erg de moeite waard!

Morgen gaan we een lange wandeling maken in het Huerquehue national parc en daarna gaan we door richting Santiago. Hte weer is ook hier minder dan normaal, maar het is tenminste droog! De tijd verstrijkt helaas en we komen zoveel mensen tegen die met bus, op de fiets of motorfiets een jaar onderweg zijn. Net als in Nieuw-Zeeland realiseren we ons vaak dat 5 weken lang lijkt, maar ook zo om zijn. We genieten nog even verder en jullie horen wel weer hoe het ons verder vergaat.

Onder Chilenen, Pablo’s huizen en droogte?!

Na Joost z’n heldhaftige beklimming van de Villarica vulkaan, blijken de benen nog in staat om een lange wandeling te maken in het Nationale park Huerquehue [Werkéwee]. Dit park bestaat uit dichte lenge-bossen met auracaria bomen en meren. Dit is het eerste park waar we ware merchandising voorgeschoteld krijgen (joost koopt een fleece-trui met logo) en zowaar een Engelsprekende ranger.

Lees verder